Begrotingsprocedure

 
 
De verschillende fasen van de begrotingsprocedure

Het Europees Parlement heeft nu het laatste woord in de procedure voor de vaststelling van de begroting, die wordt beschreven in artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Eerste fase: Commissie stelt ontwerpbegroting op

Alle instellingen maken volgens hun eigen procedure vóór een 1 juli een raming van hun uitgaven op. De Commissie voegt die ramingen samen en stelt de ontwerpbegroting op, die uiterlijk op 1 september bij Parlement en Raad wordt ingediend.

Tweede fase: Raad stelt standpunt vast

De Raad stelt zijn standpunt over de ontwerpbegroting vast en deelt dit standpunt uiterlijk op 1 oktober aan het Parlement mee. De Raad stelt het Parlement in kennis van de redenen die hem tot dat standpunt hebben geleid.

Derde fase: Standpunt Parlement

Het Parlement heeft 42 dagen de tijd om het standpunt van de Raad goed te keuren dan wel er met een meerderheid van zijn leden amendementen op aan te nemen. De plenaire stemming vindt plaats in de tweede oktobervergaderperiode van het Parlement in Straatsburg.

Vierde fase: Bemiddeling en vaststelling van de begroting

Als het Parlement amendementen heeft aangenomen, wordt het geamendeerde ontwerp aan de Raad toegezonden. De voorzitter van het Parlement roept dan in overleg met de voorzitter van de Raad onverwijld het bemiddelingscomité bijeen. Her bemiddelingscomité komt niet bijeen als de Raad het Parlement binnen tien dagen laat weten dat hij alle amendementen aanvaardt.

Het bemiddelingscomité, bestaande uit leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en een even groot aantal leden die het Parlement vertegenwoordigen, heeft 21 dagen de tijd om overeenstemming over een gemeenschappelijk ontwerp te bereiken.

Als het comité overeenstemming over een gemeenschappelijk ontwerp bereikt, hebben het Parlement en de Raad 14 dagen de tijd om dat goed te keuren. De plenaire stemming staat gepland voor de tweede novembervergaderperiode van het Parlement in Straatsburg.

Wanneer de procedure afgerond is, constateert de voorzitter van het Parlement dat de begroting definitief vastgesteld is.

Indien de bemiddelingsprocedure mislukt of indien het gemeenschappelijk ontwerp door het Parlement verworpen wordt, dient de Commissie een nieuwe ontwerpbegroting in. Als het gemeenschappelijk ontwerp door het Parlement wordt goedgekeurd maar door de Raad wordt afgewezen, kan het Parlement de in oktober aangenomen amendementen bevestigen. Voor niet-bevestigde amendementen wordt het in het bemiddelingscomité overeengekomen standpunt aangehouden. De begroting wordt dan op die basis definitief vastgesteld.

Uitvoering van de begroting, kwijtingsverlening

De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jaarlijkse algemene begroting.

De Europese Rekenkamer onderzoekt de uitvoering van de begroting van het voorgaande jaar en legt haar jaarverslag in november aan het Parlement voor. Daarmee gaat de kwijtingsprocedure van start.

De Raad bestudeert de opmerkingen van de Rekenkamer en legt het Europees Parlement een aanbeveling voor.

Het Europees Parlement verleent kwijting aan de hand van een aanbeveling van zijn Commissie begrotingscontrole, die het jaarverslag van de Rekenkamer analyseert en ook andere documenten en hoorzittingen met commissarissen in de overwegingen betrekt. Het kwijtingsverslag bevat aanbevelingen ter verbetering van de uitvoering van toekomstige begrotingen. Het Parlement kan de kwijtingsverlening uitstellen. In het besluit tot uitstel van kwijtingsverlening moet vermeld staan op welke voorwaarden kwijting alsnog verleend kan worden. Als het Parlement weigert kwijting te verlenen, kan dat opgevat worden als een motie van afkeuring.

Zie ook:
 
 
 
Tools