Procedure : 2015/2016(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0036/2015

Ingediende teksten :

A8-0036/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/03/2015 - 10.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0041

VERSLAG     
PDF 203kWORD 93k
2.3.2015
PE 546.864v02-00 A8-0036/2015

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/009 PL/Zachem, ingediend door Polen)

(COM(2015)0013 – C8-0010/2015 – 2015/2016(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Jan Olbrycht

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/009 PL/Zachem, ingediend door Polen)

(COM(2015)0013 – C8-0010/2015 – 2015/2016(BUD))

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0013 – C8-0010/2015),

–       gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(1) (EGF-Verordening),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–       gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 13 hiervan,

–       gezien de trialoogprocedure waarin is voorzien in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–       gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–       gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0036/2015),

A.     overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.     overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.     overwegende dat deze aanvraag een van de twee laatste aanvragen is die in behandeling wordt genomen volgens de EFG-Verordening uit 2006, en dat de vaststelling van Verordening (EU) nr. 1309/2013(4) de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad weerspiegelt om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geschatte kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, het aantal subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.     overwegende dat Polen aanvraag EGF/2013/009 PL/Zachem voor een bijdrage uit het EFG heeft ingediend naar aanleiding van 615 ontslagen bij Zaklady Chemiczne Zachem en twee leveranciers als gevolg van de stopzetting van de productie en de reorganisatie van Zachem, opererend in de sector van de NACE Rev. 2-afdeling 20 "Vervaardiging van chemicaliën en chemische producten", gevestigd in een NUTS II-regio, de provincie Kujawsko-Pomorskie; overwegende dat 404 van de 615 ontslagen medewerkers zich als werkzoekende hebben ingeschreven bij het districtsarbeidsbureau in Bydgoszcz; overwegende dat de gedwongen ontslagen plaatsvonden in de referentieperiode van 31 maart 2013 tot 31 juli 2013 en verband houden met de daling van het marktaandeel van de Unie in de chemische industrie;

E.     overwegende dat een financiële bijdrage uit het EFG wordt gevraagd ter hoogte van 115 205 EUR (50 % van de totale kosten);

F.     overwegende dat de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria die zijn vastgelegd in de EFG-verordening,

1.      is het met de Commissie eens dat is voldaan is aan de voorwaarden van artikel 2, onder a), van de EFG-verordening en dat Polen bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.      stelt vast dat de Poolse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op woensdag 9 oktober 2013 hebben ingediend uit hoofde van de EFG-verordening, die geen maximumtermijn voor de instructie voorschrijft, en dat de Commissie haar beoordeling op 21 januari 2015 heeft bekendgemaakt;

3.      spreekt zijn bezorgdheid uit over de duur van de procedure vanaf de datum van de eerste ontslagen tot de beoordeling van de aanvraag; herinnert eraan dat het doel van het EFG is ontslagen werknemers zo snel mogelijk hulp te bieden;

4.      is ingenomen met het feit dat de Poolse autoriteiten op 4 maart 2013 hebben besloten te beginnen met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers om hun snel te kunnen helpen, ruimschoots vooruitlopend op het besluit over en de aanvraag voor toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

5.      constateert dat het aandeel van de Unie op de wereldmarkt van chemicaliën tussen 1992 en 2012 drastisch is geslonken: van 35,2 % in 1992 naar 17,8 % in 2012(5); merkt op dat de tendens de afgelopen jaren duidt op de migratie van chemische productie naar Azië, en dan met name naar China, waar het aandeel van de productie van chemicaliën is gestegen van 8,7 % in 2002 naar 30,5 % in 2012, als gevolg van stijgende verkoop in de opkomende markten, lagere arbeidskosten, toegang tot markten, subsidies, belastingen en regelgeving; is dan ook van mening dat de ontslagen in Zachem en bij zijn twee leveranciers verband houden met door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen;

6.      onderstreept dat Zachem de grootste werkgever in de regio was en dat in de referentieperiode de werknemers die direct of indirect ontslagen waren bij Zachem 60 % uitmaakten van alle nieuw geregistreerde werklozen in het districtsarbeidsbureau in Bydgoszcz;

7.      merkt op dat de ontslagen bij Zachem en zijn leveranciers naar verwachting negatieve gevolgen zullen hebben voor de provincie Kujawsko-Pomorskie, die het hoogste werkloosheidspercentage van het land kende, nl. 17,4 % in juli 2013, ondanks de economische expansie waar de regio van heeft geprofiteerd;

8.      stelt vast dat de door het EFG gesteunde maatregelen gericht zijn op de vijftig meest benadeelde werknemers en de volgende twee maatregelen omvatten: aanmoedigingspremies voor het aanwerven van werknemers en bemiddelingswerkzaamheden;

