Procedure : 2014/2129(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0108/2015

Ingediende teksten :

A8-0108/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.59
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0168

VERSLAG     
PDF 202kWORD 87k
31.3.2015
PE 541.304v02-00 A8-0108/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2129(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Anders Primdahl Vistisen

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2129(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 209,

–       gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan (5), en met name artikel 5, lid 3,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7),

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0108/2015),

1.      stelt zijn besluit om de directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2013 uit;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2129(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(8),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(9) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(11), en met name artikel 209,

–       gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan (12), en met name artikel 5, lid 3,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(14),

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0108/2015),

1.      stelt de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2013 uit;

2.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2129(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0108/2015),

A.     overwegende dat de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie ("de gemeenschappelijke onderneming") in maart 2007 werd opgericht voor een periode van 35 jaar;

B.     overwegende dat de leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn: Euratom, vertegenwoordigd door de Commissie, de lidstaten van Euratom en andere landen die met Euratom samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van beheerste kernfusie zijn aangegaan;

C.     overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming autonoom begon te functioneren in maart 2008;

D.     overwegende dat de Rekenkamer op 9 oktober 2008 advies nr. 4/2008 over het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming heeft uitgebracht;

Begrotings- en financieel beheer

1.      neemt kennis van de verklaring van de Rekenkamer dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor 2013 op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2013 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële voorschriften;

2.      stelt met bezorgdheid vast dat de betrouwbaarheidsverklaring in het verslag van de Rekenkamer een toelichtende paragraaf bevat waarin wordt aangegeven dat het bedrag van de gemeenschappelijke onderneming dat diende als bijdrage aan de bouwfase van het ITER-project onderhevig is aan significante risico's op verhoging; wijst er verder op dat het risico op verhoging van de bijdrage voornamelijk wordt veroorzaakt door veranderingen in de reikwijdte van de projectresultaten en door het huidige tijdpad, dat als onrealistisch wordt beschouwd en momenteel wordt herzien; acht het van belang om een realistische benadering te hanteren, met het oog op een doeltreffend begrotings- en financieel beheer; merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming bijdraagt aan de ITER-brede exercitie met betrekking tot het verstrekken van een algemeen realistisch plan voor het gehele project; roept de gemeenschappelijke onderneming op dit plan zo spoedig mogelijk bij de ITER-Raad in te dienen;

3.      merkt op dat in de op 7 juli 2010(15) aangenomen conclusies van de Raad een bedrag van 6,6 miljard EUR (in prijzen van 2008) werd vastgesteld als bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming aan de ITER-bouwfase van het project; merkt met bezorgdheid op dat dit bedrag volgens de toelichtende paragraaf twee keer zo hoog is als de oorspronkelijke begrote kosten en dat daarbij niet het bedrag van 663 miljoen EUR was inbegrepen dat door de Europese Commissie werd voorgesteld om te voorzien in onvoorziene omstandigheden; is van mening dat de aanzienlijke groei van het project andere uit de begroting van de Unie gefinancierde programma's in gevaar kan brengen en in strijd kan zijn met het beginsel van een goede prijs-kwaliteitverhouding;

4.      is uiterst bezorgd over het feit dat het door de gemeenschappelijke onderneming in november 2013 geschatte tekort tot de afronding van de aanlegfase van het project 290 miljoen EUR bedroeg, wat een afwijking vormt van 4,39 % van het in 2010 door de Raad goedgekeurde bedrag en neerkomt op een toename van 10,7 % ten opzichte van de oorspronkelijke begroting van het project;

5.      is verontrust dat de gemeenschappelijke onderneming met betrekking tot deze risico's nog geen systeem op contractniveau heeft ingevoerd om de kostenafwijkingen regelmatig te controleren, en dat zij evenmin de waardering van de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming aan het ITER-project heeft bijgewerkt, die verder gaat dan de afronding van de aanlegfase;

6.      wijst met bezorgdheid op de voortdurende herzieningen van de tijd- en kostenplanning vanwege aanhoudende vertragingen bij de ondertekening van belangrijke contracten, die aan de geplande opschortingen van voorfinanciering met betrekking tot de operationele aanbestedingsprocedures van de gemeenschappelijke onderneming in de weg staan;

