Procedure : 2015/2233(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0009/2016

Ingediende teksten :

A8-0009/2016

Debatten :

PV 01/02/2016 - 10
CRE 01/02/2016 - 10

Stemmingen :

PV 03/02/2016 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0041

VERSLAG     
PDF 494kWORD 261k
25.1.2016
PE 567.814v02-00 A8-0009/2016

houdende aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie voor de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)

(2015/2233(INI))

Commissie internationale handel

Rapporteur voor advies: Viviane Reding

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

houdende aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie voor de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)

(2015/2233(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS)(1), in werking getreden in januari 1995 in werking getreden als voortvloeisel van de Ronde van Uruguay in het kader van de WTO,

–  gezien het verslag van 21 april 2011 van de voorzitter van de Raad voor de Handel in Diensten van de WTO, ambassadeur Fernando de Mateo, aan het Comité voor Handelsbesprekingen betreffende de bijzondere onderhandelingssessie over de handel in diensten(2),

–  gezien de verklaring van de groep "Really Good Friends of Services" (RGF) van 5 juli 2012(3),

–  gezien de richtsnoeren van de EU voor de onderhandelingen over een Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA) die op 8 maart 2013 door de Raad zijn goedgekeurd en op 10 maart 2015 door de Raad werden gederubriceerd en openbaar gemaakt(4),

–  gezien zijn resolutie van 4 juli 2013 over de opening van onderhandelingen over een plurilaterale dienstenovereenkomst(5),

–  gezien de politieke beleidslijnen van voorzitter Juncker van 15 juli 2014 voor de aantredende Commissie onder de titel "Een nieuwe start voor Europa: mijn agenda voor banen, groei, billijkheid en democratische verandering",

--  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015, getiteld "Handel voor iedereen: naar een meer verantwoordelijk handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497),

–  gezien het definitieve opstartverslag van ECORYS voor de Commissie van 17 juli 2014 getiteld "Duurzaamheidseffectbeoordeling van de handel ter ondersteuning van de onderhandelingen over een plurilaterale Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)"(6),

–  gezien de onderhandelingsdocumenten van alle partijen bij de TiSA, in het bijzonder de stukken die gederubriceerd zijn en door de Commissie op 22 juli 2014 openbaar gemaakt, waaronder begrepen het openingsaanbod van de EU(7),

–  gezien de verklaring van commissaris Malmström van 5 februari 2015 over mobiliteit van patiënten in de TiSA(8),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van EU en VS van 20 maart 2015 over openbare diensten(9) in het kader van de TiSA- en TTIP-onderhandelingen,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie,

–  gezien artikel 39 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie over bescherming van persoonsgegevens, en artikel 12 van de Universele verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 8 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarin de gelijkheid tussen vrouwen en mannen wordt bevorderd als een van de waarden die ten grondslag liggen aan de EU,

–  gezien de artikelen 14 en 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en bijbehorend protocol 26 over diensten van algemeen belang,

–  gezien zijn resolutie van dinsdag 12 maart 2013 over de Algemene Overeenkomst betreffende Handel en Diensten (GATS) in het kader van de WTO, met inbegrip van de culturele verscheidenheid(10),

–  gezien artikel 21 VEU,

--  gezien de artikelen 207 en 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien het beginsel van samenhang in het ontwikkelingsbeleid zoals bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's getiteld "De lokale en regionale dimensie van de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)" (CDR 2700/2015),

–  gezien artikel 108, lid 4, en artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie regionale ontwikkeling, de Commissie burgerlijke vrijheden en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8-0009/2016),

A.  overwegende dat de TiSA-onderhandelingen gericht moeten zijn op doeltreffende internationale regulering, en niet op minder binnenlandse regulering;

B.  overwegende dat hoewel de TiSA in de huidige vorm en met de huidige onderhandelende partijen een plurilaterale overeenkomst is, het de ambitie moet zijn dat de gesloten overeenkomst de kritieke massa bereikt die nodig is om een multilaterale overeenkomst te worden binnen het WTO-kader;

C.  overwegende dat elke handelsovereenkomst de Europese consument meer rechten en lagere prijzen moet bieden en werknemers van meer banen en bescherming moet voorzien; overwegende dat ook moet worden bijgedragen aan de wereldwijde bevordering van duurzame ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemerschap en aan de totstandbrenging van een gelijk speelveld voor Europese ondernemingen; overwegende dat het handelsbeleid moet bijdragen tot en volledig in overeenstemming moet zijn met de IAO-agenda voor waardig werk en de VN-2030-agenda voor duurzame ontwikkeling;

D.  overwegende dat elke handelsovereenkomst markten moet ontsluiten voor onze ondernemingen in het buitenland en een vangnet moet zijn voor onze burgers thuis; overwegende dat door de TiSA de toegang tot buitenlandse markten moet worden verbeterd, beproefde methoden moeten worden bevorderd en de mondialisering zodanig moet worden vormgegeven dat de waarden, beginselen en belangen van de EU tot uiting komen en EU-bedrijven kunnen floreren in het tijdperk van mondiale waardeketens; overwegende dat zowel consumentenrechten als sociale en milieunormen geen handelsbarrières zijn, maar bouwstenen waarover niet kan worden onderhandeld vormen van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei; overwegende dat in het EU-handelsbeleid de doelstellingen van economische, sociale en territoriale cohesie moeten worden gehandhaafd zoals is vastgesteld in artikel 174 van het VWEU; overwegende dat dienstverlening in de EU berust op de beginselen van universele toegang, kwaliteit, veiligheid, betaalbaarheid en gelijke behandeling, hetgeen te allen tijde en in alle steden en regio's moet worden geëerbiedigd; overwegende dat de EU op internationaal niveau moet ijveren voor gendergelijkheid;

E.  overwegende dat er in het kader van de globalisering, dienstengerichtheid en digitalisering van zowel onze economieën als de internationale handel behoefte is aan dringend beleidsmatig optreden ter versterking van de internationale regelgeving; overwegende dat het voor de EU van vitaal belang is de wereldwijd geldende handelsvoorschriften voor mondiale toeleveringsketens te versterken; overwegende dat het multilateraal handelsstelsel het meest doeltreffende kader blijft om wereldwijd tot een open en eerlijke handel te komen;

F.  overwegende dat de TiSA de EU een kans biedt om haar leidende positie als 's werelds grootste uitvoerder van diensten, goed voor 25 % van de wereldwijde uitvoer van diensten en een handelsoverschot van 170 miljard EUR in 2013, te consolideren; overwegende dat de waarde van de EU-uitvoer van diensten de afgelopen tien jaar is verdubbeld tot 728 miljard EUR in 2014; overwegende dat bijna 70 % van de beroepsbevolking in de EU is tewerkgesteld in de dienstensector en dat deze 40 % vertegenwoordigt van de waarde van uit Europa uitgevoerde goederen; overwegende dat er van de nieuwe banen die tussen 2013 en 2025 zullen worden gecreëerd in de EU 90 % zal worden aangestuurd vanuit de dienstensectoren; overwegende dat deze overeenkomst het potentieel heeft de werkgelegenheid in de EU te stimuleren;

G.  overwegende dat de handel in diensten als motor werkt voor banen en groei in de EU, en dat deze werking door de TiSA kan worden versterkt;

H.  overwegende dat vele belangrijke markten, niet het minst in opkomende economieën, nog steeds afgesloten blijven voor Europese bedrijven; overwegende dat onnodige belemmeringen voor de handel in diensten, die uitgedrukt in tariefequivalenten in Canada neerkomen op 15 %, in Japan op 16 %, in Zuid-Korea op 25 %, in Turkije op 44 % en in China op 68 %, de Europese ondernemingen nog steeds beletten ten volle van hun concurrentiekracht te profiteren; overwegende dat de EU, waar het tariefequivalent voor beperkingen op diensten slechts 6 % bedraagt, wezenlijk meer open is dan haar meeste partners; overwegende dat de EU haar positie als belangrijkste in- en uitvoerder van diensten moet aanwenden om door middel van wederkerige markttoegang en eerlijke concurrentie voor een gelijk speelveld te zorgen;

I.  overwegende dat non-tarifaire belemmeringen, die gemiddeld meer dan 50 % van de kosten uitmaken van grensoverschrijdende diensten, disproportioneel nadelig zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), die een derde vormen van de EU-uitvoerders van diensten, omdat die vaak de personele en financiële middelen ontberen om zich over die belemmeringen heen te zetten; overwegende dat verwijdering van onnodige belemmeringen internationalisering voor kmo’s gemakkelijker zou maken, mits deze belemmeringen kunnen worden weggenomen zonder dat de tenuitvoerlegging van de onderliggende doelstellingen van het overheidsbeleid in het gedrang komt; overwegende dat de maatregelen die noodzakelijk zijn voor het bereiken van legitieme doeleinden van het overheidsbeleid moeten worden gehandhaafd;

J.  overwegende dat mondialisering van waardeketens het invoergehalte van zowel de binnenlandse output als de export doet stijgen; overwegende dat handel in goederen en handel in diensten onderling verbonden zijn en er wereldwijd geldende handelsvoorschriften nodig zijn om deze toeleveringsketens te reguleren; overwegen dat bindende internationale kernnormen in het kader van mondiale waardeketens van groot belang zijn om een verdere neerwaartse spiraal en sociale en milieudumping te voorkomen;

K.  overwegende dat vertrouwen van de burgers in het handelsbeleid van de EU versterkt moet worden door niet alleen te zorgen voor gunstige resultaten in termen van werkgelegenheid en het scheppen van welvaart voor burgers en het bedrijfsleven, maar ook door maximale transparantie, betrokkenheid en verantwoordingsplicht te waarborgen, door steeds in dialoog te blijven met sociale partners, het maatschappelijk bestel, lokale en regionale overheden en andere belanghebbenden, en door duidelijke richtsnoeren uit te vaardigen voor de onderhandelingen;

L.  overwegende dat de meeste verplichtingen in het EU-plan verwijzen naar de nationale wetgeving van de lidstaten; overwegende dat vooral de regionale en lokale overheden te maken hebben met de uitvoering van de verplichtingen;

M.  overwegende dat gegevensbescherming geen economische last is maar een bron van economische groei; overwegende dat herstel van het vertrouwen in de digitale wereld essentieel is; overwegende dat gegevensstromen onmisbaar zijn voor de handel in diensten, maar nooit afbreuk mogen doen aan het EU-acquis inzake gegevensbescherming en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

N.  overwegende dat het Europees Parlement in zijn resolutie van 26 juni 2013 over de opening van de onderhandelingen over een plurilaterale dienstenovereenkomst(11) de Commissie heeft verzocht om "door te gaan met haar voornemen een duurzaamheidseffectbeoordeling op te stellen";

O.  overwegende dat er in TiSA sprake zal zijn van het verkeer van natuurlijke personen tussen de landen die partijen zijn bij de overeenkomst, en dat in dat opzicht alle Europese burgers gelijk moeten worden behandeld wat hun toegang tot het grondgebied van de andere partijen bij de overeenkomst betreft;

P.  overwegende dat het Parlement via de goedkeuringsprocedure het laatste woord heeft over handelsovereenkomsten en dat zijn leden pas zullen beslissen over het al dan niet goedkeuren van de TiSA eens de onderhandelingen zijn afgesloten; overwegende dat de ratificering in sommige lidstaten ratificering door regionale parlementen en/of parlementaire kamers die het regionale niveau vertegenwoordigen kan vereisen;

Q.  overwegende dat het Parlement zich het recht voorbehoudt zijn mening te geven na mogelijke toekomstige voorstellen en ontwerpen voor de TiSA-overeenkomst te hebben bestudeerd;

1.  doet de Commissie, in de context van de lopende TiSA-onderhandelingen, de volgende aanbevelingen:

  (a)  context en werkingssfeer:

i.  de TiSA-onderhandelingen te beschouwen als opstap naar hernieuwde ambities op WTO-niveau teneinde de onderhandelingen over een hervormde GATS te heropenen;

ii.  zich nogmaals uit te spreken voor een ambitieuze, allesomvattende en evenwichtige onderhandeling, die het onbenutte potentieel van een meer geïntegreerde mondiale dienstenmarkt moet vrijmaken, waarbij sociale, economische en milieudumping wordt voorkomen, en het EU-acquis volledig in acht wordt genomen; de globalisering vorm te geven en te reguleren en internationale normen te versterken, met wettelijke verankering van het reguleringsrecht, en legitieme doelstellingen van het overheidsbeleid na te streven, zoals volksgezondheid, veiligheid en milieu; te zorgen voor ruimere markttoegang voor Europese dienstverrichters, waaronder kmo's, in cruciale sectoren, en daarbij ruimte te laten voor specifieke uitzonderingen ten behoeve van gevoelige sectoren, waaronder alle overheidsdiensten; ervoor te zorgen dat deze onderhandelingen op eerlijke en substantiële wijze bijdragen aan het scheppen van banen en inclusieve groei, en ambitieuze normen voor handel in diensten vast te leggen voor de 21e eeuw; de politieke, sociale en culturele modellen van de lidstaten en de EU te eerbiedigen, alsook de in de EU-Verdragen vastgelegde grondbeginselen en de beginselen die zijn opgenomen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, zoals gendergelijkheid; mensenrechten, democratie en de rechtsstaat wereldwijd te bevorderen en te beschermen;

iii.  te streven naar multilateralisering en zich te verzetten tegen bepalingen of bijlagen die dit in de weg zouden staan, die onverenigbaar zouden zijn met de GATS en een hindernis zouden vormen voor een toekomstige opname in het WTO-systeem; nieuwe partijen te accepteren onder de voorwaarde dat zij reeds overeengekomen regels en ambities overnemen; deelneming in ruimere kring aan de onderhandelingsgesprekken aan te moedigen; voor ogen te houden dat de grootste belemmeringen en het grootste groeipotentieel op punt van handel in diensten in de BRICS- en MINT-landen te vinden zijn; te onderkennen hoe belangrijk die landen zijn voor de EU, als exportbestemming met opkomende middenklassen, als bron van intermediaire inputs en als essentiële schakel in mondiale waardeketens; de deur open te zetten voor deelname van geëngageerde opkomende en dynamische economieën en nogmaals steun uit te spreken voor het verzoek van China om tot de onderhandelingen toe te treden; te waarborgen dat alle TiSA-deelnemers zich inzetten voor de multilateralisering van het resultaat van de onderhandelingen; ervoor te zorgen dat bijzondere aandacht wordt besteed aan ontwikkelingslanden en dat de bepalingen van artikel IV van de GATS in de TiSA worden opgenomen;

iv.  er kennis van te nemen dat de dienstensector volgens de de Conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling (United Nations Conference on Trade and Development, UNCTAD) goed is voor ongeveer 51 % van het bbp in ontwikkelingslanden en dat de uitvoer van diensten uit Afrikaanse landen aan het stijgen is; te erkennen dat handel, ook in diensten, onder bepaalde omstandigheden de aanzet kan geven tot inclusieve groei, duurzame ontwikkeling, vermindering van armoede en ongelijkheid en het scheppen van fatsoenlijke banen, en innovatie kan aanmoedigen door de uitwisseling van knowhow, technologie en investeringen in onderzoek en ontwikkeling te faciliteren, onder meer via het aantrekken van buitenlands kapitaal; dientengevolge het standpunt te verdedigen dat de economische integratie en de aanpassing van ontwikkelingslanden aan de mondialisering ondersteund kan worden door hen eerlijke toegang te geven tot de wereldwijde handel in diensten;

v.  te erkennen dat, aangezien de onderhandelingen op preferentiële basis plaatsvinden, de voordelen van de overeenkomst beperkt blijven tot de TiSA-partijen totdat de overeenkomst is gemultilateraliseerd; zich te verzetten tegen de toepassing van een clausule voor meestbegunstigingsbehandeling op landen die geen partij zijn bij de TiSA totdat de overeenkomst is gemultilateraliseerd; er zich net zoals in de GATS tegen te verzetten dat vrijhandelsovereenkomsten in de meestbegunstigingsbehandeling worden opgenomen;

vi.  de discussies over diensten binnen de Ontwikkelingsronde van Doha nieuw leven in te blazen;

vii.  te zorgen voor synergie en samenhang tussen bilaterale, plurilaterale en multilaterale overeenkomsten waarover op dit moment wordt onderhandeld, alsook met ontwikkelingen op de interne markt, met name wat de digitale interne markt betreft; te zorgen voor samenhang tussen het interne en externe beleid van de EU en te ijveren voor een geïntegreerde benadering van buitenlandse aangelegenheden; het beginsel van beleidssamenhang ten aanzien van ontwikkeling te eerbiedigen en de tenuitvoerlegging van de in september 2015 aangenomen doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling aan te moedigen;

viii.  specifieke waarborgen voor toeristen voor te stellen, onder meer om internationale roamingtarieven en tarieven voor internationale gesprekken en berichten transparant te maken, perken te stellen aan de buitensporige kosten die consumenten worden berekend voor gebruik van hun kredietkaart buiten Europa, en het recht van de EU en de lidstaten te handhaven om veiligheidswaarschuwingen voor toeristische bestemmingen uit te vaardigen;

ix.  zonder verder uitstel de duurzaamheidseffectbeoordeling uit te brengen en na afloop van de onderhandelingen dienovereenkomstig aan te passen, specifiek met het oog op het effect van de TiSA voor burgers, lokale en regionale overheden, ontwikkelingslanden die niet aan de onderhandelingen deelnemen en de sociale en werkgelegenheidssituatie in de EU; een gedetailleerde en tijdige beoordeling te maken van het effect van de GATS op de Europese economie sinds de inwerkingtreding van de overeenkomst; de sociale partners en het maatschappelijk middenveld volledig te betrekken bij de afronding van de duurzaamheidseffectbeoordeling; de onderzoeksdienst van het Parlement te vragen om een uitgebreide en informatieve studie naar de draagwijdte en mogelijke weerslag van de TiSA-onderhandelingen, ook vanuit het genderperspectief en vanuit de noodzaak om fenomenen zoals het glazen plafond en de salariskloof tussen mannen en vrouwen aan te pakken; een grondrechtentoets uit te voeren om het Parlement in staat te stellen een geïnformeerd besluit te nemen over het al dan niet instemmen met de TiSA;

x.  ervoor te zorgen dat de mechanismen voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten niet kunnen worden 'ingevoerd' uit hoofde van andere bilaterale investeringsverdragen;

