Wetgevende bevoegdheden

 
Gewone wetgevingsprocedure

Dankzij de gewone wetgevingsprocedure hebben het Europees Parlement en de Raad van de Unie hetzelfde gewicht op een groot aantal terreinen (zoals economisch bestuur, immigratie, energie, vervoer, milieu en consumentenbescherming). De overgrote meerderheid van de Europese wetgeving wordt nu gezamenlijk door het Europees Parlement en de Raad vastgesteld.

 
Infografie: Gewone wetgevingsprocedure   Klik hier om alles te weten te komen over de gewone wetgevingsprocedure

De medebeslissingsprocedure werd ingevoerd bij het Verdrag betreffende de Europese Unie (Maastricht, 1992) en is uitgebreid, gewijzigd en verbeterd bij het Verdrag van Amsterdam (1999). Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 november 2009 werd deze tot gewone wetgevingsprocedure omgedoopte procedure de belangrijkste in besluitvormingsproces van de EU.

 
 
De wetgevings-bevoegdheden
 

Op grond van artikel 289 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is raadpleging een bijzondere wetgevingsprocedure, waarbij het advies van het Parlement wordt gevraagd voordat de Raad een wetstekst vaststelt.

Het Europees Parlement kan een wetgevingsvoorstel goedkeuren, verwerpen of amenderen. De Raad is niet wettelijk verplicht om het advies van het Parlement te volgen, maar kan alleen een besluit nemen als dit advies is uitgebracht, hetgeen door het Hof van Justitie in zijn arresten is bekrachtigd.

Oorspronkelijk had het Parlement op grond van het Verdrag van Rome van 1957 slechts een adviserende functie in het wetgevingsproces; de Commissie stelde wetgeving voor en de Raad stelde die vast.

Dat veranderde met de Europese Akte van 1986 en vervolgens de Verdragen van Maastricht, Amsterdam, Nice en Lissabon. Het Europees Parlement heeft nu ruimere bevoegdheden en is op voet van gelijkheid met de Raad medewetgever op een groot aantal terreinen (zie Gewone wetgevingsprocedure). Raadpleging werd voor een beperkt aantal gevallen een bijzondere wetgevingsprocedure (en soms zelfs een niet-wetgevingsprocedure).

De procedure is nu van toepassing op een beperkt aantal wetgevingsterreinen, zoals vrijstelling van de internemarktregels en het mededingingsrecht. Het Parlement moet ook, als niet-wetgevingsprocedure, worden geraadpleegd bij de vaststelling van internationale overeenkomsten in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB).

Zie ook:
 
 
Goedkeuring
 

Op bepaalde wetgevingsterreinen is de goedkeuring van het Europees Parlement vereist, een bijzondere wetgevingsprocedure op grond van artikel 289, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De goedkeuringsprocedure geeft het Parlement een vetorecht. Het Parlement kan een wetgevingsvoorstel goedkeuren of afwijzen, zonder recht op amendering, en de Raad kan niet voorbijgaan aan het standpunt van het Parlement. De goedkeuringsprocedure is als niet-wetgevingsprocedure van toepassing bij goedkeuring door de Raad van bepaalde internationale overeenkomsten.

Deze procedure heette vroeger instemmingsprocedure. Die was ingevoerd bij de Europese Akte van 1986 en gold voor associatieovereenkomsten en overeenkomsten inzake toetreding tot de Europese Unie. Het toepassingsgebied is met de achtereenvolgende verdragswijzigingen gaandeweg steeds verder uitgebreid.

Als niet-wetgevingsprocedure is de procedure van toepassing bij de ratificatie van bepaalde overeenkomsten die de Europese Unie wil sluiten. Zij wordt met name toegepast in geval van een ernstige schending van de grondrechten als bedoeld in artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en bij toetreding van nieuwe lidstaten of ingeval een lidstaat zich uit de Unie wil terugtrekken.

Als wetgevingsprocedure is zij van toepassing bij de vaststelling van nieuwe wetgeving tegen discriminatie. Bovendien heeft het Parlement dankzij deze procedure vetorecht in geval van optreden van de Unie op basis van de algemene rechtsgrondslag van artikel 352 VWEU.

Zie ook:
 
 
Overige wetgevings-procedures
 

Naast de vier belangrijkste procedures van het wetgevingsproces zijn er nog andere procedures die door het Europees Parlement op specifieke beleidsterreinen worden gevolgd.

 
Procedure voor het uitbrengen van advies in de zin van artikel 140 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Monetaire Unie)

De Commissie en de Europese Centrale Bank brengen aan de Raad verslag uit over de vooruitgang die door de onder een derogatie vallende lidstaten is geboekt bij de nakoming van hun verplichtingen met het oog op de totstandbrenging van de Economische en Monetaire Unie.