7.      wijst met bezorgdheid op het feit dat de gemeenschappelijke onderneming in haar financiële staten niet aangeeft wat de mate van voortgang is van de lopende werkzaamheden; verneemt van de Rekenkamer dat deze informatie essentieel is om de stand van zaken weer te geven van de tot nu toe door de gemeenschappelijke onderneming verrichte activiteiten inzake de met de internationale organisatie ITER overeengekomen overheidsopdrachten; wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming informatie over de algehele voortgang heeft verstrekt in haar jaarlijkse voortgangsverslag en jaarlijkse activiteitenverslag, die echter beperkt is tot een ruwe voorlopige schatting van het percentage voltooide werkzaamheden, gebaseerd op de uitgaven met betrekking tot de aanbestedingsregelingen die tot nu toe zijn gemaakt en afgezet tegen de geschatte waarde van de bijdragen in nature aan het project; merkt verder op dat een ruwe voorlopige schatting van de voltooide werkzaamheden is opgenomen in de jaarrekening voor 2013; benadrukt dat er behoefte is aan informatie en indicatoren voor een correcte meting van de resultaten, zowel voor de output als voor het interne beheer;

8.      merkt op dat de definitieve begroting 2013 van de gemeenschappelijke onderneming 1 297 000 000 EUR aan vastleggingskredieten en 432 400 000 EUR aan betalingskredieten omvatte; merkt verder op dat de bestedingsgraad voor de vastleggings- en betalingskredieten respectievelijk 100 % en 89,8 % bedroeg; benadrukt dat de uitvoeringsgraad van de in de oorspronkelijke begroting voor 2013 opgenomen betalingskredieten vóór de verlagingen slechts 57,8 % bedroeg; verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat dit werd veroorzaakt door vertragingen en wanbeheer bij het aanleveren van technische gegevens door de ITER IO en doordat de onderhandelingen met ondernemingen over het verlagen van de kosten langer duurden dan gepland; spreekt zijn bezorgdheid uit over mogelijke toekomstige vertragingen of extra kosten en de gevolgen daarvan voor de begroting van het ITER-project;

9.      verzoekt de Commissie en de directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER om bij de kwijtingsautoriteiten een verslag in te dienen over het officiële standpunt van alle belanghebbenden inzake hun toekomstige verbintenissen met betrekking tot het ITER-project;

10.    merkt ten aanzien van de vastleggingskredieten op dat van de 1 254 miljoen EUR die beschikbaar was voor beleidsactiviteiten, 61,7 % werd uitgevoerd door middel van rechtstreekse afzonderlijke vastleggingen en de overige 38,3 % door globale vastleggingen;

11.    stelt met bezorgdheid vast dat zeven leden hun jaarlijkse lidmaatschapsbijdragen voor 2013 (een bedrag van in totaal 2 200 000 EUR) te laat betaalden; is van mening dat elke vertraging bij de betaling van de jaarlijkse bijdrage gevolgen kan hebben voor de manier waarop het project wordt uitgevoerd; benadrukt dat de vertragingen uiteenliepen van drie tot 48 dagen; verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat 77 % van de late betalingen voor rekening kwam van de bijdragen van twee leden, en één werkdag te laat werd ontvangen;

12.    verzoekt de gemeenschappelijke onderneming om bij de kwijtingsautoriteit een verslag in te dienen over de bijdragen van alle leden behalve de Commissie, met inbegrip van de toepassing van de beoordelingsregels voor bijdragen in natura, samen met een beoordeling door de Commissie;

13.    spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat de voorzitter van de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming in het jaarverslag over 2013 verwijst naar de vertragingen van projecten en naar de noodzaak van het zoeken naar kostenbesparingen; merkt verder op dat de uitvoerend directeur wijst op de risico’s die verbonden zijn aan een mogelijk begrotingstekort in 2020, vooral in relatie met de vergrote reikwijdte met betrekking tot de ITER-gebouwen, en op het huidige schema; verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat voor aan het huidige MFK toegewezen begroting tot 2020 zal worden aangehouden door de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van een breed scala aan kostenbeheersingsmaatregelen voort te zetten;

14.    verzoekt de gemeenschappelijke onderneming te zijner tijd bij de kwijtingsautoriteit een verslag in te dienen over de huidige uitvoeringsgraad van het project, potentiële risico's en de toekomstige ontwikkeling van het project, tezamen met een beoordeling door de Commissie;

Voorkoming en beheer van belangenconflicten en transparantie

15.    herhaalt dat de cv's van de leden van de raad van bestuur, de directeur en de leden van het hoger management van de gemeenschappelijke onderneming openbaar moeten worden gemaakt; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming dit op zo kort mogelijke termijn te corrigeren; merkt op dat de regels inzake het beheer van belangenconflicten met betrekking tot personeelsleden van kracht zijn geworden en verzoekt om een volledig overzicht van behandelde zaken;

