Procedure : 2013/0451(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0176/2015

Ingediende teksten :

A8-0176/2015

Debatten :

PV 09/07/2015 - 9
CRE 09/07/2015 - 9

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.2
CRE 09/07/2015 - 12.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0267

VERSLAG     *
PDF 360kWORD 392k
2.6.2015
PE 546.837v02-00 A8-0176/2015

over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar

(COM(2013)0943 – C7‑0045/2014 – 2013/0451(NLE))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Esther Herranz García

PR_NLE-CN_LegAct_am

ERRATA/ADDENDA
AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGROND
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar

(COM(2013)0943 – C7‑0045/2014 – 2013/0451(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2013)0943),

–       gezien de artikelen 31 en 32 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7‑0045/2014),

–       gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–       gezien de artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0176/2015),

1.      hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.      verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Euratomverdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.      verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.      wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Title

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

verordening van de Raad tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar

verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar

 

(Dit amendement geldt voor de gehele tekst)

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Visum 1

Voorstel voor een verordening

Amendement

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op de artikelen 31 en 32,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 168, lid 4, onder b), en artikel 114,

 

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Visum 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezien het advies van het Europees Parlement14,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

____________________

 

14 PB C … , blz. .

 

(Dit amendement houdt verband met amendement 2)

Motivering

Dit amendement is in overeenstemming met de wijziging van de rechtsgrond.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Bij Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad16 zijn basisnormen vastgesteld voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren.

(1) Bij Richtlijn 2013/59/Euratom16 van de Raad zijn basisnormen vastgesteld voor bescherming tegen de gevaren die zijn verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling.

__________________

__________________

16 Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren (PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1).

Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling, en houdende intrekking van de Richtlijnen 89/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29/Euratom, 97/43/Euratom en 2003/122/Euratom (PB L 13 van 17.1.2014, blz. 1).

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) Volgens artikel 168 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) moet bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Unie een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid worden verzekerd.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Bij het ongeval van de kerncentrale van Tsjernobyl op 26 april 1986 zijn aanzienlijke hoeveelheden radioactief materiaal vrijgekomen in de lucht, waardoor levensmiddelen en diervoeders in verscheidene Europese landen werden besmet tot niveaus die uit gezondheidsoogpunt significant waren. Er werden toen maatregelen vastgesteld om ervoor te zorgen dat bepaalde landbouwproducten slechts in de Unie mochten worden binnengebracht met inachtneming van gemeenschappelijke regels ter bescherming van de volksgezondheid, waarbij de eenheid van de markt niet in het gedrang wordt gebracht en verlegging van het handelsverkeer wordt voorkomen.

(2) Bij het ongeval van de kerncentrale van Tsjernobyl op 26 april 1986 zijn aanzienlijke hoeveelheden radioactief materiaal vrijgekomen in de lucht, waardoor levensmiddelen en diervoeders in verscheidene Europese landen werden besmet tot uit gezondheidsoogpunt significante niveaus, met levensbedreigende ziekten en gezondheidsaandoeningen als gevolg. Ook nu nog is er sprake van een hoog niveau van radioactieve besmetting. Aangezien het radioactieve materiaal terecht is gekomen in de lucht, het water, de bodem en planten, zijn er maatregelen vastgesteld om ervoor te zorgen dat bepaalde landbouwproducten de Unie alleen mogen worden binnengebracht met inachtneming van gemeenschappelijke regels ter bescherming van de volksgezondheid, waarbij de eenheid van de markt niet in het gedrang wordt gebracht en verlegging van het handelsverkeer wordt voorkomen.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de in de verordening vastgelegde niveaus, met name door de veiligheidsnormen voor levensmiddelen en diervoeders te bewaken. Artikel 168, lid 4, onder b, VWEU omvat de vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen op veterinair gebied die rechtstreeks gericht zijn op de bescherming van de volksgezondheid. In artikel 114 wordt een passende harmonisatie gewaarborgd voor een goede werking van de interne markt.

Motivering

Artikel 168 biedt de rechtsgrond voor medebeslissing op het gebied van diervoeder, en artikel 114 omvat eveneens levensmiddelen voor menselijke consumptie.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter) Het is bewezen dat hogere doses straling een schadelijk en destructief effect op lichaamscellen hebben en kanker kunnen veroorzaken.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quater) Het is belangrijk om lage drempels vast te stellen voor de maximaal toegestane niveaus aan radioactieve besmetting van levensmiddelen om rekening te houden met de hogere cumulatieve dosis die het gevolg is van het gedurende langere tijd nuttigen van besmette levensmiddelen;

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Bij Verordening (Euratom) nr. 3954/8717 van de Raad zijn maximaal toelaatbare niveaus vastgesteld van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar dat waarschijnlijk zal leiden of heeft geleid tot de radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders. Deze maximaal toegelaten niveaus zijn nog steeds in overeenstemming met het laatste wetenschappelijke advies als momenteel internationaal beschikbaar.

(3) Bij Verordening (Euratom) nr. 3954/8717 van de Raad zijn maximaal toelaatbare niveaus vastgesteld van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar dat waarschijnlijk zal leiden of heeft geleid tot de radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders. Deze maximaal toelaatbare niveaus zijn nog steeds in overeenstemming met het laatste wetenschappelijke advies als momenteel internationaal beschikbaar en moeten periodiek worden geëvalueerd en bijgewerkt om rekening te houden met nieuw wetenschappelijk bewijs. De maximaal toelaatbare niveaus uit de bijlagen I en III zijn herzien en worden beschreven in de Publicatie Stralingsbescherming nr. 105 van de Commissie, en zijn met name gebaseerd op een referentieniveau van 1 mSv per jaar voor de toename in de individuele dosis door consumptie en in de veronderstelling dat 10 % van het jaarlijks geconsumeerde voedsel is besmet.

____________________

____________________

17 Verordening (Euratom) nr. 3954/87 van de Raad van 22 december 1987 tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar (PB L 371 van 30.12.1987, blz. 11).

17 Verordening (Euratom) nr. 3954/87 van de Raad van 22 december 1987 tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar (PB L 371 van 30.12.1987, blz. 11).

(Publicatie Stralingsbescherming nr. 105 = Publicatie Stralingsbescherming nr. 105 van de Commissie over EU-voedselbeperkingscriteria die van toepassing zijn na een ongeval, zie http://ec.europa.eu/energy/en/radiation-protection-publications.)

Motivering

Dit amendement heeft ten doel de tekst van de Commissie te verduidelijken door te verwijzen naar de parameters die worden gebruikt om de in de bijlagen vastgelegde maximaal toelaatbare niveaus te bepalen. In de Europese Unie geldt een hoog niveau van stralingsbescherming van levensmiddelen, en de niveaus in kwestie zijn veel lager dan de internationaal toegestane niveaus.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Na het ongeval van de kerncentrale van Fukushima op 11 maart 2011 werd de Commissie ervan op de hoogte gesteld dat de radionuclideniveaus in bepaalde voedingsproducten met Japanse oorsprong de in Japan geldende activiteitsniveaus voor levensmiddelen overschreden. Een dergelijke besmetting kan een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en de gezondheid van dieren in de Unie en er werden dus maatregelen vastgesteld waarbij speciale voorwaarden werden opgelegd in verband met de invoer van diervoeders en levensmiddelen van oorsprong uit of verzonden uit Japan, overeenkomstig het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid.

