Procedure : 2014/2122(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0087/2015

Ingediende teksten :

A8-0087/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.43
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0152

VERSLAG     
PDF 196kWORD 86k
30.3.2015
PE 539.735v02-00 A8-0087/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2122(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2122(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de Autoriteit(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie(5), en met name artikel 64,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0087/2015),

1.      verleent de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor effecten en markten kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2013;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor effecten en markten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2122(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de Autoriteit(8),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(9) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(11), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie(12), en met name artikel 64,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(14), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0087/2015),

1.      stelt vast dat de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.      hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor effecten en markten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2122(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0087/2015),

A.     overwegende dat volgens de financiële staten de begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (hierna: "Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2013 28 188 749 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 39,01% betekent ten opzichte van 2012, vanwege de bijkomende taken die de Autoriteit zijn toevertrouwd,

B.     overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Autoriteit betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2012

1.      maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat naar aanleiding van zes in het verslag van de Rekenkamer van 2011 geformuleerde opmerkingen die in het verslag van 2012 als "loopt nog" of "in behandeling" aangemerkt waren, corrigerende maatregelen getroffen zijn en dat twee opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer als "afgerond" aangemerkt zijn, drie als "loopt nog" en één opmerking als "niet van toepassing"; merkt voorts op dat naar aanleiding van de zeven in het verslag van de Rekenkamer van 2012 geformuleerde opmerkingen, corrigerende maatregelen zijn getroffen en twee opmerkingen nu als "afgerond" en twee als "niet van toepassing" aangemerkt zijn;

2.      verneemt van de Autoriteit:

-     dat zij haar personeels- en begrotingsplanning en haar jaarlijkse werkplanning heeft geïntegreerd om rekening te houden met de prioriteiten van de hele organisatie en om personeel, waar mogelijk, over te plaatsen naar andere functies;

-     dat zij haar aanwervingsprocedures aldus heeft aangepast dat er meer controles plaatsvinden, bijvoorbeeld controles vooraf, en dat er duidelijker modellen en verbeterde mechanismen voor de evaluatie van kandidaten zijn ingevoerd, en dat volgens het verslag van de Rekenkamer de corrigerende maatregel met betrekking tot de aanbeveling van de Rekenkamer over dit onderwerp inmiddels is afgerond;

-     dat zij met de burgers van de Unie over haar werkzaamheden en activiteiten communiceert door middel van het publiceren en verspreiden van informatie via een aantal kanalen, zoals haar openbare website, en door publicatie van verschillende soorten documenten over allerlei onderwerpen;

Financieel en begrotingsbeheer

3.      stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2013 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 93,18 % en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 72,54 % bedroeg;

4.      stelt vast dat de Autoriteit verschillende methoden heeft gebruikt, zoals maandelijkse rapportages aan de uitvoerend directeur en kwartaalrapportages aan de raad van bestuur, om ervoor te zorgen dat corrigerende maatregelen in verband met de uitvoering van de begroting tijdig werden genomen; stelt vast dat dit ertoe heeft geleid dat het uitvoeringspercentage van de begroting hoger ligt dan het voorgaande jaar;

Vastleggingen en overdrachten

5.      stelt vast dat de vastleggingen vaker tijdig plaatsvonden, aangezien het algemene niveau van de vastgelegde kredieten is gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar; stelt met bezorgdheid vast dat het niveau van de overgedragen vastgelegde kredieten voor titel III nog steeds hoog is (58 %, oftewel een stijging van 6 %);

6.      stelt vast dat het hoge aantal overdrachten hoofdzakelijk het gevolg is van aan het einde van het jaar gesloten IT-contracten, in 2013 ontvangen maar niet voor het eind van het jaar betaalde IT-diensten, vertragingen bij IT-aanbestedingen en het meerjarige karakter van gerelateerde IT-projecten; vraagt de Autoriteit de kwijtingsautoriteit op de hoogte stellen van de maatregelen die worden genomen om het aantal overdrachten zo veel mogelijk omlaag te brengen;

Overschrijvingen

7.      stelt bezorgd vast dat het niveau van de overschrijvingen hoog was, te weten 18 % van de begroting, oftewel 5 100 000 EUR; betreurt dat dit percentage hoger ligt dan in 2012, waaruit blijkt dat er nog altijd tekortkomingen zijn in de begrotingsplanning; verzoekt de Autoriteit de kwijtingsautoriteit mee te delen welke maatregelen worden genomen om deze tekortkoming te verhelpen;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

8.      verneemt van de Autoriteit dat de aanbestedingsprocedures voor aanbestedingen boven een bedrag van 15 000 EUR gecentraliseerd zijn, om de tijdigheid van de procedures, de kwaliteitscontrole en de naleving te verbeteren; stelt vast dat sinds 2013 maandelijks verslag wordt uitgebracht aan de uitvoerend directeur over de status van het aanbestedingsplan.

