Procedure : 2014/0014(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0006/2016

Ingediende teksten :

A8-0006/2016

Debatten :

PV 07/03/2016 - 12
CRE 07/03/2016 - 12

Stemmingen :

PV 08/03/2016 - 6.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0068

VERSLAG     ***I
PDF 565kWORD 288k
15.1.2016
PE 544.363v02-00 A8-0006/2016

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en Verordening (EU) nr. 1306/2013 wat betreft de steunregeling voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk aan kinderen in onderwijsinstellingen

(COM(2014)0032 – C7‑0025/2014 – 2014/0014(COD))

Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

Rapporteur: Marc Tarabella

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en Verordening (EU) nr. 1306/2013 wat betreft de steunregeling voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk aan kinderen in onderwijsinstellingen

(COM(2014)0032 – C7‑0025/2014 – 2014/0014(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0032),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 42 en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0025/2014),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 9 juli 20141,

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 7 oktober 20142,

–  gezien zijn besluit van 27 mei 2015 inzake de opening van en het mandaat voor interinstitutionele onderhandelingen over het voorstel(1),

–  gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 16 december 2015 om het standpunt van het Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8-0006/2016),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

VERORDENING (EU) 2016/…VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van ...

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en Verordening (EU) nr. 1306/2013 wat betreft de steunregeling voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk aan kinderen in onderwijsinstellingen**

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 42 en artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité1,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's2,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  In deel II, titel I, hoofdstuk II, afdeling 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad(2) is voorzien in een regeling voor schoolgroente en -fruit, waaronder begrepen bananen, en een regeling voor schoolmelk.

(2)  De ervaring met de toepassing van de huidige regelingen, ▌de conclusies van de externe evaluaties, de daaropvolgende analyse van de verschillende beleidsopties en de sociale moeilijkheden in de lidstaten duiden erop dat voortzetting en versterking van de twee schoolregelingen van het grootste belang is. In de huidige context van dalende consumptie van verse groenten en fruit ▌en van zuivelproducten, met name onder kinderen, en de hogere prevalentie van kinderobesitas als gevolg van eetgewoonten waarbij vooral wordt gekozen voor hoog verwerkte voedingsmiddelen, waaraan vaak grote hoeveelheden suikers, zout, vet of additieven zijn toegevoegd, dient de steun van de Unie voor de verstrekking van geselecteerde landbouwproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen meer gericht te zijn op het bevorderen van gezonde eetgewoonten en de consumptie van lokale producten.

(3)  Uit de analyse van de verschillende beleidsopties komt naar voren dat een uniforme aanpak binnen een gemeenschappelijk wettelijk en financieel kader een geschiktere en meer doeltreffende manier is voor het bereiken van de specifieke doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid die via schoolregelingen worden nagestreefd. Dit biedt de lidstaten de mogelijkheid om binnen een vast budget een maximaal effect te bereiken met de verstrekking en de regelingen efficiënter te beheren. Vanwege de verschillen tussen groente- en fruit-, waaronder begrepen bananen, melk en zuivelproducten, d.w.z. schoolgroente en -fruit en schoolmelk als omschreven in Hoofdstuk II, Deel I, en de toeleveringsketens daarvan, moeten bepaalde elementen, zoals de budgetten, voor elke productgroep verder afzonderlijk worden vastgesteld. In het licht van de ervaringen met de huidige regelingen dient de deelname van lidstaten aan de regeling op basis van vrijwilligheid te blijven gebeuren. Gezien de verschillende consumptiepatronen in de lidstaten moeten de deelnemende lidstaten en regio's in het kader van hun strategieën kunnen kiezen welke van de subsidiabele producten zij aan kinderen in onderwijsinstellingen willen verstrekken. De lidstaten kunnen ook overwegen om gerichte maatregelen te nemen teneinde de dalende melkconsumptie bij de doelgroep aan te pakken.