(4) Na het ongeval van de kerncentrale van Fukushima op 11 maart 2011 werd de Commissie ervan op de hoogte gesteld dat de radionuclideniveaus in bepaalde voedingsproducten met Japanse oorsprong de in Japan geldende drempelniveaus voor levensmiddelen overschreden. Een dergelijke besmetting kan een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en de gezondheid van dieren in de Unie en er werden dus maatregelen vastgesteld waarbij speciale voorwaarden werden opgelegd in verband met de invoer van diervoeders en levensmiddelen van oorsprong uit of verzonden uit Japan, overeenkomstig het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. Ook moeten er maatregelen worden vastgesteld om het risico van consumptie van voedingsproducten uit landen die worden getroffen door de radioactieve neerslag van een nucleair ongeval in een ander land te monitoren en te minimaliseren.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Er is behoefte aan een systeem dat de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie in staat stelt na een nucleair ongeval of een ander geval van stralingsgevaar dat waarschijnlijk zal leiden of heeft geleid tot een significante radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders, maximaal toegelaten niveaus van radioactieve besmetting vast te stellen met het oog op de bescherming van de bevolking.

(5) Er is behoefte aan een systeem dat de Unie in staat stelt na een nucleair ongeval of een ander geval van stralingsgevaar dat waarschijnlijk zal leiden of heeft geleid tot een significante radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders, maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting vast te stellen met het oog op een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid.

 

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Er moeten maximaal toegelaten niveaus van radioactieve besmetting gelden voor levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit de Unie of ingevoerd uit derde landen, naargelang van de locatie en de omstandigheden van het nucleair ongeval of het stralingsgevaar.

(6) Er moeten maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting gelden voor levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit de Unie of ingevoerd uit derde landen, naargelang van de locatie en de omstandigheden van het nucleair ongeval of het stralingsgevaar, rekening houdend met het effect van natuurlijke en cumulatieve straling naarmate deze verder doordringt in de voedselketen. Deze niveaus moeten periodiek worden herzien.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Om rekening te houden met de aanzienlijk variërende voedingspatronen van zuigelingen gedurende de eerste zes maanden van hun leven, alsmede met onzekerheden bij het metabolisme van zuigelingen gedurende die eerste zes levensmaanden, is het nuttig de toepassing van lagere maximaal toegelaten radioactiviteitsniveaus voor levensmiddelen voor zuigelingen te verlengen tot de hele duur van de eerste twaalf levensmaanden.

(8) Om rekening te houden met de aanzienlijk variërende voedingspatronen van zuigelingen gedurende de eerste zes maanden van hun leven, alsmede met onzekerheden bij het metabolisme van zuigelingen gedurende die eerste zes levensmaanden, is het nuttig de toepassing van lagere maximaal toelaatbare radioactiviteitsniveaus voor levensmiddelen voor zuigelingen te verlengen tot de hele duur van de eerste twaalf levensmaanden. Voor zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven moeten lagere maximaal toelaatbare niveaus voor levensmiddelen gelden.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Om de vaststelling van maximaal toegelaten niveaus te vergemakkelijken, met name rekening houdend met de wetenschappelijke kennis, moeten de procedures voor de vaststelling van maximaal toegelaten niveaus de raadpleging omvatten van de in artikel 31 van het Verdrag bedoelde groep van deskundigen.

(9) Om de vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus te vergemakkelijken, met name rekening houdend met de wetenschappelijke kennis en de technische vooruitgang op internationaal niveau, moet de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een nieuw voorstel indienen om de maximaal toelaatbare niveaus aan te passen.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) Teneinde de aanpassing van maximaal toelaatbare niveaus te vereenvoudigen, dienen procedures te worden vastgesteld voor het regelmatig raadplegen van deskundigen. De Commissie moet een groep deskundigen instellen aan de hand van wetenschappelijke en deontologische criteria. Zij moet de samenstelling van deze groep alsmede de belangenverklaringen van de leden ervan openbaar maken. Bij de aanpassing van de maximaal toelaatbare niveaus moet de Commissie ook deskundigen van internationale instanties op het gebied van stralingsbescherming raadplegen.

Motivering

Er is momenteel geen enkele transparante informatie beschikbaar over de samenstelling van de deskundigengroep die genoemd wordt in artikel 31 van het Euratom-Verdrag. De groep moet op duidelijke en transparante wijze worden samengesteld onder verantwoordelijkheid van de Europese Commissie, zoals dat ook gebeurt bij andere wetenschappelijke comités, met name op het gebied gezondheidsbescherming en consumentenbescherming.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter) De groep van deskundigen dient ook een schatting te maken van het cumulatieve effect van de radioactieve besmetting.

Motivering

Misschien worden de doses in geen enkel levensmiddel bereikt, maar als een persoon verschillende levensmiddelen met een radioactieve besmetting die licht onder deze grenswaarden liggen consumeert, zou hij of zij een aanzienlijk stralingsniveau kunnen opbouwen.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter) De maximaal toelaatbare niveaus moeten openbaar zijn en regelmatig worden herzien om ter dege rekening te houden met de jongste wetenschappelijke vooruitgang en gegevens die internationaal beschikbaar zijn, om de noodzaak in aanmerking te nemen de bevolking gerust te stellen en van een hoog beschermingsniveau te verzekeren, en om verschillen in de internationale regelgeving te voorkomen.

Motivering

Les niveaux maximaux admissibles sont des limites dérivées de la limite de dose qui sert de référence. La limite de dose (en mSv) indique le niveau de risque jugé acceptable. La US FDA a choisi 5 mSv pour la limite de dose efficace (corps entier) et 50 mSv pour la limite de dose à l’organe, le niveau de risque acceptable est un mort par cancer pour 4400 personnes consommant 30% d’aliments contaminés aux niveaux maximaux qu’elle a choisis. C’est un niveau de risque élevé. Pour la totalité de la population européenne, cela représenterait près de 114 000 décès imputables à la consommation des aliments « légalement » contaminés, sans compter les cancers non mortels, maladies génétiques et autres problèmes.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Om ervoor te zorgen dat levensmiddelen en diervoeders die hogere dan de maximaal toegelaten niveaus bevatten, niet in de EU in de handel worden gebracht, moet de naleving van deze niveaus passend worden gecontroleerd.

(10) Om ervoor te zorgen dat levensmiddelen en diervoeders die hogere dan de maximaal toelaatbare niveaus bevatten, niet in de Unie in de handel worden gebracht, moet de naleving van deze niveaus door de lidstaten en de Commissie grondig worden gecontroleerd; bij niet-naleving moeten sancties worden opgelegd en moet het publiek daarover worden geïnformeerd.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) De normen voor het controleren van de naleving van de voorschriften die gericht zijn op het voorkomen, wegnemen of tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen van de besmettingsrisico's voor mens en dier zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 20041a.

 

____________________

 

1a PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1.

Motivering

In Verordening (EG) nr. 882/2004 worden officiële controles vastgesteld op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) De onderzoeksprocedure moet worden gebruikt voor de vaststelling van wetshandelingen die vooraf vastgestelde maximaal toegelaten niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders toepasselijk maken.

(12) De onderzoeksprocedure moet worden gebruikt voor de vaststelling van wetshandelingen die vooraf vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders toepasselijk maken. Het is echter bij ieder nucleair ongeval of bij ieder ander stralingsgevaar noodzakelijk rekening te houden met de bijzondere omstandigheden van ieder ongeval, en daarom moet een procedure worden vastgesteld voor de snelle neerwaartse aanpassing van deze van tevoren vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus en zonodig voor de vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus voor overige radio-isotopen (met name tritium) die bij het ongeval zijn vrijgekomen, om een zo hoog mogelijk niveau van bescherming van de bevolking te garanderen. De maatregelen en de maximumniveaus moeten onverwijld aan de bevolking worden meegedeeld.