Preventie en beheer van belangenconflicten en transparantie

9.      verneemt van de Autoriteit dat zij haar ethische richtsnoeren heeft versterkt door voor niet-personeelsleden beleid te ontwikkelen inzake belangenconflicten, dat rekening houdt met de richtsnoeren van de Commissie betreffende de preventie van en de omgang met belangenconflicten in de gedecentraliseerde agentschappen van de EU, en dat geldt voor leden van de raad van toezichthouders en de raad van bestuur;

10.    stelt vast dat het beleid van de Autoriteit inzake belangenconflicten een bepaling bevat met betrekking tot de publicatie van de belangenverklaringen van leden van de raad van toezichthouders en de raad van bestuur; stelt vast dat de cv's en belangenverklaringen van de leden van de raad van toezichthouders en de raad van bestuur, alsook de belangenverklaringen van de uitvoerend directeur en het hoger management, niet openbaar zijn; dringt er bij de Autoriteit op aan deze tekortkoming zo snel mogelijk te verhelpen en genoemde documenten op haar website gemakkelijk toegankelijk te maken;

Interne controle

11.    verneemt van de Autoriteit dat de dienst Interne audit (IAS) van de Commissie in 2013, naar aanleiding van de resultaten van de risicobeoordeling van 2012 en het strategische auditplan van de Autoriteit voor 2013-2015, een beperkte evaluatie heeft uitgevoerd van de uitvoering door de Autoriteit van de internecontrolenormen (ICN);

12.    stelt vast dat de IAS in de evaluatie van 2013 van de ICN 14 aanbevelingen heeft gedaan met betrekking tot verschillende gebieden, waarvan er eentje was aangemerkt als "zeer belangrijk", en tot de conclusie kwam dat het merendeel van de beoordeelde 15 internecontrolenormen volledig of grotendeels ten uitvoer was gelegd; stelt vast dat naar aanleiding van het door de IAS in juni 2014 afgelegde vervolgbezoek de helft van de aanbevelingen ten uitvoer is gelegd, waaronder de aanbeveling met de status "zeer belangrijk";

Overige opmerkingen

13.    betreurt dat 27 % van de betalingen voor ontvangen goederen en diensten te laat was, hetgeen rentebetalingen ad 3 834 EUR met zich meebracht, en dat de betalingen gemiddeld 32 dagen te laat waren; vraagt de Autoriteit de kwijtingsautoriteit gedetailleerde informatie te verstrekken over de maatregelen die genomen worden om dit probleem aan te pakken en ervoor te zorgen dat meer betalingen tijdig worden verricht;

14.    stelt vast dat de huidige regelingen voor de financiering van de Autoriteit inflexibel zijn, onnodige administratieve lasten met zich meebrengen en een bedreiging kunnen vormen voor de onafhankelijkheid van de Autoriteit; verzoekt de Autoriteit met klem samen te werken met de Commissie om de huidige financieringsstructuur aan te passen;

15.    stelt vast dat de Autoriteit, na besprekingen met het gastland, is begonnen met het terugvorderen van btw, overeenkomstig het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie(15) en de btw-richtlijn van de Raad(16); stelt vast dat eind 2013 slechts 39 % van de in de periode 2011-2013 in rekening gebrachte btw was teruggevorderd; verzoekt de Autoriteit de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van de maatregelen die genomen worden om de in rekening gebrachte btw terug te vorderen, en het tijdsbestek waarbinnen het totale bedrag vermoedelijk kan worden teruggevorderd;

16.    herinnert eraan dat het Parlement bij de totstandbrenging van een nieuw en omvattend Europees systeem voor financieel toezicht (ESFS) in de nasleep van de financiële crisis, en bij de oprichting van de Autoriteit als onderdeel van dit systeem in 2011, een belangrijke stuwende kracht is geweest;

