Procedure : 2014/2041(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0003/2014

Ingediende teksten :

A8-0003/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/09/2014 - 9.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0016

VERSLAG     
PDF 183kWORD 98k
11.9.2014
PE 536.167v02-00 A8-0003/2014

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/000 TA 2014 – Technische bijstand op initiatief van de Commissie)

(COM(2014)0366 – C8‑0031/2014 – 2014/2041(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Liadh Ní Riada

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/000 TA 2014 – Technische bijstand op initiatief van de Commissie)

(COM(2014)0366 – C8‑0031/2014 – 2014/2041(BUD))

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0366 – C8‑0031/2014),

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 28-29 juni 2012 over het Pact voor groei en banen,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 7-8 februari 2013,

–       gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–       gezien het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 2 december 2013 betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–       gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–       gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0003/2014),

A.     overwegende dat de Europese Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, dramatisch verergerd door de economische, financiële en sociale crisis, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.     overwegende dat het beschikbaar te stellen bedrag van 330 000 EUR voor technische bijstand in 2014 dat wordt voorgesteld door de Commissie lager is dan het maximum van 0,5% van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG (150 miljoen EUR in prijzen van 2011), zoals vastgelegd in artikel 11, lid 1, van de EFG-verordening;

C.     overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers adequaat moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 2 december 2013 wat betreft het nemen van besluiten om gebruik te maken van het EFG;

D.     overwegende dat uit de bevindingen van de interne audit van de Commissie blijkt dat de functies van de EFG-gegevensbank verbeterd en gegarandeerd moeten worden, waarvoor externe deskundigheid nodig is;

E.     overwegende dat op initiatief van de Commissie maximaal 0,5% van het jaarlijks bedrag voor het EFG gebruikt kan worden voor technische bijstand ter financiering van de voorbereiding van, het toezicht op, de gegevensverzameling voor, het creëren van een kennisbasis, administratieve en technische bijstand, informatie- en communicatieactiviteiten alsook boekhoudkundige controle en evaluatiewerkzaamheden die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de EFG-verordening, zoals bepaald in artikel 11, lid 1, van die verordening; overwegende dat de technische bijstand het verstrekken van informatie en richtsnoeren aan de lidstaten voor het gebruik van, het toezicht op en de evaluatie van het EFG, alsook aan de Europese en nationale sociale partners, omvat, zoals bepaald in artikel 11, lid 4, van de EFG-verordening;

F.     overwegende dat de technische bijstand in 2014 aanzienlijk verlaagd is ten opzichte van het voorgaande jaar, mede vanwege het feit dat er geen evaluaties gefinancierd hoeven te worden;

G.     overwegende dat de Commissie krachtens artikel 12, lid 2, van de EFG-verordening verplicht is een internetsite op te zetten, beschikbaar in alle talen van de Unie, ter verstrekking en verspreiding van informatie over toepassingen, waarbij de rol van de begrotingsautoriteit wordt benadrukt;

H.     overwegende dat de eindfase van de ex-post evaluatie van het EFG (2007-2013) plaatsvond in 2013;

I.      overwegende dat de Commissie op grond van deze artikelen heeft verzocht middelen uit het EFG ter beschikking te stellen om uitgaven te dekken in verband met technische bijstand om toe te zien op de ontvangen en betaalde aanvragen en op de voorgestelde en geïmplementeerde maatregelen, de website uit te breiden en nieuwe onderdelen in alle talen van de Unie te vertalen, het EFG meer zichtbaarheid te geven, publicaties en audiovisuele middelen te produceren, een kennisbasis tot stand te brengen, aan de lidstaten en regionale overheden administratieve en technische bijstand te verlenen, en voor 2014 niet om middelen voor evaluaties heeft verzocht;

