Procedure : 2014/2081(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0113/2015

Ingediende teksten :

A8-0113/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0125

VERSLAG     
PDF 164kWORD 71k
31.3.2015
PE 539.744v02-00 A8-0113/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling V – Rekenkamer

(2014/2081(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

AMENDEMENTEN
1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling V – Rekenkamer

(2014/2081(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013(1),

–       gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013 (COM(2014)0510 – C8-0155/2014)(2),

–       gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–       gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(6), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0113/2015),

1.      verleent de secretaris-generaal van de Rekenkamer kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2013;

2.      formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese ombudsman, de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling V – Rekenkamer

(2014/2081(DEC))

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling V – Rekenkamer,

–       gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0113/2015),

1.   constateert dat de jaarrekening van de Rekenkamer wordt gecontroleerd door een onafhankelijke externe controleur – PricewaterhouseCoopers SARL – om dezelfde beginselen van transparantie en verantwoordingsplicht toe te passen als de Rekenkamer hanteert voor de gecontroleerde instanties; neemt kennis van het oordeel van de controleur dat "de financiële staten een juist en eerlijk beeld geven van de financiële positie van de Rekenkamer";

2.   onderstreept dat de Rekenkamer in 2013 over een totaalbedrag van 142 761 000 EUR aan definitieve kredieten beschikte (142 477 000 EUR in 2012) en dat het algemene uitvoeringspercentage voor de begroting 92 % bedroeg; betreurt de daling van het bestedingspercentage in 2013 ten opzichte van 2012 (96 %);

3.   benadrukt echter dat de begroting van de Rekenkamer louter administratief is, waarbij het grootste deel gebruikt wordt voor uitgaven met betrekking tot het personeel dat voor de instelling werkzaam is; neemt kennis van de motivering bij de daling van het bestedingspercentage in het verslag van de Rekenkamer over het begrotings- en financieel beheer voor 2013;

4.   neemt kennis van de nieuwe strategie van de Rekenkamer voor 2013-2017 om het meeste te halen uit haar rol als de externe controleur van de Unie; hecht zijn goedkeuring aan het voor 2013 opgestelde plan en aan het voornemen om de kwantiteit en de kwaliteit van de doelmatigheidscontroles te verbeteren door efficiënter te werk te gaan en hier meer middelen voor uit te trekken; neemt tevens kennis van de toename van het aantal controles met 60 % sinds 2008 en benadrukt dat kwantiteit niet ten koste mag gaan van kwaliteit;

5.   herinnert de Rekenkamer eraan dat de drie instellingen in punt 54 van de Gemeenschappelijke aanpak over gedecentraliseerde agentschappen van 2012 overeengekomen zijn dat alle aspecten van deze uitbestede externe accountantscontrole "geheel onder de verantwoordelijkheid van de Rekenkamer (blijven) vallen, die alle voorgeschreven administratieve procedures en procedures voor het toekennen van contracten beheert en er zelf de kosten van draagt, benevens alle andere kosten die met de uitbesteding van de externe controle verband houden"; verwacht dat de Rekenkamer zich aan deze gemeenschappelijk aanpak houdt en externe controleurs voor de agentschappen onder contract neemt en betaalt;

6.   verzoekt de Rekenkamer een onderzoek uit te voeren naar de gevolgen van de samenvoeging van de griffies van het Hof van Justitie tot één enkele griffie, met het oog op de betere coördinatie van de procedures tussen de instellingen;

7.   neemt met voldoening kennis van het programma voor interne hervormingen van de Rekenkamer dat is opgenomen in haar strategie voor de periode 2013-2017 en berust op het "peer report" van 2014, het verslag van het Parlement over de toekomst van de Rekenkamer en de interne analyse van de Rekenkamer zelf; verzoekt de Rekenkamer regelmatig verslag uit te brengen aan het Parlement over de ontwikkeling en uitvoering van de hervorming;

