Procedure : 2013/0403(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0140/2015

Ingediende teksten :

A8-0140/2015

Debatten :

PV 06/10/2015 - 14
CRE 06/10/2015 - 14

Stemmingen :

PV 07/10/2015 - 10.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0338

VERSLAG     ***I
PDF 424kWORD 325k
23.4.2015
PE 539.630v02-00 A8-0140/2015

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europees betalingsbevelprocedure

(COM(2013)0794 – C8‑0414/2013 – 2013/0403(COD))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Lidia Joanna Geringer de Oedenberg

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europees betalingsbevelprocedure

(COM(2013)0794 – C8‑0414/2013 – 2013/0403(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0794),

–       gezien artikel 294, lid 2, en artikel 81 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0414/2013),

–       gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0140/2015),

1.      stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.      verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt -1

Verordening (EG) nr. 861/2007

Titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1) De titel van de verordening komt als volgt te luiden:

Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen

Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese vereenvoudigde procedure voor vorderingen tot 10 000 EUR

 

(Dit amendement heeft tot gevolg dat ook de rest van de tekst van Verordening (EG) nr. 861/2007 moet worden gewijzigd.)

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Een verhoging van het plafond tot 10 000 EUR zou vooral voor de kleine en middelgrote ondernemingen erg nuttig zijn, aangezien die momenteel van gerechtelijke procedures afzien omdat de kosten van procesvoering volgens de nationale gewone of vereenvoudigde procedures niet in verhouding staan tot de waarde van hun vorderingen en/of de gerechtelijke procedures te lang duren. Door een verhoging van het plafond zouden de kleine en middelgrote ondernemingen beter gebruik kunnen maken van een doeltreffend en kostenefficiënt rechtsmiddel voor grensoverschrijdende geschillen. Betere toegang tot de rechter zou het vertrouwen in grensoverschrijdende transacties doen toenemen en ertoe bijdragen dat de door de interne markt geboden mogelijkheden ten volle worden benut.

(5) Een verhoging van het plafond, in die zin dat alle tegen rechtspersonen ingestelde vorderingen tot 10 000 EUR onder de procedure vallen, zou vooral voor de kleine en middelgrote ondernemingen erg nuttig zijn, aangezien die momenteel van gerechtelijke procedures afzien omdat de kosten van procesvoering volgens de nationale gewone of vereenvoudigde procedures niet in verhouding staan tot de waarde van hun vorderingen en/of de gerechtelijke procedures te lang duren. Door een verhoging van het plafond zouden de kleine en middelgrote ondernemingen beter gebruik kunnen maken van een doeltreffend en kostenefficiënt rechtsmiddel voor grensoverschrijdende geschillen. Betere toegang tot de rechter zou het vertrouwen in grensoverschrijdende transacties doen toenemen en ertoe bijdragen dat de door de interne markt geboden mogelijkheden ten volle worden benut. Voor de toepassing van deze verordening moet een vordering geacht worden te zijn ingesteld tegen een rechtspersoon als ten minste een van de verweerders krachtens het nationale recht van de lidstaat of derde staat als zodanig wordt erkend, en niet een persoon is die in eigen naam handelt. Vorderingen ingesteld tegen personen die in eigen naam handelen moeten slechts onder deze verordening vallen als de vordering minder bedraagt dan 5 000 EUR.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) De Europese procedure voor geringe vorderingen zou verder kunnen worden verbeterd door gebruik te maken van de technologische ontwikkelingen op het gebied van justitie om de geografische afstand en de daaruit voortvloeiende gevolgen als hoge kosten en lange procedures, wat factoren zijn die de gang naar de rechter ontmoedigen, te neutraliseren.

(8) De Europese vereenvoudigde procedure voor geringe vorderingen zou verder kunnen worden verbeterd door gebruik te maken van de technologische ontwikkelingen op het gebied van justitie, die de geografische afstand en de daaruit voortvloeiende gevolgen als hoge kosten en lange procedures, wat factoren zijn die de gang naar de rechter ontmoedigen, kunnen neutraliseren.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Mondelinge behandeling en bewijsverkrijging door het horen van getuigen, deskundigen of partijen moeten met behulp van telecommunicatiemiddelen plaatsvinden. Dit mag geen afbreuk doen aan het recht van een partij bij een procedure om voor de mondelinge behandeling voor het gerecht te verschijnen. In het kader van de mondelinge behandeling en de bewijsverkrijging moeten de lidstaten moderne telecommunicatiemiddelen gebruiken waardoor personen kunnen worden gehoord zonder dat zij naar het gerecht hoeven te reizen. Als de gehoorde persoon zijn woonplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar het betrokken gerecht is gevestigd, moet de mondelinge behandeling worden georganiseerd volgens de regels van Verordening (EG) nr. 1206/200117 van de Raad17. Als de te horen persoon zijn woonplaats heeft in de lidstaat waar het bevoegde gerecht is gevestigd of in een derde land, kan de mondelinge behandeling overeenkomstig de nationale wetgeving plaatsvinden met behulp van videoconferentie, teleconferentie of andere passende telecommunicatietechnologie. Een partij moet altijd het recht hebben voor het gerecht te verschijnen voor de mondelinge behandeling indien hij daarom verzoekt. Het gerecht moet gebruikmaken van de eenvoudigste en goedkoopste methode van bewijsverkrijging.

