Procedure : 2013/0409(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0165/2015

Ingediende teksten :

A8-0165/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/10/2016 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0368

VERSLAG     ***I
PDF 534kWORD 371k
18.5.2015
PE 544.135v02-00 A8-0165/2015

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende voorlopige rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden wie de vrijheid is ontnomen en rechtsbijstand in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

(COM(2013)0824 – C7‑0429/2013 – 2013/0409(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Dennis de Jong

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende voorlopige rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden wie de vrijheid is ontnomen en rechtsbijstand in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

(COM(2013)0824 – C8‑0429/2013 – 2013/0409(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0824),

–       gezien artikel 294, lid 2, en artikel 82, lid 2, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0429/2013),

–       gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0165/2015),

1.      stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.      verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende voorlopige rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden wie de vrijheid is ontnomen en rechtsbijstand in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden en rechtsbijstand in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1) Artikel 6, lid 3, onder c), van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 14, lid 3, onder d), van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten erkennen het recht van eenieder op rechtsbijstand indien hij niet over voldoende middelen beschikt, indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging -1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 bis) Artikel 47, derde alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ("het Handvest") bepaalt dat rechtsbijstand wordt verleend aan diegenen die niet over toereikende financiële middelen beschikken, voor zover die bijstand noodzakelijk is om de daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging -1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 ter) De "United Nations Principles and Guidelines on Access to Legal Aid in Criminal Justice Systems1bis" (beginselen en richtsnoeren betreffende de toegang tot rechtsbijstand in strafrechtstelsels van de Verenigde Naties) voorzien in een omvattend kader inzake het recht op rechtsbijstand.

 

______________

 

1 bis. Resolutie A/Res/67/187 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 20 december 2012

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Deze richtlijn heeft als doel ervoor te zorgen dat het recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk kan worden uitgeoefend door het verlenen van bijstand door de lidstaten aan personen wie in een vroeg stadium van een strafprocedure de vrijheid is ontnomen en aan personen die worden gezocht in een procedure van overlevering uit hoofde van Kaderbesluit 2002/584/JBZ1 van de Raad (procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel).

(1) Deze richtlijn heeft als doel ervoor te zorgen dat het recht op toegang tot een advocaat, zoals bedoeld in Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad0bis , daadwerkelijk kan worden uitgeoefend, door verdachten of beklaagden of personen die worden gezocht in een procedure van overlevering uit hoofde van Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad1 (procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel) door de lidstaat gefinancierde bijstand door een advocaat ter beschikking te stellen. Het toepassingsgebied van deze richtlijn wordt met name bepaald door de desbetreffende bepalingen van richtlijn 2013/48/EU.

________________

________________

 

0bis. Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PB L 294 van 6.11.2013, blz. 1).

1 Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1.)

1 Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1.)

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) Overeenkomstig artikel 82, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kunnen het Europees Parlement en de Raad, voor zover nodig ter bevordering van de wederzijdse erkenning van vonnissen en rechterlijke beslissingen en van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie, volgens de gewone wetgevingsprocedure bij richtlijnen minimumvoorschriften vaststellen. In die minimumvoorschriften wordt rekening gehouden met de verschillen tussen de rechtstradities en rechtsstelsels van de lidstaten. Deze minimumvoorschriften hebben met name betrekking op de rechten van personen in de strafvordering.

Motivering

Er moet worden verwezen naar de bevoegdheden van de Europese Unie op het gebied van justitie en naar de rechtsgrondslag waarop deze richtlijn gebaseerd is. Op grond van artikel 82, lid 2, VWEU is de Europese Unie bevoegd om op dit gebied wetgeving vast te stellen.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Het programma van Stockholm2 legde sterk de nadruk op het versterken van de rechten van het individu in strafprocedures. In punt 2.4 ervan verzocht de Europese Raad de Commissie om voorstellen in te dienen voor een stapsgewijze versterking3 van de rechten van verdachten en beklaagden.

(3) Het programma van Stockholm2 legde sterk de nadruk op het versterken van de rechten van het individu in strafprocedures. In punt 2.4 ervan verzocht de Europese Raad de Commissie om voorstellen in te dienen voor een stapsgewijze versterking3 van de rechten van verdachten en beklaagden, met name het recht op juridisch advies en rechtsbijstand (maatregel C).

________________

________________

2. PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.

2. PB C 115 van 4.5.2010, blz. 1.

3. PB C 291 van 4.12.2009, blz. 1.

3. PB C 291 van 4.12.2009, blz. 1.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Op 30 november 2009 keurde de Raad een resolutie over een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures goed. Voorgesteld werd te komen met een aantal wetgevingsinitiatieven, waaronder het recht op juridisch advies en rechtsbijstand tijdens strafprocedures (maatregel C).

Motivering

Deze richtlijn maakt deel uit van een pakket wetgevingsmaatregelen op basis van de routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures, waaraan de Raad op 30 november 2009 zijn goedkeuring hechtte.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Tot dusver zijn er drie maatregelen inzake procedurele rechten in strafprocedures vastgesteld, namelijk Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad4, Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad5 en Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad6.

(4) Tot dusver zijn er drie maatregelen inzake procedurele rechten in strafprocedures vastgesteld, namelijk Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad4 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures, Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad5 betreffende het recht op informatie in strafprocedures en Richtlijn 2013/48/EU betreffende het recht op toegang tot een advocaat en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming.

________________

________________

4. Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1).

4. Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1).

5. Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1).

5. Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1).

6. Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PB L 294 van 6.11.2013, blz. 1).

 

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) De werkingssfeer en de inhoud van het recht op toegang tot een advocaat zijn vastgesteld in Richtlijn 2013/48/EU. Een verdachte of beklaagde in een strafprocedure dient recht op toegang tot een advocaat te hebben vanaf het moment waarop hij, door middel van een officiële kennisgeving of anderszins, door de bevoegde autoriteiten ervan op de hoogte wordt gesteld dat hij van een strafbaar feit wordt verdacht of beschuldigd, ongeacht of er sprake van vrijheidsbeneming is. Dit recht is van toepassing totdat de procedure is beëindigd, dat wil zeggen totdat definitief is vastgesteld of de verdachte of beklaagde het strafbare feit al dan niet heeft begaan, met inbegrip van, indien van toepassing, de strafoplegging en de uitkomst in een eventuele beroepsprocedure.

