Procedure : 2015/2256(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0017/2016

Ingediende teksten :

A8-0017/2016

Debatten :

PV 24/02/2016 - 14
CRE 24/02/2016 - 14

Stemmingen :

PV 25/02/2016 - 7.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0060

VERSLAG     
PDF 317kWORD 123k
1.2.2016
PE 571.647v02-00 A8-0017/2016

over de governance van de interne markt binnen het Europees semester 2016

(2015/2256(INI))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Catherine Stihler

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de governance van de interne markt binnen het Europees semester 2016

(2015/2256(INI))

Het Europees Parlement,

  gezien zijn resolutie van 11 maart 2015 over het Europees semester voor economische beleidscoördinatie: jaarlijkse groeianalyse 2015(1),

–  gezien zijn resolutie van 11 maart 2015 over de governance van de interne markt binnen het Europees semester 2015(2),

–  gezien zijn resolutie van 25 februari 2014 over de governance van de interne markt binnen het Europees semester 2014(3), en het bijbehorende antwoord van de Commissie dat op 28 mei 2014 is aangenomen,

–  gezien zijn resolutie van 22 oktober 2014 inzake het Europees semester voor economische beleidscoördinatie: uitvoering van de prioriteiten voor 2014(4),

–  gezien zijn resolutie van 7 februari 2013 met aanbevelingen aan de Commissie over de governance van de interne markt(5), en het bijbehorende antwoord van de Commissie dat op 8 mei 2013 is aangenomen,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2014 "Een investeringsplan voor Europa" (COM(2014)0903),

–  gezien het verslag van de vijf voorzitters van 22 juni 2015 "De voltooiing van Europa's Economische en Monetaire Unie",

–  gezien de mededeling van de Commissie van 21 oktober 2015 "Stappen naar de voltooiing van de economische en monetaire unie" (COM(2015)0600),

–  gezien de aanbeveling van de Commissie van 21 oktober 2015 voor een aanbeveling van de Raad inzake de oprichting van nationale comités voor het concurrentievermogen in de eurozone (COM(2015)0601),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2015 getiteld "Jaarlijkse groeianalyse 2016 – Het herstel versterken en de convergentie bevorderen" (COM(2015)0690),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie over Uitdagingen voor het investeringsklimaat in de EU-landen (SWD(2015)0400),

–  gezien de beleidsnota van Bruegel van november 2015 "Limitations of Policy Coordination in the Euro Area under the European Semester",

–  gezien het "Quarterly Report on the Euro Area" (QREA), vol. 14, nr. 2,

–  gezien de in september 2014 gepubliceerde EPRS-studie "De kosten van een niet-verenigd Europa voor de interne markt",

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 oktober 2015 "Verbetering van de interne markt: meer kansen voor mens en bedrijf" (COM(2015)0550) en het "Report on Single Market Integration and Competitiveness in the EU and its Member States" (SWD(2015)0203),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192),

–  gezien de editie 2015 van het onlinescorebord van de interne markt,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 8 juni 2012 "De tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn" (COM(2012)0261), zoals geactualiseerd in oktober 2015,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 27-28 juni 2013,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 24-25 oktober 2013,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 19-20 december 2013,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8‑0017/2016),

A.  overwegende dat de EU zowel op mondiaal niveau als binnen haar grenzen met verschillende uitdagingen geconfronteerd wordt, zoals trage groei, een hoge werkloosheidsgraad en bijzonder zware internationale concurrentie;

B.  overwegende dat het Europees semester een beter gecoördineerd economisch en begrotingsbeleid in de EU-28 tot doel heeft, teneinde de stabiliteit te vergroten, groei en werkgelegenheid te stimuleren en het concurrentievermogen te verbeteren;

C.  overwegende dat alle middelen die de economie en het concurrentievermogen van de EU kunnen stimuleren benut moeten worden;

D.  overwegende dat de interne markt een van de hoekstenen van de EU vormt en een van haar grootste prestaties is; overwegende dat het Europees semester ook over de interne markt en de beleidsmaatregelen ter voltooiing van de interne markt moet gaan, wil men in dat kader met succes de economische groei stimuleren en de economie stabiliseren;

E.  overwegende dat een inclusieve interne markt met een verbeterde governance die betere regelgeving en concurrentie bevordert, een cruciaal instrument is om de groei, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen te versterken, en het vertrouwen van de bedrijfswereld en de consumenten te behouden;

F.  overwegende dat de veranderingen die zich momenteel voordoen op technologisch, maatschappelijk en gedragsmatig vlak een aanzienlijk effect hebben op het bedrijfsleven en het gedragspatroon van de consument, met vele economische mogelijkheden en uitdagingen tot gevolg waaraan het kader voor de interne markt tegemoet moet komen;

G.  overwegende dat in de eerste plaats de naleving van de bestaande regels binnen het Europees semester en de interne markt daadwerkelijk inzicht biedt in de geschiktheid of tekortkomingen van de geldende regels;

De interne markt als belangrijk instrument om het concurrentievermogen van de EU te stimuleren en voor meer banen en groei te zorgen

1.  wijst er nogmaals op dat de interne markt een van de fundamenten van de EU is; onderstreept dat het Europees semester ook over de interne markt en de beleidsmaatregelen ter voltooiing van de interne markt moet gaan, wil men in dat kader met succes de economische groei stimuleren en de economie van de lidstaten stabiliseren;

2.  benadrukt dat de interne markt de ruggengraat vormt van de economieën van de lidstaten en van het Europese integratieproject in zijn geheel; wijst op de economische voordelen van de interne markt, zoals productstandaardisering en marktintegratie, schaalvoordelen en meer concurrentie, en gelijke voorwaarden voor 500 miljoen consumenten in de 28 lidstaten, waardoor de consument met name profiteert van een ruimere keuze aan kwalitatief goede producten en diensten en lagere prijzen;

