Procedure : 2011/0451(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0005/2015

Ingediende teksten :

A8-0005/2015

Debatten :

PV 10/02/2015 - 17
CRE 10/02/2015 - 17

Stemmingen :

PV 11/02/2015 - 9.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0026

VERSLAG     *
PDF 150kWORD 59k
22.1.2015
PE 541.440v02-00 A8-0005/2015

over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de verklaring van aanvaarding door de lidstaten, in het belang van de Europese Unie, van de toetreding van Marokko tot het Verdrag van 's-Gravenhage van 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen

(COM(2011)0916 – C8-0268/2014 – 2011/0451(NLE))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Heidi Hautala

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de verklaring van aanvaarding door de lidstaten, in het belang van de Europese Unie, van de toetreding van Marokko tot het Verdrag van 's-Gravenhage van 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen

(COM(2011)0916 – C8-0268/2014 – 2011/0451(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2011)0916),

–       gezien artikel 38, vierde alinea, van het Verdrag van 's-Gravenhage van 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen,

–       gezien artikel 81, lid 3, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0268/2014),

–       gezien het advies van het Hof van Justitie van 14 oktober 2014,

–       gezien artikel 59 en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0005/2015),

1.      hecht zijn goedkeuring aan het voorstel voor een besluit van de Raad, alsmede aan de aanvaarding van de toetreding;

2.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en Marokko.


TOELICHTING

Het Verdrag van 's-Gravenhage van 25 oktober 1980 inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen is een instrument van het grootste belang. Het is door alle EU-lidstaten geratificeerd.

Dit verdrag voorziet in een regeling waarbij de verdragsluitende staten samenwerken om een oplossing te vinden in geval van internationale ontvoering van minderjarigen.

Zeer vaak doen deze problemen zich voor tussen echtelieden die uit elkaar gaan. Het kan voor de echtgenoot die uit een andere staat afkomstig is, verleidelijk zijn om het gebrek aan interstatelijke samenwerking uit te buiten om het gezagsrecht over de kinderen te verkrijgen. In de pers wordt vaak bericht over gevallen van internationale ontvoering van kinderen bij een scheiding van tafel en bed of echtscheiding.

Het grootste probleem in zulke gevallen wordt gevormd door partijdigheid van de rechtspraak in elke staat. Maar al te vaak gebeurt het dan dat de rechters in elk van beide betrokken staten zich bevoegd verklaren, waarna zij ieder het gezagsrecht over het kind toewijzen aan de ouder van de eigen nationaliteit.

Het verdrag moet op internationaal niveau een oplossing in deze situatie brengen, door de rechter en het recht van het land van de woonplaats van het kind aan te wijzen als zijnde bevoegd respectievelijk van toepassing. Het verdrag voorziet tevens in een procedure die de onmiddellijke terugkeer van het ontvoerde kind moet garanderen.

De EU heeft in deze materie nu exclusieve externe bevoegdheid zoals het Hof van Justitie in zijn advies 1/13 heeft bepaald. De lidstaten kunnen dus niet meer voor eigen rekening optreden. Het probleem is dat het verdrag geen bepalingen bevat die zelfstandig optreden van internationale organisaties mogelijk maken.

Daarom is er een besluit van de Raad nodig waarbij de lidstaten wordt gevraagd om elk voor zich te aanvaarden dat Marokko tot het verdrag toetreedt, waardoor het tussen de Europese Unie en Marokko van toepassing wordt.

De toetreding van Marokko tot dit verdrag kan met instemming worden begroet. De rapporteur staat daar dan ook volledig achter, temeer daar in de Unie veel burgers van Marokkaanse afkomst wonen. Kinderen die banden met de Marokkaanse gemeenschap hebben zijn dan tegen ontvoering beschermd.

De rapporteur stelt het Parlement dan ook voor het voorstel ongewijzigd te aanvaarden, om er zeker van te kunnen zijn dat de bescherming van de kinderen waar het hier om gaat, zich over het gehele gebied van de Unie uitstrekt.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.1.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Andrzej Duda, Rosa Estaràs Ferragut, Laura Ferrara, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Jiří Maštálka, Emil Radev, Julia Reda, Pavel Svoboda, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Sergio Gaetano Cofferati, Luis de Grandes Pascual, Pascal Durand, Angel Dzhambazki, Heidi Hautala, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Angelika Niebler, Virginie Rozière, Viktor Uspaskich, Cecilia Wikström

Juridische mededeling