Procedure : 2014/2181(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0062/2014

Ingediende teksten :

A8-0062/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/12/2014 - 5.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0081

VERSLAG     
PDF 211kWORD 94k
11.12.2014
PE 541.648v02-00 A8-0062/2014

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/006 PL/Fiat Auto Poland S.A., ingediend door Polen)

(COM(2014)0699 – C8‑0243/2014 – 2014/2181(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Jan Olbrycht

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/006 PL/Fiat Auto Poland S.A., ingediend door Polen)

(COM(2014)0699 – C8‑0243/2014 – 2014/2181(BUD))

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0699 – C8‑0243/2014),

–       gezien Verordening (EU) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(1),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–       gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 13,

–       gezien de trialoogprocedure waarin is voorzien in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–       gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–       gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0062/2014),

A. overwegende dat de Europese Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C. overwegende dat de vaststelling van Verordening (EU) nr. 1309/2013(4) vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geschatte kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D. overwegende dat Polen aanvraag EGF/2013/006 PL/Fiat heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 1079 gedwongen ontslagen, waarvan 829 bij Fiat Auto Polen en 250 bij 21 leveranciers en downstreamproducenten en waarbij naar verwachting 777 personen aan de EFG-maatregelen zullen deelnemen, in verband met een daling van productie van de fabriek te Tychy van Fiat Auto Polen S.A. ("Fiat-fabriek te Tychy") in de provincie Silezië, Polen, tijdens de referentieperiode van 21 januari 2013 tot 21 mei 2013;

E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria die zijn vastgelegd in de EFG-verordening;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan is aan de voorwaarden van artikel 2, onder a), van de EFG-verordening en dat Polen bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  merkt op dat de Poolse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage van het EFG op 29 juli 2013 hebben ingediend en tot en met 16 juni 2014 aanvullende informatie hebben verstrekt, en dat de Commissie op 10 november 2014 haar beoordeling ter beschikking heeft gesteld;

3.  is verheugd dat de Poolse autoriteiten op 21 januari 2013 hebben besloten met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers te beginnen teneinde de werknemers snel bijstand te verlenen, ruimschoots vooruitlopend op het besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

4.   merkt op dat de Europese automobielindustrie sinds 2007, toen de Europese productie van personenwagens goed was voor 32,2 % van de wereldwijde productie, marktaandeel heeft verloren en dat dit percentage daalde tot 23,2 % in 2012; wijst er verder op dat de productie van de EU-27 tussen 2011 en 2012 met 7 % is gedaald, terwijl de wereldwijde productie in dezelfde periode met 5,3 % is gestegen; benadrukt dat de situatie op nationaal vlak nog erger was, aangezien het productievolume in 2012 bijna een derde lager was dan in 2011;

5.   is het daarom met de Commissie eens dat de ontslagen in de Fiat-fabriek te Tychy en bij de leveranciers en downstreamproducenten verband houden met door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen; benadrukt dat het effect van de globalisering werd verergerd door de gevolgen van de financiële crisis, waardoor de verkoop van nieuwe personenwagens in de EU tot het laagste niveau is gedaald sinds er gegevens beschikbaar zijn;

6.  merkt op dat de ontslagen bij de Fiat-fabriek te Tychy naar verwachting negatieve gevolgen zullen hebben in de regio, waar de voormalige werknemers van Fiat Auto Poland en zijn leveranciers en downstreamproducenten 10% van alle werklozen in die regio uitmaken;

7.   wijst erop dat de werkloosheid in Silezië sinds 2011 is gestegen; wijst er daarnaast op dat het aantal collectieve ontslagen in de regio tussen 2011 en 2012 bijna is verdubbeld;

8.  wijst erop dat tot op heden voor de automobielsector 21 EFG-aanvragen werden ingediend, waarvan er 12 gebaseerd waren op handelsgerelateerde globalisering en 9 op de wereldwijde financiële en economische crisis;