(12) Mondelinge behandeling en bewijsverkrijging door het horen van getuigen, deskundigen of partijen moeten met behulp van telecommunicatiemiddelen plaatsvinden. Dit mag geen afbreuk doen aan het recht van een partij bij een procedure om voor de mondelinge behandeling voor het gerecht te verschijnen. In het kader van de mondelinge behandeling en de bewijsverkrijging moeten de lidstaten moderne telecommunicatiemiddelen gebruiken waardoor personen kunnen worden gehoord zonder dat zij naar het gerecht hoeven te reizen. Als de gehoorde persoon zijn woonplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar het betrokken gerecht is gevestigd, moet de mondelinge behandeling worden georganiseerd volgens de regels van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad17. Als de te horen persoon zijn woonplaats heeft in de lidstaat waar het bevoegde gerecht is gevestigd of in een derde land, kan de mondelinge behandeling overeenkomstig de nationale wetgeving plaatsvinden met behulp van videoconferentie, teleconferentie of andere passende telecommunicatietechnologie. Een partij die hierom verzoekt, moet altijd het recht hebben om voor het gerecht te verschijnen en te worden gehoord of een getuige te laten oproepen en verhoren. Het gerecht moet gebruikmaken van de eenvoudigste en goedkoopste methode van bewijsverkrijging.

__________________

__________________

17 Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (PB L 174 van 27.6.2001, blz. 1).

17 Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (PB L 174 van 27.6.2001, blz. 1).

Motivering

Het uitgangspunt dat getuigenverhoren rechtstreeks moeten plaatsvinden en een mondeling karakter moeten hebben, moet geëerbiedigd worden.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) De mogelijke kosten van procesvoering kunnen een rol spelen in het besluit van de eiser om gerechtelijke actie te overwegen. Naast andere kosten kunnen de gerechtskosten de eiser ontmoedigen om gerechtelijke actie te ondernemen, vooral in die lidstaten waar de gerechtskosten onevenredig zijn. De gerechtskosten moeten in verhouding staan tot de waarde van de vordering om de toegang tot de rechter voor grensoverschrijdende geringe vorderingen te waarborgen. Deze verordening beoogt niet de gerechtskosten te harmoniseren, maar wel een plafond voor de gerechtskosten in te voeren waardoor de procedure toegankelijk is voor een aanzienlijk deel van de eisers, en tegelijkertijd de lidstaten een ruime discretionaire bevoegdheid te laten bij de keuze van de berekeningsmethode en het bedrag van de gerechtskosten.

(13) De mogelijke kosten van procesvoering zijn een van de basisfactoren die van invloed zijn op het besluit van de eiser om gerechtelijke actie te overwegen. Naast andere kosten kunnen de gerechtskosten de eiser ontmoedigen om gerechtelijke actie te ondernemen, vooral in die lidstaten waar de gerechtskosten onevenredig zijn. De gerechtskosten moeten worden vastgesteld op een niveau dat niet hoger ligt dan de kosten die in rekening worden gebracht voor vergelijkbare nationale procedures. Te verwachten valt dat gerechtskosten die op hetzelfde of een lager niveau liggen dan de gerechtskosten voor nationale procedures gebruikmaking van de Europese vereenvoudigde procedure zullen stimuleren, en van deze procedure een kostenefficiënt alternatief zullen maken dat vergelijkbaar is met de bekendere nationale procedures. In lidstaten waar geen nationale procedures zijn moeten de gerechtskosten worden vastgesteld op een niveau dat in verhouding staat tot de waarde van de vordering.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) De betaling van de gerechtskosten mag niet vereisen dat de eiser reist of een advocaat in de arm neemt. Alle gerechten die voor de Europese procedure voor geringe vorderingen bevoegd zijn, moeten minimaal bankoverschrijvingen en onlinebetaalsystemen met credit/debetkaart aanvaarden.

(14) De betaling van de gerechtskosten mag niet vereisen dat de eiser reist of een advocaat in de arm neemt. Alle gerechten die voor de Europese vereenvoudigde procedure bevoegd zijn, moeten minimaal bankoverschrijvingen, onlinebetaalsystemen met credit/debetkaart of andere onlinebetaalsystemen aanvaarden.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 2 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening is van toepassing in burgerlijke en handelszaken, ongeacht de aard van het gerecht, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier door het bevoegde gerecht wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan 10 000 EUR. Zij heeft in het bijzonder geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken, of op de aansprakelijkheid van de staat wegens handelingen of omissies bij de uitoefening van het staatsgezag ("acta jure imperii").

1. Deze verordening is van toepassing in burgerlijke en handelszaken, ongeacht de aard van het gerecht, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier door het bevoegde gerecht wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan 10 000 EUR indien de vordering wordt ingesteld tegen een rechtspersoon of niet meer bedraagt dan 5 000 EUR indien de vordering wordt ingesteld tegen een natuurlijke persoon. Zij heeft in het bijzonder geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken, of op de aansprakelijkheid van de staat wegens handelingen of omissies bij de uitoefening van het staatsgezag ("acta jure imperii").

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 2 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Deze verordening is niet van toepassing indien op het ogenblik waarop het bevoegde gerecht het vorderingsformulier ontvangt, alle volgende elementen zich, indien relevant, in één enkele lidstaat bevinden:

Schrappen

(a) de woonplaats of de gebruikelijke verblijfplaats van de partijen;

 

(b) de plaats van uitvoering van het contract;

 

(c) de plaats waar de feiten waarop de vordering gebaseerd is, zich voordeden;

 

(d) de plaats van tenuitvoerlegging van de beslissing;

 

(e) het bevoegde gerecht.

