Wetgevingsbevoegdheid

 

Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie hebben wetgevingsbevoegdheid. Het Parlement kan dus ook Europese wetten aannemen. Het kan de inhoud van Europese wetten (richtlijnen, verordeningen,...) aannemen, wijzigen of verwerpen.

 
 
Hoe gaat het er bij deze wetgevende werkzaamheden concreet aan toe?

Een lid van het Europees Parlement stelt in het kader van een parlementaire commissie een verslag op over een voorstel voor een wetgevingsbesluit, dat werd ingediend door de Europese Commissie, die als enige het initiatiefrecht op wetgevingsgebied bezit. De parlementaire commissie stemt over dit verslag en dient er eventueel amendementen op in. Wanneer de tekst aldus is gewijzigd en goedgekeurd in de plenaire vergadering, heeft het Parlement zijn standpunt vastgesteld.
Dit proces wordt eenmaal of meerdere malen herhaald afhankelijk van de procedure en afhankelijk van het feit of al dan niet overeenstemming wordt bereikt met de Raad.

Voor de aanneming van wetsbesluiten wordt onderscheid gemaakt tussen de normale wetgevingsprocedure (medebeslissing), waarin het Parlement op gelijke voet met de Raad besluit, en de speciale wetgevingsprocedures die alleen van toepassing zijn op specifieke gevallen en waarin het Parlement slechts een raadgevende rol speelt.

Op bepaalde gebieden (bijv. belastingen) brengt het Europees Parlement slechts advies uit (raadplegingsprocedure). In bepaalde gevallen is volgens het Verdrag raadpleging noodzakelijk vanwege de rechtsgrond en dan kan het voorstel pas wet worden als het Parlement zijn advies heeft uitgebracht. In dat geval kan de Raad niet in zijn eentje een besluit nemen.

Het Parlement heeft een politiek initiatiefrecht.

Het kan de Commissie verzoeken om aan de Raad wetgevingsvoorstellen voor te leggen.

Het doet werkelijk mee aan de opstelling van nieuwe wetsteksten want het behandelt het jaarlijkse werkprogramma van de Commissie en geeft aan welke besluiten zinvol zouden zijn.