(4)  Er is een dalende trend in de consumptie van verse groenten en fruit ▌en consumptiemelk vastgesteld. Vandaar dat het gepast is om de verstrekking van landbouwproducten in het kader van deze regeling bij voorrang op verse groenten en fruit en melk te concentreren.   Dit helpt tevens om de organisatorische belasting voor scholen te verminderen en met een beperkt budget toch het effect van de verstrekking te vergroten en is in overeenstemming met de huidige praktijk, aangezien deze producten het vaakst worden verstrekt. Om aan de voedingsadviezen inzake calciumopname te voldoen, en gezien de toenemende problemen in verband met de intolerantie voor lactose in melk, dient het de lidstaten te worden toegestaan andere zuivelproducten te verstrekken, zoals yoghurt en kaas, die goed zijn voor de gezondheid van kinderen. Daarenboven moeten inspanningen worden geleverd voor de verstrekking van plaatselijke en regionale producten.

(5)  Teneinde van de regeling een doeltreffend instrument te maken voor het bereiken van de korte- en langetermijndoelstelling om de consumptie van geselecteerde landbouwproducten te vergroten en gezondere eetgewoonten aan te leren, moet de verstrekking worden ondersteund met begeleidende educatieve maatregelen. Gezien het belang ervan moeten deze maatregelen dienen ter ondersteuning van de verstrekking van schoolgroente en -fruit en schoolmelk. Ze dienen in aanmerking te komen voor steun van de Unie, met dien verstande dat voor andere dan landbouwproducten slechts de component melk daarvoor in aanmerking komt. Als begeleidende educatieve maatregelen zijn zij een essentieel instrument om kinderen weer in contact te brengen met landbouw en de diversiteit van de landbouwproducten van de Unie, met name die welke in hun regio worden geproduceerd, met de hulp van, bijvoorbeeld, voedingsdeskundigen en landbouwers. Om de doelstellingen van de regeling te bereiken, dienen de lidstaten de vrijheid te hebben om in hun thematische maatregelen een grotere verscheidenheid aan landbouwproducten op te nemen, zoals verwerkte groenten en fruit zonder toevoeging van suiker, zout, vetten, zoetstoffen en kunstmatige smaakversterkers. De lidstaten moeten ook de mogelijkheid krijgen om andere lokale, regionale of nationale specialiteiten zoals honing, tafelolijven en olijfolie op te nemen. Om gezonde eetgewoonten te bevorderen, moeten de lidstaten bij de opstelling van deze lijst in overeenstemming met nationale procedures, zorgen voor een adequate betrokkenheid of toestemming van de nationale autoriteiten die bevoegd zijn voor gezondheid en voeding.

(6)  Om te zorgen voor een efficiënt en gericht gebruik van de middelen van de Unie en om de uitvoering van de schoolregeling te vergemakkelijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om handelingen vast te stellen met betrekking tot het bepalen van de kosten en/of maatregelen die in aanmerking komen voor EU-steun.

(7)  De steun moet afzonderlijk worden toegewezen voor schoolgroente en -fruit ▌en schoolmelk, overeenkomstig het beginsel dat de verstrekking op basis van vrijwilligheid plaatsvindt. Deze steun moet aan elke lidstaat worden toegewezen, rekening houdend met het aantal kinderen van zes tot tien jaar in een lidstaat, de mate van ontwikkeling van de regio's in een lidstaat, zodat minder ontwikkelde regio’s, de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en de ultraperifere gebieden meer steun ontvangen, gezien hun beperkte landbouwdiversificatie en het feit dat het vaak onmogelijk is bepaalde producten in de betrokken regio te vinden, waardoor de vervoers- en opslagkosten er hoger zijn. Bovendien is het zaak om voor schoolmelk de voorgaande criteria te combineren met de besteding in het verleden van de steun van de Unie voor de verstrekking van melk en zuivelproducten aan kinderen, met uitzondering van Kroatië, waarvoor een specifiek bedrag zal worden bepaald, zodat de lidstaten de omvang van hun huidige programma’s op peil kunnen houden, en met het oog op het aanmoedigen van anderen om de verstrekking van melk ter hand nemen.