  (b)  markttoegang:

i.  openbare diensten en audiovisuele diensten uit te sluiten van het toepassingsgebied van de overeenkomst, een voorzichtige benadering van de culturele diensten te hanteren onverminderd de toezeggingen van de EU in de GATS; zich te beijveren voor ambitieuze toezeggingen over de partijen, sectoren en bestuursniveaus heen, met name voor verdere opening van buitenlandse markten met betrekking tot overheidsopdrachten, telecommunicatie, vervoer, financiële en professionele diensten;

ii.  te zorgen voor wederkerigheid op alle niveaus; het gebruik te steunen van horizontale verbintenisgerelateerde bepalingen als middel om een gemeenschappelijk ambitieniveau te kiezen, onverminderd de rechten en plichten uit hoofde van de artikelen XVI en XVII van de GATS, en erop te letten dat dergelijke minimumvereisten als duidelijke parameters zouden dienen voor landen die in deelname geïnteresseerd zijn; in overeenstemming met artikel IV van de GATS te voorzien in flexibiliteit voor ontwikkelingslanden en de minst ontwikkelde landen bij het onderschrijven van het ambitieniveau van de overeenkomst; ervoor te zorgen dat de overeenkomst een gelijk speelveld probeert te creëren in de dienstensector en nieuwe markten te openen voor dienstverrichters uit de EU;

iii.  het aanbod van nieuwe diensten die niet in het desbetreffend classificatiesysteem zijn ondergebracht van de verbintenissen van de EU uit te sluiten, met behoud van de mogelijkheid om deze in een later stadium op te nemen;

iv.  zich te verzetten tegen de toepassing van standstill- en ratchetclausules op verbintenissen inzake markttoegang en zich te verzetten tegen hun toepassing op gevoelige sectoren, zoals overheids- en culturele diensten, overheidsopdrachten, Modus 4, vervoer en financiële diensten; voldoende flexibiliteit te laten om diensten van algemeen economisch belang opnieuw in overheidshanden te brengen; het recht van de EU en de lidstaten te handhaven om wijzigingen aan te brengen aan hun lijst van verbintenissen overeenkomstig de GATS;

v.  beperkte verbintenissen aan te gaan voor Modus 1, met name op het gebied van digitale diensten, financiële diensten en wegvervoer, om regelgevingsarbitrage en sociale dumping te voorkomen; daarentegen ambitieuze verbintenissen aan te gaan en offensieve belangen te erkennen op het gebied van telecommunicatiediensten via satelliet, maritieme diensten en herverzekering; te erkennen dat dergelijke verbintenissen slechts vrucht kunnen dragen in een naar behoren gereguleerde omgeving; te zorgen dat de EU-regelgeving volledig wordt nageleefd en wordt afgedwongen ten aanzien van buitenlandse dienstverrichters wanneer een onderneming vanuit het buitenland diensten levert aan EU-consumenten en bepalingen op te nemen ter waarborging van gemakkelijke verhaalsmogelijkheden voor consumenten; tegelijkertijd aan te geven wat de uitdagingen zijn waarmee consumenten worden geconfronteerd wanneer ze met in derde landen gevestigde dienstverrichters te maken hebben, de consumenten van richtsnoeren te voorzien met betrekking tot hun verhaalrecht in dergelijke omstandigheden en zo nodig concrete maatregelen voor te stellen;

vi.  een ambitieuze benadering te volgen in Modus 3 door te ijveren voor wegneming van belemmeringen in derde landen tegen commerciële aanwezigheid en vestiging, zoals plafonds voor buitenlandse deelnemingen en vereisten voor joint ventures, hetgeen van cruciaal belang is voor de blijvende groei van diensten die in het kader van Modus 1 en 4 worden verleend, met behoud van het huidige niveau van voor de hele EU geldende voorbehouden;

vii.  zich voor ogen te houden dat de EU een offensief belang heeft bij de uitgaande mobiliteit van hooggeschoolde vakmensen; zich ervan te onthouden om met betrekking tot mobiliteit naar de EU nieuwe verbintenissen aan te gaan bovenop de GATS tot de andere partijen hun aanbod substantieel verbeteren; te bevestigen dat in de arbeidsclausule de juridische verplichting van buitenlandse dienstverrichters wordt gehandhaafd om de sociale en arbeidswetgeving van de EU en de lidstaten, evenals collectieve overeenkomsten, te respecteren; ambitieuze verplichtingen inzake Modus 4 aan te gaan voor de gevallen die aan de verplichtingen van Modus 3 ten grondslag liggen; het vermogen te behouden om onderzoek naar economische behoeften en arbeidsmarkttoetsen uit te voeren ten aanzien van dienstverrichters op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep;

viii.  het soevereine recht van de lidstaten om te kiezen welke sector in welke mate voor buitenlandse concurrentie wordt opengesteld te respecteren door middel van beperkingen en vrijstellingen; lidstaten niet onder druk te zetten om dit recht niet volledig uit te oefenen;

ix.  huidige en toekomstige diensten van algemeen belang en diensten van algemeen economisch belang (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, watervoorziening, gezondheidszorg, sociale dienstverlening, socialezekerheidsstelsels, onderwijs, afvalbeheer en openbaar vervoer), overeenkomstig de artikelen 14 en 106 VWEU en protocol 26 bij het VWEU, uit te sluiten van het toepassingsgebied van de overeenkomst; ervoor te zorgen dat EU-autoriteiten, nationale en lokale overheden hun volledige recht behouden om iedere maatregel betreffende het opdragen, organiseren, financieren en aanbieden van openbare diensten in te voeren, goed te keuren, te behouden of in te trekken; deze uitsluiting toe te passen ongeacht de vraag hoe deze diensten worden verleend en hoe zij worden gefinancierd; ervoor te zorgen dat socialezekerheidsstelsels volledig van het toepassingsgebied van de overeenkomst zijn uitgesloten; zich te verzetten tegen het voorstel voor een bijlage over patiëntenmobiliteit, dat op tegenkanting van de meerderheid van de TiSA-deelnemers kan rekenen; te erkennen dat de Europese burgers zeer gehecht zijn aan kwalitatief goede overheidsdiensten, die de sociale en territoriale cohesie bevorderen;

x.  zich te verzetten tegen beperkingen van de kruisfinanciering van ondernemingen van één bepaalde overheid wanneer deze sterker zijn dan de beperkingen waarin het recht van de Unie of de lidstaten voorziet;

xi.  onverminderd de GATS-overeenkomst ernaar te streven een ondubbelzinnige goudenstandaardclausule in te voeren die in alle handelsverdragen kan worden opgenomen en die zal waarborgen dat de openbare-voorzieningenclausule geldt voor alle vormen van voorziening, alle diensten die door de Europese, nationale of regionale autoriteiten als openbare dienst worden aangemerkt, in alle sectoren en ongeacht de monopoliestatus van de dienst;

xii.  ervoor te zorgen, overeenkomstig artikel 167, lid 4, VWEU en het UNESCO-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen uit 2005, middels een horizontale, juridisch bindende clausule die van toepassing is op de hele overeenkomst, dat partijen het recht behouden om maatregelen te nemen of te handhaven met betrekking tot de bescherming of bevordering van culturele en taalkundige verscheidenheid, ongeacht welke technologie of welk distributieplatform wordt gebruikt, zowel online als offline;

  (c)  regels inzake de digitale economie:

i.  te waarborgen dat grensoverschrijdende gegevensstromen het universele recht op privacy ontzien;

ii.  de onderhandelingen over de hoofdstukken inzake gegevensbescherming en bescherming van de persoonlijke levenssfeer met voorzichtigheid te benaderen;

iii.  te erkennen dat gegevensbescherming en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer geen handelsbelemmeringen zijn maar grondrechten, vastgelegd in artikel 39 VEU en in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, alsook in artikel 12 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens; te bevestigen dat een hoge mate van vertrouwen essentieel is voor de ontwikkeling van een datagestuurde economie; te waarborgen dat dit grondrecht volledig wordt geëerbiedigd, terdege rekening houdend met recente ontwikkelingen in de digitale economie en met volledige inachtneming van het arrest van het Europees Hof van Justitie met betrekking tot veilige haven ("Safe Harbour"); een alomvattende, ondubbelzinnige, horizontale, autonome en wettelijk bindende bepaling op te nemen, gebaseerd op artikel XIV van de GATS, waardoor de bestaande en toekomstige EU-regelgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens volledig van het toepassingsgebied van deze overeenkomst wordt uitgesloten, zonder enige voorwaarde dat ze in overeenstemming moet zijn met andere delen van de TiSA; dergelijke bepalingen toe te passen voor alle andere bijlagen bij de TiSA; dergelijke voorstellen onmiddellijk en formeel te steunen in de TiSA-bijlage over elektronische handel; steun uit te spreken over voorstellen om ervoor te zorgen dat nationale wettelijke kaders voor de bescherming van persoonsgegevens van gebruikers op niet-discriminerende basis worden toegepast; de bepalingen inzake gegevensbescherming die in de bijlage over elektronische handel zijn vastgelegd toe te passen op alle andere TiSA-bijlagen, met inbegrip van de bijlage over financiële diensten;

iv.  te waarborgen dat de persoonsgegevens van Europese burgers de wereld overgaan in volle overeenstemming met de gegevensbeschermings- en -veiligheidsregels zoals die in Europa gelden; te waarborgen dat burgers de controle behouden over hun eigen gegevens; eventuele vangnetbepalingen inzake gegevensstromen zonder enigerlei verwijzing naar de noodzakelijke naleving van gegevensbeschermingsnormen daarom af te wijzen;

v.  zich direct en formeel te verzetten tegen de Amerikaanse voorstellen inzake het verkeer van informatie;

vi.  in aanmerking te nemen dat een helder gedefinieerd en wederzijds overeengekomen wettelijk kader de garantie biedt op een snelle uitwisseling van de nodige informatie wanneer de veiligheid in het gedrang is; ervoor te zorgen dat artikel XIVa van de GATS wordt overgenomen in de TiSA-basistekst; te waarborgen dat nationaleveiligheidsclausules berusten op deugdelijke noodzakelijkheidscriteria; elke uitbreiding in werkingssfeer van de nationaleveiligheidsuitzondering, zoals verankerd in artikel XIVa van de GATS, alsook alle achterpoortjes in technologieën echter krachtig van de hand te wijzen; zich onmiddellijk en formeel te verzetten tegen dergelijke voorstellen in de TiSA;

vii.  te erkennen dat digitale innovatie een drijvende kracht is voor economische groei en productiviteit in de gehele economie; te erkennen dat gegevensstromen een cruciale drijvende kracht achter de diensteneconomie zijn, een essentieel element vormen van de mondiale waardeketen van traditionele verwerkende bedrijven en van wezenlijk belang zijn voor de ontwikkeling van de digitale interne markt; daarom te streven naar een algeheel verbod op vereisten van gedwongen gegevenslokalisering en ervoor te zorgen dat de TiSA bepalingen bevat die de tand des tijds kunnen doorstaan en versnippering van de digitale wereld voorkomt; in overweging te nemen dat vereisten van gedwongen lokalisering, waardoor dienstverrichters gedwongen worden gebruik te maken van de lokale infrastructuur of een lokale vestiging moeten oprichten als voorwaarde voor het verlenen van diensten, ontmoedigend werkt voor rechtstreekse buitenlandse investeringen van en naar een partij; zich daarom tot het uiterste in te spannen om dergelijke praktijken binnen en buiten Europa zo veel mogelijk te bedwingen en tegelijkertijd ruimte te bieden voor de nodige uitzonderingen op basis van legitieme openbare doeleinden, zoals consumentenbescherming en de bescherming van grondrechten;

viii.  te waarborgen dat de bepalingen van de definitieve overeenkomst consistent zijn met bestaande en toekomstige wetgeving op EU-niveau, waaronder de EU-verordening inzake een Europese interne markt voor elektronische communicatie, de algemene verordening inzake gegevensbescherming, de e-privacyrichtlijn (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) en de 16 maatregelen die in de mededeling over de digitale interne markt werden aangekondigd; de neutraliteit van het net en een open internet te waarborgen; te waarborgen dat persoonsgegevens enkel kunnen worden overgedragen naar landen buiten de Unie indien de bepalingen hieromtrent die zijn opgenomen in de EU-wetgeving op het gebied van gegevensbescherming worden nageleefd; in het bijzonder te garanderen dat de EU de mogelijkheid behoudt de overdracht van persoonsgegevens vanuit de EU naar derde landen te staken wanneer de regels in een derde land niet beantwoorden aan de EU-normen en waar alternatieve wegen, zoals bindende bedrijfsregelingen of standaard contractclausules, door ondernemingen niet worden benut en waar afwijkingen zoals vermeld in artikel 26, lid 1, van Richtlijn 95/46/EG niet gelden; geoblocking te voorkomen en het beginsel van open governance van het internet te eerbiedigen; in de passende kaders samen te werken met partijen met het oog op de vaststelling van adequate hoge gegevensbeschermingsnormen;

ix.  te ijveren voor op regels gebaseerde concurrentie in de telecommunicatiesector ten gunste van dienstverleners en consumenten; de hardnekkige gevallen van asymmetrische regelgeving in de telecommunicatiesector aan te pakken, door partijen te beletten plafonds in te stellen voor buitenlandse deelnemingen, door pro-competitieve wholesaletoegangsregels in te voeren voor de netwerken van een zittende operator, door duidelijke en niet-discriminerende regels voor licentieverlening vast te stellen, door zich voor EU-telecomaanbieders op exportmarkten te verzekeren van daadwerkelijke toegang tot de infrastructuur voor de laatste kilometer, door de onafhankelijkheid van toezichthouders te waarborgen, en door een ruime definitie van telecommunicatiediensten te omarmen die alle soorten van netwerk omvat; een gelijk speelveld voor alle operatoren te waarborgen en ervoor te zorgen dat ondernemingen uit derde landen met oligopolistische markten niet profiteren van de versnippering op de EU-markt; te waarborgen dat de TiSA-partijen het beginsel van open en niet-discriminerende internettoegang voor dienstverrichters en consumenten eerbiedigen; te waarborgen dat EU-operatoren een eerlijke en symmetrische markttoegang voor telecomdiensten krijgen in landen die deelnemen aan de TiSA, vrij van non-tarifaire belemmeringen en belemmeringen achter de grenzen, waaronder regelgevingsvereisten, asymmetrische normen, technologische voorwaarden of beperkingen;

x.  zich krachtig uit te spreken voor bepalingen over internationale mobiele roaming en deze uit te breiden naar internationale gesprekken en berichten; te zorgen dat er meer informatie over retailtarieven op korte termijn voor het publiek verkrijgbaar wordt en steun uit te spreken voor plafonds op langere termijn met het oog op een daling van de prijzen; ervoor te zorgen dat de TiSA geen hindernissen creëert voor bilaterale overeenkomsten op dit gebied; aan te sturen op online consumentenbescherming, met name waar het gaat om ongevraagde commerciële elektronische berichten;

xi.  te zorgen voor een effectieve samenwerking op het gebied van belastingen op digitale diensten op basis van de werkzaamheden van het platform voor goed bestuur op belastinggebied van de Europese Commissie, en in het bijzonder het verband tussen de belastingheffing en de reële economische activiteiten van de ondernemingen in de sector te waarborgen;  (d)  regels inzake mobiliteit:

i.  te zorgen dat niets in de TiSA de EU en de lidstaten kan beletten hun arbeids- en sociale regelgeving en collectieve overeenkomsten te handhaven, te verbeteren en toe te passen of maatregelen te treffen om de binnenkomst van natuurlijke personen of hun korte verblijf op het grondgebied van de EU of de lidstaten te reguleren, met inbegrip van maatregelen die nodig zijn om het ordelijke verkeer van personen over de grenzen te waarborgen, zoals maatregelen met betrekking tot toelating of voorwaarden voor toelating; in overeenstemming met Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers te waarborgen dat de minimale arbeidsvoorwaarden van het gastland van toepassing zijn op dienstverrichters die naar de EU komen, vandaag en in de toekomst; te waarborgen dat alle werknemers die naar Europa komen, ongeacht hun land van herkomst, dezelfde arbeidsrechten genieten als onderdanen van hun gastland en dat het beginsel van gelijk loon voor gelijk werk wordt geëerbiedigd; ervoor te zorgen dat de acht basisverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) door de landen die partij zijn bij de TiSA worden geëerbiedigd; alle partijen te verzoeken om de belangrijkste normen van de Internationale Arbeidsorganisatie te bekrachtigen en uit te voeren en andere relevante IAO-verdragen en VN-resoluties te bevorderen; te waarborgen dat de arbeidswetgeving en de collectieve arbeidsovereenkomsten van de EU en haar lidstaten worden geëerbiedigd op EU-grondgebied; het EU-toezichts- en handhavingsmechanisme te versterken om overtredingen te ontmoedigen; er bij de lidstaten op aan te dringen meer middelen beschikbaar te maken voor arbeidsinspecties; met spoed gedetailleerde informatie te verzamelen en te presenteren over het aantal en het soort dienstverrichters dat momenteel in Modus 4 actief is in de EU, met inbegrip van de duur van hun verblijf; in de toekomst voor een veel efficiëntere grensoverschrijdende toegang tot gegevens binnen de EU te zorgen; een veiligheidsclausule op te nemen om te voorkomen dat bedrijven het recht om vakbondsactie te voeren omzeilen of ondermijnen door tijdens onderhandelingen over collectieve arbeidsovereenkomsten en arbeidsgeschillen gebruik te maken van werknemers uit derde landen en de TiSA-deelnemers in staat te stellen alle nodige voorzorgsmaatregelen toe te passen mochten nationale lonen onder druk komen te staan, de rechten van nationale werknemers in het gedrang komen of andere overeengekomen normen overtreden worden, in overeenstemming met de beperkingen zoals vastgesteld in artikel X van de GATS; alle overeenkomstsluitende partijen ertoe aan te moedigen om de belangrijkste richtsnoeren van de OESO voor multinationale ondernemingen na te leven;