Motivering

Les accidents nucléaires ou les urgences radiologiques pouvant être de nature différente et concerner des radionucléides différents, il faut prévoir un mécanisme de révision rapide. La flexibilité pour répondre aux cas spécifiques de chaque accident est aussi l’approche prévue par la US FDA qui recommande l’évaluation immédiate après un accident pour s’assurer que les niveaux en place soient appropriés à la situation. Les normes préétablies ne doivent pas être définies par rapport à une configuration optimiste mais par rapport à une configuration pénalisante. De cette façon, on part d’un niveau de protection a priori adéquat et on peut assouplir le dispositif une fois connu l’intensité, la composition et l’étendue des retombées radioactives.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis) De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders opgericht bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 20021a. De lidstaten moeten erop toezien dat hun vertegenwoordigers in dit comité een gedegen kennis hebben van stralingsbescherming.

 

____________________

 

1a PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

Motivering

Overeenkomstig de nieuwe comitologie moet de Europese Commissie door bovengenoemd comité worden bijgestaan bij de toepassing van de uitvoeringshandelingen.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen wanneer, in naar behoren gerechtvaardigde gevallen in verband met bepaalde gevallen van stralingsgevaar die waarschijnlijk zullen leiden tot of hebben geleid tot significante radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders, dwingende redenen van urgentie dergelijke handelingen noodzakelijk maken.

(13) De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen wanneer, in naar behoren gerechtvaardigde gevallen in verband met bepaalde gevallen van stralingsgevaar die waarschijnlijk zullen leiden tot of hebben geleid tot significante radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders, dwingende redenen van urgentie dergelijke handelingen noodzakelijk maken. De maatregelen en de maximumniveaus moeten onverwijld aan de bevolking worden meegedeeld.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) Bij de vaststelling van de maximaal toelaatbare niveaus van de huidige verordening moet worden uitgegaan van de beschermingseisen van de meest kritieke en kwetsbare leden van de bevolking, met name kinderen en mensen die geografisch geïsoleerd of zelfvoorzienend zijn. De maximaal toelaatbare niveaus moeten dezelfde zijn voor de gehele bevolking en moeten gebaseerd zijn op de laagste niveaus.

Motivering

Deze benadering wordt ook gevolgd door de US FDA die in 1998 na bestudering van de afgeleide niveaus voor verschillende leeftijdsgroepen de aanbeveling deed om het meest ongunstige niveau per leeftijdsgroep en per radio-isotoop aan te houden, en zo een hoog niveau van bescherming van de gehele bevolking te waarborgen op basis van de bescherming van de meest kwetsbare groep en de toepassing in de praktijk van deze aanbeveling gemakkelijker te maken (zelfde voedingspatroon voor het gehele gezin).

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) Wanneer levensmiddelen of diervoeder, afkomstig uit de Unie of geïmporteerd uit derde landen, een ernstig risico vormen voor de gezondheid van mens, dier of milieu, stelt de Europese Commissie door middel van uitvoeringshandelingen aanvullende maatregelen vast in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 178/2002 om een hoog beschermingsniveau van de gezondheid van mens en dier te waarborgen. Indien mogelijk worden de maximaal toelaatbare niveaus en de aanvullende noodmaatregelen geïntegreerd in één uitvoeringsverordening.

Motivering

In bovengenoemde verordening worden waar nodig handelsbeperkende maatregelen vastgesteld om de voedselveiligheid te waarborgen. Het is wenselijk deze aanvullende maatregelen in onderhavige wetgevingstekst te noemen.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter) De Europese Commissie dient bij het opstellen en herzien van uitvoeringshandelingen voornamelijk met de volgende omstandigheden rekening te houden: de plaats, de aard en het bereik van het nucleaire ongeval of ander stralingsgevaar; de aard en het bereik van de lozing van radioactieve stoffen in de lucht, het water en de grond, en in levensmiddelen en diervoeders, zowel binnen als buiten de Unie; de geconstateerde of potentiële risico's op radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders en de daaruit voortkomende stralingsdoses; de soort en hoeveelheid besmette levensmiddelen en diervoeders die op de markt van de Unie terecht kunnen komen, en de maximaal toelaatbare niveaus voor besmette levensmiddelen en diervoeders in derde landen;

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter) Het is bij een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar waarbij de maximaal toelaatbare niveaus worden toegepast, noodzakelijk de bevolking op de hoogte te stellen van de geldende niveaus, zowel op het niveau van de Commissie als op dat van iedere lidstaat. Bovendien moet aan de bevolking worden meegedeeld welke levensmiddelen en diervoeders een hogere concentratie radioactiviteit kunnen bevatten.

Motivering

De voorlichtingsplicht komt in de verordening niet aan bod en is een essentiële voorwaarde voor de tenuitvoerlegging van deze verordening.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 quater) Op het aanhouden van de maximaal toelaatbare niveaus moeten de nodige controles worden uitgevoerd en er moeten de nodige sancties worden getroffen bij de opzettelijke uitvoer, invoer of verkoop van levensmiddelen die een besmettingsniveau hebben dat hoger ligt dan de maximaal toelaatbare niveaus.

Motivering

Om duidelijke ethische redenen is het uitvoeren van levensmiddelen die de Europese maximaal toelaatbare niveaus overschrijden, niet aanvaardbaar. Bovendien heeft de Unie de plicht haar burgers en ambtenaren te beschermen, waar ze zich ook bevinden, of ze nu binnen of buiten de Unie wonen of reizen.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 - punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) "levensmiddel": alle stoffen en producten, verwerkt, gedeeltelijk verwerkt of onverwerkt, die bestemd zijn om door de mens te worden geconsumeerd of waarvan kan worden verwacht dat zij door de mens worden geconsumeerd, inclusief drank, kauwgom alsmede iedere stof, daaronder begrepen water, die opzettelijk tijdens de vervaardiging, de bereiding of de behandeling aan het levensmiddel is toegevoegd. Onder "levensmiddel" wordt niet verstaan:

(1) "levensmiddel": alle stoffen en producten die voldoen aan de definitie die is vastgelegd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad.

(a) diervoeders;

 

(b) levende dieren, tenzij bereid om in de handel te worden gebracht voor menselijke consumptie;

 

(c) planten vóór de oogst;

 

(d) geneesmiddelen in de zin van artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad20;

 

 

(e) cosmetische producten in de zin van artikel 2, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad21;

 

(f) tabak en tabaksproducten in de zin van Richtlijn 2001/37/EG van het Europees Parlement en de Raad22;

 

(g) verdovende middelen en psychotrope stoffen in de zin van het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties inzake verdovende middelen van 1961 en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake psychotrope stoffen van 1971;

 

(h) residuen en contaminanten.

 

____________________

 

20 Richtlijn 2001/83/EG van de het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67).

 

21 Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59).

 

22 Richtlijn 2001/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2001 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten (PB L 194 van 18.7.2001, blz. 26).

 

Motivering

De tekst moet een verwijzing bevatten naar Verordening (EG) nr. 178/2002 om voortaan eventuele inconsistenties met de in het Commissievoorstel opgenomen definitie te vermijden.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 - punt 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) "diervoeders": alle stoffen en producten, inclusief additieven, verwerkt, gedeeltelijk verwerkt of onverwerkt, die bestemd zijn om te worden gebruikt voor orale vervoedering aan dieren;

(3) "diervoeders": alle stoffen en producten als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad;

Motivering

De tekst moet een verwijzing bevatten naar Verordening (EG) nr. 178/2002 om voortaan eventuele inconsistenties met de in het Commissievoorstel opgenomen definitie te vermijden.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 - punt 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) "in de handel brengen": het voorhanden hebben van levensmiddelen of diervoeders met het oog op de verkoop, met inbegrip van het ten verkoop aanbieden, of enige andere vorm van al dan niet gratis overdracht, alsmede de eigenlijke verkoop, distributie en andere vormen van overdracht zelf.

