Procedure : 2014/2135(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0285/2015

Ingediende teksten :

A8-0285/2015

Debatten :

PV 26/10/2015 - 18
CRE 26/10/2015 - 18

Stemmingen :

PV 27/10/2015 - 5.13
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0372

TWEEDE VERSLAG     
PDF 275kWORD 87k
2.10.2015
PE 557.305v04-00 A8-0285/2015

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2135(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ryszard Czarnecki

 1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT


1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2135(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–  gezien de betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–  gezien zijn besluit van 29 april 2015(3) om het kwijtingsbesluit voor het begrotingsjaar 2013 uit te stellen en de antwoorden van de uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL (voorheen de gemeenschappelijke onderneming ENIAC),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(4),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EG) nr. 72/2008 van de Raad van 20 december 2007 tot oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC(6),

–  gezien Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL(7), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(8),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(9),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0285/2015),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2135(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(10),

–  gezien de betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer(11) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–  gezien zijn besluit van 29 april 2015(12) om het kwijtingsbesluit voor het begrotingsjaar 2013 uit te stellen en de antwoorden van de uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL (voorheen de gemeenschappelijke onderneming ENIAC),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(14), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EG) nr. 72/2008 van de Raad van 20 december 2007 tot oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC(15),

–  gezien Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL(16), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(17),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(18),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0285/2015),

1.  gaat akkoord met de afsluiting van de rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013

(2014/2135(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0285/2015),

A.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC ("de gemeenschappelijke onderneming") op 20 december 2007 voor een periode van 10 jaar is opgericht om een "onderzoeksagenda" vast te stellen en ten uitvoer te leggen voor de ontwikkeling van cruciale competenties voor nano-elektronica op verschillende toepassingsgebieden;

B.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming financieel autonoom werd in juli 2010;

C.  overwegende dat de Europese Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, België, Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Nederland, Polen, Portugal, Zweden en het Verenigd Koninkrijk en Aeneas, de vereniging voor Europese nano-elektronische activiteiten, de oprichtende leden van de Gemeenschappelijke Onderneming ENIAC zijn;

D.  overwegende dat de maximale EU-bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming voor de periode van 10 jaar 450 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van het zevende kaderprogramma voor onderzoek;

E.  overwegende dat Aeneas een maximale bijdrage van 30 000 000 EUR aan de bedrijfskosten dient te leveren, terwijl de lidstaten bijdragen in natura voor de bedrijfskosten dienen te leveren alsook financiële bijdragen die ten minste 1,8 maal de EU-bijdrage belopen;

F.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming en ARTEMIS fuseerden met het oog op de totstandbrenging van het gemeenschappelijk technologie-initiatief Elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (ECSEL JTI), dat in juni 2014 van start is gegaan voor een periode van 10 jaar;

Begrotings- en financieel beheer

1.  herinnert eraan dat de Rekenkamer heeft verklaard dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor 2013 op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2013 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële voorschriften en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels;

2.  herinnert eraan dat de Rekenkamer een verklaring met beperking heeft afgegeven voor de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen die aan deze rekening ten grondslag liggen, op grond van het feit dat het niet mogelijk was te beoordelen of de strategie voor controle achteraf, die voor de controle van de kosten in verband met de projecten grotendeels steunt op de nationale financierende instanties (NFI's), voldoende zekerheid biedt over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen;

3.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de Rekenkamer stappen zal ondernemen om voldoende zekerheid te verkrijgen over de door de NFI's uitgevoerde controles; neemt voorts kennis van het feit dat het ECSEL JTI verdere beoordelingen uitvoert van de nationale systemen voor zekerheid na de fusie van de gemeenschappelijke onderneming en ARTEMIS;

4.  merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming de praktische regelingen voor controles achteraf met betrekking tot de met de NFI's gesloten administratieve overeenkomsten heeft ingevoerd; neemt ter kennis dat de praktische regelingen ook de invoering van een specifiek rapportageformulier omvatten, versterkt door de beoordeling van de nationale systemen voor zekerheid door de gemeenschappelijke onderneming en bezoeken aan de NFI's door de Rekenkamer;

5.  neemt kennis van het feit dat de beperkte analyse van kostendeclaraties door de gemeenschappelijke onderneming in 2012 een van de elementen was die de zekerheid heeft vergroot, hetgeen de gemeenschappelijke onderneming in staat heeft gesteld te controleren welke transacties werden onderworpen aan controles vóór de invoering van een specifiek rapportageformulier; merkt op dat deze steekproef betrekking had op een klein aantal van de eerste nationale controles vanaf 2012 en een volume bereikte dat zinvolle statistische beoordelingen mogelijk maakt, in 2014;

6.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat 23 NFI's informatie over hun controlestrategieën hebben verstrekt, hetgeen overeenkomt met 95 % van de totale hoeveelheid subsidies die is verleend; is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer, ter aanvulling van de door de gemeenschappelijke onderneming verkregen informatie, rechtstreeks aanvullende informatie van de NFI's ontvangt om een advies uit te brengen over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen;