ii.  te bedenken dat verbintenissen van Modus 4 alleen mogen gelden voor de verplaatsingen van hoogopgeleide vakmensen, zoals personen met een universitair of gelijkwaardig masterdiploma of personen die een hogere managementfunctie bekleden, met een specifiek doel, voor een beperkte periode en onder precieze voorwaarden die in de nationale wetgeving van het land waar de dienst wordt verricht en in een contract dat in overeenstemming is met deze nationale wetgeving nader zijn omschreven; dringt er in dit verband op aan dat artikel 16 van de dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG) in acht wordt genomen en ten uitvoer wordt gelegd; zich te verzetten tegen substantiële wijzigingen aan de regels met betrekking tot Modus 4 zoals vastgelegd in de GATS en een herziening te overwegen van Richtlijn 2014/66/EU betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming;

iii.  te erkennen dat de bijlage over Modus 4 een offensief belang voor Europa inhoudt, aangezien EU-professionals goed opgeleid en mobiel zijn en EU-ondernemingen steeds vaker binnen Europa de specifieke kunde van buitenlandse professionals en buiten Europa die van hun eigen werknemers nodig hebben om nieuwe bedrijfsactiviteiten te kunnen opzetten; ervoor te zorgen dat deze mobiliteit niet alleen voordelig is voor Europese bedrijven, maar ook voor Europese werknemers;

iv.  zich te verzetten tegen bepalingen omtrent visa en andere inreisformaliteiten, anders dan gericht op meer transparantie en versoepeling van administratieve procedures; ervoor te zorgen dat de TiSA niet van toepassing is op maatregelen met gevolgen voor natuurlijke personen die toegang tot de arbeidsmarkt van een partij proberen te krijgen, noch op maatregelen met betrekking tot staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis; passende veiligheidsmechanismen in te voeren om zeker te stellen dat tijdelijke dienstverrichters weer naar hun land terugkeren;

v.  te streven naar een horizontaal verbod op het verlangen van een commerciële aanwezigheid, of van ingezetenschap als voorwaarde voor het verlenen van professionele diensten; de werkingssfeer van de bijlage over professionele dienstverrichting te beperken tot de lijst van de door elke partij aangegane verbintenissen;

vi.  te streven naar een kader voor de wederzijdse erkenning van opleiding, academische niveaus en beroepskwalificaties, met name voor de beroepen van architect, accountant en jurist, waarbij de bekwaamheid van de dienstverrichters en daarmee de kwaliteit van de geboden dienst verzekerd moeten blijven, in overeenstemming met de EU-richtlijnen inzake beroepskwalificaties, en waarbij wordt vermeden dat universitaire diploma’s automatisch en kwantitatief worden erkend;

vii.   vraagt om een duidelijke definitie van de werknemers die onder de bijlage betreffende Modus 4 vallen;

  (e)  regels inzake financiële diensten

i.  tot een overeenkomst te komen die een ambitieuze maar evenwichtige bijlage bevat met betrekking tot de verlening van alle soorten financiële diensten, met name bankieren en verzekeringen, die verder gaat dan de GATS-bijlage met betrekking tot financiële diensten en die duurzame groei op de lange termijn bevordert, in overeenstemming met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie; zich te richten op versterking van de stabiliteit van het financiële stelsel en afzonderlijke financiële instellingen, met garantie van volledige consistentie met het regelgevingskader van na de crisis en met garantie van eerlijke concurrentie tussen aanbieders van financiële diensten; tot een overeenkomst te komen die de Europese consument waarde en bescherming oplevert in de vorm van opwaartse convergentie in de financiële regelgeving en een ruimer assortiment aan financiële diensten; te streven naar afdoende bescherming van de consument, met inbegrip van gegevensbescherming en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, alsook het verstrekken van begrijpelijke en juiste informatie, hetgeen onontbeerlijk is voor het verminderen van de asymmetrie van informatie;

ii.  de TiSA-partijen zich te laten verbinden tot de invulling en toepassing van internationale normen voor regulering van en toezicht op de financiële sector, zoals die zijn goedgekeurd door de G20, het Bazelcomité voor bankentoezicht, de Raad voor financiële stabiliteit, de Internationale organisatie van effectentoezichthouders (Iosco) en de "International Association of Insurance Supervisors"; maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de belangrijkste onderdelen van het WTO-Memorandum inzake financiële diensten in de TiSA worden opgenomen, waarbij de ontwerptekst van het Memorandum wordt verbeterd om het volledig in overeenstemming te brengen met de precieze huidige beleidslijnen van de EU op deze gebieden; ervoor te zorgen dat met de TiSA wordt bijgedragen aan de matiging van dubbele belastingheffing en het in geen geval mogelijk wordt gemaakt achterpoortjes voor belastingfraude, belastingontwijking, agressieve belastingplanning of witwaspraktijken te creëren of te openen; te streven naar diepgaande verbintenissen, met name wat markttoegang betreft, van landen die momenteel geen bilaterale handelsafspraken met de EU hebben, zoals Australië, Nieuw-Zeeland, Hongkong en Taiwan, zeer beperkte verbintenissen zijn aangegaan op WTO-niveau, zoals Chili en Turkije, of zeer beperkte bilaterale verbintenissen op het vlak van financiële diensten zijn aangegaan, zoals Mexico;

iii.  een prudentiële uitzonderingsbepaling op te nemen in de TiSA, op basis van de bepaling uit de brede economische en handelsovereenkomst EU-Canada (Comprehensive Economic and Trade Agreement, CETA), waardoor partijen het soevereine recht behouden af te wijken van hun handelsverbintenissen en maatregelen goed te keuren die ze nodig achten om hun financiële en banksector te reguleren om prudentiële en toezichtsredenen, teneinde de stabiliteit en integriteit van het financieel systeem van een partij te verzekeren;

iv.  ervoor te zorgen dat er op het gebied van financiële diensten geen nieuwe verbintenissen worden aangegaan waardoor de EU-regelgeving voor de financiële sector in het gedrang kan komen doordat de EU gedwongen wordt terug te keren op haar verbeterde regelgevingskader voor de financiële sector of de wet niet kan gebruiken om financiële instellingen die buitensporige risico’s nemen aan te pakken; ervoor te zorgen dat niets in deze overeenkomst de EU-regelgevers zal beperken in hun vermogen om bestaande of nieuwe financiële producten al dan niet toe te staan, in overeenstemming met het regelgevingskader van de EU;

v.  en daarbij vast te houden aan het standpunt dat de wereldwijde toegang tot financiële diensten wegens het belang van deze diensten voor groei en de economie moet worden verruimd, en dat grensoverschrijdende financiële diensten van de EU-verbintenissen uitgesloten moeten blijven, met inbegrip van portefeuillebeheer, zolang er geen sprake is van convergentie in de financiële regulering op het hoogste niveau, afgezien van zeer beperkte en naar behoren gerechtvaardigde gevallen, zoals de herverzekeringsdiensten die tussen bedrijven onderling worden verleend; met name in overweging te nemen dat duidelijke en betrouwbare regels en procedures om in derde landen gevestigde bedrijven te machtigen dergelijke diensten te verlenen in de EU en dat, in voorkomend geval, de expliciete erkenning door de EU dat het land van herkomst van deze bedrijven over een afdwingbaar regelgevings- en toezichtskader beschikt die gelijkwaardig zijn aan die van de EU, onontbeerlijk zijn om ervoor te zorgen dat geen enkele instelling die niet onder toezicht staat activiteiten kan ontplooien in de Unie en er een gelijk speelveld tot stand wordt gebracht voor Europese en buitenlandse bedrijven, ongeacht de jurisdictie van hun vestigingsplaats; parallel met de TiSA onmiddellijke actie te ondernemen om de kloof kleiner te maken tussen de verschillende manieren waarop landen momenteel de gelijkwaardigheid van regelgevings- en toezichtsstelsels van andere jurisdicties erkennen, aangezien dit momenteel versnippering van de mondiale markten voor financiële diensten veroorzaakt, door gezamenlijk overeen te komen dat een equivalentiebesluit het resultaat moet zijn van een transparante beoordeling of de regels van elke jurisdictie dezelfde doestellingen en begrip bereiken en dat een dergelijk besluit, hoewel het moet worden genomen na tijdige en regelmatige bilaterale gesprekken, een unilateraal karakter kan hebben indien wederzijdse erkenning niet mogelijk is;

vi.  te vragen om een grondige onafhankelijke voorafgaande effectbeoordeling om de economische en sociale effecten te beoordelen van aanvullende financiële liberalisering in het kader van de TiSA;

vii.  te erkennen dat de hervorming van de regulering in reactie op de financiële crisis nog niet ten einde is, en onder meer om vereisten vraagt ten aanzien van bepaalde rechtsvormen, splitsingen (zoals afscheidingen van een bank), verandering in handelsactiviteiten of inkrimping;

  (f)  regels inzake logistiek:

i.  te streven naar een ambitieus maar evenwichtig resultaat voor de vervoerssector, wat van cruciaal belang is voor de duurzame ontwikkeling van mondiale waardeketens; de snelheid, betrouwbaarheid, veiligheid en interoperabiliteit van vervoersdiensten te verbeteren, ten behoeve van zowel zakelijke klanten als individuele gebruikers en werknemers; te zorgen voor samenhang met het klimaatbeleid van de EU; te letten op het belang van vervoers- en leveringsdiensten voor de Europese economie en werkgelegenheid, aangezien Europese reders 40 % van de wereldwijde handelsvloot bezitten, de luchtvaartindustrie meer dan 5 miljoen banen biedt, de Europese spoorwegindustrie meer dan de helft van de wereldwijde productie van spoorwegmaterieel en -diensten voor haar rekening neemt en het wegvervoer belangrijk blijft voor de EU-logistiek; het potentieel van de vervoersdiensten derhalve te erkennen om de werkloosheid in Europa te verminderen; ervoor te zorgen dat tijdens de onderhandelingen rekening wordt gehouden met de snel evoluerende aard van de vervoerssector en het toenemende belang van de vervoerswijzen van de deeleconomie in het dagelijkse leven van Europeanen; te eisen dat buitenlandse bedrijven de bestaande EU-reguleringsnormen volledig naleven wanneer ze hun vervoers- of leveringsdiensten verlenen op EU-grondgebied;

ii.  te streven naar betere toegang tot buitenlandse markten en vermindering van concurrentiebelemmerende regelgevingspraktijken, met name zulke die schadelijk zijn voor het milieu en de efficiëntie van vervoersdiensten afremmen en beperkingen op buitenlands eigendom die door niet-EU-landen worden opgelegd, waarbij wettelijk wordt gewaarborgd dat overheidsinstanties het recht behouden om de vervoerssector te reguleren en openbaar vervoer te garanderen; de beperkingen in de cabotagesector aan te pakken en te voorkomen dat vervoerders leeg uit het ontvangende land vertrekken, met name in de bijlagen over zee- en luchtvervoer;

iii.  bepalingen voor te stellen die de rechten van passagiers moeten versterken, met name in de bijlage over luchtvervoer, en eveneens in alle vervoerswijzen, zodat de consumenten eveneens baat zullen hebben bij deze overeenkomst;

iv.  de rechten van de lidstaten te behouden met betrekking tot bestaande of toekomstige nationale regelgeving en bilaterale of multilaterale overeenkomsten over wegvervoer met vereisten voor doorvoervergunningen; eventuele bepalingen die de inreis en het verblijf van beroepschauffeurs moeten vergemakkelijken, van de werkingssfeer van de bijlage over wegvervoer uit te sluiten; eventuele eisen tot het aangaan van verbintenissen van Modus 4 in de wegvervoerssector af te wijzen;

v.  te zorgen voor consistentie met internationale normen zoals die zijn goedgekeurd door de Internationale Maritieme Organisatie en de Internationale Organisatie voor de Burgerluchtvaart, en deze als minimumnormen te beschouwen en zich tegen verlaging van die internationale benchmarks teweer te stellen; als langetermijndoelstelling te streven naar bindende internationale regels voor de sectoren van zee- en luchtvervoer; te zorgen voor de toepassing van IAO-verdragen die relevant zijn voor de logistieke en vervoerssector, zoals het Maritiem Arbeidsverdrag; te onderstrepen dat de wetgeving van de EU en de lidstaten voordelen oplevert voor werknemers, onder meer inzake veiligheid en beveiliging, voor consumenten en het milieu; te benadrukken dat alle dienstverleners in de EU (buitenlandse en binnenlandse) deze wetgeving moeten naleven; te erkennen dat de kwaliteit van diensten intrinsiek verbonden is met de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden en het vigerende regelgevingskader;

vi.  het juiste evenwicht te vinden tussen liberalisering van de competitieve postsector, wat van cruciaal belang is voor de verdere ontwikkeling van de diensten- en digitale economie, en bescherming van universele postdiensten, die een wezenlijke rol spelen bij de bevordering van sociale, economische en territoriale cohesie; concurrentievervalsende kruiselingse subsidie daarom te verhinderen en toegang tot de markten van niet-EU-landen te verbeteren, en hierbij te zorgen voor de naleving van universeledienstverplichtingen zoals door elke partij gedefinieerd;

vii.  te wijzen op de cruciale rol van het zeevervoer in de wereldeconomie, als industrietak op zich en als facilitator van de internationale handel; te zorgen voor een duidelijke tekst met bindende afspraken inzake toegang tot havens, alsmede toegang tot markten en de nationale behandeling van internationale dienstverlening in het zeevervoer;

  (g)  regels inzake binnenlandse regulering en transparantie

i.  het recht van Europese, nationale en plaatselijke overheden om te reguleren in het openbaar belang op een manier die niet beperkender is dan de GATS en niet onderworpen is aan noodzakelijkheidstoetsingen wettelijk te waarborgen; ervoor te zorgen dat de bepalingen uit de bijlagen niet beperkender zijn dan de beginselen die zijn vastgelegd in artikel VI van de GATS of in het EU-recht;

ii.  te erkennen dat de onderhandelende partijen over een kader beschikken voor een rechtsstaat en een onafhankelijke rechterlijke macht, met beroepsmogelijkheden die de rechten van de investeerders en de burgers waarborgen;

iii.  goed bestuur en transparantie te bevorderen en goede praktijken rond administratieve, regelgevende en legislatieve processen te stimuleren, door de ruimere navolging aan te moedigen van maatregelen die de onafhankelijkheid van besluitvormers versterken, de transparantie en democratische verantwoordingsplicht met betrekking tot besluiten vergroten en de bureaucratie verminderen; te benadrukken dat de bescherming en de veiligheid van consumenten, volksgezondheid en milieu, alsook de arbeidsrechten centraal moeten staan in alle reguleringsinitiatieven; ervoor te zorgen dat wijzigingen in de mate waarop regulering in de EU wordt beschermd alleen in stijgende richting kan plaatsvinden, nooit omgekeerd;

iv.  te bevestigen dat een bijlage over binnenlandse regulering, conform de GATS-bepalingen, partijen moet beletten om verhulde handelsbelemmeringen in werking te stellen en buitenlandse ondernemingen met onnodige lasten te bezwaren, met name wanneer deze verschillende soorten van vergunning aanvragen; ervoor te zorgen dat binnenlandse regulering tegemoet blijft komen aan de doelstellingen van het overheidsbeleid;

v.  ervoor te zorgen dat de overeen te komen regels alleen gelden voor handelsgerelateerde maatregelen, zoals kwalificaties en vergunningvereisten en -procedures, en alleen in sectoren waar een partij verbintenissen is aangegaan;

vi.  een juridisch advies aan te vragen en te publiceren alvorens door het Parlement over de definitieve overeenkomst wordt gestemd, met het oog op een grondige toetsing van de twee bijlagen over binnenlandse regulering en transparantie aan de EU-wetgeving, en na te gaan of de in deze bijlagen vervatte juridische verplichtingen in de EU al worden nageleefd;

vii.  de wetgevende beginselen van transparantie en objectiviteit duidelijk af te bakenen om ervoor te zorgen dat deze concepten niet verworden tot vangnetbepalingen;

viii.  informatie over handelsgerelateerde regulering en de wijze waarop deze wordt gehanteerd, met inbegrip van de op subfederaal niveau toepasselijke regulering, voor het publiek online toegankelijk te maken; het accent te leggen op regels voor licentie- en toestemmingverlening; specifiek aan te sturen op creatie via internet van een informatieloket ten behoeve van kmo's en deze te betrekken bij de ontwikkeling ervan;

ix.  erop toe te zien dat door buitenlandse ondernemingen te betalen administratieve vergoedingen eerlijk en niet-discriminerend zijn, dat buitenlandse en binnenlandse dienstverrichters gelijke toegang hebben tot toereikende rechtsmiddelen om klachten voor de nationale rechter te brengen, en dat er binnen een redelijke termijn uitspraak wordt gedaan;

x.  de in de EU gebruikelijke praktijk van openbare raadpleging vóór het uitbrengen van een wetgevingsvoorstel te handhaven; erop toe te zien dat de resultaten van deze raadplegingen tijdens de onderhandelingen nauwgezet in de gaten worden gehouden;

xi.  zich te verzetten tegen eventuele voorstellen die willen dat een wetgevingsvoorstel verplicht eerst aan een derde partij wordt voorgelegd alvorens te worden gepubliceerd; in gedachten te houden dat de belanghebbenden verschillende manieren van toegang hebben tot hulpbronnen en expertise, en erop toe te zien dat de opname in de TiSA van een vrijwillige raadplegingsprocedure voor belanghebbenden niet leidt tot bevoorrechting van organisaties met een betere financiering;