(8)  In het belang van goed bestuur en gezond begrotingsbeheer moeten de lidstaten die aan de regeling voor de verstrekking van de subsidiabele producten wensen deel te nemen, elk jaar een aanvraag voor steun van de Unie indienen. ▌

(9)  Het opstellen van een nationale strategie is voorwaarde voor de deelname van een lidstaat aan de regeling. Van de lidstaten die wensen deel te nemen, moet worden verlangd dat zij een strategisch ▌document voor een periode van zes jaar indienen, waarin hun respectieve ▌prioriteiten worden vastgelegd. De lidstaten moeten in staat worden gesteld hun strategie regelmatig te actualiseren, vooral op basis van evaluaties en herbeoordelingen van prioriteiten en doelstellingen, en van het welslagen van hun programma's. Voorts kunnen in de strategieën de elementen in verband met de uitvoering van de regeling worden gespecificeerd die de lidstaten in staat stellen een efficiënt beheer te voeren, onder andere met betrekking tot de steunaanvragen en -verzoeken.

(10)  Om de bekendheid met de schoolregeling en de zichtbaarheid van de steun van de Unie te vergroten, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om handelingen vast te stellen met betrekking tot de verplichting van de lidstaten om de EU-steun voor de uitvoering van deze regeling duidelijk onder de aandacht te brengen, ook met betrekking tot publiciteitsmiddelen en, indien van toepassing, de gemeenschappelijke identiteit of grafische elementen.

(11)    Met het oog op de zichtbaarheid van de regeling moeten de lidstaten in hun strategie uitleggen hoe ze ervoor zorgen dat hun regeling meerwaarde oplevert, vooral wanneer uit hoofde van de regeling van de Unie gesubsidieerde producten samen met andere maaltijden aan kinderen in onderwijsinstellingen worden verstrekt. Teneinde ervoor te zorgen dat de educatieve doelstelling van de regeling van de Unie wordt bereikt, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om bepaalde handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorschriften voor de verstrekking van uit hoofde van de regeling van de Unie gesubsidieerde producten ten opzichte van de verstrekking van andere maaltijden in onderwijsinstellingen en voor de bereiding ervan.

(12)  Om de doeltreffendheid van de programma’s in de lidstaten na te gaan, dienen initiatieven te worden gefinancierd voor monitoring en evaluatie van de behaalde resultaten, met bijzondere aandacht voor veranderingen in de consumptie op de middellange termijn.

(13)  Aangezien het medefinancieringsbeginsel is afgeschaft voor groente- en fruitverstrekking, moeten de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad worden gewijzigd(3).

(14)  Deze verordening mag geen invloed hebben op de verdeling van regionale of lokale bevoegdheden binnen de lidstaten.

(15)  Verordening (EU) nr. 1308/2013 en Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. Teneinde rekening te houden met de indeling van het schooljaar moeten de nieuwe voorschriften met ingang van 1 augustus 2017 van toepassing worden,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1Wijziging van Verordening (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten

Verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt als volgt gewijzigd:

(1)  De titel van deel II, titel I, hoofdstuk II, afdeling 1, wordt vervangen door: "STEUN VOOR DE VERSTREKKING VAN GROENTEN EN FRUIT EN VAN MELK EN ZUIVELPRODUCTEN IN ONDERWIJSINSTELLINGEN";

(2)  De kop "Onderafdeling 1" en de titel "Regelingen inzake schoolfruit en -groenten" worden geschrapt.

(3)  Artikel 23 wordt vervangen door:

"Artikel 23

Steun voor de verstrekking van schoolgroente en -fruit en schoolmelk, begeleidende educatieve maatregelen en daarmee gepaard gaande kosten

1.  Er wordt steun van de Unie verleend ten behoeve van kinderen in de in artikel 22 bedoelde onderwijsinstellingen voor

a)  de verstrekking en verdeling van subsidiabele producten als bedoeld in de punten 2 en 3;

b)  begeleidende educatieve maatregelen; en tevens

c)  ter dekking van bepaalde daarmee gepaard gaande kosten ▌voor apparatuur, publiciteit, toezicht en evaluatie, alsmede logistiek en verstrekking indien die kosten niet onder punt a) vallen.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  "schoolgroente en -fruit”: de producten bedoeld in lid 2, eerste alinea, punt a) en lid 2, tweede alinea, punt a);

  "schoolmelk": de producten bedoeld in lid 2, eerste alinea, punt b) en lid 2, tweede alinea, punt b), alsmede de producten bedoeld in bijlage V.