8.   vindt dat de Rekenkamer in het werkprogramma een zekere mate van flexibiliteit in acht moet nemen om snel te kunnen anticiperen op belangrijke gebeurtenissen die zich onverwacht voordoen en waarvoor specifieke controle of aandacht vereist zou kunnen zijn, en anderzijds onderwerpen die op het programma staan maar niet langer relevant zijn, te kunnen schrappen; acht het tevens van belang dat de Rekenkamer een zekere mate van diversificatie en evenwicht weet te bereiken en zich niet te zeer op bepaalde werkterreinen concentreert; vestigt de aandacht van de Rekenkamer op de politieke prioriteiten van de wetgevers en de vraagstukken die van groot belang zijn voor de burgers van de Unie en die haar door de Commissie begrotingscontrole van het Parlement zijn meegedeeld;

9.   steunt de Rekenkamer bij haar inspanningen om meer middelen te besteden aan doelmatigheidscontroles; herinnert eraan dat de Rekenkamer erop moet toezien dat controleurs die belast zijn met de uitvoering van specifieke controles beschikken over de vereiste technische kennis en methodologische vaardigheden;

10. herinnert de Rekenkamer aan de noodzaak om tijdschema's te verbeteren, vooral bij de speciale verslagen van de Rekenkamer, zonder af te dingen op de kwaliteit van die verslagen; betreurt het dat de controlebevindingen qua tijdigheid nog steeds ver van de langetermijndoelstelling verwijderd zijn; beveelt de Rekenkamer aan zich ten doel te stellen om de duur van elke fase van de doelmatigheidscontroles te verkorten;

11. wijst erop dat de methodologie van de Rekenkamer consistent moet zijn en op alle beheersterreinen toegepast moet worden; beseft dat een verdere afstemming kan leiden tot tegenstrijdigheden in de definities van de Rekenkamer van illegale transacties bij rechtstreeks en gedeeld beheer;

12. stelt vast dat het gemiddelde tijdsbestek voor het opstellen van een speciaal verslag nog steeds 20 maanden beslaat, net als in 2012; betreurt het dat de Rekenkamer de strategische doelstelling om speciale verslagen op te stellen in een gemiddeld tijdsbestek van 18 maanden niet heeft gehaald; verzoekt de Rekenkamer aan elk speciaal verslag een overzicht van de totstandkoming met alle fasen van het opstellen ervan toe te voegen;

13. is van mening dat de aanbevelingen in het speciaal verslag duidelijker moeten worden geformuleerd en dat daarin de positieve en negatieve gedragingen van de landen in kwestie consistent aan de orde moeten worden gesteld;

14. stelt vast dat de laatste wijzigingen van het Reglement van het Parlement, die tot doel hadden de betrokkenheid van de parlementaire commissies op de verschillende terreinen waarover speciale verslagen worden opgesteld, te vergroten, niet aan de verwachtingen hebben voldaan; spant zich in om naar wegen te zoeken om de parlementaire procedures voor speciale verslagen van de Rekenkamer te verbeteren;

15. is voorstander van de verdere versterking van de controleambten in 2013; neemt kennis van de geslaagde aanwerving van nieuw personeel in controleambten en van de vermindering van onbezette posten aan het eind van 2013, ten opzichte van 2012;

16. stelt vast dat de Rekenkamer verklaart geen rekening te houden met geografische criteria bij het benoemen van personeel in leidinggevende functies; verzoekt de Rekenkamer op dit vlak het nodige te doen om het grote gebrek aan evenwicht waarvan momenteel sprake is bij de Rekenkamer in de toekomst recht te trekken, vooral met betrekking tot leidinggevende functies;

17. betreurt het dat het plan voor gelijke kansen dat de Rekenkamer in 2012 heeft gelanceerd om tot een genderevenwicht te komen, niet aan de verwachtingen heeft voldaan, met name wat de leidinggevende functies betreft; merkt op dat van de 70 posten van afdelingshoofd of directeur er slechts 21 bezet worden door vrouwen en dat de meerderheid van deze posten zich in de directoraten vertaling en administratie bevindt; benadrukt en verwelkomt het feit dat het aantal vrouwelijke controleurs is toegenomen, hetgeen ongetwijfeld invloed zal hebben op het aantal vrouwen in leidinggevende auditfuncties; neemt kennis van de toezegging van de Rekenkamer dat zij het plan voor gelijke kansen snel zal herzien om doeltreffende oplossingen te vinden die het mogelijk maken de doelstellingen die voor dit terrein zijn vastgesteld, zo spoedig mogelijk te verwezenlijken;