  (h)  regels die in andere reguleringsdisciplines zijn vervat

i.  te erkennen dat de TiSA een kans biedt om te zorgen voor mededinging volgens de regels, niet omwille van de regels;

ii.  ervoor te zorgen dat wederzijds overeengekomen verbintenissen in de praktijk zullen worden nageleefd, dat er een effectieve vergelding mogelijk is en dat voorzien wordt in ontmoedigingsmaatregelen voor inbreuken op verbintenissen; daarom een geschillenbeslechtingsmechanisme tussen staten op te nemen in de overeenkomst, dat moet worden gebruikt totdat de overeenkomst is gemultilateraliseerd en het geschillenbeslechtingsmechanisme van de WTO beschikbaar wordt; een herziening door te voeren van Verordening (EU) nr. 654/2014 betreffende de uitoefening van de rechten van de Unie voor de toepassing en handhaving van de internationale handelsregels, om ervoor te zorgen dat de EU vergeldingsmaatregelen kan nemen in de dienstensectoren;

iii.  op te komen voor de opname van een regelgevende bijlage inzake overheidsaanbestedingen met het oog op een zo groot mogelijke deelname door Europese ondernemingen aan buitenlandse aanbestedingen met behoud van EU-criteria, waaronder sociale en milieucriteria, en aan procedures voor Europese aanbestedingen, met name wat betreft de toegang van kmo's tot overheidsopdrachten, de ontvankelijkheidscriteria op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding en de drempelwaarden waaronder verbintenissen niet van toepassing zijn; oplossingen te bieden voor het gemis aan transparantie en voor belemmeringen bij toegang tot de markt ten aanzien van niet-Europese aanbestedingen, en ongenoegen te laten blijken over het gebrek aan wederkerigheid op dit gebied op alle besturingsniveaus, zoals de preferentiële behandeling laat zien die in sommige landen aan binnenlandse ondernemingen ten deel valt, en tegelijkertijd de mogelijkheid toe te staan om te opteren voor verbintenissen op het gebied van markttoegang en nationale behandeling in het belang van multilateralisering; aan te sporen tot de ratificering en uitvoering door de partijen die dit nog niet gedaan hebben van de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten in de gewijzigde versie van 2011; de Europese Unie uit te nodigen om naar het voorbeeld van de "American Business Act" een "European Business Act" aan te nemen waarmee de economische ontwikkeling van kmo's en de Europese industrie wordt bevorderd;

iv.  erop toe te zien dat kleine en middelgrote dienstverleners van de EU worden beschermd tegen oneerlijke handelspraktijken van dienstverleners van buiten de EU;

v.  te zorgen voor minder onnodige belemmeringen voor het handelsverkeer in energie- en milieugerelateerde diensten, met name in diensten die betrekking hebben op de ontwikkeling en bevordering van hernieuwbare energiebronnen en milieuvriendelijke technologieën, en tegelijkertijd de mogelijkheid tot voorbehoud op markttoegang en nationale behandeling in alle dienstverleningsvormen op dit gebied open te laten, aangezien steeds meer diensten, zoals installatie, beheer en reparatie, samen met producten uit deze beide sectoren worden verkocht; de soevereiniteit van elke partij over energiebronnen overeenkomstig de Verdragsbepalingen uitdrukkelijk te erkennen en het reguleringsrecht van de EU wettelijk te waarborgen door een verbetering van aan de GATS gelijkwaardige bepalingen, zodat met name de Europese doelstellingen voor duurzaamheid, het klimaatbeleid, zekerheid en betaalbaarheid kunnen worden gehaald;

vi.  erop toe te zien dat toekomstige verbintenissen inzake aanbestedingen geen voorrang krijgen op de plaatselijke of nationale wetgeving van enige partij;

  (i)  voeling met het publiek en de politiek;

i.  het hoogste niveau van transparantie, dialoog en verantwoording te waarborgen;

ii.  het Parlement onmiddellijk en volledig op de hoogte te brengen in alle fasen van de onderhandelingen; erop toe te zien dat alle leden van het Europees Parlement alle onderhandelingsdocumenten krijgen omtrent de TiSA, alsook de interne documenten van de Commissie, zoals gedetailleerde samenvattingen van onderhandelingsronden en grondige beoordelingen van de voorstellen van de TiSA-partijen, mits de gepaste vertrouwelijkheid gewaarborgd wordt; onderhandelingsdocumenten openbaar te maken, in overeenstemming met het beleid van de WTO, de jurisprudentie van het Hof van Justitie inzake gerubriceerde documenten, alsook de beperkingen die zijn vastgelegd in het EU-acquis, met name in Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang tot documenten, met uitzondering van de documenten die met een duidelijke verantwoording per geval gerubriceerd moeten worden;

iii.  de aanzienlijke terreinwinst te verwelkomen op gebied van transparantie naar het publiek toe die sinds de Europese verkiezingen van 2014 is geboekt, getuige onder meer de publicatie van de door de EU-markt aangeboden markttoegang en van het door de Raad afgegeven onderhandelingsmandaat; deze inspanningen verder door te zetten, en voor elk onderdeel van de overeenkomst duidelijke en begrijpelijke informatie-overzichten uit te geven en voor elke ronde feitelijke feedbackrapporten op de Europawebsite te plaatsen; onze onderhandelingspartners ertoe aan te sporen om nog een stap verder te gaan op het gebied van transparantie opdat de TiSA niet wordt uitonderhandeld in omstandigheden die ondoorzichtiger zijn dan die van de onderhandelingen onder auspiciën van de WTO;

iv.  gedurende het hele onderhandelingsproces te zorgen voor ernstige en voortdurende contacten tussen de EU-instellingen en alle relevante belanghebbenden; erop aan te dringen dat deze contacten nog intensiever worden naargelang het onderhandelingsproces vordert, zodat er naar behoren rekening wordt gehouden met de verwachtingen van het Europees maatschappelijk middenveld, de sociale partners en andere belanghebbenden, ook binnen het kader van de dialoog met het maatschappelijk middenveld; te benadrukken dat de lidstaten, die de richtlijnen voor de onderhandelingen vaststellen, een fundamentele rol spelen op dit gebied;

v.  de lidstaten aan te moedigen hun nationale parlementen, lokale en regionale overheden bij de lopende onderhandelingen te betrekken, hen te raadplegen en voldoende op de hoogte te houden;

vi.  vertegenwoordigers uit te nodigen van plaatselijke en regionale overheden, die op EU-niveau worden vertegenwoordigd door het Comité van de Regio's, voor de dialogen die door de Europese Commissie aan het begin en aan het eind van elke onderhandelingsronde worden georganiseerd;

2.  verzoekt de Commissie voorliggende resolutie ten volle in acht te nemen en binnen zes maanden na de goedkeuring ervan met een antwoord te komen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie met de aanbevelingen van het Europees Parlement te doen toekomen aan de Commissie en ter informatie aan de Raad, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de overheden en parlementen van alle TiSA-partijen.

TOELICHTING

Het Europees Parlement speelt een doorslaggevende rol in het handelsbeleid van de EU. Ingevolge artikel 218 VWEU hebben de leden niet alleen het laatste woord over handelsovereenkomsten, ze moeten ook in alle stadia van de procedure van het onderhandelen en sluiten van handelsovereenkomsten onmiddellijk en volledig worden geïnformeerd, om voortdurend toezicht uit te oefenen op de handelsonderhandelingen.

Om invloed uit te oefenen op het verloop van de onderhandelingen is dit huis gerechtigd om gedurende het gehele onderhandelingsproces zijn standpunt te kennen te geven. Dienovereenkomstig zou uw rapporteur middels een verslag uit hoofde van artikel 108 van het Reglement de eerste twee jaar en twaalf rondes van de onderhandelingen over de overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA) willen beoordelen.

Naar de mening van de Rapporteur moeten de TiSA-onderhandelingen zorgen voor een grotere mate van wederkerigheid bij de markttoegang, een mondiaal gelijk speelveld tot stand brengen, tastbare resultaten opleveren voor de consument, en belangstellende partijen tot de besprekingen toelaten waardoor multilateralisering in de toekomst gemakkelijker wordt. Openbare en culturele diensten, fundamentele rechten op privacy van gegevens en redelijke arbeidsvoorwaarden, en het reguleringsrecht zijn evenwel niet onderhandelbaar en dienen ondubbelzinnig van de werkingssfeer van de overeenkomst te worden uitgesloten.

De TiSA mag geen zegen of vloek worden genoemd voordat de onderhandelingen zijn afgerond. In plaats daarvan moet het Europees Parlement op constructieve en pragmatische wijze te werk gaan om de TiSA-onderhandelingen in een positief perspectief te plaatsen, te demystificeren, en er een prioritair belang aan toe te kennen om te zorgen dat er een goede overeenkomst wordt bereikt, in het belang van de Europese ondernemers en consumenten. De TiSA moet evenwichtig zijn, of zij komt er eenvoudig niet.

7.12.2015

ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking

aan de Commissie internationale handel

inzake aanbevelingen aan de Europese Commissie voor de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)

(2015/2233(INI))

Rapporteur voor advies: Lola Sánchez Caldentey

SUGGESTIES

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  benadrukt dat het EU-handels- en investeringsbeleid gekoppeld is aan het ontwikkelingsbeleid van de EU en gevolgen heeft voor ontwikkelingslanden; verzoekt de Commissie in het kader van alle handelsbesprekingen het beginsel van samenhang in het ontwikkelingsbeleid in acht te nemen en de beginselen van hulp voor handel te integreren; benadrukt de noodzaak zich te richten op de doeltreffende uitvoering en monitoring van de onlangs vastgestelde duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen; dringt er bij de Commissie op aan in alle handelsovereenkomsten de strengste normen op het gebied van de mensenrechten, IAO-normen, sociale bescherming, sociale dialoog, gendergelijkheid, openbare en universele ziektekostenverzekeringen, universele toegang tot geneesmiddelen, en voedselzekerheid te garanderen;

2.  erkent dat de EU onlangs maatregelen genomen heeft om de transparantie in haar handelsovereenkomsten te vergroten; dringt er bij de Commissie op aan de transparantie en democratische verantwoordingsplicht in de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA) te blijven vergroten; onderkent dat de EU-instellingen gedurende het gehele proces doorlopend samenwerken met een breed scala aan belanghebbenden; moedigt de Commissie aan deze proactieve transparante benadering van het handelsbeleid van de EU voort te zetten en mogelijk uit te breiden; benadrukt de noodzaak om rekening te houden met de bezwaren van de vakbonden en maatschappelijke organisaties, waaronder die uit de ontwikkelingslanden; dringt er bij de Commissie op aan om de toegankelijkheid van alle geconsolideerde onderhandelingsdocumenten te verbeteren, aangezien dat de enige democratische mogelijkheid is voor betrokken maatschappelijke organisaties en burgers om op de hoogte te blijven van en betrokken te worden bij het proces; verzoekt de Commissie opdracht te geven voor een onafhankelijke studie naar de gevolgen van TiSA voor ontwikkelingslanden wat de verwezenlijking van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen in derde landen betreft, en met de resultaten daarvan terdege rekening te houden;

3.  wijst erop dat de dienstensector, volgens de UNCTAD, in ontwikkelingslanden voor circa 51 % van het bbp verantwoordelijk is; wijst er tevens op dat de uitvoer van diensten uit Afrikaanse landen toeneemt; erkent dat handel, ook in diensten, onder bepaalde omstandigheden de aanzet kan geven tot inclusieve groei, duurzame ontwikkeling, vermindering van armoede en ongelijkheid en het scheppen van fatsoenlijke banen, en innovatie kan aanmoedigen door de uitwisseling van knowhow, technologie en investeringen in O&O te faciliteren, onder meer door buitenlands kapitaal aan te trekken; benadrukt dan ook dat het mogelijk maken van billijke toegang van ontwikkelingslanden tot de wereldwijde handel in diensten, hun economische integratie en hun aanpassing aan de globalisering kan ondersteunen;

4.  betreurt het dat slechts een beperkt aantal ontwikkelingslanden aan de TiSA-onderhandelingen deelneemt; herhaalt dat er een versterkte multilaterale benadering van de wereldhandel nodig is en dat die moet worden gerealiseerd door een intensievere samenwerking tussen de EU en democratische internationale organen, zoals de VN en de WTO, waarin ontwikkelingslanden naar behoren zijn vertegenwoordigd; merkt op dat TiSA gebaseerd is op de Algemene overeenkomst betreffende de handel in diensten (GATS) van de WTO, waar alle leden van de WTO aan deelnemen; herinnert er echter aan dat het Parlement alle bepalingen afwijst die niet verenigbaar zijn met de GATS-overeenkomst en die de toekomstige integratie in het WTO-stelsel belemmeren; dringt er bij de Commissie op aan rekening te houden met de gevolgen van TiSA voor de landen die niet deelnemen aan de onderhandelingen, met name ontwikkelingslanden, en de bepalingen van artikel IV van de GATS-overeenkomst in TiSa op te nemen;

5.  dringt er bij de Commissie op aan zich in te spannen om onevenwichtigheden in internationale handelsbetrekkingen te voorkomen; herinnert eraan dat DOD-doelstelling 17.15 erkent dat de beleidsruimte en het recht van ieder land om beleid op het gebied van armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling vast te stellen en uit te voeren, moet worden gerespecteerd; dringt erop aan dat het recht van nationale en lokale autoriteiten om regelgeving vast te stellen in de TiSA-onderhandelingen onverlet blijft; benadrukt dat, om de mogelijk negatieve gevolgen te verzachten voor ontwikkelingslanden, waarvan de prioriteiten bestaan uit de ontwikkeling van hun dienstensector, waaronder diensten van algemeen economisch belang, en hun regelgevingskader, de EU zich meer moet inspannen om ontwikkelingslanden in de mondiale waardeketens van diensten op te nemen, en een meer flexibele benadering moet overwegen voor ontwikkelingslanden wanneer zij het ambitieniveau van de overeenkomst onderschrijven;

6.  verzoekt de Commissie openbare diensten en culturele en audiovisuele diensten uitdrukkelijk uit te sluiten van de onderhandelingen in het kader van TiSA en met name ervoor te zorgen dat ontwikkelingslanden in staat zijn hun culturele rijkdommen te behouden, aangezien dit essentiële instrumenten zijn voor duurzame ontwikkeling en om de eerbiediging van de menselijke waardigheid te waarborgen; herinnert eraan dat TiSA, net als andere internationale overeenkomsten, in overeenstemming moet zijn met internationaal overeengekomen arbeids-, milieu- en mensenrechtennormen; verzoekt de Commissie de inspanningen van ontwikkelingslanden om hun capaciteit op te bouwen voor de verlening van duurzame openbare diensten, te ondersteunen en te monitoren;

7.  herinnert eraan dat de crisis van het financiële stelsel in 2008 de noodzaak heeft aangetoond van strenge prudentiële regelgeving inzake de liberalisering van financiële diensten om de gezondheid en stabiliteit van financiële markten te handhaven; verzoekt de Commissie derhalve ervoor te zorgen dat de financiëledienstverleningsaspecten van TiSA voldoen aan de strengste normen inzake transparantie en verantwoordingsplicht, schuldenlasten draagbaar zijn, het beginsel in acht wordt genomen van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van kredietgevers en -nemers en zij de economische volatiliteit en instabiliteit niet vergroten;

8.  verzoekt de Commissie gendergelijkheid en de versterking van de positie van de vrouw in haar handelsbeleid te integreren, in het licht van de huidige bezorgdheid, en nauwlettend toe te zien op de gevolgen van EU-handelsovereenkomsten voor de gendergelijkheid; wijst er in dit verband op dat de genderdimensie van de handel in diensten in Afrika, waar meer vrouwen in de dienstensector werkzaam zijn dan in de nijverheid, de mogelijkheid kan bieden voor de ontwikkeling van ondernemerschap van vrouwen en fatsoenlijk werk;

9.   herinnert eraan dat TiSA het EU-recht niet mag ondermijnen en de grondrechten in acht moet nemen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd en bindend zijn voor de instellingen en organen van de Unie en voor de nationale regeringen wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer leggen; herinnert eraan dat de EU gegrondvest is op een sterke gehechtheid aan bevordering en bescherming van de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat wereldwijd; dringt er in dit verband op aan dat mensenrechten centraal staan in de betrekkingen van de EU met andere landen en regio's;