J.      overwegende dat het aantal EFG-dossiers dat tot nu toe is afgehandeld zorgt voor een aanzienlijke hoeveelheid kwalitatieve en kwantitatieve gegevens over de effecten van het EFG op de inzetbaarheid van werknemers die gedwongen zijn ontslagen ten gevolge van de globalisering en de financiële en economische crisis;

K.     overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria die zijn vastgelegd in de EFG-verordening;

L.     overwegende dat de kosten voor informatieactiviteiten in 2014 aanzienlijk zijn gedaald;

M.    overwegende dat de EFG-werkgroepen regelmatig hebben gewezen op de noodzaak om de zichtbaarheid van het EFG te verbeteren als EU-instrument voor solidariteit met werknemers die gedwongen zijn ontslagen;

N.     overwegende dat voorbereidingen worden getroffen voor de integratie van het EFG in het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014);

O.     overwegende dat de technische bijstand die de Commissie aan de lidstaten verleent het gebruik van het EFG ondersteunt en verbetert, door informatie te bieden over de aanvragen en door beste praktijken onder de lidstaten te verspreiden;

1.      stemt ermee in dat de door de Commissie voorgestelde maatregelen gefinancierd worden als technische bijstand, in overeenstemming met artikel 11, leden 1 en 4, en artikel 12, leden 2, 3 en 4, van de EFG-verordening;

2.      herinnert aan het belang van netwerken en informatie-uitwisseling inzake het EFG; steunt daarom de financiering van de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG evenals andere netwerkactiviteiten tussen lidstaten, met inbegrip van het dit jaar georganiseerde netwerkseminar over de implementatie van het EFG voor mensen uit de beroepspraktijk; benadrukt dat het nodig is het contact verder te versterken tussen alle betrokkenen bij EFG-aanvragen, waaronder met name de sociale partners en de belanghebbenden op regionaal en lokaal niveau, om zo veel mogelijk synergieën tot stand te brengen;

3.      wijst erop dat de kosten voor informatieactiviteiten in 2014 aanzienlijk zijn gedaald; benadrukt dat dit geen nadelige gevolgen mag hebben voor de productie en toereikende distributie van informatiemateriaal en voor het bieden van de nodige ondersteuning inzake de nieuwe EFG-verordening in het eerste jaar na de inwerkingtreding daarvan;

4.      moedigt de Commissie aan om haar werkzaamheden in verband met de gestandaardiseerde procedures voor vereenvoudigde toepassingen, een snellere verwerking van de aanvragen en betere verslaglegging verder te intensiveren teneinde de administratieve lasten voor de lidstaten te verlichten; moedigt de Commissie aan om het EFG bij verdere acties meer zichtbaarheid te geven;

5.      onderstreept het belang van het geven van meer bekendheid en zichtbaarheid aan het EFG; herinnert de lidstaten die aanvragen indienen aan hun taak om bekendheid te geven aan de acties die met het EFG worden gefinancierd en zich daarbij te richten tot de beoogde begunstigden, de autoriteiten, de sociale partners, de media en het grote publiek, zoals bepaald in artikel 12 van de EFG-verordening;

6.      neemt er nota van dat de Commissie een kleine gedrukte oplage alsook een onlinepublicatie van de evaluatie achteraf van het EFG ter beschikking zal stellen;

7.      verwelkomt het feit dat de eindfase van de ex-post evaluatie van het EFG (2007-2013) plaatsvond in 2013; roept op tot een tijdige publicatie van de definitieve evaluatie, overeenkomstig de termijn zoals vastgesteld in de voorgaande EFG-verordening (Verordening (EG) nr. 1927/2006);

8.      vraagt de medewetgevers bijzondere bepalingen in te voeren om de terbeschikkingstelling van middelen uit het EFG te vereenvoudigen in lidstaten die te maken hebben met ernstige sociale, economische en financiële beperkingen;