Na raadpleging van het Europees Parlement besluit de Raad op voorstel van de Commissie, welke lidstaten met een derogatie volgens de criteria van artikel 140, lid 1, aan de noodzakelijke voorwaarden voor de aanneming van één munt voldoen, en trekt hij de derogaties van de betrokken lidstaten in. Het Parlement stemt vervolgens over deze aanbevelingen als geheel; er kunnen geen amendementen worden ingediend.

  • Artikel 83 van het Reglement
 
Procedures met betrekking tot de sociale dialoog

De Unie heeft onder meer ten doel de dialoog tussen de sociale partners te bevorderen, met name om de sluiting van overeenkomsten mogelijk te maken.

Overeenkomstig artikel 154 VWEU heeft de Commissie tot taak de raadpleging van de sociale partners op EU-niveau te bevorderen en legt zij het Europees Parlement na raadpleging van de sociale partners voorstellen voor over de mogelijke richting van EU-optreden.

Elk document van de Commissie en elke overeenkomst die de sociale partners sluiten wordt ter behandeling naar de bevoegde commissie van het Europees Parlement verwezen. Als de sociale partners een overeenkomst hebben gesloten en gezamenlijk verzocht hebben om tenuitvoerlegging daarvan via een besluit van de Raad op voorstel van de Commissie in de zin van artikel 155, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dient de bevoegde commissie een ontwerpresolutie in met de aanbeveling dit verzoek in te willigen dan wel af te wijzen.

  • Artikel 84 van het Reglement
 
Procedures met betrekking tot onderzoek van vrijwillige overeenkomsten

Wanneer de Commissie voornemens is te onderzoeken of vrijwillige overeenkomsten als alternatief voor wetgeving mogelijk zijn, stelt zij het Parlement hiervan in kennis. De ter zake bevoegde commissie kan dan overeenkomstig artikel 48 een initiatiefverslag opstellen. Wanneer de Commissie aankondigt voornemens te zijn een vrijwillige overeenkomst te sluiten, brengt zij het Parlement hiervan op de hoogte. De bevoegde commissie van het Parlement kan dan een ontwerpresolutie indienen, waarin zij aanneming of verwerping van het voorstel aanbeveelt en de dienovereenkomstige voorwaarden uiteenzet

 
Codificatie

Onder officiële codificatie wordt verstaan het samenvatten van een aantal wetsteksten over hetzelfde onderwerp in één enkele tekst die in de plaats komt van de oorspronkelijke teksten. In de geconsolideerde versie zijn alle wijzigingen opgenomen die sinds de inwerkingtreding van de eerste regeling aangebracht zijn. De nieuwe tekst bevat echter geen enkele inhoudelijke wijziging. Door codificatie wordt wetgeving van de Europese Unie die veelvuldig gewijzigd is leesbaarder gemaakt. De voor juridische zaken bevoegde commissie van het Europees Parlement behandelt het voorstel tot codificatie van de Commissie en wanneer blijkt dat met het voorstel geen inhoudelijke wijziging wordt aangebracht in de bestaande wetgeving, is de procedure overeenkomstig artikel 46 van het Reglement van toepassing. Het Parlement stemt eenmaal over het voorstel, zonder voorafgaand debat en zonder de mogelijkheid van amendering.

 
Uitvoeringsmaatregelen en gedelegeerde maatregelen

De Commissie kan in het kader van de bestaande wetgeving uitvoeringsmaatregelen nemen. Deze maatregelen worden aan comités van deskundigen van de lidstaten en ter informatie of toetsing aan het Europees Parlement voorgelegd. Het Parlement kan op voorstel van de bevoegde commissie een resolutie aannemen waarin bezwaar tegen de maatregel wordt aangetekend. In zo'n resolutie wordt uiteengezet dat de voorgestelde uitvoeringsmaatregel de bij het basisbesluit verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt of dat zij niet strookt met het subsidiariteits- of evenredigheidsbeginsel, en wordt de Commissie verzocht de uitvoeringsmaatregel in te trekken of te wijzigen, dan wel volgens de geldende procedure een wetgevingsvoorstel in te dienen.

Wanneer door een wetstekst de bevoegdheid om bepaalde niet-essentiële onderdelen ervan aan te vullen of te wijzigen aan de Commissie gedelegeerd is, behandelt de bevoegde EP-commissie eventuele ontwerpregelingen ter aanvulling of wijziging die ter toetsing aan het Parlement toegezonden zijn en kan zij het Parlement een ontwerpresolutie met voorstellen overeenkomstig de bepalingen van de oorspronkelijke wetstekst voorleggen.