Schrappen

Motivering

In overweging 1 (amendement 5) wordt reeds verwezen naar het toepassingsgebied van de richtlijn betreffende het recht op toegang tot een advocaat. Nu het toepassingsgebied van de twee richtlijnen identiek is, is verdere precisering niet nodig.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis) Overeenkomstig Richtlijn 2013/48/EU wordt rechtsbijstand in de lidstaten verstrekt overeenkomstig het Handvest en het EVRM. De lidstaten dienen de noodzakelijke regelingen te treffen om ervoor te zorgen dat, wanneer verdachten of beklaagden hun vrijheid wordt ontnomen, zij hun recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk kunnen uitoefenen, mede doordat in bijstand van een advocaat wordt voorzien als de betrokkene er geen heeft, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht. Volgens bovengenoemde richtlijn kunnen dergelijke regelingen, in voorkomend geval, de regels betreffende rechtsbijstand omvatten.

Motivering

Deze richtlijn stelt zich ten doel de doeltreffende tenuitvoerlegging van Richtlijn 2013/48/EU betreffende het recht op toegang tot een advocaat te waarborgen. In Richtlijn 2013/48/EU is bepaald dat regelingen om ervoor te zorgen dat het recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk kan worden uitgeoefend, in voorkomend geval de regels betreffende rechtsbijstand omvatten.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Zoals door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ("EHRM") is verklaard, bestaat een van de fundamentele kenmerken van een eerlijk proces erin dat iedereen aan wie een strafbaar feit ten laste wordt gelegd, daadwerkelijk wordt verdedigd door een, zo nodig officieel aan te wijzen, advocaat. De eerlijkheid van strafprocedures vereist dat een verdachte toegang tot rechtsbijstand wordt verleend vanaf het moment van vrijheidsbeneming.

Schrappen

Motivering

In de nieuwe overweging 1 bis wordt reeds verwezen naar het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Deze (tamelijk algemene) verwijzing naar de rechtspraak van het Europees Hof voor de mensenrechten levert geen echte meerwaarde op.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Richtlijn 2013/48/EU bepaalt dat in gevallen waarin verdachten of beklaagden de vrijheid wordt ontnomen, de lidstaten de noodzakelijke regelingen moeten treffen om ervoor te zorgen dat zij in staat zijn hun recht op toegang tot een advocaat daadwerkelijk uit te oefenen, tenzij zij afstand hebben gedaan van dat recht.

Schrappen

Motivering

Overweging 1 (amendement 5) bevat reeds een verwijzing naar artikel 3 van Richtlijn 2013/48/EU. Het is niet nodig om hier één bepaalde passage uit dat artikel aan te halen en het vermelden van de volledige tekst van het artikel is te omslachtig.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Willen verdachten of beklaagden wie de vrijheid is ontnomen, in staat zijn hun recht op toegang tot een advocaat in de eerste fasen van de procedure daadwerkelijk uit te oefenen, dan kan het niet zo zijn dat zij op die toegang moeten wachten zolang het verzoek om rechtsbijstand wordt verwerkt en beoordeeld wordt of de criteria om voor rechtshulp in aanmerking te komen, zijn vervuld. De lidstaten dienen er daarom voor te zorgen dat er na de vrijheidsbeneming en voordat er enig verhoor plaatsvindt, onverwijld daadwerkelijke voorlopige rechtsbijstand beschikbaar is en deze dient ten minste beschikbaar te zijn totdat de bevoegde autoriteit het besluit over de rechtsbijstand heeft genomen en, in gevallen waarin sprake van een volledige of gedeeltelijke afwijzing is, dit besluit definitief is geworden, of, ingeval het verzoek om rechtsbijstand wordt ingewilligd, de benoeming van de advocaat door de bevoegde autoriteit van kracht is geworden.

(9) Willen verdachten of beklaagden in staat zijn hun recht op toegang tot een advocaat in de eerste fasen van de procedure daadwerkelijk uit te oefenen, dan kan het niet zo zijn dat zij op die toegang moeten wachten zolang het verzoek om rechtsbijstand wordt verwerkt en beoordeeld wordt of de criteria om voor rechtshulp in aanmerking te komen, zijn vervuld. De lidstaten dienen er daarom voor te zorgen dat er voordat er procedurele stappen worden genomen waarbij krachtens het nationale recht of het recht van de Unie de aanwezigheid van een advocaat vereist is, onverwijld daadwerkelijke voorlopige rechtsbijstand beschikbaar is en deze dient ten minste beschikbaar te zijn totdat de bevoegde autoriteit het besluit over de rechtsbijstand heeft genomen en, in gevallen waarin sprake van een volledige of gedeeltelijke afwijzing is, dit besluit definitief is geworden, of, ingeval het verzoek om rechtsbijstand wordt ingewilligd, de benoeming van de advocaat door de bevoegde autoriteit van kracht is geworden.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) Deze richtlijn moet verschillen in de rechtsbijstandsstelsels van de lidstaten toestaan. Elke lidstaat moet verantwoordelijk zijn voor de verlening van rechtsbijstand. Verlening van rechtsbijstand moet worden onderworpen aan een beoordeling van de financiële middelen van de verzoeker ("draagkrachttoets") en/of van de vraag of het in het belang van de rechtspleging is om in het desbetreffende geval rechtsbijstand te verstrekken (onderzoek naar de juridische merites van de zaak).

Motivering

Deze richtlijn moet de nationale soevereiniteit eerbiedigen. Het is niet aan de EU om te bepalen hoe rechtsbijstand in de lidstaten moet worden verleend.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat voorlopige bijstand wordt verleend voor zover deze noodzakelijk is en dat deze niet wordt beperkt op een wijze die verdachten of beklaagden belet het recht op toegang tot een advocaat, waarin met name artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2013/48/EU voorziet, daadwerkelijk uit te oefenen.

(10) De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat bijstand wordt verleend voor zover deze noodzakelijk is en dat deze niet wordt beperkt op een wijze die verdachten of beklaagden belet het recht op toegang tot een advocaat, waarin met name artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2013/48/EU voorziet, daadwerkelijk uit te oefenen.

