Procedure : 2014/2183(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0063/2014

Ingediende teksten :

A8-0063/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/12/2014 - 5.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0082

VERSLAG     
PDF 221kWORD 101k
11.12.2014
PE 541.646v02-00 A8-0063/2014

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/013 EL/Odyssefs Fokas, ingediend door Griekenland)

(COM(2014)0702 – C8‑0245/2014 – 2014/2183(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Monika Vana

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/013 EL/Odyssefs Fokas, ingediend door Griekenland)

(COM(2014)0702 – C8‑0245/2014 – 2014/2183(BUD))

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0702 – C8‑0245/2014),

–       gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–       gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13 hiervan,

–       gezien de trialoogprocedure waarin is voorzien in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–       gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–       gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0063/2014),

A.     overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden of die van een wereldwijde economische en financiële crisis, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.     overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.     overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geschatte kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.     overwegende dat de Griekse autoriteiten op 29 juli 2014 aanvraag EGF/2014/013 EL/Odyssefs Fokas hebben ingediend naar aanleiding van het ontslag van 551 werknemers bij Odyssefs Fokas S.A., een onderneming die actief was in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 47 ("Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen");

E.     overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiecriteria van de EFG-verordening,

1.      is ingenomen met het feit dat de Griekse autoriteiten de grote voordelen van dit financieel instrument inzien en het reeds meerdere malen hebben gebruikt om de negatieve gevolgen van de financiële en economische crisis te bestrijden;

2.      stelt vast dat de Griekse autoriteiten de aanvraag hebben ingediend op grond van het criterium voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, dat vereist dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen of zelfstandigen hun werkzaamheden hebben beëindigd, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd bij leveranciers of downstreamproducenten;

3.      merkt op dat de Griekse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 29 juli 2014 hebben ingediend en dat de beoordeling daarvan door de Commissie op 11 november 2014 is gepubliceerd; is ingenomen met het feit dat de beoordelingsprocedure binnen vijf maanden is afgerond;

4.      merkt op dat de Griekse autoriteiten aanvoeren dat er voornamelijk twee gebeurtenissen waren die tot de gedwongen ontslagen hebben geleid: de daling van het beschikbare gezinsinkomen ― ingevolge de hogere belastingdruk, de dalende lonen (zowel in de privé- als in de overheidssector) en de stijgende werkloosheid ― wat een zeer sterke daling van de koopkracht tot gevolg had; en de drastische afname van de leningen aan ondernemingen en particulieren door het gebrek aan liquide middelen in de Griekse banken;

5.      is het ermee eens dat deze factoren verband houden met de wereldwijde financiële en economische crisis als bedoeld in Verordening (EG) nr. 546/2009(4), en dat Griekenland bijgevolg in aanmerking komt voor een EFG-bijdrage;

6.      merkt op dat tot nu toe voor de detailhandel reeds drie andere EFG-aanvragen werden ingediend, waarvan twee door Griekenland, die eveneens op de wereldwijde financiële en economische crisis gebaseerd waren;

7.      merkt op dat als gevolg van deze ontslagen, de werkloosheid verder zal stijgen in een land dat het aantal werklozen in de periode 2008-2013 zag verviervoudigen en dat het hoogste werkloosheidspercentage heeft van de lidstaten en wereldwijd het op vier na hoogste werkloosheidspercentage; is met name bezorgd over de regio's Attica en Centraal-Macedonië, waar 90 % van de ontslagen is gevallen en die nu al kampen met werkloosheidspercentages die hoger liggen dan het landelijk gemiddelde van 27,5 %;

8.      wijst erop dat naast de 551 binnen de referentieperiode ontslagen werknemers nog eens 49 werknemers in aanmerking komen die vóór de referentieperiode van vier maanden werden ontslagen, waarmee het totaal op 600 personen komt; merkt op dat 89,17 % van de ontslagen werknemers die in aanmerking komen voor EFG-steun vrouw zijn;

9.      is ingenomen met het feit dat de Griekse autoriteiten daarnaast individuele, door het EFG medegefinancierde dienstverlening zullen verstrekken aan maximaal 500 jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's) en die op de datum van de indiening van de aanvraag jonger waren dan 30 jaar, aangezien alle ontslagen die in punt 8 worden vermeld zich voordoen in de NUTS II-regio's Κεντρική Μακεδονία (Centraal-Macedonië) (EL12), Θεσσαλία (Thessalië) (EL14) en Aττική (Attica) (EL30), die voor het Jeugdwerkgelegenheidsinitiatief in aanmerking komen, wat dus betekent dat er in totaal 1 100 begunstigden zijn;