2.  Lidstaten die wensen deel te nemen aan de in lid 1 vastgestelde steunregeling ("de schoolregeling") en om bovengenoemde steun verzoeken, moeten, rekening houdend met de nationale omstandigheden, voorrang verlenen aan de verstrekking van producten van een of beide van de volgende groepen:

a)  groenten en fruit en verse producten van de sector bananen;

b)  consumptiemelk en de lactosevrije versies ervan.

Om de consumptie van bepaalde producten te bevorderen en/of tegemoet te komen aan de specifieke voedingsbehoeften van kinderen op zijn grondgebied, kan een lidstaat echter zorgen voor de verstrekking van:

a)  verwerkte groente- en fruitproducten, naast de producten bedoeld in de eerste alinea, punt a);

b)  kaas en wrongel, yoghurt en andere gegiste of aangezuurde zuivelproducten zonder toegevoegde aroma's, vruchten, noten of cacao, naast de producten bedoeld in de eerste alinea, punt b).

3.  Ingeval de lidstaten het nodig achten voor het bereiken van de doelstellingen van de schoolregeling en de doelen genoemd in de in lid 6 bedoelde strategie, mogen zij naast de producten bedoeld in lid 2 ter aanvulling ook de in bijlage V vermelde producten verstrekken.

In dat geval wordt de steun van de Unie alleen toegekend voor de melkcomponent van het verstrekte product, die niet geringer mag zijn dan 90 gew.-% voor categorie I van bijlage V en 75 gew.-% voor categorie II van bijlage V. De Raad bepaalt het niveau van de steun van de Unie voor melk overeenkomstig artikel 43, lid 3, VWEU.

4.  Producten die in het kader van de schoolregeling worden verstrekt, bevatten geen toegevoegde suiker, toegevoegd zout, toegevoegde vetten, toegevoegde zoetstoffen en toegevoegde kunstmatige smaakversterkers E 620 tot en met E 650 als vermeld in Verordening (EU) nr. 1333/2008.

Teneinde rekening te houden met de wetenschappelijke ontwikkelingen, wordt de Commissie gemachtigd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 227, met het oog op het aanvullen van de lijst van smaakversterkers bedoeld in de eerste alinea.

Iedere lidstaat kan evenwel besluiten dat subsidiabele producten als bedoeld in de punten 2 en 3 beperkte hoeveelheden toegevoegde suikers, toegevoegd zout en/of toegevoegde vetten kunnen bevatten nadat daarvoor toestemming is verkregen van de nationale autoriteiten die bevoegd zijn voor gezondheid en voeding, conform hun nationale procedures. Teneinde ervoor te zorgen dat deze producten voldoen aan de doelstellingen van het programma, wordt aan de Commissie de bevoegdheid toegekend om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 227 ter bepaling van de maximumgehalten voor deze stoffen die technisch noodzakelijk zijn voor de bereiding of vervaardiging van verwerkte producten.

5.  Naast de producten bedoeld in de leden 2 en 3, kunnen de lidstaten bepalen dat andere landbouwproducten worden opgenomen in het kader van de begeleidende educatieve maatregelen, met name die welke worden genoemd in artikel 1, lid 2, punten g) en v).

6.  Als voorwaarde voor zijn deelname aan de schoolregeling stelt een lidstaat, voorafgaand aan zijn deelname en vervolgens om de zes jaar, op nationaal of regionaal niveau een strategie voor de uitvoering ervan vast. Deze strategie kan worden gewijzigd door de autoriteit die verantwoordelijk is voor de indiening ervan op nationaal of regionaal niveau, in het bijzonder in het licht van monitoring en evaluatie, en van de bereikte resultaten. In de strategie wordt op zijn minst aangegeven in welke behoeften moet worden voorzien en hoe deze zijn geprioriteerd, wat de doelgroep is, welke resultaten moeten worden bereikt en, indien voorhanden, wat de gekwantificeerde streefdoelen ten opzichte van de uitgangssituatie zijn. Ook wordt aangegeven wat de meest geschikte instrumenten en acties zijn om die doelen te bereiken.

