Procedure : 2014/2087(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0079/2015

Ingediende teksten :

A8-0079/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.25
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0134

VERSLAG     
PDF 168kWORD 80k
30.3.2015
PE 539.730v02-00 A8-0079/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2087(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2087(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van het Centrum(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding(5), en met name artikel 12 bis,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0079/2015),

1.      verleent de directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Centrum voor het begrotingsjaar 2013;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2087(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van het Centrum(8),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(9) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(11), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding(12), en met name artikel 12 bis,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(14), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0079/2015),

1.      stelt vast dat de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.      hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2087(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0079/2015),

A.     overwegende dat volgens zijn financiële staten de definitieve begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding ("het Centrum") 17 925 075 EUR bedroeg voor het begrotingsjaar 2013, hetgeen een afname van 6,72 % ten opzichte van 2012 betekent,

B.     overwegende dat de totale bijdrage van de Unie aan de begroting van het Centrum voor 2013 volgens zijn financiële staten 17 133 900 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 1,18 % ten opzichte van 2012 betekent,

C.     overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2013 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Centrum betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn,

Follow-up van de kwijting voor 2012

1.      merkt op dat er ten aanzien van twee opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer van 2011 die in het verslag van 2012 nog als "openstaand" staan aangemerkt, corrigerende maatregelen zijn getroffen en dat bij beide aanbevelingen in het verslag van de Rekenkamer staat vermeld dat ze zijn "afgerond"; merkt bovendien op dat er ten aanzien van de drie opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer van 2012 twee corrigerende maatregelen zijn getroffen in reactie op de opmerkingen in het voorgaande jaar en dat die nu staan aangemerkt als "afgerond", terwijl bij een van de opmerkingen staat dat deze "niet van toepassing" is;

2.      verneemt van het Centrum dat:

-     na gevolg te hebben gegeven aan de aanbeveling van de Rekenkamer om ervoor te zorgen dat het voorselectiecomité een verklaring ondertekent met betrekking tot de afwezigheid van belangenconflicten, de aanwervingsprocedure voor twee hoge functies succesvol was;

-     het zijn beleid ten aanzien van belangenconflicten heeft herzien en aangepast; dringt er bij het Centrum op aan de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van de resultaten van de beleidsherziening en van de aanpassingen in de situatie bij het Centrum;

-     het maatregelen treft ten aanzien van de publicatie van de curricula vitae van de leden van de Raad van Bestuur en verklaringen met betrekking tot de afwezigheid van belangenconflicten; merkt met bezorgdheid op dat het Centrum dit probleem nog niet volledig heeft opgelost en dringt er bij het Centrum op aan corrigerende maatregelen te treffen en de kwijtingsautoriteit zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van de resultaten;

-     de informatie over de activiteiten van het Centrum voornamelijk ter beschikking wordt gesteld van de Commissie, de lidstaten en de sociale partners, waardoor de directe impact op de burgers van de Unie op korte termijn beperkt is; merkt bovendien op dat het jaarverslag van het Centrum beschikbaar is op de website van het Centrum;

-     het Centrum, in het kader van het samenwerkingsverband, zijn werkzaamheden coördineert met de Europese stichting voor opleiding en de Europese stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden om maximaal gebruik te maken van de synergie en kennis met elkaar te delen;

Financieel en begrotingsbeheer

3.      merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2013 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 98,95 % en dat het uitvoeringspercentage van de kredieten voor betalingen 92,39 % bedroeg;

4.      vergewist zich ervan dat de geplande onderbesteding in titel I, vanwege besparingen en uitstel van de aanwerving, de uitgaven in titel II en titel III heeft gedekt in verband met de vereisten voor diensten en bestellingen waarop in het werkprogramma is geanticipeerd; erkent dat volgens opmerkingen van de Rekenkamer in 2012 de overdracht van vastleggingskredieten uit titel 2 (17 % in 2013) is teruggebracht tot onder de drempel van 20 %, terwijl in 2012 nog 37 % is overgedragen;

Aanbestedings- en wervingsprocedures

5.      merkt op dat er voor het jaar 2013 geen steekproefsgewijs gecontroleerde verrichtingen noch andere auditresultaten zijn geweest die aanleiding hebben gegeven tot opmerkingen op de aanbestedingsprocedure van het Centrum in het verslag van de Rekenkamer;

