Benoemingsprocedure

 

Het Europees Parlement oefent een democratisch toezicht uit op alle werkzaamheden van de communautaire instellingen.
Door zijn bemoeienis met benoemingen kan het Parlement toezicht houden op bepaalde Europese instellingen.

 
 
Invloed van het Europees Parlement op de samenstelling en de benoeming van de Commissie

De procedure voor de benoeming van de voorzitter van de Commissie is gewijzigd door de verdragen van Amsterdam, Nice en Lissabon. Deze verdragen geven het Parlement meer zeggenschap over de benoeming van de Europese Commissie. De benoeming van de voorzitter van de Commissie wordt geregeld door artikel 17, lid 7, VEU. De Europese Raad draagt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie voor, rekening houdend met de uitslag van de verkiezingen voor het Europees Parlement. Deze kandidaat wordt door het Parlement bij meerderheid van zijn leden gekozen.

De Raad stelt in overleg met de beoogd voorzitter de voordracht op voor de overige Commissieleden (met inbegrip van de hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid). Elke kandidaat wordt door de desbetreffende vakcommissie gehoord en vervolgens wordt het college van commissarissen als geheel ter goedkeuring aan een stemming van het Europees Parlement onderworpen. Tot slot wordt de Commissie door de Europese Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen benoemd.

 
 
Motie van afkeuring tegen de Europese Commissie

Op grond van artikel 17, lid 8, VEU en artikel 234 VWEU kan het Europees Parlement een motie van afkeuring aannemen tegen de Commissie als geheel. Met dit middel oefent het Parlement democratische controle in de Europese Unie uit. Een motie van afkeuring is pas ontvankelijk als zij door ten minste een tiende van de leden wordt ingediend. De motie moet met redenen omkleed zijn.

Het Parlement kan een zittende Commissie naar huis sturen en wel met een merderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen en de meerderheid van de leden van het Parlement.

 
 
Benoeming van de leden van de Rekenkamer

De leden van de Rekenkamer worden gekozen uit personen die in hun eigen land behoren of behoord hebben tot de externe controle-instanties of die voor deze functie bijzonder geschikt zijn.

De leden worden voor zes jaar benoemd door de Raad van de Europese Unie die, na raadpleging van het Europees Parlement, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit.

Indien het Parlement een negatief advies over een individuele voordracht van een lid van de Rekenkamer uitbrengt, verzoekt de voorzitter van het Europees Parlement de Raad de voordracht in te trekken en het Parlement een nieuwe voordracht voor te leggen.

 
 
Benoeming van de directieleden van de Europese Centrale Bank

De Europese Centrale Bank is het hoogste orgaan dat beslist over het Europese monetaire beleid en dat met name de rentevoet vaststelt.

De directie van de bank bestaat uit een president, een vicepresident en vier andere leden die door de Europese Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden benoemd. Zij worden geselecteerd uit personen met een erkende reputatie en beroepservaring op monetair of bancair gebied. Zij worden voor een periode van acht jaar benoemd en zijn niet herbenoembaar.

De directieleden worden benoemd op aanbeveling van de Raad van de Europese Unie, na raadpleging van het Europees Parlement en de Raad van bestuur van de ECB.

 
 
Benoeming van de ombudsman

De functie van ombudsman is ingevoerd bij het Verdrag van Maastricht met als oogmerk de democratisering en de administratieve transparantie te verbeteren. De ombudsman wordt na elke verkiezing van het Europees Parlement voor de zittingsperiode van het Parlement benoemd door de EP-leden, die in een geheime stemming bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen beslissen.

De ombudsman oefent zijn functie geheel onafhankelijk en onpartijdig uit. Hij mag gedurende zijn ambtsperiode geen andere beroepswerkzaamheden, al dan niet tegen beloning, verrichten. Elke burger van de Unie of elke natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat van de Unie, kan zich tot de ombudsman wenden met klachten over wanbeheer bij het optreden van de instellingen of organen van de Unie.

Op instigatie van de ombudsman heeft het Europees Parlement een Europese bestuurlijke gedragscode vastgesteld, die de Europese burgers wijst op hun rechten ten aanzien van het EU-bestuur en ambtenaren aanwijzingen geeft over hoe zij zich moeten gedragen in hun contacten met de burgers.

 
 
 
 
Tools