Procedure : 2015/2212(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0274/2015

Ingediende teksten :

A8-0274/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 06/10/2015 - 7.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0335

VERSLAG     
PDF 403kWORD 102k
30.9.2015
PE 567.624v02-00 A8-0274/2015

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2015/004 IT/Alitalia, ingediend door Italië)

(COM(2015)0397 – C8-0252/2015 – 2015/2212(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Monika Vana

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2015/004 IT/Alitalia, ingediend door Italië)

(COM(2015)0397 – C8-0252/2015 – 2015/2212(BUD))

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0397 – C8-0252/2015),

–   gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–   gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–   gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13 hiervan,

–   gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–   gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–   gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–   gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0274/2015),

A. overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C. overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D. overwegende dat Italië in aanvraag EFG/2015/004 IT/Alitalia om een financiële bijdrage van het EFG heeft gevraagd in verband met het ontslag van 1 249 werknemers bij Gruppo Alitalia, in NACE Rev. 2-afdeling 51 ("Luchtvaart")(4) in de regio Lazio (NUTS-niveau 2)(5) en overwegende dat naar verwachting 184 ontslagen werknemers aan de maatregel zullen deelnemen;

E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit van de EFG-verordening;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening en dat Italië bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 414 848 EUR op grond van die verordening;

2.  stelt vast dat de Italiaanse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 24 maart 2015 hebben ingediend en dat de beoordeling daarvan door de Commissie op 7 augustus 2015 is afgerond en op 1 september 2015 aan het Parlement is meegedeeld; is ingenomen met het feit dat de beoordelingsprocedure in een periode van minder dan vijf maanden is afgerond;

3.  merkt op dat de internationale markt voor internationaal luchtvervoer economisch ernstig ontwricht is, met name sprake is een vermindering van het marktaandeel van de Unie en een enorme toename van het aantal passagiers dat door luchtvaartmaatschappijen uit de Golfstaten en Turkije wordt vervoerd, hetgeen ten koste is gegaan van Europese ondernemingen zoals Alitalia;

4.  herinnert eraan dat de werkgelegenheid in Lazio weliswaar in mindere mate de gevolgen van de economische en financiële crisis heeft ondervonden dan de werkgelegenheid op nationaal niveau, maar dat elke verdere verhoging van de werkloosheid het CIG-uitkeringsstelsel(6) onder druk zet;

5.  constateert dat, tot op heden, voor de sector NACE Rev. 2-afdeling 51 ("Luchtvaart") nog een andere EFG-aanvraag(7) is ingediend, die ook gebaseerd was op handelsgerelateerde globalisering;

6.  is ingenomen dat de door de Italiaanse autoriteiten voorgestelde maatregelen gericht zijn op het actief zoeken naar banen en opleidingen, waaronder de herintredingsregeling voor ontslagen werknemers ouder dan 50 jaar;

7.  is verheugd dat de Italiaanse autoriteiten op 1 april 2015 hebben besloten met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers te beginnen teneinde de werknemers snel bijstand te verlenen, ruimschoots vooruitlopend op het definitieve besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

8.  merkt op dat de maatregelen op grond van artikel 7, lid 4, van de EFG-verordening – activiteiten op het gebied van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit en controle en rapportage – een relatief gezien groot deel van de totale kosten vertegenwoordigen (3,99 %);

9.  betreurt het dat de voorgestelde maatregelen slechts 184 (14,7 %) van 1 249 subsidiabele begunstigden beogen, een bijzonder klein deel van alle ontslagen werknemers;

10. stelt vast dat de in de aanvraag opgenomen maatregelen gericht zijn op minder dan 15 % van het totaal aantal in aanmerking komende begunstigden;

11. is tevreden dat naar verwachting alle 184 beoogde begunstigden kunnen gebruikmaken van de individuele dienstverlening;

12. wijst erop dat Italië vijf soorten maatregelen plant voor ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: (i) intakegesprek en vaardigheidsbeoordeling, (ii) actieve steun bij het zoeken naar een baan, (iii) opleiding, (iv) vergoeding van mobiliteitskosten, en (v) premies in verband met het aanwerven van vijftigplussers;

13. merkt op dat de toelagen en stimulansen beperkt zijn tot mobiliteitskosten en premies in verband met aanwerving en minder zullen bedragen dan het maximumpercentage van 35 % van de totale kosten van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening, zoals vastgelegd in de EFG-verordening;