9.  stelt vast dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening waarvoor medefinanciering wordt aangevraagd, de volgende maatregelen omvat voor de terugkeer van 777 ontslagen werknemers naar de arbeidsmarkt: opleiding en kosten in verband met opleiding, opleiding in ondernemerschap, opleidingsbeurzen, stagebeurzen, stagekosten, bemiddeling, subsidies voor wie zich als zelfstandige vestigt, aanmoedigingspremie voor het aanwerven van werknemers;

10. wijst erop dat de subsidies voor wie zich als zelfstandige vestigt (tot 4 995 EUR) voorwaardelijk zijn en afhangen van het succes van de activiteit als zelfstandige; wijst erop dat deze voorwaardelijkheid deelnemers er niet van mag weerhouden om zich voor deze maatregel aan te melden;

11. merkt op dat de individuele dienstverlening eind 2013 is beëindigd en dat blijkens voorlopige gegevens 269 personen hebben deelgenomen aan 313 verschillende activiteiten in het kader van het pakket, van wie er 219 werk hebben gevonden dankzij de verleende steun;

12. stelt vast dat volgens de voorlopige gegevens de totale kosten van de individuele dienstverlening aanzienlijk lager zijn uitgevallen dan geraamd omdat een geringer aantal werknemers hiervan gebruik heeft gemaakt;

13. onderstreept dat ondanks het feit dat minder werknemers aan de activiteiten hebben deelgenomen dat aanvankelijk gedacht, volgens de voorlopige cijfers nog 85 onder het pakket vallende werknemers bij het arbeidsbureau staan ingeschreven, waaruit blijkt dat de overgrote meerderheid van de bij Fiat Auto Poland ontslagen werknemers werk hebben gevonden;

14. verwelkomt het feit dat de regionale raad voor de werkgelegenheid betrokken was bij het opstellen van de EFG-aanvraag en een belangrijke rol speelde bij de beslissingen over het maatregelenpakket van het project;

15. herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers verbeterd moet worden door aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat; is van mening dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket moet aansluiten bij de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

16. beklemtoont dat overeenkomstig artikel 6 van de EFG-verordening moet worden gewaarborgd dat met middelen uit het EFG de duurzame herintegratie van individuele ontslagen werknemers op de arbeidsmarkt wordt gesteund; benadrukt voorts dat de EFG-steun alleen actieve arbeidsmarktmaatregelen kan medefinancieren die duurzame werkgelegenheid voor de lange termijn opleveren; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

17. juicht het toe dat er o.a. specifieke bemiddelingsmaatregelen zijn voor de groep werknemers van 50 jaar en ouder, die een aanzienlijk deel van de begunstigden omvat; wijst erop dat deze leeftijdsgroep een groter gevaar loopt op langdurige werkloosheid en uitsluiting van de arbeidsmarkt;

18. wijst op het hoge percentage oudere en lager gekwalificeerde werknemers die getroffen zijn door de ontslagen, respectievelijk 18,7% en 62,6% van alle ontslagen werknemers; roept ertoe op dat speciale aandacht besteed wordt aan die twee groepen, onder meer in de vorm van specifieke EFG-maatregelen;

19. wijst erop dat de zes werknemers met chronische gezondheidsproblemen of handicaps mogelijk specifieke behoeften hebben in het kader van een individuele aanpak;

20. verwelkomt het feit dat het beginsel van gelijkheid tussen vrouwen en mannen, alsmede van non-discriminatie, wordt en zal worden toegepast tijdens de verschillende stadia van uitvoering van en toegang tot de EFG-maatregelen;

21. wijst erop dat Fiat Auto Poland op 20 december 2012 een akkoord heeft gesloten met de vakbonden, waarin is bepaald op basis van welke criteria werknemers ontslagen zouden worden, en welke stimulansen werknemers bij vrijwillig ontslag zouden ontvangen.

22. merkt op dat de informatie die is verstrekt over het gecoördineerde pakket van individuele diensten waarvoor EFG-middelen worden aangevraagd, gegevens bevat over de complementariteit met maatregelen die worden gefinancierd uit de structuurfondsen; benadrukt dat de Poolse autoriteiten bevestigen dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslagen een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen, om ervoor te zorgen dat de bestaande verordeningen volledig in acht worden genomen en wordt voorkomen dat door de Unie gefinancierde diensten dubbel worden aangeboden;

23. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

24. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

25. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie samen met de bijlage te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855).