Gastheerschapsovereenkomst

16.    verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat in de gastheerschapsovereenkomst die op 28 juni 2007 werd ondertekend met het Koninkrijk Spanje, wordt bepaald dat de permanente kantoorruimte tegen juni 2010 beschikbaar moest zijn gesteld aan de gemeenschappelijke onderneming; stelt met bezorgdheid vast dat dit ten tijde van de controle (april 2014) nog steeds niet het geval was; neemt kennis van de inspanningen van de gemeenschappelijke onderneming om deze kwestie recht te zetten en het gebrek aan resultaten bij de dialoog met het gastheerland aan te pakken;

Arbeidsomstandigheden

17.    is zeer bezorgd over het feit dat de gemeenschappelijke onderneming nog niet alle regels ter uitvoering van het personeelsstatuut heeft aangenomen; merkt met bezorgdheid op dat er momenteel te weinig kantoorruimte beschikbaar is, waardoor het personeel zijn werkzaamheden niet onder redelijke omstandigheden kan uitoefenen; is uiterst bezorgd dat de arbeidsomstandigheden een negatieve invloed uitoefenen op de inspanningen van de gemeenschappelijke onderneming om alle beschikbare posten te bezetten en het percentage vacatures te verlagen; stelt met bezorgdheid vast dat bij een recent onderzoek onder het personeel van de gemeenschappelijke onderneming het gebrek aan kantoorruimte werd genoemd als een van de grootste ergernissen; verzoekt de Commissie en de directeur van de gemeenschappelijke onderneming om bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen van de redenen die hebben geleid tot de vertraging bij de uitvoering van het personeelsstatuut en de situatie met betrekking tot de arbeidsomstandigheden;

Internebeheersingssystemen

18.      verneemt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat, hoewel gedurende 2013 aanzienlijke vooruitgang werd geboekt, een aantal acties nog moest worden geïmplementeerd; deze acties omvatten onder meer de verdere ontwikkeling van het proces voor het beheren van de kostenraming op contractniveau, alsmede het verhelpen van het feit dat de controleresultaten van de tenuitvoerlegging van de algehele controle en de toezichtstrategie voor subsidies en operationele contracten ten tijde van de controle niet beschikbaar waren; roept de gemeenschappelijke onderneming op het verslag in te dienen, zoals gevraagd door de Rekenkamer;

19.    wijst er met bezorgdheid op dat, behalve het actieplan als antwoord op de interne controle van het beheer van deskundigencontracten, de overige actieplannen die door de gemeenschappelijke onderneming zijn aangenomen als antwoord op de interne controles niet volledig uitgevoerd waren;

20.    verzoekt de gemeenschappelijke onderneming tijdig inschrijvingsspecificaties te verstrekken, teneinde onzekerheden aangaande kosten in verband met de mogelijke ontwikkeling van het ontwerp en de planning van het ITER-project weg te nemen.

21.    verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat, wat betreft de acties die naar aanleiding van de eerder vastgestelde belangrijkste risico's waren aangenomen, er tegen november 2013 12 uitgevoerd, 19 in uitvoering en 6 nog niet gestart waren; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming dit op zo kort mogelijke termijn te corrigeren;

22.    merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming specifieke regels heeft aangenomen om mogelijke belangenconflicten van de leden van haar raad van bestuur, uitvoerend comité en auditcomité en van haar deskundigen te voorkomen; wijst erop dat ten tijde van de controle de regels aangaande personeelsleden nog niet waren aangenomen en dat er nog geen database voor de algemene verklaringen inzake belangenconflicten was opgezet; verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de regels rond het beheer van belangenconflicten met betrekking tot personeelsleden door de raad van bestuur zijn goedgekeurd en op 1 juli 2014 van kracht werden; merkt verder op dat is begonnen met de opzet van een specifieke databank voor algemene verklaringen;

Operationele aanbestedingsovereenkomsten en subsidies

23.    wijst erop dat 44 % van de 41 in 2013 uitgeschreven operationele aanbestedingsprocedures uit procedures van gunning via onderhandelingen bestond; wijst erop dat dit 4 % hoger is ten opzichte van 2012; steunt de aanbeveling van de Rekenkamer dat de concurrentie in het kader van de aanbestedingsprocedures versterkt moet worden door de gebruikmaking van procedures van gunning via onderhandelingen terug te brengen; merkt op dat het gemiddelde aantal ontvangen voorstellen voor de subsidies slechts één per oproep was; verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat door de lage gemiddelde waarde van de door de Rekenkamer bedoelde procedures, deze overeenkomen met slechts 15 % van de jaarlijkse vastleggingen van de gemeenschappelijke onderneming;

