Procedure : 2013/0436(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0060/2014

Ingediende teksten :

A8-0060/2014

Debatten :

PV 27/04/2015 - 20
CRE 27/04/2015 - 20

Stemmingen :

PV 28/04/2015 - 7.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0105

VERSLAG     ***I
PDF 623kWORD 422k
11.12.2014
PE 537.183v02-00 A8-0060/2014

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2187/2005, (EG) nr. 1967/2006, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 2347/2002 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1434/98 in samenhang met de aanlandingsplicht

(COM(2013)0889 – C7‑0465/2013 – 2013/0436(COD))

Commissie visserij

Rapporteur: Alain Cadec

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2187/2005, (EG) nr. 1967/2006, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 2347/2002 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1434/98 in samenhang met de aanlandingsplicht

(COM(2013)0889 – C7‑0465/2013 – 2013/0436(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0889),

–       gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0465/2013),

–       gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 29 april 2014(1),

–       gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie visserij (A8-0060/2014),

1.      stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.      verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2187/2005, (EG) nr. 1967/2006, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 2347/2002 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1434/98 in samenhang met de aanlandingsplicht

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2187/2005, (EG) nr. 1967/2006, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 2347/2002, (EG) nr. 1224/2009 en (EU) nr. 1380/2013 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1434/98 in samenhang met de aanlandingsplicht

Motivering

Volgens de Commissie is het juridisch gezien niet mogelijk om technische maatregelen in welke vorm dan ook op te nemen in regionale teruggooiplannen. Het niet kunnen opnemen van maatregelen zoals veranderingen in maaswijdten of tijdelijke plaatselijke sluitingen ter bescherming van jonge exemplaren brengt een doeltreffende uitvoering van de aanlandingsplicht in gevaar. Met dit amendement wordt gepoogd een oplossing te vinden voor dit scenario door wijzigingen in Verordening (EU) nr. 1380/2013 van de Raad op te nemen.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Een kerndoelstelling van Verordening (EU) nr. [xxxx] is de geleidelijke eliminatie van de teruggooi in alle EU-visserijen middels de invoering van een aanlandingsplicht voor vangsten van soorten waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld en soorten in de Middellandse Zee waarvoor een minimummaat geldt. Om deze aanlandingsplicht in de praktijk te brengen, moeten sommige bepalingen van de vigerende verordeningen inzake technische maatregelen en controle die met de aanlandingsplicht in strijd zijn en vissers ertoe verplichten vis terug te gooien, worden ingetrokken of gewijzigd.

(1) Een kerndoelstelling van Verordening (EU) nr. [xxxx] is de geleidelijke eliminatie van de teruggooi in alle EU-visserijen middels de invoering van een aanlandingsplicht voor vangsten van soorten waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld en soorten in de Middellandse Zee waarvoor een minimummaat geldt. Om deze aanlandingsplicht op 1 januari 2015 in de praktijk te brengen voor de betrokken visserijtakken, moeten sommige bepalingen van de vigerende verordeningen inzake technische maatregelen en controle die met de aanlandingsplicht in strijd zijn en vissers ertoe verplichten vis terug te gooien, worden ingetrokken of gewijzigd.

Motivering

Vanwege de toepassing van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 geldt de aanlandingsplicht voor bepaalde soorten vanaf 1 januari 2015.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) Omdat de eliminatie van de teruggooi geleidelijk wordt ingevoerd, kunnen de nodige wijzigingen van sommige bepalingen van de vigerende verordeningen inzake technische maatregelen en controle ook geleidelijk worden toegepast, mede omdat de geleidelijke toepassing volgens de algemene beginselen van goede wetgeving vaker leidt tot correct opgestelde wetgeving.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter) Teneinde technische instandhoudingsmaatregelen op te nemen in de uitvoering van de regionale teruggooiplannen, dient Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad te worden gewijzigd.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Het wachten is nu op een nieuw raamwerk voor technische maatregelen dat in het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) zal worden ingesteld. Omdat het erg onwaarschijnlijk is dat het nieuwe raamwerk begin 2015, wanneer de aanlandingsplicht voor het eerst wordt ingevoerd, klaar zal zijn, is het passend bepaalde elementen van de vigerende verordeningen inzake technische maatregelen te wijzigen of te schrappen zodat die verordeningen niet langer onverenigbaar zijn met de aanlandingsplicht.

(2) Bepaalde elementen van de vigerende verordeningen inzake technische maatregelen moeten worden gewijzigd of geschrapt zodat die verordeningen niet langer onverenigbaar zijn met de aanlandingsplicht.

Motivering

Hiermee wordt aangegeven dat de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid al is aangenomen.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) De aanlandingsplicht is een fundamentele verandering voor de visserij. 2015 zal dan ook een testjaar worden voor de tenuitvoerlegging ervan. Daaruit moeten lessen worden getrokken met het oog op de tenuitvoerlegging voor de betrokken visserijtakken na 2015.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter) Het is noodzakelijk de huidige formulering van artikel 15, lid 5 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 te verduidelijken. Daarin is sprake van de mogelijkheid om strikt met de uitvoering van de aanlandingsplicht verband houdende technische maatregelen in de teruggooiplannen op te nemen, waardoor de selectiviteit kan worden vergroot en onbedoelde vangsten van mariene organismen zo veel mogelijk kunnen worden beperkt.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quater) De aanlandingsplicht zou als ongewenst effect kunnen hebben dat er activiteiten tot ontwikkeling komen die specifiek gericht zijn op het vangen van ondermaatse mariene organismen om ze aan te wenden voor andere doeleinden dan menselijke consumptie. De ontwikkeling van die parallelle activiteiten moet worden voorkomen.

Motivering

Bepaalde ongewenste effecten van de aanlandingsplicht worden door het Commissievoorstel niet voorkomen. Het is met name verontrustend dat er een parallelle markt voor jonge exemplaren kan ontstaan die in het huidige kader niet te controleren valt.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) In het bijzonder moet, om de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht te garanderen, Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen worden gewijzigd door voor te schrijven dat alle onbedoelde vangsten van onder de aanlandingsplicht vallende mariene organismen die de vastgestelde vangstsamenstellingspercentages overschrijden, worden aangeland en op de quota worden afgeboekt; door de minimummaten bij aanlanding van onder de aanlandingsplicht vallende mariene organismen te vervangen door minimale instandhoudingsreferentiegroottes; en door voor te schrijven dat alle onbedoelde vangsten van mariene organismen die de maximale bijvangstpercentages in specifieke gebieden, in specifieke perioden en voor specifieke types vistuig overschrijden, worden aangeland en op de quota worden afgeboekt.