 

De woonplaats wordt bepaald overeenkomstig [de artikelen 59 en 60 van Verordening (EG) nr. 44/2001]/[de artikelen 62 en 63 van Verordening (EU) nr. 1215/2012].

 

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 2 – lid 3 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) arbeidsrecht;

Schrappen

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 2 – lid 3 – letter h

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h) inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en op de persoonlijkheidsrechten, waaronder begrepen laster.

Schrappen

Motivering

Aangezien persoonlijkheidsrechten niet langer uitgesloten zijn van de werkingssfeer van de Brussel I-verordening dient deze uitzondering ook niet meer van toepassing te zijn op de procedure voor geringe vorderingen.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 2

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 3 wordt geschrapt.

Schrappen

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 3 – letter a

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 4 – lid 4 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het gerecht stelt de eiser van die afwijzing in kennis.

Het gerecht dat een uitspraak ten gronde heeft gedaan over de vordering stelt de eiser van die afwijzing in kennis en van de rechtsmiddelen die tegen het besluit openstaan.

Motivering

Het gerecht dat uitspraak heeft gedaan over de gegrondheid van de vordering moet de eiser informeren over de mogelijkheden om tegen deze uitspraak in beroep te gaan. Rechtsmiddelen moeten door de afzonderlijke lidstaten worden vastgesteld, overeenkomstig het toepasselijke nationale recht.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 3 – letter b

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 4 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten zorgen ervoor dat het standaard vorderingsformulier A op papier beschikbaar is bij elk gerecht waarbij de Europese procedure voor geringe vorderingen kan worden ingeleid, alsook elektronisch op de websites van die gerechten of van de bevoegde centrale autoriteit.

5. De lidstaten zorgen ervoor dat alle gerechten waar de Europese vereenvoudigde procedure kan worden ingeleid, voldoen aan de verplichting om via hun bevoegde diensten standaardformulier A op papier beschikbaar te stellen aan de burgers, en dat dit formulier beschikbaar is bij elk gerecht waarbij de Europese vereenvoudigde procedure kan worden ingeleid, alsook elektronisch op de websites van die gerechten of van de bevoegde centrale autoriteit.

Motivering

De voorgestelde tekst van de richtlijn zou tot problemen kunnen leiden, met name als het gaat om de beschikbaarstelling aan de burgers van standaardformulier A op papier. Voor Roemenië geldt bijvoorbeeld dat duidelijk moet worden vastgelegd dat de gerechten, via hun registers, standaardformulier A in papieren format beschikbaar moeten stellen voor de burgers. De Roemeense rechtbanken hebben deze werkwijze namelijk nog niet overgenomen, zodat de Roemeense burgers nog niet de beschikking hebben over standaardvorderingen, -formulieren, -modellen, enz. op papier.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 5 – lid 1 – alinea 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) beide partijen zich bereid tonen tot een gerechtelijke schikking en daartoe om een zitting verzoeken.

(b) beide partijen zich bereid tonen tot een gerechtelijke schikking en daartoe om een zitting verzoeken en het niet lukt om op schriftelijke wijze een schikking tot stand te brengen.

Motivering

Het organiseren van een mondelinge behandeling met het oog op de totstandbrenging van een schikking moet niet verplicht worden gesteld. Mondelinge behandelingen moeten slechts worden georganiseerd indien dat noodzakelijk is.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Een mondelinge behandeling wordt gehouden met behulp van videoconferentie, teleconferentie of andere passende telecommunicatietechnologie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad, wanneer de te horen partij zijn woonplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar het bevoegde gerecht gevestigd is.

1. Uiterlijk [3 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening], worden mondelinge behandelingen gehouden met behulp van videoconferentie, teleconferentie of andere passende telecommunicatietechnologie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad, wanneer de te horen partij zijn woonplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar het bevoegde gerecht gevestigd is.

 

1 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde gerechten worden uitgerust met passende telecommunicatietechnologie.

2. Een partij heeft altijd het recht te verschijnen voor het gerecht en in persoon te worden gehoord, indien hij daarom verzoekt.".

2. Een partij heeft altijd het recht te verschijnen voor het gerecht en in persoon te worden gehoord, indien hij daarom verzoekt.".

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 6

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Het gerecht staat partijen toe de getuigen die worden gehoord schriftelijke vragen te stellen, als het dit nodig acht voor een eerlijke afwikkeling van de vordering. Het gerecht doet de door partijen gestelde vragen aan de getuigen toekomen en informeert hen over de termijn waarbinnen de getuigen partijen een schriftelijk antwoord moeten geven en hun antwoord aan het gerecht moeten doorsturen.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 6

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 9 – lid 2 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter. Deskundigen die overeenkomstig lid 2 bis worden gehoord, worden aangewezen door het gerecht.