(4) "in de handel brengen": alle activiteiten als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad;

Motivering

De tekst moet een verwijzing bevatten naar Verordening (EG) nr. 178/2002 om voortaan eventuele inconsistenties met de in het Commissievoorstel opgenomen definitie te vermijden.

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis) "materialen die in contact staan met levensmiddelen/diervoeders": verpakkingen en andere materialen die bestemd zijn om in contact te komen met levensmiddelen;

Motivering

De mogelijke besmetting van verpakkingen moet in aanmerking worden genomen; als het levensmiddel niet uit een besmet gebied komt, maar de verpakking wel is geproduceerd in een besmet gebied, zou het uiteindelijk levensmiddel straling kunnen bevatten. Niet alleen de herkomst van het levensmiddel, maar dus ook de herkomst van de verpakking moet in aanmerking worden genomen bij het nemen van besluiten over de levensmiddelen die moeten worden gecontroleerd.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter)"radiologische noodsituatie": een ongebruikelijke gebeurtenis waarbij een stralingsbron is betrokken en die onmiddellijk ingrijpen vereist om ernstige bedreigingen voor de gezondheid of de veiligheid of negatieve gevolgen voor de kwaliteit van het leven, eigendommen of het milieu te beperken, of die een gevaar vormt dat tot dergelijke negatieve gevolgen kan leiden.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 2 bis

 

Het is niet toegestaan om levensmiddelen met hogere concentraties dan de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders te vermengen met levensmiddelen die niet of slechts in beperkte mate zijn besmet om zo producten te verkrijgen die aan de regels voldoen.

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Voorstel voor een verordening

Amendement

1. Wanneer de Commissie, met name in het kader van het systeem van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor snelle uitwisseling van informatie in het geval van stralingsgevaar dan wel krachtens het IAEA-Verdrag van 26 september 1986 inzake vroegtijdige kennisgeving van een nucleair ongeval, officiële informatie heeft ontvangen over ongevallen of ander stralingsgevaar waaruit blijkt dat de maximaal toelaatbare niveaus voor levensmiddelen, minder belangrijke levensmiddelen of diervoeders zullen worden bereikt of zijn bereikt, stelt zij, wanneer de omstandigheden dit nodig maken, een uitvoeringsverordening vast waarbij deze maximaal toelaatbare niveaus worden toegepast. Deze uitvoeringshandeling wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 5, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

1. Wanneer de Commissie, met name in het kader van het systeem van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor snelle uitwisseling van informatie in het geval van stralingsgevaar dan wel krachtens het IAEA-Verdrag van 26 september 1986 inzake vroegtijdige kennisgeving van een nucleair ongeval, officiële informatie heeft ontvangen over ongevallen of ander stralingsgevaar dat tot een besmetting van levensmiddelen en diervoeders leidt, stelt zij zo spoedig mogelijk een uitvoeringsverordening vast met maximaal toelaatbare niveaus van radioactiviteit die niet hoger mogen zijn dan de in de bijlagen van deze verordening vervatte niveaus. Deze uitvoeringshandeling wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 5, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De maximaal toelaatbare niveaus zijn openbaar en worden regelmatig herzien om rekening te houden met de jongste wetenschappelijke vooruitgang en gegevens die momenteel internationaal beschikbaar zijn, om de noodzaak in aanmerking te nemen de bevolking gerust te stellen en van een hoog beschermingsniveau te verzekeren, en om verschillen met de internationale regelgeving die de beste bescherming biedt, te voorkomen.

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Om goed gerechtvaardigde dwingende redenen van urgentie in verband met de omstandigheden van het nucleair ongeval of het stralingsgevaar, stelt de Commissie een onmiddellijk toepasselijke uitvoeringsverordening vast overeenkomstig de in artikel 5, lid 3, bedoelde procedure.

2. Om dwingende redenen van urgentie in verband met de omstandigheden van het nucleair ongeval of het stralingsgevaar, stelt de Commissie een onmiddellijk toepasselijke uitvoeringsverordening vast overeenkomstig de in artikel 5, lid 3, bedoelde procedure.

Motivering

De uitvoeringshandeling zal gericht zijn op de toepassing van de in deze verordening vastgestelde niveaus of, als de omstandigheden dit vereisen, van waarden die lager zijn dan deze niveaus. In artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 182/2011 voorziet de Commissie in een onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandeling, bij wijze van spoedprocedure voor wanneer met grote snelheid moet worden gehandeld.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Voorstel voor een verordening

Amendement

3. Bij de opstelling van de in de leden 1 en 2 bedoelde ontwerpuitvoeringshandeling en de bespreking daarvan met het in artikel 5 bedoelde comité houdt de Commissie rekening met de basisnormen als vastgesteld krachtens de artikelen 30 en 31 van het Verdrag, met inbegrip van het beginsel dat elke blootstelling zo beperkt moet worden gehouden als redelijkerwijs mogelijk is, met inachtneming van de bescherming van de volksgezondheid en van sociale en economische factoren.

3. Bij de opstelling van de in de leden 1 en 2 bedoelde ontwerpuitvoeringshandeling en de bespreking daarvan met het in artikel 5 bedoelde comité houdt de Commissie rekening met de basisnormen als vastgesteld krachtens Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad, met inbegrip van het beginsel dat elke blootstelling zo beperkt moet worden gehouden als redelijkerwijs mogelijk is, waarbij, bij wijze van prioriteit, rekening wordt gehouden met de bescherming van de volksgezondheid en met sociale en economische factoren, voornamelijk ten aanzien van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. De Commissie zal bij de voorbereiding van deze handeling worden bijgestaan door een onafhankelijke groep van deskundigen op het gebied van de volksgezondheid, die worden geselecteerd op grond van hun kennis en expertise op het gebied van stralingsbescherming en voedselveiligheid. De Commissie maakt de samenstelling van het comité van deskundigen openbaar, evenals de belangenverklaringen van de comitéleden.

 

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)

Voorstel voor een verordening

Amendement

 

3 bis. De in de leden 1 en 2 omschreven uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de aard en het bereik van de straling en kunnen zo vaak worden herzien als gezien het verloop van de besmetting noodzakelijk is. De Commissie verbindt zich ertoe de eerste herziening uiterlijk binnen een maand na het nucleair ongeval of het stralingsgevaar uit te voeren met het oog op de aanpassing, indien noodzakelijk, van de maximaal toelaatbare niveaus van radioactiviteit en van de lijst van radio-isotopen.

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Zodra de Commissie een uitvoeringsverordening vaststelt die maximaal toegelaten niveaus toepasselijk maakt, worden levensmiddelen of diervoeders die niet in overeenstemming zijn met die maximaal toegelaten niveaus, niet langer in de handel gebracht.

1. Zodra de Commissie een uitvoeringsverordening vaststelt die maximaal toelaatbare niveaus toepasselijk maakt, worden levensmiddelen, minder belangrijke levensmiddelen of diervoeders die niet in overeenstemming zijn met die maximaal toelaatbare niveaus, niet langer in de handel gebracht.

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie stelt een regeling inzake nucleaire aansprakelijkheid in om tegemoet te komen aan de zorgen van alle lidstaten die de gevolgen van een nucleair ongeval zouden kunnen ondervinden; dit systeem voorziet in een passende compensatie in geval van nucleaire ongevallen.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van deze verordening worden uit derde landen ingevoerde levensmiddelen of diervoeders beschouwd als in de handel gebracht indien zij op het douanegebied van de Unie onderworpen worden aan een andere douaneprocedure dan een doorvoerprocedure.