10.  verzoekt de Commissie om zich te beraden op de recente terugtrekking van Uruguay uit de TiSA-onderhandelingen en er de nodige conclusies uit te trekken door meer aandacht te besteden aan de behoeften van ontwikkelingslanden die deelnemen aan TiSA.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.12.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Beatriz Becerra Basterrechea, Doru-Claudian Frunzulică, Maria Heubuch, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Stelios Kouloglou, Arne Lietz, Linda McAvan, Norbert Neuser, Maurice Ponga, Cristian Dan Preda, Lola Sánchez Caldentey, Elly Schlein, György Schöpflin, Pedro Silva Pereira, Davor Ivo Stier, Bogdan Brunon Wenta, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Jordi Sebastià

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Pál Csáky, José Inácio Faria, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández

2.12.2015

ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Europese Commissie over de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)

(2015/2233(INI))

Rapporteur voor advies: Alessia Maria Mosca

SUGGESTIES

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  beveelt de Commissie het volgende aan:

  a.  financiële diensten tot een van de prioriteiten van de EU te maken bij de onderhandelingen over de TiSA, aangezien de eigen markt van de EU voor die diensten naar verhouding reeds betrekkelijk open is; tot een overeenkomst te komen die ambitieuze en tegelijkertijd evenwichtige regels en bepalingen bevat voor het verlenen van alle soorten financiële diensten, met name bank- en verzekeringsdiensten, ongeacht de vorm van dienstverlening, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de nieuwe regels betreffende nieuwe diensten; tot een overeenkomst te komen die waardevol is voor de Europese consument omdat hierdoor de financiële regelgeving naar boven toe op elkaar wordt afgestemd en een ruimere keuze aan financiële diensten en een betere consumentenbescherming wordt geboden (begrijpelijke en correcte informatie is van fundamenteel belang om de informatieasymmetrie meer in evenwicht te brengen) en die bevorderlijk is voor de langetermijngroei, in overeenstemming met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie;

  b.  voor te stellen dat de TiSA op het gebied van financiële diensten ondersteuning biedt aan de uitvoering en toepassing van internationale normen, dat er geen nieuwe verbintenissen worden aangegaan die de financiële regelgeving van de EU in gevaar brengen doordat ze de EU dwingen haar versterkte regelgevingskader voor de financiële sector op te geven, en dat de regelgevende instanties in de EU de mogelijkheid behouden elk lopend of nieuw financieel product, na een gedegen beoordeling van de risico's en voordelen voor de Unie die de invoering van dergelijke producten of diensten met zich mee zou brengen, al dan niet toe te staan; een lijst van verbintenissen inzake markttoegang op te maken op basis van een positieve lijst;

  c.  er gezien het belang van financiële diensten voor groei en de economie in het kader van de TiSA voor te zorgen dat instellingen die in derde landen zijn gevestigd, in passende subsectoren en behoudens beperkte en naar behoren gerechtvaardigde gevallen, in de EU grensoverschrijdende financiële diensten kunnen verlenen (voor een beperkt aantal subsectoren, zoals herverzekering), op grond van duidelijke regels en procedures voor de afgifte aan deze instellingen van een vergunning om dergelijke diensten in de EU te verlenen en, in voorkomend geval, nadat de EU heeft vastgesteld dat het land van oorsprong van deze instellingen over een handhaafbaar regelgevings- en toezichtskader beschikt dat equivalent is met dat van de EU, teneinde ervoor te zorgen dat geen enkele instelling die niet onder toezicht staat activiteiten kan ontplooien in de Unie en er een gelijk speelveld voor alle instellingen, ongeacht de jurisdictie van hun vestigingsplaats, tot stand wordt gebracht;

  d.  te waarborgen dat de TiSA-partijen het recht hebben gevoelige sectoren uit te sluiten van de ratchet-clausule, met name voor grensoverschrijdende verbintenissen inzake financiële diensten, en bijgevolg het standpunt te verdedigen dat openheid van de markt geen beletsel vormt voor de invoering van nieuwe maatregelen en de wijziging van bestaande nationale regels om prudentiële redenen en consumentenbescherming, of de mogelijke extraterritoriale toepassing van deze regels;

  e.  rekening te houden met de specifieke handels- en investeringsbelemmeringen voor kmo's; de mobiliteit en ontwikkeling van grotere bedrijven, maar bovenal van kmo's en zelfstandige ondernemers te ondersteunen via aangescherpte bepalingen inzake vorm van financiële dienstverlening IV, op grond waarvan hoogopgeleide beroepsbeoefenaren tijdelijk, voor een specifiek doel en onder voorwaarden die in een contract of de binnenlandse wetgeving zijn vastgesteld in een ander land kunnen werken;

  f.  meer druk uit te oefenen op de andere onderhandelende partijen om BRIC-landen, met name India en Brazilië, te blijven aanbieden om aan de onderhandelingen deel te nemen en om het verzoek van China te aanvaarden, op voorwaarde dat China bereid is zich bij het ambitieniveau van de partijen aan te sluiten, met name voor wat zijn aanbod tot het aangaan van verbintenissen inzake markttoegang en nationale behandeling betreft, en niet opnieuw in gesprek te gaan over de structuur van de overeenkomst en de belangrijkste bepalingen van de regelgevingshoofdstukken, waarover reeds overeenstemming is bereikt;

  g.  nieuwe partijen aan te moedigen zich bij de onderhandelingen over de TiSA aan te sluiten, ook al wordt op dit moment reeds aan de gesprekken deelgenomen door onder meer de EU, de VS en Japan, die het leeuwendeel van de mondiale handel in financiële diensten voor hun rekening nemen; te streven naar substantiële verbintenissen (met name inzake markttoegang) van landen die op dit moment geen bilaterale handelsovereenkomsten met de EU hebben, zoals Australië, Nieuw-Zeeland, Hong Kong en Taiwan, naar zeer beperkte verbintenissen op multilateraal niveau met landen zoals Chili en Turkije, en naar zeer beperkte bilaterale verbintenissen inzake financiële diensten met landen zoals Mexico, teneinde voor de EU zeer substantiële resultaten te boeken;

  h.  te garanderen dat de TiSA op geen enkele wijze een belemmering vormt voor de onderhandelingsagenda van de WTO, maar in plaats daarvan bevorderlijk is voor een waardevolle discussie over de beste manier om onterechte handelsbelemmeringen voor financiële diensten aan te pakken en optimale regelgevingspraktijken voor financiële diensten te ontwikkelen die bijdragen tot de economische en duurzaamheidsdoelstellingen, alsook de weg vrijmaakt voor de mogelijke goedkeuring ervan op multilateraal niveau door voort te bouwen op de reeds bestaande regels op multilateraal niveau;

  i.  bij de onderhandelende partijen aan te dringen op het vaststellen van regels op het gebied van financiële diensten die verdergaan dan de GATS-bijlage van de WTO betreffende financiële diensten, die reeds door alle TiSA-partijen is ondertekend in hun hoedanigheid als leden van de WTO, alsook op hardere verbintenissen die verdergaan dan het unieke Memorandum van overeenstemming inzake verbintenissen betreffende financiële diensten, dat voor WTO-leden niet bindend is en derhalve slechts op een zeer beperkt aantal TiSA-partijen van toepassing is; te trachten om in het TiSA-hoofdstuk inzake financiële diensten een prudentiële uitzonderingsbepaling op te nemen die voortbouwt op de in de handelsovereenkomst tussen Canada en de EU overeengekomen versie waarmee de prudentiële uitzonderingsbepaling van artikel 2, onder a), van de GATS-bijlage betreffende financiële diensten wordt geïntensiveerd, waardoor het soevereine recht van de partijen om maatregelen op prudentiële gronden te nemen, wordt gehandhaafd, op voorwaarde dat deze maatregelen niet bedoeld zijn om zich niet aan andere verbintenissen te hoeven houden, teneinde ervoor te zorgen dat regeringen de mogelijkheid behouden de nodige maatregelen te treffen om de stabiliteit en integriteit van het financieel systeem te handhaven; ervoor te zorgen dat de belangrijkste onderdelen van het Memorandum, zoals de specifieke bepalingen betreffende de overdracht van gegevens en niet-discriminerende toegang tot verrekeningssystemen, in de TiSA worden opgenomen, waarbij de inhoud van het Memorandum wordt verbeterd om het volledig in overeenstemming te brengen met de huidige beleidslijnen van de EU op deze gebieden;

  j.  in het regelgevingshoofdstuk dat van toepassing is op financiële diensten dwingende transversale regels inzake de transparantie van regelgeving vast te leggen, hetgeen moet leiden tot een vergroting van de capaciteit van alle belanghebbenden om wetten, regels en openbare besluiten te analyseren en voor te bereiden en financiële dienstverleners meer vertrouwen moet geven om zich in het buitenland te vestigen of diensten aan klanten in derde landen aan te bieden, zonder dat goede en bestaande democratische processen worden ondermijnd, alsook oplossingen te ontwikkelen waarmee wordt gewaarborgd dat de nationale behandeling van verleners van grensoverschrijdende financiële diensten wordt geëerbiedigd; met het oog hierop onmiddellijk actie te ondernemen om de verschillende nationale regels inzake de erkenning van de equivalentie van de regelgevings- en toezichtsregels van andere jurisdicties onderling af te stemmen omdat de bestaande verschillen versnippering van de mondiale markten voor financiële diensten veroorzaken, door gezamenlijk overeen te komen dat een equivalentiebesluit het resultaat moet zijn van een transparante beoordeling van het antwoord op de vraag of de regels van elke jurisdictie tot de verwezenlijking van hetzelfde doel leiden en dat, hoewel een dergelijk besluit moet worden genomen na tijdige en regelmatige bilaterale gesprekken, het besluit een unilateraal karakter kan hebben indien wederzijdse erkenning niet mogelijk is;

  k.  te garanderen dat, in overeenstemming met het beginsel van evenredigheid van het optreden van de EU zoals verankerd in het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU), de Commissie niet akkoord gaat met de opname in de TiSA van vereisten inzake binnenlandse regelgeving die verdergaan dan hetgeen nodig is om bovengenoemde doelstellingen te bereiken;

  l.  ervoor te zorgen dat de TiSA bijdraagt tot matiging van dubbele belastingheffing en noch direct, noch indirect bijdraagt tot het ontstaan van achterdeurtjes voor belastingfraude, belastingontwijking, agressieve belastingplanning of witwaspraktijken op het gebied van financiële diensten; te waarborgen dat de contractsluitende partijen, met name de vier landen die ook op de zwarte lijst van de EU van belastingparadijzen staan, door de overeenkomst worden aangespoord om de gemeenschappelijke meldingsnorm (CRS) van de OESO voor de automatische uitwisseling van informatie (AEOI) voor belastingdoeleinden, de OESO-aanbevelingen tegen grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS) en de mondiale normen tegen witwaspraktijken en terrorismefinanciering van de Financiële Actiegroep (FATF) toe te passen en na te komen, overeenkomstig de aanbeveling van de Commissie van 6 december 2012 met betrekking tot maatregelen om derde landen aan te moedigen minimumnormen voor goed bestuur in belastingzaken toe te passen(12);

  m.  te kiezen voor een redelijke benadering met betrekking tot grensoverschrijdende stromen van financiële gegevens, door middel van een verbod op maatregelen die de overdracht van informatie of de verwerking van financiële informatie naar of vanuit het grondgebied van een land onnodig tegenhouden, waarbij de bescherming van persoonsgegevens (beschouwd als een grondrecht overeenkomstig artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de EU), privacy en de vertrouwelijkheid van persoonlijke dossiers en rekeningen wordt gewaarborgd en aldus het GATS-memorandum betreffende financiële diensten wordt verbeterd; er daarom voor te zorgen dat elke overeenkomst met betrekking tot de TiSA volledig in overeenstemming is met de herziene EU-verordening inzake gegevensbescherming;

  n.  er met betrekking tot opdrachten voor financiële diensten van overheden voor te zorgen dat in het kader van de onderhandelingen de onlangs vastgestelde EU-regels inzake openbare aanbestedingen onaangetast blijven, met name wat betreft de toegang van kmo's tot overheidsopdrachten, de subsidiabiliteitscriteria op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding in plaats van op basis van de laagste prijs, voor ondernemingen van de sociale economie gereserveerde markten en de mogelijkheid voor aanbestedende autoriteiten om intercommunautaire samenwerking te bevorderen en om de drempels voor de uitsluiting van aanbestedingen van EU- en internationale regels te handhaven;

  o.  een zo hoog mogelijke mate van transparantie, dialoog en controleerbaarheid te waarborgen gedurende het hele onderhandelingsproces, in overeenstemming met de verplichting van de Commissie uit hoofde van het VWEU; ervoor te zorgen dat de leden van de Commissie internationale handel van het Parlement alle onderhandelingsdocumenten ontvangen die betrekking hebben op de TiSA en dat de leden van de relevante commissies van het Europees Parlement toegang hebben tot de geconsolideerde onderhandelingsteksten over de onderwerpen op hun terrein van bevoegdheden; de aanzienlijke terreinwinst op het gebied van transparantie jegens het publiek die sinds de Europese verkiezingen van 2014 is geboekt en tot nu toe de publicatie van de door de EU geboden markttoegang en het door de Raad afgegeven mandaat omvat, uit te breiden;

  p.  zo snel mogelijk een onafhankelijke duurzaamheidseffectbeoordeling uit te brengen en deze vervolgens, na afloop van de onderhandelingen, dienovereenkomstig aan te passen;

  q.  de huidige en toekomstige diensten van algemeen belang en alsook van algemeen economisch belang (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, watervoorziening, gezondheidszorg, sociale diensten, socialezekerheidsstelsels en onderwijs) uit te sluiten van de EU-verbintenissen; ervoor te zorgen dat Europese, nationale en lokale overheden het volledige recht behouden om elke maatregel betreffende het opdragen, organiseren, financieren en aanbieden van openbare diensten in te voeren, goed te keuren, te behouden of in te trekken; deze uitsluiting toe te passen ongeacht de manier waarop deze diensten worden verleend en gefinancierd.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.12.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

14

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerolf Annemans, Burkhard Balz, Hugues Bayet, Pervenche Berès, Esther de Lange, Fabio De Masi, Anneliese Dodds, Markus Ferber, Jonás Fernández, Sven Giegold, Sylvie Goulard, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Petr Ježek, Othmar Karas, Georgios Kyrtsos, Werner Langen, Sander Loones, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Costas Mavrides, Bernard Monot, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Dimitrios Papadimoulis, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Alfred Sant, Molly Scott Cato, Peter Simon, Renato Soru, Theodor Dumitru Stolojan, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Cora van Nieuwenhuizen, Jakob von Weizsäcker, Marco Zanni, Sotirios Zarianopoulos

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Matt Carthy, Philippe De Backer, Ashley Fox, Doru-Claudian Frunzulică, Ildikó Gáll-Pelcz, Marian Harkin, Barbara Kappel, Verónica Lope Fontagné, Paloma López Bermejo, Thomas Mann, Alessia Maria Mosca, Michel Reimon, Maria João Rodrigues

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Agnes Jongerius, Anneleen Van Bossuyt, Igor Šoltes

3.12.2015

ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

aan de Commissie internationale handel

over aanbevelingen aan de Europese Commissie over de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)

(2015/2233(INI))

Rapporteur voor advies: Thomas Händel

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  benadrukt het belang van volledige en effectieve ratificatie, uitvoering en handhaving van de acht fundamentele verdragen van de IAO door de ondertekenaars van TiSA; roept de ondertekenaars van TiSA op andere relevante IAO-verdragen, overeenkomsten en VN-resoluties, waaronder bijvoorbeeld het verdrag houdende bepalingen ter regulering van arbeidsvoorwaarden (C94), de agenda voor waardig werk en de Internationale Conventie inzake de bescherming van de rechten van arbeidsmigranten en hun gezinsleden, na te leven en en deze te promoten;

2.  dringt aan op bepalingen waarmee de overeengekomen IAO- en andere normen kunnen worden afgedwongen; is van oordeel dat een toekomstige overeenkomst over handel in diensten een clausule moeten omvatten betreffende controle- en handhavingsmechanismen om bedrijven ervan te weerhouden sociale en arbeidsrechten, met inbegrip van collectieve overeenkomsten, te schenden; dringt erop aan dat wanneer er geschillen ontstaan met betrekking tot arbeidsvoorwaarden, deze geschillen worden opgelost door middel van geschillenbeslechtingsmechanismen en dat de mogelijkheid moet bestaan om sancties op te leggen, rekening houdend met de toezichtsorganen van de IAO;

3.  dringt aan op maatregelen om te waarborgen dat TiSA een aanzienlijke en billijke bijdrage levert aan het creëren van werkgelegenheid en op het gebied van handel in diensten voor ambitieuze normen zorgt die betrekking hebben op de belangrijkste kwesties van de 21e eeuw, met name de aanhoudende banencrisis in sommige lidstaten, de groeiende ongelijkheid, jeugdwerkloosheid en andere maatschappelijke uitdagingen, en om een betere bescherming van de arbeids- en milieunormen te bevorderen, elke vorm van sociale dumping te bestrijden en te waarborgen dat het verbod op discriminatie wordt nageleefd;

