Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is opgesteld door een Conventie, bestaande uit leden van de Europese instellingen, vertegenwoordigers van de nationale parlementen, juristen, academici en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld. Het Handvest is in december 2000 door de Europese Raad van Nice goedgekeurd als aanbeveling en referentietekst. De tekst vormt een aanvulling op het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, waartoe de Raad van Europa het initiatief had genomen.
Het Handvest is niet opgenomen in het Verdrag van Lissabon, maar is er simpelweg in de vorm van een verklaring aan toegevoegd.
Het Handvest beoogt alleen de grondrechten van personen te beschermen tegen regelgeving van de instellingen van de Unie en van de lidstaten wanneer zij de Verdragen van de Unie toepassen.
Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie bevat in één enkele tekst, en voor het eerst in de geschiedenis van de Europese Unie, alle burgerlijke, politieke, economische en sociale rechten van de Europese burger en alle personen die op het grondgebied van de Unie verblijven.
In de preambule van het Handvest staat: "(...) vestigt de Unie haar grondslag op de ondeelbare en universele waarden van menselijke waardigheid en van vrijheid, gelijkheid en solidariteit; zij berust op het beginsel van de democratie en het beginsel van de rechtsstaat. Zij stelt de mens centraal in haar optreden door het burgerschap van de Unie in te stellen en een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid tot stand te brengen."
In het Handvest zijn de rechten in zes hoofdstukken ondergebracht (Waardigheid, Vrijheden, Gelijkheid, Solidariteit, Burgerschap, Rechtspleging). In het zevende hoofdstuk zijn de algemene bepalingen neergelegd.
Teneinde het universaliteitsbeginsel te waarborgen gelden de in het Handvest vermelde rechten voor het leeuwendeel voor iedereen, ongeacht nationaliteit of woonplaats. Het Handvest beoogt alleen de grondrechten van personen te beschermen tegen regelgeving van de instellingen van de Unie en van de lidstaten wanneer zij de Verdragen van de Unie toepassen.
Toen de lidstaten van de Europese Unie het idee opvatten om een Handvest van de grondrechten op te stellen, hebben zij de status ervan niet vastgelegd. Deze kwestie zou in een later stadium, na de definitieve goedkeuring van het Handvest, worden behandeld. Het was daarbij de vraag of het Handvest in de Verdragen moest worden geïntegreerd, waardoor het voor de lidstaten en de EU-instellingen een bindende juridische waarde zou krijgen.
Het Verdrag van Lissabon verleent het Handvest van de grondrechten bindende rechtskracht voor 25 lidstaten, aangezien het Verenigd Koninkrijk en Polen van de toepassing ervan zijn vrijgesteld.
In het Verdrag van Lissabon is bepaald dat de Unie zal toetreden tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Het Verdrag van Lissabon verschaft de rechtsgrondslag voor deze toetreding, die van nu af aan vergemakkelijkt wordt doordat er één enkele rechtspersoonlijkheid aan de Europese Unie is toegekend. Deze toetreding stelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg in staat te controleren of de regelgeving van de Unie in overeenstemming is met het EVRM. Dit zal er eveneens toe bijdragen dat de bescherming van de grondrechten binnen de Unie wordt versterkt.