9.      wijst erop dat het grootste deel van de kosten voor de individuele dienstverlening bestaat uit aanmoedigingspremies voor het aanwerven van 45 werknemers, bedoeld om werkgevers te stimuleren om deze werknemers voor tenminste 24 maanden in dienst te nemen;

10.    wijst erop dat steun op kleinere schaal wordt verleend aan 5 ontslagen werknemers die ouder zijn dan 50 jaar, ter dekking van hun sociale zekerheidsbijdragen; wijst erop dat deze leeftijdsgroep een groter gevaar loopt op langdurige werkloosheid en uitsluiting van de arbeidsmarkt;

11.    is ingenomen met de complementariteit van de EFG-maatregelen met acties die worden gefinancierd uit de structuurfondsen; merkt in het bijzonder op dat het gecoördineerde pakket van individuele diensten gericht is op de aanvulling van de diverse lopende maatregelen voor de ontslagen werknemers in het kader van het operationele programma "Menselijk Kapitaal", dat wordt medegefinancierd door het Europees Sociaal Fonds, en van de andere maatregelen die worden genomen door de arbeidsbureaus in de regio; wijst erop dat dubbele financiering bij dergelijke aanvullende acties moet worden voorkomen;

12. merkt op dat de individuele dienstverlening volgens de planning vóór 30 september 2015 ten uitvoer moet zijn gelegd, en dat blijkens voorlopige gegevens 36 personen werk hebben gevonden dankzij deelname aan de in het pakket geboden diensten; merkt op dat aan het eind van het jaar 2014 59 % van de geplande begroting was uitgevoerd;

13. is ingenomen met het feit dat het Comité voor de maatschappelijke dialoog in de provincie de mogelijkheden heeft besproken van hulp aan werknemers die ontslagen zijn door Zachem S.A. en diens leveranciers, en dat het voorgestelde pakket van individuele maatregelen was besproken tijdens een vergadering van de raad voor de werkgelegenheid in Bydgoszcz, met vakbonden en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en lokale en regionale overheden;

14. herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers verbeterd moet worden door middel van aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden;

15. is ingenomen met het feit dat het beginsel van gelijkheid tussen vrouwen en mannen, alsmede van non-discriminatie, toegepast wordt tijdens de verschillende stadia van uitvoering van en toegang tot de EFG-maatregelen, en dat dat ook in de toekomst het geval zal blijven;

16. benadrukt dat met de EFG-steun alleen actieve arbeidsmarktmaatregelen kunnen worden medegefinancierd die duurzame werkgelegenheid voor de lange termijn opleveren; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

17. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

18. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, samen met de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855).

(5)

De Europese chemische industrie Feiten en cijfers 2013, CEFIC (http://www.cefic.org/Facts-and-Figures)


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/009 PL/Zachem, ingediend door Polen)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(1), en met name artikel 12, lid 3,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om hen te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

(2)      Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden(3).

(3)      Polen heeft op 9 oktober 2013 een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen in verband met gedwongen ontslagen bij Zachem en 2 leveranciers en downstreamproducenten, en heeft aanvullende informatie verstrekt t/m 16 juni 2014. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor financiële bijdragen overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. Bijgevolg stelt de Commissie voor om een bedrag van 115 205 EUR beschikbaar te stellen.

(4)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage te leveren voor de door Polen ingediende aanvraag.

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 wordt een bedrag van 115 205 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De voorzitter                                                 De voorzitter

(1)

             PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)

             PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

              PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die lijden onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1927/2006(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (in prijzen van 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt er een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag voor Zachem, Polen en het voorstel van de Commissie

Op 21 januari 2015 heeft de Commissie een voorstel aangenomen voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering aan Polen om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te ondersteunen van werknemers die zijn ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Deze aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 115 205 EUR uit het EFG voor Polen is de vijfde die in het kader van de begroting 2015 wordt behandeld. De aanvraag betreft 615 gedwongen ontslagen in de referentieperiode van 31 maart 2013 t/m 31 juli 2013. De aanvraag is gebaseerd op de criteria voor ingrijpen in artikel 2, onder a), van de EFG-verordening uit 2006, te weten: binnen een periode van vier maanden moeten in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 gedwongen ontslagen gevallen zijn, met inbegrip van ontslagen bij leveranciers of downstreamproducenten.

De aanvraag werd op 9 oktober 2013 bij de Commissie ingediend. De Commissie heeft geconcludeerd dat de aanvraag voldoet aan de in Verordening (EG) nr. 1927/2006(4), artikel 2, onder a), neergelegde voorwaarden voor de aanwending van het EFG.

