Gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek

De Europese Unie heeft een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) ingevoerd teneinde het verzamelen, ontwikkelen en publiceren van geharmoniseerde statistieken voor de regio's mogelijk te maken. Dit hiërarchisch systeem staat voorts ten dienste van sociaaleconomische analyses van de regio's en de inpassing van interventies in het kader van het cohesiebeleid van de EU.

Rechtsgrond

Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003. Deze verordening is diverse malen gewijzigd (in 2005, 2008 en 2013) naar aanleiding van de toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU. Daarnaast zijn de bijlagen diverse malen gewijzigd door middel van verordeningen van de Commissie; de meest recente actualisering werd op 1 januari 2016 van kracht en heeft voornamelijk betrekking op de administratieve territoriale indeling van Portugal.

Doelstellingen

Statistieken voor de regio's vormen een essentieel onderdeel van het Europees statistisch systeem en liggen ten grondslag aan de bepaling van regionale indicatoren. De aard ervan werd aan het begin van de jaren zeventig vastgesteld op grond van onderhandelingen tussen de nationale bureaus voor de statistiek van de lidstaten en Eurostat, het Bureau voor de statistiek van de Europese Gemeenschappen.

Gebruikers van statistieken vragen steeds meer om harmonisatie op Europees niveau om in de gehele EU over vergelijkbare gegevens te kunnen beschikken. Om het verzamelen, doorgeven en publiceren van geharmoniseerde statistieken voor de regio's mogelijk te maken heeft de EU de NUTS-nomenclatuur opgesteld.

Het enkelvoudige juridische kader dat bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 is ingesteld, waarborgt de stabiliteit van de statistieken voor de regio's. Bij deze verordening is tevens een gemeenschappelijke procedure voor toekomstige wijzigingen vastgesteld.

Structuur

De NUTS-nomenclatuur deelt het economische grondgebied van de lidstaten op, met inbegrip van hun extraregionale gebied. Dit gebied bestaat uit delen van het economische grondgebied die niet bij een bepaalde regio kunnen worden ondergebracht, te weten het nationale luchtruim, de territoriale wateren en het continentaal plat, territoriale enclaves (ambassades, consulaten en militaire bases) en de in de internationale wateren buiten het continentaal plat gelegen aardolie- en aardgasvelden die door ingezeten eenheden worden geëxploiteerd.

Voor vergelijkbare statistieken voor de regio's zijn geografische zones van een vergelijkbare bevolkingsomvang nodig. Verder moet er rekening worden gehouden met de politieke, bestuurlijke en institutionele situatie. In voorkomend geval moeten niet-bestuurlijke eenheden ook economische, sociale, historische, culturele, geografische of milieuomstandigheden reflecteren.

De NUTS-classificatie hanteert een hiërarchische onderverdeling van elke lidstaat in drie niveaus: NUTS 1, NUTS 2 en NUTS 3. Het tweede en derde niveau zijn respectievelijk een verdere onderverdeling van het eerste en het tweede niveau. Lidstaten mogen deze hiërarchie verder uitbreiden door het NUTS-niveau 3 verder onder te verdelen.

Werking

a.Definitie

De in de lidstaten bestaande bestuurlijke eenheden vormen het eerste criterium voor de omschrijving van „territoriale eenheden”. Een bestuurlijke eenheid wordt gedefinieerd als een geografisch gebied met een bestuursorgaan dat bevoegd is om voor dat gebied bestuurlijke of beleidsbeslissingen te nemen binnen het juridische en institutionele kader van de betrokken lidstaat.