3.  benadrukt dat het belangrijk is de interne markt zodanig te bevorderen dat structurele en duurzame economische groei wordt gerealiseerd die, in het kader van transparantie- en efficiëntieregels, investeringen aantrekt en stimuleert, wat zal bijdragen tot het scheppen van nieuwe banen en het verbeteren van het welzijn van de burgers van de lidstaten; dringt bij de Commissie aan op systematisch toezicht op de tenuitvoerlegging en handhaving van de regels inzake de interne markt door middel van de landenspecifieke aanbevelingen (LSA's), in het bijzonder wanneer die regels een significante bijdrage tot de structurele hervormingen leveren;

4.  is van mening dat het noodzakelijk is om een passende omgeving voor economische initiatieven en bedrijfsontwikkeling te faciliteren door het concurrentievermogen en de samenwerking tussen kmo's te stimuleren, waardoor het industriële potentieel van innovatie, onderzoek en technologie wordt aangeboord;

5.  neemt nota van het recente werk van de diensten van de Commissie wat betreft het opsporen en in kaart brengen van uitdagingen op het gebied van investeringen en het uitwerken van landenspecifieke investeringsprofielen;

6.  uit zijn bezorgdheid over het feit dat de aanbevelingen van het Europees semester voor de periode 2011-2014 in geringere mate zijn opgevolgd dan verwacht; dringt er derhalve bij de Commissie op aan een mechanisme voor te stellen dat landen aanmoedigt de LSA's ten uitvoer te leggen;

7.  is ingenomen met het feit dat het nieuwe Europees semester gestroomlijnd is door de Commissie en begrijpt dat het aantal LSA's is afgenomen om aanbevelingen voor te stellen die meer gericht zijn op de prioriteiten van elk land; merkt op dat in de jaarlijkse groeianalyse meer aandacht wordt besteed aan internemarktkwesties dan in de LSA's;

8.  herhaalt zijn oproep om de internemarktpijler op te nemen in het Europees semester, met een systeem voor regelmatig toezicht, opsporing van de landenspecifieke belemmeringen voor de interne markt en evaluatie van de integratie van de interne markt en het concurrentievermogen, gericht op een aantal prioriteitsgebieden waarin maatregelen het grootste effect op de groei en de werkgelegenheid zouden sorteren, inclusief de duurzame ontwikkeling van bedrijven – waaronder ook kmo's; is van mening dat dit systeem een degelijke informatiedatabank moet omvatten, een aantal kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren die gericht zijn op het meten van onder andere de economische gevolgen van de toepassing van de regels inzake de interne markt, benchmarking, peerreview en het uitwisselen van beste praktijken;

9.  neemt met instemming kennis van het "Report on Single Market Integration and Competitiveness in the EU and its Member States" van 2015; merkt op dat dit verslag, dat zowel het vroeger bij de jaarlijkse groeianalyse gevoegde verslag over de integratie van de interne markt als het verslag over de toestand van de Europese industrie vervangt, is gepubliceerd als een begeleidend document bij de mededeling over de internemarktstrategie, en niet, zoals eerder het geval was, als bijlage bij de jaarlijkse groeianalyse; vraagt dat het verslag verder uitgewerkt wordt en in de pijler voor governance van de interne markt opgenomen wordt, en daarnaast als basis gaat dienen voor de jaarlijkse evaluatie van de vooruitgang op de interne markt; is van mening dat het verslag geïntegreerd moet worden in het specifieke, aan de interne markt gewijde deel van de jaarlijkse groeianalyse, in de LSA's en in de regelmatige, gestructureerde dialoog met de lidstaten over de naleving van de internemarktregelgeving;

10.  is ingenomen met het voornemen van de Commissie om de vastgestelde landenspecifieke uitdagingen op het gebied van investeringen in het kader van het Europees semester verder te analyseren, met name in landenverslagen en door middel van thematische discussies in de Raad;

11.  vestigt de aandacht op het feit dat veel van de vastgestelde uitdagingen op het gebied van investeringen verband houden met de werking van de interne markt en de omzetting en tenuitvoerlegging van de internemarktwetgeving; vraagt de Commissie nauwgezet toe te zien op de follow-up die de lidstaten geven aan de vastgestelde uitdagingen en belemmeringen op het gebied van investeringen, een regelmatige, gestructureerde dialoog betreffende naleving met de lidstaten aan te gaan en waar nodig gebruik te maken van haar bevoegdheden en maatregelen te nemen teneinde niet-gerechtvaardigde en onevenredige belemmeringen voor de interne markt weg te nemen;

12.  benadrukt dat bij een herziening van het Europees semester het Europees Parlement, de nationale en regionale parlementen en alle relevante belanghebbenden, waaronder werkgeversorganisaties en vakbonden, ten volle betrokken moeten worden, niet alleen om het draagvlak voor het Europees semester te vergroten, maar ook om ervoor te zorgen dat de LSA's beter ten uitvoer worden gelegd;

13.  benadrukt het belang van een inclusieve, transparante benadering die tot relevante en noodzakelijke hervormingen moet leiden, door middel van het Europees semester;

Het onbenutte potentieel van de interne markt

14.  brengt in herinnering dat aangepaste, rechtvaardige economische en sociale hervormingen moeten worden doorgevoerd en administratieve rompslomp en protectionisme moeten worden aangepakt om de productiviteit en het concurrentievermogen van de Europese economie te verbeteren;

15.  benadrukt dat onverholen tarifaire belemmeringen op de interne markt weliswaar ontbreken, maar dat er een enorm aantal verschillende niet-tarifaire belemmeringen bestaat; moedigt de Europese instellingen, de lidstaten en alle relevante belanghebbenden aan een constructieve dialoog over dit onderwerp aan te gaan om de niet-tarifaire belemmeringen binnen de EU uit de weg te ruimen;

