Leden

 

Het Europees Parlement telt 751 leden die in de 28 lidstaten van de uitgebreide Unie werden gekozen. Sinds 1979 worden de leden via rechtstreekse algemene verkiezingen voor een periode van vijf jaar gekozen.

 
 

Elk land stelt zelf zijn verkiezingsstelsel vast maar past identieke democratische basisregels toe: gelijkheid van mannen en vrouwen en stemgeheim. In alle lidstaten is men kiesgerechtigd vanaf 18 jaar met uitzondering van Oostenrijk waar men al kiesgerechtigd is vanaf 16 jaar, in of jaar. In de loop der jaren zijn voor de Europese verkiezingen een aantal eigen gemeenschappelijke regels ontwikkeld: rechtstreekse algemene verkiezingen, de regel van proportionaliteit, een mandaat van 5 jaar en herkiesbaarheid.

De zetels worden in het algemeen proportioneel met de bevolkingsaantallen onder de lidstaten verdeeld. Elk land heeft een vast aantal zetels, maximaal 96 en minimaal 6.

Verhouding tussen mannen en vrouwen: de vertegenwoordiging van vrouwen in het Europees Parlement neemt voortdurend toe. Momenteel wordt iets meer dan een derde van de zetels door vrouwen bezet.

Een lid van het Europees Parlement werkt deels in Brussel, deels in Straatsburg en deels in zijn/haar kiesdistrict.

In Brussel neemt hij/zij deel aan de vergaderingen van de parlementaire commissies, fracties en aan de extra plenaire vergaderingen. Daarnaast woont hij/zij in Straatsburg twaalf plenaire vergaderperioden bij. Dit zijn de hoofdtaken van een parlementslid, maar daarnaast moet hij/zij natuurlijk ook tijd besteden aan zijn/haar kiesdistrict.

De leden van het Europees Parlement verenigen zich in fracties naar politieke voorkeur en niet naar nationaliteit.

Zij oefenen hun mandaat volledig onafhankelijk uit.

Het Europees Parlement beschikt over steeds meer bevoegdheden en dus beïnvloedt de Europese afgevaardigde het dagelijks leven van de Europese burger op allerlei terreinen: onderwijs, cultuur, gezondheidszorg ...

Het nieuwe Statuut van de leden van het Europees Parlement trad op 14 juli 2009 in werking. Het nieuwe Statuut maakt de voorwaarden van het werk van leden van het Europese Parlement transparanter en introduceert een gemeenschappelijk salaris voor alle leden dat van de begroting van de EU worden betaald.

 
 
Gedragscode voor de leden van het Europees Parlement

De gedragscode is op 1 januari 2012 in werking getreden. In de code wordt uitgegaan van het basisbeginsel dat de leden uitsluitend in het algemeen belang handelen en bij de uitvoering van hun werk geleid worden door de principes van belangeloosheid, integriteit, transparantie, toewijding, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en respect voor het aanzien van het Parlement.

In de gedragscode wordt een belangenconflict gedefinieerd en wordt bepaald hoe de leden hiermee moeten omgaan; de code bevat regels over, bijvoorbeeld, officiële geschenken aan leden en beroepsactiviteiten van voormalige leden.

Door de gedragscode worden de leden eveneens verplicht een nauwkeurige opgave te doen van hun financiële belangen. De leden zijn ook verplicht opgave te doen van hun aanwezigheid op evenementen die georganiseerd worden door derden, als hun verplaatsings-, accomodatie- of verblijfskosten door een derde worden terugbetaald of rechtstreeks worden betaald. Deze opgaven vloeien voort uit de in de gedragscode vastgestelde, strenge transparantieregels en -normen. De door de leden in hun opgaven verstrekte informatie kan geraadpleegd worden op hun persoonlijke profielpagina.

De leden moeten ook opgave doen van de geschenken die zij hebben ontvangen als officiële vertegenwoordiger van het Parlement, overeenkomstig de voorwaarden in de uitvoeringsvoorschriften van de gedragscode. De geschenken in kwestie worden geregistreerd in het geschenkenregister.

