Procedure : 2014/2234(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0240/2015

Ingediende teksten :

A8-0240/2015

Debatten :

PV 07/09/2015 - 25
CRE 07/09/2015 - 25

Stemmingen :

PV 08/09/2015 - 5.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0289

VERSLAG     
PDF 265kWORD 90k
23.7.2015
PE 549.347v02-00 A8-0240/2015

over bescherming van de financiële belangen van de Unie: naar prestatiegebaseerde controles van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

(2014/2234(INI))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Petri Sarvamaa

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over bescherming van de financiële belangen van de Unie: naar prestatiegebaseerde controles van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

(2014/2234(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien Advies nr. 1/2012 van de Europese Rekenkamer over bepaalde voorstellen voor verordeningen betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode 2014-2020,

–   gezien Advies nr. 2/2004 van de Europese Rekenkamer over het model "single audit",

–   gezien Speciaal verslag nr. 16/2013 van de Europese Rekenkamer getiteld "Evaluatie van de "single audit" en van het vertrouwen van de Commissie in het werk van de nationale auditautoriteiten op het gebied van cohesie"

–   gezien het jaarlijks activiteitenverslag 2013 van het directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling,

–   gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8-0240/2015),

A. overwegende dat de regelgeving in de loop van twee hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is gediversifieerd en complexer is geworden;

B.  overwegende dat complexere regels tot meer fouten bij de uitvoering ter plaatse leiden;

C. overwegende dat de doelstellingen van het GLB moeten worden verwezenlijkt, terwijl tevens het wederzijdse begrip en vertrouwen tussen alle EU-instellingen en nationale en regionale organen moet worden gewaarborgd voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van het GLB;

D. overwegende dat vereenvoudiging en minder bureaucratie vereist zijn om het GLB op meer doeltreffende en efficiënte wijze te hervormen en de doelstellingen van het GLB te halen;

E.  overwegende dat de kosten voor controles en adviesverlening aan belanghebbenden en landbouwers op het niveau van de lidstaten momenteel geraamd worden op vier miljard EUR per jaar, en dat deze kosten en het foutenpercentage waarschijnlijk nog zullen stijgen bij de tenuitvoerlegging van de laatste hervorming van het GLB, vooral de invoering van "vergroeningsmaatregelen";

F.  overwegende dat de hervorming van 2013 heeft geleid tot aanzienlijke wijzigingen in de gegevens die landbouwers moeten verschaffen bij aanvragen en verzoeken om schadevergoeding, waarbij sprake is van nieuwe eisen met het risico op een hoger foutenpercentage in de leer- en aanpassingsfase;

G. overwegende dat exploitanten niet mogen worden opgezadeld met een onevenredig aantal inspecties;

H. overwegende dat de doelstellingen van het GLB moeten worden gehaald, terwijl tevens het wederzijdse begrip en vertrouwen tussen alle EU-instellingen en nationale en regionale organen moet worden gewaarborgd voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van het GLB;

I.   overwegende dat landbouwers door middel van stimulansen worden aangemoedigd om aan dienstverlening te doen op gebieden als landschapsonderhoud, biodiversiteit op landbouwgrond en stabiliteit van het klimaat, ook al hebben deze activiteiten geen marktwaarde;

J.   overwegende dat de kosten voor controles en het verlenen van advies aan belanghebbenden en landbouwers op het niveau van de lidstaten momenteel geraamd kunnen worden op vier miljard EUR; benadrukt dat de kosten voor controles en de bureaucratische rompslomp die daarmee gemoeid is, tot een minimum beperkt moeten worden;

K. overwegende dat controles op basis van prestaties een nuttige methode kunnen worden, terwijl bij de bestuursorganen stabiliteit en een positieve benadering vereist zijn om een vertrouwensband op te bouwen met de eindbegunstigden; wijst er echter op dat er geen universele aanpak kan worden gehanteerd voor de uiteenlopende soorten en maten landbouwbedrijven in de EU;

L.     overwegende dat de vergroeningsmaatregelen die bij de laatste hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn ingevoerd tot doel hebben om de duurzaamheid van de landbouw te vergroten met behulp van verschillende instrumenten:

–   eenvoudigere en gerichtere randvoorwaarden;

–   groene rechtstreekse betalingen en vrijwillige maatregelen op het gebied van plattelandsontwikkeling die gunstig zijn voor milieu en klimaatverandering;

