De Europese Ombudsman

De Europese Ombudsman verricht onderzoek naar gevallen van wanbeheer bij instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Europese Unie, hetzij op eigen initiatief, hetzij op basis van klachten die hem door burgers van de Unie zijn voorgelegd. De Ombudsman wordt door het Parlement voor de duur van de zittingsperiode benoemd.

Rechtsgrond

Artikelen 20, 24 en 228 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 43 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Doelstellingen

Het ambt van Europese Ombudsman, dat werd ingesteld bij het Verdrag van Maastricht (1992) als een element van het Europees burgerschap, heeft tot doel:

  • de burgers beter te beschermen tegen wanbeheer van de instellingen en organen van de Unie;
  • daardoor de transparantie van en democratische controle op de besluitvorming en het bestuur van de EU-instellingen te versterken.

Resultaten

Zoals bepaald in het Verdrag, heeft het Parlement het statuut en de taken van de Ombudsman, na raadpleging van de Commissie en met goedkeuring van de Raad, omschreven in een besluit van 9 maart 1994 (PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15), gewijzigd bij de besluiten van het Parlement van 14 maart 2002 (PB L 92 van 9.4.2002, blz. 13) en van 18 juni 2008 (PB L 189 van 17.7.2008, blz. 25). De Ombudsman heeft vervolgens zelf de uitvoeringsbepalingen van dit besluit vastgesteld. Verder heeft het Parlement in de artikelen 219 t/m 221 van zijn Reglement de procedures voor de benoeming en het ontslag van de Ombudsman neergelegd.

a.Statuut

1.Benoeming
a.Vereisten:

De Ombudsman

  • is in eigen land bevoegd tot uitoefening van de hoogste rechterlijke functies of beschikt over de benodigde bekwaamheid en ervaring voor de uitoefening van het ambt van ombudsman;
  • biedt alle waarborgen voor onafhankelijkheid.
b.Procedure

De kandidaturen worden toegezonden aan de Commissie verzoekschriften van het Parlement, die beslist over hun ontvankelijkheid. Vervolgens wordt een lijst van ontvankelijke kandidaten aan het Parlement ter goedkeuring voorgelegd. De stemming is geheim en geschiedt bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

2.Mandaat
a.Duur

De Ombudsman wordt na elke Europese verkiezing door het Parlement voor de duur van de zittingsperiode benoemd. Hij of zij is herkiesbaar.

b.Verplichtingen

De Ombudsman

  • oefent zijn ambt volkomen onafhankelijk uit in het belang van de Unie en haar burgers;
  • vraagt noch aanvaardt instructies van enige instelling of instantie;
  • onthoudt zich van handelingen die onverenigbaar zijn met het karakter van zijn ambt;
  • mag geen andere politieke, bestuurlijke of beroepswerkzaamheden, al dan niet tegen beloning, verrichten.
3.Ontheffing uit het ambt

Op verzoek van het Parlement kan de Ombudsman door het Hof van Justitie uit zijn ambt worden ontheven als hij niet meer voldoet aan de eisen voor de uitoefening van zijn ambt of op ernstige wijze tekort is geschoten.

b.Rol

1.Werkingssfeer

De Ombudsman behandelt gevallen van wanbeheer bij instellingen en organen van de Unie. Bij de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is het mandaat van de Ombudsman uitgebreid met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de activiteiten van de Europese Raad.

a.Wanbeheer kan bestaan uit administratieve onregelmatigheden, discriminatie, machtsmisbruik, weigering informatie te verstrekken, ongerechtvaardigde vertragingen, enz.
b.Uitzonderingen

Uitgesloten zijn:

  • het optreden van het Hof van Justitie, het Gerecht van eerste aanleg en het Gerecht voor ambtenarenzaken bij de uitoefening van hun gerechtelijke taak;
  • klachten tegen lokale, regionale of nationale overheden, zelfs als deze klachten betrekking hebben op EU-kwesties;
  • activiteiten van nationale rechtbanken of ombudsmannen: tegen besluiten van deze instanties kan niet in beroep worden gegaan bij de Europese Ombudsman;
  • zaken waarbij niet eerst de aangewezen procedure voor het indienen van een klacht bij de betrokken organisatie is gevolgd;
  • zaken die betrekking hebben op de arbeidsbetrekkingen tussen de instellingen en organen van de Unie en hun personeelsleden, tenzij de interne mogelijkheden voor het indienen van een verzoek of klacht zijn uitgeput;
  • klachten tegen bedrijven of particulieren.
2.Verwijzingen

Overeenkomstig zijn functie verricht de Ombudsman het door hem gerechtvaardigd geachte onderzoek op eigen initiatief dan wel op basis van klachten die hem rechtstreeks of via een lid van het Parlement door een burger van de Unie of een natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat zijn voorgelegd, behalve wanneer de aangevoerde feiten het voorwerp van een gerechtelijke procedure uitmaken of uitgemaakt hebben.

3.Enquêtebevoegdheden

De Ombudsman kan om informatie vragen bij

  • de instellingen en organen, die gehouden zijn hem de gevraagde informatie te verstrekken en inzage te verlenen in de desbetreffende stukken, behalve wanneer zij met redenen omklede motieven van geheimhouding hebben;
  • de ambtenaren en andere personeelsleden van die instellingen en organen, die moeten getuigen als de Ombudsman hen daarom verzoekt, maar die gebonden blijven door het beroepsgeheim;
  • de autoriteiten van de lidstaten, die gehouden zijn alle gevraagde informatie te verstrekken, tenzij dat bij wet of regelgeving is verboden, hoewel ook in zo'n geval de Ombudsman van die informatie kennis kan nemen als hij zich ertoe verbindt de inhoud niet te verspreiden.

Indien hij de gevraagde bijstand niet krijgt, deelt de Ombudsman dit mee aan het Europees Parlement, dat de nodige stappen onderneemt. De Ombudsman kan, met inachtneming van de toepasselijke nationale wetgeving, ook samenwerken met zijn ambtgenoten in de lidstaten. Indien het echter gaat om feiten die zijns inziens onder het strafrecht vallen, brengt de Ombudsman de bevoegde nationale autoriteiten, alsook het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), hiervan onverwijld op de hoogte. Indien nodig informeert de Ombudsman ook de EU-instelling waartoe de betrokken ambtenaar of het betrokken personeelslid behoort.

4.Resultaten van het onderzoek

De Ombudsman tracht zoveel mogelijk met de betrokken instelling of het betrokken orgaan tot een oplossing te komen die de indiener van de klacht genoegdoening verschaft. Indien de Ombudsman een geval van wanbeheer ontdekt, wendt hij zich tot de betrokken instelling of het betrokken orgaan, dat drie maanden de tijd heeft om haar of zijn opvattingen kenbaar te maken. Vervolgens dient hij bij het Parlement en de betrokken instelling of het betrokken orgaan een verslag in over het resultaat van zijn onderzoek. Tot slot brengt hij de indiener van de klacht op de hoogte van het resultaat van het onderzoek, van het advies van de betrokken instelling of het betrokken orgaan en van zijn eigen aanbevelingen.

c.Administratieve werking

De Ombudsman beschikt over een secretariaat waarvan het personeel is onderworpen aan de regels die gelden voor ambtenaren en andere personeelsleden van de EU. Hij benoemt het hoofd van het secretariaat.

d.Activiteiten

De eerste Ombudsman, Jacob Söderman, bekleedde die functie gedurende twee ambtsperioden, van juli 1995 tot 31 maart 2003. Tijdens zijn ambtstermijn werd de Code van goed administratief gedrag door het Parlement goedgekeurd (in 2001). Dit is een procedurele code die rekening houdt met de beginselen van het Europees bestuursrecht zoals vervat in de jurisprudentie van het Hof van Justitie, en die ook op nationale wetgeving voortborduurt. Wanneer de Europese Ombudsman onderzoekt of er sprake is van wanbeheer, valt hij terug op de bepalingen van deze code om zijn controletaken uit te oefenen. De code geldt ook als gids en als informatiebron voor de ambtenaren, die ertoe worden aangezet op administratief gebied de hoogste normen in acht te nemen.