24.    wijst met bezorgdheid op de aanhoudende tekortkomingen van de operationele aanbestedingsprocedures van de gemeenschappelijke onderneming; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming om bij de kwijtingsautoriteit een gedetailleerd verslag in te dienen over de aanbestedingsprocedures die plaatsvonden van 2008 tot nu, waarin het volgende wordt uiteengezet:

-       in hoeveel procedures er sprake was van een aanzienlijke toename van de kosten (meer dan 5 %) ten opzichte van het oorspronkelijk vastgestelde kostenkader van het contract en wat de exacte redenen voor deze toenames waren;

-       in welke procedures er sprake was van aanzienlijke vertraging ten opzichte van hun oorspronkelijke streefdatum en wat de financiële gevolgen van deze vertragingen waren;

-       hoe de gemeenschappelijke onderneming ervoor gaat zorgen dat de vastgestelde data voor de ondertekening van contracten in de toekomst worden gehaald;

-       voor welke aanbestedingsprocedures helemaal geen specifieke streefdatum werd vastgesteld bij de gunning van de contracten;

-       in welke procedures de gemeenschappelijke onderneming het respectieve contract niet heeft bekendgemaakt door middel van een vooraankondiging, waardoor het concurrentievermogen van de procedure niet kon worden verhoogd, en wat de redenen hiervoor waren, en welke contractuele partners met name hebben geprofiteerd van het hieruit voortvloeiende beperkte concurrentievermogen;

-       welke procedures (naast het geldende personeelsstatuut) van kracht zijn om een mogelijk belangenconflict van personeelsleden die bij aanbestedingsprocedures zijn betrokken, te voorkomen, en in hoeveel gevallen personeelsleden niet officieel waren gemachtigd om betrokken te zijn bij aanbestedingsprocedures;

-       hoe de gemeenschappelijke onderneming haar interne besluitvormingsproces gaat verbeteren om verdere vertragingen bij aanbestedingsprocedures te voorkomen, zoals vastgesteld door de Rekenkamer, teneinde in de toekomst transparante, tijdige en wettige offertes te kunnen waarborgen;

25.    verneemt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat bij de controle van vijf operationele aanbestedingsprocedures de volgende gebreken werden geconstateerd:

-  bij één aanbestedingsprocedure heeft de gemeenschappelijke onderneming het contract niet bekendgemaakt door middel van een vooraankondiging; verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat het betreffende contract van start ging voordat de procedure voor de publicatie van vooraankondigingen was goedgekeurd in september 2012;

-  bij één aanbestedingsprocedure was er een stijging van 32 % ten opzichte van de oorspronkelijke kostenraming; wijst er daarnaast op dat bij twee andere aanbestedingsprocedures de vereniging van de verschillen tussen de definitieve contractwaarde met de aanvankelijk geschatte waarde gecompliceerd was, gezien de aard van de in de documenten beschikbare informatie; verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de complexiteit van de vereniging van de verschillen het gevolg was van de herziening van de oorspronkelijke reikwijdte van het contract, wat resulteerde in een groter tijdsbestek en aan de basis lag van de aard, de complexiteit en de voor dergelijke contracten voorziene bedragen;

-  voor één aanbestedingsprocedure had de gemeenschappelijke onderneming geen specifieke richtsnoeren, noch procedures om te garanderen dat de resultaten van derden die als invoerdocumenten voor de inschrijvingsprocedures werden gebruikt uniform en systematisch werden gecontroleerd en formeel werden geaccepteerd door de gemeenschappelijke onderneming; merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming een formele controlelijst zal opmaken om het juiste gebruik van informatie van derden te waarborgen; roept de gemeenschappelijke onderneming op de controlelijst zo snel mogelijk te implementeren om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen;

-  bij één aanbestedingsprocedure leidden de wijzigingen van de oorspronkelijke contracten tot een stijging van de contractwaarde met 15 % vergeleken met het aanvankelijke bedrag; merkt op dat in het dossier niet genoeg informatie beschikbaar was om te concluderen dat de beoordeling van de materialiteit van de wijzigingen was verricht volgens de eisen van de interne procedures van de gemeenschappelijke onderneming;

-  bij één procedure duurde de dialoogfase veel langer dan voorzien, waardoor de definitieve voorwaarden van het contract en de bijgewerkte technische versie van de inschrijvingsspecificaties later dan gepland werden ingezonden en het contract vier maanden na de streefdatum werd ondertekend;

26.    acht het onaanvaardbaar dat de gemeenschappelijke onderneming geen interne procedure heeft opgezet voor personeelsleden die bij de aanbestedingsprocedures zijn betrokken; wijst erop dat zo snel mogelijk een dergelijke procedure moet worden ingevoerd;