4.  stelt vast dat de dienstensector een belangrijke rol speelt in de EU-economie en goed is voor 70 % van de economische activiteit en 90 % van de nieuwe banen; erkent tegelijkertijd dat 90 % van de mondiale groei buiten de EU plaatsvindt en onderstreept daarom hoe belangrijk het is nieuwe kansen voor markttoegang voor de ondertekenaars van de overeenkomst te creëren en een eerlijke, niet-discriminerende en billijke behandeling van dienstverleners te waarborgen; herinnert eraan dat de dienstensector een essentiële rol speelt bij het scheppen van hooggekwalificeerde banen in de EU; benadrukt dat erop moet worden toegezien dat de overeenkomst haar potentieel om de werkgelegenheid in de EU te stimuleren waarmaakt; is van mening dat de overeenkomst er ook toe moet leiden dat bestaande normen worden versterkt en verbeterd, met het doel deze op multilateraal niveau breder in te voeren;

5.  benadrukt dat de ondertekening van een evenwichtige overeenkomst in dit opzicht het potentieel zou creëren voor duurzame en inclusieve groei en het scheppen van nieuwe hooggekwalificeerde banen; verwacht dat rekening wordt gehouden met hindernissen waar kleine en middelgrote ondernemingen tegenaan lopen, met name omdat zij het zijn die de meeste banen creëren;

6.  onderstreept dat de mogelijke kansen die TiSA biedt voor de internationalisering van Europese ondernemingen vergezeld moeten gaan van beleidsmaatregelen die werknemers helpen zich aan deze nieuwe context aan te passen; onderstreept dat de EU financieringsmechanismen ter beschikking heeft gesteld die dergelijke maatregelen kunnen ondersteunen, zoals het Europees Sociaal Fonds;

7.  dringt erop aan dat zijn Commissie werkgelegenheid en sociale zaken onmiddellijk wordt ingelicht indien elementen uit de definitieve TiSA-overeenkomst normen op de genoemde gebieden in gevaar zouden brengen of schenden, teneinde hierover te kunnen beraadslagen en een besluit te nemen;

8.  benadrukt dat een vergroting van de mobiliteit moet samengaan met strenge sociale en arbeidsnormen om ervoor te zorgen dat werknemers worden beschermd tegen uitbuiting; maakt zich vooral zorgen over de effecten van ingewikkelde grensoverschrijdende onderaannemingsketens, die het waarborgen en controleren van naleving ernstig bemoeilijken; onderstreept dat arbeidsinspecties en vakbonden een essentiële rol spelen bij de voorkoming en opsporing van misbruik; vraagt om efficiëntere grensoverschrijdende toegang tot gegevens binnen de EU;

9.  verzoekt de Commissie daarom te overwegen EU-wetgeving voor te stellen waarmee de aansprakelijkheid van met name onderaannemingsketens wordt gewaarborgd, en meent dat dergelijke aansprakelijkheid ook moet gelden en afdwingbaar moet zijn voor ondernemingen uit derde landen;

10.  beklemtoont dat met name arbeidsinspecties zich voor uitdagingen gesteld zien bij het controleren van ondernemingen waar gemigreerde en gedetacheerde werknemers uit de EU en derde landen werkzaam zijn; spoort de lidstaten in dit verband aan personeel en middelen voor hun arbeidsinspectie uit te breiden en de doelstelling van één inspecteur per 10.000 werknemers te halen, overeenkomstig de aanbevelingen van de IAO;

11.  spoort de Commissie ertoe aan zich in te zetten voor de sociale doelstelling die zij zich tijdens de onderhandelingen over de TiSA met de "arbeidsclausule" heeft gesteld; brengt in herinnering dat de naleving van bepalingen betreffende de sociale en arbeidswetgeving op Europees en nationaal niveau evenals de collectieve overeenkomsten en sociale normen door de TiSA moeten worden gewaarborgd om een goede kwaliteit van dienstverlening te verzekeren; herinnert eraan dat het sociaal en werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten alsmede, daar waar van toepassing, van de EU, evenals de arbeidsvoorwaarden niet mogen worden aangetast;

12.  pleit er in dit verband voor dat arbeidsnormen worden uitgesloten van de concepten van non-tarifaire of technische handelsbelemmeringen en dat de sociale partners betrokken worden en op evenwichtige wijze vertegenwoordigd zijn bij de samenwerking op regelgevingsgebied, om te waarborgen dat deze samenwerking geen afbreuk doet aan het recht van regeringen en van het Europees Parlement om wetgeving vast te stellen in het openbaar belang en niet leidt tot bevriezing van de regelgeving of de afzwakking van arbeidsnormen, met inbegrip van gezondheids- en veiligheidsnormen;

13.  is van mening dat alle werknemers, ongeacht hun land van herkomst, op de werkplek dezelfde rechten, arbeidsvoorwaarden en salarissen moeten hebben als nationale onderdanen; is verder van oordeel dat alle toekomstige overeenkomsten over handel in diensten een clausule moeten omvatten die ondernemingen ervan weerhoudt het recht op het voeren van vakbondsacties te omzeilen of te ondermijnen door tijdens onderhandelingen over collectieve overeenkomsten en arbeidsgeschillen gebruik te maken van werknemers uit derde landen;

14.  dringt aan op maatregelen om overeenkomstig de artikelen 14 en 106 VWEU en protocol 26 bij het VEU de huidige en toekomstige diensten van algemeen belang en diensten van algemeen economisch belang (met inbegrip van maar niet beperkt tot watervoorziening, gezondheidszorg, sociale diensten, socialezekerheidsstelsels en onderwijs) uit te sluiten van de overeenkomst om ervoor te zorgen dat Europese, nationale en lokale overheden hun volledige recht behouden om iedere maatregel betreffende het opdragen, organiseren, financieren en aanbieden van openbare diensten in te voeren, goed te keuren, te behouden of in te trekken, ongeacht de vraag hoe deze diensten worden verleend en hoe zij worden gefinancierd, en te waarborgen dat socialezekerheidsstelsels van de onderhandelingen worden uitgesloten;

15.  blijft bovendien van mening dat er zowel wat markttoegang als nationale behandeling betreft geen sprake mag zijn van ratchet- of standstillclausules;

16.  verzoekt de Commissie te garanderen dat bij de gunning van overheidsopdrachten ecologische en sociale criteria, inclusief criteria op het gebied van gendergelijkheid, kunnen worden gehanteerd; benadrukt dat handelsovereenkomsten in geen enkel geval afbreuk mogen doen aan de bepalingen van de EU-richtlijn inzake overheidsopdrachten die de handhaving van het arbeidsrecht waarborgen en de aanbestedende overheden in staat stellen gebruik te maken van de specifieke bepalingen betreffende rechtstreeks aan personen geboden sociale, gezondheids- en andere diensten; herinnert de Commissie aan de gevoeligheden wat betreft de regulering van concessies voor diensten, en aan het feit dat er voldoende beleidsruimte moet worden gehandhaafd om in te spelen op mislukte modellen voor publiek-private partnerschappen;

17.  is van mening dat onderhandelingen over de verdere liberalisering van diensten die over de EU-grenzen heen worden verleend gepaard moeten gaan met maatregelen voor sociale bescherming, zoals regelingen voor minimuminkomens, overeenkomstig de nationale praktijk, en EU-brede samenwerking om de arbeidsomstandigheden in overeenstemming te houden met de arbeids- en sociale wetgeving en de collectieve arbeidsovereenkomsten van het land waar de dienst en dus de arbeid worden geleverd; merkt op dat hierbij geen afbreuk mag worden gedaan aan gunstigere bepalingen in wetgeving of overeenkomsten die van toepassing zijn in het land van waaruit de werknemers worden gedetacheerd;

18.  meent dat niet mag worden getornd aan het vermogen van regeringen om een sociaal en ecologisch verantwoord aanbestedingsbeleid voor diensten vast te stellen, en dat alle overeenkomsten dus in overeenstemming moeten zijn met IAO-Verdrag 94 betreffende bepalingen ter regulering van arbeidsvoorwaarden bij overheidsopdrachten;

19.  roept de Europese instellingen op onafhankelijke en grondige sociale effectbeoordelingen te blijven uitvoeren waarin met name wordt onderzocht welke gevolgen TiSA zou kunnen hebben voor de sociale situatie en de werkgelegenheid in de EU en in de partnerlanden bij de overeenkomst, ook wat betreft de beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit, toegankelijkheid en niet-discriminatoire gelijke toegang tot diensten van algemeen belang en diensten van algemeen economisch belang; pleit voor de publicatie van voortdurende bijgewerkte statistische projecties inzake banenverlies/-winst door een potentiële overeenkomst, zodat de Commissie tijdig in actie kan komen om de betreffende regio's of lidstaten te steunen; is bovendien van mening dat er een controlesysteem moet worden ingevoerd om mogelijke overtredingen te voorkomen;

20.  meent dat de EU in het kader van de huidige modus I van de GATS zeer beperkte verbintenissen moet aangaan ten aanzien van toekomstige bepalingen, om te voorkomen dat de hoge arbeidsnormen en -voorwaarden in de EU worden ondermijnd door vanuit derde landen geleverde diensten, met name wat de ICT-sector betreft;

21.  wijst erop dat regelgevingshindernissen moeten worden afgebouwd om te waarborgen dat de mobiliteit van hooggekwalificeerde werknemers niet alleen voor Europese ondernemingen maar ook voor Europese werknemers van voordeel is; herhaalt dat het belangrijk is om ervoor te zorgen dat TiSA in geen geval de toepassing van arbeids- en sociale normen belemmert, met inbegrip van normen inzake de detachering van werknemers;

22.  herinnert eraan dat de TiSA-clausules die betrekking hebben op de vervoerssector geen nadelige gevolgen mogen hebben voor de Europese werknemers in deze sector; spoort de Commissie ertoe aan duidelijke beperkingen in verband met cabotage vast te stellen om sociale dumping te vermijden;

23.  vraagt om een duidelijke definitie van de werknemers die onder de bijlage betreffende modus IV vallen;

24.  is van mening dat de overeenkomst het recht van een ondertekenende partij om een element van de lijst als bedoeld in artikel XXI van de GATS te wijzigen of in te trekken, volledig moet respecteren; verwacht dat de overeenkomst, en met name de bijlage betreffende modus IV, bepalingen bevat die gericht zijn op het voorkomen van uitbuitende arbeidsverhoudingen voor buitenlandse werknemers, evenals een vrijwaringsclausule die TiSA-leden de mogelijkheid biedt de nodige waarborgen toe te passen indien de nationale lonen onder druk komen te staan, de rechten van nationale werknemers worden bedreigd of andere overeengekomen normen worden geschonden;

25.  spoort aan tot verdere stappen om de markt voor overheidsopdrachten te openen in alle landen die over TiSA onderhandelen; wijst erop dat ondernemingen moeten voldoen aan de fundamentele sociale en arbeidsnormen van de IAO voordat er opdrachten aan hen kunnen worden gegund; is van oordeel dat opdrachten niet uitsluitend op basis van de prijs mogen worden gegund, maar dat deze maatregelen geen handelsbelemmering mogen vormen;

26.  wijst op de door de Commissie geleverde inspanningen om de onderhandelingen zo transparant mogelijk te maken; pleit evenwel voor voortzetting en intensivering, overeenkomstig de aanbevelingen van de Europese Ombudsman voor TTIP, van de huidige inspanningen om de transparantie van de onderhandelingen te vergroten door de onmiddellijke publicatie van alle voor TiSA relevante documenten; dringt aan op maatregelen om de permanente en transparante dialoog met de nationale parlementen en alle relevante ministeries op lidstaatniveau op te voeren; onderstreept de belangrijke rol van belanghebbenden, organisaties van het maatschappelijk middenveld en de sociale partners en hun deskundigheid, en verzoekt de Commissie en de lidstaten deze bij alle onderhandelingen over TiSA te betrekken en nauw met hen samen te werken, met name wat betreft de mogelijke effecten van overeenkomsten betreffende de handel in diensten op de arbeidsmarkt; spoort alle belanghebbenden ertoe aan actief deel te nemen en initiatieven, zorgen, problematische kwesties en voor de onderhandelingen relevante informatie op tafel te leggen, en verzoekt de Commissie met klem beter rekening te houden met commentaar van sociale partners en het maatschappelijk middenveld;

27.  vindt dat landen de mogelijkheid moeten behouden om onderzoek naar de economische behoeften te doen;

28.  betreurt het dat het Parlement niet is geraadpleegd voordat de Raad het mandaat vaststelde; ziet dit als een gemiste kans om de onderhandelingen zo democratisch mogelijk te maken en om degenen voor wie TiSA waarschijnlijk de grootste gevolgen zal hebben hier van meet af aan bij te betrekken;

29.  betreurt het dat statistieken en gegevens over het verkeer van natuurlijke personen (modus IV) in het kader van de reeds bestaande GATS momenteel ontbreken; neemt kennis van het voornemen een vergelijkbaar hoofdstuk op te nemen in TiSA; onderstreept het belang van toezicht op deze categorie dienstverleners met het oog op de voorkoming van misbruik en uitbuiting van onderdanen van derde landen; verzoekt de Commissie met spoed informatie te verzamelen en presenteren over het aantal en type dienstverleners dat de EU binnenkomt via modus IV van de GATS, met inbegrip van de duur van hun verblijf; onderstreept dat toekomstige modus IV-bepalingen alleen betrekking mogen hebben op hooggekwalificeerde arbeidskrachten, d.w.z. personen met een universitair of gelijkwaardig mastersdiploma die een hogere managementfunctie bekleden, en dat hun verblijf in de EU onder precieze voorwaarden en voor een vastomlijnde, beperkte periode een specifiek doel moet dienen;

30.  dringt voorts aan op een EU-richtlijn om de stroom van afzonderlijke dienstverleners uit derde landen die de EU via deze bepalingen binnenkomt te harmoniseren en controleren om de voorwaarden voor toegang en verblijf van afzonderlijke dienstverleners vast te stellen;

31.  benadrukt dat de lidstaten hun volledige soevereiniteit moeten behouden met betrekking tot het al dan niet aannemen van eventuele toekomstige modus IV-bepalingen; onderstreept voorts dat alle sectoren die onder deze bepalingen zullen vallen, in volledige samenwerking met de sociale partners moeten worden vastgesteld;

32.  benadrukt dat de Commissie, voordat zij nieuwe verbintenissen aangaat op het gebied van mondiale handel in diensten, een uitgebreide effectbeoordeling moet voorleggen van de gevolgen voor de economie en de arbeidsmarkt van alle huidige modi van de GATS sinds de inwerkingtreding ervan; verzoekt de Commissie voorts zo spoedig mogelijk een effectbeoordeling van TiSA uit te voeren wat betreft de arbeidsomstandigheden, mogelijke gevolgen op het gebied van oneerlijke concurrentie en eventuele achteruitgang in bepaalde sectoren als gevolg van verhoogde concurrentie uit derde landen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

3.12.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

11

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Tiziana Beghin, Brando Benifei, Mara Bizzotto, Vilija Blinkevičiūtė, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Ole Christensen, Elena Gentile, Arne Gericke, Marian Harkin, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Jan Keller, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Zdzisław Krasnodębski, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Javi López, Thomas Mann, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Joëlle Mélin, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Marek Plura, Sofia Ribeiro, Anne Sander, Sven Schulze, Siôn Simon, Jutta Steinruck, Ulrike Trebesius, Marita Ulvskog, Tatjana Ždanoka, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Lynn Boylan, Mircea Diaconu, Tania González Peñas, Paloma López Bermejo, Csaba Sógor, Monika Vana, Flavio Zanonato

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Diane James, Martina Michels, Estefanía Torres Martínez

3.12.2015

ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Europese Commissie voor de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)

(2015/2233(INI))

Rapporteur voor advies: David Borrelli

SUGGESTIES

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

beveelt de Commissie, in de context van de lopende TiSA-onderhandelingen, het volgende aan:

Met betrekking tot de algemene aanpak:

1.  te zorgen voor: de hoogste normen op het gebied van transparantie en verantwoording, toegang tot de onderhandelingsdocumenten en raadpleging van het maatschappelijk middenveld, zakelijke en sociale partners; toepassing van precies dezelfde regels op dienstverleners uit de EU en dienstverleners uit derde landen; wederkerigheid tussen de partijen, op alle niveaus, waardoor hun gelijke ambities tot uiting komen; tijdige, uitvoerige effectbeoordelingen; uiterst grote inspanningen om TiSA daadwerkelijk multilateraal te maken, door te onderhandelen over een toetredingsclausule bij de overeenkomst en landen met een vergelijkbaar ambitieniveau als dat van de partijen te verwelkomen;

2.  te waarborgen: dat de lidstaten ongehinderd bestaande en toekomstige openbare diensten en diensten van algemeen economisch belang op alle niveaus kunnen reguleren, verstrekken en financieren; dat er speciale aandacht uitgaat naar telecommunicatie- en energiediensten, die van essentieel belang zijn voor burgers en ondernemingen en een bijdrage leveren aan cohesie, een voor e-handel en ondernemerschap gunstig klimaat en hoogwaardige werkgelegenheid; dat de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming en privacy wordt nageleefd;

Met betrekking tot de telecommunicatiemarkt

3.  ervoor te zorgen: dat TiSA duidelijke voordelen biedt aan consumenten en bedrijven in de EU, in het bijzonder kmo's en ondernemers; dat ondernemingen uit derde landen op oligopolistische markten niet profiteren van de versnippering van de EU-markt; dat er gelijke voorwaarden voor alle exploitanten worden geschept;