Volgens de gegevens van de Poolse autoriteiten heeft de EU een aanzienlijk gedeelte van haar marktaandeel in de chemische industrie verloren, en is zij haar leidende positie op de wereld in de verkoop van chemicaliën kwijtgeraakt. Tussen 1992 en 2012 is het EU-aandeel op de wereldmarkt van chemicaliën drastisch geslonken: van 35,2 % in 1992 naar 30,5 % in 2002 en naar 17,8 % in 2012(5). De tendens van de afgelopen jaren duidt op de migratie van chemische productie naar Azië, en dan met name naar China. China heeft een spectaculaire toename in de productie van chemicaliën laten zien van 8,7 % in 2002 naar 30,5 % in 2012, als gevolg van stijgende verkoop in de opkomende markten. Het hoge productieniveau in de Aziatische economieën komt ook voort uit lagere arbeidskosten, toegang tot markten, subsidies, belastingen en regelgeving.

De ontslagen in Zachem kwamen onverwacht en waren te wijten aan de plotselinge stijging van het marktaanbod van het belangrijkste product van het bedrijf, TDI (tolueen diisocyanaat). Door het productoverschot van 30 % als gevolg van investeringen in andere delen van de wereld om te kunnen profiteren van schaalvoordelen en de toeleveringsketen verder te integreren, konden deze producenten fabriceren tegen een lagere gemiddelde prijs. In combinatie met lage vervoerskosten zorgde deze situatie ervoor dat Zachem in dit klimaat niet meer concurrerend was. Wat betreft de tweede bron van inkomsten, de vervaardiging van ECH (epichlorohydrine), leverde de verkoop hiervan de groep geen winst meer op vanwege de stijging met ongeveer 160 % van de prijs van de grondstof propyleen.

Het gecoördineerde pakket van individuele diensten waarvoor medefinanciering wordt aangevraagd, zal gericht zijn op de vijftig meest benadeelde personen en zal de volgende twee maatregelen omvatten: aanmoedigingspremies voor het aanwerven van werknemers en bemiddelingswerkzaamheden.

Volgens de Poolse autoriteiten vormen de maatregelen die op 4 maart 2013 zijn ingevoerd samen een gecoördineerd pakket van individuele diensten en is hierbij sprake van actieve arbeidsmarktmaatregelen die gericht zijn op de terugkeer van de werknemers op de arbeidsmarkt.

De Poolse autoriteiten hebben:

•  bevestigd dat de financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats komt van maatregelen die krachtens de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van ondernemingen vallen;

•  aangetoond dat de maatregelen tot doel hebben steun te verlenen aan individuele werknemers en niet worden gebruikt om ondernemingen of sectoren te herstructureren;

•  bevestigd dat voor de hierboven vermelde subsidiabele maatregelen geen steun uit andere EU-financieringsinstrumenten wordt ontvangen.

Wat de beheers- en controlesystemen betreft, heeft Polen de Commissie meegedeeld dat de financiële bijdrage uit het EFG wordt beheerd en gecontroleerd door dezelfde instanties die de financiering het Europees Sociaal Fonds (ESF) beheren en controleren. Het ministerie van Infrastructuur en Ontwikkeling, en in het bijzonder de dienst voor het Europees Sociaal Fonds, wordt de beheersautoriteit die verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van het EFG. De beheersautoriteit zal een aantal taken overdragen aan de bemiddelende instantie, het provinciale arbeidsbureau in Torun.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 115 205 EUR.

Dit is het vijfde voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2015 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

De trialoog over het voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG kan plaatsvinden in een vereenvoudigde vorm, zoals voorzien in artikel 12, lid 5, van de rechtsgrondslag, tenzij het Parlement en de Raad niet tot overeenstemming kunnen komen.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(5)

.De Europese chemische industrie Feiten en cijfers 2013, CEFIC (http://www.cefic.org/Facts-and-Figures)


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/ch D(2015)4226

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft:          Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2013/009 PL/Zachem

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2013/009 PL/Zachem onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken uitgegaan van de volgende overwegingen:

A) overwegende dat deze aanvraag is gebaseerd op artikel 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1927/2006 ("EFG-verordening") en betrekking heeft op 615 ontslagen werknemers bij Zaklady Chemiczne Zachem en zijn twee leveranciers Zachem UCR en Metalko Sp, die vallen onder NACE Rev. 2-afdeling 20 (Vervaardiging van chemicaliën en chemische producten), gevestigd in een NUTS II-regio, de provincie Kujawsko-Pomorskie (PL61) tijdens de referentieperiode van vier maanden van 31 maart 2013 tot en met 31 juli 2013;

B) overwegende dat de Poolse autoriteiten, om het verband te leggen tussen de gedwongen ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, stellen dat de EU veel marktaandeel verloren is in de chemische industrie en haar wereldwijde toppositie in de verkoop van chemische producten is kwijtgeraakt;

