Procedure : 2015/2071(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0151/2015

Ingediende teksten :

A8-0151/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 19/05/2015 - 5.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0194

VERSLAG     
PDF 132kWORD 54k
11.5.2015
PE 554.969v02-00 A8-0151/2015

over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Theodoros Zagorakis (II)

(2015/2071(IMM))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Andrzej Duda

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Theodoros Zagorakis (II)

(2015/2071(IMM))

Het Europees Parlement,

–       gezien het aan het Parlement voorgelegde verzoek om opheffing van de immuniteit van Theodoros Zagorakis, dat op 10 maart 2015 door de plaatsvervangend procureur-generaal van het Griekse Hooggerechtshof werd ingediend in verband met strafzaak ΑΒΜ Δ2011/5382, Β2012/564 voor de rechtbank van eerste aanleg in Thessaloniki, en dat op 25 maart 2015 ter plenaire vergadering werd aangekondigd,

–       in aanmerking genomen dat Theodoros Zagorakis overeenkomstig artikel 9, lid 5, van het Reglement afstand heeft gedaan van zijn recht te worden gehoord,

–       gezien de artikelen 8 en 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–       gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 mei 1964, 10 juli 1986, 15 en 21 oktober 2008, 19 maart 2010 en 6 september 2011(1),

–       gezien artikel 62 van de Grondwet van de Helleense Republiek,

–       gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0151/2015),

A.     overwegende dat de plaatsvervangend procureur-generaal bij het Griekse Hooggerechtshof een verzoek heeft ingediend voor de opheffing van de parlementaire immuniteit van Theodoros Zagorakis, lid van het Europees Parlement, in verband met een eventuele rechtszaak wegens verdenking van een strafbaar feit;

B.     overwegende dat de leden van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie op hun eigen grondgebied dezelfde immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend,

C.     overwegende dat ingevolge artikel 62 van de grondwet van de Helleense Republiek leden van het parlement tijdens de parlementaire zittingsperiode niet kunnen worden vervolgd, gearresteerd, gevangen genomen of op andere wijze aan beperkingen worden onderworpen zonder voorafgaande toestemming van het parlement;

D.     overwegende dat Theodoros Zagorakis verantwoordelijk wordt gehouden voor financiële malversaties die tussen 2007 en 2012 zouden hebben plaatsgevonden binnen de voetbalclub PAOK waarvan hij toentertijd voorzitter was;

E.     overwegende dat de beschuldiging duidelijk geen verband houdt met het mandaat van Theodoros Zagorakis als lid van het Europees Parlement, maar met zijn positie als voorzitter van de voetbalclub PAOK;

F.     overwegende dat de vervolging geen betrekking heeft op een mening of stem uitgebracht in de uitoefening van het ambt van lid van het Europees Parlement in de zin van artikel 8 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;

G.     overwegende dat er geen redenen zijn om te vermoeden dat de rechtszaak is ingegeven door de bedoeling de politieke activiteit van het betrokken EP-lid te schaden (fumus persecutionis), nu het strafrechtelijk onderzoek reeds was geopend enkele jaren voordat Theodoros Zagorakis als lid van het EP werd geïnstalleerd;

1.      besluit de immuniteit van Theodoros Zagorakis op te heffen;

2.      verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van de bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan het parket van de procureur-generaal bij het Hooggerechtshof van Griekenland en aan Theodoros Zagorakis.

(1)

Arrest van 12 mei 1964 in zaak 101/63 Wagner/Fohrmann en Krier, (Jurispr. 1964, blz. 419); Arrest van 10 juli 1986 in zaak 149/85 Wybot/Faure et al (Jurispr. 1986, blz. 2403); van 15 oktober 2008 in zaak T-345/05 Mote/Parlement (Jurispr. 2008, blz. II-2849); Arrest van 21 oktober 2008 in gevoegde zaken C-200/07 en C-201/07 Marra/De Gregorio en Clemente (Jurispr. 2008, blz. I-7929); Arrest van 19 maart 2010 in zaak T-42/06 Gollnisch/Parlement (Jurispr. 2010, blz. II-1135); Arrest van 6 september 2011 in zaak C-163/10 Patriciello (Jurispr. 2011, blz. I-7565).


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

6.5.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Laura Ferrara, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Pavel Svoboda, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Luis de Grandes Pascual, Angel Dzhambazki, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Virginie Rozière

Juridische mededeling