Nikiforos Diamandouros was Europees Ombudsman vanaf april 2003. Op 14 maart 2013 nam hij ontslag, dat inging op 1 oktober 2013. Op 11 juli 2006 diende de Ombudsman een voorstel voor aanpassing van zijn statuut in, dat door de Commissie verzoekschriften, het Parlement en de Raad werd ondersteund. Het statuut werd gewijzigd om de rol van de Ombudsman te versterken en te verduidelijken, bijvoorbeeld wat betreft de toegang tot documenten en het doorgeven van informatie aan OLAF, indien een zaak onder de bevoegdheden van dit bureau valt.

De voormalige Ierse ombudsman, Emily O'Reilly, werd tijdens de vergaderperiode van juli 2013 door het Europees Parlement verkozen en trad aan als Europees Ombudsman op 1 oktober 2013. Zij gaf een grotere zichtbaarheid aan de rol van Ombudsman, door bijzondere aandacht te besteden aan kwesties die de burgers nauw aan het hart liggen, zoals een grotere transparantie inzake lobbyen, deskundigengroepen, EU-agentschappen (Frontex) en internationale onderhandelingen (TTIP), alsook een betere regeling inzake klokkenluiden en het Europese burgerinitiatief. Na de Europese parlementsverkiezingen van 2014 werd zij in haar ambt bevestigd voor een bijkomende termijn van vijf jaar, tijdens dewelke zij zich wil inzetten voor de verdere tenuitvoerlegging van haar strategie „Naar 2019”, die gericht is op „Effect, Relevantie en Zichtbaarheid”.

De rol van het Europees Parlement

Hoewel de Europese Ombudsman zijn ambt geheel onafhankelijk uitoefent, is hij toch een ombudsman van het Parlement. Om die reden is artikel 228 van het VWEU opgenomen in de afdeling van Hoofdstuk 1 die betrekking heeft op het Europees Parlement. De Ombudsman staat in nauw contact met het Parlement, dat de exclusieve bevoegdheid heeft om hem te benoemen of het Hof van Justitie om zijn ontslag te verzoeken, zijn taken regelt, hem helpt bij zijn onderzoeken en zijn verslagen ontvangt. Ieder jaar stelt de Commissie verzoekschriften op basis van het Reglement (artikel 220 en bijlagen VI, X, en XVII) een verslag op over het jaarverslag over de activiteiten van de Ombudsman. In haar verslagen heeft de Commissie verzoekschriften herhaaldelijk benadrukt dat de EU-instellingen ten volle met de Europese Ombudsman moeten samenwerken om de transparantie en verantwoordingsplicht binnen de Europese Unie te verbeteren, met name door de aanbevelingen van de Ombudsman ten uitvoer te leggen. In zijn recente resolutie van 25 februari 2016 over het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2014 verwelkomt en steunt het Parlement ten volle dat de Ombudsman meer gebruik maakt van de bevoegdheid om op eigen initiatief strategische onderzoeken te openen. Het Parlement wijst erop dat de klachten vooral handelen over kwesties rond transparantie (toegang tot document, lobbyen, klinische proeven). Andere belangrijke punten zijn grondrechten, ethische kwesties, deelname van burgers aan de EU-besluitvorming, projecten met financiering van de EU en mededingingsbeleid. Het Parlement verwelkomt met name de onderzoeken van de Ombudsman naar belangenconflicten, draaideurpraktijken” waarbij hooggeplaatste EU-ambtenaren betrokken zijn, lobbyactiviteiten en deskundigengroepen, TTIP, Frontex, klokkenluiders en het functioneren van het Europees burgerinitiatief , en verzoekt de EU-instellingen gevolg te geven aan de aanbevelingen van de Ombudsman.

Ottavio Marzocchi

10/2017