Voor de toepassing van deze verordening worden uit derde landen ingevoerde levensmiddelen, minder belangrijke levensmiddelen of diervoeders beschouwd als in de handel gebracht indien zij op het douanegebied van de Unie onderworpen worden aan een andere douaneprocedure dan een doorvoerprocedure.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten houden toezicht op de inachtneming van de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting op hun grondgebied. Daartoe onderhouden de lidstaten een systeem van officiële controles op levensmiddelen en diervoeders en andere op de situatie afgestemde activiteiten, met inbegrip van de communicatie met het publiek over de veiligheid en de risico's van levensmiddelen en diervoeders, overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 178/2002.

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 en 2 bis (nieuw)

Voorstel voor een verordening

Amendement

2. Elke lidstaat verstrekt de Commissie alle gegevens over de toepassing van deze verordening, in het bijzonder over gevallen van overschrijding van de maximaal toelaatbare niveaus. De Commissie doet deze gegevens toekomen aan de andere lidstaten.

2. Elke lidstaat verstrekt de Commissie alle gegevens over de toepassing van deze verordening, in het bijzonder over:

 

a) de periodieke planning van de controles van de maximaal toelaatbare niveaus op nationaal grondgebied;

 

b) gevallen van overschrijding van de maximaal toelaatbare niveaus;

 

c) de vaststelling van de nationale bevoegde diensten die belast zijn met de controles.

 

De Commissie doet deze gegevens zo spoedig mogelijk toekomen aan de andere lidstaten.

 

In gevallen van overschrijding van de maximaal toelaatbare niveaus, wordt daarvan melding gemaakt via het systeem voor snelle waarschuwing uit hoofde van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad.

 

2 bis. De lidstaten verstrekken het publiek informatie, voornamelijk via een online dienst, over de maximaal toelaatbare niveaus, noodsituaties en gevallen van overschrijding van de maximaal toelaatbare niveaus. Het publiek wordt eveneens geïnformeerd over levensmiddelen die een hogere concentratie radioactiviteit kunnen bevatten, en met name over de aard van het product, het merk, de herkomst en de datum van analyse.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Elke lidstaat verstrekt de Commissie alle gegevens over de toepassing van deze verordening, in het bijzonder over gevallen van overschrijding van de maximaal toelaatbare niveaus. De Commissie doet deze gegevens toekomen aan de andere lidstaten.

2. Elke lidstaat verstrekt de Commissie alle gegevens over de toepassing van deze verordening, in het bijzonder over gevallen van overschrijding van de maximaal toelaatbare niveaus. De Commissie doet deze gegevens toekomen aan de andere lidstaten. De Commissie legt sancties op aan lidstaten die zelf geen sancties opleggen wanneer levensmiddelen of diervoeders waarvan de besmetting de maximaal toelaatbare niveaus overschrijdt, in de handel worden gebracht of uitgevoerd.

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In de bijlagen wordt rekening gehouden met het effect van het gedeeltelijke verval van radioactieve isotopen gedurende de periode waarin de geconserveerde levensmiddelen worden opgeslagen. De radioactiviteit van geconserveerde levensmiddelen afhankelijk van het soort besmetting, bijv. besmetting met jodiumisotopen, wordt voortdurend bewaakt.

Amendement  47

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie brengt uiterlijk op 31 maart 2017 verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de wenselijkheid van een mechanisme dat ertoe dient om schadevergoeding te betalen aan landbouwers wier levensmiddelen boven de vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting zijn besmet en hierdoor niet in de handel kunnen worden gebracht. Een dergelijk mechanisme moet gebaseerd zijn op het beginsel "de vervuiler betaalt". Het verslag gaat zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel ter instelling van zulk mechanisme.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

 

1. De Commissie brengt uiterlijk op 31 maart 2017 verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de geschiktheid van de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting die in de bijlagen zijn vastgesteld.

 

2. In dat verslag wordt nagegaan of de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting waarborgen dat de daadwerkelijke dosis voor personen niet hoger is dan 1 mSv/jaar en dat de dosis in de schildklier aanzienlijk lager is dan de referentiewaarde van 10 mGy die door de WHO wordt aangeraden voor de toediening van stabiel jodium aan kritieke groepen.

 

3. In het verslag wordt de mogelijkheid in aanmerking genomen om de indeling van de radio-isotopen te herzien en om tritium en koolstof-14 in de bijlagen op te nemen. Bij de beoordeling van deze maximaal toelaatbare niveaus richt het verslag zich op de bescherming van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, met name kinderen, en onderzoekt of het niet geschikt is om op die basis maximaal toelaatbare niveaus voor alle bevolkingscategorieën vast te stellen.

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, opgericht bij artikel 58, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad23. Dat comité wordt beschouwd als een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

1. De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, opgericht bij artikel 58, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad23. Dat comité wordt beschouwd als een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

____________________

____________________

23 Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

23 Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

Motivering

Het comité in kwestie is van naam veranderd.

Amendement  50

Voorstel voor een verordening

Artikel 6

Voorstel voor een verordening

Amendement

Om te waarborgen dat bij de in de bijlagen I, II en III neergelegde maximaal toegelaten niveaus rekening is gehouden met alle nieuwe of aanvullende gegevens die beschikbaar komen, met name op basis van de wetenschappelijke kennis, worden aanpassingen van die bijlagen voorgesteld door de Commissie na raadpleging van de in artikel 31 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie bedoelde groep van deskundigen.

Om te waarborgen dat bij de in de bijlagen I, II en III van deze verordening neergelegde maximaal toelaatbare niveaus rekening is gehouden met alle nieuwe of aanvullende gegevens die beschikbaar komen, met name op basis van de nieuwste wetenschappelijke kennis, dient de Commissie een verslag in bij de Raad en het Parlement, in voorkomend geval vergezeld van een voorstel tot aanpassing van die bijlagen en, indien noodzakelijk, tot herziening van de lijst van radio-isotopen, na raadpleging van de in artikel 3, lid 3, bedoelde groep van deskundigen.

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Verslagen

 

Bij een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar dat leidt tot de besmetting van levensmiddelen en diervoeders dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad met de overeenkomstig deze verordening aangenomen maatregelen en de in artikel 4, lid 2, bedoelde gegevens.


TOELICHTING

Om het hoofd te kunnen bieden aan situaties zoals die na de rampen in Tsjernobyl en Fukushima heeft de Europese Unie behoefte aan actuele rechtsmiddelen die voorzien in flexibele en op iedere situatie toegesneden besluitvormingsprocedures.

In april 2010 heeft de Commissie een herschikkingsvoorstel ingediend voor Verordening (Euratom) nr. 3954/87, waarin de maximaal toelaatbare niveaus van besmetting van levensmiddelen en diervoeders worden vastgesteld ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar, voor Verordening (Euratom) nr. 944/89 van de Commissie, waarin de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van minder belangrijke levensmiddelen worden vastgesteld na een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar, en van Verordening (Euratom) nr. 770/90 van de Commissie, dat de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van diervoeders omvat ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar.

Op basis van de rechtsgrond van dit voorstel moest enkel het Europees Parlement worden geraadpleegd. In februari 2011 en in overeenstemming met het advies van de Commissie juridische zaken heeft het Parlement tijdens de plenaire vergadering gestemd over een wetgevingsresolutie over de vervanging van de rechtsgrond van de artikelen 31 en 32 van het Euratomverdrag door artikel 168, lid 4, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wat inhield dat de gewone wetgevingsprocedure zou worden toegepast.