Motivering

De procedure voor aanwijzing van deskundigen moet in de verordening worden geregeld. In de tekst van de verordening moet ook worden opgenomen of partijen een eigen deskundige mogen hebben en of zij deze deskundige vragen mogen stellen. Het recht van partijen om een getuige schriftelijk vragen te stellen moet worden gewaarborgd, om ervoor te zorgen dat het recht van partijen op verdediging geëerbiedigd wordt en het geschil op billijke wijze beslecht wordt.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 7

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 11 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de partijen bij het invullen van de formulieren praktische bijstand kunnen verkrijgen. Bij die bijstand wordt in het bijzonder nagegaan of van de procedure gebruik kan worden gemaakt om het betrokken geschil op te lossen, welk gerecht bevoegd is, hoe de verschuldigde rente wordt berekend en welke stukken moeten worden bijgevoegd.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de partijen bij het invullen van de formulieren praktische bijstand kunnen verkrijgen. Bij die bijstand, die kosteloos wordt verleend, wordt in het bijzonder nagegaan of van de procedure gebruik kan worden gemaakt om het betrokken geschil op te lossen, welk gerecht bevoegd is, hoe de verschuldigde rente wordt berekend en welke stukken moeten worden bijgevoegd.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 13 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De betekening of kennisgeving van de in artikel 5, lid 2, en artikel 7, lid 2, vermelde stukken geschiedt per post of elektronisch met bericht van ontvangst met vermelding van de datum van ontvangst. De betekening of kennisgeving geschiedt alleen elektronisch indien een partij vooraf uitdrukkelijk heeft aanvaard dat de betekening of kennisgeving elektronisch kan plaatsvinden. De betekening of kennisgeving via elektronische weg kan worden bevestigd door een automatische bevestiging van afgifte.

1. De betekening of kennisgeving van de in artikel 5, lid 2, en artikel 7, lid 2, vermelde stukken geschiedt per post of elektronisch met bericht van ontvangst met vermelding van de datum van ontvangst. De betekenis of kennisgeving is zodanig dat misbruik wordt vermeden en vertrouwelijkheid wordt gewaarborgd. De betekening of kennisgeving geschiedt alleen elektronisch indien een partij vooraf uitdrukkelijk heeft aanvaard dat de betekening of kennisgeving elektronisch kan plaatsvinden. De betekening of kennisgeving via elektronische weg kan ook worden bevestigd door een automatische bevestiging van afgifte.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 13 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Alle niet in lid 1 bedoelde schriftelijke communicatie tussen het gerecht en de partijen wordt elektronisch verricht met een bericht van ontvangst, wanneer dit in procedures volgens het nationale recht aanvaardbaar is en alleen wanneer de partij deze wijze van communicatie aanvaardt.

Alle niet in lid 1 bedoelde schriftelijke communicatie tussen het gerecht en de partijen wordt elektronisch verricht met een bericht van ontvangst, wanneer dit in procedures volgens het nationale recht aanvaardbaar is.

Motivering

Er kan volstaan worden met een verwijzing naar het nationale recht. Het moet niet zo zijn dat op Europees niveau een extra vereiste geldt, namelijk instemming door de partij met deze wijze van communicatie, als dat vereiste op nationaal niveau niet geldt.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 9

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 15  bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De gerechtskosten die voor een Europese procedure voor geringe vorderingen in rekening worden gebracht, mogen niet meer bedragen dan 10 % van de waarde van de vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend. Indien lidstaten voor een Europese procedure voor geringe vorderingen minimumgerechtskosten in rekening brengen, mogen die kosten op het ogenblik waarop het vorderingsformulier door het bevoegde gerecht wordt ontvangen niet meer bedragen dan 35 EUR.

1. De gerechtskosten die voor een Europese vereenvoudigde procedure in rekening worden gebracht, mogen niet meer bedragen dan 5 % van de waarde van de vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend. Indien lidstaten voor een Europese procedure voor geringe vorderingen minimumgerechtskosten in rekening brengen, mogen die kosten op het ogenblik waarop het vorderingsformulier door het bevoegde gerecht wordt ontvangen niet meer bedragen dan 35 EUR.

Motivering

Het voorgestelde percentage (10% van de waarde van de vordering) is te hoog. Het is passender voor het zegelrecht een percentage vast te stellen van 5% van de waarde van de vordering (of zelfs 3%). Bij een vordering met de maximale hoogte van 10 000 EUR zou het zegelrecht dan 500 EUR bedragen, dat is ongeveer 2 217,35 RON.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 9

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 15 bis – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Elke lidstaat stelt een inkomensdrempel vast waaronder een partij niet gehouden is gerechtskosten te betalen.

Motivering

Voor partijen met een zeer laag inkomen moet gelden dat zij geen gerechtskosten hoeven te betalen. Het is echter niet wenselijk om één inkomensdrempel vast te stellen voor heel Europa, omdat het minimumloon en de kosten van levensonderhoud van lidstaat tot lidstaat verschillen. De lidstaten moeten dus hun eigen inkomensdrempel bepalen, bij voorkeur gebaseerd op het nationale minimumloon.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 9

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 15 bis – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat betaling online van de gerechtskosten voor de partijen mogelijk is, onder meer via bankoverschrijving en onlinebetaalsystemen met credit/debetkaart.

 

De lidstaten zorgen ervoor dat betaling online van de gerechtskosten voor de partijen mogelijk is, onder meer via bankoverschrijving of onlinebetaalsystemen met credit/debetkaart.

Motivering

Het is belangrijk dat de gerechtskosten op afstand betaald kunnen worden en dat de eiser dus niet uitsluitend om deze kosten te betalen hoeft te reizen. Er kan echter niet van de lidstaten verwacht worden dat zij meer dan één betaalwijze voor betalen op afstand bieden.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – punt 16

Verordening (EG) nr. 861/2007

Artikel 28 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk op [vijf jaar na de datum van toepassing] dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening. Het verslag gaat zo nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.