16.  betreurt het dat diverse lidstaten aanzienlijk tekortschieten bij de implementatie van de dienstenrichtlijn, die activiteiten bestrijkt die voor meer dan 45 % van het bbp en de werkgelegenheid in de EU zorgen, o.a. door een groot aantal nationale voorschriften, die niet altijd in het algemeen belang zijn; betreurt tevens dat de kennisgevingsprocedure niet altijd wordt nageleefd;

17.  is verheugd dat de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties wordt gemoderniseerd, met een voorstel om de erkenning van beroepskwalificaties vlotter te laten verlopen ten behoeve van een grotere arbeidsmobiliteit; constateert dat de regulering van gereglementeerde beroepen en gereserveerde activiteiten per lidstaat uiteenloopt;

18.  is ingenomen met het voornemen van de Commissie om een initiatief te bestuderen voor een dienstenpaspoort en een geharmoniseerd kennisgevingsformulier, op voorwaarde dat dit initiatief leidt tot meer transparantie rond de omvang van de bevoegdheden van grensoverschrijdende dienstverleners en minder bureaucratie en administratieve lasten; benadrukt dat een dergelijk initiatief niet mag leiden tot de invoering van het oorsprongslandbeginsel; is evenwel van mening dat er meer informatie moet komen over de opzet van dit voorstel; beschouwt het dienstenpaspoort als een tijdelijke oplossing die zal worden toegepast in de periode waarin een volledig geïntegreerde interne markt wordt opgebouwd;

19.  benadrukt dat de markt voor overheidsopdrachten een belangrijk aandeel heeft in de interne markt als geheel en een aanzienlijke bijdrage levert aan de groei in de lidstaten en in het bedrijfsleven, het scheppen van banen en het concurrentievermogen; verzoekt de Commissie zich in te zetten voor de transparantie van overheidsopdrachten in de publieke sector, de grensoverschrijdende concurrentie en een beter gebruik van overheidsmiddelen, met inbegrip van de sociale en milieunormen;

20.  herinnert eraan dat de EU in 2014 een grondige hervorming van het EU-kader voor overheidsopdrachten heeft goedgekeurd, om de procedures te vereenvoudigen en om de regels te versoepelen en beter aan te passen aan ander overheidsbeleid;

21.  wijst erop dat er bij overheidsopdrachten in de lidstaten nog steeds sprake is van aanzienlijke ondoelmatigheid die grensoverschrijdende uitbreiding en groei op de binnenlandse markt beperkt; benadrukt het belang van een juiste en tijdige omzetting en tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake concessies en overheidsopdrachten door de lidstaten; is van mening dat de juiste toepassing van de rechtsmiddelenprocedure uit 2007 ervoor zou zorgen dat het plaatsen van overheidsopdrachten efficiënter, doeltreffender en transparanter verloopt;

22.  is ingenomen met het tweede programma voor interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA²), dat op 1 januari 2016 van start is gegaan ter ondersteuning van de ontwikkeling van interoperabele digitale oplossingen die kosteloos ter beschikking worden gesteld van alle geïnteresseerde overheidsinstanties, bedrijven en burgers in Europa;

23.  benadrukt dat de ontwikkeling en verspreiding van e-overheidsdiensten in de lidstaten cruciaal is om het voor ondernemers makkelijker te maken om economische activiteiten op de interne markt te verrichten en voor consumenten om hun rechten uit te oefenen; verzoekt de Commissie, gelet op het bovenstaande, om de ontwikkeling van e-overheidsdiensten als een hoofdprioriteit voor de nabije toekomst te beschouwen;

24.  benadrukt dat de particuliere sector een cruciale motor is voor duurzame groei en het scheppen van banen; wijst erop dat afzonderlijke nationale bepalingen en procedures, in combinatie met een gebrekkige toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning, kunnen leiden tot onnodige en schadelijke belemmeringen en lasten voor ondernemers en consumenten; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan toe te zien op een juiste toepassing en een betere handhaving van dit beginsel, en verzoekt om kostenefficiënte instrumenten voor de beslechting van geschillen;

25  nodigt de Commissie uit belanghebbenden te raadplegen om sectoren en markten te identificeren waar de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning ontoereikend of problematisch is;

26.  adviseert om de rol van de bestaande productcontactpunten uit te breiden tot vast toegangspunt voor economische actoren voor alles wat met de interne markt te maken heeft, want dit zal helpen om meer bewustzijn van en begrip voor de toepasselijke wetgeving te creëren;

27.  benadrukt dat betere voorwaarden voor de oprichting van start-ups en kmo's kunnen zorgen voor actievere innovatie, nieuwe werkgelegenheid en duurzame groei; brengt in herinnering dat veel belemmeringen, met inbegrip van administratieve rompslomp, de ontwikkeling van kmo's zowel nationaal als internationaal afremmen; wenst dat de barrières die groei op nationaal en internationaal vlak in de weg staan, worden gelocaliseerd en weggenomen;

28.  benadrukt dat de intensiteit van de materiële en immateriële kapitaalvorming in de EU sinds de financiële crisis lager is dan bij concurrenten, hetgeen schadelijk is voor de economische en sociale ontwikkeling; is ervan overtuigd dat investeringen, ook op ICT-gebied, cruciaal zijn om de productiviteit en de groei op lange termijn in de EU te herstellen; is van mening dat het, om deze negatieve tendens om te buigen, nodig is de interne markt te versterken en de belemmeringen voor investeringen te beperken; wenst dat de investeringen worden toegespitst op de financiering van de reële economie en dat de daartoe genomen maatregelen lang worden gehandhaafd;