Motivering

Om het recht op een eerlijk proces tijdens de hele strafrechtelijke procedure te waarborgen en het vertrouwen van de lidstaten in de strafrechtstelsels van andere lidstaten te versterken, moet het toepassingsgebied van deze richtlijn worden uitgebreid tot gewone rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden wie de vrijheid is ontnomen.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Personen die in een procedure tot uitvoering van een Europees opsporingsbevel worden gezocht en wie de vrijheid is ontnomen, dienen recht op voorlopige rechtsbijstand in de uitvoerende lidstaat te hebben vanaf de vrijheidsontneming en dat ten minste totdat de bevoegde autoriteit het besluit over de rechtsbijstand heeft genomen en, in gevallen waarin sprake van een volledige of gedeeltelijke afwijzing is, dat besluit definitief is geworden, of, ingeval het verzoek om rechtsbijstand wordt ingewilligd, de benoeming van de advocaat door de bevoegde autoriteit van kracht is geworden.

(11) Personen die in een procedure tot uitvoering van een Europees opsporingsbevel worden gezocht, dienen recht op voorlopige rechtsbijstand in de uitvoerende lidstaat te hebben vanaf de vrijheidsontneming en dat ten minste totdat de bevoegde autoriteit het besluit over de rechtsbijstand heeft genomen en, in gevallen waarin sprake van een volledige of gedeeltelijke afwijzing is, dat besluit definitief is geworden, of, ingeval het verzoek om rechtsbijstand wordt ingewilligd, de benoeming van de advocaat door de bevoegde autoriteit van kracht is geworden.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) De lidstaten dienen te kunnen bepalen dat de vergoeding van de kosten in verband met voorlopige rechtsbijstand voor verdachten of beklaagden wie de vrijheid is ontnomen en de vergoeding van de kosten in verband met de voorlopige rechtsbijstand voor gezochte personen, van deze personen kunnen worden teruggevorderd wanneer vervolgens bij de beoordeling of zij recht op rechtsbijstand hebben, wordt vastgesteld dat zij niet voldoen aan de criteria om op grond van de nationale wetgeving voor rechtsbijstand in aanmerking te komen.

(12) De lidstaten dienen te kunnen bepalen dat de vergoeding van de kosten in verband met voorlopige rechtsbijstand voor verdachten of beklaagden en de vergoeding van de kosten in verband met de voorlopige rechtsbijstand voor gezochte personen, van deze personen kunnen worden teruggevorderd wanneer vervolgens bij de beoordeling of zij recht op gewone rechtsbijstand hebben en bij de definitieve beslissing hierover door de bevoegde autoriteiten, wordt vastgesteld dat zij niet voldoen aan de criteria om op grond van de nationale wetgeving voor gewone rechtsbijstand in aanmerking te komen en wanneer zij aan de bevoegde autoriteiten willens en wetens onjuiste informatie over hun persoonlijke financiële situatie hebben verstrekt. Om te waarborgen dat een eventuele terugvordering van kosten in verband met voorlopige rechtsbijstand de verdachte, beklaagde of gezochte persoon niet zodanig benadeelt dat het eerlijke verloop van de procedure in gevaar wordt gebracht, moeten lidstaten ervoor zorgen dat de aan de terugvordering van kosten verbonden voorwaarden duidelijk en redelijk zijn en rekening houden met de specifieke financiële situatie van de verdachte, beklaagde of gezochte persoon.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) Om te waarborgen dat gezochte personen daadwerkelijke toegang tot een advocaat in de uitvoerende staat hebben, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat deze personen toegang tot rechtsbijstand hebben tot de overlevering, of, wanneer er geen overlevering plaatsvindt, tot het besluit inzake overlevering definitief geworden is. Het recht op rechtsbijstand kan afhankelijk zijn van een beoordeling van de middelen van de gezochte persoon en/of de beoordeling of het in het belang van de rechtspleging is rechtsbijstand te verlenen, overeenkomstig de in de betreffende uitvoerende lidstaat toepasselijke criteria om voor rechtsbijstand in aanmerking te komen.

(13) Om te waarborgen dat gezochte personen daadwerkelijke toegang tot een advocaat in de uitvoerende staat hebben, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat deze personen toegang tot rechtsbijstand hebben tot de overlevering, of, wanneer er geen overlevering plaatsvindt, tot het besluit inzake overlevering definitief geworden is. Het recht op rechtsbijstand kan onderworpen worden aan een draagkrachttoets en/of een onderzoek naar de juridische merites van de zaak, overeenkomstig de in de betreffende uitvoerende lidstaat toepasselijke criteria.

Motivering

Deze richtlijn laat verschillen in de rechtsbijstandsstelsels van de lidstaten toe. Ze moet derhalve worden toegepast in overeenstemming met de regels inzake rechtsbijstand die in de lidstaten van kracht zijn.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) In bepaalde lidstaten is een aantal lichte feiten strafbaar gesteld; het betreft met name lichte verkeersovertredingen, lichte overtredingen van algemene gemeentelijke verordeningen en lichte schendingen van de openbare orde. In dergelijke situaties zou het onredelijk zijn de bevoegde autoriteiten te verplichten alle rechten te waarborgen waarin deze richtlijn voorziet. Indien het recht van een lidstaat erin voorziet dat voor lichte strafbare feiten geen vrijheidsstraf kan worden opgelegd, dient deze richtlijn derhalve alleen van toepassing te zijn op procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter) Het toepassingsgebied van deze richtlijn ten aanzien van bepaalde lichte strafbare feiten laat de EVRM-verplichting van de lidstaten om het recht op een eerlijk proces te waarborgen, daaronder begrepen het recht op rechtsbijstand van een advocaat, onverlet.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) Om te waarborgen dat gezochte personen hun recht om in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen om de advocaat in de uitvoerende lidstaat bij te staan, in overeenstemming met Richtlijn 2013/48/EU, daadwerkelijk kunnen uitoefenen, moet de uitvaardigende lidstaat ervoor zorgen dat gezochte personen toegang tot rechtsbijstand hebben met het oog op de procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende lidstaat. Dit recht kan afhankelijk zijn van een beoordeling van de middelen van de gezochte persoon en/of de beoordeling of het in het belang van de rechtspleging is rechtsbijstand te verlenen, overeenkomstig de in de betreffende uitvaardigende lidstaat toepasselijke criteria om voor rechtsbijstand in aanmerking te komen.