M. overwegende dat het directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling(1) het nodig heeft geacht 51 voorbehouden te maken met betrekking tot het niveau van de betaalorganen;

1.  deelt de mening van de Europese Rekenkamer dat de regelingen voor uitgaven in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode 2014-2020 complex blijven(2); herinnert er niettemin aan dat de complexiteit van het GLB te wijten is aan de diversiteit van de landbouw in Europa en dat vereenvoudiging niet mag leiden tot de ontmanteling van de aangenomen instrumenten;

2.  roept op tot een minder bureaucratisch GLB teneinde het foutenpercentage te reduceren en tot de invoering van instrumenten waarmee onderscheid kan worden gemaakt tussen fout en fraude;

3.  pleit ervoor om bij de analyse van de controles en bij eventuele sancties een onderscheid te maken tussen onopzettelijke nalatigheid en gevallen van fraude, aangezien nalatigheid normaal gesproken geen financiële schade voor de belastingbetaler met zich meebrengt;

4.  pleit voor een minder bureaucratisch GLB dat op heldere wijze kan worden uitgevoerd en uitgelegd, om het foutenpercentage terug te dringen en instrumenten in te voeren waarmee fouten kunnen worden onderscheiden van fraude, en waarmee tegelijkertijd wordt gegarandeerd dat landbouwers nog steeds kunnen zorgen voor de essentiële voedselproductie die centraal staat in het beleid; is van mening dat doorgaan met het aanpakken van de complexiteit en het stroomlijnen van het GLB cruciaal is om nieuwkomers in de landbouw aan te trekken en hen en hun vaardigheden te behouden met het oog op een bloeiende EU-landbouwsector in de toekomst; verwacht dat het programma voor betere regelgeving in dit verband solide maatregelen oplevert; is verheugd over het besluit van de Commissie om de termijn voor het indienen van verzoeken om directe betaling met een maand te verlengen, en beschouwt dit als een stap in de richting van een lager foutenpercentage van het GLB;

5.  dringt erop aan dat zowel nationale instanties als landbouwers beter worden begeleid bij het terugdringen van het foutenpercentage;

6.  ondersteunt het initiatief van de Commissie om het GLB te vereenvoudigen door de maatregelen die snel kunnen worden uitgevoerd meteen te bestuderen, aangezien landbouwers, betaalorganen, EU-instellingen en belastingbetalers daarvan kunnen profiteren; pleit er tevens voor om bij de tussentijdse evaluatie voorstellen voor wijzigingen van de basiswetgeving in te dienen, die bij de hervorming voor de volgende financieringsperiode in overweging moeten worden genomen;

7.  vreest dat het meest waarschijnlijke foutenpercentage zoals vastgesteld door de Rekenkamer op het terrein van de rechtstreekse betalingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in de periode 2014-2020 zal stijgen, in het bijzonder vanwege het feit dat het volgende kader voor randvoorwaarden er nog niet voor zorgt dat de regelgeving voor de beheersautoriteiten of de begunstigden minder onnodig complex wordt;

8.  herinnert eraan dat het Parlement en de Rekenkamer vaak hebben benadrukt dat een juist evenwicht moet worden gevonden tussen een lagere administratieve last en een doeltreffende financiële controle;

9.  wijst erop dat de kosten voor de controles van het gemeenschappelijk landbouwbeleid nu reeds neerkomen op 4 miljard EUR per jaar en dat ze betrekking hebben op 50 miljoen transacties, terwijl de landbouwbegroting circa 58 miljard EUR omvat;

10. is tevreden dat de Commissie voorrang geeft aan een nieuwe vereenvoudiging van het GLB en dat zij voorstelt eerst een aantal gedelegeerde en uitvoeringshandelingen te vereenvoudigen;

11. is sterk voorstander van het verhogen van de kwaliteit en samenhang van de inspecties in plaats van het verhogen van het aantal controles in de landbouw door alle lidstaten, de Commissie en de Rekenkamer;

12. benadrukt eveneens dat controles een garantie vormen voor betrouwbare besteding van voor de financiering van instrumenten van het GLB bestemde middelen van de EU-begroting;

13. wijst erop dat het doel van het model "single audit" is om een enkele reeks controles in te voeren van de uiteindelijke begunstigden tot aan de Europese instellingen;