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/006 PL/Fiat Auto Polen S.A. uit Polen)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(1), en met name artikel 12, lid 3,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(2), en met name artikel 23, tweede alinea,

Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(3), en met name artikel 12,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(4), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om hen te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

(2)      Het EFG mag het jaarlijkse maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen van 2011) niet overschrijden, zoals vastgelegd in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013.

(3)      Polen heeft op 29 juli 2013 een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen in verband met gedwongen ontslagen bij Fiat Auto Polen en 21 van zijn leveranciers en downstreamproducenten, en heeft aanvullende informatie tot en met 16 juni 2014 verstrekt. Deze

aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG

overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. Bijgevolg stelt de Commissie voor om een bedrag van 1 259 610 EUR beschikbaar te stellen.

(4)       Er moeten derhalve middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld voor een financiële bijdrage

naar aanleiding van de door Polen ingediende aanvraag,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 wordt een bedrag van 1 259 610 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De voorzitter                                                 De voorzitter

(1)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(4)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die lijden onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1927/2006(2)mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om middelen uit het fonds beschikbaar te stellen als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend voorstel tot overschrijving. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag voor Fiat Polen en het voorstel van de Commissie

Op 10 november 2014 heeft de Commissie een voorstel aangenomen voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Polen, om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te ondersteunen van werknemers die zijn ontslagen bij de productiefaciliteit van Fiat Auto Poland S.A. te Tychy in de regio Silezië, Polen, als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in wereldhandelspatronen.

De aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 1 259 610 EUR uit het EFG voor Polen is de negentiende die in het kader van de begroting 2014 wordt behandeld. De aanvraag heeft betrekking op 829 ontslagen bij de productiefaciliteit van Fiat te Tychy en op 250 ontslagen bij 21 leveranciers en downstreamproducenten tijdens de referentieperiode van 21 januari 2013 tot 21 mei 2013. De aanvraag is gebaseerd op het criterium voor steunverlening van artikel 2, onder a), van de EFG-verordening, dat vereist dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen.

De aanvraag werd op 29 juli 2013 bij de Commissie ingediend. De Commissie heeft besloten dat de aanvraag voldoet aan de in Verordening (EG) nr. 1927/2006, artikel 2, onder a), neergelegde voorwaarden voor het gebruik van het EFG.

Volgens gegevens waar de Poolse autoriteiten naar verwijzen heeft de Europese automobielsector sinds 2007 marktaandeel verloren. In dat jaar was de productie van personenwagens in Europa goed voor 32,2% van de wereldwijde productie. In 2012 was dat nog maar 23,2%. De aanvrager voegt daaraan toe dat de wereldwijde productie tussen 2011 en 2012 steeg met 5,3%, terwijl de productie van de EU-27 in dezelfde periode daalde met 7%. Volgens de Poolse autoriteiten was de situatie op nationaal vlak nog erger, aangezien het productievolume in 2012 bijna een derde lager was dan in 2011.

De Poolse autoriteiten benadrukken verder dat het effect van de globalisering werd verergerd door de gevolgen van de financiële crisis, waardoor de verkoop van nieuwe personenwagens in de EU tot het laagste niveau is gedaald sinds deze verkoop werd genoteerd. Terwijl de vraag naar nieuwe auto's in de EU-27 in 2012 daalde met 8,7%, steeg de wereldwijde verkoop met 5,1%.

De aanvrager wijst op het verband tussen de dalende productie van auto's en het aantal banen bij Fiat Auto Polen. In 2009 had de fabriek in Tychy 6 422 werknemers in dienst en produceerde 606 000 auto's, terwijl de productie in 2012 slechts 361 000 eenheden bedroeg, met 4 882 werknemers. In de periode 2009-2013 daalde de productie met 56%, maar nam het aantal banen met slechts 46% af. Bij Fiat Auto Polen was de afname van het aantal banen daarom minder dramatisch dan de daling van de productie. Dit was mogelijk door de fabriek te laten draaien met een stelsel van twee ploegen in plaats van drie, wat gebruikelijk was. De Poolse autoriteiten hebben Eurostat gegevens verstrekt over de werkgelegenheid in de automobielsector, die voortdurend afneemt.