17.    neemt kennis van de opmerking van de Commissie in haar onlangs verschenen verslag over de activiteiten van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) en het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS) dat de ETA's, ondanks de moeilijke omstandigheden waarin ze moeten opereren, in korte tijd goed functionerende organisaties hebben opgericht die over de hele linie goed hebben gepresteerd in hun brede scala aan taken, terwijl ze steeds meer aanvragen krijgen waarvoor ze echter beperkte personele middelen hebben;

18.    benadrukt dat de rol van de Autoriteit bij de bevordering van een gemeenschappelijke toezichtsregeling voor de gehele interne markt essentieel is voor beter geïntegreerde, efficiëntere en veiliger financiële markten in de EU, en dat zij derhalve een bijdrage levert aan economisch herstel en nieuwe banen en groei in Europa, en aan het voorkomen van nieuwe crises in de financiële sector;

19.    stelt vast dat het ESFS nog in een opbouwfase verkeert en benadrukt dat voor de reeds aan de Autoriteit toevertrouwde taken en voor de taken die haar in op handen zijnde wetgeving zullen worden opgedragen, voldoende personeel en een toereikend budget nodig zijn om de voorwaarden te creëren voor een kwalitatief hoogwaardig toezicht; benadrukt dat er altijd voor gezorgd moet worden dat er voor bijkomende taken ook extra middelen beschikbaar worden gesteld; benadrukt daarnaast dat vóór een eventuele toewijzing van extra middelen gekeken moet worden of er mogelijkheden zijn voor het nemen van rationaliseringsmaatregelen; benadrukt de coördinerende rol van de Autoriteit en het feit dat het belangrijk is dat zij bij het vervullen van haar mandaat nauw met de nationale toezichthoudende autoriteiten samenwerkt;

20.    benadrukt dat de Autoriteit zich, gezien de beperkte middelen, moet houden aan de haar door de medewetgevers van de Unie toegekende taken; benadrukt dat de Autoriteit deze taken volledig moet uitvoeren, maar dat zij niet moet proberen haar mandaat daarbuiten uit te breiden, en dat haar onafhankelijkheid gewaarborgd moet zijn; benadrukt dat de Autoriteit moet bekijken of er door haar richtsnoeren en aanbevelingen moeten worden geformuleerd;

21.    benadrukt dat de Autoriteit volledig gebruik moet maken van haar bevoegdheden op het gebied van de consumentenbescherming uit hoofde van haar bestaande mandaat; benadrukt dat een intensievere samenwerking van de Autoriteit met de andere ETA's via het Gemengd Comité een goede zaak zou zijn;

22.    verzoekt de Autoriteit erop toe te zien dat er in de toekomst geen juridische verbintenissen worden aangegaan voordat de begrotingsvastleggingen hebben plaatsgevonden;

o

o   o

23.    verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van … 2015(17) over de prestaties en het financiële beheer van en het toezicht op de agentschappen.

26.2.2015

ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2122(DEC))

Rapporteur voor advies: Markus Ferber

SUGGESTIES

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  herinnert eraan dat het Europees Parlement bij de totstandbrenging van een nieuw en omvattend Europees systeem voor financieel toezicht (ESFS) in de nasleep van de financiële crisis, en bij de oprichting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) als onderdeel van dit systeem in 2011, een belangrijke stuwende kracht is geweest;

2.  neemt kennis van de opmerking van de Commissie in haar onlangs verschenen verslag over de activiteiten van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) en het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS) dat de ETA's, ondanks de moeilijke omstandigheden waarin ze moeten opereren, in korte tijd goed functionerende organisaties hebben opgericht die over de hele linie goed hebben gepresteerd in hun brede scala aan taken, terwijl ze steeds meer aanvragen krijgen waarvoor ze echter beperkte personele middelen hebben;

3.  onderstreept dat de rol van de ESMA bij de bevordering van een gemeenschappelijke toezichtsregeling voor de gehele interne markt essentieel is voor beter geïntegreerde, efficiëntere en veiligere financiële markten in de EU, waarmee het bijdraagt aan economisch herstel en nieuwe banen en groei in Europa, en aan het voorkomen van toekomstige crises in de financiële sector;

4.  constateert dat de Europese Rekenkamer met betrekking tot de ESMA heeft vastgesteld dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening betreffende het per 31 december 2013 afgesloten begrotingsjaar op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