14. betreurt het feit dat het model "single audit" nog niet doeltreffend is en dat de door de lidstaten ingevoerde controlesystemen hun volledige potentieel nog niet hebben waargemaakt; wijst de lidstaten op hun plicht om te zorgen voor een doeltreffend eerste controleniveau met een minimale last voor de landbouwers, en op de bestaande mogelijkheden voor het toepassen van flexibiliteit bij de opzet van controles;

15. moedigt de Commissie en de lidstaten bij wijze van richtsnoer aan manieren te zoeken om inspecties in verband met het GLB te optimaliseren en deze inspecties zo te combineren dat de gekozen begunstigden, indien mogelijk, jaarlijks slechts aan één ronde van controles worden onderworpen;

16. benadrukt dat volgens het jaarverslag van de Europese Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2013:

a)  het meest waarschijnlijke foutenpercentage bij de rechtstreekse betalingen 1,1% lager zou zijn geweest, en daarmee relatief dicht bij de materialiteitsdrempel van 2% zou hebben gelegen, indien de nationale autoriteiten de beschikbare informatie hadden gebruikt om de fouten in ieder geval voor een deel te voorkomen, op te sporen en te corrigeren(3);

b)  het meest waarschijnlijke foutenpercentage op het gebied van plattelandsontwikkeling zou zijn verlaagd tot 2% indien de nationale autoriteiten alle beschikbare informatie hadden gebruikt om fouten te voorkomen, op te sporen en te corrigeren(4);

17. betreurt het feit dat de Commissie de foutenpercentages opgegeven door 42 van de 68 betaalorganen met een restfoutenpercentage hoger dan 2% naar boven moest bijstellen, ondanks het feit dat bijna alle betaalorganen voor de rechtstreekse betalingen waren erkend en gecertificeerd door de certificerende instanties, en ondanks het feit dat 79 van de 82 betrouwbaarheidsverklaringen van de betaalorganen in 2013 een goedkeurend oordeel ontvingen van de certificerende instanties;

18. verwacht dat de nieuwe taken die de certificerende instanties zijn toebedeeld met Verordening (EU) nr. 966/2012 en 1306/2013 zullen zorgen voor een hogere betrouwbaarheid van de door de lidstaten gemelde gegevens inzake hun beheer van de landbouwfondsen van de EU;

19. vraagt de Commissie de richtsnoeren voor de certificerende instanties te wijzigen om de samenstelling van statistische verslagen nauwkeuriger te verifiëren;

20. herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om voorstellen in te dienen inzake het opleggen van sancties voor valse of onjuiste informatie van betaalorganen, onder meer met betrekking tot de volgende drie aspecten: de inspectiestatistieken, de verklaringen van de betaalorganen en de werkzaamheden van de certificerende instanties; verzoekt de Commissie de bevoegdheid te verlenen om de erkenning van betaalorganen in te trekken in ernstige gevallen van onjuiste weergave van de feiten;

21. verwacht dat de Commissie zo snel mogelijk ten volle gebruik zal maken van het proces van vereenvoudiging van het GLB, in het bijzonder met betrekking tot de belastende en complexe regelgeving inzake randvoorwaarden en vergroening, hetgeen uiteindelijk gevolgen heeft voor landbouwers in heel Europa;

22. ondersteunt het initiatief van de Commissie om het GLB te vereenvoudigen door snel uitvoerbare maatregelen meteen in behandeling te nemen, aangezien landbouwers, betaalorganen, EU-instellingen en belastingbetalers daarvan kunnen profiteren; dringt er tevens op aan voorstellen voor amendementen op de basiswetgeving in te dienen; verzoekt de Commissie concrete voorstellen in te dienen voor de vereenvoudiging van het GLB en daarbij rekening te houden met de feedback van belanghebbenden in de agrarische sector;