In de EU-27 werkten eind 2009 12 % minder mensen in de automobielsector dan begin 2008.

Het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening waarvoor medefinanciering wordt aangevraagd, omvat de volgende maatregelen voor de terugkeer van 777 ontslagen werknemers naar de arbeidsmarkt: opleiding en kosten in verband met opleiding, opleiding in ondernemerschap, opleidingsbeurzen, stagebeurzen, stagekosten, bemiddeling, subsidies voor wie zich als zelfstandige vestigt, aanmoedigingspremie voor het aanwerven van werknemers.

Volgens de Poolse autoriteiten vormen de maatregelen die op 21 januari 2013 zijn gestart samen een gecoördineerd pakket van individuele diensten en is hierbij sprake van actieve arbeidsmarktmaatregelen die zijn gericht op de terugkeer van de werknemers op de arbeidsmarkt.

Wat de criteria in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1927/2006 betreft, hebben de Poolse autoriteiten in de aanvraag bevestigd dat:

•   de financiële bijdrage van het EFG niet in de plaats zal komen van maatregelen die krachtens de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van ondernemingen vallen;

•   de maatregelen ten doel hebben steun te verlenen aan individuele werknemers en niet worden gebruikt om ondernemingen of sectoren te herstructureren;

•   de maatregelen geen financiële steun zullen ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie.

Wat de beheers- en controlesystemen betreft, heeft Polen de Commissie meegedeeld dat de financiële bijdrage van het EFG wordt beheerd en gecontroleerd door dezelfde instanties die de financiering het Europees Sociaal Fonds (ESF) beheren en controleren. Het Ministerie van Infrastructuur en Ontwikkeling, en in het bijzonder de dienst voor het Europees Sociaal Fonds, wordt de beheersautoriteit, die instaat voor de implementatie van het EFG. De beheersautoriteit zal een aantal taken overdragen aan de intermediaire instantie, het provinciale arbeidsbureau in Katowice.

De dienst Betalingsautoriteit van het Ministerie van Financiën wordt de betalingsautoriteit.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 1 259 610 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 51).

Dit het negentiende voorstel betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat in 2014 aan de begrotingsautoriteit wordt voorgelegd.

De trialoog over het voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG kan plaatsvinden in een vereenvoudigde vorm, zoals voorzien in artikel 12, lid 5, van de rechtsgrondslag, tenzij het Parlement en de Raad niet tot overeenstemming kunnen komen.

Overeenkomstig een interne afspraak zal de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/ch D(2014)56461

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2013/006 PL/Fiat Auto Poland S.A. (COM(2014)699 final)

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2013/006 PL/Fiat Auto Poland S.A. onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken uitgegaan van de volgende overwegingen:

A) overwegende dat deze aanvraag is gebaseerd op artikel 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1927/2006 ("EFG-verordening") en betrekking heeft op 829 werknemers bij Fiat Auto Poland, actief in de automobielsector, en bij 21 leveranciers, in de Poolse regio Silezië, die zijn ontslagen binnen de referentieperiode die liep van 21 januari 2013 tot 21 mei 2013;

B) overwegende dat de Poolse autoriteiten aanvoeren dat de ontslagen verband houden met de door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, en dat de Europese automobielsector sinds 2007 marktaandeel heeft verloren (in 2007 was de productie van personenwagens in Europa goed voor 32,2% van de wereldwijde productie, terwijl dit in 2012 nog maar 23,2% was);

C) overwegende dat de groep besloot om de productie van het type Panda Classic en van de nieuwe generatie Panda met ingang van januari 2013 te verplaatsen naar Campania in Italië, om in het thuisland werkgelegenheid te genereren;