Deze strategieën kunnen specifieke elementen in verband met de uitvoering van de regeling bevatten, waaronder die ter vereenvoudiging van het beheer ervan.

7.  De lidstaten stellen de lijst op van alle producten die in het kader van de regeling worden geleverd, hetzij door reguliere verstrekking of in het kader van educatieve begeleidende maatregelen in hun strategieën. Onverminderd lid 4 moeten zij ook zorgen voor de nodige medewerking of toestemming van de voor gezondheid en voeding bevoegde nationale autoriteiten bij het opstellen van deze lijst in overeenstemming met nationale procedures.

8.  Om de schoolregeling doeltreffend te doen functioneren, voorzien de lidstaten tevens in begeleidende educatieve maatregelen, die onder meer maatregelen en activiteiten kunnen omvatten welke erop zijn gericht kinderen in contact te brengen met landbouw via activiteiten, zoals boerderijbezoeken, en de verstrekking van een grotere verscheidenheid aan landbouwproducten zoals bedoeld in lid 5. Deze maatregelen kunnen ook gericht zijn op educatie over daarmee verband houdende kwesties, zoals gezonde eetgewoonten, ▌lokale voedselketens, biologische landbouw, duurzame productie of de strijd tegen voedselverspilling.

9.  De lidstaten kiezen de producten die worden verstrekt of worden opgenomen in begeleidende educatieve maatregelen op basis van objectieve criteria waaronder: gezondheids- en milieuoverwegingen, seizoensgebondenheid, verscheidenheid of beschikbaarheid van lokale of regionale producten, waarbij voor zover mogelijk prioriteit wordt gegeven aan producten van oorsprong uit de Unie. De lidstaten kunnen met name lokale of regionale aankopen, biologische producten, korte toeleveringsketens of milieubaten en, indien nodig, hoogwaardige producten zoals aangeduid in Verordening (EU) nr. 1151/2012 aanmoedigen.

De lidstaten kunnen in hun strategieën prioriteit geven aan overwegingen betreffende duurzaamheid en eerlijke handel ."

(4)  Artikel 23 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 23 bis

Financiële bepalingen

1.  De steun die uit hoofde van de schoolregeling wordt toegewezen voor de verstrekking van producten, de begeleidende educatieve maatregelen en de daarmee gepaard gaande kosten, zoals bedoeld in artikel 23, lid 1, mag, onverminderd het bepaalde in lid 4, niet meer bedragen dan 250 miljoen euro per schooljaar, waarvan:

a)  voor schoolgroente en -fruit: 150 miljoen euro per schooljaar;

b)  voor schoolmelk: 100 miljoen euro per schooljaar.

2.  Bij de toewijzing van de in lid 1 bedoelde steun wordt voor elke lidstaat rekening gehouden met het volgende:

i)  het aantal kinderen van zes tot tien jaar in een lidstaat;

ii)  de mate van ontwikkeling van de gebieden in een lidstaat, zodat minder ontwikkelde gebieden in de zin van artikel 3, lid 5, van deze verordening ▌ en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 meer steun ontvangen; en tevens

iii) voor schoolmelk, naast bovenvermelde criteria, de besteding in het verleden van de EU-steun voor de verstrekking van melk en zuivelproducten aan kinderen ▌.

Wat de in artikel 349 VWEU genoemde ultraperifere gebieden betreft, moeten de toewijzingen voor de betrokken lidstaat een hogere steun opleveren, om rekening te houden met hun specifieke situatie wat betreft het betrekken van producten, en om te stimuleren dat nabijgelegen ultraperifere gebieden producten van elkaar betrekken.