23. is voorstander van de verbetering en de striktere uitvoering van de eenmalige controle van de rekeningen door de controleactiviteiten van de verschillende instellingen te coördineren, en pleit voor een vermindering van de administratieve rompslomp als gevolg van de controles zodat landbouwers niet in hetzelfde jaar meermaals en afzonderlijk door de bevoegde organen bezocht worden of door zowel de Commissie als de Europese Rekenkamer te uitvoerig of meermalen gecontroleerd worden uit hoofde van enige vorm van regelgeving, zodat landbouwers dankzij een verlaging van het aantal inspecties minder belast worden; pleit voor een bundeling van de controletaken en controles die worden uitgevoerd door certificerende instanties en andere organen in de lidstaten; wijst erop dat het advies dat door zowel de nationale autoriteiten als de Commissie in de vorm van richtsnoeren aan landbouwers wordt gegeven voor de tenuitvoerlegging van het GLB vaak in tegenspraak is met de beoordelingscriteria die worden gehanteerd door de Rekenkamer, wat resulteert in onevenredige en onverwachte boetes;

24. spreekt zich uit voor een geïntegreerde aanpak bij de controles, zodat alle controleverplichtingen op een landbouwbedrijf zo mogelijk op hetzelfde tijdstip plaatsvinden om het aantal inspecties ter plaatse laag te houden en de financiële lasten en tijd die dit instanties en landbouwers kost te beperken;

25. wijst de Commissie erop dat de risico's van onopzettelijke fouten vanwege de complexe regelgeving uiteindelijk gedragen worden door de begunstigde; vraagt om een redelijk, proportioneel en doeltreffend sanctiebeleid om deze aanpak te ondersteunen, bijvoorbeeld door te voorkomen dat dubbele sancties worden opgelegd voor dezelfde fout in het kader van zowel de betalingsregeling als de randvoorwaarden;

26. is van mening dat met het oog op de soepele tenuitvoerlegging van projecten betalingen niet mogen worden opgeschort als er sprake is van onbeduidende en/of administratieve fouten;

27. vraagt de Commissie, de lidstaten en de Rekenkamer verder te werken aan de ontwikkeling van risicogebaseerde controlestrategieën waarin alle relevante gegevens worden verwerkt, met inbegrip van vaststelling vooraf van de beste/slechtste presteerders per beleidsterrein;

28. benadrukt dat criteria moeten worden ontwikkeld om te bepalen welke lidstaten als beste/slechtste presteerders worden beschouwd;

29. herinnert eraan dat een groot aantal lidstaten aangemerkt kan worden als "slechtst presterend" wat betreft het beheer van EU-middelen, al naargelang het desbetreffende beleidsterrein;

30. benadrukt dat de definitie van resultaten in verband met controles op een controlelijst moet zijn gebaseerd en voornamelijk betrekking moet hebben op de kwaliteit van de controles en administratieve systemen van de lidstaten, d.w.z. de efficiency, consistentie en betrouwbaarheid van de beheersautoriteiten en certificerende instanties;

31. is van mening dat de per beleidsterrein best presterende lidstaten beloond moeten worden met een vermindering van het aantal controles door de Unie;

32. is van mening dat de totstandbrenging en administratieve verwerking van controles op basis van prestaties in geen geval een bron van extra onzekerheid mag gaan vormen voor de voedselvoorzieningszekerheid van de EU;

33. verzoekt de best presterende lidstaten hun ervaring te delen met de slechtst presterende lidstaten;

34. verzoekt de Commissie de uitwisseling van optimale werkmethoden te stimuleren om de controles zo soepel mogelijk te laten verlopen en landbouwers zo min mogelijk last te bezorgen.

35. wijst erop dat artikel 59, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid luidt: "De lidstaten zien erop toe dat het minimumniveau van de controles ter plaatse voldoet aan wat nodig is voor een doeltreffend beheer van de risico's en zij verhogen dat niveau waar nodig. De lidstaten kunnen dat minimumniveau verlagen indien de beheers- en controlesystemen goed functioneren en de foutpercentages op een aanvaardbaar niveau blijven."

36. verzoekt de Commissie een nadere definitie te formuleren voor aanvaardbaar niveau als bedoeld in artikel 59, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en hierover een dialoog te starten met het Parlement en de Europese Rekenkamer;

37. moedigt de lidstaten aan verdere initiatieven te ontplooien voor e-overheid, met het oog op een verlaging van het foutenpercentage door fouten in de aanvraagfase te voorkomen, als doelstelling op de middellange tot lange termijn; verzoekt de Commissie en de lidstaten de in artikel 122, lid 3, van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen bedoelde streefdatum aan te houden bij het overstappen naar e-cohesie voor de toepassing, het beheer en de controle van projecten; is van mening dat de gegevens volledig transparant en toegankelijk moeten zijn om elk misbruik te voorkomen en te bestrijden; vraagt de Commissie in dit verband de publicatie van de door alle begunstigden verstrekte documentatie verplicht te maken;

