Procedure : 2014/0332(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0066/2014

Ingediende teksten :

A8-0066/2014

Debatten :

PV 16/12/2014 - 14
CRE 16/12/2014 - 14

Stemmingen :

PV 17/12/2014 - 10.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0097

VERSLAG     *
PDF 175kWORD 237k
12.12.2014
PE 544.206v02-00 A8-0066/2014

over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom, betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen

(COM(2014)0704 – C8-0250/2014 – 2014/0332(NLE))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Gérard Deprez, Janusz Lewandowski

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BRIEF VAN DE COMMISSIE BERGROTINGSCONTROLE
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom, betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen

(COM(2014)0704 – C8-0250/2014 – 2014/0332(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2014)0704),

–       gezien artikel 322, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0250/2014),

–       gezien de brief van de Commissie begrotingscontrole,

–       gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0066/2014),

A.     overwegende dat uit de laatste statistische herzieningen die de lidstaten zijn overeengekomen, is gebleken dat een aantal lidstaten over een aantal jaren minder bijdroeg aan de begroting van de Unie dan verschuldigd, terwijl andere te veel bijdroegen; overwegende dat deze afwijkingen het gevolg zijn van de grote statistische veranderingen die de lidstaten hebben meegedeeld;

B.     overwegende dat de thans geldende voorschriften, die met eenparigheid van stemmen in de Raad zijn overeengekomen, zouden hebben geleid tot een snelle correctie van de te weinig en te veel betaalde bedragen;

C.     overwegende dat de lidstaten in het verleden over het algemeen zonder significante vertraging hun op het bni en de btw gebaseerde bijdragen aan de EU-begroting integraal hebben betaald, ook in tijden van crisis en grote druk op hun begroting;

D.     overwegende dat sommige lidstaten, die in het verleden geprofiteerd hebben van onderschattingen van hun bni, te kennen hebben gegeven de extra verschuldigde bedragen niet binnen de wettelijke termijn te zullen betalen;

E.     overwegende dat de Raad de Commissie heeft verzocht een voorstel in te dienen om aan deze situatie tegemoet te komen door de betrokken regels te wijzigen en ermee in te stemmen de verschuldigde bedragen later en in termijnen te betalen;

F.     overwegende dat, gezien de lopende herziening van de regelgeving, zeven lidstaten besloten hebben hun respectieve bni- en btw-saldi op de eerste werkdag van december 2014 niet op de EU-rekening te boeken; overwegende dat de Commissie vervolgens de bedragen die aanvankelijk in OGB 6/2014 waren opgenomen, heeft herzien om rekening te houden met de bedragen die op deze datum daadwerkelijk ter beschikking waren;

G.     overwegende dat dit gebeurt net nadat de instellingen een wetgevingsproces hebben afgerond, dat in 2011 van start is gegaan, voor de herziening van de wetgeving inzake de eigen middelen, en nog vóór dit nieuwe wetgevingspakket in werking is getreden;

H.     overwegende dat dit voorstel deel uitmaakt van het ruimere onderhandelingspakket over de gewijzigde begrotingen 2014 en de begroting 2015;

I.      overwegende dat, omwille van de transparantie, in het kader van de begrotingsprocedure jaarlijks een verslag over de berekeningen en de onderliggende gegevens voor de aanpassing van het btw- en bni-saldo bij het Parlement moet worden ingediend en dat het Parlement hiervoor de nodige tijd moet krijgen om dit te behandelen, en dat de lidstaten de datums en het bedrag van de aflossingen aan het Parlement moeten meedelen;

J.      overwegende dat Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 bijgevolg in die zin moet worden gewijzigd;

1.      benadrukt dat dit voorstel tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 zijn oorsprong vindt in de eenmalige gevolgen van de toepassing van deze verordening voor bepaalde lidstaten;

2.      betreurt dat de kwestie van het uitstel van de aanpassingen van de nationale bijdragen binnen de Raad voorrang had boven het zoeken naar een standpunt inzake de onderhandelingen over de begroting 2014 en 2015, dat pas werd vastgesteld op de laatste dag van de bemiddelingsperiode van 21 dagen waarin artikel 314 VWEU voorziet, en dat dit heeft bijgedragen tot het feit dat het bemiddelingscomité er niet is in geslaagd overeenstemming te bereiken;

3.      benadrukt dat de flexibiliteit en de urgentie, waar de Raad unaniem op aandringt voor het tijdstip waarop de lidstaten hun bijdrage aan de begroting van de Unie moeten betalen, worden verworpen in een aantal van zijn delegaties met betrekking tot de soepele uitvoering van het MFK 2014-2020, met name de tijdige uitvoering van betalingen aan begunstigden van de begroting van de Unie;

4.      is bezorgd over de voorgestelde grotere vrijheid van de lidstaten betreffende het tijdstip waarop ze hun extra bijdragen op grond van de bni-aanpassingen aan de begroting van de Unie moeten betalen; benadrukt dat dit een precedent schept dat gevolgen kan hebben voor de begrotingsmiddelen van de Commissie, het tijdstip van de betalingen aan de begunstigden van de begroting van de Unie en, uiteindelijk, de geloofwaardigheid van de begroting van de Unie;

5.      benadrukt dat dit voorstel het stelsel van eigen middelen nog ingewikkelder maakt en bedoeld is om regelgeving te wijzigen die binnenkort, met terugwerkende kracht, zal worden vervangen door eerder goedgekeurde regelgeving; wijst in dit verband op de cruciale rol van de groep op hoog niveau inzake de eigen middelen om voorstellen te doen om de tekortkomingen van het huidige systeem weg te werken;