9.      neemt kennis van het feit dat de Commissie reeds in 2011 is begonnen met de voorbereidingen voor de invoering van het elektronisch aanvraagformulier en gestandaardiseerde procedures voor vereenvoudigde aanvragen, een snellere verwerking van de aanvragen en een betere verslaglegging; neemt verder kennis van de voorbereidingen om het EFG te integreren in het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014); verzoekt de Commissie om aan te geven welke vooruitgang is geboekt dankzij het gebruik van de technische bijstand tussen 2011 en 2013;

10.    betreurt ten zeerste dat de Commissie de doeltreffendheid van het gebruik van het "crisisafwijking"-criterium niet naar behoren geanalyseerd heeft, met name gezien het feit dat deze EFG-gevallen niet naar behoren zijn onderzocht in het kader van de evaluatie van het EFG; betreurt echter dat de resultaten te laat zijn gekomen om bij te dragen aan de discussie over de nieuwe verordening voor het EFG voor de periode 2014-2020, met name wat de doeltreffendheid van het gebruik van het "crisisafwijking"-criterium betreft; is nog steeds van mening dat dit in aanmerking moet worden genomen bij de toekomstige evaluatie van het EFG; vraagt de medewetgevers te overwegen om deze maatregel onverwijld weer in te voeren, met name in de context van de sociale noodgevallen in verschillende lidstaten;

11.    herinnert aan het belang van netwerken en informatie-uitwisseling inzake het EFG, met name inzake de bepalingen van de nieuwe EFG-verordening; steunt daarom de financiering van de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG; roept de Commissie op het Parlement uit te nodigen voor de vergaderingen en seminars van de Deskundigengroep, overeenkomstig de relevante bepalingen van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie(4); onderstreept verder het belang van het onderhouden van contact met alle partijen die betrokken zijn bij de EFG-aanvragen, waaronder de sociale partners;

12.    moedigt de lidstaten aan om de uitwisseling van best practices te benutten en met name te leren van de ervaringen van die lidstaten en regionale en lokale autoriteiten die reeds nationale informatienetwerken op het gebied van het EFG hebben opgezet, waarbij sociale partners en belanghebbenden op lokaal en regionaal niveau zijn betrokken, teneinde over een goede structuur voor steunverlening te beschikken als zich een situatie voordoet die binnen het toepassingsgebied van het EFG valt; wijst erop dat steun met autonomie en toegankelijkheid op regionaal niveau moet worden aangemoedigd teneinde een bottom-up ethos te bewerkstellingen en plaatselijke oplossingen op regionaal niveau mogelijk te maken als zich een situatie voordoet die binnen het toepassingsgebied van het EFG valt;

13.    verzoekt de lidstaten en alle betrokken instellingen de nodige inspanningen te leveren om de procedurele en begrotingsregelingen te verbeteren teneinde de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen; wijst in dit opzicht op de verbeterde procedure die de Commissie heeft aangenomen naar aanleiding van het verzoek van het Parlement voor het versnellen van de toekenning van subsidies, met als doel de begrotingsautoriteit de beoordeling door de Commissie van de subsidiabiliteit van een EFG-aanvraag voor te leggen samen met het voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG; neemt nota van de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening, die meer doelmatigheid, transparantie, rekenschap en zichtbaarheid van het EFG mogelijk zal maken;

14.    is ervan overtuigd dat het van wezenlijk belang is om de uitgaven van de Unie streng te controleren, uitgaande van kosteneffectiviteit; verzoekt de Commissie duidelijk aan te geven wat de toegevoegde waarde is, in de vorm van tastbare resultaten, van het creëren van een afzonderlijke begrotingslijn voor het EFG;

15.    is verheugd over het feit dat de doelstellingen van en de criteria voor de EFG-verordening in december 2013 zijn uitgebreid teneinde aanvragen van landen met een lagere bevolkingsdichtheid te integreren en te vergemakkelijken; betreurt ten zeerste dat dit een uitzondering is en beperkt is tot maximaal 15% van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG, en dat terwijl deze regio ' s veel zwaarder te lijden hebben onder de wereldwijde sociale, financiële en economische crisis;