10.    merkt op dat de Griekse autoriteiten besloten hebben om door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening te verstrekken aan maximaal 500 jongeren onder de 30 jaar die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's); merkt op dat de Griekse autoriteiten volgens de aanvraag onder meer criteria zullen toepassen die zijn afgestemd op de criteria van het uitvoeringsplan voor de Griekse jongerengarantie (m.a.w. met uitsluiting bedreigde jongeren, de hoogte van het gezinsinkomen, het onderwijsniveau, de duur van de werkloosheid, enz.), alsook blijken van belangstelling; verzoekt de Griekse autoriteiten de sociale criteria in acht te nemen en ervoor te zorgen dat bij de selectie van de ontvangers van EFG-steun de beginselen van niet-discriminatie en gelijke kansen ten volle worden geëerbiedigd;

11.    onderschrijft de sociale criteria die door de Griekse autoriteiten worden gehanteerd om vast te stellen wie er als NEET's in aanmerking komen voor de EFG-maatregelen, rekening houdend met het inkomen per huishouden, het opleidingsniveau en de duur van de werkloosheid; dringt er op aan dat het beginsel van non-discriminatie bij de selectie van de begunstigden ten volle wordt geëerbiedigd om ervoor te zorgen dat degenen die het verst afstaan van de arbeidsmarkt een kans krijgen;

12.    dringt er bij de Griekse autoriteiten op aan gedetailleerde informatie te verschaffen over de gefinancierde acties en resultaten om beste praktijken te delen, met name met betrekking tot de selectie en de steun die wordt verleend aan NEET's;

13.    merkt op dat de totale begroting voor deze EFG-steun 10 740 000 EUR bedraagt, waarvan 210 000 EUR bestemd is voor de implementatie, en dat de financiële bijdrage van het EFG 6 444 000 EUR bedraagt, wat goed is voor 60 % van de totale kosten;

14.    merkt op dat de bijdrage voor de activiteiten op het gebied van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit en controle en rapportage 1,96 % van het totale budget vormt; wijst er verder op dat bijna de helft van deze bijdrage voor voorlichting en publiciteit zal worden gebruikt;

15.    is ingenomen met het feit dat de Griekse autoriteiten, om de werknemers snel bijstand te verlenen, hebben beslist om met de uitvoering van de individuele dienstverlening aan de getroffen werknemers te beginnen op 20 oktober 2014, lang vóór het definitieve besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

16.    merkt op dat de Griekse autoriteiten hebben laten weten dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd opgesteld in overleg met de vertegenwoordigers van de beoogde begunstigden (voormalige werknemers van Fokas en de advocaten van de werknemers) en de Federatie van werknemers uit de privésector in Griekenland;

17.    merkt op dat het pakket van individuele dienstverlening is afgestemd op de specifieke behoeften van de NEET's en de volgende maatregelen omvat: loopbaanbegeleiding, opleiding, omscholing en beroepsopleiding, bijdragen aan het opstarten van een bedrijf, toelagen voor het zoeken naar werk, opleidingstoelagen en mobiliteitstoelagen;

18.    benadrukt het belang van individuele dienstverlening om de beoogde begunstigden te helpen hun vaardigheden in kaart te brengen en om een realistisch loopbaanontwikkelingsplan op te stellen op basis van hun belangen en kwalificaties;

19.    is ingenomen met het feit dat de voorgestelde maatregelen ook monitoring omvatten, waarbij wordt voorzien in een follow-up van de deelnemers tijdens de zes maanden na afloop van de uitvoering van de maatregelen;

20.    merkt op dat het merendeel van de gevraagde financiering bestemd is om de bijdrage voor het opzetten van een bedrijf (3 000 000 EUR) en opleidingsmaatregelen (2 960 000 EUR) te steunen;

21.    merkt op dat maximaal 200 geselecteerde werknemers en NEET's die een eigen bedrijf oprichten, het maximale bedrag van 15 000 EUR zullen ontvangen als bijdrage in de oprichtingskosten; benadrukt dat deze maatregel tot doel heeft ondernemerschap te bevorderen door financiering te verstrekken aan levensvatbare bedrijfsinitiatieven, wat op de middellange termijn moet leiden tot het creëren van extra banen; merkt op dat de toekenning van dit maximale bedrag afhankelijk is van specifieke voorwaarden en de levensvatbaarheid van de gesteunde nieuwe bedrijven;