5.  benadrukt, zonder de algemene opinie in twijfel te trekken, dat de ESMA moet werken aan het corrigeren van een aantal kleine puntjes die door de Rekenkamer zijn opgemerkt; vindt de situatie in 2013 van late betalingen van facturen en onjuist afgedragen btw onaanvaardbaar;

6.  stelt vast dat het ESFS nog in een opbouwfase verkeert en benadrukt dat voor de reeds aan de ESMA toevertrouwde taken en voor de taken die haar in op handen zijnde wetgeving zullen worden opgedragen, voldoende personeel en een toereikend budget nodig zijn om de voorwaarden te creëren voor een kwalitatief hoogwaardig toezicht; onderstreept dat altijd goed gekeken moet worden naar de afstemming tussen bijkomende taken en de daarvoor benodigde bijkomende middelen; benadrukt echter dat eventuele uitbreiding van de middelen waar mogelijk moet worden voorafgegaan en/of aangevuld door een adequate rationalisering; onderstreept de coördinerende rol van de ESMA en de noodzaak van een nauwere samenwerking met de nationale toezichthoudende autoriteiten voor het uitvoeren van zijn mandaat;

7.  benadrukt dat de ESMA zich, gezien de beperkte middelen, moet houden aan de haar door de medewetgevers van de Unie toegekende taken; onderstreept dat de ESMA deze taken volledig moet uitvoeren, maar dat zij niet moet proberen haar mandaat daarbuiten feitelijk uit te breiden, en dat haar onafhankelijkheid gewaarborgd moet zijn; onderstreept dat de ESMA moet bekijken of er door haar richtsnoeren en aanbevelingen moeten worden geformuleerd;

8.  onderstreept dat de ESMA volledig gebruik moet maken van haar bevoegdheden op het gebied van de consumentenbescherming uit hoofde van haar bestaande mandaat; onderstreept dat een intensievere samenwerking van de ESMA met de andere ETA's via het Gemengd Comité een goede zaak zou zijn;

9.  verzoekt de ESMA er in de toekomst op toe te zien dat ze voorafgaand aan de goedkeuring van de begrotingsvastleggingen geen juridische verbintenissen aangaat;

10. concludeert dat de gemengde financieringsregeling van de ESMA inflexibel en omslachtig is en een potentiële bedreiging vormt voor haar onafhankelijkheid; dringt er derhalve bij de Commissie op aan, als dit gestaafd wordt door de beoordeling van de Commissie, vóór 2017 een financieringsmechanisme voor te stellen dat:

-    uitsluitend gebaseerd is op de invoering van bijdragen van de marktdeelnemers, of

     -    bijdragen van de marktdeelnemers combineert met basisfinanciering uit een afzonderlijke begrotingslijn in de algemene begroting van de Unie;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.2.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

11

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Hugues Bayet, Pervenche Berès, Esther de Lange, Fabio De Masi, Anneliese Dodds, Markus Ferber, Jonás Fernández, Elisa Ferreira, Sven Giegold, Neena Gill, Sylvie Goulard, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Cătălin Sorin Ivan, Petr Ježek, Othmar Karas, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Philippe Lamberts, Werner Langen, Sander Loones, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Fulvio Martusciello, Marisa Matias, Costas Mavrides, Luděk Niedermayer, Patrick O’Flynn, Stanisław Ożóg, Dimitrios Papadimoulis, Dariusz Rosati, Alfred Sant, Molly Scott Cato, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Paul Tang, Sampo Terho, Ramon Tremosa i Balcells, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Cora van Nieuwenhuizen, Miguel Viegas, Steven Woolfe, Pablo Zalba Bidegain, Marco Zanni, Sotirios Zarianopoulos

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Corbett, Ashley Fox, Eva Kaili, Syed Kamall, Barbara Kappel, Thomas Mann, Siegfried Mureșan

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Gesine Meissner

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Bernd Kölmel, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Igor Šoltes, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 247.

(2)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 247.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

(6)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(7)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(8)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 247.

(9)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 247.

(10)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(11)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(12)

PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

(13)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(14)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(15)

Protocol (nr. 7) betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie (PB C 115 van 9.5.2008, blz. 266).

(16)

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).

(17)

Aangenomen teksten van die datum, P7_TA-PROV(2015)0000.

Juridische mededeling