6.      erkent evenwel dat de aanpassingen voor de op de btw en het bni gebaseerde eigen middelen voor 2014 uitzonderlijk hoog zijn, wat voor bepaalde lidstaten een zware financiële last kan vormen;

7.      benadrukt dat het voorstel van de Commissie deel uitmaakt van een ruimer onderhandelingspakket over onder meer de gewijzigde begrotingen 2014 en de begroting 2015, en ziet er daarom van af dit voorstel te verwerpen;

8.      hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

9.      verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, VWEU en artikel 106 bis van het Euratom-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

10.    verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

11.    wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

12.    verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000

Artikel 10 – lid 7 bis – alinea 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten mogen de eerste alinea uitsluitend toepassen als zij de Commissie vóór de eerste werkdag van december in kennis hebben gesteld van hun besluit en van de datum of datums van boeking op de in artikel 9, lid 1, van deze verordening bedoelde rekening van het bedrag van de aanpassingen.

De lidstaten mogen de eerste alinea uitsluitend toepassen als zij de Commissie vóór de eerste werkdag van december in kennis hebben gesteld van hun besluit en van de datum of datums van boeking op de in artikel 9, lid 1, van deze verordening bedoelde rekening van het bedrag van de aanpassingen. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van een dergelijk besluit, met inbegrip van de betrokken lidstaten, het aantal afbetalingstermijnen, het bedrag van elke periodieke betaling en de datum van boeking op de betrokken rekening.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 bis (nieuw)

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000

Artikel 10 – lid 8

 

Bestaande tekst

Amendement

 

Lid 8 wordt vervangen door:

"8. De in de leden 4 tot en met 7 genoemde verrichtingen vormen wijzigingen van de ontvangsten van het begrotingsjaar waarin zij plaatsvinden."

"8. De in de leden 4 tot en met 7 genoemde verrichtingen vormen wijzigingen van de ontvangsten van het begrotingsjaar waarin zij plaatsvinden. De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de wijzigingen van de ontvangsten uit hoofde van dit artikel."


BRIEF VAN DE COMMISSIE BERGROTINGSCONTROLE

De heer Jean Arthuis

Voorzitter

Begrotingscommissie

ASP 9G205

Europees Parlement

Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom, betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen

Mijnheer de voorzitter,

Als gevolg van het uitzonderlijk hoge extra bedrag dat sommige lidstaten moeten betalen op grond van de aanpassingen van de op het bni gebaseerde eigen middelen voor 2014, heeft de Commissie bij de Raad een voorstel ingediend voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening nr. 1150/2000 betreffende het stelsel van eigen middelen van de EG. De Raad heeft besloten het Parlement en de Rekenkamer over dit voorstel te raadplegen.

Dit voorstel is toegewezen aan de Begrotingscommissie, waarbij de Commissie begrotingscontrole een advies kan uitbrengen. Gezien de urgentie van dit dossier kan de Commissie begrotingscontrole geen normale adviesprocedure volgen en heeft zij daarom besloten haar advies in briefvorm te geven. Zo kan uw commissie rekening houden met het advies van de Commissie begrotingscontrole en worden de werkzaamheden van de Begrotingscommissie niet vertraagd.

De Commissie begrotingscontrole is ingenomen met het bovengenoemde voorstel van de Commissie omdat het de lidstaten de nodige flexibiliteit biedt voor de wijze waarop zij het bedrag moeten betalen dat voortvloeit uit de aanpassing van de bijdragen van de lidstaten (eigen middelen) op basis van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) en het bruto nationaal inkomen (bni), als bedoeld in Verordening nr. 1150/2000, indien het totale bedrag uitzonderlijk hoog is.

De commissie benadrukt dat, indien de aanpassing van de eigen middelen op grond van het bni voor bepaalde lidstaten in 2014 uitzonderlijk hoog is, dit het gevolg is van de combinatie van de normale jaarlijkse aanpassing die ieder jaar plaatsvindt op de eerste werkdag van december en van ingrijpende herzieningen door de lidstaten van hun bni-gegevens voor voorgaande jaren, met name sinds 2002.

De commissie merkt op dat deze situatie verband houdt met de buitensporig lange cyclus van de door de Commissie verrichte verificatie van de gegevens betreffende het bruto nationaal inkomen (bni) die als basis dienen voor de eigen middelen, en met het feit dat haar diensten te systematisch gebruik maken van algemeen en specifiek voorbehoud.

De commissie sluit zich aan bij de aanbeveling van de Europese Rekenkamer in haar speciaal verslag nr. 11/2013 dat "het vaststellen van dergelijke punten van (algemeen) voorbehoud moet worden beperkt tot uitzonderlijke gevallen waarin een significant risico bestaat dat de financiële belangen van de EU niet worden beschermd, bijvoorbeeld wanneer een lidstaat tijdens de verificatiecyclus of met regelmatige tussenpozen een ingrijpende herziening uitvoert".

De Commissie begrotingscontrole dringt erop aan dat Eurostat de aanbevelingen van de Rekenkamer met betrekking tot de verificatiemethodes uitvoert om in de praktijk het beginsel van gelijke behandeling van de lidstaten volledig te eerbiedigen.

Hoogachtend,

Dr Inge Gräßle


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.12.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Richard Ashworth, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Vladimír Maňka, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Jan Olbrycht, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Indrek Tarand, Marco Valli, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pablo Echenique, Charles Goerens, Janusz Lewandowski, Ernest Maragall, Andrey Novakov, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eric Andrieu, Kostas Chrysogonos, Isabella De Monte, Sylvie Guillaume

Juridische mededeling