22.    benadrukt de werkelijke toegevoegde waarde en beveelt aan om actieve arbeidsmarktmaatregelen aan te bieden; merkt op dat circa een derde van de geplande steun bestaat uit toelagen en derhalve passieve arbeidsmarktmaatregelen;

23.    merkt op dat de kosten voor de opleidingsmaatregelen in deze aanvraag vergelijkbaar zijn met die in eerdere aanvragen van Griekenland; wijst erop dat deze kosten in vergelijkbare aanvragen van andere lidstaten variëren;

24.    is van mening dat de binnen de nieuwe ESF-programmeringsperiode geplande ESF-maatregelen complementair moeten zijn met de EFG-planning en de reïntegratie van werknemers in toekomstgerichte en duurzame economische sectoren moeten stimuleren; herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het door het EFG gesteunde gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte economie;

25.    is ingenomen met het feit dat bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden gerespecteerd;

26.    hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

27.    verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

28.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie samen met de bijlage te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/013 EL/Odyssefs Fokas, ingediend door Griekenland)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de in Verordening (EG) nr. 546/2009(4) behandelde wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en om hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)      Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden.

(3)      Griekenland heeft op 29 juli 2014 een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen in verband met gedwongen ontslagen bij Odyssefs Fokas S.A. in Griekenland en heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)      Griekenland heeft besloten om door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 ook te verlenen aan NEET's (jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen).

(5)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 6 444 000 EUR te leveren aan de door Griekenland ingediende aanvraag,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 wordt een bedrag van 6 444 000 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De Voorzitter  De voorzitter

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26.


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die lijden onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1309/2013(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om middelen uit het fonds beschikbaar te stellen als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend voorstel tot overschrijving. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag voor Odyssefs Fokas en het voorstel van de Commissie

Op 11 november 2014 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Griekenland om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die als gevolg van de economische crisis zijn ontslagen bij Odyssefs Fokas, een onderneming die actief was in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 47 ("Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen").

Deze aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 6 444 000 EUR uit het EFG voor Griekenland is de eenentwintigste die in het kader van de begroting 2014 wordt behandeld. Ze heeft betrekking op in totaal 600 begunstigden en 500 NEET's. De aanvraag werd op 29 juli 2014 bij de Commissie ingediend en tot en met 23 september 2014 werd aanvullende informatie verstrekt. De Commissie heeft overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG voldoet.

De Griekse autoriteiten voeren aan dat de Griekse economie voor het zesde jaar op rij (2008-2013) een diepe recessie doormaakt. Sinds 2008 zijn volgens Elstat (het Griekse bureau voor de statistiek) het Griekse bbp met 25,7 procentpunten, de overheidsconsumptie met 21 procentpunten en de particuliere consumptie met 32,3 procentpunten gedaald, terwijl de werkloosheid met 20,6 procentpunten is toegenomen. In Griekenland is de particuliere consumptie sinds het begin van de financiële en economische crisis blijven dalen, en de cijfers werden elk jaar slechter.

Volgens de Griekse autoriteiten hadden de ontslagen twee belangrijke oorzaken: (1) de daling van het beschikbare gezinsinkomen ― ingevolge de hogere belastingdruk, de dalende lonen (zowel in de privé- als in de overheidssector) en de stijgende werkloosheid ― wat een zeer sterke daling van de koopkracht tot gevolg had; (2) de drastische afname van de leningen aan ondernemingen en particulieren door het gebrek aan liquide middelen in de Griekse banken.

Door de daling van de koopkracht van de Griekse gezinnen na de neergang van de Griekse economie sinds het begin van de economische en financiële crisis is de vraag naar andere producten dan basisvoedingsmiddelen ingestort en begon de omzet van Odyssefs Fokas dienovereenkomstig een neergang te vertonen. De teruglopende omzet die het gevolg was van de afnemende consumptie werd verergerd door het dichtdraaien van de kredietkraan waardoor Odyssefs Fokas er niet in slaagde een oplossing te vinden. In november 2013, twaalf maanden na het indienen van een aanvraag om uitstel van betaling aan zijn crediteuren en na verschillende onteigeningen, vroeg het bedrijf faillissement aan, wat geleid heeft tot de ontslagen waarvan in deze aanvraag sprake is.