Tijdens de behandeling van dit voorstel bleek echter dat de bepalingen van Verordening (Euratom) nr. 3954/87 niet verenigbaar waren met de nieuwe comitologieregels die na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon werden ingevoerd. Daarom besloot de Commissie dit voorstel in te trekken en een nieuw voorstel in te dienen.

Het nieuwe voorstel dat het onderwerp vormt van dit verslag omvat enkele nieuwe punten die een duidelijker verband leggen met de Europese normen inzake voedselveiligheid. In haar toelichting erkent de Commissie dat de in de context van het ongeval van Tsjernobyl vastgestelde maatregelen, gezien de ontwikkeling van het primaire recht van de Unie op het gebied van voedselveiligheid en met het oog op de coherentie van alle wetgevingsmaatregelen op het gebied van de voorwaarden voor de invoer van landbouwproducten en diervoeders uit derde landen waar zich een nucleair ongeval of stralingsgevaar heeft voorgedaan, "op één lijn moeten worden gebracht met het stelsel van uitvoeringsbevoegdheden en -procedures als vastgelegd in de onderhavige verordening. Dit kan in voorkomend geval ook een wijziging van de rechtsgrond inhouden". Deze opmerking kan worden opgevat als een eerste stap in de richting van een wijziging van de tot nu toe door de Commissie gevolgde rechtsgrond.

In de bijlagen van het voorstel worden de maximaal toelaatbare niveaus vastgelegd in geval van een nucleair ongeval of stralingsgevaar. Deze niveaus zijn in 2012 bevestigd door de in het kader van artikel 31 van het Euratomverdrag opgerichte groep van deskundigen, en eveneens opgenomen in de Publicatie Stralingsbescherming nr. 105 van de Europese Commissie.

In geval van een nucleair ongeval of stralingsgevaar stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast voor de toepassing van de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve residuen in levensmiddelen. De Commissie beschikt over een vrij grote mate van flexibiliteit wat betreft het aanpassen van de in de bijlagen vastgestelde niveaus indien dit gezien de omstandigheden noodzakelijk is.

De Commissie wordt overeenkomstig de nieuwe comitologie voor het eerst bijgestaan door de afdeling "Toxicologische Veiligheid van de voedselketen" van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, die zich bezighoudt met de radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders, als bedoeld in artikel 58, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden.

De mening van de rapporteur

De rapporteur stelt voor de rechtsgrond van de verordening te wijzigen, in overeenstemming met het in 2010 door het Parlement aangenomen advies, en het Europees Parlement medebeslissingsbevoegdheid te verlenen. Voedselveiligheid is de einddoelstelling van het voorstel van de Commissie, en de verordening moet een afspiegeling vormen van de ontwikkeling die het communautaire recht heeft doorgemaakt sinds de aanneming van het Verdrag van Maastricht (1992). Dit verdrag omvat een artikel over volksgezondheid (artikel 168) dat in aanmerking moet worden genomen bij de herziening van de eerder aangenomen regelgeving. Met deze situatie moet terdege rekening worden gehouden bij het besluit over de beslissingsbevoegdheid van het Europees Parlement. De rapporteur stelt de artikelen 168, lid 4, onder b), en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor als rechtsgrond, op basis waarvan het Parlement medebeslissingsbevoegdheid zou krijgen op het gebied van diervoeders en levensmiddelen.

De schrijfster van het ontwerpverslag is van oordeel dat het toepassen van uitvoeringshandelingen in kritieke situaties als gevolg van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar de meest geschikte manier is om snel te kunnen optreden. De Commissie overweegt in feite een specifieke spoedprocedure waarbij een uitvoeringshandeling niet getoetst wordt aangenomen indien onmiddellijk optreden geboden is om de veiligheid van de consumenten te kunnen waarborgen. Het Parlement behoudt echter zijn medebeslissingsbevoegdheid voor het aanpassen van de in de bijlagen van de verordening vastgestelde niveaus indien zij in het licht van nieuwe wetenschappelijke kennis zouden moeten worden herzien. Bovendien is de Commissie op basis van het ontwerpverslag verplicht een verslag over de aangenomen maatregelen in te dienen bij het Parlement en de Raad wanneer zich een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar voordoet.

Het ontwerpverslag biedt de mogelijkheid de in het geval van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar aangenomen uitvoeringshandelingen zo vaak als nodig te herzien om rekening te houden met het verloop van de besmetting.

In de overwegingen van het ontwerpverslag wordt verduidelijkt welke parameters zijn gebruikt voor de berekening van de in de bijlagen van de verordening vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus.

De door de Commissie voorgestelde tekst moet nog worden aangevuld met de procedures uit Verordening (EG) nr. 178/2002, die de algemene beginselen van de levensmiddelenwetgeving omvat en onder meer voorziet in een systeem voor snelle waarschuwing dat een soepele uitwisseling van gegevens mogelijk maakt. Voorts moeten correcte verwijzingen naar wetgeving worden opgenomen ten aanzien van de definities "levensmiddelen", "diervoeders" en "op de markt brengen", die in bovenstaande verordening zijn vervat. Door deze verwijzingen op te nemen, wordt iedere eventuele wijziging van deze definities automatisch toegepast. Indien dit niet het geval zou zijn, zouden er inconsistenties kunnen ontstaan tussen Verordening (EG) nr. 178/2002 en de onderhavige wetgevingstekst.


ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGROND

De heer Giovanni La Via

Voorzitter

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

BRUSSEL

Betreft:            Advies inzake de rechtsgrond van het voorstel voor een Verordening van de Raad (Euratom) tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar (COM(2013)09432013/0451(NLE))

Geachte heer La Via,

Bij schrijven van 5 februari 2015 hebt u, overeenkomstig artikel 39, lid 2, van het Reglement, de Commissie juridische zaken verzocht de juistheid van de rechtsgrond van bovengenoemd Commissievoorstel na te gaan.

De door de Commissie voorgestelde rechtsgrondslag bestaat uit de artikelen 31 en 32 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (het Euratom-Verdrag).

Er zijn amendementen ingediend in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, strekkende tot vervanging van de rechtsgrondslag van de artikelen 31 en 32 van het Euratomverdrag door de artikelen 168, lid 4, onder b), en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

De commissie behandelde dit punt op haar vergadering van 24 maart 2015.

I - Achtergrond

De voorgestelde verordening van de Raad dient ter vervanging van Verordening (Euratom) nr. 3954/87 van de Raad, Verordening (Euratom) nr. 944/89 van de Commissie en van Verordening (Euratom) nr. 770/90 van de Commissie, alle strekkende tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders.

Het voorstel behelst een wijziging van een eerder voorstel van 2010 tot herschikking van die verordeningen, waarvan de bepalingen evenwel niet aansloten op artikel 291 VWEU omtrent toedeling van uitvoerende bevoegdheden, en met de verordening inzake uitvoeringshandelingen van 2011(1). In 2011 nam het Parlement een wetgevingsresolutie aan over het herschikkingsvoorstel van 2010, strekkende tot vervanging van de rechtsgrondslag van de artikelen 31 en 32 van het Euratomverdrag door artikel 168, lid 4, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.(2).

Het gewijzigde voorstel behield evenwel niet de rechtsgrondslag van de artikelen 31 en 32 Euratomverdrag.

Een van de amendementen in het ontwerpverslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid over het voorstel strekt tot wijziging van de rechtsgrondslag in de artikelen 168, lid 4, onder b), en 114 VWEU, met de volgende motivering:

In de verordening moet rekening worden gehouden met de ontwikkeling van de Verdragen van de Europese Unie, en met name met de opname van artikel 168 betreffende de volksgezondheid in het Verdrag van Maastricht (1992), nadat de nog van kracht zijnde Euratomverordeningen werden aangenomen. Artikel 168, lid 4, onder b), omvat de harmonisatiemaatregelen op het gebied van diervoeders, terwijl in artikel 114 betreffende de interne markt de harmonisatie van de maximumwaarden voor residuen in levensmiddelen wordt gewaarborgd.

