Procedure : 2014/2134(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0112/2015

Ingediende teksten :

A8-0112/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.57
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0166

VERSLAG     
PDF 161kWORD 73k
31.3.2015
PE 541.306v02-00 A8-0112/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2134(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2134(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 209,

–       gezien Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof(5),

–       gezien Verordening (EG) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2(6), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(7),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(8),

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0112/2015),

1.      verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2013;

2.      formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2134(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(9),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(10) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–       gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(11),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(12), en met name artikel 209,

–       gezien Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof(13),

–       gezien Verordening (EG) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2(14), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(15),

–       gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(16),

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0112/2015),

1.      hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2013;

2.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2134(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2013,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0112/2015),

A.     overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof ("de gemeenschappelijke onderneming") in mei 2008 bij Verordening (EG) nr. 521/2008 als publiek-privaat partnerschap werd opgericht voor de periode tot 31 december 2017 met het oog op de ontwikkeling van markttoepassingen, teneinde aldus extra inspanningen van de industrie voor een snelle toepassing van brandstofcel- en waterstoftechnologieën te vergemakkelijken;

B.     overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming drie leden telt: de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, de Europese Industriegroepering gezamenlijk technologie-initiatief brandstofcellen en waterstof ("de industriegroepering") en de Onderzoeksgroepering N.ERGHY ("de onderzoeksgroepering");

C.     overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming voor de gehele periode 470 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van het zevende kaderprogramma voor onderzoek, waarvan het voor de lopende kosten bestemde gedeelte niet hoger mag zijn dan 20 000 000 EUR;

D.     overwegende dat de industriegroepering 50 % van de lopende kosten dient bij te dragen en de onderzoeksgroepering een twaalfde, en dat zij beiden moeten bijdragen aan de operationele kosten met bijdragen in natura die minstens gelijk zijn aan de financiële bijdrage van de Unie;

Financieel en begrotingsbeheer

1.      neemt kennis van de verklaring van de Rekenkamer dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor 2013 op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2013 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële voorschriften;

2.      merkt voorts op dat de definitieve begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2013 vastleggingskredieten ter hoogte van 74,5 miljoen EUR en betalingskredieten ter hoogte van 69,7 miljoen EUR omvat; merkt verder op dat het benuttingspercentage voor de vastleggingskredieten en betalingskredieten respectievelijk 98,9 % en 56,7 % bedroeg; wijst erop dat het niveau van de betalingskredieten lager is dan het voorgaande jaar, wat het gevolg is van het uitstellen van de financiering van drie projecten;

Oproepen tot het indienen van voorstellen

3.      wijst erop dat het programma van de gemeenschappelijke onderneming op 31 december 2013 130 subsidie-overeenkomsten omvatte die voortvloeiden uit vijf jaarlijkse oproepen plaatsvindend in de periode 2008-2012; wijst erop dat deze subsidies in totaal neerkwamen op 365 miljoen EUR, ofwel 81 % van de maximale EU-bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming voor onderzoeksactiviteiten ten bedrage van 452,5 miljoen EUR;

4.     wijst erop dat nog eens 23 subsidieovereenkomsten zijn ondertekend in het kader van de oproep 2013-1, alsmede nog eens twee subsidies in het kader van de oproep 2013-2, ten bedrag van respectievelijk 75 200 000 EUR en 7 000 000 EUR;

5.      verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming een verslag in te dienen bij de kwijtingsautoriteit over de bijdragen van alle leden anders dan de Commissie, onder meer over de toepassing van de methode voor beoordeling, samen met een beoordeling door de Commissie;

Juridisch kader

6.      wijst erop dat het nieuwe Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Unie werd vastgesteld op 25 oktober 2012 en in werking trad op 1 januari 2013, maar dat de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van het nieuwe Financieel Reglement pas op 8 februari 2014 in werking trad; wijst erop dat de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming op 30 juni 2014 werden gewijzigd om rekening te houden met deze veranderingen;

7.      neemt kennis van de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie(17) en het politiek akkoord dat zij vervolgens hebben bereikt over de afzonderlijke kwijting voor gemeenschappelijke ondernemingen overeenkomstig artikel 209 van het Financieel Reglement;

8.      vraagt de Rekenkamer een volledige en passende financiële analyse te presenteren van de rechten en verplichtingen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor de periode vanaf de start van de werkzaamheden van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 tot heden;

Interne-controlesystemen

9.      wijst erop dat de interne-auditcapaciteit van de gemeenschappelijke onderneming, overeenkomstig het strategisch controleplan 2011-2013 van DIA/IAC voor de gemeenschappelijke onderneming, in de loop van 2013 één controle van "Subsidiebeheer: onderhandeling, overeenkomstsluiting en voorfinanciering" verrichtte, en daarnaast andere diensten op het gebied van kwaliteitsborging en advisering verleende;