16.    is verheugd over het feit dat het toepassingsgebied van het fonds is uitgebreid wat de in aanmerking komende begunstigden betreft, met name zelfstandigen en de door het EFG medegefinancierde verlening van gepersonaliseerde diensten aan een aantal NEET ' s jonger dan 25 jaar of, als de lidstaten dat beslissen, jonger dan 30 jaar; is echter van mening dat het fonds doelmatiger zou zijn en veel meer effect zou ressorteren als de algemene drempel op 200 werknemers werd vastgesteld in plaats van 500;

17.    benadrukt dat nu de doelstellingen, criteria en in aanmerking komende begunstigden van het EFG zijn uitgebreid, de beschikbare vastleggings- en betalingskredieten voor het EFG moeten worden verhoogd tot ten minste het niveau van 2013, d.w.z. 500 miljoen EUR, hetgeen volledig strookt met de beleidsprioriteiten die de Unie heeft vastgesteld met betrekking tot de bevordering van investeren in groei en werkgelegenheid; herinnert de Raad er voorts aan dat het Parlement van mening is dat in het kader van de herziening van het MFK moet worden overwogen om het EFG, overeenkomstig het beginsel van eenheid van de begroting, op te nemen in de begroting van de Unie;

18.    hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

19.    verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

20.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

PB L 304 van 20.11.10, blz. 47.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/000 TA 2014 – Technische bijstand op initiatief van de Commissie)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 11, lid 2,

Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees fonds voor aanpassing van de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de in Verordening (EG) nr. 546/2009(4) behandelde wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)      Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden.

(3)      Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1309/2013 kan op initiatief van de Commissie maximum 0,5% van het jaarlijks maximumbedrag voor het EFG voor technische bijstand worden gebruikt. Bijgevolg stelt de Commissie voor om een bedrag van 330 000 EUR beschikbaar te stellen.

(4)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld voor technische bijstand op initiatief van de Commissie,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 wordt een bedrag van 330 000 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De voorzitter                                                 De voorzitter

(1)

             PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

             PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

              PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

             PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26.


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1) (thans vervangen door het IIA van 2 december 2013) en van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1927/2006(2) (thans vervangen door Verordening nr. 1309/2013) moeten de uitgaven van het EFG binnen een jaarlijks maximum van 500 miljoen EUR blijven, welk geld afkomstig is uit marges onder het totale uitgavenmaximum van het voorgaande jaar en/of uit geannuleerde vastleggingskredieten van de voorgaande twee jaren, met uitzondering van de kredieten voor rubriek 1b.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(3) en van artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1309/2013(4) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds nu niet meer dan 150 miljoen EUR (prijzen van 2011) bedragen. De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(5) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II. Het voorstel van de Commissie

Op 24 juni 2014 heeft de Commissie een nieuw voorstel gedaan voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG.

Het betreft de beschikbaarstelling van 330 000 EUR uit het fonds, voor technische bijstand voor de Commissie. De technische bijstand is gericht op de financiering van monitoring, informatie, de totstandbrenging van een kennisbasis/interface en de verstrekking van advies aan de lidstaten in verband met het gebruik, de opvolging en de evaluatie van het EFG. In artikel 11, lid 1, van de EFG-verordening wordt bepaald dat op initiatief van de Commissie jaarlijks maximaal 0,5% van het EFG (d.w.z. 750 000 EUR in prijzen van 2011) kan worden gebruikt voor technische bijstand.