De Voorzitter kan een sanctie opleggen aan een lid dat de gedragscode overtreedt. Deze aan een lid opgelegde sanctie wordt door de Voorzitter in de plenaire vergadering bekendgemaakt en blijft voor de resterende duur van de zittingsperiode op een duidelijk zichtbare plek op de website van het Parlement vermeld staan.

Raadgevend comité voor het gedrag van de leden

Het raadgevend comité voor het gedrag van de leden geeft de leden advies omtrent de uitlegging en toepassing van de gedragscode. Op verzoek van de Voorzitter beoordeelt het raadgevend comité ook vermeende gevallen van overtreding van de gedragscode en verstrekt het de Voorzitter advies over de eventueel te nemen maatregelen.

Het raadgevend comité bestaat uit vijf leden. Zij worden door de Voorzitter benoemd op basis van hun ervaring en het politieke evenwicht tussen de politieke fracties in het Parlement. Elk van de vijf leden neemt bij toerbeurt het voorzitterschap waar voor een periode van zes maanden. De Voorzitter benoemt eveneens een reservelid voor elke politieke fractie die anders niet in het raadgevend comité vertegenwoordigd zou zijn.

Het raadgevend comité publiceert jaarlijks een verslag over zijn werkzaamheden.

Samenstelling van het raadgevend comité
 
Danuta Maria HÜBNER Group of the European People's Party (Christian Democrats) Member Poland Platforma Obywatelska
 
 
Mady DELVAUX Group of the Progressive Alliance of Socialists and Democrats in the European Parliament Member Luxembourg Parti ouvrier socialiste luxembourgeois
 
 
Sajjad KARIM European Conservatives and Reformists Group Member United Kingdom Conservative Party
 
 
Francisco SOSA WAGNER Group of the Alliance of Liberals and Democrats for Europe Member Spain Unión, Progreso y Democracia
 
 
Jiří MAŠTÁLKA Confederal Group of the European United Left - Nordic Green Left Member Czech Republic Komunistická strana Čech a Moravy
 
 
Reserveleden
 
 
Bezoldiging en vergoedingen
Bezoldiging van EP-leden

Alle leden van het Europees Parlement ontvangen in het algemeen dezelfde bezoldiging op grond van het nieuwe Statuut, dat in juli 2009 van kracht is geworden.

De maandelijkse bezoldiging van EP-leden vóór aftrek van belasting bedraagt in 2014 volgens het nieuwe Statuut EUR 8.020,53. Op de bezoldiging, die wordt betaald uit de begroting van het Parlement, wordt Gemeenschapsbelasting en een bijdrage voor de ongevallenverzekering ingehouden, waarna de bezoldiging EUR 6.250,37 is. De lidstaten kunnen ook nationale belastingen op de bezoldiging heffen. De bezoldiging bedraagt 38,5% van het basissalaris van een rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

Er zijn enkele uitzonderingen: EP-leden die al vóór de verkiezingen van 2009 in het Parlement zaten en hebben gekozen voor het behoud van de oude nationale regeling voor de bezoldiging, overbruggingstoelage en pensioenen.

Pensioenen

Krachtens het Statuut hebben voormalige EP-leden vanaf de leeftijd van 63 jaar recht op een ouderdomspensioen. Dit pensioen bedraagt 3,5% van de bezoldiging voor elk vol jaar dat het mandaat is uitgeoefend, tot in totaal niet meer dan 70%. De kosten van deze pensioenen worden betaald uit de begroting van het Europees Parlement.

Een aanvullend-pensioenstelsel dat voor EP-leden in 1989 is ingevoerd, is vanaf juli voor nieuwe leden en het wordt momenteel afgebouwd.

 
 
Vergoedingen betaald aan de leden van het Europees Parlement

Net als leden van nationale parlementen ontvangen leden van het Europees Parlement een aantal vergoedingen die zijn bedoeld om hun uitgaven ter uitoefening van hun parlementaire mandaat te dekken.

