« Sinds het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) in 1999 werd ingevoerd, heeft het de Europese Unie in staat gesteld te tonen dat zij in de wereld doeltreffend en nuttig kan optreden. De Unie heeft meer dan twintig civiele en militaire missies verricht, en aldus bijgedragen tot de stabiliteit en de vredeshandhaving in de Balkan, de zuidelijke Kaukasus, Afrika, het Midden-Oosten en Azië.
Maar een Europees beleid kan pas echt legitiem zijn, d.w.z. begrepen, aanvaard en zelfs gewenst door de burgers van de lidstaten, wanneer het Europees Parlement bij de besluitvorming wordt betrokken.
Voor mij bestaat de rol van de Subcommissie veiligheid en defensie er precies in de ontwikkelingen van het GVDB te volgen, zowel wat de institutionele aspecten en operationele aspecten als wat de capaciteit betreft, en ervoor te zorgen dat de discussie over defensie en veiligheidskwesties niet beperkt blijft tot een deskundigendebat, maar dat ook rekening wordt gehouden met de bekommernissen van de Europese burgers. »
Arnaud Danjean