6.      stelt aan de hand van het jaarverslag van het Centrum vast dat het organigram voor het jaar 2013 100 posten telt, waarvan 51 AD-posten en 49 AST-posten; neemt er voorts nota van dat er in beide categorieën meer tijdelijke dan vaste posten zijn;

7.      neemt er nota van dat het Centrum aan het eind van het jaar 96 mensen in dienst had op basis van het organigram en dat er twee vacatures waren voor AD-posten; erkent verder dat er twee posten niet zijn bezet zodat zij in 2014 kunnen worden geschrapt, in reactie op het verzoek van de Commissie om de komende jaren 5 % van het personeel af te laten vloeien;

Interne controles

8.      neemt er nota van dat het Centrum nieuwe ex post- en ex ante-controlemaatregelen heeft getroffen in reactie op de in 2012 door de Rekenkamer geuite bezorgdheid; neemt er bovendien nota van dat de ex post-maatregelen bestaan uit gedetailleerde controles van de personeelskosten voor drie steekproefsgewijs gekozen begunstigden op basis van alle ondersteunende documentatie, inclusief roosters, loonstrookjes, berekening van de dagtarieven, contracten, rekeningen en bankafschriften;

9.      merkt op dat het Centrum eindelijk procedures heeft ontwikkeld voor het monitoren en verslagleggen inzake wettigheid en regelmatigheid en momenteel zijn eigen fraudebestrijdingsstrategie opstelt;

Interne audit

10.    merkt op dat de dienst Interne audit (DIA) van de Commissie een grondige risicobeoordeling heeft uitgevoerd om de auditprioriteiten te bepalen voor de komende drie jaar, wat geresulteerd heeft in het definitieve strategische auditplan, met de voorgestelde auditprioriteiten voor 2013-2015; begrijpt van het Centrum dat het definitieve strategische auditplan in juni 2013 is goedgekeurd door de Raad van Bestuur van het Centrum;

11.    merkt op dat de DIA bij die risicoanalyse bepaalde processen met een hoog inherent risico heeft aangemerkt die niet als controleerbaar konden worden beschouwd binnen het controleplan, aangezien de controles werden beoordeeld als afwezig of ontoereikend; begrijpt van het Centrum dat het management een actieplan heeft ingediend dat gericht is op het aanpakken van deze problematiek die door de DIA bij de volgende grondige risicobeoordeling zal worden nagegaan;

12.    neemt er nota van dat de DIA heeft gekeken naar het gevolg dat gegeven is aan zijn eerdere aanbevelingen in 2013 door een administratieve controle van de informatie die het Centrum heeft verstrekt over de status van zeer belangrijke, belangrijke en wenselijke aanbevelingen; begrijpt dat er op 31 december 2013 geen kritieke of zeer belangrijke aanbevelingen open stonden;

Overige opmerkingen

13.    is ingenomen met de voorbeeldige maatregelen van het Centrum wat betreft kosteneffectieve en milieuvriendelijke maatregelen; spoort het Centrum aan deze goede praktijk voort te zetten;

14.    betreurt het vast te moeten stellen dat de reparatiewerkzaamheden aan het Cedefop-gebouw nog steeds vertraging ondervinden en pas in 2014 zullen worden afgerond;

15.    onderstreept dat het werk van het Centrum in hoge mate relevant is voor de Europese beleidsagenda op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding (BOO) alsmede arbeidsvaardigheden; stelt bezorgd vast dat de geringe vraag, met hoge werkloosheid tot gevolg, moet worden omgebogen, omdat anders een situatie ontstaat en wordt bestendigd waarin vaardigheden door overkwalificering en werkloosheid niet meer aansluiten bij wat de economie vraagt en verouderd raken; heeft waardering voor de belangrijke resultaten die het Centrum in 2013 op zijn werkterrein heeft geboekt; merkt voorts op dat het Centrum bezig is met de uitvoering van zijn eerste pan-Europese vaardighedenonderzoek (eu-SKILL);