(3) In het bijzonder moet, om de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht te garanderen voor de soorten waarop die plicht met ingang van 1 januari 2015 van toepassing is, Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen worden gewijzigd door voor te schrijven dat alle onbedoelde vangsten van onder de aanlandingsplicht vallende mariene organismen die de vastgestelde vangstsamenstellingspercentages overschrijden, worden aangeland en op de quota worden afgeboekt; door de minimummaten bij aanlanding van onder de aanlandingsplicht vallende mariene organismen te vervangen door minimale instandhoudingsreferentiegroottes; en door voor te schrijven dat alle onbedoelde vangsten van mariene organismen die de maximale bijvangstpercentages in specifieke gebieden, in specifieke perioden en voor specifieke types vistuig overschrijden, worden aangeland en op de quota worden afgeboekt.

Motivering

Vanwege de toepassing van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 geldt de aanlandingsplicht voor bepaalde soorten vanaf 1 januari 2015.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Voorts moeten, met het oog op de rechtszekerheid, sommige bepalingen met betrekking tot een gebiedssluiting in ICES-sector VIb om jonge schelvis te beschermen, worden gewijzigd.

Schrappen

Motivering

Deze door de Europese Commissie toegevoegde technische maatregel houdt niet rechtstreeks verband met de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht. Daar deze verordening de nauwgezette tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht tot doel heeft, hoort deze technische maatregel hier niet huis. Deze maatregel hoort thuis in het kader van de herziening van de technische maatregelen die de Europese Commissie momenteel voorbereidt.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Om de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht te garanderen, moet Verordening (EG) nr. 254/2002 tot vaststelling van maatregelen voor 2002 voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa) worden gewijzigd door voor te schrijven dat in de trawlvisserij op wijde mantel alle onbedoelde vangsten van onder de aanlandingsplicht vallende mariene organismen die de toegestane bijvangstpercentages overschrijden, worden aangeland en op de quota worden afgeboekt.

Schrappen

Motivering

Dit artikel wordt geschrapt om het in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bepaalde tijdschema voor de geleidelijke invoering van de aanlandingsplicht in acht te nemen. Voor de kabeljauw in de Ierse Zee gaat de aanlandingsplicht immers pas in tussen 2016 en 2019.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Om de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht te garanderen, moet Verordening (EG) nr. 2347/2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften worden gewijzigd door voor te schrijven dat alle vangsten van diepzeesoorten worden aangeland en op de quota worden afgeboekt.

Schrappen

Motivering

Dit artikel wordt geschrapt om het in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bepaalde tijdschema voor de geleidelijke invoering van de aanlandingsplicht in acht te nemen. Voor de diepzeesoorten geldt de aanlandingsplicht immers pas vanaf 2016.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Om de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht te garanderen, moet Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (de "controleverordening ") worden gewijzigd teneinde de monitoring van de aanlandingsplicht te verzekeren. Daartoe dienen vismachtigingen van toepassing te zijn in visserijen waarvoor een aanlandingsplicht geldt; gegevens over de vangsten van alle soorten moeten worden geregistreerd zonder drempelwaarde voor het gewicht; gegevens over vangsten van vis kleiner dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte dienen afzonderlijk te worden geregistreerd; gezien de moeilijkheid om aan boord van een vissersvaartuig de exacte omvang van kleine vangsten vast te stellen, dient voor de ramingen van kleine vangsten in logboeken en aangiften van overlading een grotere tolerantiemarge te gelden; er moeten regels inzake elektronische monitoring op afstand (REM) worden vastgesteld voor de registratie van gegevens ter bewaking van de aanlandingsplicht op zee; er moeten regels inzake de gescheiden opslag van vangsten en de controle op het vermarkten van vis kleiner dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte worden vastgesteld; en de voorwaarden voor het inzetten van met controle belaste waarnemers bij de monitoring moeten worden omschreven.

(10) Om de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht te garanderen, moet Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (de "controleverordening ") worden gewijzigd teneinde de monitoring van de aanlandingsplicht te verzekeren. De vangsten van alle soorten moeten worden geregistreerd vanaf een drempelwaarde voor het gewicht van 50 kg; gegevens over vangsten van vis kleiner dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte dienen afzonderlijk te worden geregistreerd; gezien de moeilijkheid om aan boord van een vissersvaartuig de exacte omvang van kleine vangsten vast te stellen, dient voor de ramingen van kleine vangsten in logboeken en aangiften van overlading een grotere tolerantiemarge te gelden; de bevoegdheden van de lidstaten inzake monitoring en toezicht op de naleving van de aanlandingsplicht op zee moeten worden geëerbiedigd; er moeten regels inzake de gescheiden opslag van vangsten en de controle op het vermarkten van vis kleiner dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte worden vastgesteld; en de voorwaarden voor het inzetten van met controle belaste waarnemers bij de monitoring moeten worden omschreven.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) Het is absoluut noodzakelijk ervoor te zorgen dat de technische en menselijke controlemiddelen verenigbaar zijn met het arbeidsrecht, het portretrecht en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van zeelieden.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Omdat teruggooi een aanzienlijke verspilling vormt en een ongunstig effect heeft op de duurzame exploitatie van de mariene biologische hulpbronnen en mariene ecosystemen, en omdat de algemene naleving van de aanlandingsplicht door de exploitanten cruciaal is voor het succes ervan, moeten schendingen van de aanlandingsplicht als een ernstige inbreuk worden aangemerkt. De invoering van de aanlandingsplicht in combinatie met bepaalde nieuwe regels voor de flexibiliteit van quota tussen de jaren maakt een aanpassing van de regels inzake de verlaging van quota en visserijinspanningen noodzakelijk.

(11) Omdat teruggooi een aanzienlijke verspilling vormt en een ongunstig effect heeft op de duurzame exploitatie van de mariene biologische hulpbronnen en mariene ecosystemen, en omdat de algemene naleving van de aanlandingsplicht door de exploitanten cruciaal is voor het succes ervan, moeten schendingen van de aanlandingsplicht als een ernstige inbreuk worden aangemerkt. Daar dit voor de visserij een fundamentele verandering betekent, moet er echter een aanpassingstermijn van twee jaar worden verleend voordat schendingen van de aanlandingsplicht als ernstige inbreuken worden aangemerkt. De invoering van de aanlandingsplicht in combinatie met bepaalde nieuwe regels voor de flexibiliteit van quota tussen de jaren maakt een aanpassing van de regels inzake de verlaging van quota en visserijinspanningen noodzakelijk.