Bij de toewijzingen voor schoolmelk op grond van bovengenoemde criteria moet ervoor worden gezorgd dat alle lidstaten recht hebben op ten minste een minimumbedrag aan EU-steun per kind in de leeftijdsgroep bedoeld in de eerste alinea, punt i), dat niet lager mag zijn dan het gemiddelde bedrag, berekend over alle lidstaten, van de EU-middelen per kind in het kader van de regeling die van toepassing was vóór [datum van inwerkingtreding van deze verordening].

3.  De lidstaten doen elk jaar een aanvraag voor deelname aan de schoolregeling door een verzoek om steun van de Unie in te dienen, onder vermelding van het gevraagde bedrag voor schoolgroente en -fruit en schoolmelk die ze willen verstrekken ▌.

4.  Een lidstaat kan een keer per schooljaar maximaal 20 % van een of meer van zijn indicatieve toewijzingen overdragen, mits het totale maximum van 250 miljoen euro dat resulteert uit de optelsom van de in lid 1, punten a) en b), genoemde bedragen, niet wordt overschreden. ▌

Dit percentage mag echter worden verhoogd tot 25 % voor lidstaten met ultraperifere gebieden vermeld in artikel 349 VWEU en in andere naar behoren gemotiveerde gevallen, bijvoorbeeld indien een lidstaat een specifieke marktsituatie moet aanpakken in de sector waarop de schoolregeling van toepassing is, zijn bijzondere bezorgdheid over de geringe consumptie van een bepaalde groep producten, of andere maatschappelijke veranderingen.

Overdrachten kunnen worden gedaan:

a)  voorafgaand aan de vaststelling van de definitieve toewijzingen voor het volgende schooljaar, tussen de indicatieve toewijzingen van de lidstaat. Zulke overdrachten mogen niet worden gedaan uitgaande van de indicatieve toewijzing voor de groep producten waarvoor de betrokken lidstaat om een bedrag verzoekt dat hoger is dan zijn indicatieve toewijzing. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van het bedrag van de overdrachten tussen de indicatieve toewijzingen; of

b)  na het begin van het schooljaar, tussen de definitieve toewijzingen van de lidstaat, indien die toewijzingen zijn vastgesteld voor de lidstaat in kwestie. De Commissie stelt bij wege van uitvoeringshandelingen de maatregelen vast die nodig zijn voor de toepassing van dit lid, onder meer wat betreft de termijnen voor de overdrachten en de indiening, de vorm en de inhoud van de kennisgevingen van de overdrachten.

5.  De schoolregeling laat aparte nationale schoolregelingen die verenigbaar zijn met recht van de Unie, onverlet. De in artikel 23 bedoelde EU-steun kan worden gebruikt om het toepassingsgebied of de doeltreffendheid van de bestaande nationale schoolregelingen of regelingen voor de verstrekking van schoolgroente en -fruit en schoolmelk te vergroten, maar mag niet in de plaats komen van de financiering voor deze bestaande nationale regelingen, behalve voor de gratis verstrekking van maaltijden aan kinderen in onderwijsinstellingen. Indien de lidstaat besluit een bestaande nationale schoolregeling te verlengen of doeltreffender te maken door te verzoeken om EU-middelen, vermeldt hij in de in artikel 23, lid 6, bedoelde strategie hoe dit zal worden gerealiseerd.

6.  De lidstaten kunnen de steun van de Unie aanvullen met nationale steun voor de financiering van de schoolregeling.

De lidstaten kunnen deze betalingen financieren met de opbrengsten van een door de betrokken sector te betalen heffing of met een andere door de particuliere sector te leveren bijdrage.

7.  De Unie kan krachtens artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 tevens financiering verlenen voor voorlichtings-, publiciteits-, monitoring- en evaluatiemaatregelen met betrekking tot de schoolregeling, onder meer met het oog op bewustmaking van het publiek van de doelstellingen ervan, en voor gerelateerde maatregelen op het gebied van netwerkvorming die gericht zijn op de uitwisseling van ervaring en beste praktijken ter vergemakkelijking van de tenuitvoerlegging en het beheer van de regeling.