De bestaande bestuurlijke eenheden die voor de hiërarchische NUTS-nomenclatuur worden gebruikt, worden opgesomd in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1059/2003. Hier volgen enkele voorbeelden:

1.NUTS 1: de „gewesten/régions” in België; de „Länder” in Duitsland; de „Continente”, „Região dos Açores” en „Região da Madeira” in Portugal; „Scotland, Wales, Northern Ireland” en „Government Office Regions of England” in het Verenigd Koninkrijk.
2.NUTS 2: de „provincies/provinces” in België; de „comunidades y ciudades autónomas” in Spanje; de „régions” in Frankrijk; de „Länder” in Oostenrijk.
3.NUTS 3: de „amtskommuner” in Denemarken; de „départements” in Frankrijk; de „län” in Zweden; de „megyék” in Hongarije; de „kraje” in Tsjechië; de „oblasti” in Bulgarije.

b.Drempelwaarde

Het NUTS-niveau van een bestuurlijke eenheid wordt bepaald op grond van het inwoneraantal:

Niveau Minimaal Maximaal
NUTS 1: 3 miljoen 7 miljoen
NUTS 2: 800 000 3 miljoen
NUTS 3: 150 000 800 000

Indien de bevolking van een hele lidstaat voor een bepaald NUTS-niveau onder de minimumdrempel ligt, wordt deze lidstaat voor dit NUTS-niveau als één territoriale eenheid beschouwd.

Indien in een lidstaat voor een bepaald niveau van de nomenclatuur geen bestuurlijke eenheden van passende omvang bestaan, wordt dit niveau gevormd door samenvoeging van een passend aantal bestaande kleinere aansluitende bestuurlijke eenheden. De aldus ontstane eenheden worden „niet-bestuurlijke eenheden” genoemd.

c.Amendementen

Wijzigingen in de NUTS-nomenclatuur kunnen in de tweede helft van het kalenderjaar worden vastgesteld. Deze wijzigingen mogen echter niet vaker dan eens in de drie jaar worden aangebracht. De lidstaten informeren de Commissie over alle wijzigingen in de bestuurlijke eenheden of andere wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de NUTS-nomenclatuur (bijvoorbeeld wijzigingen in de samenstelling die de grenzen voor het NUTS-niveau 3 kunnen beïnvloeden).

Wijzigingen in kleine bestuurlijke eenheden worden beschouwd als wijzigingen in de NUTS-nomenclatuur indien meer dan 1% van de bevolking van de desbetreffende NUTS 3-eenheid wordt getransfereerd.

Bij niet-bestuurlijke eenheden in een lidstaat zijn wijzigingen in de NUTS-nomenclatuur mogelijk indien de standaardafwijking ten opzichte van de bevolkingsomvang hierdoor voor alle territoriale eenheden van de EU op het betreffende NUTS-niveau kleiner wordt.

Rol van het Europees Parlement

In aansluiting op zijn rol bij de toetsing van de door de Commissie voorgestelde wijzigingen in de nomenclatuur heeft het Parlement er herhaaldelijk op gewezen dat bepaalde elementen bijzondere aandacht verdienen, zoals de behandeling van kleinere bestuurlijke eenheden. Met een NUTS-niveau voor kleinere bestuurlijke eenheden zouden de werkelijke omstandigheden accurater kunnen worden weergegeven en zouden anomalieën, zoals de indeling van regionale eenheden met een zeer uiteenlopende bevolkingsdichtheid in eenzelfde NUTS-niveau, kunnen worden vermeden.

In zijn resolutie van 21 oktober 2008 over governance en partnerschap op nationaal en regionaal niveau en als basis voor projecten op het gebied van regionaal beleid[1] heeft het Parlement de Commissie verzocht om na te gaan welk NUTS-niveau zich het beste leent om te bepalen op welk terrein een geïntegreerd beleid voor territoriale ontwikkeling optimaal kan worden toegepast, onder meer op terreinen als de inrichting van woon- en werkgebieden (stedelijke en voorstedelijke gebieden en de daaraan grenzende plattelandsgebieden) en de inrichting van gebieden die om een specifieke thematische aanpak vragen (zoals berggebieden, stroomgebieden van rivieren, kustgebieden, insulaire regio's en ecologisch aangetaste gebieden).

[1]PB C 15 E van 21.1.2010, blz. 10.

Diána Haase

11/2017