1. het analyseren en evalueren van de omvang van de georganiseerde misdaad, corruptie en het witwassen van geld, en de impact daarvan op de Europese Unie en de lidstaten, en het voorstellen van adequate maatregelen om de Europese Unie in staat te stellen deze bedreigingen af te wenden of te pareren, zowel op internationaal, Europees als nationaal niveau;
2. het analyseren en evalueren van de huidige uitvoering van EU-wetgeving inzake georganiseerde misdaad, corruptie en het witwassen van geld en verwante beleidsterreinen, om ervoor te zorgen dat de wetgeving en het beleid van de EU gebaseerd zijn op bewijs en geschraagd worden door de beste beschikbare dreigingsanalyses, alsmede het controleren van de verenigbaarheid daarvan met de grondrechten in overeenstemming met artikelen 2 en 6 van het Verdrag inzake de Europese Unie, en met name de rechten die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de beginselen die ten grondslag liggen aan het externe optreden van de Europese Unie, in het bijzonder de beginselen als neergelegd in artikel 21 van het Verdrag;
3. het onderzoeken en toetsen van de uitvoering van de rol en de activiteiten van de EU-agentschappen op het gebied van binnenlandse zaken (zoals Europol, COSI en Eurojust), die zich bezighouden met kwesties op het gebied van georganiseerde misdaad, corruptie en het witwassen van geld, en daaraan gerelateerd veiligheidsbeleid;
4. het aanpakken van de problemen waarvan melding werd gemaakt in zijn resolutie van 25 oktober 2011 over georganiseerde criminaliteit in de Europese Unie, met name paragraaf 151, en in zijn resolutie van 15 september 2011 over de inspanningen van de EU om corruptie te bestrijden;
5. met het oog daarop, het leggen van de nodige contacten met, het bezoeken van en het houden van hoorzittingen met de instellingen van de EU en internationale, Europese en nationale instellingen, nationale parlementen en regeringen van de lidstaten en derde landen, vertegenwoordigers van de wetenschappelijke wereld, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld, alsmede actoren in het veld, slachtofferorganisaties, ambtenaren die betrokken zijn bij de dagelijkse strijd tegen georganiseerde misdaad, corruptie en het witwassen van geld, zoals wetshandhavingsinstanties, rechters en magistraten, en actoren uit het maatschappelijk middenveld die zich inzetten voor een cultuur van legaliteit op moeilijke terreinen.