(14) Om te waarborgen dat gezochte personen hun recht om in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen om de advocaat in de uitvoerende lidstaat bij te staan, in overeenstemming met Richtlijn 2013/48/EU, daadwerkelijk kunnen uitoefenen, moet de uitvaardigende lidstaat ervoor zorgen dat gezochte personen toegang hebben tot voorlopige rechtsbijstand en rechtsbijstand met het oog op vertegenwoordiging in rechte in die lidstaat, om de advocaat in de uitvoerende lidstaat bij te staan tijdens een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel. Het recht op rechtsbijstand kan onderworpen worden aan een draagkrachttoets en/of een onderzoek naar de juridische merites van de zaak, overeenkomstig de in de betreffende uitvaardigende lidstaat toepasselijke criteria.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Deze richtlijn voorziet in het recht op voorlopige rechtsbijstand voor kinderen wie de vrijheid is ontnomen en op rechtsbijstand voor kinderen die in een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel worden gezocht.

(15) Deze richtlijn voorziet in het recht op voorlopige en gewone rechtsbijstand voor kwetsbare personen en verdachten, beklaagden en gezochte personen. Kinderen zijn bijzonder kwetsbaar. Om die reden moet bijzondere aandacht geschonken worden aan kinderen en moeten er speciale maatregelen worden genomen overeenkomstig Richtlijn ... betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Bij de uitvoering van deze richtlijn dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat het fundamentele recht op rechtsbijstand, zoals neergelegd in artikel 47, lid 3, van het Handvest en in artikel 6, lid 3, onder c), EVRM, wordt geëerbiedigd en dat rechtsbijstand beschikbaar is voor degenen die onvoldoende middelen hebben om rechtsbijstand te betalen, indien het belang van de rechtspleging dit vereist.

(16) Bij de uitvoering van deze richtlijn dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat het fundamentele recht op rechtsbijstand, zoals neergelegd in artikel 47, derde alinea, van het Handvest en in artikel 6, lid 3, onder c), EVRM, wordt geëerbiedigd en dat rechtsbijstand beschikbaar is voor verzoekers op basis van een draagkrachttoets en/of een onderzoek naar de juridische merites van de zaak. Hierbij dienen zij de beginselen en richtsnoeren betreffende de toegang tot rechtsbijstand in strafrechtsstelsels van de Verenigde Naties te eerbiedigen. Ingeval de verlening van rechtsbijstand afhankelijk is van een draagkrachttoets, moet een dergelijke toets rekening houden met de specifieke omstandigheden van kwetsbare verdachten of beklaagden.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) Overeenkomstig het beginsel van de doeltreffendheid van het Unierecht moeten de lidstaten passende en doeltreffende voorzieningen in rechte instellen in het geval van schending van een recht dat door het recht van de Unie aan een persoon is toegekend. Een doeltreffende voorziening in rechte moet beschikbaar zijn, ingeval de verlening van rechtsbijstand ondermijnd, vertraagd of geweigerd is, ingeval verdachten of beklaagden niet op passende wijze geïnformeerd zijn over hun recht op rechtsbijstand en ingeval voorschriften inzake het in aanmerking komen voor rechtsbijstand of de terugvordering van kosten onduidelijk waren. Derhalve moeten personen die verzoeken om rechtsbijstand het recht hebben beroep aan te tekenen tegen een beslissing strekkende tot weigering van rechtsbijstand.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) De lidstaten dienen gegevens te verzamelen waaruit blijkt hoe het recht op rechtsbijstand voor verdachte, beklaagde en gezochte personen is uitgeoefend. De lidstaten dienen ook gegevens te verzamelen over het aantal gevallen waarin voorlopige rechtsbijstand werd verleend aan verdachten of beklaagden wie de vrijheid was ontnomen of aan gezochte personen, en over het aantal zaken waarin het recht op voorlopige rechtsbijstand niet werd uitgeoefend. Dergelijke gegevens dienen het aantal verzoeken om rechtsbijstand te vermelden in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel waarbij de lidstaat als uitvaardigende en als uitvoerende staat optreedt, alsook het aantal gevallen te vermelden waarin deze verzoeken werden ingewilligd. Ook dienen gegevens over de kosten van het verlenen van voorlopige rechtsbijstand aan personen wie de vrijheid is ontnomen en aan gezochte personen, te worden verzameld.

(17) De lidstaten dienen gegevens te verzamelen waaruit blijkt hoe het recht op rechtsbijstand voor verdachte, beklaagde en gezochte personen is uitgeoefend. De lidstaten dienen ook gegevens te verzamelen over het aantal gevallen waarin rechtsbijstand werd verleend aan verdachten of beklaagden of aan gezochte personen, en over het aantal zaken waarin het recht op voorlopige rechtsbijstand niet werd uitgeoefend. Dergelijke gegevens dienen het aantal verzoeken om rechtsbijstand te vermelden in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel waarbij de lidstaat als uitvaardigende en als uitvoerende staat optreedt, alsook het aantal gevallen te vermelden waarin deze verzoeken werden ingewilligd. Ook dienen gegevens over de kosten van het verlenen van rechtsbijstand aan verdachten of beklaagden en aan gezochte personen, te worden verzameld.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Deze richtlijn dient van toepassing te zijn op verdachten en beklaagden, ongeacht hun juridische status, burgerschap of nationaliteit. Deze richtlijn eerbiedigt de door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens erkende grondrechten en beginselen, zoals het verbod op foltering en onmenselijke en onterende behandeling, het recht op vrijheid en veiligheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op menselijke integriteit, de rechten van het kind, de integratie van mensen met een handicap, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een eerlijk proces, het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging. Deze richtlijn dient te worden toegepast met inachtneming van deze rechten en beginselen.

(18) Deze richtlijn dient van toepassing te zijn op verdachten en beklaagden, ongeacht hun juridische status, burgerschap of nationaliteit, geslacht, ras, kleur, etnische of maatschappelijke afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, beperking, verblijfsstatus, leeftijd, seksuele oriëntatie of andere status. Deze richtlijn eerbiedigt de door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens erkende grondrechten en beginselen, zoals het verbod op foltering en onmenselijke en onterende behandeling, het recht op vrijheid en veiligheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op menselijke integriteit, de rechten van het kind, de integratie van mensen met een handicap, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een eerlijk proces, het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging. Deze richtlijn dient te worden toegepast met inachtneming van deze rechten en beginselen.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) In deze richtlijn worden minimumvoorschriften vastgesteld. De lidstaten kunnen de in deze richtlijn vastgestelde rechten uitbreiden om een hoger beschermingsniveau te bieden. Een dergelijk hoger beschermingsniveau mag geen belemmering vormen voor de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen die die minimumvoorschriften beogen te bevorderen. Het beschermingsniveau mag nooit lager zijn dan de normen die opgenomen zijn in het Handvest en in het EVRM, zoals uitgelegd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het EHRM.