De Commissie kan, overeenkomstig artikel 24, lid 3, van deze verordening, een gemeenschappelijke identiteit of grafische elementen voor de vergroting van de zichtbaarheid van de schoolregeling ontwikkelen.

8.  De deelnemende lidstaten maken in de schoolgebouwen of een andere relevante plaats ▌bekend dat zij aan de schoolregeling deelnemen en wijzen daarbij op de rol van de Unie als subsidieverstrekker. De lidstaten mogen alle geschikte communicatiemiddelen gebruiken die door de Commissie worden vastgesteld overeenkomstig artikel 24, daaronder begrepen posters, specifieke websites, informatief grafisch materiaal, en voorlichtings- en bewustmakingscampagnes. De lidstaten dragen zorg voor de meerwaarde en zichtbaarheid van de schoolregeling van de Unie ten opzichte van de verstrekking van andere maaltijden in onderwijsinstellingen."

(5)  De artikelen 24 en 25 worden vervangen door:

"Artikel 24

Gedelegeerde bevoegdheden

1.  Teneinde gezonde eetgewoonten bij kinderen te bevorderen en ervoor te zorgen dat de steun die uit hoofde van de schoolregeling wordt verstrekt, ten bate komt van kinderen in de in artikel 22 genoemde doelgroep, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende voorschriften inzake:

a)  de aanvullende criteria inzake de subsidiabiliteit van de in artikel 22 bedoelde doelgroep;

b)  de erkenning en selectie van steunaanvragers door de lidstaten;

c)  de opstelling van de nationale of regionale strategieën en inzake de begeleidende educatieve maatregelen.

2.  Teneinde een doelmatige en doelgerichte besteding van de financiële middelen van de EU te waarborgen en de uitvoering van de schoolregeling te vergemakkelijken, wordt aan de Commissie de bevoegdheid toegekend om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

a)  de vaststelling van de kosten en/of maatregelen die in aanmerking komen voor steun van de Unie ▌;

b)  de verplichting voor de lidstaten om de doeltreffendheid van hun schoolregeling te monitoren en te evalueren.

3.  Teneinde de schoolregeling onder de aandacht van het publiek te brengen en de zichtbaarheid van de EU-steun te vergroten, wordt aan de Commissie de bevoegdheid toegekend om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen waarbij de lidstaten die aan de schoolregeling deelnemen, ertoe worden verplicht duidelijk bekendheid te geven aan het feit dat zij EU-steun krijgen voor de uitvoering van de regeling, onder meer met betrekking tot:

a)  de specifieke criteria inzake het gebruik van publiciteitsmiddelen;

b)  zo nodig, de vaststelling van specifieke criteria inzake de presentatie, de samenstelling, de afmetingen en het ontwerp van de gemeenschappelijke identiteit of de grafische elementen.

4.  Teneinde de meerwaarde en zichtbaarheid van de regeling van de Unie te verzekeren, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorschriften voor de verstrekking van de betrokken producten in relatie tot de verstrekking van andere maaltijden in onderwijsinstellingen.

5.  Aangezien ervoor moet worden gezorgd dat de steun tot uitdrukking komt in de prijs waartegen de producten in het kader van de schoolregeling beschikbaar worden gesteld, wordt aan de Commissie de bevoegdheid toegekend om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen, waarbij de lidstaten worden verplicht in hun strategieën uit te leggen hoe dit zal worden gerealiseerd.

Artikel 25

Uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig de onderzoeksprocedure

De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de voor de toepassing van deze afdeling vereiste maatregelen vaststellen, waaronder:

(a)  de informatie die in de strategieën van de lidstaten moet worden opgenomen;

(b)  de steunaanvragen en betalingen, met inbegrip van de vereenvoudiging van de procedures die voortvloeien uit het gemeenschappelijk kader;

c)  de methoden voor de bekendmaking van de schoolregeling en de maatregelen op het gebied van netwerkvorming in het kader van de regeling;

d)  de indiening, vorm en inhoud van de jaarlijkse verzoeken om steun en de monitoring- en evaluatieverslagen van de aan de schoolregeling deelnemende lidstaten;

e)  de maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van artikel 23 bis, lid 4, onder meer wat betreft de termijnen voor de overdrachten en de indiening, de vorm en de inhoud van de desbetreffende kennisgevingen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

(6)  Onderafdeling 2 wordt geschrapt.