Volgens het voorstel van de Commissie dient het gevraagde bedrag in 2014 ter dekking van de volgende activiteiten:

Monitoring: de Commissie zal de gegevens over ontvangen en betaalde aanvragen, alsook over de voorgestelde en uitgevoerde maatregelen blijven verzamelen, en het "Statistical Portrait of the EGF" actualiseren en publiceren. Voortbouwend op het voorbereidende werk dat in vorige jaren werd verricht, kan de Commissie dat grotendeels met de normale administratieve middelen realiseren. Wel zal een beroep moeten worden gedaan op enige externe deskundigheid om de functies van de EFG-gegevensbank overeenkomstig de bevindingen van de interne audit van de Commissie te verbeteren en te garanderen. De kosten van al deze activiteiten worden op 20 000 EUR geraamd.

Informatie: de EFG-website(6), die de Commissie heeft gecreëerd binnen haar website Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie, en die zij overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 moet bijhouden, zal geregeld worden geactualiseerd en uitgebreid, en elk nieuw element zal ook in alle EU-talen worden vertaald. Er zal informatie over de nieuwe EFG-verordening worden opgesteld en van de EFG-ex-postevaluatie zullen een kleine gedrukte oplage en een onlinepublicatie ter beschikking worden gesteld. De algemene bekendheid en de zichtbaarheid van het EFG zullen worden bevorderd. Het EFG zal in diverse publicaties van de Commissie en audiovisuele activiteiten aan bod komen. De kosten van al deze activiteiten worden op 20 000 EUR geraamd.

Totstandbrenging van een kennisbasis: de Commissie werkt voort aan de invoering van een elektronisch aanvraagformulier en gestandaardiseerde procedures voor EFG-aanvragen, waardoor aanvragen in het kader van de nieuwe verordening kunnen worden vereenvoudigd en sneller kunnen worden verwerkt, en waardoor verslagen voor allerlei doeleinden gemakkelijker kunnen worden opgesteld. Om de administratieve lasten voor de lidstaten te beperken, worden de modellen voor de eindverslagen ook verder gestandaardiseerd. De kosten van deze activiteiten worden op 100 000 EUR geraamd.

Administratieve en technische bijstand: de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG, die is samengesteld uit één lid per lidstaat, zal twee vergaderingen houden, waarvan de totale kosten op 70 000 EUR worden geraamd.

Daarnaast zal de Commissie netwerking tussen de lidstaten organiseren, met rond dezelfde data twee seminars van EFG-uitvoeringsorganen in de lidstaten, waarbij de nadruk zal worden gelegd op de interpretatie van de nieuwe EFG-verordening, met name wat de mogelijke integratie van NEET's in de maatregelen betreft. De kosten van deze activiteiten worden op 120 000 EUR geraamd.

Evaluatie: voor evaluaties zullen in 2014 geen middelen moeten worden uitgetrokken. In 2015 zal een overheidsopdracht voor de tussentijdse evaluatie worden gepubliceerd, teneinde de evaluatie overeenkomstig artikel 20, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 uiterlijk op 30 juni 2017 af te sluiten.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 330 000 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) en de betalingskredieten (04 0401) naar de EFG-begrotingslijn (04 01 04 04).

Dit is het vijfde voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2014 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG de trialoogprocedure ingeleid.

Conform een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

V. Standpunt van de rapporteur

De rapporteur stemt ermee in dat de door de Commissie voorgestelde maatregelen gefinancierd worden als technische bijstand. Ze is van mening dat deze maatregelen de aanvraagprocedure zullen helpen vereenvoudigen en zullen zorgen voor betere toegang tot de relevante gegevens.

Ze steunt met name de voorgestelde maatregelen voor de uitwisseling van kennis en informatie via de EFG-website en via deskundigengroepen en netwerken op lokaal, regionaal en nationaal die, in combinatie met een beter overzicht van de werking van het EFG, zullen leiden tot een efficiëntere tenuitvoerlegging van EFG-maatregelen in de toekomst.

De rapporteur is zeer verheugd over het feit dat het toepassingsgebied van het EFG is uitgebreid wat de in aanmerking komende begunstigden betreft, met name zelfstandigen en de door het EFG medegefinancierde verlening van gepersonaliseerde diensten aan een aantal NEET's (jongeren zonder scholing, werk of stage) jonger dan 25 jaar of, als de lidstaten dat beslissen, jonger dan 30 jaar, hetgeen een verdere rechtvaardiging is om meer middelen voor het EFG uit te trekken.