De volgende amendementen die op het ontwerpverslag zijn ingediend, strekken eveneens tot wijziging van de rechtsgrondslag, met als motivering:

[AM 24] Om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de Europese burgers te garanderen in geval van radioactieve besmetting, en omwille van de democratische legitimiteit van deze verordening, moet de rechtsgrondslag worden gewijzigd in artikel 168, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie teneinde het Europees Parlement een rol te geven in de besluitvorming over een verordening die gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid.

[AM 28] Om een hoog beschermingsniveau van de gezondheid van de Europese burgers te garanderen ingeval van radioactieve besmetting en omwille van de democratische legitimiteit van deze verordening, moet de rechtsgrondslag worden gewijzigd overeenkomstig het nieuwe Verdrag van Lissabon ten einde het Europees Parlement een rol te geven in de besluitvorming over een verordening die gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de bevolking. Voorgesteld worden o.a. volksgezondheid (artikel 168) of consumentenbescherming (artikel 169, lid 1).

II – Relevante verdragsbepalingen

De volgende artikelen van het Euratom-Verdrag, vallend onder hoofdstuk 3 "bescherming van de gezondheid", worden voorgesteld als rechtsgrondslag voor de richtlijn (onderstreping toegevoegd):

Artikel 31

De basisnormen worden voorbereid door de Commissie, na advies van een groep personen, aangewezen door het Wetenschappelijk en Technisch Comité uit wetenschappelijke deskundigen van de lidstaten, met name uit de deskundigen op het gebied van de volksgezondheid. De Commissie vraagt over de aldus voorbereide basisnormen het advies van het Economisch en Sociaal Comité.

Na raadpleging van het Europees Parlement stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de basisnormen vast op voorstel van de Commissie, die hem de adviezen doorgeeft welke zij bij de comités heeft ingewonnen.

Artikel 32

Op verzoek van de Commissie of van een lidstaat kunnen de basisnormen worden herzien of aangevuld volgens de in artikel 31 bepaalde procedure.

De Commissie moet ieder door een lidstaat ingediend verzoek in behandeling nemen.

Het begrip "basisnormen" wordt gedefinieerd in artikel 30 van het Euratom-Verdrag (onderstreping toegevoegd):

Artikel 30

Voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werknemers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren worden binnen de Gemeenschap basisnormen vastgesteld.

Onder basisnormen wordt verstaan:

(a) de met voldoende veiligheid maximaal toelaatbare doses,

(b) de maximaal toelaatbare bestraling en besmetting,

(c) de grondbeginselen van het medisch toezicht op de werknemers.

De volgende artikelen van het VWEU worden door de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid als rechtsgrondslag voorgesteld (onderstreping toegevoegd).

Artikel 168

(oud artikel 152 VEG)

[...]

4. In afwijking van artikel 2, lid 5, en artikel 6, onder a), en overeenkomstig artikel 4, lid 2, onder k), dragen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure, na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel, om gemeenschappelijke veiligheidskwesties het hoofd te bieden, door:

(a) [...]

(b) maatregelen op veterinair en fytosanitair gebied aan te nemen die rechtstreeks gericht zijn op de bescherming van de volksgezondheid,

[...]

Artikel 114

(oud artikel 95 VEG)

1. Tenzij in de Verdragen anders is bepaald, zijn de volgende bepalingen van toepassing voor de verwezenlijking van de doeleinden van artikel 26. Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité de maatregelen vast inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking van de interne markt betreffen.

2. [...]

3. De Commissie zal bij haar in lid 1 bedoelde voorstellen op het gebied van de volksgezondheid, de veiligheid, de milieubescherming en de consumentenbescherming uitgaan van een hoog beschermingsniveau, daarbij in het bijzonder rekening houdend met alle nieuwe ontwikkelingen die op wetenschappelijke gegevens zijn gebaseerd. Ook het Europees Parlement en de Raad zullen binnen hun respectieve bevoegdheden deze doelstelling trachten te verwezenlijken.

[...]

8. Indien een lidstaat een specifiek probleem in verband met volksgezondheid aan de orde stelt op een gebied waarop eerder harmonisatiemaatregelen zijn genomen, brengt hij dit ter kennis van de Commissie die onverwijld onderzoekt of zij passende maatregelen aan de Raad moet voorstellen.

III - De voorgestelde rechtsgrondslagen

Artikel 31 Euratomverdrag biedt de rechtsgrondslag voor de vaststelling van basisnormen voor bescherming van de gezondheid van bevolking en werknemers tegen straling, terwijl artikel 32 Euratomverdrag de rechtsgrondslag biedt voor herziening of aanvulling van die normen. De Raad handelt met eenparigheid van stemmen na raadpleging van het Europees Parlement.

Artikel 168, lid 4, onder b, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie omvat de vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen op veterinair en fytosanitair gebied die rechtstreeks gericht zijn op de bescherming van de volksgezondheid. Die maatregelen moeten volgens de gewone wetgevingsprocedure worden genomen.

Artikel 114 VWEU vormt de rechtsgrondslag voor de instelling en de werking van de interne markt en het nader tot elkaar brengen van de bepalingen in dit verband; De daartoe benodigde maatregelen moeten volgens de gewone wetgevingsprocedure worden genomen.

IV - De rechtspraak en eerdere adviezen over de rechtsgrondslag

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie moet de keuze van de rechtsgrondslag van een EU-maatregel berusten op objectieve, voor rechterlijke toetsing vatbare gegevens, waartoe met name het doel en de inhoud van de maatregel behoren(3). De keuze van een onjuiste rechtsgrondslag kan dan ook aanleiding vormen tot de nietigverklaring van de desbetreffende handeling.

De juridische dienst van het Parlement heeft de commissie geattendeerd op een recente uitspraak van het Hof(4) over de juiste rechtsgrondslag voor een wetgevingshandeling(5) waarin dezelfde kwestie aan de orde was als bij het onderhavige voorstel. Het Hof overwoog in deze zaak onder meer (onderstreping toegevoegd):

35. Het Hof heeft echter reeds herhaaldelijk geoordeeld dat de bepalingen van hoofdstuk 3 van titel II van het EGA-Verdrag ruim moeten worden uitgelegd om de nuttige werking ervan te verzekeren [...]. Deze bepalingen, waarvan de artikelen 30 EA en 31 EA deel uitmaken, beogen dus een coherente en doeltreffende bescherming van de gezondheid van de bevolking tegen de gevaren van ioniserende straling te verzekeren, ongeacht de bron van deze straling en de categorieën personen die eraan zijn blootgesteld [...].

36. Indien er in de Verdragen een specifiekere bepaling bestaat die als rechtsgrondslag voor de betrokken handeling kan dienen, moet de handeling bovendien op die bepaling worden gebaseerd

37. Artikel 31 EA vormt een specifiekere rechtsgrondslag voor de bescherming van de volksgezondheid tegen radioactieve stoffen in voor menselijke consumptie bestemd water dan de algemene rechtsgrondslag die voortvloeit uit artikel 192, lid 1, VWEU. Het EGA-Verdrag bevat immers een reeks voorschriften die juist betrekking hebben op de bescherming van de bevolking en het milieu tegen ioniserende straling [...].

