Procedure : 2014/2120(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0072/2015

Ingediende teksten :

A8-0072/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.29
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0138

VERSLAG     
PDF 173kWORD 88k
30.3.2015
PE 539.715v02-00 A8-0072/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2120(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2120(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de Autoriteit(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie(5), en met name artikel 64,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0072/2015),

1.      verleent de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2013;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2120(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de Autoriteit(8),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(9) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van17 februari 2015 ... betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(11), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie(12), en met name artikel 64,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(14), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0072/2015),

1.      stelt vast dat de definitieve jaarrekening van de Europese Bankautoriteit overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.      hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2120(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0072/2015),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Bankautoriteit (hierna "de Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2013 volgens haar financiële staten 25 967 360 EUR bedroeg, een toename dus van 25,16 % ten opzichte van 2012, wat verklaard kan worden door het feit dat de Autoriteit pas recent werd opgericht;

B.   overwegende dat de aanvankelijke bijdrage van de Unie aan de begroting van de Autoriteit voor 2013 volgens haar financiële staten 10 386 944 EUR bedroeg, een toename dus van 25,16 % ten opzichte van 2012;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Bankautoriteit betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

D.  overwegende dat de Autoriteit als taak heeft bij te dragen tot de invoering van kwalitatief hoogstaande gemeenschappelijke regulerings- en toezichtsnormen en -praktijken alsmede tot de consistente toepassing van de juridisch bindende handelingen van de Unie, de delegatie van taken en verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten te stimuleren en te vergemakkelijken, marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebied te volgen en te beoordelen en de bescherming van depositohouders en beleggers te bevorderen;

Follow-up van de kwijting voor 2012

1.   maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat er naar aanleiding van zeven in het verslag van de Rekenkamer van 2012 geformuleerde opmerkingen, corrigerende maatregelen zijn getroffen en dat vijf opmerkingen nu als "afgerond" aangemerkt zijn, een als "loopt nog" en een als "niet van toepassing";

2.   verneemt van de Autoriteit het volgende:

-     de aanvullende schooltoelage is in het meerjarig personeelsbeleidsplan van de Autoriteit opgenomen als deel van de jaarlijkse begrotingsprocedure, om een gelijke behandeling van haar werknemers te garanderen in verband met het hoge schoolgeld in de zetel van de Autoriteit, en de Autoriteit heeft directe overeenkomsten gesloten met scholen om het schoolgeld rechtstreeks en tot aan de drempel te betalen;

  -  er wordt op basis van een onderzoek bij de belangrijkste actoren van de Autoriteit een communicatiestrategie ontwikkeld om de bestaande onderdelen van haar website te vereenvoudigen alsook om nieuwe inhoud te creëren om toegankelijke informatie aan te bieden aan een minder gespecialiseerd publiek; merkt voorts op dat op de website een consumentendesk werd gecreëerd met gemakkelijk toegankelijke informatie over het indienen van klachten tegen financiële instellingen, alsook algemeen advies voor persoonlijke financiën;

  -  alle IT-systemen waren intern opgezet in het gegevenscentrum van de Autoriteit, behalve voor een relatief klein IT-instrument voor de colleges van toezichthouders en door deze interne procedures waren de risico's inzake beperkte controle en toezicht op de IT-systemen van de Autoriteit volledig beperkt;

Financieel en begrotingsbeheer

3.   verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het algemene peil van de vastleggingskredieten van de Autoriteit 90 % bedroeg (89 % in 2012); merkt op dat deze vastleggingskredieten varieerden van 87 % voor titel I (personeelsuitgaven) en 98 % voor titel II (administratieve uitgaven) tot 92 % voor titel III (operationele uitgaven);

4.   merkt op dat het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake de niet-indexering van de salarissen voor de periode tussen 1 juli 2011 en 30 juni 2013 een negatief effect had op het niveau van de vastleggingskredieten van titel I van de Autoriteit, die 1 800 000 EUR bedroegen;

