Procedure : 2014/2104(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0090/2015

Ingediende teksten :

A8-0090/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.44
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0153

VERSLAG     
PDF 167kWORD 80k
30.3.2015
PE 539.708v02-00 A8-0090/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2104(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2104(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de Stichting(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding(5), en met name artikel 17,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0090/2015),

1.      verleent de directeur van de Europese Stichting voor opleiding kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2013;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2104(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de Stichting(8),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(9) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(11), en met name artikel 208,

–       gezien Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding(12), en met name artikel 17,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(14), en met name artikel 108,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0090/2015),

1.      stelt vast dat de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.      hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2104(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0090/2015),

A.     overwegende dat volgens de jaarrekening de begroting van de Europese Stichting voor opleiding (hierna: "Stichting") voor het begrotingsjaar 2013 20 143 500 EUR bedroeg, hetgeen een daling van 0,01 % betekent ten opzichte van 2012; overwegende dat de begroting van de Stichting volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.     overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013 verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Stichting betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2012

1.      is ingenomen met het feit dat in 2013 met de autoriteiten van de regio Piëmont, Italië overeenstemming is bereikt over de gebouwen van de Stichting, waardoor de voortzetting van de activiteiten van de Stichting in de periode 2013-2015 is gewaarborgd; verneemt van de Stichting dat met de nieuwe regering van de regio Piëmont, waar de zetel van de Stichting is gevestigd, onderhandelingen werden gestart over de hernieuwing van het dienstencontract voor de gebouwen vanaf 2015;

Financieel en begrotingsbeheer

2.      merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2013 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,78 % en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 95,72 % bedroeg;

3.     begrijpt uit het verslag van de Rekenkamer dat de Stichting eind 2013 rekeningen bezat ten belope van 7 500 000 EUR bij één enkele bank met een lage kredietrating (F3, BBB); verneemt van de Stichting dat het hoge banksaldo aan het einde van het jaar te verklaren is door de vervroegde betaling van de eerste schijf van de subsidie voor 2014 en door de fondsen die werden ontvangen voor de nieuwe projecten GEMM en Frame; neemt kennis van het voornemen van de Stichting om in 2014 deel te nemen aan een door de Commissie gestarte gezamenlijke aanbestedingsprocedure voor bankdiensten; is van mening dat, mocht deze procedure mislukken, de Stichting alle nodige stappen moet ondernemen om haar activa veilig te stellen; verzoekt de Stichting te beoordelen of een herziening van zijn kasmiddelenbeleid nodig is, en aan de kwijtingsautoriteit van de resultaten van deze aanbestedingsprocedure verslag uit te brengen;

Vastleggingen en overdrachten

4.      begrijpt uit het verslag van de Rekenkamer dat er geen opmerkingen werden gemaakt over de vastleggingen en overdrachten voor het begrotingsjaar 2013 en looft de Stichting voor haar degelijke budgettaire planning;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

5.      merkt op basis van het verslag van de Rekenkamer op dat er voor het jaar 2013 geen steekproefsgewijs gecontroleerde verrichtingen noch andere auditresultaten zijn geweest die aanleiding hebben gegeven tot opmerkingen met betrekking tot de aanbestedingsprocedure van de Stichting;

Preventie en beheer van belangenconflicten en transparantie

6.      verneemt van de Stichting dat ze richtsnoeren heeft vastgesteld en gepubliceerd betreffende de voorkoming en het beheer van belangenconflicten; neemt kennis van het voornemen van de Stichting om de cv's en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur, directeur en het hoger management op haar website te publiceren en vraagt de Stichting de resultaten hiervan aan de kwijtingsautoriteit mee te delen, zodra dit werd uitgevoerd;

Interne controle

7.      verneemt van de Stichting dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie in 2013 een audit heeft verricht met betrekking tot het ontwerp en de daadwerkelijke toepassing van het door het management opgerichte systeem van interne controle ten aanzien van het beheer en de missies van experts; merkt op dat dit werk in het bijzonder beoordeelde of het systeem van interne controle, zoals het op het moment van het veldwerk was ingevoerd, redelijke zekerheid verschaft over het voldoen aan de toepasselijke regels en rechtsvoorschriften alsook over de doeltreffendheid en de efficiëntie van processen in verband met het beheer en de missies van experts, zoals beschreven in de reikwijdte van de controle;

8.      neemt kennis van het feit dat de IAS op basis van de resultaten van die controle meent dat het systeem van interne controle redelijke zekerheid verschaft, met uitzondering van de formele aanstelling van het selectiecomité en de verklaringen inzake het ontbreken van belangenconflicten en vertrouwelijkheid;

9.      verneemt van de Stichting dat zij na die controle een actieplan heeft voorbereid en bij de IAS heeft ingediend; neemt kennis van het feit dat de IAS dit geschikt acht als basis voor een doeltreffende uitvoering en follow-up op de aanbevelingen van de controle van de IAS;