38. In ieder geval, zou de enkele vaststelling dat een handeling die betrekking heeft op radioactieve stoffen, strekt tot de bescherming van de gezondheid van personen in de zin van artikel 191, lid 1, VWEU, volstaan om artikel 192, lid 1, VWEU aan te merken als de passende rechtsgrondslag voor die handeling, dan zou artikel 31 EA niet meer kunnen dienen als rechtsgrondslag voor een gemeenschapshandeling, aangezien de basisnormen in de zin van artikel 30 EA van nature de bescherming van de gezondheid van personen tot doel hebben. Het betoog van het Parlement is dus niet enkel strijdig met de nuttige werking van artikel 31 EA, dat een specifiekere rechtsgrondslag vormt dan artikel 192, lid 1, VWEU, maar ook met het in artikel 106 bis, lid 3, EA, geformuleerde beginsel dat de bepalingen van het VWEU de bepalingen van het EGA-Verdrag onverlet laten.

Het Hof heeft dus ondubbelzinnig uitgemaakt dat de in de artikelen 31 en 32 Euratom geregelde procedure voorrang krijgt boven meer algemene bepalingen van het VWEU wanneer het gaat om maatregelen van de Unie voor de bescherming van de volksgezondheid tegen straling en radioactieve besmetting.

In haar advies van 17 september 2013 aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid over de rechtsgrondslag van het voorstel voor een wetgevingshandeling inzake veiligheidsnormen tegen de gevaren van ioniserende straling(6), kwam de Commissie juridische zaken tot de aanbeveling dat de artikelen 31 en 32 de juiste rechtsgrondslag vormen en niet artikel 192, lid 1, VWEU.

V. Doel en inhoud van de voorgestelde verordening

Het doel van het voorstel is de bestaande Euratom-wetgeving te consolideren en elementaire veiligheidsnormen vast te stellen voor de bescherming van de gezondheid van de bevolking, werknemers, patiënten en andere aan medische blootstelling onderworpen personen, tegen de gevaren van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar, met het oog op een uniforme toepassing van die normen door de lidstaten.

Het voorstel met bijlagen strekt tot vaststelling van de maximaal toegelaten niveaus voor radioactieve besmetting van levensmiddelen, de maximaal toegelaten niveaus voor minder belangrijke levensmiddelen, en de maximaal toegelaten niveaus voor diervoeders, die in de handel mogen worden gebracht na een nucleair ongeval of een ander geval van stralingsgevaar dat waarschijnlijk kan leiden of heeft geleid tot significante radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders, met de procedures om deze maximaal toegelaten niveaus toepasselijk te maken.

VI - Vaststelling van de juiste rechtsgrondslag

De handelingen waarvan de intrekking wordt voorgesteld, waren ook alle gebaseerd op artikel 31 Euratomverdrag, en in de voorgestelde verordening worden dezelfde maximaal toegelaten niveaus gehandhaafd die voor toekomstige ongevallen waren vastgesteld. Omdat de wetenschappelijke kennis over stralingsdoses en risico's van radioactieve besmetting zich steeds verder ontwikkelt, is het mogelijk dat de basisnormen in de toekomst moeten worden herzien of aangevuld. Daarom is artikel 32 van het Euratom-Verdrag ook opgenomen in de rechtsgrondslag voor het voorstel.

Voor de vraag of de keuze van de rechtsgrondslag de juiste is, zo leert de rechtspraak van het Hof, zijn doel en inhoud van het voorstel doorslaggevend.

Het overwegende doel van het voorstel is binnen het kader van Euratom elementaire veiligheidsnormen vast te stellen tegen de gevaren van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders na een nucleair ongeval of een ander geval van stralingsgevaar. In het voorstel worden daarom maximale stralingsniveaus genoemd voor levensmiddelen en diervoeders, en de procedures voor bijstelling van die niveaus.

Gelet daarom op de rechtspraak van het Hof en de door de commissie eerder gevolgde lijn, met name het aangehaalde arrest in zaak C-48/14 en het advies over de rechtsgrondslag van de richtlijn van 2013 betreffende ioniserende straling, moeten de artikelen 31 en 32 Euratomverdrag als rechtsgrondslag voor het voorstel dienen. Gebruik van een van de gesuggereerde alternatieve rechtsgrondslagen uit het VWEU met een meer algemene strekking waar het gaat om volksgezondheid, milieu of consumentenbescherming, zoals de artikelen 168(4)(b) en 114 VWEU, zou hoogstwaarschijnlijk leiden tot nietigverklaring van de handeling indien voor het Hof aangevochten.

VII - Conclusie

De artikelen 31 en 32 van het Euratom-Verdrag vormen de juiste rechtsgrondslag voor het voorstel.

VIII - Aanbeveling

Op haar vergadering van 24 maart 2015 heeft de Commissie juridische zaken met 21 stemmen voor en 2 tegen bij 2 onthoudingen(7) besloten u aan te bevelen de door de Commissie voorgestelde rechtsgrondslag, de artikelen 31 en 32 Euratomverdrag, niet te wijzigen, tenzij er wezenlijke bepalingen van de verordening worden gewijzigd waardoor aanvulling van de rechtsgrondslag met nog andere bepalingen mogelijk zou worden.

Hoogachtend,

Pavel Svoboda

(1)

Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(2)

Zie het advies van de Commissie juridische zaken van 22 november 2010.

(3)

Zaak C-45/86 Commissie/Raad (Algemene tariefpreferenties), Jurispr. 1987, blz. 1439, par. 5; Zaak C-440/05, Commissie tegen Raad, Jurisprudentie 2007, blz I-9097 Zaak C-411/06 Commissie/Parlement en Raad (8 september 2009) (PB C 267 van 07.11.2009, blz. 8).

(4)

Zaak C-48/14, Parlement/Raad.

(5)

Richtlijn 2013/51/Euratom van de Raad van 22 oktober 2013 tot vaststelling van voorschriften voor de bescherming van de volksgezondheid tegen radioactieve stoffen in voor menselijke consumptie bestemd water (PB L  296, 7.11.2013, blz. 12).

(6)

Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de bloot stelling aan ioniserende straling, en houdende intrekking van de Richtlijnen 89/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29/Euratom, 97/43/Euratom en 2003/122/Euratom (PB L 13 van 17.01.2014, blz. 1).

(7)

1 Bij de eindstemming waren aanwezig: Pavel Svoboda(voorzitter), Jean-Marie Cavada, Mady Delvaux, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Axel Voss (ondervoorzitters), HauHeidi Hautala (rapporteur voor advies), Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Daniel Buda, Kostas Chrysogonos, Therese Comodini Cachia, Andrzej Duda, Pascal Durand, Angel Dzhambazki, Rosa Estaràs Ferragut, Laura Ferrara, Enrico Gasbarra, Jytte Guteland, Mary Honeyball, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Jiří Maštálka, Victor Negrescu, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Tadeusz Zwiefka


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.5.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

42

21

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Ivo Belet, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Lynn Boylan, Cristian-Silviu Buşoi, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Jørn Dohrmann, Ian Duncan, Bas Eickhout, Eleonora Evi, Karl-Heinz Florenz, Francesc Gambús, Iratxe García Pérez, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Sylvie Goddyn, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, György Hölvényi, Anneli Jäätteenmäki, Kateřina Konečná, Giovanni La Via, Peter Liese, Susanne Melior, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Marcus Pretzell, Frédérique Ries, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Dubravka Šuica, Tibor Szanyi, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Nils Torvalds, Glenis Willmott, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Renata Briano, Soledad Cabezón Ruiz, Mark Demesmaeker, Esther Herranz García, Jan Huitema, Merja Kyllönen, Gesine Meissner, József Nagy, James Nicholson, Younous Omarjee, Sirpa Pietikäinen, Christel Schaldemose, Bart Staes, Keith Taylor

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Fredrick Federley, Jiří Maštálka

Juridische mededeling