14. is ingenomen met de premies voor het aanwerven van werknemers ouder dan 50 jaar; is van mening dat de wijze waarop de premies zijn gedifferentieerd zal aanzetten tot het onder betere voorwaarden aanwerven van de betreffende werknemers;

15. wijst erop dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening opgesteld werd in overleg met de sociale partners, de geaccrediteerde agentschappen die hulp bieden bij het zoeken naar een baan en de werknemers;

16. is tevreden dat de geaccrediteerde agentschappen die actieve steun bieden bij het zoeken naar een baan betaald worden op basis van behaalde resultaten;

17. herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het door het EFG gesteunde gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht dient te zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

18. herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers verbeterd moet worden door middel van aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat;

19. merkt op dat de informatie die is verstrekt over het gecoördineerde pakket van individuele diensten waarvoor EFG-middelen worden aangevraagd, gegevens bevat over de complementariteit met maatregelen die worden gefinancierd uit de structuurfondsen; benadrukt dat de Italiaanse autoriteiten bevestigen dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslagen een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen zodat bestaande verordeningen volledig in acht worden genomen en te voorkomen dat door de Unie gefinancierde diensten dubbel worden aangeboden;

20. waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement in het leven heeft geroepen om de toekenning van subsidies te versnellen; neemt nota van de tijdsdruk die het nieuwe tijdschema met zich meebrengt, en van de mogelijke gevolgen voor de doeltreffendheid van de afhandeling van het dossier;

21. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

22. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

23. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Italië — EGF/2015/004 IT/Alitalia)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(8), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(9), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees fonds voor aanpassing van de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)      Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013(10) van de Raad mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden.

(3)      Op 24 maart 2015 heeft Italië aanvraag EGF/2015/004 IT/Alitalia ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen bij Gruppo Alitalia(11) in Italië. Italië heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 1 414 848 EUR te leveren voor de door Italië ingediende aanvraag.

(5)      Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 wordt een bedrag van 1 414 848 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [datum van vaststelling](12)*.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De voorzitter                                                 De voorzitter

TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die lijden onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(13) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(14) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(15) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt er een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag voor Alitalia en het voorstel van de Commissie

Op 7 augustus 2015 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Italië om de terugkeer op de arbeidsmarkt te ondersteunen van werknemers die zijn ontslagen bij Gruppo Alitalia, actief in afdeling 51 van de NACE Rev. 2 ("Luchtvaart").

De aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 1 414 848 EUR uit het EFG voor Italië is de vijftiende die in het kader van de begroting 2015 wordt behandeld. Het heeft betrekking op 184 van 1 249 werknemers die zijn ontslagen bij Gruppo Alitalia. De aanvraag werd op 24 maart 2015 bij de Commissie ingediend en tot en met 19 mei 2015 werd er aanvullende informatie verstrekt. De Commissie heeft overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG voldoet.

Volgens de Italiaanse autoriteiten zijn de ontslagen bij Gruppo Alitalia het gevolg van de daling van het aantal vervoerde passagiers in 2014 tot het niveau van 2010, hetgeen een vermindering met 3,6 % betekent in vergelijking met 2013 en met 6,4 % in vergelijking met 2012, tezamen met de gecumuleerde verliezen sinds de algehele privatisering van Alitalia in 2009.

De individuele dienstverlening aan de ontslagen werknemers bestaat uit vijf soorten maatregelen: (i) intakegesprek en vaardigheidsbeoordeling, (ii) actieve steun bij het zoeken naar een baan, (iii) opleiding, (iv) vergoeding van mobiliteitskosten, en (v) voordelen in verband met het aanwerven van vijftigplussers.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties. Deze acties komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op een passieve sociale bescherming.

De Italiaanse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–      bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd,

–      aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan,

–      Gruppo Alitalia heeft haar activiteiten voortgezet, is haar wettelijke verplichtingen bij ontslagen nagekomen en heeft voor haar werknemers dienovereenkomstig de nodige maatregelen getroffen,

–      de voorgestelde maatregelen zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–      de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de Structuurfondsen worden gefinancierd,

–      de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

Italië heeft de Commissie laten weten dat de nationale voor- of medefinanciering zal worden verstrekt uit het Fonds voor actief beleid.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie aan de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 1 414 848 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het vijftiende voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot dusver in 2015 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/jb D(2015)42485

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2015/004 IT/Alitalia, Italië

Mijnheer de voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2015/004 IT/Alitalia onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de commissie uitgegaan van de volgende overwegingen:

A) overwegende dat deze aanvraag is gebaseerd op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en betrekking heeft op 1 249 werknemers van Gruppo Alitalia, actief in de economische sector die is ingedeeld in afdeling 51 van de NACE Rev. 2 ("Luchtvaart"); overwegende dat de ontslagen bij de ondernemingen met name vielen in de Nuts II-regio Lazio, tijdens de referentieperiode van 31 augustus 2014 tot 30 december 2014;

B) overwegende dat Italië het verband tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering onderbouwt met het argument dat de internationale markt voor luchtvervoer ernstig is ontwricht, met name wat het marktaandeel van de EU betreft;

C) overwegende dat de gevolgen van deze veranderingen in de handelspatronen nog verergerd zijn door andere factoren zoals een daling van de vraag, ingevolge de economische crisis en de stijging van de brandstofprijzen;

D) overwegende dat de meerderheid (70,1 %) van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben man is, en 29,9 % vrouw; overwegende dat de overgrote meerderheid (96,79 %) van de werknemers tussen de 30 en 54 jaar oud is en 3,3 % tussen 55 en 64 jaar;

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Italiaanse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering en dat Italië bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  stelt vast dat de in de aanvraag opgenomen maatregelen gericht zijn op minder dan 15 % van het totaal aantal in aanmerking komende begunstigden;

3.  constateert dat tot op heden dit de tweede aanvraag is die betrekking heeft op de sector van het luchtvervoer;

4.  is tevreden dat naar verwachting alle 184 beoogde begunstigden kunnen gebruikmaken van de individuele dienstverlening;

5.  is tevreden dat de geaccrediteerde agentschappen die actieve steun bieden bij het zoeken naar een baan betaald worden op basis van behaalde resultaten;

6.   is ingenomen met de premies voor het aanwerven van werknemers ouder dan 50 jaar; is van mening dat de wijze waarop de premies zijn gedifferentieerd zal aanzetten tot het onder betere voorwaarden aanwerven van de betreffende werknemers;

7.   merkt op dat de toelagen en stimulansen beperkt zijn tot mobiliteitskosten en premies in verband met aanwerving en minder zullen bedragen dan het maximumpercentage van 35 % van de totale kosten van het algemene pakket van gepersonaliseerde maatregelen, zoals vastgelegd in de EFG-verordening;

8.   herinnert eraan dat overeenkomstig artikel 7 van de verordening het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening zo moet worden samengesteld dat rekening wordt gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket verenigbaar moet zijn met de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG,

eerste ondervoorzitter

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Mijnheer de voorzitter,

BetreftBeschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

Er is een Commissievoorstel voor een besluit om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen, voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op 28 september 2015 een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd:

-          COM(2015)0397 bevat een voorstel voor een EFG-bijdrage ter hoogte van 1 414 848 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen voor het bevorderen van de re-integratie op de arbeidsmarkt van 1 249 werknemers die hun baan verliezen in de sector luchtvervoer in de regio Lazio in Italië.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

29.9.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

7

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jonathan Arnott, Jean Arthuis, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Michał Marusik, Andrej Plenković, Nils Torvalds, Anders Primdahl Vistisen

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

             Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1).

(5)

             Verordening (EU) nr. 1046/2012 van de Commissie van 8 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS), wat de indiening van tijdreeksen voor de nieuwe regionale indeling betreft (PB L 310 van 9.11.2012, blz. 34).

(6)

             Cassa Integrazione Guadagno (CIG) is een uitkering die erop gericht is een bepaald inkomensniveau te garanderen aan werknemers die belet worden hun functie uit te oefenen. CIG is van toepassing wanneer productieactiviteiten worden verminderd of stopgezet vanwege herstructureringen, bedrijfsreorganisaties, bedrijfscrises en faillissementsprocedures die ernstige gevolgen hebben voor de lokale arbeidsmarkt. CIG is een instrument dat ervoor zorgt dat ondernemingen werknemers, in afwachting van de hervatting van de gebruikelijke productie, niet ontslaan doordat zij de kosten van tijdelijk overbodige arbeid niet hoeven te dragen. CIG gaat echter vaak vooraf aan mobilità.

(7)

             EGF/2013/014 FR Air France (COM(2014) 701 final).

(8)

             PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(9)

             PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(10)

           Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(11)

           Alitalia Compagnia Aerea Italiana S.p.A. en Air One S.p.A. (CAI First S.p.A., CAI Second S.p.A. en Alitalia Loyalty).

(12)

*              Datum in te voegen door het Parlement vóór de publicatie in het PB.

(13)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(14)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(15)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

Juridische mededeling