 
 
Initiatiefprocedure
 

Het wetgevingsinitiatief ligt bij de Europese Commissie. Het Verdrag van Maastricht geeft het Europees Parlement het recht de Commissie te verzoeken om een wetgevingsvoorstel in te dienen. Dit recht is bij het Verdrag van Lissabon nog uitgebreid.

 
Jaarprogramma en meerjarenplanning

Volgens het Verdrag neemt de Commissie het initiatief tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie. Met het oog daarop stelt zij een werkprogramma vast, als bijdrage tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie. Het Parlement heeft een inbreng in het werkprogramma van de Commissie via de prioriteiten die het de Commissie voor de opstelling ervan in overweging geeft. Nadat de Commissie de programmering heeft opgesteld volgt driehoeksoverleg tussen Parlement, Raad en Commissie om tot overeenstemming te komen.

De precieze regels en het tijdschema zijn neergelegd in bijlage XIV bij het Reglement (Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie).

Het Parlement neemt een resolutie aan over het jaarlijkse programma. De voorzitter verzoekt de Raad zijn standpunt bekend te maken over het werkprogramma van de Commissie en de resolutie van het Parlement. Als een instelling zich niet aan het vastgestelde tijdschema kan houden, moet zij de andere instellingen mededelen wat daarvan de oorzaak is en een nieuwe tijdschema voorstellen.

 
Initiatief krachtens artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Overeenkomstig artikel 225 VWEU kan het Europees Parlement bij meerderheid van stemmen van zijn leden de Commissie op basis van een door zijn bevoegde commissie opgesteld verslag verzoeken een wetgevingsvoorstel in te dienen. Het Parlement kan daarbij een termijn voor de indiening van het voorstel aangeven. De bevoegde commissie van het Parlement moet eerst toestemming vragen aan de Conferentie van voorzitters. De Commissie kan het door het Europees Parlement gevraagde wetgevingsvoorstel indienen dan wel weigeren dit te doen.

Een voorstel voor een besluit van de Unie uit hoofde van het initiatiefrecht van het Parlement in de zin van artikel 225 VWEU kan ook door een individueel lid van het Parlement worden ingediend. Het voorstel wordt ingediend bij de voorzitter, die het ter behandeling naar de bevoegde commissie verwijst. Deze kan besluiten het voorstel aan de plenaire vergadering voor te leggen (zie boven).

 
Initiatiefverslagen

Als het Europees Parlement op grond van de verdragen een initiatiefrecht heeft, dan kunnen parlementaire commissies een verslag opstellen over een onderwerp dat onder hun bevoegdheid valt en kunnen zij het Europees Parlement een ontwerpresolutie ter zake voorleggen. De commissies moeten voordat zij met de opstelling van het verslag beginnen daarvoor de toestemming vragen van de Conferentie van voorzitters.

 
 
 
Tools
 
 

Hoe werkt het wetgeving proces?

Een lid van het Europees Parlement stelt in het kader van een parlementaire commissie een verslag op over een voorstel voor een wetgevingsbesluit, dat werd ingediend door de Europese Commissie, die als enige het initiatiefrecht op wetgevingsgebied bezit. De parlementaire commissie stemt over dit verslag en dient er eventueel amendementen op in. Wanneer de tekst aldus is gewijzigd en goedgekeurd in de plenaire vergadering, heeft het Parlement zijn standpunt vastgesteld. Dit proces wordt eenmaal of meerdere malen herhaald afhankelijk van de procedure en afhankelijk van het feit of al dan niet overeenstemming wordt bereikt met de Raad.

Voor de aanneming van wetsbesluiten wordt onderscheid gemaakt tussen de normale wetgevingsprocedure (medebeslissing), waarin het Parlement op gelijke voet met de Raad besluit, en de speciale wetgevingsprocedures die alleen van toepassing zijn op specifieke gevallen en waarin het Parlement slechts een raadgevende rol speelt.

Op bepaalde gebieden (bijv. belastingen) brengt het Europees Parlement slechts advies uit (wetgevingsbevoegdheden). In bepaalde gevallen is volgens het Verdrag raadpleging noodzakelijk vanwege de rechtsgrond en dan kan het voorstel pas wet worden als het Parlement zijn advies heeft uitgebracht. In dat geval kan de Raad niet in zijn eentje een besluit nemen.

Het Parlement heeft een politiek initiatiefrecht.

Het kan de Commissie verzoeken om aan de Raad wetgevingsvoorstellen voor te leggen.

Het doet werkelijk mee aan de opstelling van nieuwe wetsteksten want het behandelt het jaarlijkse werkprogramma van de Commissie en geeft aan welke besluiten zinvol zouden zijn.