18. verzoekt de Rekenkamer in haar jaarlijkse activiteitenverslag een overzicht op te nemen van personeel in leidinggevende functies, uitgesplitst naar nationaliteit, geslacht en positie;

19. constateert met tevredenheid dat het K3-gebouw op tijd en binnen het budget is voltooid;

20. verlangt dat het gebouwenbeleid van de Rekenkamer bij haar jaarlijks activiteitenverslag wordt gevoegd, met name omdat het belangrijk is dat de kosten van dit beleid voldoende transparant worden gemaakt en niet buitensporig zijn;

21. neemt nota van de aanzienlijke prijsverschillen voor vertaalkosten per taal in de Rekenkamer (waarbij het verschil kan oplopen tot meer dan 100 EUR per bladzijde naar gelang van de taal); is van mening dat een dergelijke hoge kostendiscrepantie, zelfs met inbegrip van indirecte kosten, om analyse en correctie vraagt;

22. stelt tot zijn bezorgdheid vast dat er enorme verschillen bestaan tussen de vertaalkosten van de verschillende instellingen van de Unie; verzoekt de interinstitutionele werkgroep vertaling dan ook de oorzaken van deze verschillen in kaart te brengen en oplossingen voor te stellen om het evenwicht te herstellen en te zorgen voor de harmonisatie van de vertaalkosten en de optimale eerbiediging van de kwaliteit en de taalkundige verscheidenheid; merkt in dit verband op dat de werkgroep de samenwerking tussen de instellingen opnieuw moet opstarten, om optimale werkmethoden en resultaten uit te wisselen en vast te stellen op welke gebieden de samenwerking of de akkoorden tussen de instellingen kunnen worden versterkt; stelt voor dat de werkgroep zich eveneens tot doel stelt een uniforme methode voor de presentatie van de vertaalkosten voor alle instellingen te ontwikkelen om de analyse en vergelijking van de kosten te vereenvoudigen; wijst erop dat de werkgroep deze resultaten vóór eind 2015 moet voorstellen; verzoekt alle instellingen van de Unie actief deel te nemen aan de werkzaamheden van de interinstitutionele werkgroep; herinnert in deze context aan het wezenlijke belang van de eerbiediging van de meertaligheid in de instellingen van de Unie, teneinde voor alle burgers van de Unie een gelijke behandeling en gelijke kansen te waarborgen;

23. is van mening dat in deze tijden van crisis en algemene bezuinigingen de kosten van "away days" van het personeel van de instellingen van de Unie moeten worden verlaagd en dat deze zo veel mogelijk op de locaties van de instellingen moeten worden gehouden, daar de toegevoegde waarde ervan de hoge kosten niet rechtvaardigt;

24. onderschrijft dat de Rekenkamer verbeteringen heeft aangebracht in de definitie en de opheldering van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Kamer voor coördinatie, evaluatie, certificering en ontwikkeling; roept de Rekenkamer op deze inspanningen voort te zetten, en wenst geïnformeerd te worden over de maatregelen die worden genomen om de prestaties van de kamer te verbeteren;

25. stelt vast dat de Rekenkamer in 2013 in totaal veertien zaken van vermeende fraude heeft gerapporteerd die uit haar controlewerkzaamheden voortvloeiden, en tien zaken die het gevolg waren van mededelingen aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF); merkt op dat OLAF in zeven van de veertien zaken besloot een onderzoek in te stellen en dat de informatie in de andere zaken naar een andere instantie was gestuurd voor follow-upmaatregelen;

26. verzoekt de Europese Rekenkamer, overeenkomstig de bestaande regels inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming, in zijn jaarlijks activiteitenverslag de resultaten en gevolgen van gesloten OLAF-zaken op te nemen indien de instelling of een persoon die voor die instelling werkzaam is, aan een onderzoek zijn onderworpen;

