Goedkeuring

 

Op bepaalde wetgevingsterreinen is de goedkeuring van het Europees Parlement vereist, een bijzondere wetgevingsprocedure op grond van artikel 289, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De goedkeuringsprocedure geeft het Parlement een vetorecht. Het Parlement kan een wetgevingsvoorstel goedkeuren of afwijzen, zonder recht op amendering, en de Raad kan niet voorbijgaan aan het standpunt van het Parlement. De goedkeuringsprocedure is als niet-wetgevingsprocedure van toepassing bij goedkeuring door de Raad van bepaalde internationale overeenkomsten.

 
 

Deze procedure heette vroeger instemmingsprocedure. Die was ingevoerd bij de Europese Akte van 1986 en gold voor associatieovereenkomsten en overeenkomsten inzake toetreding tot de Europese Unie. Het toepassingsgebied is met de achtereenvolgende verdragswijzigingen gaandeweg steeds verder uitgebreid.

Als niet-wetgevingsprocedure is de procedure van toepassing bij de ratificatie van bepaalde overeenkomsten die de Europese Unie wil sluiten. Zij wordt met name toegepast in geval van een ernstige schending van de grondrechten als bedoeld in artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en bij toetreding van nieuwe lidstaten of ingeval een lidstaat zich uit de Unie wil terugtrekken.

Als wetgevingsprocedure is zij van toepassing bij de vaststelling van nieuwe wetgeving tegen discriminatie. Bovendien heeft het Parlement dankzij deze procedure vetorecht in geval van optreden van de Unie op basis van de algemene rechtsgrondslag van artikel 352 VWEU.

Zie ook:
 
 
 
Tools