D) overwegende dat 77,5% van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben, mannen zijn en 22,5% vrouwen; overwegende dat dit allemaal EU-burgers zijn; overwegende dat 78,9% van de werknemers tussen de 25 en 54 jaar oud is en de op een na grootste groep (18,7%) tussen de 55 en 64;

E) overwegende dat zes werknemers met chronische gezondheidsproblemen of handicaps zullen deelnemen aan de maatregelen;

F) overwegende dat de Poolse autoriteiten de negatieve gevolgen benadrukken die de ontslagen bij Fiat Auto Poland hebben in de regio Tychy, waar de voormalige werknemers van Fiat Auto Poland en van de toeleveranciers een tiende van alle werklozen in die regio vertegenwoordigen.

Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Poolse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening van artikel 2, onder a), van Verordening nr. 1927/2006 en dat Polen bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  verwelkomt het feit dat de maatregelen onder meer specifiek gericht zijn op de groep werknemers van 50 jaar en ouder, die een aanzienlijk deel van de begunstigden omvatten; wijst erop dat deze leeftijdsgroep een groter gevaar loopt op langdurige werkloosheid en uitsluiting van de arbeidsmarkt;

3.  wijst erop dat de subsidies voor wie zich als zelfstandige vestigt (tot 4 995 EUR) voorwaardelijk zijn en afhangen van het succes van de activiteit als zelfstandige; wijst erop dat deze voorwaardelijkheid deelnemers er niet van mag weerhouden om zich voor deze maatregel aan te melden;

4.  wijst erop dat de zes werknemers met chronische gezondheidsproblemen of handicaps mogelijk specifieke behoeften hebben in verband met het aanbieden van de individuele dienstverlening;

5.  wijst erop dat Fiat Auto Poland op 20 december 2012 een akkoord heeft gesloten met de vakbonden, waarbij de criteria zijn vastgesteld om vast te stellen welke werknemers ontslagen zouden worden, en de stimulansen zijn bepaald die werknemers zouden ontvangen bij vrijwillig ontslag.

Met bijzondere hoogachting,

Marita ULVSKOG,

Waarnemend voorzitter, eerste ondervoorzitter


BIJLAGE BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

ASP 09 G 205

1047 Brussel

Geachte heer Arthuis,

BetreftBeschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

Drie afzonderlijke Commissievoorstellen voor een besluit om middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen werden voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op een van de komende vergaderingen van de Begrotingscommissie over elk van deze voorstellen verslagen worden goedgekeurd.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006, en in punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer.

-          COM(2014)0630 bevat een voorstel voor een EFG-bijdrage van 1 426 800 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 634 werknemers die zijn ontslagen bij STX Finland Oy te Rauma, Finland.

-          COM(2014)0662 bevat een voorstel voor een EFG-bijdrage van 918 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 760 werknemers die zijn ontslagen bij GAD société anonyme simplifiée, Frankrijk.

-          COM(2014)0672 bevat een voorstel voor een EFG-bijdrage van 1 890 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 608 werknemers die zijn ontslagen bij Whirlpool Europe S.r.l. en vijf leveranciers en downstreamproducenten in Italië.

-          COM(2014)0699 bevat een voorstel voor een EFG-bijdrage van 1 259 610 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 1 079 werknemers die zijn ontslagen bij Fiat Auto Polen en 21 leveranciers in Polen.

-          COM(2014)0701 bevat een voorstel voor een EFG-bijdrage van 25 937 813 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 5 213 werknemers die zijn ontslagen bij Air France in Frankrijk.

-          COM(2014)0702 stelt een EFG-bijdrage voor van 6 444 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 600 werknemers die zijn ontslagen bij Odyssefs Fokas S.A. in Griekenland.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de Commissie regionale ontwikkeling geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van de voornoemde bedragen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Met bijzondere hoogachting,

Iskra MIHAYLOVA


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.12.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Richard Ashworth, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Vladimír Maňka, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Jan Olbrycht, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Marco Valli, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pablo Echenique, Ernest Maragall, Andrey Novakov, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eric Andrieu, Kostas Chrysogonos, Isabella De Monte, Sylvie Guillaume

Juridische mededeling