27.  hecht zijn goedkeuring aan de vervolgevaluatie voor 2013 van de interne controleur en aan de vooruitgang die is geboekt bij het vaststellen en prioriteren van de financiële en operationele risico's en bij het ontwikkelen van de juiste controles om deze risico's te verkleinen;

28. constateert dat het beleid op het vlak van informatiebeveiliging een gecoördineerde en geharmoniseerde beveiligingsstrategie vereist; wijst erop dat de efficiëntie van het beheer en de interne controles op de belangrijkste terreinen van het bestuur van de Rekenkamer voor verbetering vatbaar zijn;

29. neemt kennis van de invoering van een nieuwe applicatie ASSYST (Audit Support System) bij de Rekenkamer als een binnen de organisatie gehanteerd controle-instrument; wenst geïnformeerd te worden over de prestatiedoelstellingen die voor deze applicatie zijn geformuleerd;

30. neemt kennis van het feit dat de Rekenkamer heeft verzekerd alle mogelijke maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de kredieten voor dienstreizen uitsluitend worden benut met inachtneming van de beginselen van zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid;

31. neemt daarnaast kennis van de invoering van nieuwe softwareapplicaties om de administratie omtrent taalcursussen te verbeteren; verwacht dat met deze hulpmiddelen de organisatie van taalcursussen verder verbeterd zal worden;

32. begrijpt het belang van de Rekenkamer om haar uitingen in de media te beoordelen; vindt echter dat zij de helderheid van haar boodschappen moet verbeteren; stelt daarom voor dat de redactionele kwaliteit van alle teksten van de Rekenkamer wordt onderworpen aan een gecentraliseerde procedure;

33. spreekt zijn voldoening uit over de samenwerking tussen de Rekenkamer en de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement, en met de regelmatige feedback aan de hand van verzoeken van het Parlement; verzoekt de Rekenkamer in haar jaarlijks activiteitenverslag een specifiek hoofdstuk op te nemen over het gevolg dat zij heeft gegeven aan de aanbevelingen van het Parlement met betrekking tot de kwijting voor de Rekenkamer over het vorige begrotingsjaar, zoals de meeste andere instellingen doen; verzoekt de Rekenkamer en de kwijtingsautoriteiten evenwel hun samenwerking nog verder te verbeteren zodat hun werkzaamheden nog efficiënter en doeltreffender worden;

34. is van mening dat de verslagen van de Rekenkamer, en met name de speciale verslagen, een belangrijke bijdrage leveren aan het streven naar een beter uitgavenbeleid voor de middelen van de Unie; is van mening dat de verslagen van de Rekenkamer een nog grotere meerwaarde kunnen hebben als ze worden aangevuld met een aantal door de Unie te nemen corrigerende maatregelen, en een tijdpad voor de uitvoering ervan, zodat de doelstellingen die in het Europees programma, fonds of beleid in kwestie worden genoemd, ook daadwerkelijk verwezenlijkt worden; is van mening dat deze grotere nadruk op resultaten, en met name de langetermijnresultaten, overeenkomstig de beginselen van doelmatigheid en doeltreffendheid, dan ook ten goede zou komen aan het door de Rekenkamer uit te voeren noodzakelijke follow-upproces waarin de resultaten van de voorgestelde aanbevelingen worden gevolgd;

35. verzoekt de Rekenkamer te onderzoeken of zij haar jaarverslag eerder kan indienen, binnen de parameters van het Financieel Reglement van de Unie.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Rina Ronja Kari, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Fulvio Martusciello, Dan Nica, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Igor Šoltes, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Iris Hoffmann, Andrey Novakov

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara

(1)

PB L 66 van 8.3.2013.

(2)

PB C 403 van 13.11.2014, blz. 1.

(3)

PB C 398 van 12.11.2014, blz. 1.

(4)

PB C 403 van 13.11.2014, blz. 128.

(5)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(6)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

Juridische mededeling