(7)  Artikel 217 wordt vervangen door:

"Artikel 217

Nationale betalingen voor de verstrekking van producten aan kinderen

De lidstaten kunnen nationale betalingen verrichten voor de financiering van de verstrekking, aan kinderen in onderwijsinstellingen, van de groepen subsidiabele producten bedoeld in artikel 23, voor begeleidende educatieve maatregelen in verband met dergelijke producten en voor de daarmee gepaard gaande kosten, zoals bedoeld in artikel 23, lid 1, punt c).

De lidstaten kunnen deze betalingen financieren met de opbrengsten van een door de betrokken sector te betalen heffing of met een andere door de particuliere sector te leveren bijdrage."

(8)  In artikel 225 worden de volgende punten toegevoegd:

e)  uiterlijk 31 juli 2023, over de toepassing van de toewijzingscriteria bedoeld in artikel 23bis, lid 2;

f)  uiterlijk 31 juli 2023, over het effect van de in artikel 23 bis, lid 4, bedoelde overdrachten op de doeltreffendheid van de regeling ten opzichte van de verdeling van beide groepen producten."

(9)  Bijlage V wordt vervangen door:

"BIJLAGE V

Categorie I

Gefermenteerde zuivelproducten zonder vruchtensap, natuurlijk gearomatiseerd, of met vruchtensap, natuurlijk gearomatiseerd of niet-gearomatiseerd

Dranken op basis van melk met cacao, vruchtensap of natuurlijk gearomatiseerd

Categorie II

Natuurlijk gearomatiseerde en niet gearomatiseerde zuivelproducten met vruchten, al dan niet gefermenteerd".

Artikel 2

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1306/2013

In artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr.1306/2013 wordt punt d) vervangen door:

"(d)  de financiële bijdrage van de Unie aan de maatregelen in verband met dierziekten en verlies van vertrouwen bij de consument, als bedoeld in artikel 220 van Verordening (EU) nr. 1308/2013."

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de (...) dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

(1)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2015)0216.

(2)

  Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

(3)

  Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Steunregeling voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk aan kinderen in onderwijsinstellingen

Document- en procedurenummers

COM(2014)0032 – C7-0025/2014 – 2014/0014(COD)

Datum indiening bij EP

30.1.2014

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

AGRI

6.2.2014

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

DEVE

6.2.2014

BUDG

6.2.2014

CONT

6.2.2014

ENVI

6.2.2014

 

REGI

6.2.2014

CULT

6.2.2014

 

 

Geen advies

       Datum besluit

DEVE

11.2.2014

BUDG

25.6.2014

CONT

11.6.2014

ENVI

14.7.2014

 

REGI

22.9.2014

CULT

3.9.2014

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Marc Tarabella

17.9.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

23.7.2014

 

 

 

Datum goedkeuring

11.1.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

6

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, José Bové, Paul Brannen, Daniel Buda, Nicola Caputo, Michel Dantin, Paolo De Castro, Albert Deß, Norbert Erdős, Luke Ming Flanagan, Martin Häusling, Anja Hazekamp, Esther Herranz García, Jan Huitema, Peter Jahr, Jarosław Kalinowski, Elisabeth Köstinger, Philippe Loiseau, Mairead McGuinness, Ulrike Müller, Maria Noichl, Marijana Petir, Jens Rohde, Jordi Sebastià, Jasenko Selimovic, Lidia Senra Rodríguez, Czesław Adam Siekierski, Marc Tarabella, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pilar Ayuso, Bas Belder, Franc Bogovič, Jean-Paul Denanot, Fredrick Federley, Maria Heubuch, Ricardo Serrão Santos, Ramón Luis Valcárcel Siso

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Mark Demesmaeker

Datum indiening

15.1.2016

Juridische mededeling