29.  roept op om ongerechtvaardigde territoriale beperkingen, ook wel geoblokkades genoemd, onmiddellijk af te schaffen, in het bijzonder door artikel 20 van de dienstenrichtlijn volledig toe te passen teneinde ongerechtvaardigde discriminatie bij de toegang tot goederen en diensten alsook prijsdiscriminatie op grond van geografische ligging of nationaliteit een halt toe te roepen;

30.  roept op om het Europees normalisatiestelsel zo snel mogelijk bij te werken om het EU-beleid voor digitale innovatie te ondersteunen, de cyberveiligheid te verhogen en de interoperabiliteit te verbeteren;

31.  dringt er bij de lidstaten op aan de regels inzake de interne markt naar behoren en tijdig ten uitvoer te leggen en te handhaven; benadrukt hoe belangrijk het is om de LSA's, met inbegrip van hervormingen van de nationale markt voor producten en diensten, ten uitvoer te leggen om het groeipotentieel van de lidstaten aan te boren;

32.  is van mening dat de lidstaten meer inspanningen moeten leveren om hun overheidsdiensten te moderniseren door burgers en bedrijven meer en beter toegankelijke digitale diensten te verstrekken, en om de grensoverschrijdende samenwerking en interoperabiliteit van overheidsdiensten te bevorderen;

De interne markt in de 21e eeuw

33.  benadrukt dat het begrip "moderne economie" snel verandert door digitale en technologische vooruitgang, zwaardere internationale concurrentie en veranderingen in het gedragspatroon van de marktdeelnemers en de consument;

34.  wijst op het vervagen van de grens tussen producten en diensten; benadrukt het groeiende belang van bedrijfsgerelateerde diensten, en systemen met geïntegreerde producten en diensten; is van mening dat het regelgevingskader voor de interne markt deze vernieuwende ontwikkelingen moet aangrijpen;

35.  verwelkomt de nieuwe bedrijfsmodellen van de deeleconomie en erkent hun enorme innovatiepotentieel, dat moet worden benut met inachtneming van de bestaande wettelijke voorschriften en de normen voor de consumentenbescherming en onder gelijke concurrentievoorwaarden; benadrukt dat het belangrijk is de best mogelijke voorwaarden voor de deeleconomie te garanderen, zodat deze tot ontwikkeling en bloei kan komen; dringt er bij de Commissie op aan een strategische aanpak te hanteren om bedrijven in de deeleconomie in staat te stellen onder eerlijke voorwaarden te concurreren met traditionele bedrijven;

36.  wijst erop dat de investeringspatronen van bedrijven opmerkelijk veranderd zijn, waarbij de uitgaven voor immateriële activa in verhouding tot de investeringen in materiële activa zowel in grootte als in belang zijn toegenomen; benadrukt dat slechts 17 % van de bedrijfsinvesteringen in immateriële activa naar wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling gaat; roept de beleidsmakers op om te werken aan het wegnemen van belemmeringen van regelgevende aard die verhinderen dat het potentieel van deze nieuwe aanjager van innovatie volledig wordt benut;

37.  is ingenomen met de strategie voor de interne markt, die schetst hoe verschillende maatregelen van de Commissie (kapitaalmarktenunie, digitale interne markt, energie-unie, enz.) gericht zijn op een hoofddoelstelling, namelijk het potentieel van de interne markt van de EU aanboren; onderstreept dat in de mededeling over de strategie voor de interne markt wordt gesteld dat de interne markt meer aan de orde moet komen in het kader van het Europees semester;

38.  verwelkomt de strategie voor een digitale eengemaakte markt als de juiste benadering om de EU klaar te stomen voor het digitale tijdperk; roept op om deze strategie snel goed te keuren en te implementeren om ervoor te zorgen dat de EU weer het terrein herwint dat zij verloren heeft door de digitale technologieën in het verleden traag in te voeren en pas laat te beginnen met hun gebruik; is van mening dat dit een toewijzing van nationale en EU-gelden vereist om te zorgen voor de benodigde infrastructuur, met name voor de plattelandsgebieden; vestigt de aandacht op het feit dat ook ondersteuning van digitale innovatie en verbetering van interoperabiliteit van belang zijn en dat bijzonder veel aandacht moet worden besteed aan de kwestie van cyberveiligheid;

39.  benadrukt dat toegankelijke, betaalbare, efficiënte en kwalitatief hoogwaardige pakketbezorging een essentiële voorwaarde is voor succesvolle, grensoverschrijdende e-handel waarvan in het bijzonder kmo's en consumenten profiteren;

40.  benadrukt dat de integratie van de interne markt voor goederen en diensten bijna altijd wordt aangedreven door data, waarbij interoperabiliteit de "lijm" is die de hele keten verbindt en die zorgt voor doeltreffende communicatie tussen de digitale componenten; roept de Commissie op om zo snel mogelijk van start te gaan met het bijwerken van het Europese interoperabiliteitskader en dat te combineren met een geïntegreerd standaardiseringsplan dat de hoofdprioriteiten vaststelt en afbakent;

41.  benadrukt dat particuliere en publieke investeringen in snelle en ultrasnelle communicatienetwerken een vereiste zijn voor elke vorm van digitale vooruitgang, die moet worden gestimuleerd door een stabiel regelgevingskader van de EU dat alle spelers in staat stelt te investeren, zelfs in landelijke en afgelegen gebieden;

42.  benadrukt het belang van een succesvolle tenuitvoerlegging van het Europees Fonds voor strategische investeringen om een maximum aan investeringen los te maken en innovatieve bedrijven in verschillende financieringsstadia van hun ontwikkeling te steunen; benadrukt dat het in geval van marktfalen van belang is om overheidsmiddelen die al beschikbaar zijn voor digitale investeringen optimaal te benutten, en om synergieën tot stand te brengen tussen EU-programma's als Horizon 2020, de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, andere relevante structuurfondsen en andere instrumenten;