Uiterlijk op [vijf jaar na de datum van toepassing] dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening. Het verslag gaat zo nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen. Uiterlijk [2 jaar na de datum van toepassing] wordt een tussentijds verslag opgesteld over de verspreiding van informatie over de Europese vereenvoudigde procedure in de lidstaten, zo nodig met aanbevelingen over manieren om de bekendheid van het publiek met dit instrument te vergroten.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1896/2006

Artikel 20

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 2 bis

 

Artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1896/2006 wordt vervangen door:

 

"Artikel 20

 

Minimumnormen voor heroverweging van de beslissing

 

1. De verweerder heeft het recht om, na het verstrijken van de in artikel 16, lid 2, gestelde termijn, het bevoegde gerecht in de lidstaat waar de beslissing is gegeven om heroverweging van het Europees betalingsbevel te verzoeken, indien:

 

a) het betalingsbevel niet tijdig en op zodanige wijze als met het oog op de verdediging nodig was aan de verweerder is betekend of ter kennis gebracht; of

 

b) de verweerder wegens overmacht of wegens buitengewone omstandigheden buiten zijn schuld de vordering niet heeft kunnen betwisten.

 

Het recht om een verzoek om heroverweging in te dienen, als bedoeld in de eerste alinea, geldt echter niet als de verweerder tegen de beslissing geen rechtsmiddel heeft aangewend terwijl hij daartoe in staat was.

 

2. Na het verstrijken van de in artikel 16, lid 2 gestelde termijn, heeft de verweerder tevens het recht om het bevoegde gerecht in de lidstaat van oorsprong om heroverweging van het Europees betalingsbevel te verzoeken, indien het Europees betalingsbevel kennelijk ten onrechte is toegekend, gelet op de voorschriften van deze verordening, of vanwege andere uitzonderlijke omstandigheden.

 

3. De termijn om een heroverweging te vragen is 30 dagen. De termijn gaat in op de dag waarop de verweerder daadwerkelijk kennis heeft gekregen van de inhoud van het bevel en in staat was om op te treden, zij het uiterlijk op de dag van de eerste tenuitvoerleggingsmaatregel waardoor hij de beschikking over zijn goederen geheel of gedeeltelijk verliest. De termijn kan niet op grond van afstand worden verlengd.

 

4. Indien het gerecht het in lid 1 of 2 bedoelde verzoek tot heroverweging afwijst omdat aan geen van de aldaar genoemde voorwaarden voor heroverweging is voldaan, blijft het Europees betalingsbevel van kracht.

 

Indien het gerecht beslist dat heroverweging gegrond is omdat aan een van de in de leden 1 of 2 genoemde voorwaarden is voldaan, is het Europees betalingsbevel nietig. De schuldeiser verliest echter niet de voordelen voortvloeiend uit stuiting van verjarings- of vervaltermijnen."

Motivering

Artikel 18 van Verordening 861/2007 wordt gewijzigd overeenkomstig de corresponderende bepaling van Verordening 4/2009 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, teneinde de toepassing in de praktijk te verduidelijken en vergemakkelijken. Omdat het onlogisch is dat de bepalingen inzake heroverweging, die allemaal dezelfde doelstellingen beogen, in de verschillende Europese verordeningen op verschillende wijze zijn geformuleerd, moet ook artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1896/2006 gewijzigd worden.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zij is van toepassing met ingang van [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening].

Zij is van toepassing met ingang van [12 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening], met uitzondering van artikel 1, punten 13 t/m 15, die van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding.

Motivering

Aangezien genoemde bepalingen verplichtingen scheppen voor de lidstaten die moeten zijn nagekomen op de datum waarop de wijzigingen van toepassing worden en de Commissie de gelegenheid moet hebben om de benodigde formulieren bij gedelegeerde handelingen vast te stellen, moeten deze bepalingen zelf eerder van toepassing zijn.


TOELICHTING

I. Inleiding

Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen heeft ten doel de procesvoering over geringe vorderingen in grensoverschrijdende zaken te vereenvoudigen en bespoedigen en de kosten te verminderen. De verordening is ontworpen met het specifieke doel consumenten en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) te helpen hun vorderingen te doen gelden en toegang tot de rechter te waarborgen. Uw rapporteur steunt deze doelstelling ten volle.

Nu de verordening 5 jaar van kracht is, is de balans opgemaakt en is gebleken dat de Europese procedure voor geringe vorderingen een nuttig instrument is. De toepassing van het instrument zou echter nog flink verruimd en verbeterd kunnen worden, hetgeen ook door de Commissie werd benadrukt in haar verslag over de toepassing van de verordening van november 2013. De Europese procedure voor geringe vorderingen heeft de kosten voor de beslechting van grensoverschrijdende geschillen van gering belang met 40 % verminderd en de duur van geschillen teruggebracht van soms twee jaar en vijf maanden tot een gemiddelde van vijf maanden. Het aantal malen dat er van de procedure gebruik is gemaakt verschilt evenwel sterk van lidstaat tot lidstaat en loopt uiteen van 3 procedures in Bulgarije tot 1 047 procedures in Spanje (cijfers voor 2012).

In zijn resolutie van 25 oktober 2011 heeft het Parlement opgemerkt dat "het gebruik van een rechtbank voor kleine civiele zaken in enkele lidstaten zeer beperkt blijft en dat meer moet worden gedaan aan de rechtszekerheid, de slechting van taalbarrières en de doorzichtigheid van procedures". Elke geringe vordering die niet wordt ingesteld omwille van terughoudendheid of een gebrek aan kennis van de beschikbare opties voor de mogelijke eisers, is reden tot zorg. Dit kan zeer schadelijk zijn voor het vertrouwen in de interne markt, met name met betrekking tot het grensoverschrijdende karakter ervan en de mogelijkheden voor online handel.