10.    verneemt van de Stichting dat de IAS per 1 september 2014 alle 14 aanbevelingen van de IAS-audit van 2011 inzake communicatie formeel heeft afgesloten;

Prestatiebeoordeling

11.    verneemt van de Stichting dat het brede publiek in overeenstemming met haar communicatiebeleid een belangrijk doelpubliek is van haar communicatieactiviteiten; stelt vast dat het eerste niveau van informatie op de website van de Stichting gericht is tot geïnteresseerde burgers en algemene informatie, concrete activiteiten en resultaten bevat; stelt vast dat de Stichting andere communicatiekanalen, zoals traditionele media en sociale media, gebruikt;

Overige opmerkingen

12.    wijst erop dat de Stichting permanent bijdraagt aan het verbeteren van de ontwikkeling van menselijk kapitaal in partnerlanden; is voorts positief over de resultaten die de Stichting in 2013 heeft behaald in de context van de tussentijdse evaluatie van de periode 2010-2013, waaruit blijkt dat het vierjarenplan met succes is uitgevoerd;

13.    constateert dat 2013 het laatste jaar van de programmaperiode 2010-2013 was en prijst de Stichting om het feit dat zij de streefcijfers in haar vier werkprogramma's voor 99 % heeft gehaald;

14.    waardeert de vooruitgang die dankzij het proces van Turijn is geboekt bij de empirisch onderbouwde Europese hervorming van het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding, alsmede andere specifieke beleidsanalyses waardoor de partnerlanden het heft in eigen hand hebben genomen en hun nationale beleid verder hebben ontwikkeld, hetgeen bijdraagt tot een duurzame aanpak voor de toekomst;

o

o   o

15.    verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van … 2015(15) over de prestaties en het financiële beheer van en het toezicht op de agentschappen.

30.1.2015

ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2104(DEC))

Rapporteur voor advies: Marian Harkin

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  spreekt zijn tevredenheid uit over het feit dat de Rekenkamer heeft verklaard dat de verrichtingen die aan de jaarrekeningen van de Stichting voor het begrotingsjaar 2013 ten grondslag liggen, wettig en regelmatig zijn en dat de financiële positie van de Stichting per 31 december 2013 correct is weergegeven;

2.  wijst erop dat de Stichting permanent bijdraagt aan het verbeteren van de ontwikkeling van menselijk kapitaal in de partnerlanden; is voorts positief over de resultaten die de Stichting in 2013 heeft behaald in de context van de tussentijdse evaluatie van de periode 2010-2013, waaruit blijkt dat het vierjarenplan met succes is uitgevoerd;

3.  neemt kennis van het antwoord van de Stichting over het hoge banksaldo eind 2013; stelt vast dat de Stichting voornemens was om in 2014 deel te nemen aan een door de Commissie gestarte gezamenlijke aanbestedingsprocedure voor bankdiensten; is van mening dat, mocht deze procedure mislukken, de Stichting alle nodige stappen moet ondernemen om haar activa veilig te stellen;

4.  constateert dat 2013 het laatste jaar van de programmaperiode 2010-2013 was, en prijst de Stichting om het feit dat zij de streefcijfers in haar vier werkprogramma's voor 99% heeft gehaald;

5.  waardeert de vooruitgang die dankzij het proces van Turijn is geboekt bij de empirisch onderbouwde hervorming van het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding in Europa, alsmede andere specifieke beleidsanalyses waardoor de partnerlanden het heft in eigen hand hebben genomen en hun nationale beleid verder hebben ontwikkeld, hetgeen bijdraagt tot een duurzame aanpak voor de toekomst.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

29.1.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

7

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Tiziana Beghin, Brando Benifei, Mara Bizzotto, Vilija Blinkevičiūtė, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Ole Christensen, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Elena Gentile, Arne Gericke, Marian Harkin, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Zdzisław Krasnodębski, Kostadinka Kuneva, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Anthea McIntyre, Joëlle Mélin, Elisabeth Morin-Chartier, Georgi Pirinski, Marek Plura, Sofia Ribeiro, Maria João Rodrigues, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Siôn Simon, Jutta Steinruck, Romana Tomc, Yana Toom, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Jana Žitňanská, Inês Cristina Zuber

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Tania González Peñas, Paloma López Bermejo, António Marinho e Pinto, Edouard Martin, Helga Stevens, Monika Vana

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Bernd Kölmel, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Igor Šoltes, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 260.

(2)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 260.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82.

(6)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(7)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(8)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 260.

(9)

PB C 442 van 10.12.2014, blz. 260.

(10)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(11)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(12)

PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82.

(13)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(14)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(15)

Aangenomen teksten van die datum, P7_TA-PROV(2015)0000.

Juridische mededeling