4.  te waarborgen: dat EU-exploitanten in de landen die TiSA ondertekenen eerlijke en symmetrische markttoegang hebben, vrij van non-tarifaire belemmeringen en belemmeringen achter de grenzen, waaronder regelgevings- en vergunningseisen, asymmetrische normen, technologische voorwaarden of beperkingen, en regels voor het delen van infrastructuur (met name voor de laatste kilometer) die de gevestigde exploitanten bevoorrechten; dat de TiSA-ondertekenaars het beginsel van open en niet-discriminerende internettoegang voor dienstverleners eerbiedigen;

5.  te voorkomen dat er nieuwe toezeggingen worden gedaan die afbreuk kunnen doen aan de EU-regelgeving; de bevoegdheden van de regelgevende instanties in de EU te handhaven; het beginsel van open governance van het internet te eerbiedigen; te waarborgen dat alle TiSA-ondertekenaars een onafhankelijke telecomtoezichthouder hebben.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.12.2015

 

 

 

3.12.2015

ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme

aan de Commissie internationale handel

inzake aanbevelingen aan de Europese Commissie voor de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)

(2015/2233(INI))

Rapporteur voor advies: Wim van de Camp

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  doet de Commissie, in de context van de lopende onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten, de volgende aanbevelingen:

(i)  te letten op het belang van vervoers-, toeristische en leveringsdiensten voor de Europese economie en werkgelegenheid, aangezien Europese reders 40 % van de koopvaardijvloot in de wereld bezitten, de luchtvaartindustrie meer dan 5 miljoen banen biedt, de Europese spoorwegindustrie meer dan de helft van de wereldwijde productie van spoorwegmaterieel en -diensten voor haar rekening neemt en het wegvervoer belangrijk blijft binnen de EU-logistiek; het potentieel van de vervoersdiensten te erkennen om de werkloosheid in Europa te verminderen; de invloed van de liberalisering van de handel in diensten op de toerismesector te erkennen;

(ii)  ervoor te zorgen dat tijdens de onderhandelingen rekening wordt gehouden met de snel evoluerende aard van de vervoerssector en het toenemende belang van de vervoerswijzen van de deeleconomie in het dagelijkse leven van Europeanen;

(iii)  te onderstrepen dat de wetgeving van de EU en de lidstaten voordelen aan werknemers biedt, met inbegrip van veiligheid en beveiliging; te benadrukken dat alle dienstverleners in de EU (buitenlandse en binnenlandse) deze wetgeving moeten naleven; te erkennen dat de kwaliteit van diensten intrinsiek verbonden is met de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden en het vigerende regelgevingskader; rekening te houden met de sociale en ecologische duurzaamheid van de overeenkomst; oneerlijke verstoringen op de arbeidsmarkt te vermijden en tegelijkertijd de eerbiediging van bestaande sociale rechten te waarborgen;

(iv)  rekening te houden met de belangrijke rol van diensten van algemeen belang in de vervoerssector en de openbaredienstverplichtingen, alsook met de bijdrage van deze sector aan de sociale en territoriale samenhang;

(v)  de bepalingen inzake de rechten van passagiers in alle vervoerswijzen te versterken, zodat de consumenten eveneens baat zullen hebben bij deze overeenkomst;

(vi)  als langetermijndoelstelling betere normen voor de kwaliteit en de veiligheid van vervoersdiensten na te streven en tegelijkertijd de vervoerstijden te verminderen door prestaties en innovaties op dit vlak aan te moedigen;

(vii)  ervoor te zorgen dat tijdens de onderhandelingen de vervoers- en toerismesectoren op een zinvolle wijze en in een geest van wederkerigheid aan bod komen; voldoende beleidsruimte te behouden om te reageren op ontwikkelingen in de vervoers-, post- en koerierssector; het beginsel van non-discriminatie te respecteren; openbare vervoersdiensten van de overeenkomst uit te sluiten;

(viii)  negatieve liberaliseringservaringen, zoals negatieve gevolgen voor de kwaliteit van diensten, arbeidsomstandigheden en vervoersveiligheid, in het achterhoofd te houden;

(ix)  de onderhandelingen over regelgeving te bevorderen inzake kwesties zoals transparantie, uiterste termijnen, goede rechtsgang, onnodige belemmeringen, non-discriminatie en rechtsbescherming, waarbij de eis moet worden gehandhaafd dat buitenlandse ondernemingen die in de EU vervoers- en leveringsdiensten willen aanbieden, aan de bestaande regelgevingsnormen van de EU voldoen; derde landen te verzoeken de eigen vigerende wetgeving ter zake bekend te maken door middel van specifieke informatieve documenten met het oog op een eenvoudigere en doeltreffendere dialoog;

(x)  alle diensten van openbaar vervoer en postdiensten, wanneer deze openbaar zijn, van het toepassingsgebied van de TiSA uit te sluiten;

(xi)  beperkingen aan te pakken die bepaalde landen opleggen met betrekking tot buitenlandse eigendom van en zeggenschap over luchtvaartmaatschappijen alsook cabotagerechten; als langetermijndoelstelling te streven naar bindende internationale handelsregels voor de luchtvaart en tegelijkertijd de verantwoordelijkheid van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie voor economische en veiligheidsregelgeving te erkennen; indien belangrijke handelspartners onwillig zijn wezenlijke vooruitgang te boeken, te kijken of er andere opties zijn om te waarborgen dat aan Europese vervoerders billijke concurrentievoorwaarden worden geboden;

(xii)  te wijzen op de cruciale rol van het zeevervoer in de wereldeconomie, als industrietak op zich en als facilitator van de internationale handel; te zorgen voor een duidelijke tekst met bindende afspraken inzake toegang tot havens, alsmede toegang tot markten en de nationale behandeling van internationale dienstverlening in het zeevervoer;

(xiii)  deze gelegenheid aan te grijpen om de huidige wetgeving en praktijken inzake het zeevervoer te verankeren in een juridisch bindende internationale tekst waarmee wordt voorkomen dat de partijen in de toekomst protectionistische regels uitvaardigen en tegelijkertijd te zorgen voor samenhang met de desbetreffende internationale normen, zoals die zijn vastgelegd door de Internationale Maritieme Organisatie en de Internationale Arbeidsorganisatie;

(xiv)  de huidige beperkingen in de zeevervoersdiensten aan te pakken en weg te nemen en naar wederkerigheid te streven, aangezien EU-ondernemingen zeer vaak worden gehinderd bij het verkrijgen van toegang tot bepaalde marktsegmenten in het buitenland die in de EU wel open zijn voor buitenlandse ondernemingen, bijvoorbeeld in de korte vaart en de cabotagesector;

(xv)  de rechten te behouden van de lidstaten met betrekking tot bestaande of toekomstige nationale regelgeving en bilaterale of multilaterale overeenkomsten over wegvervoer, met inbegrip van voorschriften voor transitvergunningen;

(xvi)  zich te verzetten tegen toezeggingen inzake de toegang tot markten met betrekking tot wegvervoer, in het bijzonder modus 4, aangezien deze kunnen leiden tot het verkeer van werknemers over de grenzen heen zonder bescherming van de werkgelegenheid en tot het ondermijnen van betere arbeidswetgeving in gastlanden;

(xvii)  ervoor te zorgen dat een ruimere toegang tot markten voor leveringsdiensten in derde landen de bestaande universeledienstverplichtingen in de postsector niet in het gedrang brengt; de vitale rol van de universelepostdiensten bij het bevorderen van sociale, economische en territoriale samenhang te erkennen; deze universele diensten te versterken;

2.  betreurt het gebrek aan transparantie tot nog toe en het feit dat het Parlement niet de mogelijkheid heeft gekregen zijn eigen standpunt te uiten voordat de Raad het onderhandelingsmandaat had aangenomen;

3.  vraagt dat alle leden van het Europees Parlement alle documenten over de onderhandelingen over de TiSA krijgen en vraagt dat alle teksten waarover onderhandeld wordt, openbaar worden gemaakt;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

3.12.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

14

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Marie-Christine Arnautu, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Isabella De Monte, Jacqueline Foster, Bruno Gollnisch, Stelios Kouloglou, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Peter Lundgren, Georg Mayer, Cláudia Monteiro de Aguiar, Markus Pieper, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Claudia Schmidt, Keith Taylor, Pavel Telička, Peter van Dalen, Wim van de Camp, Janusz Zemke, Roberts Zīle, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Fabio De Masi, Bas Eickhout, Markus Ferber, Maria Grapini, Karoline Graswander-Hainz, Werner Kuhn, Massimo Paolucci, Franck Proust, Olga Sehnalová, Patricija Šulin, Ruža Tomašić, Matthijs van Miltenburg

16.11.2015

ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling

aan de Commissie internationale handel

inzake aanbevelingen aan de Europese Commissie over de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)

(2015/2233(INI))

Rapporteur voor advies: Monika Vana

SUGGESTIES

De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  erkent de noodzaak van modernisering van de bestaande, verouderde GATS-disciplines en van facilitering van de handel in nieuwe diensten; erkent de waarde van openbare diensten, zowel in de EU als wereldwijd, en merkt op dat de groei van de werkgelegenheid in de EU tussen 2013 en 2025 vooral zal plaatsvinden in de dienstensector, waar 90% van de nieuwe banen in de EU zal ontstaan, en dan met name banen voor hoger opgeleiden, zoals banen op het gebied van professionele diensten, zakelijke dienstverlening en computersystemen; merkt tevens op dat de dienstensector goed is voor zo'n 70% van de economie van de EU; verzoekt de Commissie en de lidstaten om bij de lopende onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA) de in artikel 174 VWEU vastgelegde doelstellingen inzake economische, sociale en territoriale samenhang te handhaven;

2.  herhaalt dat de dienstverlening in de EU berust op de beginselen van universele toegang, kwaliteit, veiligheid, betaalbaarheid en gelijke behandeling, welke te allen tijde en in alle steden en regio's moeten worden geëerbiedigd; is van mening dat TiSA niets mag afdoen aan deze beginselen; onderstreept dat het wegens het bijzondere karakter van bepaalde openbare diensten, zoals de diensten in de watersector, noodzakelijk is dat deze onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven vallen, om zo eventuele negatieve gevolgen voor de economische, sociale en territoriale samenhang te voorkomen;

3.  herinnert eraan dat het cohesiebeleid van de EU niet alleen het aangewezen investeringsmiddel is om de doelstellingen van de EU 2020-strategie te verwezenlijken, maar ook bij uitstek geschikt is om in dringende sociaaleconomische behoeften te voorzien; onderstreept dat de EU, als het gaat om TiSA, haar onderliggende beginselen en doelstellingen trouw moet blijven en moet versterken;

4.  is van mening dat de liberalisering van de handel in diensten de regionale groei kan bevorderen door meer investeringsmogelijkheden te creëren op regionaal en lokaal niveau; herhaalt dat bij deze liberalisering zowel het politieke, sociale en culturele model van de EU als de in de EU-Verdragen verankerde grondbeginselen geëerbiedigd moeten worden;

5.  vraagt de Commissie en de regeringen van de lidstaten, die de Commissie een onderhandelingsmandaat hebben verstrekt, om nauwlettend in de gaten te houden en te beoordelen in hoeverre TiSA gevolgen zal hebben voor de samenhang en de lokale en regionale governance in de EU, met name gedurende het onderhandelingsproces; roept de Commissie op uitvoerige en vergelijkbare gegevens te verzamelen, deze gegevens ter beschikking te stellen en tevens territoriale effectbeoordelingen uit te voeren; verzoekt de Commissie in het kader van de TiSA-onderhandelingen rekening te houden met de bevoegdheden van de lokale en regionale autoriteiten (LRA's);

6.  onderstreept dat TiSA de bevoegdheden van de LRA's, die voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de overheidsinvesteringen in het kader van het cohesiebeleid van de EU, en daarnaast een actieve rol vervullen als het gaat om het verstrekken van essentiële openbare diensten, niet in de weg mag staan, en de LRA's evenmin mag beknotten in hun mogelijkheden om de lokale en regionale ontwikkeling te stimuleren en de algemene belangen van hun burgers te beschermen; herhaalt dat TiSA de bevoegdheden van de lidstaten en de LRA's ongemoeid moeten laten en wijst er nogmaals op dat de lidstaten en de LRA's, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van het overheidsbeleid, het recht moeten hebben om in hun eigen districten de dienstverlening te reguleren en nieuwe rechtshandelingen vast te stellen; hoopt dat deze overwegingen aan de onderhandelingstafel in aanmerking zullen worden genomen, zodat de volledige verwezenlijking van het cohesiebeleid van de EU kan worden gewaarborgd en de LRA's daardoor vrijelijk de belangen van hun burgers kunnen vertegenwoordigen;

7.  benadrukt opnieuw het belang van openbare diensten en de noodzaak om, in overeenstemming met de Verdragen, Protocol nr. 26 bij het VWEU en de bepalingen inzake nationale wetgeving en overheidsopdrachten, de bevoegdheden van de LRA's te eerbiedigen; beklemtoont dat het voorrecht van LRA's om in de toekomst nieuwe openbare diensten te creëren, eveneens moeten worden geëerbiedigd. is daarom verheugd dat de Commissie herhaaldelijk in het openbaar heeft verklaard dat zij openbare diensten zal uitsluiten van de TiSA-onderhandelingen, en roept de Commissie derhalve op de huidige en toekomstige diensten van algemeen belang – waaronder de diensten van algemeen economisch belang – uit te sluiten van het toepassingsgebied van TiSA, om te waarborgen dat nationale en, waar van toepassing, lokale en regionale autoriteiten het volledige recht behouden om maatregelen betreffende het doen verrichten, de organisatie, de financiering en de verlening van openbare diensten, zoals bepaald in de Verdragen, in te voeren, goed te keuren, te handhaven en in te trekken; is voorts van mening dat het verkeer van professionele aanbieders van diensten moet worden gereguleerd;

8.  is van mening dat de TiSA-onderhandelingen steeds belangrijker worden voor de economie van de EU; benadrukt dat de TiSA-onderhandelingen een kans bieden tot versterking van een op regels gebaseerd wereldhandelsstelsel dat open en transparant is, de EU-normen eerbiedigt, met name ten aanzien van de gegevensbescherming, en de wederkerigheid van de markttoegang versterkt;

9.  brengt in herinnering dat de door de lidstaten gehanteerde sociale modellen niet alleen van toepassing zijn op de verplichtingen ten aanzien van de verlening, de continuïteit en de kwaliteit van openbare diensten, maar ook op de democratische controle die burgers hierop uitoefenen; verzoekt de Commissie daarom over te gaan tot een openbare raadpleging, zodat naast economische partners, sociale partners en organisaties uit het maatschappelijk middenveld, LRA's kunnen worden geraadpleegd en in het proces kunnen worden betrokken, en hun standpunten kunnen worden opgenomen in de onderhandelingsrichtsnoeren die in het kader van de TiSA-onderhandelingen worden opgesteld, aangezien zij een cruciale rol spelen als het gaat om regelgeving, openbare dienstverlening en het waarborgen van economische groei en banen; juicht het in dit verband toe dat de Commissie vergaderingen organiseert in het kader van de dialoog met het maatschappelijk middenveld en tegelijkertijd, door regelmatig verslag uit te brengen over de ontwikkelingen in het onderhandelingsproces, blijft streven naar maximale transparantie ten aanzien van het standpunt van de EU in de TiSA-besprekingen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

12.11.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Victor Boştinaru, Andrea Cozzolino, Rosa D’Amato, Michela Giuffrida, Anna Hedh, Krzysztof Hetman, Ivan Jakovčić, Andrew Lewer, Louis-Joseph Manscour, Martina Michels, Iskra Mihaylova, Younous Omarjee, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Julia Reid, Terry Reintke, Fernando Ruas, Monika Smolková, Maria Spyraki, Ruža Tomašić, Monika Vana, Matthijs van Miltenburg, Lambert van Nistelrooij, Derek Vaughan, Kerstin Westphal, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andor Deli, Josu Juaristi Abaunz, Ivana Maletić, Jan Olbrycht, Demetris Papadakis, Tonino Picula, Claudia Schmidt, Hannu Takkula, Damiano Zoffoli, Milan Zver

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Stanisław Ożóg, Claudiu Ciprian Tănăsescu

24.11.2015

ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

aan de Commissie internationale handel

inzake de aanbevelingen aan de Europese Commissie over de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)

(2015/2233(INI))

Rapporteur voor advies: Jan Philipp Albrecht

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–  gezien de richtsnoeren van de Raad voor de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)(13),

A.   overwegende dat de Unie gebonden is aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ("het Handvest"), met inbegrip van artikel 8 betreffende het recht op de bescherming van persoonsgegevens, en aan artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) betreffende hetzelfde grondrecht, en overwegende dat dit een belangrijke pijler is van het primaire recht van de EU die ten volle moet worden geëerbiedigd door alle internationale overeenkomsten;

B.  overwegende dat de Unie door artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) onder andere gebonden is aan de waarden van democratie en de rechtsstaat;

C.  overwegende dat de Unie door de artikelen 20 en 21 van het Handvest gebonden is aan de beginselen van gelijkheid voor de wet en non-discriminatie;

D.  overwegende dat zowel in artikel 1 als in artikel 10, lid 3, van het VEU is vastgelegd dat "besluiten in zo groot mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen"; overwegende dat transparantie en een open dialoog tussen de partners, met inbegrip van burgers, van wezenlijk belang zijn tijdens de onderhandelingen en ook in de uitvoeringsfase; overwegende dat het Parlement de oproep van de Ombudsman tot een transparante aanpak onderschrijft;