Vastleggingen en overdrachten

5.   verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat de Autoriteit erin geslaagd is het algemene niveau van de overgedragen vastleggingskredieten aanzienlijk terug te dringen van 6 547 808 EUR in 2012 (36 %) tot 3 876 564 EUR in 2013 (17 %);

6.   stelt met bezorgdheid vast dat het niveau van overdrachten voor titel II (1 974 511 EUR of 35 %) en titel III (1 651 203 EUR of 36 %), relatief hoog lag, vooral als gevolg van de geplande uitbesteding van IT-infrastructuur en -diensten, waarvoor de contracten zoals gepland in december 2013 gesloten werden en de desbetreffende diensten in 2014 werden geleverd;

Overschrijvingen

7.   merkt op dat zowel uit het jaarlijks activiteitenverslag van de Autoriteit als uit de bevindingen van de Rekenkamer blijkt dat het niveau en de aard van de overschrijvingen in 2013 binnen de grenzen van de financiële voorschriften van de Autoriteit gebleven zijn;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

8.   merkt op dat er in het verslag van de Rekenkamer geen opmerkingen zijn geformuleerd aangaande de aanbestedingsprocedures van de Autoriteit;

9.   verneemt van de Autoriteit dat er in verband met de aanbevelingen van de Rekenkamer en de kwijtingsautoriteit corrigerende maatregelen zijn genomen in alle lopende aanwervingsprocedures in 2012 en dat deze systematisch zijn toegepast in alle verdere aanwervingsprocedures;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

10. verneemt van de Autoriteit dat, naast de ethische richtsnoeren die van kracht zijn en die op al haar personeelsleden van toepassing zijn, zij ook een begin heeft gemaakt met de ontwikkeling van verder beleid in verband met onafhankelijkheid en besluitvormingsprocessen inzake belangenverklaringen;

11.  verneemt van de Autoriteit dat haar beleid inzake belangenconflicten voor personeelsleden en andere contractpartijen, alsook voor niet-personeelsleden, goedgekeurd en uitgevoerd is; verneemt van de Autoriteit dat de cv's en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur en de raad van toezichthouders, alsook de belangenverklaringen van de voorzitter, de uitvoerend directeur en alle leden van het hoger management, gepubliceerd zijn op de website van de Autoriteit; merkt op dat de belangenverklaringen openbaar toegankelijk zijn op de website van de Autoriteit;

12.  is ingenomen met de goedkeuring van het beleid inzake onafhankelijkheid en besluitvormingsprocessen door de raad van toezichthouders van de Autoriteit op 3 februari 2015 en dringt aan op degelijke resultaten na de tijdige tenuitvoerlegging van dit beleid;

Interne controles

13. heeft vernomen dat de raad van bestuur van de Autoriteit is samengesteld uit zes leden die gekozen worden uit haar raad van toezichthouders, door en uit de leden; stelt voorts vast dat de leden van de raad van bestuur verkozen werden op de vergadering van de raad van toezichthouders van 1 juli 2013, overeenkomstig het herziene reglement van orde van de raad van toezichthouders;

Interne controle

14. verneemt dat de dienst Interne Audit (DIA) van de Commissie begin 2013 een beperkte evaluatie van de tenuitvoerlegging van interne controlenormen heeft uitgevoerd; stelt met bezorgdheid vast dat de DIA bij de risicoanalyse bepaalde processen met een hoog inherent risico heeft aangewezen die niet als controleerbaar konden worden beschouwd binnen het controleplan, aangezien de controles als ontbrekend of ontoereikend werden beoordeeld;

15. overwegende dat er in het verslag van de EAS 14 aanbevelingen zijn gedaan, waarvan er twee als "zeer belangrijk" zijn gekwalificeerd; stelt vast dat de Autoriteit een actieplan heeft ontwikkeld om de punten aan te pakken waarvoor de IAS aanbevelingen voor verbeteringen heeft gedaan; merkt voorts op dat de corrigerende maatregelen van de Autoriteit om deze gebieden met hoog risico aan te pakken, zullen worden opgevolgd door de DIA tijdens de volgende grondige risicobeoordeling;