De rapporteur pleit voor meer steun, met autonomie en toegankelijkheid op regionaal niveau, die plaatselijke oplossingen op regionaal niveau mogelijk maakt als zich een situatie voordoet die binnen het toepassingsgebied van het EFG valt;

De rapporteur is verheugd over het feit dat de doelstellingen van en de criteria voor het EFG zijn uitgebreid teneinde aanvragen van landen met een lagere bevolkingsdichtheid te integreren en te vergemakkelijken; wel betreurt de rapporteur dat deze maatregel een uitzondering vormt en meent zij dat er een hoger jaarlijks maximum moet worden vastgesteld. Ook is zij van mening dat de drempel van 500 werknemers moet worden verlaagd tot 200 om de toegang tot het fonds te bevorderen.

De rapporteur benadrukt dat de kredieten voor het EFG ten minste tot het vorige niveau van 500 miljoen EUR moeten worden verhoogd, in het bijzonder aangezien het toepassingsgebied van het fonds is uitgebreid naar aanleiding van de politieke prioriteiten die de EU heeft vastgesteld. Bovendien is de rapporteur van mening dat het, met het oog op transparantie en verantwoording en in overeenstemming met het beginsel van eenheid van de begroting, uitermate belangrijk is de integratie van het EFG in de EU-begroting te bevorderen.

De rapporteur benadrukt met name dat het dringend noodzakelijk is het "crisisafwijking"-criterium opnieuw in te voeren en bijzondere bepalingen op te nemen om de terbeschikkingstelling van middelen uit het EFG te vereenvoudigen voor lidstaten die te maken hebben met ernstige sociale, economische en financiële beperkingen.

De rapporteur beveelt aan te zorgen voor betere contacten tussen alle betrokkenen bij EFG-aanvragen en roept de lidstaten op een reeks aanvullende maatregelen op lokaal, regionaal en nationaal niveau te nemen om ervoor te zorgen dat enerzijds voldoende steun aan de werknemers wordt verleend en anderzijds passende wettelijke bepalingen van kracht zijn om oneigenlijk gebruik van het EFG te voorkomen.

(1)

 PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

(2)

           PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(3)

           PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(4)

           PB L 347 van 30.12.2013, blz. 855.

(5)

            PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(6)

http://ec.europa.eu/egf


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/ch D(2014)39257

De heer M. Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2014/000 – Technische bijstand 2014 (COM(2014)366 final)

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2014/000 – Technische bijstand 2014 onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het Fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling op de helling te willen zetten.

Bij haar beraadslagingen is de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken uitgegaan van de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat het beschikbaar te stellen bedrag van 330 000 EUR voor technische bijstand in 2014 dat de Commissie voorstelt, lager is dan het maximum van 0,5% van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG (150 miljoen EUR in prijzen van 2011), zoals vastgelegd in artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening);

B)  overwegende dat uit de bevindingen van de interne audit van de Commissie blijkt dat de functies van de EFG-gegevensbank verbeterd en gegarandeerd moeten worden, waarvoor externe deskundigheid nodig is;

C)  overwegende dat de technische bijstand in 2014 aanzienlijk verlaagd is ten opzichte van het voorgaande jaar, mede vanwege het feit dat er geen evaluaties gefinancierd hoeven te worden;

D)  overwegende dat de eindfase van de ex-post evaluatie van het EFG (2007-2013) plaatsvond in 2013;

E)  overwegende dat het aantal EFG-dossiers dat tot nu toe is afgehandeld een aanzienlijk aantal kwalitatieve en kwantitatieve gegevens heeft opgeleverd over de invloed van het EFG wat betreft de vraag in hoeverre werknemers die door de globalisering of de financiële en economische crisis op straat zijn komen te staan, weer aan werk kunnen worden geholpen;