43.  dringt er bij de Commissie op aan te evalueren of de huidige breedbandstrategie voor mobiele en vaste netwerken, met inbegrip van de doelstellingen, toekomstbestendig is en aan de voorwaarden voldoet wat betreft hoge connectiviteit voor iedereen – om de digitale kloof te vermijden – alsmede met het oog op de behoeften van de data-economie en de snelle uitrol van 5G;

44.  benadrukt dat de EU een concurrentievoordeel moet verwerven door een perfecte kweekgrond voor innoverende bedrijven tot stand te brengen, waarvoor een modern industriebeleid en een beter geïntegreerde infrastructuur nodig zijn, waarin het invoeren van technologie en een innovatie- en ondernemersvriendelijke regelgeving voorop staan; wenst dat elk digitaal kader dat in de toekomst wordt voorgesteld, inclusief en toegankelijk is en de consument een hoge mate van bescherming biedt;

Governance van de interne markt

45.  benadrukt dat er een aantal elementen nodig zijn om een sterkere governance van en een grotere verantwoordelijkheid voor de interne markt op alle niveaus te bereiken, en zo de interne markt nieuwe impulsen te geven: de taakverdeling tussen de niveaus moet verduidelijkt worden en er zijn kaders nodig zijn die meer stimulansen bieden en verantwoordingsplicht opleggen voor de implementatie en naleving van de internemarktwetgeving;

46.  merkt op dat deze verantwoordelijkheid voor een doeltreffende governance van de interne markt op verschillende niveaus kan worden bereikt door deregulering enerzijds en versterking van de handhavingscultuur anderzijds; roept op om het menselijke kapitaal te ontwikkelen, o.a. door middel van toegankelijker informatie en aangepaste opleidingen die het kennis- en bewustzijnsniveau verhogen;

47.  roept de Commissie op om consequent de wettelijke voorschriften betreffende de interne markt door de lidstaten te doen handhaven door alle beschikbare informatie, gegevens en instrumenten te gebruiken en de in de Verdragen voorziene maatregelen te treffen tegen lidstaten die de Europese regels en wetgeving niet naleven;

48.  wijst op het belang van monitoring en het verzamelen van gegevens, en de behoefte aan een degelijk en geïntegreerd systeem; vindt het een punt van zorg dat informatie over openbare raadplegingen in de meeste gevallen slechts beschikbaar is in één taal, waardoor niet alle belanghebbende partijen commentaar kunnen leveren op belangrijke zaken en voorstellen; is van mening dat er rekening gehouden moet worden met gegevens en harde feiten wanneer strategische beslissingen worden genomen die van groot belang zijn voor de totstandbrenging van de interne markt, het verminderen van de verschillen tussen de lidstaten en het verbeteren van de governance van de interne markt, bijvoorbeeld bij het bepalen van de prioriteiten voor optreden en handhaving, bij het beoordelen van de integratie van de interne markt en het concurrentievermogen, en daarnaast ook in de gestructureerde dialoog met de lidstaten over de naleving van de internemarktvoorschriften;

49.  dringt er bij de Commissie op aan een jaarlijks verslag uit te brengen over de belemmeringen voor de interne markt in de diverse lidstaten en in de gehele EU, en in de LSA's aanbevelingen te doen die gericht zijn op het wegnemen van die belemmeringen; benadrukt dat de interne markt een belangrijkere rol zou moeten spelen in de LSA's;

50.  dringt er bij de Commissie op aan om van alle beschikbare maatregelen en zo nodig ook van inbreukprocedures gebruik te maken om volledige tenuitvoerlegging van de internemarktwetgeving te garanderen; vindt het zorgwekkend dat een inbreukprocedure lang duurt wanneer een schending van de internemarktregels wordt aangepakt en verholpen, en vindt het grote aantal uitstaande zaken een punt van zorg;

51.  wijst op de voordelen van Solvit; vraagt om Solvit sterker te maken en beter te koppelen met de diensten van de Commissie, en te zorgen voor een goede integratie in bestaande projecten en databanken zoals CHAP en EU Pilot, zodat synergieën op het vlak van informatie en het delen van beste praktijken mogelijk worden; verzoekt de Commissie om nog niet afgehandelde zaken consequent op te volgen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om Solvit van de nodige steun en expertise te voorzien, zodat de binnengekomen zaken efficiënt kunnen worden behandeld;

52.  is van mening dat het nodig is de autoriteiten voor markttoezicht binnen de interne markt te versterken, beter met elkaar te verbinden en van passend personeel te voorzien om de problemen van vandaag het hoofd te bieden, met name die op het gebied van wereldwijde concurrentie; spoort de nationale autoriteiten voor markttoezicht aan om nauwer samen te werken en informatie en beste praktijken uit te wisselen, teneinde diverse vormen van oneerlijke concurrentie op de interne markt doeltreffend aan te pakken, o.a. het grote aantal illegale en niet-conforme producten, die leiden tot hoge kosten voor bedrijven die de wetgeving wel naleven en tot grote risico's voor de consumenten, in het bijzonder voor de meest kwetsbare consumenten; vindt het zorgwekkend hoeveel tijd de Raad van de Europese Unie nodig heeft voor de goedkeuring van het pakket inzake productveiligheid en markttoezicht, hetgeen de veiligheid van producten in de EU in gevaar brengt; roept de Raad op om het pakket onmiddellijk goed te keuren;