Motivering

Door de geleidelijke tenuitvoerlegging tegen 2019 krijgen de vissers de kans zich aan te passen.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) De Verordeningen (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2187/2005, (EG) nr. 1967/2006, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 2347/2002 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12) De Verordeningen (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2187/2005, (EG) nr. 1967/2006, (EG) nr. 1098/2007 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

Motivering

De rapporteur stelt voor de wijziging van deze twee verordeningen te schrappen omdat de betrokken soorten niet op 1 januari 2015 maar pas later onder de aanlandingsplicht vallen.

Amendement 17

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk -1 – artikel -1 (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1380/2013

Artikel 15 – lid 5 – letter a

 

Bestaande tekst

Amendement

 

Hoofdstuk -1

 

Basisverordening

 

Artikel -1

 

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1380/2013

 

Verordening (EU) nr. 1380/2013 wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 15, lid 5, letter a, wordt vervangen door:

a) bijzondere bepalingen inzake de visserij of soorten die vallen onder de in lid 1 bedoelde aanlandingsverplichting;

"a) bijzondere bepalingen inzake de visserij of soorten die vallen onder de in lid 1 bedoelde aanlandingsverplichting, zoals de in artikel 7, lid 2, onder a) tot en met e), bedoelde technische maatregelen om de selectiviteit van vistuig te vergroten of ongewenste vangsten terug te dringen en zo veel mogelijk te elimineren;"

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 3 – letter i

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"i) "onbedoelde vangst": incidentele vangst van mariene organismen die in de gegeven omstandigheden niet mogen worden bevist."

"i) "onbedoelde vangst": incidentele vangst van mariene organismen die overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad* aangeland en op de quota afgeboekt moet worden omdat de organismen kleiner zijn dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte of omdat de vangst de toepasselijke vangstsamenstellingsvoorschriften overschrijdt.

 

___________

 

Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22)."

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 4 – lid 4 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"In afwijking van de eerste alinea is aanvoer niet verboden wanneer niet aan de in bijlage X vastgestelde bepalingen kan worden voldaan als gevolg van onbedoelde vangsten van mariene organismen waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is. Die onbedoelde vangsten worden aangeland en op de quota afgeboekt."

"In afwijking van de eerste alinea gelden de voorschriften betreffende de samenstelling van de vangsten in bijlage X bij deze verordening niet voor de visserijtakken die per 1 januari 2015 onder de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 vallen. Onbedoelde vangsten in de betrokken visserijtakken worden aangeland en op de quota afgeboekt."

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 4 – lid 4– letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"In afwijking van de eerste alinea is aanvoer niet verboden wanneer niet aan de in de bijlagen I tot en met V vastgestelde bepalingen kan worden voldaan als gevolg van onbedoelde vangsten van mariene organismen waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is. Die onbedoelde vangsten worden aangeland en op de quota afgeboekt."

"In afwijking van de eerste alinea gelden de voorschriften betreffende de samenstelling van de vangsten in de bijlagen I tot en met V bij deze verordening niet voor de visserijtakken die per 1 januari 2015 onder de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 vallen. Onbedoelde vangsten in de betrokken visserijtakken worden aangeland en op de quota afgeboekt."

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 7 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4) Aan artikel 7, lid 5, wordt de volgende alinea toegevoegd:

Schrappen

"De eerste alinea is niet van toepassing wanneer voor de schaaldieren van de soort Pandalus een aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] geldt. Het is evenwel verboden die schaaldieren te bevissen met netten als bedoeld in de eerste alinea die niet met de in die alinea bedoelde voorzieningen zijn uitgerust. Met dergelijke netten verkregen onbedoelde vangsten worden aangeland en op de quota afgeboekt."

 

Motivering

Deze alinea heeft betrekking op Pandalus, een soort waarop de aanlandingsplicht pas na 2016 van toepassing is.

Amendement 22

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5) Aan artikel 10 wordt de volgende alinea toegevoegd:

Schrappen

"In afwijking van de eerste alinea, onder b), is het aan boord houden en aanvoeren niet verboden wanneer het minimumpercentage aan tweekleppige weekdieren niet kan worden gehaald als gevolg van onbedoelde vangsten van mariene organismen waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is. Die onbedoelde vangsten worden aangeland en op de quota afgeboekt."

 

Motivering

Deze alinea heeft betrekking op demersale visserijtakken, waarop de aanlandingsplicht pas na 2016 van toepassing is.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 11 – lid 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"In afwijking van de eerste alinea, onder a), is het gebruik of het aan boord houden van verankerde kieuwnetten, warnetten of schakels niet verboden wanneer de onder a) gestelde voorwaarde niet kan worden nageleefd als gevolg van onbedoelde vangsten van mariene organismen waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is. Die onbedoelde vangsten worden aangeland en op de quota afgeboekt."

"In afwijking van de eerste alinea, onder a), gelden de voorschriften betreffende de samenstelling van de vangsten in de bijlagen VI en VII bij deze verordening niet voor de visserijtakken die per 1 januari 2015 onder de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 vallen. Onbedoelde vangsten in de betrokken visserijtakken worden aangeland en op de quota afgeboekt."

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 15 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Alvorens zij tijdens een gegeven visreis in enig beheersgebied beginnen te vissen, dragen de kapiteins van vissersvaartuigen er zorg voor dat zij voor visbestanden waarvoor vangstbeperkingen gelden, over quota beschikken die toereikend zijn om de tijdens die visreis te verwachten vangstsamenstelling en de toegestane percentages te dekken."

Schrappen

Motivering

De kapiteins van vaartuigen kunnen er niet zorg voor dragen dat zij over quota beschikken die toereikend zijn om de tijdens hun reis te verwachten vangstsamenstelling te dekken. Vanwege de aard van de visserijactiviteit vallen nu eenmaal onmogelijk voorspellingen te doen over het volume dat tijdens een zeereis zal worden gevangen.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 19 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Ondermaatse mariene organismen die behoren tot soorten waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is, worden aan boord gehouden, aangeland en op de quota afgeboekt. Zij worden niet voor menselijke consumptie verkocht, uitgestald of te koop aangeboden.

2. Ondermaatse mariene organismen die behoren tot soorten waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is, worden aan boord gehouden, aangeland en op de quota afgeboekt. Zij worden niet voor menselijke consumptie verkocht, uitgestald of te koop aangeboden.

 

Zodra deze vangsten aangeland zijn, zijn de lidstaten ervoor verantwoordelijk ze op te slaan of afzetmogelijkheden ervoor te vinden.

Motivering

Gezien het feit dat er grote onzekerheid heerst op de afzetmarkten waar de ondermaatse mariene organismen worden aangeland en dat de kapiteins van de schepen geen enkel voordeel hebben bij die aanlandingen, is het raadzaam om opeenhoping van deze organismen op de kaden te voorkomen en te verduidelijken vanaf welk moment dit probleem in geen geval meer de verantwoordelijkheid van de vissers is.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 19 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. In afwijking van lid 2 mag ondermaatse sardine, ansjovis, horsmakreel en makreel die is gevangen om als levend aas te worden gebruikt, aan boord worden gehouden, op voorwaarde dat ervoor wordt gezorgd dat deze soorten in leven blijven.

