Powers and procedures

Het EP na het Verdrag van Lissabon: een grotere rol bij de vormgeving van Europa

 

Het Verdrag van Lissabon, dat eind 2009 in werking is getreden, heeft het Europees Parlement nieuwe wetgevingsbevoegdheden gegeven en het op gelijke voet geplaatst met de Raad van ministers bij besluiten over wat de EU doet en over hoe het geld wordt besteed. Ook is de manier waarop het Parlement met de andere instellingen samenwerkt veranderd en hebben EP-leden meer invloed gekregen op wie de EU leidt. Door al deze veranderingen hebt u met uw stem in de Europese verkiezingen nog meer te zeggen over de richting die Europa inslaat.

 
 
 
 
 
 
Meer bevoegdheden

Met het Verslag van Lissabon is de slagkracht van de EU en het Europees Parlement vergroot. De volledige wetgevingsbevoegdheid van het Parlement is uitgebreid naar meer dan 40 gebieden, waaronder landbouw, energiezekerheid, immigratie, justitie en EU-fondsen, en het Parlement is op gelijke voet komen te staan met de Raad, die de regeringen van de lidstaten vertegenwoordigt. Ook heeft het de bevoegdheid gekregen om de gehele EU-begroting goed te keuren samen met de Raad.

EP-leden hebben voortaan het recht om internationale overeenkomsten te verwerpen en hebben dit ook zonder aarzelen gebruikt om de controversiële Handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak (ACTA) een halt toe te roepen, die volgens velen de fundamentele vrijheden zou aantasten. Hieruit blijkt dat dankzij hun nieuwe bevoegdheden, EP-leden met hun besluiten een nog sterkere stempel drukken op het dagelijks leven van Europeanen.

 
 
Grotere rol

Met het Verdrag van Lissabon heeft het Parlement niet alleen dezelfde wetgevingsbevoegdheden als de Raad gekregen, maar ook de macht om te bepalen welke politieke richting Europa inslaat. Volgens de Verdragswijzingen kiest het Parlement de voorzitter van de Commissie, het uitvoerend orgaan van de EU, en dit besluit moet de uitkomst van de Europese verkiezingen weerspiegelen en daarmee de keuze van de burgers.

 
 
Sterkere stem voor burgers

Als enige rechtstreeks door de burger gekozen EU-instelling heeft het Parlement de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid om van de EU-instellingen rekenschap te eisen. Het Parlement is de hoeder van het Handvest van de Grondrechten, dat deel uitmaakt van het Verdrag van Lissabon, en van het recente recht van het burgerinitiatief, dat burgers in staat stelt om in een door één miljoen mensen ondertekend verzoekschrift om nieuwe beleidsvoorstellen te vragen.