C) overwegende dat het EU-aandeel op de wereldmarkt van chemicaliën drastisch is geslonken: van 35,2 % in 1992 tot 30,5 % in 2002 en 17,8 % in 2012;

D) overwegende dat de tendens van de afgelopen jaren duidt op de migratie van chemische productie naar Azië, en dan met name naar China; overwegende dat China een spectaculaire toename in de productie van chemicaliën heeft laten zien van 8,7 % in 2002 naar 30,5 % in 2012, als gevolg van stijgende verkoop in de opkomende markten; overwegende dat het hoge productieniveau in de Aziatische economieën ook voortkomt uit lagere arbeidskosten, toegang tot markten, subsidies, belastingen en regelgeving;

E) overwegende dat de meerderheid (78,7 %) van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben man is, en 21,3 % vrouw; overwegende dat 74,8 % van de werknemers tussen de 25 en 54 jaar oud is en meer dan 24,7 % tussen 55 en 64 jaar oud is;

F) overwegende dat deze regio het hoogste werkloosheidspercentage van het land had en dat Zachem de grootste werkgever van de regio was;

zodoende verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Poolse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1927/2006 en dat Polen bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  wijst erop dat het gevraagde bedrag het laagste is in de geschiedenis van het EFG;

3.  stelt vast dat de door het EFG gesteunde maatregelen gericht zijn op de vijftig werknemers die zich in de meest achtergestelde positie bevinden: constateert dat de meerderheid van de bij Zachem en leveranciers van dat bedrijf ontslagen werknemers gebruik maakt van aanvullende maatregelen die worden gefinancierd via andere ESF-maatregelen; wijst erop dat dubbele financiering bij dergelijke aanvullende acties moet worden voorkomen;

4.  is ingenomen met de synergie van het beheer van de verschillende maatregelen die worden gefinancierd door het EGF, het ESF en nationale fondsen;

5.  wijst erop dat het grootste deel van de kosten voor de individuele dienstverlening bestaat uit aanmoedigingspremies voor het aanwerven van 45 werknemers, bedoeld om werkgevers te stimuleren om deze werknemers voor tenminste 24 maanden in dienst te nemen;

6.  wijst erop dat steun op kleinere schaal wordt verleend aan 5 ontslagen werknemers die ouder zijn dan 50 jaar, ter dekking van hun sociale zekerheidsbijdragen; wijst erop dat deze leeftijdsgroep een groter gevaar loopt op langdurige werkloosheid en uitsluiting van de arbeidsmarkt.

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG,

Waarnemend voorzitter, eerste ondervoorzitter


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

ASP 09 G 205

B 1047 Brussel

Mijnheer de voorzitter,

Betreft: Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

Zes afzonderlijke Commissievoorstellen voor een besluit om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen werden voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat er op 26 februari verslagen over elk van deze voorstellen in de Begrotingscommissie worden goedgekeurd.

-          COM(2014)0725 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 981 956 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 708 werknemers die zijn ontslagen na de sluiting van Duferco België en inkrimpingen van het personeelsbestand bij NLMK La Louvière SA, opererend in de sector vervaardiging van metalen in primaire vorm in de provincie Henegouwen, België, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

-          COM(2014)0726 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 1 094 760 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 657 werknemers die zijn ontslagen bij aleo solar AG en haar twee dochterondernemingen aleo solar Dritte Produktion GmbH (Prenzlau) en aleo solar Deutschland GmbH (Oldenburg), opererend in de sector Vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten in de regio's Brandenburg en Weser-Ems, Duitsland, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

-          COM(2014)0734 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 1 591 486 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 1285 werknemers die zijn ontslagen bij ArcelorMittal Liège S.A., opererend in de sector vervaardiging van metalen in primaire vorm in de regio Luik, België, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

-          COM(2014)0735 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 1 222 854 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 1030 werknemers die zijn ontslagen bij Caterpillar Belgium S.A., opererend in de sector vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen in de provincie Henegouwen, België, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

-          COM(2015)0009 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 1 339 928 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 257 werknemers die zijn ontslagen na de sluiting van de fabriek van Saint-Gobain Sekurit Benelux in Auvelais, België, die veiligheidsglas voor de automobielindustrie produceerde, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

-          COM(2015)0013 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 115 205 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 615 werknemers die zijn ontslagen bij Zaklady Chemiczne Zachem in Polen, fabrikant van chemische producten, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid van de Commissie regionale ontwikkeling geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van de voornoemde bedragen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.2.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

29

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jonathan Arnott, Jean Arthuis, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Carlos Iturgaiz, Bernd Kölmel, Vladimír Maňka, Clare Moody, Victor Negrescu, Urmas Paet, Pina Picierno, Paul Rübig, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Marco Valli, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Janusz Lewandowski, Andrey Novakov, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Paulo Rangel

Juridische mededeling