16. neemt er nota van dat de IAS in 2013 aan de hand van stukken heeft gecontroleerd of zijn eerdere aanbevelingen zijn uitgevoerd; stelt vast dat de IAS van oordeel was dat er per 31 december 2013 geen essentiële aanbevelingen meer openstonden; stelt vast dat van de twee aanbevelingen die als "zeer belangrijk" waren aangemerkt door de IAS, er een als uitgevoerd is aangegeven en zal worden opgevolgd, en dat de andere vertraging heeft opgelopen tegenover het oorspronkelijke actieplan;

17. merkt op dat de IAS in 2014 een tweede beperkte evaluatie van het beheer van het IT-project van de Autoriteit heeft verricht en twee aanbevelingen heeft gedaan die als "zeer belangrijk" zijn aangemerkt, alsook twee die als "belangrijk" zijn aangemerkt; verneemt van de Autoriteit dat zij een gedetailleerd actieplan met termijnen heeft voorbereid om op deze aanbevelingen in te gaan, en dat de haalbaarheid van dit plan door de IAS is aanvaard en bevestigd;

Prestatiebeoordeling

18. neemt er kennis van dat de Autoriteit nauw samenwerkt met de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor alle ondersteuningsfuncties om de administratieve kosten waar mogelijk te drukken, synergie te bewerkstelligen en optimale werkwijzen te delen; ziet uit naar verdere inspanningen van de Autoriteit voor meer samenwerking met andere gedecentraliseerde agentschappen;

Overige opmerkingen

19.  herinnert eraan dat het Parlement een belangrijke drijvende kracht is geweest bij de inspanningen om een nieuw en alomvattend Europees systeem voor financieel toezicht (ESFS) op te zetten in de nasleep van de financiële crisis, en in het oprichten van - als onderdeel hiervan - de Autoriteit in 2011;

20.  neemt kennis van de opmerking van de Commissie in haar onlangs verschenen verslag over de activiteiten van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) en het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS) dat de ETA's, ondanks de moeilijke omstandigheden waarin ze moeten opereren, in korte tijd goed functionerende organisaties hebben opgericht die over de hele linie goed hebben gepresteerd in hun brede scala aan taken, terwijl ze steeds meer aanvragen krijgen waarvoor ze echter beperkte personele middelen hebben;

21.  onderstreept dat de rol van de EBA bij de bevordering van een gemeenschappelijke toezichtsregeling voor de gehele interne markt essentieel is voor een beter geïntegreerde, efficiëntere en veiligere banksector in de EU, en daarmee een bijdrage levert aan economisch herstel en nieuwe banen en groei in Europa, en aan het voorkomen van crisis in de toekomst in de financiële sector; dringt aan op coördinatie van de Autoriteit met de Europese Centrale Bank in diens functie van toezichthouder voor de banken, teneinde overlappingen en de opbouw van excessieve capaciteit te vermijden;

22.  neemt kennis van Speciaal verslag nr. 5/2014 van de Rekenkamer en van de beschreven tekortkomingen aangaande het functioneren van de nieuwe regelingen met betrekking tot het grensoverschrijdend bankentoezicht, de beoordeling van de veerkracht van Europese banken en het bevorderen van de bescherming van de consument; dringt er bij de Autoriteit op aan, met betrekking tot de onderdelen van de aanbevelingen die niet exclusief gericht zijn aan de Commissie of de medewetgevers, de juiste maatregelen te nemen om deze tekortkomingen aan te pakken;

23.  neemt kennis van de conclusie van de Rekenkamer in haar Speciaal verslag nr. 5/2014, die luiden dat de personele en financiële middelen van de Autoriteit in de oprichtingsfase over de hele linie ontoereikend waren om haar mandaat uit te voeren; stelt vast dat het ESFS nog in een opbouwfase verkeert en benadrukt dat voor de reeds aan de Autoriteit toevertrouwde taken en voor de taken die haar in op handen zijnde wetgeving zullen worden opgedragen, voldoende personeel en een toereikend budget nodig zijn om de voorwaarden te creëren voor een kwalitatief hoogwaardig toezicht; onderstreept dat altijd zorgvuldig gekeken moet worden naar de combinatie van bijkomende taken en bijkomende middelen; benadrukt echter dat eventuele uitbreiding van de middelen waar mogelijk moet worden voorafgegaan en/of aangevuld door een geëigende rationalisering; onderstreept de coördinerende rol van de Autoriteit en de noodzaak van een nauwere samenwerking met de nationale toezichthoudende autoriteiten voor het uitvoeren van haar mandaat;