De individuele dienstverlening die aan de ontslagen werknemers en aan de NEET's moet worden verstrekt, omvat de volgende acties, die samen een gecoördineerd pakket van individuele dienstverlening vormen: loopbaanbegeleiding, opleiding, omscholing en beroepsopleiding, bijdrage aan het opstarten van een bedrijf, toelage voor het zoeken naar werk en opleidingstoelage, mobiliteitstoelage.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties. Deze maatregelen komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op een passieve sociale bescherming.

De Griekse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–           bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd;

–           aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

–           de voorgestelde acties zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–           de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd;

–           de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun;

Griekenland heeft de Commissie meegedeeld dat de financiële bijdrage zal worden beheerd en gecontroleerd door de instanties die de financiering uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) in Griekenland beheren en controleren. De autoriteit voor de coördinatie en de monitoring van ESF-acties (Eysekt) zal optreden als beheersautoriteit, EDEL (het fiscaal auditcomité) als controleautoriteit, en de speciale betalingsautoriteit als certificerende autoriteit.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie aan de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 6 444 000 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het eenentwintigste voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2014 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak zal de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 347 van 30.12.2013, blz. 855.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/ch D(2014)56458

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2014/013 EL/Odyssefs Fokas, ingediend door Griekenland (COM(2014)702 final)

Mijnheer de Voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2014/013 EL/Odyssefs Fokas onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken uitgegaan van de volgende overwegingen:

A) overwegende dat deze aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en betrekking heeft op het ontslag van 600 werknemers bij Odyssefs Fokas S.A., een onderneming die actief was in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 47 ("Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen"), hoofdzakelijk in de regio's Centraal-Macedonië, Attica en Thessalië; overwegende dat de referentieperiode loopt van 3 februari 2014 tot en met 3 juni 2014; overwegende dat de aanvraag ook betrekking heeft op 500 jongeren die niet werken en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's);

B) overwegende dat de Griekse autoriteiten aanvoeren dat de Griekse economie voor het zesde jaar op rij (2008-2013) een diepe recessie doormaakt; overwegende dat volgens Elstat (het Griekse bureau voor de statistiek), sinds 2008 het Griekse bbp met 25,7 procentpunten is gedaald, de overheidsconsumptie met 21 procentpunten en de particuliere consumptie met 32,3 procentpunten, terwijl de werkloosheid met 20,6 procentpunten is toegenomen; overwegende dat het dalende bbp de kloof tussen het Griekse bbp per hoofd en het bbp per hoofd in de EU groter heeft gemaakt, waardoor de vooruitgang die Griekenland in de periode 1995-2007 heeft geboekt om tot economische convergentie te komen, ongedaan wordt gemaakt;

C) overwegende dat de particuliere consumptie in Griekenland sinds het begin van de financiële en economische crisis is blijven dalen, en de cijfers elk jaar slechter werden;

D) overwegende dat de overgrote meerderheid (89,17 %) van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben vrouwen zijn, en 10,83 % mannen; overwegende dat de overgrote meerderheid (84,83 %) van de werknemers tussen de 30 en 54 jaar oud is, 6,50 % tussen 55 en 64 jaar, en 8,5 % tussen 15 en 24 jaar;

E) overwegende dat de Griekse autoriteiten aanvoeren dat de ontslagen bij Odyssefs Fokas de werkloosheidssituatie, die als gevolg van de economische en financiële crisis reeds was verslechterd en bijzonder kwetsbaar lijkt, verder zullen verslechteren;

F) overwegende dat Griekenland van alle EU-lidstaten de hoogste werkloosheid heeft, en de vijfde hoogste ter wereld;

G) overwegende dat de meeste ontslagen (90 %) betrekking hebben op Attica en Centraal-Macedonië, terwijl ongeveer 10 % van de ontslagen in de regio Thessalië zijn gevallen; overwegende dat de werkloosheid in Attica (28,2 %) en in Centraal-Macedonië (30,3 %) in het vierde kwartaal van 2013 boven het nationale gemiddelde (27,5 %) lag;

H) overwegende dat de regio Attica goed is voor 43 % van het Griekse bbp, en dat de gevolgen van de sluiting van ondernemingen die in deze regio gevestigd zijn, zich bijgevolg in de hele Griekse economie laten voelen;

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Griekse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en dat Griekenland bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage uit hoofde van die verordening;