53.  verwelkomt het initiatief van de Commissie om "één digitale toegangspoort" te creëren in de vorm van een toegankelijke overkoepelende portaalsite, die de toegang tot informatie zal stroomlijnen en vergemakkelijken, en de bestaande specifieke gebruikersplatformen zal promoten; benadrukt de rol van de nationale en regionale overheden bij het promoten en toegankelijk maken van deze platformen, en het opleiden van de gebruikers ervan; verzoekt de Commissie om online-instrumenten voor de interne markt verder te versterken en te stroomlijnen;

54.  erkent het belang van de beginselen voor betere regelgeving en het REFIT-initiatief, en de behoefte aan zekerheid en voorspelbaarheid van regelgeving wanneer er aan nieuwe wetgevingsinitiatieven wordt gewerkt; onderstreept dat het beginsel van betere wetgeving geen afbreuk mag doen aan het recht van de Unie en de lidstaten om regelgeving vast te stellen op gebieden die essentieel zijn voor het algemeen belang, zoals gezondheidszorg en milieu;

55.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

TOELICHTING

"Het Europees model is eerst en vooral een sociaal en economisch systeem dat steunt op de rol van de markt, want die verwerkt informatie beter dan welke computer ook ter wereld."

Jacques Delors

De interne markt is een kostbare hulpbron die de huidige en toekomstige economische welvaart mee bepaalt. Naar schatting is er in de interne markt een nog onaangeboord potentieel ter waarde van 1 biljoen EUR. Dat is zowel een kans als een waarschuwing om de interne markt tot voordeel van eenieder te doen functioneren. Momenteel wordt de handel in de EU nog te veel belemmerd, en laten veel lidstaten het na om de beslissingen die zij hebben onderschreven daadwerkelijk te implementeren. De EU kan niet sterker zijn dan elk van de 28 lidstaten waaruit zij is opgebouwd.

Om de verhoopte structurele economische groei in de EU-lidstaten te verwezenlijken, is volgens de rapporteur de coördinatie van zowel macro- als micro-economisch beleid nodig, in combinatie met de coördinatie van het begrotingsbeleid.

Het potentieel van internemarktmaatregelen om de werkgelegenheid en de groei te stimuleren is op EU-niveau al algemeen bekend(6). Toch is er ondanks herhaalde oproepen in de conclusies van de Europese Raad(7), de jaarlijkse groeianalyses en de landenspecifieke aanbevelingen(8) om de interne markt te versterken, tot nu toe slechts weinig vooruitgang geboekt(9).

Om daadwerkelijk een stijging van de werkgelegenheid, groei en een sterkere concurrentiepositie te realiseren, moet de interne markt in de lidstaten progressief geïntegreerd worden en vergezeld gaan van betere governance en transparantere procedures. De rapporteur is van mening dat dit bereikt kan worden door de interne markt op te nemen in het Europees semester.

Zij verwijst naar eerdere verslagen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (Schwab, Cofferatti en Gall-Pelzc) en resoluties van het EP, en dringt aan op het opnemen van een internemarktpijler in het Europees semester.

In deel 1 van dit verslag stelt zij een internemarktpijler voor die de hiernavolgende elementen omvat:

(i)  Er moet een systeem komen voor regelmatig toezicht op en evaluatie van de integratie van de interne markt en het concurrentievermogen. Om geloofwaardig te zijn, moet dit systeem gericht zijn op een aantal prioriteitsgebieden waarin maatregelen het grootste effect op de groei en de werkgelegenheid zullen sorteren, en moet het een degelijke informatiedatabank bevatten met kwantitatieve en kwalitatieve informatie op basis waarvan de vooruitgang in de lidstaten beoordeeld kan worden. In het systeem voor toezicht en evaluatie moet plaats zijn voor benchmarking, een procedure van peerreview en het uitwisselen van beste praktijken.

(ii)  De vooruitgang in de integratie van de interne markt en het concurrentievermogen moet jaarlijks beoordeeld worden in een verslag; het verslag over de integratie van de interne markt en het concurrentievermogen kan de basis zijn voor een jaarlijkse beoordeling van het micro-economisch beleid.

(iii)  Om governance, openheid en eigen verantwoordelijkheid te verbeteren, is het volgens de rapporteur nodig dat bij de economische en begrotingsbeoordeling van de lidstaten systematisch rekening wordt gehouden met deze jaarlijkse verslagen, en dat zij geïntegreerd worden in het specifieke onderdeel over de interne markt in de jaarlijkse groeianalyses, in de landenspecifieke aanbevelingen en

(iv)  in een regelmatige en gestructureerde dialoog met de lidstaten over de naleving.

(v)  Bovendien benadrukt de rapporteur dat het noodzakelijk is het EP te betrekken en een inclusieve en niet-discriminerende houding aan te nemen tegenover alle lidstaten van de EU (binnen en buiten de eurozone), de nationale parlementen in de lidstaten en alle belanghebbende partijen. Alleen zo kunnen de governance, openheid, en eigen verantwoordelijkheid bereikt worden die nodig zijn om het proces succesvol te doen verlopen.

Er is in de lidstaten op verschillende gebieden al vooruitgang geboekt bij het vereenvoudigen en gebruiksvriendelijker maken van de nationale wetgeving, zowel voor de consument als voor het bedrijfsleven. Toch blijven er een aantal belangrijke kwesties onopgelost, en zij belemmeren de verdere verdieping en integratie van de interne markt. De rapporteur bespreekt deze belemmeringen in deel 2 en moedigt de Commissie en de lidstaten aan om hier zo snel mogelijk mee aan de slag te gaan.

In het vorig jaar gepubliceerde verslag "De kosten van een niet-verenigd Europa voor de interne markt" wordt grondig onderzocht tot welke economische kosten de fragmentering van de interne markt leidt. Volgens het verslag zou de voltooiing van de interne markt een economische winst opleveren die varieert van 651 miljard tot 1,1 biljoen EUR per jaar, wat gelijkstaat aan 5 tot 8,63 % van het bbp van de EU(10). De rapporteur meent dat het bijzonder jammer is dat we deze kansen al 20 jaar lang laten liggen, vooral gezien de stijgende internationale concurrentie.

