Procedure : 2015/2125(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0210/2015

Ingediende teksten :

A8-0210/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/07/2015 - 4.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0262

VERSLAG     
PDF 239kWORD 101k
25.6.2015
PE 560.558v02-00 A8-0210/2015

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2015/001 FI/Broadcom, ingediend door Finland)

(COM(2015)0232 – C8-0135/2015 – 2015/2125(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Petri Sarvamaa

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2015/001 FI/Broadcom, ingediend door Finland)

(COM(2015)0232 – C8-0135/2015 – 2015/2125(BUD))

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0232 – C8-0135/2015),

–       gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1),

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–       gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 13 hiervan,

–       gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–       gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–       gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–       gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0210/2015),

A. overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd op het overleg van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 2 december 2013 wat betreft het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C. overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60% van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D. overwegende dat Finland aanvraag EGF/2015/001 FI/Broadcom heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van 568 ontslagen bij Broadcom Communications Finland, actief in de NACE Rev. 2-afdeling 46 ("Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen")(4), en twee leveranciers, respectievelijk downstreamproducenten;

E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit van de EFG-verordening;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening en dat Finland bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 365 000 EUR op grond van die verordening;

2.  merkt op dat de Finse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 30 januari 2015 hebben ingediend en dat de beoordeling daarvan door de Commissie op 2 juni 2015 is gepubliceerd; is ingenomen met het feit dat de beoordeling in minder dan vijf maanden is afgerond;

3.  wijst erop dat in de jaren 2000 het aantal personeelsleden in Finse dochterondernemingen op alle continenten is toegenomen, maar dat vanaf 2004 Azië duidelijk de grootste werkgever in de elektronica- en elektrosector werd, en het aantal personeelsleden in Europa begon te dalen; is van mening dat de ontslagen bij Broadcom ten dele verband houden met de trend in de hele Finse elektronicasector, die een triest dieptepunt bereikte met de aankondiging van massa-ontslagen door Nokia in 2011; is evenwel van mening dat deze gebeurtenissen in hoge mate verband houden met door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen;

4.   wijst erop dat de ontslagen de werkloosheidssituatie verder verergeren, in het bijzonder in de regionale economie in Noord-Ostrobothnia (een deel van regio FI1A van NUTS-niveau 2(5)), waar 424 van de 568 ontslagen zijn gevallen; wijst erop dat in deze regio de werkloosheidscijfers steeds een paar procentpunten boven het nationale gemiddelde liggen; wijst erop dat in augustus 2014 de nationale werkloosheid 12,2% bedroeg, terwijl dit voor Noord-Ostrobothnia 14,1% en voor de meest getroffen stad, Oulu, 16,1% was, en dat dezelfde regio zwaar werd getroffen door de grootschalige ontslagen bij Nokia vanaf 2011;

5.   is van mening dat de bedrijfsenquêtes en -bezoeken niet alleen nuttig kunnen zijn voor de ontslagen werknemers die onder deze aanvraag vallen, maar ook kunnen bijdragen tot het vergaren van kennis over werkgelegenheidskwesties in deze sector met het oog op toekomstige ontslagen. merkt op dat deze specifieke acties al een vervolg zijn op een soortgelijke maatregel in het kader van een eerdere Finse EFG-aanvraag (EGF/2013/001 FI/Nokia);

6.  wijst erop dat tot op heden voor de sector "Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen" nog één andere EFG-aanvraag is ingediend (EGF/2010/012 NL/Noord Holland ICT), die ook was gebaseerd op het criterium van globalisering;

7.   stelt met tevredenheid vast dat de Finse autoriteiten op 11 augustus 2014 hebben besloten met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers te beginnen om de werknemers snel bijstand te verlenen, ruimschoots vooruitlopend op het besluit over en de aanvraag voor toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

8.   wijst erop dat Finland drie soorten maatregelen plant voor de ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: i) de ontslagen werknemers helpen een nieuwe baan te vinden, ii) de ontslagen werknemers helpen een eigen bedrijf op te richten, en iii) onderwijs en opleiding verstrekken;

9.   merkt op dat de autoriteiten voornemens zijn 17,46% van alle kosten te gebruiken voor toelagen en stimulansen in de vorm van loonsubsidies (als deel van het loon voor elke arbeidsverhouding die tot stand wordt gebracht voor een werknemer voor wie steun wordt aangevraagd) en vergoedingen voor reis-, verblijfs- en verhuiskosten, wat neerkomt op de helft van de maximaal toegestane 35% voor dergelijke maatregelen;

10.  is verheugd over de procedures die de Finse autoriteiten hebben gevolgd voor het overleg met de beoogde begunstigden, hun vertegenwoordigers of de sociale partners, alsook plaatselijke en regionale autoriteiten;

11. herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers verbeterd moet worden door middel van aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat;

12. herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening zo moet worden samengesteld dat rekening wordt gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket verenigbaar is met de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