(19) In deze richtlijn worden minimumvoorschriften vastgesteld. De lidstaten kunnen de in deze richtlijn vastgestelde rechten uitbreiden om een hoger beschermingsniveau te bieden. Een dergelijk hoger beschermingsniveau mag geen belemmering vormen voor de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen die die minimumvoorschriften beogen te bevorderen. Het beschermingsniveau mag nooit lager zijn dan de normen die opgenomen zijn in het Handvest en in het EVRM, zoals uitgelegd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het EHRM. Deze richtlijn mag in geen geval worden uitgelegd als zou zij een beperking vormen van de rechten en waarborgen overeenkomstig nationale wetgeving die een hoger beschermingsniveau bieden.

Motivering

Deze richtlijn mag niet leiden tot een verlaging van de door de wetgeving van de lidstaten geboden beschermingsniveaus.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Bij deze richtlijn worden minimumvoorschriften vastgesteld met betrekking tot:

1. Bij deze richtlijn worden minimumvoorschriften vastgesteld met betrekking tot:

(a) het recht op voorlopige rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures wie de vrijheid is ontnomen, en

(a) het recht op voorlopige rechtsbijstand en gewone rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures, en

(b) het recht op voorlopige rechtsbijstand en rechtsbijstand voor gezochte personen tegen wie een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel loopt.

(b) het recht op voorlopige rechtsbijstand en gewone rechtsbijstand voor gezochte personen tegen wie een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel loopt.

 

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Deze richtlijn vormt een aanvulling op Richtlijn 2013/48/EU. Niets in de onderhavige richtlijn mag worden uitgelegd als een beperking van de in de voornoemde richtlijn neergelegde rechten.

2. Deze richtlijn vormt een aanvulling op Richtlijn 2013/48/EU betreffende het recht op toegang tot een advocaat. Niets in de onderhavige richtlijn mag worden uitgelegd als een beperking van de in de voornoemde richtlijn neergelegde rechten.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 2

Artikel 2

Toepassingsgebied

Toepassingsgebied

Deze richtlijn is van toepassing op:

1. Deze richtlijn is van toepassing op:

a) verdachten of beklaagden in strafprocedures wie de vrijheid is ontnomen en die recht op toegang tot een advocaat hebben uit hoofde van Richtlijn 2013/48/EU;

a) verdachten of beklaagden in strafprocedures die recht op toegang tot een advocaat hebben uit hoofde van Richtlijn 2013/48/EU of uit hoofde van enig juridisch bindend instrument van de Unie inzake procedurele waarborgen voor minderjarige verdachten;

b) gezochte personen.

b) gezochte personen als omschreven in artikel 3, onder c), van deze richtlijn.

 

2. Onverminderd het recht op een eerlijk proces is deze richtlijn, met betrekking tot lichte feiten:

 

a) waarvoor krachtens de wet van een lidstaat een sanctie door een andere instantie dan een in strafzaken bevoegde rechter wordt opgelegd waartegen een rechtsmiddel bij een strafrechter kan worden ingesteld, of

 

b) die niet strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf;

 

alleen van toepassing op de procedure voor een in strafzaken bevoegde rechtbank.

 

Deze richtlijn is in ieder geval volledig van toepassing indien de verdachte of beklaagde zijn vrijheid is ontnomen, ongeacht de fase van de strafprocedure.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) "rechtsbijstand": de financiering en bijstand door de lidstaat waardoor de uitoefening van het recht op toegang tot een advocaat wordt gewaarborgd,

a) "gewone rechtsbijstand": de financiering en bijstand door de lidstaat waardoor de uitoefening van het recht op toegang tot een advocaat wordt gewaarborgd;

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) "voorlopige rechtsbijstand": de rechtsbijstand die aan een persoon wie de vrijheid is ontnomen, wordt verleend totdat het besluit over de rechtsbijstand is genomen,

b) "voorlopige rechtsbijstand": de rechtsbijstand die wordt verleend totdat het besluit over gewone rechtsbijstand is genomen en van kracht is geworden;

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d) "advocaat": eenieder die overeenkomstig het nationale recht, daaronder begrepen op grond van een door een bevoegde instantie verleende machtiging, gekwalificeerd en bevoegd is om verdachten of beklaagden juridisch advies en juridische bijstand te verlenen.

d) "rechtsbijstandsadvocaat": eenieder die overeenkomstig het nationale recht, daaronder begrepen op grond van een door een bevoegde instantie verleende machtiging, gekwalificeerd en bevoegd is om verdachten of beklaagden juridisch advies en juridische bijstand te verlenen en te vertegenwoordigen.

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende personen, indien zij dat wensen, het recht op voorlopige rechtsbijstand kunnen uitoefenen:

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende personen, indien zij dat wensen, het recht op voorlopige rechtsbijstand kunnen uitoefenen:

a) verdachten of beklaagden in strafprocedures wie de vrijheid is ontnomen;

a) verdachten of beklaagden in strafprocedures die uit hoofde van Richtlijn 2013/48/EU of uit hoofde van enig juridisch bindend instrument van de Unie inzake procedurele waarborgen voor minderjarige verdachten recht hebben op toegang tot een advocaat;

b) gezochte personen wie in de uitvoerende lidstaat de vrijheid is ontnomen.

b) gezochte personen die uit hoofde van Richtlijn 2013/48/EU recht hebben op toegang tot een advocaat in de uitvoerende lidstaat en in de uitvaardigende lidstaat, overeenkomstig artikel 10 van die richtlijn, of recht hebben op toegang tot een advocaat uit hoofde van enig juridisch bindend instrument van de Unie inzake procedurele waarborgen voor minderjarige verdachten.

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voorlopige rechtsbijstand wordt onverwijld verleend na vrijheidsbeneming en in ieder geval voordat verhoor plaatsvindt.

2. Voorlopige rechtsbijstand wordt onverwijld verleend en in ieder geval voordat verhoor plaatsvindt.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Voorlopige rechtsbijstand wordt gewaarborgd totdat het definitieve besluit over de rechtsbijstand is genomen en van kracht wordt of, wanneer de verdachte of beklaagde rechtsbijstand wordt toegekend, de benoeming van de advocaat van kracht is geworden.