Amendement   27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 19 – lid 2 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op sardine, ansjovis, haring, makreel en horsmakreel, voor maximaal 10 % van het levend gewicht van de totale vangsten die van elk van die soorten aan boord worden gehouden.

 

Het percentage ondermaatse sardine, ansjovis, haring, horsmakreel en makreel wordt berekend ten opzichte van het levend gewicht van de totale hoeveelheid mariene organismen die na sortering of bij aanvoer aan boord is.

 

De percentages mogen worden berekend aan de hand van een of meer representatieve monsters. Het maximum van 10 % mag tijdens het overladen, de aanlanding, het vervoer, de opslag, de uitstalling en de verkoop niet worden overschreden.

Amendement   28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 19 – lid 2 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 quater. Voor het verwezenlijken van de doelstelling van artikel 7, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad* zorgen de producentenorganisaties in de overeenkomstig artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1379/2013 door hen ingediende productie- en afzetprogramma’s ervoor dat de aanvoer van de in lid 2 van dit artikel bedoelde ondermaatse mariene organismen niet leidt tot de ontwikkeling van activiteiten die specifiek gericht zijn op het vangen van deze mariene organismen, overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder b), en artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1379/2013.

 

De lidstaten zien er middels controles overeenkomstig artikel 28, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1379/2013 op toe dat de producentenorganisaties de in de eerste alinea van dit lid bedoelde verplichting nakomen.

 

Twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening publiceert de Commissie een studie over het gebruik van en de verschillende afzetmogelijkheden voor ondermaatse mariene organismen.

 

________

 

* Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1).

Amendement   29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 18

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 29 quater

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Artikel 29 quater komt als volgt te luiden:

Schrappen

"Artikel 29 quater

 

Rockall-schelvisbox in ICES-deelgebied VI

 

1. Iedere vorm van visserij, met uitzondering van de visserij met de beug, is verboden in het gebied dat wordt ingesloten door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de onderstaande geografische coördinaten met elkaar verbinden (gemeten volgens het WGS84-coördinatensysteem):

 

– 57°00' NB, 15°00' WL

 

– 57°00' NB, 14°00' WL

 

– 56°30' NB, 14°00' WL

 

– 56°30' NB, 15°00' WL

 

– 57°00' NB, 15°00' WL."

 

Motivering

Deze door de Europese Commissie toegevoegde technische maatregel houdt niet rechtstreeks verband met de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht. Daar deze verordening de nauwgezette tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht tot doel heeft, hoort deze technische maatregel hier niet huis. Deze maatregel hoort thuis in het kader van de herziening van de technische maatregelen die de Europese Commissie momenteel voorbereidt.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 19 – letter a

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 29 quinquies – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer op de in de eerste alinea, onder b), genoemde vis- of schelpdiersoorten de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is, wordt de onder b) gestelde voorwaarde vervangen door de voorwaarde dat die vis- of schelpdiersoorten niet doelgericht worden bevist. Onbedoelde vangsten van dergelijke vissen of schelpdieren worden aangeland en op de quota afgeboekt.

Onbedoelde vangsten van de soorten waarop per 1 januari 2015 de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van toepassing is, worden aangeland en op de quota afgeboekt. Het gericht bevissen van de niet onder b) genoemde soorten is evenwel verboden.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 19 – letter b

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 29 quinquies – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer op de in de eerste alinea, onder b), genoemde vissoorten de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is, wordt de onder b) gestelde voorwaarde vervangen door de voorwaarde dat die vissoorten niet doelgericht worden bevist. Onbedoelde vangsten van dergelijke vis worden aangeland en op de quota afgeboekt.

Onbedoelde vangsten van de soorten waarop per 1 januari 2015 de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van toepassing is, worden aangeland en op de quota afgeboekt. Het gericht bevissen van de niet onder b) genoemde soorten is evenwel verboden.

Amendement 32

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 20

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 29 sexies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Wanneer op de in de eerste alinea, onder b), genoemde vissoorten de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is, wordt de onder b) gestelde voorwaarde vervangen door de voorwaarde dat die vissoorten niet doelgericht worden bevist. Onbedoelde vangsten van dergelijke vis worden aangeland en op de quota afgeboekt."

"Onbedoelde vangsten van de soorten waarop per 1 januari 2015 de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van toepassing is, worden aangeland en op de quota afgeboekt. Het gericht bevissen van de niet onder b) genoemde soorten is evenwel verboden."

Motivering

De wetgever wil de aanlandingsplicht geleidelijk laten ingaan. Bijgevolg moet rekening worden gehouden met het tijdschema in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en mogen alleen de soorten worden vermeld die vanaf 2015 onder de plicht vallen. De voorgestelde wijziging verandert niets aan de inhoud van de bepalingen in verband met de beperkingen op de visserij op kabeljauw in ICES-deelgebied VII.

Amendement 33

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 21

Verordening (EG) nr. 850/98

Artikel 29 septies – lid 1 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

21) In artikel 29 septies wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:

Schrappen

"1 bis. Wanneer op blauwe leng de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is, is het in lid 1 vastgestelde verbod op het aan boord houden ervan niet van toepassing. Tijdens de periode en in de gebieden die in dat lid worden genoemd, is het bevissen van die soort evenwel verboden. Onbedoelde vangsten van blauwe leng worden aangeland en op de quota afgeboekt."

 

Motivering

Aangezien de wetgever de aanlandingsplicht geleidelijk wil laten ingaan, moet rekening worden gehouden met het tijdschema in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Voor blauwe leng geldt de aanlandingsplicht pas na 2015.

Amendement 34

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 2187/2005

Artikel 2 – letter p

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"p) "onbedoelde vangst": incidentele vangst van mariene organismen die in de gegeven omstandigheden niet mogen worden bevist."

"p) "onbedoelde vangst": incidentele vangst van mariene organismen die overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad* aangeland en op de quota afgeboekt moet worden omdat de organismen kleiner zijn dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte of omdat de vangst de toepasselijke vangstsamenstellingsvoorschriften overschrijdt.

 

___________

 

Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22)."

Amendement 35

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 2187/2005

Artikel 12 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Alvorens zij tijdens een gegeven visreis in enig beheersgebied beginnen te vissen, dragen de kapiteins van alle vissersvaartuigen er zorg voor dat zij voor visbestanden waarvoor vangstbeperkingen gelden, over quota beschikken die toereikend zijn om de te verwachten vangstsamenstelling en de in de bijlagen II en III vastgestelde percentages te dekken.