38. is van mening dat een volledige dekking van plattelandsgebieden met snel breedbandinternet, in combinatie met de nodige bewustmakingscampagnes en trainingen over het gebruik ervan, een essentieel hulpmiddel zal zijn om alle landbouwers te laten profiteren van de nieuwste GLB-systemen voor aanvragen en betalingsverzoeken;

39. pleit voor verdere inspanningen om de complexiteit van aanvraagsystemen en formulieren voor landbouwers te beperken, en is voorstander van het breder inzetten van e-governmenttechnologie door de lidstaten om meteen al in het stadium van de aanvraag fouten te voorkomen, waarvoor toegang tot breedbandinternet voor de begunstigden vereist is; dringt er bij de Commissie op aan een opleidingsprogramma op te zetten voor oudere landbouwers; benadrukt dat er aanzienlijke investeringen nodig zijn voor breedbandnetwerken in plattelandsgebieden, en verzoekt de lidstaten zich in te zetten voor de digitalisering van de aanvraagprocedure; herinnert eraan dat de betrouwbare tenuitvoerlegging van e-governmenttechnologie van de lidstaten vergt dat ze dergelijke technologie ontwikkelen en (mede)financieren;

40. verzoekt de lidstaten digitaliseringsprogramma's op te zetten voor de contacten tussen de overheid en landbouwbedrijven om de beschikking te hebben over één bedrijfsdossier met geïntegreerd en gelijktijdig beheer van de gewasgegevens; is van mening dat met deze vereenvoudiging de onderdelen die nu nog afzonderlijk worden beheerd (gewasplanning, individuele verzekeringsplannen en logboeken) kunnen worden samengebracht, aangezien landbouwbedrijven dan één verklaring indienen die vervolgens verdeeld wordt onder de overheidsafdelingen, zodat die afdelingen efficiëntere controles kunnen uitvoeren, het risico op verkeerde betalingen afneemt en de controles kunnen worden gestroomlijnd;

41. verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat de regerings- resp. regionale organen die zich bezighouden met de tenuitvoerlegging van het nieuwe GLB doeltreffend met elkaar communiceren en samenwerken ten gunste van de landbouwers die het beleid ter plaatse uitvoeren;

42. is van mening dat er op de lange termijn veel potentiële voordelen zijn verbonden aan het ontwikkelen en toepassen van industriële, op het internet gebaseerde oplossingen voor zowel landbouw als controles, in het bijzonder met betrekking tot geïntegreerde oplossingen voor begunstigden en betaalorganen; verwacht dat dit positieve gevolgen heeft voor de efficiëntie, consistentie en betrouwbaarheid van controles; dringt er bij de Commissie op aan op dit vlak pilootprojecten goed te keuren en uit te voeren; herinnert eraan dat deze aanpak afhangt van het voornemen van de lidstaten om snelle breedbandverbindingen in plattelandsgebieden in de hele EU te leveren;

43. vraagt de Commissie samen te werken met alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van, maar niet uitsluitend, de Rekenkamer, de lidstaten en de organisaties van begunstigden, voor de voorbereiding van een langetermijnstrategie waarin niet met het beleid verbonden manieren worden behandeld die ervoor zorgen dat de last voor de begunstigden en de inspecteurs niet verder toeneemt na volgende herzieningen van het GLB en wijzigingen van de basiswetgeving;

44. verzoekt de Commissie het beginsel van controleerbaarheid, dat reeds wordt toegepast op het gebied van plattelandsontwikkeling, toe te passen bij het formuleren van een voorstel voor een wetgevingshandeling betreffende het ecologisch aandachtsgebied, overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) nr. 1307/2013;

45. vraagt de Commissie de kwestie van vermindering van het minimumniveau van de controles als voorzien in artikel 59 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 te behandelen in het evaluatieverslag over de monitoring en evaluatie van het GLB als voorzien in artikel 110 van dezelfde verordening;

46. verzoekt de Commissie een mededeling op te stellen over de mogelijkheid van invoering van een op prestaties gebaseerd beheerssysteem op alle terreinen van het GLB, in het bijzonder investeringen in plattelandsontwikkeling, als uitgangspunt voor een debat met alle belanghebbenden met het oog op de opname van dit beginsel in de EU-wetgeving;

o

o        o

47.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Europese Raad en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

Jaarlijks activiteitenverslag 2013 van het directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling

(2)

Advies nr. 1/2012 van de Europese Rekenkamer over bepaalde voorstellen voor verordeningen betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode 2014-2020,

(3)

Zie het jaarverslag over 2013 van de Rekenkamer, paragraaf 3.8.