24.  benadrukt dat de Autoriteit zich, gezien de beperkte middelen, moet houden aan de haar door de medewetgevers van de Unie toegekende taken; onderstreept dat de Autoriteit deze taken volledig moet uitvoeren, maar dat zij niet moet proberen haar mandaat daarbuiten uit te breiden, en dat haar onafhankelijkheid gewaarborgd moet zijn; onderstreept dat de Autoriteit moet bekijken of zij richtsnoeren en aanbevelingen moet formuleren;

25.  onderstreept dat de Autoriteit volledig gebruik moet maken van de bevoegdheden op het gebied van de consumentenbescherming uit hoofde van haar mandaat; onderstreept dat een nauwere coördinatie van de Autoriteit met de andere ETA's via het Gemengd Comité een goede zaak zou zijn;

26.  concludeert dat de gemengde financieringsregeling van de Autoriteit inflexibel en omslachtig is, en een potentiële bedreiging vormt voor haar onafhankelijkheid; vraagt dan ook aan de Commissie, als dit gestaafd wordt door de beoordeling van de Commissie, dat zij vóór 2017 een financieringsmechanisme voor de Autoriteit voorstelt dat uitsluitend gebaseerd is op de invoering van bijdragen van de marktdeelnemers, of dat gebaseerd is op een combinatie van bijdragen van de marktdeelnemers met basisfinanciering uit een afzonderlijke begrotingslijn in de algemene EU-begroting;

o

o   o

27.    verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van .... 2015(15) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

26.2.2015

ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2120(DEC))

Rapporteur voor advies: Markus Ferber

SUGGESTIES

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole de volgende suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  herinnert eraan dat het Europees Parlement een belangrijke drijvende kracht is geweest bij de inspanningen om een nieuw en alomvattend Europees systeem voor financieel toezicht (ESFS) op te zetten in de nasleep van de financiële crisis, en in het oprichten van - als onderdeel hiervan - de Europese Bankautoriteit (EBA) in 2011;

2.  neemt kennis van de opmerking van de Commissie in haar onlangs verschenen verslag over de activiteiten van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) en het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS) dat de ETA's, ondanks de moeilijke omstandigheden waarin ze moeten opereren, in korte tijd goed functionerende organisaties hebben opgericht die over de hele linie goed hebben gepresteerd in hun brede scala aan taken, terwijl ze steeds meer aanvragen krijgen waarvoor ze echter beperkte personele middelen hebben;

3.  onderstreept dat de rol van de EBA bij de bevordering van een gemeenschappelijke toezichtsregeling voor de gehele interne markt essentieel is voor een beter geïntegreerde, efficiëntere en veiligere banksector in de EU, en daarmee een bijdrage levert aan economisch herstel en nieuwe banen en groei in Europa, en aan het voorkomen van crisis in de toekomst in de financiële sector; dringt aan op coördinatie met de Europese Centrale Bank in diens functie van toezichthouder voor de banken, teneinde overlappingen en de opbouw van excessieve capaciteit te vermijden;

4.  onderkent dat volgens het oordeel van de Europese Rekenkamer de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de EBA betreffende het begrotingsjaar afgesloten op 31 december 2013 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

5.  neemt kennis van Speciaal verslag nr. 2014/05 van de Rekenkamer en van de beschreven tekortkomingen aangaande het functioneren van de nieuwe regelingen met betrekking tot het grensoverschrijdend bankentoezicht, de beoordeling van de veerkracht van Europese banken en het bevorderen van de bescherming van de consument; dringt er bij de EBA op aan, met betrekking tot de onderdelen van de aanbevelingen die niet exclusief gericht zijn aan de Commissie of de medewetgevers, de juiste maatregelen te nemen om deze tekortkomingen aan te pakken;