Schrappen

Motivering

De kapiteins van vaartuigen kunnen er niet zorg voor dragen dat zij over quota beschikken die toereikend zijn om de tijdens hun reis te verwachten vangstsamenstelling te dekken. Vanwege de aard van de visserijactiviteit vallen nu eenmaal onmogelijk voorspellingen te doen over het volume dat tijdens een zeereis zal worden gevangen.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 6 – letter b

Verordening (EG) nr. 2187/2005

Artikel 15 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Ondermaatse mariene organismen die behoren tot soorten waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is, worden aan boord gehouden, aangeland en op de quota afgeboekt. Zij worden niet voor menselijke consumptie verkocht, uitgestald of te koop aangeboden.

3. Wat betreft ondermaatse mariene organismen die behoren tot soorten waarvoor de aanlandingsplicht geldt, is artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van toepassing. Zodra deze vangsten aangeland zijn, zijn de lidstaten ervoor verantwoordelijk ze op te slaan of afzetmogelijkheden ervoor te vinden. Artikel 2, lid 2, onder h), van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en de overeenkomstige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 142/2011 zijn daarop niet van toepassing.

Amendement 37

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 1967/2006

Artikel 2 – punt 18 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"18) "onbedoelde vangst": incidentele vangst van mariene organismen die in de gegeven omstandigheden niet mogen worden bevist."

"18) "onbedoelde vangst": incidentele vangst van mariene organismen die overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad* aangeland en op de quota afgeboekt moet worden omdat de organismen kleiner zijn dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte of omdat de vangst de toepasselijke vangstsamenstellingsvoorschriften overschrijdt.

 

___________

 

Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22)."

Amendement 38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Verordening (EG) nr. 1967/2006

Artikel 15 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onbedoelde vangsten van ondermaatse mariene organismen waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is, worden aan boord gehouden en aangeland. Zij worden niet voor menselijke consumptie verkocht, uitgestald of te koop aangeboden.

Onbedoelde vangsten van ondermaatse mariene organismen waarop per 1 januari 2015 de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van toepassing is, namelijk met pelagisch vistuig gevangen sardine, ansjovis, makreel en horsmakreel, worden aan boord gehouden en aangeland. Zij worden niet voor menselijke consumptie verkocht, uitgestald of te koop aangeboden.

 

Zodra deze vangsten aangeland zijn, zijn de lidstaten ervoor verantwoordelijk ze op te slaan of afzetmogelijkheden ervoor te vinden.

Amendement 39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Verordening (EG) nr. 1967/2006

Artikel 15 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) Lid 3 wordt geschrapt.

Schrappen

Motivering

Punt b) betreft een uitzondering op de minimummaten voor mariene organismen wat betreft jonge sardine die voor menselijke consumptie wordt aangeland. Deze uitzondering geldt slechts in bepaalde afgebakende gevallen, namelijk als de sardine is gevangen met boot- of landzegens en als deze vangsten aan de geldende nationale voorschriften voldoen. Deze uitzondering moet behouden blijven.

Amendement 40

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 1098/2007

Artikel 3 – letter g

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"g) "onbedoelde vangst": incidentele vangst van mariene organismen die in de gegeven omstandigheden niet mogen worden bevist."

"g) "onbedoelde vangst": incidentele vangst van mariene organismen die overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad* aangeland en op de quota afgeboekt moet worden omdat de organismen kleiner zijn dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte of omdat de vangst de toepasselijke vangstsamenstellingsvoorschriften overschrijdt.

 

___________

 

Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22)."

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1– punt 2 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1098/2007

Artikel 8 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis) In artikel 8 wordt lid 3 geschrapt.

Motivering

Het voorstel van de Commissie voor een meersoortenplan voor de Oostzee voorziet in het stopzetten van de zeedagenregeling. Deze wijziging kan reeds worden doorgevoerd met de inwerkingtreding van de omnibus-verordening.

Amendement 42

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 5

Schrappen

Wijziging van Verordening (EG) nr. 254/2002

 

Verordening (EG) nr. 254/2002 wordt als volgt gewijzigd:

 

1) Aan artikel 3, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"In afwijking van de eerste alinea is het aanlanden niet verboden indien niet aan de in die alinea bedoelde voorwaarden kan worden voldaan als gevolg van onbedoelde vangsten van mariene organismen waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is. Die onbedoelde vangsten worden aangeland en op de quota afgeboekt."

 

2) Aan artikel 4 wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"In afwijking van de eerste alinea is het aanlanden niet verboden indien niet aan de in die alinea bedoelde voorwaarden kan worden voldaan als gevolg van onbedoelde vangsten van mariene organismen waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is. Die onbedoelde vangsten worden aangeland en op de quota afgeboekt."

 

Motivering

Dit artikel wordt geschrapt om het in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bepaalde tijdschema voor de geleidelijke invoering van de aanlandingsplicht in acht te nemen. Voor de kabeljauw in de Ierse Zee gaat de aanlandingsplicht immers pas in tussen 2016 en 2019.

Amendement 43

Voorstel voor een verordening

Artikel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 6

Schrappen

Wijziging van Verordening (EG) nr. 2347/2002

 

Verordening (EG) nr. 2347/2002 wordt als volgt gewijzigd:

 

1) Aan artikel 2 wordt het volgende punt f) toegevoegd:

 

“f) "onbedoelde vangst": incidentele vangst van mariene organismen die in de gegeven omstandigheden niet mogen worden bevist."

 

2) In artikel 3, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:

 

"Vissersvaartuigen die niet in het bezit zijn van een diepzeevisdocument, mogen diepzeesoorten niet bevissen dan tot een vangst van 100 kg per visreis. Vangsten van diepzeesoorten door dergelijke vaartuigen die meer dan 100 kg bedragen, worden niet aan boord gehouden, overgeladen of aangeland.

 

In afwijking van de tweede alinea zijn het aan boord houden, overladen en aanlanden niet verboden indien de in die alinea vastgestelde drempelwaarde van 100 kg wordt overschreden als gevolg van onbedoelde vangsten van diepzeesoorten waarop de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx] van toepassing is. Die onbedoelde vangsten worden aangeland en op de quota afgeboekt."

 

Motivering

Dit artikel wordt geschrapt om het in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bepaalde tijdschema voor de geleidelijke invoering van de aanlandingsplicht in acht te nemen. Voor de diepzeesoorten geldt de aanlandingsplicht immers pas vanaf 2016.