F)  overwegende dat de kosten voor informatieactiviteiten in 2014 aanzienlijk zijn gedaald;

G)  overwegende dat de werkgroep EFG regelmatig heeft gewezen op de noodzaak om de zichtbaarheid van het EFG te verbeteren als EU-instrument voor solidariteit met werknemers die gedwongen zijn ontslagen;

H)  overwegende dat voorbereidingen worden getroffen voor de integratie van het EFG in het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014);

I)  overwegende dat de technische bijstand die de Commissie aan de lidstaten verleent de gebruikmaking van het EFG ondersteunt en bevordert door middel van voorlichting over de toepassingen ervan en door onder de lidstaten optimale werkmethodes te verspreiden.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor technische bijstand door de Commissie op te nemen:

1.  stemt ermee in dat de door de Commissie voorgestelde maatregelen gefinancierd worden als technische bijstand, in overeenstemming met artikel 11, leden 1 en 4, en artikel 12, leden 2, 3 en 4, van de EFG-verordening;

2.  wijst erop dat de kosten voor informatieactiviteiten in 2014 aanzienlijk zijn gedaald; benadrukt dat dit geen nadelige gevolgen mag hebben voor de productie en toereikende distributie van informatiemateriaal en voor het bieden van de nodige ondersteuning inzake de nieuwe EFG-verordening in het eerste jaar na de inwerkingtreding daarvan;

3.  onderstreept het belang van het geven van meer bekendheid en zichtbaarheid aan het EFG; herinnert de lidstaten die aanvragen indienen aan hun taak om bekendheid te geven aan de acties die met het EFG worden gefinancierd en zich daarbij te richten tot de beoogde begunstigden, de autoriteiten, de sociale partners, de media en het grote publiek, zoals bepaald in artikel 12 van de verordening;

4.  is ingenomen met het feit dat de eindfase van de ex-post evaluatie van het EFG (2007-2013) plaatsvond in 2013; roept op tot een tijdige publicatie van de definitieve evaluatie, overeenkomstig de termijn zoals vastgesteld in de voorgaande EFG-verordening (Verordening (EG) nr. 1927/2006);

5.  neemt kennis van het feit dat de Commissie reeds in 2011 is begonnen met de voorbereidingen voor de invoering van het elektronisch aanvraagformulier en gestandaardiseerde procedures voor vereenvoudigde aanvragen, een snellere verwerking van de aanvragen en een betere verslaglegging; neemt verder kennis van de voorbereidingen om het EFG te integreren in het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014); verzoekt de Commissie om aan te geven welke vooruitgang is geboekt dankzij het gebruik van de technische bijstand tussen 2011 en 2013;

6.  herinnert aan het belang van netwerken en informatie-uitwisseling inzake het EFG, met name inzake de bepalingen van de nieuwe verordening; steunt daarom de financiering van de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG; roept de Commissie op het Parlement uit te nodigen voor de vergaderingen en seminars van de Deskundigengroep, overeenkomstig de relevante bepalingen van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie(1); onderstreept verder het belang van het onderhouden van contact met alle partijen die betrokken zijn bij de EFG-aanvragen, waaronder de sociale partners.

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG,

Waarnemend voorzitter, eerste ondervoorzitter

(1)

PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.9.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Richard Ashworth, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Esteban González Pons, Heidi Hautala, Iris Hoffmann, Kaja Kallas, Bernd Kölmel, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Liadh Ní Riada, Jan Marian Olbrycht, Pina Picierno, Pedro Silva Pereira, Patricija Šulin, Paul Tang, Indrek Tarand, Marco Valli, Monika Vana, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georgios Kyrtsos, Giovanni La Via, Janusz Lewandowski, Ivan Štefanec, Anders Primdahl Vistisen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Albert Deß

Juridische mededeling