II Het voorstel van de Commissie

II A. De werkingssfeer

De Commissie stelt voor het plafond voor geringe vorderingen die onder het toepassingsgebied van de Europese procedure voor geringe vorderingen vallen op te trekken van 2 000 EUR tot 10 000 EUR. Zij is van mening dat dit hogere plafond niet veel zal veranderen voor consumenten, aangezien de waarde van de meeste van hun vorderingen niet meer bedraagt dan 2 000 EUR, maar voor kmo's een aanzienlijke verbetering zou betekenen. Uit onderzoek van de Commissie blijkt dat slechts 20 % van de vorderingen van ondernemingen een waarde heeft van minder dan 2 000 EUR en dat ongeveer 30 % van de vorderingen van ondernemingen een waarde heeft tussen de 2 000 EUR en 10 000 EUR. Dit houdt in dat bij het huidige plafond 20 % van alle vorderingen van ondernemingen onder de procedure valt, maar dat bij een hoger plafond van 10 000 EUR dit percentage zou oplopen tot 50 %.

De Commissie stelt voorts voor om de definitie van grensoverschrijdende zaken uit te breiden, zodat meer zaken onder het toepassingsgebied van de verordening vallen. De verordening is momenteel alleen van toepassing op geschillen waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van het aangezochte gerecht. De Commissie stelt voor om het toepassingsgebied van de verordening uit te breiden tot geschillen waarbij partijen weliswaar in dezelfde lidstaat hun woonplaats hebben, maar het geschil een ander grensoverschrijdend element heeft. Het kan daarbij gaan om gevallen waarin de plaats van uitvoering van het contract of de plaats waar het schadeveroorzakende feit zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat is of gevallen waarin de tenuitvoerlegging van de beslissing in een andere lidstaat moet plaatsvinden.

II B. De procedure

Volgens een door de Commissie uitgevoerde enquête stapt 45 % van de ondernemingen die met een grensoverschrijdend geschil te maken krijgen niet naar de rechter omdat de procedurekosten onevenredig hoog zijn in verhouding tot de waarde van de vordering en stapt 27 % niet naar de rechter vanwege de lengte van de procedure. Om de Europese procedure voor geringe vorderingen succesvoller te maken, stelt de Commissie voor om de kosten te beperken en de procedure sneller te maken.

Krachtens de huidige verordening kan de procedure worden ingeleid door een formulier in te vullen per e-mail, mits dat communicatiemiddel aanvaard wordt door de desbetreffende lidstaat (artikel 4, lid 1). Tijdens de hele de procedure vindt de betekening of kennisgeving van stukken plaats per post met bericht van ontvangst (in de eerste plaats krachtens artikel 13) en zijn andere wijzen van betekening of kennisgeving, bijvoorbeeld via elektronische weg, slechts toegestaan als betekening of kennisgeving van stukken per post niet mogelijk is. Om die reden vindt op dit moment in veel lidstaten alle communicatie tussen de partijen en de rechter plaats via de post.

De Commissie stelt nu voor om elektronische betekening of kennisgeving op gelijke voet te plaatsen met betekening of kennisgeving per post, mits een partij vooraf uitdrukkelijk heeft aanvaard dat de betekening of kennisgeving elektronisch kan plaatsvinden.

Aangezien de Europese procedure voor geringe vorderingen in beginsel een schriftelijke procedure is, vindt mondelinge behandeling slechts plaats bij wijze van uitzondering. Krachtens de huidige verordening kan het gerecht "bij beschikbaarheid van de technische middelen, een mondelinge behandeling houden met behulp van een videoconferentie". Dit betekent dat, als de technische middelen niet beschikbaar zijn, personen die worden opgeroepen voor mondelinge behandeling naar de rechtbank moeten reizen, die zich in sommige gevallen in een andere lidstaat bevindt. De huidige verordening bevat geen prikkel of verplichting voor de lidstaten om in deze technische middelen te voorzien.

De Commissie stelt voor om in de toekomst mondelinge behandeling in de regel te laten plaatsvinden met behulp van telecommunicatiemiddelen en een uitzondering te maken voor partijen die uitdrukkelijk verzoeken om bij de behandeling aanwezig te zijn.

II C. De kosten

Momenteel variëren de gerechtskosten die in de lidstaten voor een Europese procedure voor geringe vorderingen in rekening worden gebracht aanzienlijk, en lopen de kosten uiteen van 0 euro tot 57 % van de waarde van de vordering. De gerechtskosten worden in de regel in rekening gebracht als een procedure wordt ingeleid, en de eiser kan slechts hopen dat hij dit bedrag terugkrijgt als de uitkomst van de procedure voor hem gunstig is (het beginsel "de verliezer betaalt"). De Commissie stelt voor een plafond voor de gerechtskosten vast te stellen ter hoogte van 10 % van de waarde van de vordering, teneinde hiermee de toegang tot de rechter te vergemakkelijken. Daarnaast wil de Commissie vastleggen dat de minimumgerechtskosten die in rekening worden gebracht niet meer mogen bedragen dan 35 EUR.

Aangezien in een aantal lidstaten betaling in cash of zegels de enige aanvaarde betaalwijze is, moeten partijen ofwel reizen om de kosten te betalen ofwel in de lidstaat van het gerecht een advocaat in de arm nemen. Beide mogelijkheden brengen kosten met zich mee en kunnen ertoe leiden dat partijen van hun vordering afzien. De Commissie wil de lidstaten derhalve verplichten betaling van gerechtskosten op afstand mogelijk te maken.