Vergoeding voor algemene uitgaven

Deze vergoeding is bedoeld om uitgaven van de leden in hun lidstaat van herkomst te dekken, zoals administratiekosten, telefoon- en portokosten en de kosten van de aanschaf, het gebruik en het onderhoud van computer- en telematica-apparatuur. De vergoeding wordt gehalveerd wanneer een lid zonder geldige reden niet de helft van het aantal plenaire vergaderingen in één parlementair jaar (september tot augustus) bijwoont.

In 2014 bedraagt deze vergoeding EUR 4 299 per maand.

Reiskosten

De meeste vergaderingen van het Europees Parlement, zoals plenaire vergaderingen en vergaderingen van commissies en fracties, vinden plaats in Brussel of Straatsburg. De leden krijgen de werkelijk gemaakte kosten van hun reisbiljetten voor het bijwonen van deze vergaderingen vergoed tegen overlegging van bewijsstukken: maximaal de prijs van een vliegticket businessclass ("D" of gelijkwaardig), een treinkaartje eerste klas of een kilometervergoeding van 0,50 EUR/km voor autoritten (maximaal 1 000 km), plus forfaitaire vergoedingen naar gelang van de afstand en de duur van de reis ter dekking van de overige reiskosten (bv. wegentol, overbagage of reserveringskosten).

Overige reiskosten

Leden moeten bij de uitoefening van hun mandaat vaak buiten of binnen de lidstaat waar zij verkozen zijn, reizen voor andere doeleinden dan officiële vergaderingen (bv. om een conferentie bij te wonen of een werkbezoek af te leggen). Daarom kunnen de leden voor werkzaamheden buiten de lidstaat waar zij verkozen zijn, een vergoeding van maximaal 4 243 EUR per jaar krijgen voor reis- en verblijfkosten en daarmee samenhangende kosten. Voor werkzaamheden binnen de lidstaat waar zij verkozen zijn, worden alleen reiskosten vergoed, met een jaarlijks maximum per land.

Dagvergoeding
  • Het Parlement betaalt een forfaitaire vergoeding van 304 EUR per dag ter dekking van alle overige kosten die leden tijdens periodes van parlementaire werkzaamheden maken, op voorwaarde dat zij een aanwezigheidsregister tekenen.

  • De vergoeding wordt met de helft verminderd als een lid weliswaar aanwezig is, maar op dagen dat plenaire stemmingen worden gehouden, meer dan de helft van de hoofdelijke stemmingen mist. Voor vergaderingen buiten de Europese Unie bedraagt de vergoeding 152 EUR (opnieuw op voorwaarde dat een aanwezigheidsregister wordt ondertekend), waarbij verblijfkosten afzonderlijk worden vergoed.

 
 
Personeelsregelingen

Binnen een door het Parlement vastgesteld bedrag kunnen EP-leden hun eigen personeel uitkiezen. Geaccrediteerde medewerkers met standplaats Brussel (of Luxemburg/Straatsburg) vallen direct onder de administratie van het Parlement volgens de aanstellingsvoorwaarden voor tijdelijk EU-personeel. De administratie van medewerkers die in de lidstaat van het EP-lid werken, wordt gevoerd door gekwalificeerde derdebetalenden, die zorgen voor de correcte afdracht van belastingen en sociale premies.

Voor 2014 bedraagt het maandelijkse maximumbedrag dat beschikbaar is voor alle desbetreffende kosten € 21 209 per EP-lid. Geen van deze bedragen wordt aan de EP-leden zelf betaald.

Ten hoogste een kwart van dit budget kan worden gebruikt voor diensten van door het EP-lid uitgekozen dienstverleners, bijvoorbeeld voor een studie van een deskundige over een bepaald onderwerp.

In het algemeen kunnen EP-leden geen nauwe verwanten meer als medewerkers in dienst hebben, hoewel er een overgangsregeling is voor familieleden die in de voorgaande zittingsperiode in dienst zijn genomen.

 
 
 
 
Tools