Amendement 44

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 1224/2009

Artikel 7 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1) Artikel 7, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

Schrappen

a) Het bepaalde onder e) komt als volgt te luiden:

 

 

“e) vallen onder een aanlandingsplicht in sommige visserijen of in alle visserijen als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EU) nr. [xxxx];"

 

b) Het volgende punt f) wordt ingevoegd:

 

“f) vallen onder andere in de wetgeving van de Unie vastgestelde bepalingen."

 

Motivering

De Commissie verlangt dat vaartuigen waarvan de visserijactiviteiten geheel of gedeeltelijk onder de aanlandingsplicht vallen, een specifieke vismachtiging krijgen voor de naleving van die plicht. Deze machtiging zou bovenop de reeds bestaande machtigingen komen en extra administratieve rompslomp voor de vissers en de lidstaten met zich meebrengen.

Amendement 45

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Verordening (EG) nr. 1224/2009

Artikel 14 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"1. Onverminderd bijzondere bepalingen in de meerjarenplannen, houden kapiteins van vissersvaartuigen van de Unie met een lengte over alles van 10 m of meer een visserijlogboek van hun activiteiten bij, waarin zij met name alle hoeveelheden van elke gevangen en aan boord gehouden soort vermelden."

"1. Onverminderd bijzondere bepalingen in de meerjarenplannen, houden kapiteins van elk vissersvaartuig van de Unie met een lengte over alles van 10 m of meer een visserijlogboek van hun activiteiten bij, waarin zij met name voor elke visreis alle hoeveelheden van elke gevangen en aan boord gehouden soort boven 50 kg equivalent levend gewicht vermelden."

Amendement 46

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – punt 2 – letter c

Verordening (EG) nr. 1224/2009

Artikel 14 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) Lid 3 komt als volgt te luiden:

Schrappen

Voor de in het visserijlogboek vermelde ramingen van de in kilogram uitgedrukte hoeveelheden aan boord gehouden vis geldt een tolerantiemarge van 10 % voor alle soorten. Wanneer voor een of meer soorten de respectieve totale vangst kleiner is dan 50 kilogram, bedraagt de toegestane tolerantiemarge 20 %."

 

Motivering

De Commissie stelt voor de tolerantiemarges te herzien en te verplichten dat alle vangsten in het logboek worden geregistreerd, wat de vissers met extra administratieve lasten zou opzadelen. De registratie van de vangsten in het logboek vanaf 50 kg equivalent levend gewicht, zoals bepaald in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 1224/2009, is adequaat.

Amendement 47

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – punt 2 – letter d

Verordening (EG) nr. 1224/2009

Artikel 14 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d) Lid 4 komt als volgt te luiden:

Schrappen

"4. Kapiteins van vissersvaartuigen van de Unie noteren in hun visserijlogboek ook alle geschatte teruggegooide hoeveelheden voor alle soorten."

 

Motivering

De Commissie stelt voor de verplichting tot registratie in het logboek uit te breiden tot alle aan boord gehouden en momenteel teruggegooide vangst, ongeacht het vangstvolume. Deze wijziging is ongerechtvaardigd in het kader van deze verordening omdat ze niet meteen verband houdt met de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht.

Amendement 48

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – punt 4 – letter c

Verordening (EG) nr. 1224/2009

Artikel 21 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) Lid 3 komt als volgt te luiden:

Schrappen

"Voor de in de aangifte van overlading vermelde ramingen van de in kilogram uitgedrukte hoeveelheden aan boord overgeladen vis geldt een tolerantiemarge van 10 % voor alle soorten. Wanneer voor een of meer soorten de respectieve totale vangst kleiner is dan 50 kilogram, bedraagt de toegestane tolerantiemarge 20 %."

 

Motivering

De registratie van de vangsten in het logboek vanaf 50 kg equivalent levend gewicht, zoals bepaald in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 1224/2009, is adequaat en hoeft dus niet te worden gewijzigd in deze verordening.

Amendement 49

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – punt 6

Verordening (EG) nr. 1224/2009

Artikel 25 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Artikel 25 bis

"Artikel 25 bis

Elektronische monitoring op afstand

Monitoring, controle en registratie van visserijactiviteiten

1. Op vissersvaartuigen die overeenkomstig de wetgeving van de Unie of een besluit van een lidstaat aan elektronische monitoring op afstand worden onderworpen ter bewaking van de bij artikel 15 van Verordening (EU) [xxxx] ingestelde aanlandingsplicht, dient de apparatuur van een systeem voor elektronische monitoring op afstand te zijn geïnstalleerd. Dat systeem garandeert dat te allen tijde gegevens over de visserijactiviteiten en daarmee samenhangende activiteiten, met inbegrip van de verwerking van de vangst, door camera's worden geregistreerd.

1. Met inachtneming van het tijdpad voor de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden gegevens over de visserijactiviteiten en daarmee samenhangende activiteiten, met inbegrip van de verwerking van de vangst, geregistreerd.

2. De in lid 1 bedoelde vissersvaartuigen worden ook uitgerust met:

2. De in lid 1 bedoelde registratie van gegevens gebeurt in overeenstemming met de wetgeving van de Unie of specifieke besluiten van de lidstaten, aan de hand van een transparante vangstdocumentatie en het logboek en:

a) door de bevoegde instanties goedgekeurde verwijderbare informatiedragers waarop alle beelden van de visserijactiviteiten te allen tijde worden bewaard; en op

a) een systeem van een waarnemer aan boord; of

b) aan de systemen voor de bediening van het vistuig en aan de windas of de nettentrommel gekoppelde sensoren die elke beweging in verband met het uitzetten en ophalen van het vistuig registreren.

b) een systeem van inspectie op zee, door een vliegtuig of patrouilleschepen; of

 

c) een systeem voor elektronische monitoring op afstand; of

 

d) een soortgelijk volgsysteem.

 

De onder a) tot en met d) bedoelde systemen eerbiedigen het Unierecht en het nationale recht inzake gegevensbescherming, alsmede het arbeidsrecht, het portretrecht en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken zeelieden.

3. De aan boord van de vissersvaartuigen geïnstalleerde systemen voor elektronische monitoring op afstand functioneren volautomatisch en maken het onmogelijk posities te vervalsen of gegevens manueel te wijzigen.

3. Teneinde nadere voorschriften voor de in lid 2, onder c), van dit artikel bedoelde monitoringsystemen vast te stellen wordt de Commissie ertoe gemachtigd overeenkomstig artikel 119 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

 

a) de vaststelling van voorschriften en gemeenschappelijke criteria waaraan dergelijke systemen voor elektronische monitoring op afstand moeten voldoen;

 

b) de door dergelijke systemen voor elektronische monitoring op afstand te registreren en te verwerken gegevens en de bewaartermijn van de gegevens.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat zij over de technische capaciteit beschikken om de informatie die door het systeem voor elektronische monitoring op afstand wordt aangeleverd, te analyseren en doeltreffend te gebruiken.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat zij over de technische en personele middelen beschikken om de gegevens over de visserijactiviteiten en daarmee samenhangende activiteiten, met inbegrip van de verwerking van de vangst, te analyseren en doeltreffend te gebruiken."