Op grond van de huidige verordening moet de partij die tenuitvoerlegging van een beslissing wenst een afschrift van de beslissing overleggen, alsmede een vertaling van formulier D, dat het certificaat van tenuitvoerlegging bevat. De Commissie heeft vastgesteld dat gewoonlijk het hele formulier (tegen betaling) vertaald wordt in de taal van de lidstaat van tenuitvoerlegging.

De Commissie stelt nu voor om de verplichting tot vertaling van formulier D te beperken tot punt 4.3 (betreffende de inhoud van de beslissing).

III. Het standpunt van de rapporteur

III A. De werkingssfeer

De rapporteur is ingenomen met de verhoging van het plafond voor het gebruik van de Europese procedure voor geringe vorderingen. Als ook bij grensoverschrijdende vorderingen met een waarde tussen 2 000 EUR en 10 000 EUR gebruik kan worden gemaakt van de vereenvoudigde procedure, kunnen veel meer zaken tegen geringere kosten en in een veel kortere tijdspanne worden afgedaan.

De rapporteur verwacht dat deze wijziging voor nog meer ondernemingen en consumenten welkome besparingen zal kunnen opleveren. Het plafond voor de procedure voor geringe vorderingen moet wel lager blijven dan de waarde van een gemiddelde vordering, zodat bij grotere vorderingen de noodzakelijke procedurele waarborgen blijven gelden. Voorts zij erop gewezen dat de procedure, als zij veelvuldiger wordt toegepast omdat het plafond is verhoogd, deel zal gaan uitmaken van de dagelijkse praktijk in de rechtbanken, waardoor het voor potentiële gebruikers, en met name consumenten, eenvoudiger zal worden om de benodigde informatie te verkrijgen. Het optrekken van het plafond tot boven 10 000 EUR lijkt in dit stadium niet haalbaar, dus de rapporteur is het eens met het door de Commissie voorgestelde plafond.

III B. De procedure

Het voorstel om mondelinge behandeling met behulp van videoconferentie in te voeren past in deze tijd. Als een partij voor een grensoverschrijdende zaak moet reizen en reiskosten moet maken om de mondelinge behandeling bij te wonen kan dat een aanzienlijke last betekenen. In een door de Commissie uitgevoerde enquête over de Europese procedure voor geringe vorderingen gaf een derde van de respondenten aan dat zij eerder geneigd zouden zijn een vordering in te stellen als de procedure op afstand afgewikkeld zou kunnen worden, met andere woorden, als zij niet persoonlijk naar de rechtbank zouden hoeven gaan.

Er zij opgemerkt dat het de rechtbanken zijn die de ruimten en apparatuur voor de mondelinge behandeling van zaken ter beschikking moeten stellen en moeten onderhouden. In veel gevallen is een dergelijke infrastructuur nog niet aanwezig en zijn daarvoor vanwege de economische crisis slechts beperkt middelen beschikbaar. De rapporteur is daarom van mening dat de lidstaten twee jaar langer de tijd moeten krijgen om ervoor te zorgen dat in heel Europa de benodigde infrastructuur beschikbaar is.

Met betrekking tot mondelinge behandeling is de rapporteur voorts van mening dat de rechtbanken verzoeken om mondelinge behandeling moeten kunnen weigeren als mondelinge behandeling op grond van de feiten niet noodzakelijk is.

De rapporteur is het met de Commissie eens dat het gebruik van informatietechnologie gestimuleerd moet worden. Gebleken is dat burgers ervan afzien om gebruik te maken van de Europese procedure voor geringe vorderingen, omdat er onvoldoende gebruik kan worden gemaakt van informatietechnologie. Een vijfde van de respondenten heeft in een enquête van de Commissie aangegeven dat zij eerder geneigd zouden zijn om deze procedure te volgen als dat helemaal online zou kunnen. Het moet dan wel zo zijn dat het aangeboden elektronische-communicatiesysteem feilloos werkt en dezelfde procedurele zekerheid biedt als betekening of kennisgeving van stukken per post, en er bijvoorbeeld ook ontvangstbevestigingen worden verstuurd.

De bepalingen inzake het gebruik van informatietechnologie moeten daarom verbeterd worden, maar zonder dat de nationale procedures daardoor onnodig worden beïnvloed.

III C. De kosten

De rapporteur is van mening dat het bedrag van 1 000 EUR dat krachtens het voorstel in rekening kan worden gebracht voor een vordering van 10 000 EUR nog steeds relatief hoog is. Het is echter aan de lidstaten om deze materie verder te regelen.

Het voorstel van de Commissie dat de minimumgerechtskosten die in rekening worden gebracht niet meer mogen bedragen dan 35 EUR lijkt redelijk, aangezien de Commissie heeft vastgesteld dat de gemiddelde minimumgerechtskosten voor een vordering van 200 euro 34 euro bedragen en de minimumgerechtskosten voor een vordering van 500 euro 44 euro. Voorts is de rapporteur er voorstander van dat partijen met een laag inkomen van betaling van gerechtskosten kunnen worden vrijgesteld. Bij het vaststellen van een drempel voor vrijstelling van de betaling van gerechtskosten zou aangesloten kunnen worden bij het nationaal minimumloon.