3. Voorlopige rechtsbijstand wordt gewaarborgd totdat het definitieve besluit over de rechtsbijstand is genomen en van kracht is geworden, en:

 

a) ingeval rechtsbijstand is toegekend, de benoeming van de advocaat van kracht is geworden; of

 

b) ingeval rechtsbijstand is geweigerd, het besluit onherroepelijk is geworden en de verdachte, beklaagde of gezochte persoon een redelijke mogelijkheid heeft gehad om een advocaat van zijn keuze te vinden.

Motivering

De met betrekking tot lid 3 voorgestelde wijzigingen zijn bedoeld als aanvulling op de amendementen die ertoe strekken het toepassingsgebied van de richtlijn aldus te verruimen dat alle gewone rechtsbijstand daarin wordt opgenomen, en beogen de precieze aard van de rechten te verduidelijken. Er dient met name gewaarborgd te worden dat voorlopige rechtsbijstand niet eerder wordt stopgezet dan nadat er een onherroepelijk besluit ligt met betrekking tot het recht op gewone rechtsbijstand. Bovendien geldt het recht op toegang tot een rechter ook voor gevallen waarin een verzoek om rechtsbijstand wordt afgewezen. In een dergelijk geval moet er voldoende tijd zijn om een geschikte advocaat te zoeken.

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat waar dit nodig is rechtsbijstand tevens vertolking omvat met het oog op de communicatie tussen de persoon wie de vrijheid is ontnomen en zijn advocaat, overeenkomstig Richtlijn 2010/64/EU, en met name artikel 2, lid 2, van die richtlijn.

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten kunnen bepalen dat de vergoeding van de kosten in verband met voorlopige rechtsbijstand teruggevorderd kan worden van verdachten of beklaagden die niet voldoen aan de krachtens de nationale wetgeving toepasselijke criteria om voor rechtsbijstand in aanmerking te komen.

5. De lidstaten kunnen bepalen dat bij wijze van uitzondering de vergoeding van de kosten in verband met voorlopige rechtsbijstand teruggevorderd kan worden van verdachten, beklaagden of gezochte personen als bij definitief besluit is vastgesteld dat deze personen niet voldoen aan de krachtens de nationale wetgeving toepasselijke criteria om voor gewone rechtsbijstand in aanmerking te komen en als zij de bevoegde autoriteiten willens en wetens onjuiste informatie hebben verstrekt over hun persoonlijke financiële situatie. Om te waarborgen dat een eventuele terugvordering van kosten in verband met voorlopige rechtsbijstand de verdachte, beklaagde of gezochte persoon niet zodanig benadeelt dat het eerlijke verloop van de procedure in gevaar wordt gebracht, zorgen de lidstaten ervoor dat de aan de terugvordering van kosten verbonden voorwaarden duidelijk en redelijk zijn en rekening houden met de specifieke financiële situatie van de verdachte, beklaagde of gezochte persoon.

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

 

1. De lidstaten waarborgen dat de in artikel 4, lid 1, bedoelde personen toegang kunnen krijgen tot rechtsbijstand wanneer zij over onvoldoende financiële middelen beschikken om alle of een deel van de kosten van de verdediging en de procedure te kunnen voldoen ("draagkrachttoets") en/of wanneer dergelijke bijstand in het belang van de rechtspleging noodzakelijk is ("onderzoek naar de juridische merites van de zaak").

 

2. De draagkrachttoets wordt gebaseerd op alle relevante en objectieve factoren, waaronder inkomen, vermogen, gezinssituatie, levensstandaard en de kosten van een rechtsbijstandsadvocaat.

 

3. Het onderzoek naar de juridische merites van een zaak omvat een beoordeling van de urgentie en complexiteit van de zaak, de ernst van het strafbaar feit en de zwaarte van de eventuele sanctie, alsmede van de sociale en persoonlijke situatie van de betrokken verdachte of beklaagde of gezochte persoon.

 

4. De lidstaten zorgen ervoor dat alle relevante informatie inzake rechtsbijstand in strafzaken gemakkelijk toegankelijk en begrijpelijk is voor verdachten, beklaagden of gezochte personen, met inbegrip van informatie over hoe en waar deze bijstand moet worden aangevraagd, transparante criteria om voor rechtsbijstand in aanmerking te komen, en informatie over de mogelijkheden om een klacht in te dienen in gevallen waarin toegang tot rechtsbijstand wordt geweigerd of de door een rechtsbijstandsadvocaat geboden juridische hulp onvoldoende is.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 ter

 

Besluiten inzake het al dan niet verlenen van rechtsbijstand en de benoeming van advocaten worden onverwijld door een onafhankelijke bevoegde autoriteit genomen. De lidstaten waarborgen dat de besluitvorming door de verantwoordelijke autoriteiten zorgvuldig plaatsvindt en dat er gezorgd is voor degelijke waarborgen tegen willekeur.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 5

Artikel 5

Rechtsbijstand voor gezochte personen

Rechtsbijstand voor gezochte personen

1. De uitvoerende lidstaat zorgt ervoor dat gezochte personen recht op rechtsbijstand hebben vanaf de aanhouding uit hoofde van een Europees aanhoudingsbevel tot hun overlevering, of, wanneer er geen overlevering plaatsvindt, tot het besluit inzake overlevering definitief geworden is.

1. De uitvoerende lidstaat zorgt ervoor dat gezochte personen recht op voorlopige en gewone rechtsbijstand hebben vanaf het moment dat een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd tot hun overlevering, of, wanneer er geen overlevering plaatsvindt, tot het besluit inzake overlevering definitief geworden is.

2. De uitvaardigende lidstaat zorgt ervoor dat gezochte personen die hun recht uitoefenen om in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen om de advocaat in de uitvoerende lidstaat bij te staan, in overeenstemming met artikel 10 van Richtlijn 2013/48/EU, recht op rechtsbijstand in die lidstaat hebben met het oog op de procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende lidstaat.

2. De uitvaardigende lidstaat zorgt ervoor dat gezochte personen die hun recht uitoefenen om in de uitvaardigende lidstaat en in elke andere lidstaat waar door de bevoegde autoriteiten een tot bewijsgaring of tot onderzoek strekkende handeling wordt verricht een advocaat aan te wijzen, in overeenstemming met artikel 10 van Richtlijn 2013/48/EU, recht op voorlopige en gewone rechtsbijstand in die lidstaat hebben met het oog op de procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende lidstaat.