6.  neemt kennis van de conclusies van de Europese Rekenkamer in zijn Speciaal verslag nr. 2014/05, die luiden dat de personele en financiële middelen van de EBA in de oprichtingsfase over de hele linie ontoereikend waren om haar mandaat uit te voeren; onderkent dat het ESFS nog in een opbouwfase verkeert, en benadrukt dat voor de reeds toevertrouwde taken aan de EBA alsook toekomstige taken die beoogd worden in de lopende wetgeving voldoende personeel en een toereikend budget nodig zijn om de voorwaarden te scheppen voor toezicht; onderstreept dat altijd zorgvuldig gekeken moet worden naar de combinatie van bijkomende taken en bijkomende middelen; benadrukt echter dat eventuele uitbreiding van de middelen waar mogelijk moet worden voorafgegaan en/of aangevuld door een geëigende rationalisering; onderstreept de coördinerende rol van de EBA en de noodzaak om - met het oog op het vervullen van zijn mandaat - nauw met de nationale toezichthoudende autoriteiten samen te werken;

7.  benadrukt dat de EBA zich, gezien de beperkte middelen, moet houden aan de haar door de medewetgevers van de Unie toegekende taken; onderstreept dat de EBA deze taken volledig moet uitvoeren, maar dat zij niet moet proberen haar mandaat daarbuiten feitelijk uit te breiden, en dat zijn onafhankelijkheid gewaarborgd moet zijn; wijst erop dat de EBA moet kijken of het noodzakelijk is richtsnoeren een aanbevelingen te formuleren;

8.  vindt dat de EBA volledig gebruik moet maken van zijn bevoegdheden uit hoofde van zijn bestaande mandaat op het gebied van de consumentenbescherming; onderstreept dat de EBA op dit vlak voor betere coördinatie met de andere ETA's moet zorgen middels het Gemengd Comité;

9.  concludeert dat de gemengde financieringsregeling van de EBA inflexibel en omslachtig is, en een potentiële bedreiging vormt voor haar onafhankelijkheid; dringt er derhalve bij de Commissie op aan, als dit gestaafd wordt door de beoordeling van de Commissie, vóór 2017 een financieringsmechanisme voor te stellen dat:

-    uitsluitend gebaseerd is op de invoering van bijdragen van de marktdeelnemers, of

     -    bijdragen van de marktdeelnemers combineert met basisfinanciering uit een afzonderlijke begrotingslijn in de algemene begroting van de Unie;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.2.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

46

11

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Hugues Bayet, Pervenche Berès, Esther de Lange, Anneliese Dodds, Markus Ferber, Jonás Fernández, Elisa Ferreira, Sven Giegold, Neena Gill, Sylvie Goulard, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Cătălin Sorin Ivan, Petr Ježek, Othmar Karas, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Philippe Lamberts, Werner Langen, Sander Loones, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Fulvio Martusciello, Marisa Matias, Costas Mavrides, Bernard Monot, Luděk Niedermayer, Patrick O’Flynn, Stanisław Ożóg, Dimitrios Papadimoulis, Dariusz Rosati, Alfred Sant, Molly Scott Cato, Peter Simon, Renato Soru, Theodor Dumitru Stolojan, Paul Tang, Sampo Terho, Ramon Tremosa i Balcells, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Cora van Nieuwenhuizen, Miguel Viegas, Steven Woolfe, Pablo Zalba Bidegain, Marco Zanni, Sotirios Zarianopoulos

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Corbett, Ashley Fox, Eva Kaili, Syed Kamall, Barbara Kappel, Thomas Mann, Siegfried Mureșan

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Gesine Meissner

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Bernd Kölmel, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Benedek Jávor, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 112.

(2)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 112.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.

(6)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(7)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(8)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 112.

(9)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 112.

(10)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(11)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(12)

PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.

(13)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(14)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(15)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA-PROV(2015)0000.

Juridische mededeling