2.   is ingenomen met het feit dat de voorgestelde maatregelen ook monitoring omvatten, waarbij wordt voorzien in een follow-up van de deelnemers tijdens de zes maanden na afloop van de uitvoering van de maatregelen;

3.  merkt op dat de Griekse autoriteiten besloten hebben om door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening te verstrekken aan maximaal 500 jongeren onder de 30 jaar die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's); merkt op dat de Griekse autoriteiten volgens de aanvraag onder meer criteria zullen toepassen die zijn afgestemd op de criteria van het uitvoeringsplan voor de Griekse jongerengarantie (m.a.w. met uitsluiting bedreigde jongeren, de hoogte van het gezinsinkomen, het onderwijsniveau, de duur van de werkloosheid, enz.), alsook blijken van belangstelling; verzoekt de Griekse autoriteiten de sociale criteria in acht te nemen en ervoor te zorgen dat bij de selectie van de ontvangers van EFG-steun de beginselen van niet-discriminatie en gelijke kansen ten volle worden geëerbiedigd;

4.  merkt op dat het merendeel van de gevraagde financiering bestemd is om de bijdrage voor het opzetten van een bedrijf (3 000 000 EUR) en opleidingsmaatregelen (2 960 000 EUR) te steunen;

5.  merkt op dat maximaal 200 geselecteerde werknemers en NEET's die een eigen bedrijf oprichten, het maximale bedrag van 15 000 EUR zullen ontvangen als bijdrage in de oprichtingskosten; benadrukt dat deze maatregel tot doel heeft ondernemerschap te bevorderen door financiering te verstrekken aan levensvatbare bedrijfsinitiatieven, wat op de middellange termijn moet leiden tot het creëren van extra banen; merkt op dat de toekenning van dit maximale bedrag afhankelijk is van specifieke voorwaarden en de levensvatbaarheid van de gesteunde nieuwe bedrijven;

6.  merkt op dat de kosten voor de opleidingsmaatregelen in deze aanvraag vergelijkbaar zijn met die in eerdere aanvragen van Griekenland; wijst erop dat deze kosten in vergelijkbare aanvragen van andere lidstaten variëren;

7.  merkt op dat de bijdrage voor de activiteiten op het gebied van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit en controle en rapportage 1,96 % van het totale budget vormt; merkt verder op dat bijna de helft van dit budget zal worden gebruikt voor voorlichting en publiciteit.

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG,

Waarnemend voorzitter, eerste ondervoorzitter


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

ASP 09 G 205

1047 Brussel

Mijnheer de voorzitter,

BetreftBeschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

Drie afzonderlijke Commissievoorstellen voor een besluit om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen werden voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op een van de komende vergaderingen van de Begrotingscommissie over elk van deze voorstellen verslagen worden goedgekeurd.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006, en in punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer.

-          COM(2014)0630 stelt een EFG-bijdrage voor van 1 426 800 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 634 werknemers die zijn ontslagen bij STX Finland Oy te Rauma, Finland.

-          COM(2014)0662 stelt een EFG-bijdrage voor van 918 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 760 werknemers die zijn ontslagen bij GAD société anonyme simplifiée, Frankrijk.

-          COM(2014)0672 stelt een EFG-bijdrage voor van 1 890 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 608 werknemers die zijn ontslagen bij Whirlpool Europe S.r.l. en vijf leveranciers en downstreamproducenten in Italië.

-          COM(2014)0699 stelt een EFG-bijdrage voor van 1 259 610 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 1 079 werknemers die zijn ontslagen bij Fiat Auto Polen en 21 leveranciers in Polen.

-          COM(2014)0701 stelt een EFG-bijdrage voor van 25 937 813 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 5 213 werknemers die zijn ontslagen bij Air France in Frankrijk.

-          COM(2014)0702 stelt een EFG-bijdrage voor van 6 444 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen gericht op de herintreding op de arbeidsmarkt van 600 werknemers die zijn ontslagen bij Odyssefs Fokas S.A. in Griekenland.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de Commissie regionale ontwikkeling geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van de voornoemde bedragen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.12.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Richard Ashworth, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Vladimír Maňka, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Jan Olbrycht, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Indrek Tarand, Marco Valli, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pablo Echenique, Charles Goerens, Ernest Maragall, Andrey Novakov, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eric Andrieu, Kostas Chrysogonos, Isabella De Monte, Sylvie Guillaume

Juridische mededeling