5. De Commissie wordt ertoe gemachtigd overeenkomstig artikel 119 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

 

a) de door de systemen voor elektronische monitoring op afstand te registreren en te verwerken gegevens;

 

b) de verantwoordelijkheden van de kapiteins met betrekking tot de systemen voor elektronische monitoring op afstand;

 

c) de maatregelen die in geval van technisch falen of niet-functioneren van de systemen voor elektronische monitoring op afstand moeten worden genomen;

 

d) de rapportageverplichtingen van de lidstaten met betrekking tot het gebruik van systemen voor elektronische monitoring op afstand.

 

6. De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen nadere regels vast voor:

 

a) de eisen waaraan systemen voor elektronische monitoring op afstand moeten voldoen;

 

b) de specificaties voor systemen voor elektronische monitoring op afstand;

 

c) de door de vlaggenlidstaten vast te stellen controlemaatregelen;

 

d) de toegang van de Commissie tot de gegevens van de systemen voor elektronische monitoring op afstand.

 

Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 119, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure."

 

Amendement 50

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1224/2009

Artikel 49 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Artikel 49 bis

"Artikel 49 bis

Gescheiden opslag van vangsten van exemplaren kleiner dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte

Opslag van vangsten van exemplaren kleiner dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte

1. Alle vangsten van exemplaren kleiner dan de toepasselijke minimale instandhoudingsreferentiegrootte die aan boord van een vissersvaartuig van de Unie worden gehouden, worden per soort in bakken, ruimten of containers opgeslagen, onderscheiden van andere bakken, ruimten of containers.

1. Alle vangsten van exemplaren kleiner dan de toepasselijke minimale instandhoudingsreferentiegrootte die aan boord van een vissersvaartuig van de Unie worden gehouden, worden in bakken, ruimten of containers opgeslagen, onderscheiden van andere bakken, ruimten of containers.

2. Een vissersvaartuig van de Unie mag geen bakken, ruimten of containers aan boord hebben waarin exemplaren kleiner dan de toepasselijke minimale instandhoudingsreferentiegrootte met andere visserijproducten zijn vermengd.

2. Een vissersvaartuig van de Unie mag geen bakken, ruimten of containers aan boord hebben waarin exemplaren kleiner dan de toepasselijke minimale instandhoudingsreferentiegrootte met andere visserijproducten zijn vermengd.

3. De leden 2 en 3 zijn niet van toepassing:

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing:

– wanneer de vangst voor meer dan 80 % bestaat uit niet voor menselijke consumptie gevangen kever en zandspieringen of uit een of meer van de hierna genoemde soorten:

a) wanneer de vangst voor meer dan 80 % bestaat uit één of meer pelagische soorten of soorten uit de industriële visserij zoals gedefinieerd in artikel 15, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

 

b) op vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 m.

– makreel;

 

– haring;

 

– horsmakrelen;

 

– blauwe wijting;

 

– evervis;

 

– ansjovis;

 

– zilversmelt;

 

– sardine;

 

– sprot;

 

– op vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 m, indien de vangsten van exemplaren kleiner dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte zijn gesorteerd en gewogen en in het logboek zijn geregistreerd.

 

4. Met betrekking tot de in lid 3 bedoelde gevallen bewaken de lidstaten de vangstsamenstelling steekproefgewijs."

4. Met betrekking tot de in lid 3 bedoelde gevallen bewaken de lidstaten de vangstsamenstelling steekproefgewijs."

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1– punt 10 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1224/2009

Artikel 59 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 bis) In artikel 59 wordt het volgende lid ingevoegd:

 

"3 bis) In afwijking van artikel 15, lid 11, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mag van vangsten van soorten kleiner dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte door vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 12 m een hoeveelheid van maximaal 30 kg worden verkocht aan plaatselijke geregistreerde kopers of producentenorganisaties voor onmiddellijke menselijke consumptie."

Motivering

Door een uitzondering op het verkoopverbod voor kleine vangsten aan ondermaatse vis (bijv. 30 kg) kunnen belastende inzamelingssystemen voor de kleinschalige kustvisserij (schepen met een lengte van minder dan 12 m) worden vermeden.

Amendement 52

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – punt 19

Verordening (EG) nr. 1224/2009

Artikel 119 bis – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De bevoegdheid tot vaststelling van de in artikel 25 bis, lid 5, bedoelde gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd.

2. De bevoegdheid tot vaststelling van de in artikel 25 bis, lid 5, bedoelde gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [...]*.

 

_____________

 

*PB: Gelieve de datum van inwerkingtreding van deze verordening in te voegen.

Amendement 53

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In afwijking van de tweede alinea zijn de punten 15 en 16 van artikel 7 van toepassing met ingang van 1 januari 2017.

Amendement 54

Voorstel voor een verordening

Bijlage I

Verordening (EG) nr. 850/98

Bijlage XII

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1) Bijlage XII wordt vervangen door:

1) In bijlage XII bij Verordening (EU) nr. 850/98 worden de woorden "minimummaat" en "minimummaten" vervangen door "minimale instandhoudingsreferentiegrootte" en "minimale instandhoudingsreferentiegroottes".

[…]

 

Motivering

Dit amendement is bedoeld om eventuele juridische inconsistenties tussen artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en de verordening inzake technische maatregelen te voorkomen en niet om deze laatste grondig te wijzigen.

Amendement 55

Voorstel voor een verordening

Bijlage II

Verordening (EG) nr. 2187/2005

Bijlage IV

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1) Bijlage IV wordt vervangen door:

1) In bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 2187/2005 worden de woorden "minimummaat" en "minimummaten" vervangen door "minimale instandhoudingsreferentiegrootte" en "minimale instandhoudingsreferentiegroottes".

[…]

 

Motivering

Dit amendement is bedoeld om eventuele juridische inconsistenties tussen artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en de verordening met technische maatregelen voor de Oostzee te voorkomen en niet om deze laatste grondig te wijzigen.

Amendement 56

Voorstel voor een verordening

Bijlage III

Verordening (EG) nr. 1967/2006

Bijlage III

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1) Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 wordt vervangen door:

1) In bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 worden de woorden "minimummaat" en "minimummaten" vervangen door "minimale instandhoudingsreferentiegrootte" en "minimale instandhoudingsreferentiegroottes".

[…]

 

Motivering

Dit amendement is bedoeld om eventuele juridische inconsistenties tussen artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en de verordening met technische maatregelen voor de Middellandse Zee te voorkomen en niet om deze laatste grondig te wijzigen.