In dit verslag wordt met instemming kennisgenomen van de internemarktstrategie voor goederen en diensten die de Commissie in oktober 2015 heeft gepubliceerd naast het "Report on Single Market Integration and Competitiveness"(11), wordt steun uitgedrukt voor de aanpak van de Commissie, maar wordt ook benadrukt dat het op de eerste plaats de handhaving en de implementatie van de reeds bestaande EU-wetgeving in alle 28 lidstaten is (zie deel 2) die ervoor zal zorgen dat het volledige potentieel van de interne markt benut kan worden. Dit doet geen afbreuk aan de invoering van nieuwe elementen en instrumenten die deze wetgeving zouden uitbreiden en aanvullen.

De rapporteur is van mening dat het gebrek aan investeringen en het lage tempo ervan in de EU, met name op het gebied van ICT, en de moeilijkheden die kmo's ervaren bij het vinden van toegang tot durfkapitaal zware belemmeringen zijn voor de groei en de werkgelegenheid in de EU. De rapporteur is daarom verheugd over het investeringsplan voor Europa van de Commissie en het Europees Fonds voor strategische investeringen, die tot doel hebben de investeringen in de reële economie te ondersteunen en de toegang tot financiering voor kmo's makkelijker te maken. Zij is echter ook van mening dat verdere stappen mogelijk zijn en dat financiële steun verleend kan worden aan kmo's en bedrijven zodat zij de stap naar het digitale tijdperk kunnen zetten(12).

In deel 3 van het verslag wordt dieper ingegaan op de vernieuwende effecten van digitalisering op het bedrijfsleven en de consument. De interne markt van de 21e eeuw is radicaal anders dan die van de 20e eeuw. De veranderingen zijn volledig het gevolg van de digitale revolutie: de lijn tussen producten en diensten vervaagt, een nieuwe groep "prosumenten" ontstaat (deze groep combineert elementen van consumptie en productie) en de economische modellen veranderen, bijvoorbeeld door de opkomst van de deeleconomie. De waarde van de deeleconomie wordt momenteel geschat op ongeveer 10 miljard EUR wereldwijd, maar naar verwachting zal dat in 2025 gestegen zijn tot meer dan 250 miljard EUR.

De rapporteur vestigt de aandacht op de paradigmawisseling in investeringspatronen, waarbij bedrijfsinvesteringen en -uitgaven inzake immateriële activa stijgen in vergelijking met die inzake materiële activa. Zij is van mening dat de oprichting van een eengemaakte digitale markt ervoor kan zorgen dat ons leven er volledig anders gaat uitzien.

De rapporteur benadrukt echter dat er nog steeds belemmeringen zijn, bijvoorbeeld geoblocking, verschillende regels voor de bezorging van pakketten, gebrek aan geharmoniseerde EU-regelgeving voor contracten en consumentenbescherming bij grensoverschrijdende e-commerce, en een tekort aan de nodige digitale infrastructuur. Dat zijn slechts enkele van de vele hinderpalen voor de voltooiing van de digitale eengemaakte markt. De rapporteur verwelkomt de strategie voor de digitale eengemaakte markt van de Commissie, maar vindt dat meer aandacht nodig is voor veranderende gedragspatronen en trends in de maatschappij die een invloed hebben op digitale technologie.

In het verslag wordt benadrukt dat Europa momenteel geconfronteerd wordt met een andere soort concurrentie, namelijk op digitaal vlak. Het is niet meer nodig om ter plaatse sterke industriële sectoren verder uit te bouwen. Opkomende economieën kunnen nu reeds ontwikkelde economieën inhalen door de nieuwste technologieën in te schakelen en wereldwijd een afzetmarkt te creëren voor producten en diensten. Daarom benadrukt de rapporteur nogmaals dat investeringen in ICT, digitale technologieën en wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling cruciaal zijn om de EU een sterkere concurrentiepositie te kunnen geven. Infrastructuur, interoperabiliteit en normen die in de volledige EU gelden, zijn essentieel om de digitale transformatie overal in Europa op een uniforme manier te verwezenlijken.

De rapporteur is ervan overtuigd dat ook het gebrek aan de nodige digitale vaardigheden en opleiding nog een factor is die de eenmaking van de digitale markt tegenhoudt. De werkloosheidsgraad in Europa is nog steeds merkelijk hoger dan voor de crisis. Dat is een duidelijk teken dat de Europese burgers uitgerust moeten worden met de nodige vaardigheden en kennis om zich aan te passen aan de niet-aflatende digitalisering van de bedrijfswereld en de industrie; zo niet, dan zal de werkloosheid blijven stijgen.

In dit verslag wordt het standpunt ingenomen dat de governance in de interne markt zwak blijft (deel 4). Om het potentieel van de interne markt te benutten, moeten implementatie en handhaving aanzienlijk versterkt worden, en resterende belemmeringen en niet gerechtvaardigde of onevenredige beperkingen moeten weggewerkt worden.

De rapporteur erkent dat de verandering niet uitsluitend van bovenaf opgelegd kan worden, maar dat alle betrokken partijen voluit moeten kiezen voor een cultuur van handhaving van de interne markt, en als partners moeten samenwerken. Een dergelijke verantwoordelijkheid op verschillende niveaus moet ondersteund worden door voldoende opleiding, bijstand en specifieke middelen, en toegankelijke informatie op alle niveaus.

De rapporteur is van mening dat de Commissie de handhaving strategisch moet benaderen, en een keuze moet maken uit de beschikbare instrumenten, gaande van zachte maatregelen zoals melding van de wetgeving van de lidstaten (vooraf en achteraf), evenredigheid, benchmarking, gestructureerde dialoog met de lidstaten, groepsdruk, tot inbreukprocedures.