(4)

Zie het jaarverslag over 2013 van de Rekenkamer, paragraaf 4.8.


ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (19.6.2015)

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie: op weg naar op prestaties gebaseerde controles van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

(2014/2234(INI))

Rapporteur voor advies: Jens Gieseke

SUGGESTIES

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat als gevolg van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) de complexiteit en de bureaucratie voor de bevoegde autoriteiten en de landbouwers de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen zijn, en overwegende dat ook de omvang van de bestaande bureaucratie gestegen is sinds de hervorming van 2013;

B.  overwegende dat complexere regels tot meer fouten bij de uitvoering ter plaatse leiden;

C. overwegende dat de doelstellingen van het GLB moeten worden verwezenlijkt, terwijl tevens het wederzijdse begrip en vertrouwen tussen alle EU-instellingen en nationale en regionale organen moet worden gewaarborgd voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van het GLB;

D. overwegende dat vereenvoudiging en minder bureaucratie vereist zijn om het GLB op meer doeltreffende en efficiënte wijze te hervormen en de doelstellingen van het GLB te halen;

E.  overwegende dat de kosten voor controles en adviesverlening aan belanghebbenden en landbouwers op het niveau van de lidstaten momenteel geraamd worden op vier miljard euro per jaar, en dat deze kosten en het foutenpercentage waarschijnlijk nog zullen stijgen bij de tenuitvoerlegging van de laatste hervorming van het GLB, vooral de invoering van "vergroeningsmaatregelen";

F.  overwegende dat de hervorming van 2013 heeft geleid tot aanzienlijke wijzigingen in de gegevens die landbouwers moeten verschaffen bij aanvragen en verzoeken om schadevergoeding, waarbij sprake is van nieuwe eisen met het risico op een hoger foutenpercentage in de leer- en aanpassingsfase;

G. overwegende dat het huidige systeem een geschat aantal van 15 miljoen transacties per jaar moet verwerken, die worden uitbetaald aan ongeveer 8 miljoen begunstigden, en 1 miljoen controles ter plaatse omvat op miljoenen referentiepercelen, en overwegende dat als gevolg daarvan dit systeem ook grenzen heeft en actie dus geboden is;

H. overwegende dat exploitanten niet mogen worden opgezadeld met een onevenredig aantal inspecties;

1.  wijst erop dat de toename van de administratieve rompslomp die voortkomt uit de controles rechtstreeks verband houdt met de toegenomen complexiteit van het GLB; pleit dan ook voor een verdere vereenvoudiging en minder controles om het foutenpercentage terug te brengen, de efficiëntie van de uitbetalingen uit het GLB te verbeteren, de kosten en de administratieve lasten voor belastingbetalers en landbouwers te verlagen en tegelijkertijd te waarborgen dat de begrotingsmiddelen op correcte wijze worden uitgegeven;

2.  pleit ervoor om bij de analyse van de controles en bij eventuele sancties een onderscheid te maken tussen onopzettelijke nalatigheid en gevallen van fraude, aangezien nalatigheid normaalgesproken geen financiële schade voor de belastingbetaler met zich meebrengt;

3.  pleit voor een minder bureaucratisch GLB dat op heldere wijze kan worden uitgevoerd en uitgelegd, om het foutenpercentage terug te dringen en instrumenten in te voeren waarmee fouten kunnen worden onderscheiden van fraude, maar waarmee tegelijkertijd wordt gegarandeerd dat landbouwers nog steeds kunnen zorgen voor de essentiële voedselproductie die centraal staat in het beleid; is van mening dat doorgaan met het aanpakken van de complexiteit en het stroomlijnen van het GLB cruciaal is om nieuwkomers in de landbouw aan te trekken en hen en hun vaardigheden te behouden met het oog op een bloeiende EU-landbouwsector in de toekomst; verwacht dat het programma voor betere regelgeving in dit verband solide maatregelen oplevert; is verheugd over het besluit van de Commissie om de termijn voor het indienen van verzoeken om directe betaling met een maand te verlengen, en beschouwt dit als een stap in de richting van een lager foutenpercentage van het GLB;

