Procedure : 2014/2162(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0074/2014

Ingediende teksten :

A8-0074/2014

Debatten :

PV 16/12/2014 - 14
CRE 16/12/2014 - 14

Stemmingen :

PV 17/12/2014 - 10.8

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0093

VERSLAG     
PDF 131kWORD 59k
15.12.2014
PE 541.414v03-00 A8-0074/2014

over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2014 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, afdeling III – Commissie

(16743/2014 – C8‑0288/2014 – 2014/2162(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Gérard Deprez

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2014 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, afdeling III – Commissie

(16743/2014 – C8‑0288/2014 – 2014/2162(BUD))

Het Europees Parlement,

–       gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1), met name artikel 41,

–       gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, definitief vastgesteld op 20 november 2013(2),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(3),

–       gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(4),

–       gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2014, goedgekeurd door de Commissie op 17 oktober 2014 (COM(2014)0649),

–       gezien nota van wijzigingen nr. 1/2014 op OGB 6/2014, goedgekeurd door de Commissie op 3 december 2014 (COM (2014)0730),

–       gezien de door het Parlement en de Raad op 8 december 2014 goedgekeurde gezamenlijke conclusies,

–       gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2014, vastgesteld door de Raad op 12 december 2014 en toegezonden aan het Europees Parlement op dezelfde dag (16743/2014 – C8-0288/2014),

–       gezien de artikelen 88 en 91 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0074/2014),

A.     overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) nr. 6/2014 betrekking heeft op de herziening van de raming van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-bijdragen, een verlaging van de begrotingsmiddelen voor het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) en de reserve voor partnerschapsovereenkomsten voor duurzame visserij, alsmede een verhoging van de begrotingsmiddelen voor de Europese ombudsman;

B.     overwegende dat na de goedkeuring van nota van wijzigingen 1/2014 op OGB nr. 6/2014 het globale effect van dit OGB op de ontvangsten neerkomt op een vermindering van de behoefte aan eigen middelen met in totaal 4 095,5 miljoen EUR, bestaande uit een verlaging van de bni-bijdragen van de lidstaten met 4 515,5 miljoen EUR en een stijging van het bedrag aan traditionele eigen middelen met 420 miljoen EUR;

C.     overwegende dat OGB nr. 6/2014 tot doel heeft deze budgettaire aanpassingen formeel op te nemen in de begroting 2014;

1.      neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2014, zoals ingediend door de Commissie en zoals gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2014;

2.      merkt op dat de verlaging van de begrotingsmiddelen voor het EFMZV en de reserve voor partnerschapsovereenkomsten voor duurzame visserij in totaal 76,3 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 6,2 miljoen EUR aan betalingskredieten beloopt, met als voornaamste oorzaken dat de rechtsgrond voor het fonds later dan gepland is goedgekeurd en dat de beoordeling van de stand van de onderhandelingen over eerder genoemde visserijakkoorden is bijgesteld;

3.      juicht het voorstel toe om 6,2 miljoen EUR van de in paragraaf 2 genoemde besparingen op de betalingskredieten tot het einde van het jaar te gebruiken als bijdrage in de financiering van eventuele humanitaire noodhulp;

4.      onderstreept dat het effect van OGB nr. 6/2014 globaal gezien neerkomt op een verlaging van de bni-bijdragen met 4 515,5 miljoen EUR en een stijging van de geraamde traditionele eigen middelen met 420 miljoen EUR;

5.      onderschrijft de door het Parlement en de Raad op 8 december 2014 goedgekeurde gezamenlijke conclusies met het oog op aanvaarding van OGB nr. 6/2014, zoals gewijzigd bij de nota van wijzigingen, waaronder een verschuiving van de uitgavenkant naar OGB nr. 3/2014 en OGB nr. 4/2014;

6.      wijst erop dat door de goedkeuring van OGB nr. 6/2014 de behoefte aan bni-bijdragen van de lidstaten met 4 515,5 miljoen EUR zal dalen en dat daardoor, in combinatie met de lagere bni-bijdragen van de lidstaten aan de begroting van de Unie als gevolg van OGB nr. 3/2014, OGB nr. 4/2014 en OGB nr. 8/2014, volledige compensatie wordt geboden voor de bijkomende betalingskredieten waarom is gevraagd in OGB nr. 3/2014, zoals overeengekomen in de gezamenlijke conclusies van 8 december 2014;

7.      keurt het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2014 goed;

8.      verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 5/2014 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

9.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(2)

PB L 51 van 20.2.2014, blz. 1.

(3)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(4)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

15.12.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Sophie Montel, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Jan Olbrycht, Younous Omarjee, Pina Picierno, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Marco Valli, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Tamás Deutsch, Pablo Echenique, Ernest Maragall, Andrej Plenković, Sergei Stanishev, Nils Torvalds

Juridische mededeling