16.    benadrukt de goede ervaringen die in enkele landen zijn opgedaan met het duale onderwijssysteem; wijst er evenwel op dat dit niet als wondermiddel tegen de hoge jeugdwerkloosheid kan worden beschouwd;

17.    feliciteert het Centrum met de resultaten van de in 2013 door de Commissie uitgevoerde evaluatie, waarin is vastgesteld dat het mondiaal gezien een toonaangevend kenniscentrum inzake kwalificatiekaders en vaardigheden is en dat het de samenwerking tussen de partijen die in Europa bij het BOO-beleid betrokken zijn, in belangrijke mate heeft versterkt.

o

o   o

18.    verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van … 2015(15) over de prestaties en het financiële beheer van en het toezicht op de agentschappen.

10.2.2015

ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2087(DEC))

Rapporteur voor advies: Marian Harkin

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  spreekt zijn tevredenheid uit over het feit dat de Rekenkamer heeft verklaard dat de verrichtingen die aan de jaarrekeningen van het Centrum voor het begrotingsjaar 2013 ten grondslag liggen, wettig en regelmatig zijn en dat de financiële positie van het Centrum per 31 december 2013 correct is weergegeven;

2.  vindt het verheugend dat de corrigerende maatregelen die het Centrum naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamer in het voorgaande jaar en de aanbevelingen van het Parlement heeft getroffen, zijn afgesloten;

3.  onderstreept dat het werk van het Centrum in hoge mate relevant is voor de Europese beleidsagenda op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding (BOO) alsmede arbeidsvaardigheden; stelt bezorgd vast dat de geringe vraag, met hoge werkloosheid tot gevolg, moet worden omgebogen, omdat anders een situatie ontstaat en wordt bestendigd waarin vaardigheden door overkwalificering en werkloosheid niet meer aansluiten bij wat de economie vraagt en verouderd raken; heeft waardering voor de belangrijke resultaten die het Centrum in 2013 op zijn werkterrein heeft geboekt; merkt voorts op dat het Centrum bezig is met de uitvoering van zijn eerste pan-Europese vaardighedenonderzoek (eu-SKILL);

4.  benadrukt de goede ervaringen die in enkele landen zijn opgedaan met het duale onderwijssysteem; wijst er evenwel op dat dit niet als wondermiddel tegen de hoge jeugdwerkloosheid kan worden beschouwd;

5.  is ingenomen met het nog steeds hoge uitvoeringspercentage voor de begroting (99,71%); waardeert het dat de overdracht van vastleggingskredieten uit titel II (17% in 2013) is teruggebracht tot onder de drempel van 20%, terwijl in 2012 nog 37% is overgedragen;

6.  betreurt het vast te moeten stellen dat de reparatiewerkzaamheden aan het Cedefop-gebouw nog steeds vertraging ondervinden en pas in 2014 zullen worden afgerond;

7.  feliciteert Cedefop met de resultaten van de in 2013 door de Commissie uitgevoerde evaluatie, waarin is vastgesteld dat Cedefop mondiaal gezien een toonaangevend kenniscentrum inzake kwalificatiekaders en vaardigheden is en dat het de samenwerking tussen de partijen die in Europa bij het BOO-beleid betrokken zijn, in belangrijke mate heeft versterkt.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

29.1.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

42

6

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Tiziana Beghin, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Ole Christensen, Lampros Fountoulis, Arne Gericke, Marian Harkin, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Zdzisław Krasnodębski, Kostadinka Kuneva, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Anthea McIntyre, Joëlle Mélin, Elisabeth Morin-Chartier, Georgi Pirinski, Marek Plura, Sofia Ribeiro, Maria João Rodrigues, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Siôn Simon, Jutta Steinruck, Romana Tomc, Yana Toom, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Jana Žitňanská, Inês Cristina Zuber

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Tania González Peñas, Richard Howitt, Paloma López Bermejo, António Marinho e Pinto, Edouard Martin, Helga Stevens, Monika Vana

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Bernd Kölmel, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Benedek Jávor, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 42.

(2)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 42.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1.

(6)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(7)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(8)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 42.

(9)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 42.

(10)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(11)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(12)

PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1.

(13)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(14)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(15)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA-PROV(2015)0000.

Juridische mededeling