Het toezicht op de vooruitgang van de integratie van de interne markt, beoordeling, nationale wetgeving en het verzamelen van gegevens over klachten zijn van cruciaal belang voor een doeltreffende handhaving. Daarnaast moet de taakverdeling tussen het Europese, nationale en regionale niveau verduidelijkt worden. In het kader moeten betere stimulansen geboden worden en moet de verantwoordelijkheid voor de implementatie en de handhaving van de wetgeving duidelijker bepaald worden. Dit is nodig om de verantwoordingsplicht, het vertrouwen en de cultuur van naleving te herstellen.

In het verslag wordt gesuggereerd dat de Commissie prioriteiten moet stellen als zij inbreukprocedures opstart, en zich moet concentreren op zaken die een sterk afschrikwekkend effect hebben en waarvoor zij voldoende bewijzen kan aandragen. De rapporteur is van mening dat een "makkelijker" en sneller instrument dat meer algemeen toegepast kan worden nodig is als alternatief voor inbreukprocedures – een snel buitengerechtelijk arbitragemechanisme dat op Solvit gebaseerd kan worden.

In dit verslag worden ook het huidige systeem van nationale markttoezichtsautoriteiten en de capaciteit van het netwerk om de EU-normen effectief te handhaven besproken. In het verslag wordt opgeroepen tot een sterker systeem waarin de nationale toezichtsautoriteiten nauwer samenwerken, beter informatie en beste praktijken uitwisselen en meer gecoördineerde maatregelen uitwerken om snel en doeltreffend te kunnen inspelen op het grote aantal illegale en niet-conforme producten in de EU.

De rapporteur is ervan overtuigd dat een vlotte toegang tot informatie voor bedrijven en consumenten een vereiste is voor goede governance van de interne markt. Zij is de Commissie en de lidstaten erkentelijk voor hun werk aan een aantal informatieportaalsites die voor verschillende gebruikers bestemd zijn: bedrijven, burgers en consumenten. Zij is van mening dat een eenvoudig, gebruiksvriendelijk, vlot toegankelijk overkoepelend platform zoals "één digitale toegangspoort" nodig is om de informatie te stroomlijnen en de toegang makkelijker te maken, en pleit ervoor de bestaande specifieke gebruikersplatformen te promoten, op voorwaarde dat de nationale en regionale regeringen de portaalsite toegankelijk maken en de burgers over het gebruik ervan informeren.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.1.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dita Charanzová, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Nicola Danti, Pascal Durand, Vicky Ford, Ildikó Gáll-Pelcz, Evelyne Gebhardt, Liisa Jaakonsaari, Antonio López-Istúriz White, Marlene Mizzi, Robert Rochefort, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Richard Sulík, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Pascal Arimont, Biljana Borzan, Edward Czesak, Roberta Metsola, Jens Nilsson, Julia Reda, Adam Szejnfeld, Marc Tarabella

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella De Monte, Andrejs Mamikins, Ivan Štefanec

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

27

+

ALDE, ECR, PPE, S&D

Dita Charanzová, Robert Rochefort, Edward Czesak, Vicky Ford, Richard Sulík, Anneleen Van Bossuyt, Pascal Arimont, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Ildikó Gáll-Pelcz, Antonio López-Istúriz White, Roberta Metsola, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Adam Szejnfeld, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Biljana Borzan, Nicola Danti, Isabella De Monte, Evelyne Gebhardt, Liisa Jaakonsaari, Andrejs Mamikins, Marlene Mizzi, Jens Nilsson, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Marc Tarabella

1

-

ENF

Mylène Troszczynski

2

0

Verts/ALE

Pascal Durand, Julia Reda

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0067.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0069.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0130.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0038.

(5)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0054.

(6)

In de conclusies van de Europese Raad van december 2013 wordt in punt 25 het volgende vermeld: "In de jaarlijkse groeianalyse wordt aangemerkt op welke gebieden er nog grote uitdagingen bestaan en nog meer vooruitgang moet worden geboekt. Er moet met name werk worden gemaakt van een beter functioneren en meer flexibiliteit van de interne markt voor producten en diensten, een gunstiger ondernemingsklimaat [...]. Prioriteit dient te worden verleend aan het bevorderen van het concurrentievermogen, het ondersteunen van het scheppen van banen en het bestrijden van de werkloosheid, in het bijzonder de jongerenwerkloosheid [...].".

(7)

Conclusies van de Europese Raad van 27-28 juni 2013, conclusies van de Europese Raad van 24-25 oktober (punten 7, 9, 19, 20 en 21), conclusies van de Europese Raad van 19-20 december 2013.

(8)

"Quarterly Report on the Euro Area" (QREA), vol. 14, nr. 2.

(9)

In de periode 2012-2013 werd slechts 10 % van alle LSA's volledig of grotendeels geïmplementeerd. Bron: "Are EU Member States Responding to European Semester recommendations?", Deroose en Griesse, 2014.

(10)

"De kosten van een niet-verenigd Europa voor de interne markt", studie van de EPRS, september 2014. http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2014/510981/EPRS_STU%282014%29510981_REV1_EN.pdf.

(11)

Beide documenten kunnen geraadpleegd worden via deze link: http://ec.europa.eu/priorities/internal-market/index_en.htm

(12)

Momenteel is 41 % van de bedrijven nog niet-digitaal (dit betekent dat zij geen digitale technologieën gebruiken en geen digitale strategie hebben) en slechts 2 % benut optimaal de digitale kansen (deel 3) http://ec.europa.eu/epsc/pdf/publications/strategic_note_issue_7.pdf

Juridische mededeling