(1)

Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.


TOELICHTING

Met de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid die de wetgever tijdens de vorige zittingsperiode heeft aangenomen, zijn fundamentele veranderingen aangebracht in de regels die van toepassing zijn op de visserij. Artikel 15 van de basisverordening betreffende het gemeenschappelijk visserijbeleid legt met name de verplichting op alle vangsten aan te landen. Deze verplichting zal geleidelijk van kracht worden tussen 2015 en 2019.

Bijgevolg moeten de vissers alle onbedoelde vangsten aanlanden die niet in de handel mogen worden gebracht bij gebrek aan quotum of omdat de organismen de minimale instandhoudingsreferentiegrootte niet halen.

Omdat deze aanlandingsplicht indruist tegen verscheidene thans geldende Europese verordeningen, heeft de Commissie een zogenoemde omnibus-verordening voorgesteld om zeven verordeningen tegelijk te wijzigen en ze te laten overeenstemmen met artikel 15 van de basisverordening betreffende het gemeenschappelijk visserijbeleid. De huidige regels verplichten de vissers vangsten die niet in de handel mogen worden gebracht, in zee terug te zetten. Deze tegenstrijdigheid met de aanlandingsplicht moet dan ook worden opgeheven.

De verordeningen die met de omnibus-verordening worden gewijzigd, zijn:

•   Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen;

•   Verordening (EG) nr. 2187/2005 van de Raad betreffende de instandhouding door middel van technische maatregelen van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de Sont;

•   Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee;

•   Verordening (EG) nr. 1098/2007 van de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauwbestanden in de Oostzee en de visserijtakken die deze bestanden exploiteren;

•   Verordening (EG) nr. 254/2002 van de Raad tot vaststelling van maatregelen voor 2002 voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa);

•   Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften; en

•   Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen.

De rapporteur is van mening dat de met de omnibus-verordening ingevoerde wijzigingen strikt moeten worden beperkt tot de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht in de visserijtakken waarop die plicht per 1 januari 2015 van toepassing is, namelijk:

•   de kleine pelagische visserij, d.w.z. de visserij op makreel, haring, horsmakreel, blauwe wijting, evervis, ansjovis, zilvervis, sardine, sprot;

•   de grote pelagische visserij, d.w.z. de visserij op blauwvintonijn, zwaardvis, witte tonijn, grootoogtonijn, en blauwe en witte marlijn;

•   visserij voor industriële doeleinden, waaronder de visserij op lodde, zandspiering en kever;

•   visserij op zalm in de Oostzee;

•   andere dan de hierboven bedoelde visserijbepalende soorten in de Oostzee.

Voor de visserijtakken die na 2015 onder de aanlandingsplicht vallen, moet de wetgeving volgens de rapporteur later worden aangepast, in combinatie met het nieuwe raamwerk van technische maatregelen dat de Commissie over enkele maanden zal voorstellen. In de omnibus-verordening zou derhalve alleen aandacht moeten worden besteed aan het dringende probleem van de tenuitvoerlegging van de aanlandingsplicht voor de visserijtakken die er in 2015 onder vallen. De rapporteur stelt dan ook voor de bepalingen in verband met de andere visserijtakken te schrappen. Hij onderstreept dat 2015 een testjaar zal zijn om te beoordelen welke effecten de toepassing van de aanlandingsplicht heeft.

Voorts stelt de rapporteur vast dat bepaalde door de Commissie voorgestelde wijzingen verder gaan dan een loutere aanpassing aan de aanlandingsplicht. Hij pleit dan ook voor schrapping van de volgende wijzigingen, die thuishoren in technische of controlemaatregelen en geen verband houden met de afstemming van de wetgeving op de aanlandingsplicht:

•   Verordening 850/98, artikel 15, en Verordening 2187/2005, artikel 12: schrapping van de bepalingen dat de kapiteins van vissersvaartuigen over toereikende quota moeten beschikken. Dat is erg vaag en onuitvoerbaar.

•   Verordening 1224/2009, artikel 14: de wijziging in verband met de vermeldingen in het visserijlogboek houdt geen verband met de aanlandingsplicht. De huidige bepalingen moeten worden behouden.

•   Verordening 1224/2009, artikel 25bis: de rapporteur stelt voor dit artikel in verband met elektronische monitoring op afstand te vereenvoudigen door aan te stippen dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de controle en deze dus zelf mogen regelen. De elektronische monitoring op afstand moet niet worden veralgemeend door de omnibus-verordening.

•   Verordening 1224/2009, artikel 49bis: de rapporteur stelt voor te schrappen dat de vangsten van exemplaren kleiner dan de minimale instandhoudingsreferentiegrootte per soort in bakken moeten worden opgeslagen. Deze bepaling is nodeloos ingewikkeld voor de vissers en bovendien niet nodig voor de correcte toepassing van de aanlandingsplicht.

Voorts stelt de Commissie voor de schending van de aanlandingsplicht toe te voegen aan de lijst van ernstige inbreuken die onder Verordening 1224/2009 vallen, en voor die schending bijgevolg de visvergunning met punten toe te passen. De rapporteur is daar niet tegen maar stelt voor deze aanpak geleidelijk te verwezenlijken tegen 2019 om de vissers de tijd te gunnen zich aan te passen.

Ten slotte is de rapporteur van mening dat het Commissievoorstel bepaalde ongewenste effecten van de aanlandingsplicht niet voorkomt. Hij vindt het met name verontrustend dat er een parallelle markt voor jonge exemplaren kan ontstaan die in het huidige kader niet te controleren valt. Hij stelt dan ook voor de verantwoordelijkheid van de producentenorganisaties dienaangaande te vergroten in het kader van de productie- en afzetprogramma's.


PROCEDURE

Titel

Aanlandingsplicht

Document- en procedurenummers

COM(2013)0889 – C7-0465/2013 – 2013/0436(COD)

Datum indiening bij EP

17.12.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

PECH

13.1.2014

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ENVI

13.1.2014

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

ENVI

14.7.2014

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Alain Cadec

22.7.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

3.9.2014

16.10.2014

 

 

Datum goedkeuring

3.12.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, David Coburn, Richard Corbett, Diane Dodds, Linnéa Engström, Ian Hudghton, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Norica Nicolai, Liadh Ní Riada, Ulrike Rodust, Remo Sernagiotto, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas, Ruža Tomašić, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

José Blanco López, Ole Christensen, Ian Duncan, Sylvie Goddyn, Marek Józef Gróbarczyk, Anja Hazekamp, Mike Hookem, Francisco José Millán Mon

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Matt Carthy

Datum indiening

11.12.2014

Juridische mededeling