27.    verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat bij twee aanbestedingsprocedures personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming op verzoek van het beoordelingscomité tijdens de beoordeling technisch advies verstrekten, die door het tot aanstelling bevoegde gezag niet formeel benoemd waren tot leden van het beoordelingscomité of tot deskundigen die technisch advies verstrekken aan het comité; wijst erop dat bij één aanbestedingsprocedure de ordonnateur een team had aangesteld om een dialoog te voeren met de kandidaten die geselecteerd waren na de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, zonder dat voor dit team een formeel mandaat bestond waarin de dialoogstrategie, de te behalen doelstellingen en de technische, financiële en contractuele parameters voor de onderhandelingen werden uiteengezet;

Algemene controle en toezicht op operationele aanbestedingsovereenkomsten en subsidies

28.    wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming een systeem heeft voor de uitvoering van controles op het niveau van de contractanten om de naleving van de kwaliteitsborgingsvoorschriften te controleren; wijst erop dat de resultaten van controles achteraf betreffende subsidies en verificaties inzake financiële naleving betreffende de uitvoering van het contract als gevolg van de uitvoering van de algehele toezicht- en controlestrategie, ten tijde van de controle van de Rekenkamer (april 2014) niet beschikbaar waren;

Rechtskader

29.    merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming haar financiële regels niet heeft gewijzigd ter weergave van de veranderingen voortvloeiend uit het nieuwe Financieel Reglement en de financiële kaderregeling voor de organen waarnaar in artikel 208 van het nieuwe Financieel Reglement wordt verwezen(16); verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat zij de wijzigingen heeft beoordeeld en aan haar raad van bestuur heeft gepresenteerd; wijst erop dat de Europese Commissie overeenkomstig artikel 5 van Beschikking van de Raad 2007/198/Euratom een advies moet indienen voorafgaand aan het presenteren van de definitieve versie van de financiële regels aan de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming; roept de Europese Commissie en de gemeenschappelijke onderneming op deze kwestie onverwijld op te lossen;

30.    neemt kennis van de gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie(17) en het politiek akkoord dat zij vervolgens hebben bereikt over de afzonderlijke kwijting voor gemeenschappelijke ondernemingen;

Intellectuele eigendomsrechten en industrieel beleid

31.    wijst erop dat het Besluit inzake de tenuitvoerlegging van het industriële beleid aangaande fusie voor energie en het beleid aangaande de intellectuele-eigendomsrechten en informatieverspreiding op 27 juni 2013 werden aangenomen door de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming; wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming nog specifieke maatregelen dient aan te nemen en te implementeren om bepaalde risico's betreffende de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten en de verspreiding van onderzoeksresultaten te beperken; neemt kennis van het standpunt van de gemeenschappelijke onderneming dat de kosten van het uitvoeren van dergelijke maatregelen niet in verhouding lijken te staan tot de omvang van het resterende risico en dat de maatregelen in de praktijk moeilijk toe te passen zouden zijn;

32.    verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat de gemeenschappelijke onderneming de contractanten de exclusieve rechten aanbiedt op de exploitatie van het intellectuele eigendom dat zij voortbrengen op andere gebieden dan fusie, en de niet-exclusieve rechten op het gebied van fusie; wijst erop dat dit de gemeenschappelijke onderneming mogelijk blootstelt aan een risico wat betreft de verplichting om de rechten te behouden om toegang te hebben tot de volledige intellectuele-eigendomsrechten die betrokken zijn bij de Europese bijdragen in natura, en de verplichting om deze toegangsrechten, indien noodzakelijk, over te hevelen naar de ITER-organisatie; is het met de Rekenkamer eens dat de gemeenschappelijke onderneming dient toe te zien op de naleving van de clausule in de contracten waarbij het de contractanten verboden is onderzoeksresultaten te verspreiden totdat een besluit over de mogelijke bescherming daarvan is genomen; roept de gemeenschappelijke onderneming op de grenzen te bepalen van wat beschouwd zou worden als een fusietoepassing, met als doel een zo groot mogelijke duidelijkheid en transparantie ten aanzien van contractanten te verzekeren.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

11

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Rina Ronja Kari, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Fulvio Martusciello, Dan Nica, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Igor Šoltes, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Marian-Jean Marinescu, Andrey Novakov, Julia Pitera

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 44.

(2)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 45.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.

(6)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(7)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(8)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 44.

(9)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 45.

(10)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(11)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(12)

PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.

(13)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(14)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(15)

Conclusies van de Raad over de ITER-status van 7 juli 2010 (Ref. 11902/10).

(16)

PB L 38 van 7.12.2013, blz. 42.

(17)

PB L 163 van 29.5.2014, blz. 21.

Juridische mededeling