De rapporteur is ingenomen met het Commissievoorstel om de lidstaten te verplichten betaling op afstand mogelijk te maken, bijvoorbeeld door middel van een bankoverschrijving of betaling online via credit/debetkaart. Op deze manier kunnen eisers besparen op de betalingskosten, die volgens ramingen van de Commissie als er gereisd moet worden tussen de 400 en 800 EUR kunnen liggen. Als een vordering naar tevredenheid op afstand kan worden afgewikkeld, is het absurd om de partijen te laten reizen om enkel gerechtskosten te voldoen. Om ervoor te zorgen dat burgers hier ook daadwerkelijk van kunnen profiteren, is het belangrijk dat de handhaving van dit voorschrift nauwlettend in de gaten wordt gehouden. De rapporteur vindt echter dat niet van de gerechtelijke diensten van de lidstaten verlangd kan worden dat zij meer dan één wijze van betaling op afstand aanbieden, omdat één betaalwijze voldoende is.

De voorgestelde wijziging met betrekking tot de verplichting tot vertaling is toe te juichen. Deze zal leiden tot besparingen in tijd en geld. Volgens de door de Commissie gepubliceerde cijfers bedragen de gemiddelde kosten voor de vertaling van formulier D 80 EUR. Deze kosten kunnen omlaag worden gebracht tot 40 EUR als uitsluitend deel 4.3 wordt vertaald. Dit zal niet leiden tot begripsproblemen, omdat alle andere delen dan deel 4.3 in de verschillende officiële talen te vinden zijn in de tekst van de verordening. Met het oog op de verdere vereenvoudiging van de procedure moet tevens onderzoek gedaan worden naar mogelijkheden om de formulieren in elektronisch formaat beschikbaar te stellen.

IV. Voorlichting en begeleiding

De Europese procedure voor geringe vorderingen kan uitsluitend succesvol zijn als consumenten en ondernemingen, rechtbanken en adviserende instanties van de procedure op de hoogte zijn. De Commissie wijst erop dat 86 % van de burgers en bijna de helft van de rechtbanken nog nooit van de procedure heeft gehoord. Het is daarom essentieel dat de Commissie zich blijft inspannen om informatie te geven over de Europese procedure voor geringe vorderingen, met name via het portaal voor e-justitie. Het is evenzeer belangrijk dat de lidstaten de activiteiten van de Commissie op dit gebied aanvullen door middel van nationale bewustmakingscampagnes.

Bovendien hebben consumenten en ondernemingen behoefte aan zeer concrete informatie over hoe zij deze procedure kunnen starten en over de kosten die dat met zich meebrengt. Het is daarom zinvol dat de lidstaten informatie verstrekken over de gerechtskosten in verband met de Europese procedure voor geringe vorderingen en over de verschillende betaalwijzen die in dit kader mogelijk zijn. De Commissie plaatst deze informatie op internet, om consumenten en ondernemingen in staat te stellen goed geïnformeerd te beslissen.

In sommige gevallen hebben consumenten en kmo's behoefte aan praktische hulp bij het invullen van de formulieren voor de procedure. Het voorstel van de Commissie inzake het verlenen van praktische bijstand is in dit kader bijzonder nuttig. De verleende bijstand moet echter wel gericht, praktisch en specifiek zijn. Het is wellicht zinvol om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om online bijstand te verlenen, maar er zal ook altijd behoefte zijn aan individueel, persoonlijk advies. Ook in de fase van de tenuitvoerlegging kan bijstand nuttig zijn.

V. Conclusie

Al met al kan de rapporteur de door de Commissie voorgestelde wijzigingen van harte ondersteunen. Zij is van mening dat met de in dit ontwerpverslag voorgestelde wijzigingen de werking van de procedure voor geringe vorderingen nog verder verbeterd kan worden, en ze is benieuwd naar de ideeën van andere EP-leden en naar de amendementen die zij zullen indienen.

Het voorstel voor een verordening moet, in zijn huidige vorm, in werking treden op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het publicatieblad. Het zal van toepassing zijn met ingang van zes maanden na die datum. De rapporteur is evenwel van mening dat de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie inzake de benodigde formulieren en de verplichting voor de lidstaten om bepaalde informatie te verstrekken van toepassing dienen te zijn vanaf de dag van inwerkingtreding, omdat er op die manier voor gezorgd kan worden dat het kader voorhanden is op de datum waarop de inhoudelijke wijzigingen van toepassing worden.

Voorts pleit de rapporteur ervoor om de lidstaten vanaf de datum van inwerkingtreding drie jaar extra de tijd te geven om de benodigde apparatuur in de rechtbanken te installeren en hen pas dan te verplichten mondelinge behandeling te laten plaatsvinden met behulp van videoconferentie.


PROCEDURE

Titel

Europese procedure voor geringe vorderingen en Europese betalingsbevelprocedure

Document- en procedurenummers

COM(2013)0794 – C7-0414/2013 – 2013/0403(COD)

Datum indiening bij EP

19.11.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

JURI

9.12.2013

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ITRE

9.12.2013

IMCO

9.12.2013

LIBE

9.12.2013

 

Geen advies

       Datum besluit

ITRE

27.11.2013

IMCO

24.9.2014

LIBE

5.12.2013

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Lidia Joanna Geringer de Oedenberg

3.9.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

24.9.2014

11.11.2014

20.1.2015

 

Datum goedkeuring

16.4.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Laura Ferrara, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball, Sajjad Karim, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Jiří Maštálka, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Angel Dzhambazki, Jytte Guteland, Heidi Hautala, Victor Negrescu, Angelika Niebler, Virginie Rozière

Datum indiening

23.4.2015

Juridische mededeling