3. Het in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde recht op rechtsbijstand kan afhankelijk zijn van een beoordeling van de middelen van de gezochte persoon en/of de beoordeling of het in het belang van de rechtspleging is rechtsbijstand te verlenen, overeenkomstig de in de betreffende lidstaat toepasselijke criteria om voor rechtsbijstand in aanmerking te komen.

3. De beoordeling van verzoeken om gewone rechtsbijstand die worden ingediend door gezochte personen geschiedt op basis van de in artikel 4 bis neergelegde criteria, met name een beoordeling van de financiële middelen in lidstaten waar de verlening van rechtsbijstand onderworpen is aan een draagkrachttoets en/of van de vraag of het in het belang van de rechtspleging is om in het desbetreffende geval rechtsbijstand te verstrekken in lidstaten waar de verlening van rechtsbijstand onderworpen is aan een onderzoek naar de juridische merites van de zaak.

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

1. Om de doeltreffendheid en kwaliteit van rechtsbijstand te waarborgen, treffen de lidstaten alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de diensten die worden verricht op het gebied van rechtsbijstand van voldoende kwaliteit zijn om te waarborgen dat het recht op een eerlijk proces geëerbiedigd wordt.

 

2. De lidstaten zien er met name op toe:

 

a) dat gewone rechtsbijstand wordt verleend in alle stadia van de strafrechtelijke procedure;

 

b) dat er regelingen worden ingevoerd of gehandhaafd ter waarborging van de kwaliteit en onafhankelijkheid van rechtsbijstandsadvocaten, en in het bijzonder een regeling voor de erkenning van rechtsbijstandsadvocaten, en dat er scholing en regelmatige bijscholing wordt geboden om te waarborgen dat deze advocaten beschikken over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring om bij te dragen aan een doeltreffende uitoefening van de rechten van de verdediging;

 

c) dat vertegenwoordiging in rechte door een en dezelfde advocaat gewaarborgd wordt indien de verdachte, beklaagde of gezochte persoon dat wenst;

 

d) dat verdachten, beklaagden en gezochte personen het recht hebben om de aan hen toegewezen rechtsbijstandsadvocaat ten minste een maal te laten vervangen;

 

e) dat voldoende financiering en middelen beschikbaar worden gesteld en begrotingsautonomie wordt gewaarborgd met het oog op een doelmatige werking van het rechtsbijstandsstelsel;

 

f) dat alle medewerkers die betrokken zijn bij de besluitvorming ten aanzien van rechtsbijstand in strafprocedures een passende opleiding krijgen;

 

g) dat besluiten strekkende tot een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om rechtsbijstand schriftelijk aan de verdachte, beklaagde of gezochte persoon worden medegedeeld.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 ter

 

1. Eenieder die uit hoofde van deze richtlijn om rechtsbijstand verzoekt, heeft het recht om tegen een besluit tot afwijzing van dat verzoek beroep aan te tekenen bij een onafhankelijke rechtbank, zodat het recht op een eerlijk proces en de rechten van de verdediging worden gewaarborgd.

 

2. De lidstaten waarborgen dat verdachten, beklaagden en gezochte personen over een doeltreffende voorziening in rechte beschikken in gevallen waarin hun rechten uit hoofde van deze richtlijn zijn geschonden. Een dergelijke voorziening in rechte omvat het recht op rechterlijke toetsing in gevallen waarin de toegang tot rechtsbijstand ondermijnd, vertraagd of geheel of gedeeltelijk geweigerd is of deze personen niet op passende wijze geïnformeerd zijn over hun recht op voorlopige en gewone rechtsbijstand.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 6

Artikel 6

Verstrekking van gegevens

Verstrekking van gegevens

1. De lidstaten verzamelen gegevens over de wijze waarop aan de in artikel 4 en artikel 5 genoemde rechten uitvoering is gegeven.

1. De lidstaten verzamelen relevante statistische gegevens over de wijze waarop aan de in de artikelen 4, 4 bis en 4 ter en de artikelen 5 en 5 bis genoemde rechten uitvoering is gegeven en waarborgen daarbij volledig de bescherming van de persoonsgegevens van verdachten, beklaagden en gezochte personen.

2. De lidstaten zenden de Commissie uiterlijk [36 maanden na de bekendmaking van deze richtlijn] en vervolgens om de twee jaar, deze gegevens toe.

2. De lidstaten zenden de Commissie uiterlijk ...* en vervolgens om de drie jaar, deze gegevens toe.

 

______________

 

* PB: gelieve de datum in te voegen: twee jaar na bekendmaking van deze richtlijn.


TOELICHTING

Op 27 november 2013 heeft de Europese Commissie een voorstel aangenomen voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende voorlopige rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden wie de vrijheid is ontnomen en rechtsbijstand in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel(1)

Algemene beoordeling van het voorstel

Artikel 82 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat de justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie berust op het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen. De toepassing van dit beginsel veronderstelt wederzijds vertrouwen van de lidstaten in elkaars strafrechtstelsels, met inbegrip van vertrouwen in de manier waarop de rechten van verdachten en beklaagden worden gewaarborgd.

In de praktijk hanteren de lidstaten in dit verband echter een verschillende aanpak. Tegen deze achtergrond hechtte de Raad op 30 november 2009 zijn goedkeuring aan de routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures(2) Deze routekaart noemt als maatregel C het recht op juridisch advies en rechtsbijstand. Het recht op rechtsbijstand is onlosmakelijk verbonden met het recht op toegang tot een advocaat, waarover het Europees Parlement en de Raad op 22 oktober 2013 Richtlijn 2013/48/EU hebben aangenomen. Voor personen die niet over de nodige financiële middelen beschikken kan het recht op toegang tot een advocaat alleen door rechtsbijstand worden verwezenlijkt.

Het recht op rechtsbijstand is geen gemakkelijk onderwerp, hetgeen wellicht verklaart waarom de Commissie er relatief lang over heeft gedaan om de huidige instrumenten voor te leggen. Desondanks dient het voorstel voor een richtlijn in de nieuwe zittingsperiode met voorrang te worden behandeld. Verschillen in de uitleg die gegeven wordt aan het recht op een eerlijk proces, waaronder het recht op rechtsbijstand, zoals erkend in onder meer artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, vormen een belemmering voor een eerlijke en doeltreffende justitiële samenwerking in strafzaken. Derhalve dienen de nog uit te voeren maatregelen van de routekaart, en met name het voorstel voor een richtlijn inzake rechtsbijstand, zo snel mogelijk te worden vastgesteld.