13. is ingenomen met de complementariteit van de EFG-maatregelen met andere acties die nationaal of door de Unie worden gefinancierd;

14. merkt op dat de informatie die is verstrekt over het gecoördineerde pakket van individuele diensten dat uit het EFG moet worden gefinancierd, gegevens bevat over de complementariteit met maatregelen die worden gefinancierd uit de structuurfondsen; wijst er met nadruk op dat de Finse autoriteiten bevestigen dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslagen een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen, om er zeker van te zijn dat de bestaande verordeningen volledig in acht worden genomen en om te voorkomen dat door de Unie gefinancierde diensten dubbel worden aangeboden;

15. waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement in het leven heeft geroepen om de toekenning van subsidies te versnellen; neemt nota van de tijdsdruk die het nieuwe tijdschema met zich meebrengt, en van de mogelijke gevolgen voor de doeltreffendheid van de afhandeling van het dossier;

16. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

17. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

18. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag EGF/2015/001 FI/Broadcom, ingediend door Finland)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(6), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(7), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees fonds voor aanpassing van de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de in Verordening (EG) nr. 546/2009 behandelde wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)      Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013(8) van de Raad, mag het Fonds het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (in prijzen van 2011) niet overschrijden.

(3)      Op 30 januari 2015 heeft Finland aanvraag EGF/2015/001 FI/Broadcom ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen bij Broadcom Communications Finland en twee van zijn leveranciers, respectievelijk downstreamproducenten, in Finland. Finland heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om te voorzien in een financiële bijdrage van 1 365 000 EUR voor de door Finland ingediende aanvraag.

(5)      Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 wordt een bedrag van 1 365 000 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [de datum van vaststelling]*.

(9)Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De voorzitter                                                 De voorzitter

TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die lijden onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(10) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(11) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(12) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt er een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag voor Broadcom en het voorstel van de Commissie

Op dinsdag 2 juni 2015 heeft de Commissie een voorstel vastgesteld voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Finland om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die als gevolg van de economische crisis zijn ontslagen bij Broadcom, een onderneming die actief is in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 46 ("Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen"), en twee leveranciers, respectievelijk downstreamproducenten.

De aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 1 365 000 EUR uit het EFG voor Finland is de twaalfde die in het kader van de begroting 2015 wordt behandeld. De aanvraag betreft 500 van 568 ontslagen werknemers bij Broadcom Communications Finland en twee leveranciers, respectievelijk downstreamproducenten. De aanvraag werd op 30 januari 2015 bij de Commissie ingediend en tot en met 27 maart 2015 werd er aanvullende informatie verstrekt. De Commissie heeft overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG voldoet.

Volgens de Finse autoriteiten zijn de ontslagen bij Broadcom het gevolg van het feit dat Broadcom al zijn activiteiten in Finland heeft stopgezet. Ze brengen deze stopzetting in verband met door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen door erop te wijzen dat in de jaren 2000 het aantal personeelsleden in Finse dochterondernemingen op alle continenten is toegenomen, maar dat vanaf 2004 Azië duidelijk de grootste werkgever in de elektronica- en elektrosector werd. Dit leidde tot een daling van het aantal personeelsleden in Europa. Wat betreft de binnenlandse situatie wijzen de Finse autoriteiten op de trend in de hele Finse elektronicasector, die een triest dieptepunt bereikte met de aankondiging van massa-ontslagen door Nokia in 2011.

De individuele dienstverlening aan de ontslagen werknemers bestaat uit drie soorten maatregelen: i) helpen een nieuwe baan te vinden, ii) helpen een eigen bedrijf op te richten, en iii) onderwijs en opleiding verstrekken.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties. Deze acties komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op een passieve sociale bescherming.

De Finse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–      bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd;

–      aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

–      Broadcom Communications Finland heeft haar activiteiten voortgezet, is haar wettelijke verplichtingen bij ontslagen nagekomen en heeft voor haar werknemers dienovereenkomstig de nodige maatregelen getroffen;

–      de voorgestelde acties zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–      de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de Structuurfondsen worden gefinancierd;

–      de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

Finland heeft de Commissie laten weten dat de nationale voor- of medefinanciering hoofdzakelijk zal worden verstrekt uit de begrotingspost van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening van de administratieve afdeling van het Ministerie van Werkgelegenheid en Economie. Een aantal diensten zal ook worden gefinancierd uit de huishoudelijke uitgaven van de Centra voor economische ontwikkeling, transport en het milieu (ELY-Centra) en de diensten voor Werkgelegenheid en Economische Ontwikkeling.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie aan de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 1 365 000 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het twaalfde voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2015 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/jb

D(2015)28432

M. Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2015/001 FI/Broadcom (COM(2015)0232)

Mijnheer de voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2015/001 FI/Broadcom onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de commissie uitgegaan van de volgende overwegingen:

A) de aanvraag is gebaseerd op artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en heeft betrekking op 568 in de referentieperiode van 11 augustus 2014 tot 11 december 2014 werkloos geworden werknemers van Broadcom Communications Finland en twee dochterondernemingen, die actief zijn in de NACE Rev. 2-afdeling 46 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in alle Finse NUTS5-regio's van niveau 2 (m.u.v. Åland);

B) de Finse autoriteiten onderbouwen het verband tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering met het argument dat de ontslagen bij Broadcom verband houden met de trend in de hele Finse elektronicasector, die een triest dieptepunt bereikte met de aankondiging van massa-ontslagen door Nokia in 2011;

C) in het begin van de jaren 2000 nam het aantal personeelsleden in binnenlandse vestigingen en buitenlandse dochterondernemingen van de Finse elektronica- en elektrosector gestaag toe, maar vanaf 2007 kwam er een kentering en nam het aantal personeelsleden in het buitenland toe, terwijl het aantal personeelsleden in Finland gestaag begon af te nemen;

D) de ontslagen bij Broadcom waren het gevolg van de beslissing om de productie van basisbandchips voor mobiele telefoons stop te zetten, wat wereldwijd 3 000 en in Finland 600 mensen hun baan kostte; Broadcom is bezig al zijn activiteiten in Finland te beëindigen en brengt de ontwikkeling van chipsets voor mobiele telefoons over naar de Verenigde Staten en Azië;

E) 88,4% van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben, zijn mannen en 11,6% vrouwen; de meeste werknemers (94%) zijn tussen 30 en 54 jaar oud.

Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Finse aanvraag op te nemen:

1.   is het eens met de Commissie dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013; is dan ook van mening dat er middelen uit het EFG beschikbaar moeten worden gesteld voor een financiële bijdrage van 1 365 000 EUR naar aanleiding van de door Finland ingediende aanvraag;

2.  is ingenomen met de complementariteit van de EFG-maatregelen met andere acties die nationaal of door de Unie worden gefinancierd;

3.  merkt op dat de autoriteiten voornemens zijn 17,46% van alle kosten te gebruiken voor toelagen en stimulansen in de vorm van loonsubsidies (als deel van het loon voor elke arbeidsverhouding die tot stand wordt gebracht voor een werknemer voor wie steun wordt aangevraagd) en vergoedingen voor reis-, verblijfs- en verhuiskosten, wat neerkomt op de helft van de maximaal toegestane 35% voor dergelijke maatregelen;

4.  merkt op dat de geraamde kosten van de loonsubsidie 6 000 EUR per begunstigde bedragen, maar dat deze regeling voor een vrij kleine groep geldt (62 begunstigden);

5.  is van mening dat de bedrijfsenquêtes en -bezoeken niet alleen nuttig kunnen zijn voor de ontslagen werknemers die onder deze aanvraag vallen, maar ook kunnen bijdragen tot het vergaren van kennis over werkgelegenheidskwesties in deze sector met het oog op toekomstige ontslagen; merkt op dat deze specifieke actie al een vervolg is op een soortgelijke maatregel in het kader van een eerdere Finse EFG-aanvraag (EGF/2013/001 FI/Nokia);

6.  is verheugd over de procedures die de Finse autoriteiten hebben gevolgd voor het overleg met de beoogde begunstigden, hun vertegenwoordigers of de sociale partners, alsook plaatselijke en regionale autoriteiten;

7.   herinnert eraan dat overeenkomstig artikel 7 van de verordening het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening zo moet worden samengesteld dat rekening wordt gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket verenigbaar moet zijn met de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG,

Fungerend voorzitter, eerste ondervoorzitter

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Geachte heer Arthuis,

BetreftBeschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Er is een Commissievoorstel voor een besluit om middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen, voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb vernomen dat op 23 juni maart 2015 een verslag over dit voorstel zal worden goedgekeurd in de Begrotingscommissie:

-          COM(2015)0232 behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van een bedrag uit het EFG van 1 365 000 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen voor de reïntegratie van 568  werknemers die ontslagen zijn in de sector groothandel (met uitzondering van de handel in motorvoertuigen en motorfietsen) in de Finse NUTS5-regio's van niveau 2 (m.u.v. Åland), met Noord-Osstrobothnia als zwaarst getroffen regio.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.6.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jonathan Arnott, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Bernd Kölmel, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Sophie Montel, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Younous Omarjee, Paul Rübig, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Isabelle Thomas, Monika Vana, Daniele Viotti, Stanisław Żółtek

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Janusz Lewandowski, Nils Torvalds, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Tiziana Beghin, Marco Zullo

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

             Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1).

(5)

             Verordening (EU) nr. 1046/2012 van de Commissie van 8 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS), wat de indiening van tijdreeksen voor de nieuwe regionale indeling betreft (PB L 310 van 9.11.2012, blz. 34).

(6)

              PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(7)

              PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(8)

              Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van 2 december 2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(9)

*              Datum in te voegen door het Parlement vóór de publicatie in het PB.

(10)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(11)

PB L 347 van 30.12.2013, blz. 855.

(12)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

Juridische mededeling