7.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat zij vooruitgang heeft geboekt bij de uitvoering van het actieplan om de tekortkomingen te verhelpen die de Rekenkamer in haar oordeel met beperking heeft vastgesteld; neemt ter kennis dat de door de nationale systemen geboden garanties positief zijn beoordeeld voor landen die goed zijn voor 54 % van het totale aantal subsidies en dat de beoordelingen van nog een aantal landen zich in een gevorderd stadium van uitvoering bevinden, wat zal leiden tot de beoordeling van in totaal 84 % van alle subsidies; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de beoordelingen voort te zetten, om ervoor te zorgen dat 100 % van de subsidies zal worden beoordeeld;

8.  neemt ter kennis dat er een workshop over zekerheid is georganiseerd, waaraan werd deelgenomen door de vertegenwoordigers van de Rekenkamer, de Commissie en de dienst Interne audit van de Commissie, alsook vertegenwoordigers van NFI's die actief zijn in de gemeenschappelijke onderneming; wijst erop dat tijdens deze workshop aandacht werd besteed aan de vereisten van Europese programma's, en dat er informatie en goede werkwijzen konden worden uitgewisseld met de NFI's;

9.  neemt ter kennis dat de gemeenschappelijke onderneming een nieuwe methode heeft ontwikkeld voor de schatting van het restfoutenpercentage, vergelijkbaar met die van de diensten van de Commissie belast met gezamenlijk beheerde fondsen; erkent dat de eerste evaluatie van het restfoutenpercentage op basis van de 157 gecontroleerde verrichtingen uitkwam op 0,73 %, en een recente bijwerking gebaseerd op 331 verrichtingen op een foutenpercentage van 0,66 %, onder de materialiteitsdrempel van 2 %;

10.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de bijdragen van de lidstaten onder het niveau lagen van 1,8 waarom in het statuut van de gemeenschappelijke onderneming wordt verzocht om te voldoen aan de beperkingen op grond van de regels inzake overheidssteun; merkt met name op dat voor de industriële deelnemers aan grote proefprojecten de totale overheidsfinanciering niet meer mag bedragen dan 25 %, terwijl het statuut van de gemeenschappelijke onderneming vereist dat aan elke deelnemer hetzelfde vergoedingspercentage wordt toegekend;

11.  neemt kennis van het feit dat de lagere bijdragen van de lidstaten ruimschoots gecompenseerd zijn door hogere bijdragen van de privésector, die goed waren voor 65 % van de totale kosten, zodat de financiering van de Unie een groot hefboomeffect heeft gehad;

12.  merkt op dat de Commissie een evaluatie zal verrichten van de activiteiten van ENIAC tot de oprichtingsdatum van ECSEL JTI, zoals voorzien in Verordening (EG) nr. 72/2008 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC, waarmee rekening gehouden wordt bij de kwijting voor het begrotingsjaar 2014;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

13.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de cv's en de belangenverklaringen van haar uitvoerend directeur en managers overeenkomstig het personeelsstatuut en de uitvoeringsvoorschriften zijn verzameld en gepubliceerd op de website van de gemeenschappelijke onderneming; wijst erop dat er een omvattende databank met alle geïdentificeerde informatie inzake belangenconflicten alsook de getroffen maatregelen is opgezet, en dat deze regelmatig wordt bijgewerkt;

Toezicht op en verslaglegging over de onderzoeksresultaten

14.  herinnert eraan dat met het besluit voor het zevende kaderprogramma (KP7)(19) een monitoring- en rapportagesysteem werd ingevoerd dat betrekking heeft op de bescherming, verspreiding en overdracht van onderzoeksresultaten; verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat 211,5 publicaties en 16,6 octrooien per 10 000 000 EUR aan Uniesubsidies aantonen dat haar onderzoeksresultaten een hoge productiviteit laten zien en dat dit in overeenstemming is met alle eisen die de KP7-coördinatoren tot nu toe hebben gesteld.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING

IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.9.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

6

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Rina Ronja Kari, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Igor Šoltes, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Cătălin Sorin Ivan, Karin Kadenbach, Marian-Jean Marinescu, Markus Pieper, Julia Pitera, Miroslav Poche, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Raymond Finch

(1)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 26.

(2)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 27.

(3)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2015)0165.

(4)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(5)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(6)

PB L 30 van 4.2.2008, blz. 21.

(7)

PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.

(8)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(9)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(10)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 26.

(11)

PB C 452 van 16.12.2014, blz. 27.

(12)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2015)0165.

(13)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(14)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(15)

PB L 30 van 4.2.2008, blz. 21.

(16)

PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.

(17)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(18)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(19)

Artikel 7 van Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 6).

Juridische mededeling