4.  ziet graag dat er goede begeleiding wordt gegeven aan exploitanten en dat er evenredige sancties worden opgelegd met een marge voor onbeduidende en onopzettelijke fouten;

5.  is van mening dat met het oog op de soepele tenuitvoerlegging van projecten betalingen niet mogen worden opgeschort als er sprake is van onbeduidende en/of administratieve fouten;

6.  is van mening dat de totstandbrenging en administratieve verwerking van controles op basis van prestaties in geen geval een bron van extra onzekerheid mag gaan vormen voor de voedselvoorzieningszekerheid van de EU;

7.  dringt erop aan dat er betere begeleiding wordt gegeven aan zowel nationale instanties als landbouwers om het foutenpercentage terug te dringen;

8.  ondersteunt het initiatief van de Commissie om het GLB te vereenvoudigen door snel uitvoerbare maatregelen meteen in behandeling te nemen, aangezien landbouwers, betaalorganen, EU-instellingen en belastingbetalers daarvan kunnen profiteren; dringt er tevens op aan voorstellen voor amendementen op de basiswetgeving in te dienen; verzoekt de Commissie concrete voorstellen in te dienen voor de vereenvoudiging van het GLB en daarbij rekening te houden met de feedback van belanghebbenden in de agrarische sector;

9.  is voorstander van de verbetering en de striktere uitvoering van de eenmalige controle van de rekeningen door de controleactiviteiten van de verschillende instellingen te coördineren, en pleit voor een vermindering van de administratieve rompslomp als gevolg van de controles zodat landbouwers niet in hetzelfde jaar meermaals en afzonderlijk door de bevoegde organen bezocht worden of door zowel de Commissie als de Europese Rekenkamer te uitvoerig of meermalen gecontroleerd worden uit hoofde van alle regelgeving samen, zodat landbouwers vanwege een verlaging van het aantal inspecties minder belast worden; pleit voor een bundeling van de controletaken en controles die worden uitgevoerd door certificerende instanties en andere organen in de lidstaten; constateert dat het advies dat door zowel de nationale autoriteiten als de Commissie in de vorm van richtsnoeren aan landbouwers wordt gegeven voor de tenuitvoerlegging van het GLB vaak in tegenspraak is met de beoordelingscriteria die worden gehanteerd door de Rekenkamer, wat resulteert in onevenredige en onverwachte boetes;

10. spreekt zich uit voor een geïntegreerde aanpak bij de controles, zodat alle controleverplichtingen op een landbouwbedrijf zo mogelijk op hetzelfde tijdstip plaatsvinden om het aantal inspecties ter plaatse laag te houden en de financiële lasten en tijd die dit instanties en landbouwers kost te drukken;

11. pleit voor een benadering die uitgaat van de risico's; schaart zich achter het uitgangspunt dat in lidstaten waar het foutenpercentage of de mate van niet-naleving in een bepaalde periode zeer laag was, het aantal controles verminderd kan worden; wijst erop dat in lidstaten waar het foutenpercentage of de mate van niet-naleving hoog is of toeneemt het advies over optimale werkmethoden en controles moet worden opgevoerd, waarbij wel een tolerantiemarge in acht moet worden genomen in het eerste jaar van tenuitvoerlegging van de complexe nieuwe maatregelen in het kader van de meest recente hervorming van het GLB; dringt er bovendien op aan dat in het geval van onbeduidende of onopzettelijke fouten de sancties in verhouding moeten zijn;

12. verzoekt de Commissie de richtsnoeren voor de certificerende instanties aan te passen om de samenstelling van statistische verslagen nauwgezetter te verifiëren;

13. pleit voor een vermindering van de steekproeven voor controles ter plaatse naar 3 % van alle rechtstreekse uitbetalingen, omdat anders mogelijke besparingen op de kosten van controles misschien teniet worden gedaan;

14. is van mening dat een volledige dekking van plattelandsgebieden met snel breedbandinternet, in combinatie met de nodige bewustmakingscampagnes en trainingen over het gebruik ervan, een essentieel hulpmiddel zal zijn zodat alle landbouwers kunnen profiteren van de nieuwste GLB-systemen voor aanvragen en betalingsverzoeken;