10.    stelt met bezorgdheid vast dat in het eindverslag over het subsidiebeheer werd gewezen op de noodzaak om de subsidietoekenningstermijn en de termijn voor het afsluiten van de onderhandelingen te verkorten en om bepaalde aspecten van de procedure van de gemeenschappelijke onderneming voor controles van de financiële duurzaamheid te verduidelijken; stelt vast dat een actieplan is uitgewerkt om gevolg te geven aan deze aanbevelingen, alsmede om rekening te houden met de gevolgen van de nieuwe juridische context en de nieuwe regels van Horizon 2020, en verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de kwijtingsautoriteit te informeren over de tenuitvoerlegging van het actieplan;

11.    wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming, samen met de gemeenschappelijke ondernemingen Artemis, Clean Sky, Eniac en IMI, onderworpen was aan een IT-risicobeoordeling van de gemeenschappelijke IT-infrastructuur, uitgevoerd door de Dienst interne audit van de Commissie;

12.    neemt kennis van de specifieke maatregelen die de gemeenschappelijke onderneming heeft getroffen om belangenconflicten te voorkomen ten aanzien van haar drie voornaamste belanghebbenden: leden van de raad van bestuur, deskundigen en werknemers, waaronder een duidelijke omschrijving van wat gezien wordt als een belangenconflict, een databank die alle informatie bevat die gerelateerd is aan belangenconflicten alsmede een proces voor het beheren ervan; merkt op dat de schriftelijke procedure inzake de specifieke maatregelen in 2014 is ingediend bij de raad van bestuur; merkt op dat de Commissie verzocht de vaststelling van de specifieke maatregelen uit te stellen om een geharmoniseerd model voor de maatregelen te kunnen opzetten, gezien de horizontale aard van het onderwerp; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming deze specifieke maatregelen op korte termijn vast te stellen;

13.    wijst erop dat de tweede tussentijdse evaluatie van de gemeenschappelijke onderneming door de Commissie tussen november 2012 en mei 2013 is verricht; wijst erop dat het verslag verschillende aanbevelingen bevat, zoals de aanbeveling om meer middelen te besteden aan de activiteiten door administratieve functies te delen met andere gemeenschappelijke ondernemingen en/of opnieuw onder te brengen bij de Commissiediensten, de onderzoeksstrategie ter voortzetting van de gemeenschappelijke onderneming in Horizon 2010 meer toe te spitsen op de drie hoofdbeginselen (afstemming op het EU-beleid, terreinen waarop Europa leider is of kan worden, aanpassing aan veranderende behoeften van de sector) en het aanpassingsvermogen te versterken; stelt vast dat de gemeenschappelijke onderneming een actieplan opstelt om aandacht te besteden aan deze aspecten;

Toezicht en rapportage

14.    wijst erop dat met het besluit voor het zevende kaderprogramma(18) een monitoring- en rapportagesysteem werd ingevoerd dat betrekking heeft op de bescherming, verspreiding en overdracht van onderzoeksresultaten; stelt vast dat de gemeenschappelijke onderneming in 2013 haar eigen capaciteit voor toezicht op en verslaglegging over de onderzoeksresultaten van haar projecten en voor de beoordeling van haar programma-uitvoering heeft versterkt door het inhuren van een functionaris voor kennisbeheer en -beleid; wijst erop dat een nieuw ontwikkelde IT-applicatie werd ingevoerd om de resultaten van de voltooide projecten te analyseren en samen te vatten en dat op de website werd gerapporteerd over de eerste publieke foreground-producten van die projecten;

15.    verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming bij de kwijtingsautoriteit een verslag in te dienen over de sociaal-economische voordelen van de reeds voltooide projecten; verzoekt om dit verslag samen met een beoordeling door de Commissie bij de kwijtingsautoriteit in te dienen;

16.    merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming de mogelijkheid onderzoekt om voor de monitoring in verband met de bescherming, verspreiding en overdracht van onderzoeksresultaten het IT-systeem van de Commissie te benutten en om haar resultaatrapportage uit te bouwen overeenkomstig de opmerkingen in het jaarlijkse voortgangsverslag 2012 van de Commissie over de activiteiten van de gemeenschappelijke ondernemingen(19);

17.    herinnert eraan dat de kwijtingsautoriteit de Rekenkamer reeds eerder heeft verzocht een speciaal verslag op te stellen over de capaciteit van de gemeenschappelijke ondernemingen en hun particuliere partners, om zo de toegevoegde waarde en de doelmatige uitvoering van de Europese programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie te waarborgen;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

6

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Rina Ronja Kari, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Fulvio Martusciello, Dan Nica, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Igor Šoltes, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Marian-Jean Marinescu, Andrey Novakov, Julia Pitera

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 67.

(2)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 68.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 153 van 12.6.2008, blz. 1.

(6)

PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108.

(7)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(8)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(9)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 67.

(10)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 68.

(11)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(12)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(13)

PB L 153 van 12.6.2008, blz. 1.

(14)

PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108.

(15)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(16)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(17)

PB L 163 van 29.5.2014, blz. 21.

(18)

Artikel 7 van Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 6).

(19)

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de activiteiten van het Gemeenschappelijk Technologie-initiatief en de gemeenschappelijke ondernemingen in 2012 (SWD(2013) 539 final).

Juridische mededeling