E.  overwegende dat er in het kader van de lopende onderhandelingen over internationale handelsovereenkomsten, met inbegrip van de overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA), ook kwesties worden behandeld die betrekking hebben op internationale gegevensstromen, terwijl privacy en gegevensbescherming geheel buiten beschouwing worden gelaten en parallel zullen worden behandeld;

F.  overwegende dat de ontwerptekst van de VS betreffende e-handel voor de TiSA-overeenkomst de EU-regels en -waarborgen voor de overdracht van persoonsgegevens aan derde landen zou ondermijnen; overwegende dat het Parlement zich het recht voorbehoudt zijn mening te geven na mogelijke toekomstige voorstellen en ontwerpen voor de TiSA-overeenkomst te hebben bestudeerd;

1.  beveelt de Commissie het volgende aan:

  (a)  ervoor te zorgen dat de overeenkomst de garantie biedt dat de EU-normen inzake grondrechten ten volle geëerbiedigd worden door middel van de opname van een juridisch bindende en opschortende mensenrechtenclausule, die standaard moet worden opgenomen in EU-handelsovereenkomsten met derde landen;

  (b)  bij wijze van topprioriteit een omvattende en ondubbelzinnige horizontale autonome bepaling op te nemen, op basis van artikel XIV van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS), waarmee de EU-regels inzake de bescherming van persoonsgegevens volledig onverlet worden gelaten door de overeenkomst, zonder voorwaarde dat deze clausule consistent moet zijn met andere delen van de TiSA, en ervoor te zorgen dat de overeenkomst de handhaving van volgens de relevante regels van de Wereldhandelsorganisatie (artikelen XIV en XIV bis van de GATS) gerechtvaardigde uitzonderingen op het leveren van diensten niet uitsluit;

  (c)  te waarborgen dat persoonsgegevens enkel kunnen worden overgedragen naar landen buiten de Unie indien de bepalingen hieromtrent die zijn opgenomen in de EU-wetgeving op het gebied van gegevensbescherming worden nageleefd; uitsluitend te onderhandelen over bepalingen die raken aan het verkeer van persoonsgegevens mits de volledige toepassing van de EU-regels inzake gegevensbescherming gewaarborgd en geëerbiedigd wordt;

  (d)  zich te verzetten tegen de bepalingen betreffende de bescherming van persoonsgegevens in het ontwerphoofdstuk betreffende e-handel van de VS voor de TiSA-overeenkomst;

  (e)  rekening te houden met het feit dat de EU-regels inzake de overdracht van persoonsgegevens de verwerking van dergelijke gegevens in derde landen kunnen verbieden indien niet wordt voldaan aan de EU-normen; te verlangen dat eventuele eisen die betrekking hebben op de lokalisering van gegevensverwerkende installaties en instellingen in overeenstemming zijn met de EU-regels inzake gegevensoverdracht; in de passende kaders samen te werken met derde landen met het doel wereldwijd adequate hoge gegevensbeschermingsnormen vast te stellen;

  (f)  ten volle rekening te houden met het feit dat transparantie en verantwoordingsplicht nodig zijn in het hele onderhandelingsproces, en haar verplichting op grond van artikel 218, lid 10, van het VWEU – waarvan het Europees Hof van Justitie in een onlangs gewezen vonnis de statutaire aard heeft bevestigd(14) – na te komen om het Parlement onmiddellijk en volledig op de hoogte te brengen in alle fasen van de onderhandelingen; te zorgen voor toegang voor het publiek tot de relevante onderhandelingsdocumenten van alle partijen, met uitzondering van documenten die met een duidelijke rechtvaardiging per geval als vertrouwelijk worden aangewezen, met een openbare rechtvaardiging van de mate waarin de toegang tot de niet-onthulde delen van het document in kwestie naar alle waarschijnlijkheid de door de uitzonderingen beschermde belangen specifiek en feitelijk zal ondermijnen, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie(15); te waarborgen dat de overeenkomst op geen enkele wijze afbreuk doet aan de EU-voorschriften of nationale voorschriften over de toegang voor het publiek tot officiële documenten.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.11.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

13

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Martina Anderson, Malin Björk, Michał Boni, Caterina Chinnici, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Laura Ferrara, Monika Flašíková Beňová, Lorenzo Fontana, Ana Gomes, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Iliana Iotova, Eva Joly, Timothy Kirkhope, Barbara Kudrycka, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Vicky Maeijer, Barbara Matera, Roberta Metsola, Louis Michel, József Nagy, Péter Niedermüller, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Marie-Christine Vergiat, Harald Vilimsky, Udo Voigt, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Laura Agea, Pál Csáky, Miriam Dalli, Daniel Dalton, Petra Kammerevert, Ska Keller, Jeroen Lenaers, Andrejs Mamikins, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Salvatore Domenico Pogliese, Josep-Maria Terricabras, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clara Eugenia Aguilera García, Rosa Estaràs Ferragut, Eleonora Evi, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Michela Giuffrida, Daniel Hannan, Jude Kirton-Darling, Edouard Martin, Julia Pitera, Jarosław Wałęsa

18.11.2015

ADVIES van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid

aan de Commissie internationale handel

over aanbevelingen aan de Europese Commissie over de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)

(2015/2233(INI))

Rapporteur: Monika Vana

SUGGESTIES

De Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat, ondanks het feit dat handelsakkoorden een andere impact hebben op vrouwen dan op mannen als gevolg van genderongelijkheden in bepaalde sectoren, is er bij de openbare raadpleging over de TiSA niet stilgestaan bij de behoefte om meer aandacht te besteden aan het integreren van gendergelijkheidsvraagstukken, bestaat er onvoldoende consensus over de manier om gendergelijkheidsvraagstukken te integreren in het handelsbeleid en wordt de genderdimensie momenteel slechts in beperkte mate geïntegreerd in het handelsbeleid en in handelsakkoorden; overwegende dat de genderspecifieke gevolgen van de huidige liberalisering van de handel nog niet voldoende zijn onderzocht;

B.  overwegende dat een geslaagd handelsbeleid beoordeeld moet worden op de vraag of daarvan een positief effect uitgaat voor zowel vrouwen als mannen, en dat daarom de diverse en complexe effecten op de seksen in de beginstadia moeten worden onderzocht, geanalyseerd en vastgesteld; wijst erop dat het voorzorgsbeginsel ook hier als uitgangspunt moet dienen;

C.  overwegende dat de verhouding tussen de geslachten invloed heeft op alle economische activiteiten en processen, en wordt weerspiegeld in kwesties op het gebied van werk, banen en salaris; overwegende dat vrouwen nog steeds structureel gediscrimineerd worden en dat er bijvoorbeeld nog steeds overal ter wereld een loonkloof tussen mannen en vrouwen bestaat; overwegende dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen ook wordt ingezet als concurrentievoordeel, maar dat een handelsovereenkomst erop gericht moet zijn daar een eind aan te maken;

D.  overwegende dat het Parlement niet de mogelijkheid had zijn standpunt uit de doeken te doen voordat de Raad het onderhandelingsmandaat voor de overeenkomst inzake de handel in diensten (TiSA) vaststelde, en op 4 juli 2013 voor een ontwerpresolutie stemde om zijn standpunt over het onderhandelingsmandaat voor TiSA kenbaar te maken;

E.  overwegende dat vrouwen wereldwijd bijzonder onder de gevolgen van de klimaatverandering lijden en sommigen van hen zelfs worden gedwongen hun thuisland te verlaten; merkt op dat het handelsbeleid dit moet proberen te voorkomen en daarom moet worden vormgegeven met ecologische duurzaamheid in het achterhoofd;

F.  overwegende dat vrouwen als werknemer vaker dan gemiddeld werken in openbare dienst of in de openbare dienstverlening en dat zij als gebruiker van deze diensten meer dan mannen afhankelijk zijn van kwalitatief hoogstaande, betaalbare, dicht bij de woonplaats verstrekte en op de vraag afgestemde openbare diensten, vooral als het gaat om maatschappelijke diensten zoals kinderopvang en ouderenzorg; overwegende dat vanwege de inkrimping van en de bezuinigingen op openbare diensten, en als gevolg van prijsstijgingen deze zorg steeds meer onbetaald door vrouwen wordt verstrekt, waardoor zij zich niet of slechts in deeltijd kunnen wijden aan een beroepsbezigheid met afdracht van socialezekerheidsbijdragen;

G.  overwegende dat vanwege een inkrimping van of bezuinigingen op openbare diensten en voorzieningen gewoonlijk de arbeidskosten en risico's worden overgeheveld naar de economie van onbetaalde zorgverleners en huishoudens, die een overwegend vrouwelijk karakter heeft, waardoor de gendergelijkheid in het gedrang komt;

H.  overwegende dat de TiSA weliswaar een mogelijkheid kan bieden op duurzame groei, maar dat hiermee ook de uitwisseling van goede praktijken moet worden aangemoedigd en naleving van strenge normen op het gebied van mensenrechten moet worden bevorderd voor alle betrokken partijen; overwegende dat de TiSA dan ook in die hoedanigheid de gendergelijkheid vooruit moet helpen en onder geen beding de vooruitgang mag remmen die door de EU en haar lidstaten op dit vlak geboekt is;

I.  overwegende dat de TiSA bedoeld is om een nieuw model in te stellen voor de mondiale handel, met 51 deelnemers die 70 % van de wereldwijde handel in diensten vertegenwoordigen, en dat het van cruciaal belang is dat alle nieuwe afspraken met betrekking tot de mondiale handel de gendergelijkheid vergroten;

1.  wijst erop dat de eerbiediging van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie een bindend wettelijk voorschrift is waaraan de Commissie onder andere via duurzaamheidseffectbeoordelingen moet voldoen; verzoekt de Commissie in dit verband genderspecifieke indicatoren op te nemen en een specifieke beoordeling uit te voeren van de gendereffecten, uitgesplitst naar leeftijd en sociaaleconomische factoren, waarin de verschillende rollen van vrouwen worden weergegeven, om te garanderen dat de EU onberispelijk is in de handhaving en bevordering van vrouwenrechten;

2.  onderstreept dat de EU verplicht is toe te zien op een hoog niveau van bescherming van de mensen-, arbeids- en consumentenrechten, van de bevordering van gendergelijkheid en van sociale en milieunormen; is van mening dat deze waarden de transnationale en nationale handel moeten sturen, met inbegrip van akkoorden zoals de TiSA die ook moet worden ingezet als hulpmiddel om deze doelstellingen actief te ondersteunen;

3.  is van mening dat de Commissie controle moet uitoefenen op de impact die de overeenkomst heeft op de gendergelijkheid en de eerbiediging van de fundamentele mensenrechten, en daar drie jaar na de inwerkingtreding van de TiSA een effectbeoordeling van moet uitvoeren;

4.  is van mening dat alle lidstaten die de TiSA ondertekenen in elk geval moeten toezeggen de eerbiediging te garanderen van de gendergelijkheid en van de grondrechten, zo ook in verband met de liberalisering en openstelling van de nationale en lokale markten;

5.  benadrukt dat moet worden gezorgd voor de grootst mogelijke transparantie van de relevante teksten, als dit dienend is voor de kwaliteit van de lopende onderhandelingen;

6.  betreurt het dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in de Europese handelssector en in de betrekkingen met derde landen, en dat weinig aandacht wordt besteed aan gelijke kansen voor vrouwen en mannen met betrekking tot de toegang tot diensten;

7.  betreurt het dat de Raad niet gewacht heeft op het standpunt van het Parlement alvorens het mandaat te verlenen, en ziet dit als een gemiste kans om de onderhandelingen volledig democratisch te maken en degenen voor wie de TiSA waarschijnlijk de grootste gevolgen zal hebben, bijvoorbeeld vrouwen, hier van meet af aan bij te betrekken;

8.  verzoekt de Commissie de samenhang tussen verschillende, maar met elkaar verbonden beleidsterreinen als handel, ontwikkeling, werk, migratie en gendergelijkheid in stand te houden en te vergroten en de impact op de rechten van meisjes en vrouwen, op hun emancipatie en het recht op gezondheid, onderwijs, voedsel, werk en water op te nemen; verzoekt de Commissie deze overwegingen op te nemen in haar effectbeoordelingen om negatieve effecten van de TiSA of van interacties tussen diverse handelsakkoorden te voorkomen;

9.  beveelt ten zeerste aan dat de EU haar politieke wil kenbaar maakt om ervoor zorgen dat Europese, nationale en lokale overheden het volledige recht behouden om iedere maatregel betreffende de afname, organisatie, financiering en verlening van openbare diensten in te voeren, goed te keuren, te handhaven of in te trekken, en dan met name alle maatschappelijke diensten – of ze nou met publieke of private middelen gefinancierd zijn – uit te sluiten van het toepassingsgebied van de TiSA en een "gouden standaard"-clausule op te nemen voor deze diensten om de kwaliteit daarvan te waarborgen; benadrukt hierbij in het bijzonder de betekenis van onderwijs en gezondheid, en van de permanente toegankelijkheid van deze diensten voor vrouwen en meisjes;

10.  vreest dat de impact van de TiSA berust op gendervooroordelen; wijst in dit verband op het belang van genderevenwichtige onderhandelingsteams en indien nodig van gendergevoelige maatregelen in de lidstaten na de tenuitvoerlegging van de TiSA;

11.  pleit voor de opname van een mensenrechtenclausule in de TiSA, die ook gendergelijkheid omvat, om de bescherming van de rechten van meisjes en vrouwen en hun deelname aan handel en diensten te garanderen, en voor de opname van geschikte indicatoren om ervoor te zorgen dat gendergelijkheid gewaarborgd blijft na de tenuitvoerlegging van de TiSA;

12.  verzoekt de Commissie en de lidstaten naar geslacht uitgesplitste statistieken te verzamelen voor een betere beoordeling van de effecten van het handelsbeleid en handelsakkoorden op gendergelijkheid, en maatregelen op het vlak van positieve discriminatie door te voeren;

13.  verzoekt de Commissie te garanderen dat bij de gunning van overheidsopdrachten ecologische en sociale criteria, inclusief criteria op het gebied van gendergelijkheid, kunnen worden gehanteerd.

14.  verzoekt de Commissie te garanderen dat de TiSA, waar zij betrekking heeft op ICT-diensten, verenigbaar is met de toenemende aanwezigheid van vrouwen in de sector.

15.  pleit voor de voortzetting en intensivering van de actuele inspanningen, overeenkomstig de aanbevelingen van de Europese Ombudsman voor het TTIP, om de onderhandelingen transparanter te maken door de onmiddellijke publicatie van alle voor de TiSA relevante documenten, inclusief onderhandelingsvoorstellen, in het bijzonder geconsolideerde onderhandelingsteksten; dringt aan op een intensivering van de permanente en transparante samenwerking met de nationale parlementen en alle relevante ministeries op het niveau van de lidstaten; pleit ervoor dat alle belanghebbenden, inclusief de organisaties van het maatschappelijk middenveld, met name vrouwenorganisaties, alsmede de Europese sociale partners, aan het onderhandelingsproces mogen deelnemen;

16.  acht het van cruciaal belang dat de overeenkomst een clausule bevat die landen in staat stelt de liberalisering van diensten terug te draaien, in het bijzonder wanneer blijkt dat de liberalisering negatieve gevolgen heeft voor vrouwen; pleit dan ook voor een positieve lijst en voor de uitsluiting uit de overeenkomst van ratchet- en standstillclausules.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

12.11.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

9

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Maria Arena, Catherine Bearder, Beatriz Becerra Basterrechea, Malin Björk, Anna Maria Corazza Bildt, Iratxe García Pérez, Anna Hedh, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Angelika Mlinar, Maria Noichl, Margot Parker, Terry Reintke, Liliana Rodrigues, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Jadwiga Wiśniewska, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Inés Ayala Sender, Stefan Eck, Eleonora Forenza, Mariya Gabriel, Constance Le Grip, Elly Schlein, Branislav Škripek, Dubravka Šuica, Monika Vana

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Seb Dance, Davor Ivo Stier, Claudiu Ciprian Tănăsescu

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

18.1.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

6

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Maria Arena, Tiziana Beghin, David Borrelli, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Marielle de Sarnez, Santiago Fisas Ayxelà, Christofer Fjellner, Karoline Graswander-Hainz, Yannick Jadot, Ska Keller, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, Marine Le Pen, David Martin, Emma McClarkin, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Franz Obermayr, Artis Pabriks, Franck Proust, Viviane Reding, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Hannu Takkula, Iuliu Winkler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Bendt Bendtsen, Klaus Buchner, Edouard Ferrand, Seán Kelly, Sander Loones, Bolesław G. Piecha, Lola Sánchez Caldentey, Ramon Tremosa i Balcells, Marita Ulvskog, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Daniel Dalton, Andrew Lewer

(1)

https://www.wto.org/english/docs_e/legal_e/26-gats_01_e.htm

(2)

TN/S/36

(3)

http://eeas.europa.eu/delegations/wto/press_corner/all_news/news/2012/20120705_advancing_negotiations_services.htm

(4)

http://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2015/03/150310-trade-services-agreement-negotiating-mandate-made-public/

(5)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0325.

(6)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/july/tradoc_152702.pdf

(7)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/july/tradoc_152702.pdf

(8)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/press/index.cfm?id=1254

(9)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/march/tradoc_153264.pdf

(10)

PB C 61 E van 10.3.2004, blz. 289.

(11)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0325.

(12)

PB L 338 van 12.12.2012, blz. 37.

(13)

Document 6891/13 ADD 1 van de Raad.

(14)

Arrest van 24 juni 2014 in zaak C-658/11, Parlement tegen Raad.

(15)

PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

Juridische mededeling