15. pleit voor verdere inspanningen om de complexiteit van aanvraagsystemen en formulieren voor landbouwers te beperken, en is voorstander van het breder inzetten van e-governmenttechnologie door de lidstaten om meteen al in het stadium van de aanvraag fouten te voorkomen, waarvoor echter wel toegang tot breedbandinternet voor de begunstigden vereist is; dringt er bij de Commissie op aan een opleidingsprogramma op te zetten voor oudere landbouwers; benadrukt dat er aanzienlijke investeringen nodig zijn voor breedbandnetwerken in plattelandsgebieden, en verzoekt de lidstaten zich hard te maken voor de digitalisering van de aanvraagprocedure; herinnert eraan dat de betrouwbare tenuitvoerlegging van e-governmenttechnologie van de lidstaten vergt dat ze dergelijke technologie ontwikkelen en (mede)financieren;

16. verzoekt de lidstaten digitaliseringsprogramma's op te zetten voor de contacten tussen de overheid en landbouwbedrijven om de beschikking te hebben over één bedrijfsdossier met geïntegreerd en gelijktijdig beheer van de gewasgegevens; is van mening dat met deze vereenvoudiging de posten die nu nog afzonderlijk worden beheerd (gewasplanning, individuele verzekeringsplannen en logboeken) kunnen worden samengebracht, aangezien landbouwbedrijven dan één verklaring indienen die vervolgens verdeeld wordt onder de overheidsafdelingen, zodat die afdelingen efficiëntere controles kunnen uitvoeren, het risico op verkeerde betalingen afneemt en de controles kunnen worden gestroomlijnd;

17. verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat de overheids- resp. regionale organen die zich bezighouden met de tenuitvoerlegging van het nieuwe GLB doeltreffend met elkaar communiceren en samenwerken ten gunste van de landbouwers die het beleid ter plaatse uitvoeren;

18. verzoekt de Rekenkamer in zijn jaarverslag over de uitvoering van de begroting voor 2015 door de Commissie de ingrijpende wijzigingen in het GLB na de hervorming van 2013 te onderkennen – die niet met terugwerkende kracht konden worden toegepast – bij haar uiteenzetting van het foutenpercentage en de begeleidende opmerkingen, en te benadrukken in welke mate de lidstaten verantwoordelijk zijn bij het gedeelde beheer van fondsen;

19. verzoekt alle instellingen en organen die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van het GLB samen te werken om wantrouwen en bezorgdheid weg te nemen vanwege de aanzienlijke audit- en controlelast waardoor de toekomstige ontwikkeling en innovatie en de positie van de Europese landbouwsector ten opzichte van andere markten in het gedrang kunnen komen;

20. verzoekt de Commissie de uitwisseling van optimale werkmethoden te stimuleren om de controles zo soepel mogelijk te laten verlopen en landbouwers zo min mogelijk last te bezorgen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

17.6.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

9

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Paul Brannen, Daniel Buda, Nicola Caputo, Matt Carthy, Viorica Dăncilă, Michel Dantin, Paolo De Castro, Albert Deß, Diane Dodds, Herbert Dorfmann, Norbert Erdős, Edouard Ferrand, Luke Ming Flanagan, Beata Gosiewska, Martin Häusling, Jan Huitema, Peter Jahr, Jarosław Kalinowski, Elisabeth Köstinger, Zbigniew Kuźmiuk, Philippe Loiseau, Mairead McGuinness, Giulia Moi, Ulrike Müller, James Nicholson, Maria Noichl, Marit Paulsen, Laurenţiu Rebega, Jordi Sebastià, Czesław Adam Siekierski, Marc Tarabella, Janusz Wojciechowski, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Jean-Paul Denanot, Jørn Dohrmann, Stefan Eck, Peter Eriksson, Fredrick Federley, Jens Gieseke, Emmanouil Glezos, Maria Heubuch, Norbert Lins, Anthea McIntyre, Momchil Nekov, Sofia Ribeiro


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

14.7.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Louis Aliot, Jonathan Arnott, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Fulvio Martusciello, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Benedek Jávor, Julia Pitera, Patricija Šulin

Juridische mededeling