Met het voorstel van de Commissie komt de verwezenlijking van een minimumniveau aan rechtsbijstand in de lidstaten een stap dichterbij. Het voorstel heeft echter slechts betrekking op het recht op voorlopige rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures wie de vrijheid is ontnomen, en het recht op voorlopige rechtsbijstand en rechtsbijstand voor gezochte personen tegen wie een procedure ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel loopt. Bijkomende aspecten van het recht op rechtsbijstand zijn opgenomen in een aparte aanbeveling van de Commissie(3)

De rapporteur stelt zich op het standpunt dat de huidige, versnipperde aanpak van de Europese Commissie de gevoeligheid van het onderwerp weerspiegelt, maar niet bijdraagt aan het vergroten van de rechtszekerheid en bovendien aan verdachten en beklaagden niet duidelijk maakt in welke gevallen zij daadwerkelijk recht hebben op rechtsbijstand en van welke kwaliteit die rechtsbijstand dan zal zijn. Onder de richtlijn dient daarom het recht, onder alle omstandigheden, op voorlopige en gewone rechtsbijstand te vallen. In dit opzicht dient het toepassingsgebied van de richtlijn hetzelfde te zijn als het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/48/EU betreffende het recht op toegang tot een advocaat.

De rapporteur is van mening dat als de lidstaten de vergoeding van de kosten in verband met voorlopige rechtsbijstand kunnen terugvorderen als blijkt dat verdachten, beklaagden of gezochte personen niet voldoen aan de criteria om voor rechtsbijstand in aanmerking te komen, dit zal werken als een rem op het aanvragen van rechtsbijstand. Het lijkt dan ook redelijk om terugvordering van deze vergoeding te beperken tot die gevallen waarin de verdachte, beklaagde of gezochte persoon willens en wetens onjuiste informatie heeft verstrekt.

Voorts is het van belang dat verdachten, beklaagden en gezochte personen meer rechtszekerheid wordt geboden wat betreft de criteria om voor rechtsbijstand in aanmerking te komen. De in de aanbeveling van de Commissie genoemde criteria scheppen enige duidelijkheid, maar houden geen volledige harmonisatie in. Dat lijkt passend, aangezien het – gelet op de verschillen die er tussen de lidstaten bestaan waar het gaat om de kosten van gerechtelijke procedures – eenvoudigweg onmogelijk en bovendien onnodig is om ter zake gedetailleerde Europese wetgeving vast te stellen. Dit brengt echter tevens met zich mee dat een algemene beschrijving van de draagkrachttoets en het onderzoek naar de juridische merites van de zaak, zoals opgenomen in de aanbeveling van de Commissie, of ten minste onderdelen daarvan, net zo goed in de richtlijn hadden kunnen worden opgenomen. De rapporteur pleit dan ook voor een dergelijke aanpak.

De rapporteur ziet in dat er tussen de lidstaten verschillen bestaan wat betreft de kwaliteit van de geboden rechtsbijstand. Deze kwaliteitsverschillen hangen onder meer samen met het honorarium dat advocaten ontvangen voor het verlenen van rechtsbijstand. Als het honorarium te laag is, zijn advocaten niet bereid voldoende tijd en moeite te steken in het verlenen van kwalitatief hoogstaande rechtsbijstand. Het is, gezien de verschillen in inkomens- en kostenniveau tussen de lidstaten, echter niet mogelijk gedetailleerde regels vast te stellen inzake de hoogte van het honorarium van advocaten. Om die reden is het des te belangrijker om in de richtlijn ten minste een aantal waarborgen op te nemen inzake de kwaliteit van de rechtsbijstandsverlening.

Met name dient in de richtlijn te worden bepaald dat zo veel mogelijk rekening moet worden gehouden met de voorkeuren en wensen van verdachten, beklaagden en gezochte personen met betrekking tot de keuze van de rechtsbijstandsadvocaat. Voorts moet een bepaling worden opgenomen inzake continuïteit van de juridische vertegenwoordiging indien de verdachte, beklaagde of gezochte persoon dit wenst. Bovendien moet worden vastgelegd dat een verdachte, beklaagde of gezochte persoon het recht heeft om zijn rechtsbijstandsadvocaat te vervangen als hij het vertrouwen in deze heeft verloren en hiervoor verifieerbare beweegredenen kan aanvoeren. Momenteel ontbreekt een dergelijke bepaling zelfs in de aanbeveling.

Ten slotte vindt de rapporteur artikel 6 van de richtlijn nogal vaag: het is moeilijk voor de lidstaten om gegevens te verzamelen over de uitvoering van de richtlijn in individuele gevallen. De rapportageverplichting dient daarom betrekking te hebben op problemen bij de uitvoering, hetzij vanuit het oogpunt van verdachten, beklaagden en gezochte personen, hetzij vanuit het oogpunt van de bevoegde autoriteiten.

(1)

COM(2013)824 final van 27 november 2013.

(2)

PB C 205 van 4.12.2009, blz. 1.

(3)

C(2013)8179/2.


PROCEDURE

Titel

Rechtsbijstand voor verdachten of beklaagden aan wie hun vrijheid en de mogelijkheid van rechtsbijstand is ontnomen in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

Document- en procedurenummers

COM(2013)0824 – C7-0429/2013 – 2013/0409(COD)

Datum indiening bij EP

27.11.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

13.1.2014

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

JURI

13.1.2014

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

JURI

3.9.2014

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Dennis de Jong

3.9.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

16.10.2014

11.12.2014

6.5.2015

 

Datum goedkeuring

6.5.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

47

7

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Heinz K. Becker, Malin Björk, Michał Boni, Bodil Ceballos, Caterina Chinnici, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Tanja Fajon, Laura Ferrara, Monika Flašíková Beňová, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Eva Joly, Barbara Kudrycka, Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Monica Macovei, Vicky Maeijer, Roberta Metsola, Péter Niedermüller, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Csaba Sógor, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Harald Vilimsky, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Hugues Bayet, Andrea Bocskor, Pál Csáky, Dennis de Jong, Gérard Deprez, Jeroen Lenaers, Salvatore Domenico Pogliese, Emil Radev, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Barbara Spinelli, Jaromír Štětina, Josep-Maria Terricabras, Anders Primdahl Vistisen, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Lynn Boylan, Rosa D’Amato, Jörg Leichtfried, Piernicola Pedicini

Datum indiening

18.5.2015

Juridische mededeling