Procedure : 2015/2231(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0020/2016

Ingediende teksten :

A8-0020/2016

Debatten :

PV 25/02/2016 - 5
CRE 25/02/2016 - 5

Stemmingen :

PV 25/02/2016 - 7.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0062

VERSLAG     
PDF 306kWORD 108k
2.2.2016
PE 567.774v03-00 A8-0020/2016

over het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2014

(2015/2231(INI))

Commissie verzoekschriften

Rapporteur: Soledad Cabezón Ruiz

PR_INI_AnnOmbud

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2014

(2015/2231(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2014,

–  gezien artikel 228 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 11, 19, 41, 42 en 43 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt(1),

–  gezien zijn eerdere resoluties over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman,

–  gezien artikel 220, lid 2, tweede en derde zin, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie verzoekschriften (A8-0020/2016),

A.  overwegende dat op 26 mei 2015 het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2014 officieel werd aangeboden aan de Voorzitter van het Europees Parlement en dat de ombudsman, mevrouw Emily O'Reilly, het verslag op 23 juni 2015 in Straatsburg heeft voorgelegd aan de Commissie verzoekschriften;

B.  overwegende dat Emily O'Reilly door het Europees Parlement in de plenaire vergadering van 16 december 2014 in Straatsburg als Europees ombudsman is herkozen;

C.  overwegende dat de hoofdprioriteit van de Europese Ombudsman is te zorgen dat de rechten van de burgers volledig worden geëerbiedigd en dat het recht op behoorlijk bestuur aan de hoogste normen beantwoordt, zoals verwacht wordt van de EU-instellingen, -organen en -agentschappen; overwegende dat de Ombudsman een essentiële rol speelt in het ondersteunen van de EU-instellingen om transparanter, doeltreffender en burgervriendelijker te worden, teneinde het vertrouwen van de burgers in de EU te versterken;

D.  overwegende dat volgens de Eurobarometer van mei 2015 40 % van de burgers de EU vertrouwt en 46 % de EU wantrouwt; overwegende dat de controlecapaciteit tussen de instellingen essentieel is om de tevredenheid van de Europese burgers te vergroten;

E.  overwegende dat artikel 24 VWEU bepaalt: "Iedere burger van de Unie kan zich wenden tot de overeenkomstig artikel 228 ingestelde Ombudsman";

F.  overwegende dat artikel 228 VWEU de Ombudsman in staat stelt om onderzoeken te verrichten naar gevallen van wanbeheer in de werkzaamheden van de instellingen, organen en instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak; overwegende dat artikel 41 van het Handvest van de grondrechten bepaalt dat "eenieder (…) er recht op (heeft) dat zijn zaken onpartijdig, billijk en binnen een redelijke termijn door de instellingen en organen van de Unie worden behandeld";

G.  overwegende dat artikel 43 van het Handvest bepaalt: "Iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft het recht zich tot de Ombudsman te wenden over gevallen van wanbeheer in het optreden van de instellingen, organen en instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak";

H.  overwegende dat er volgens de eerste Europese Ombudsman "... sprake (is) van wanbeheer wanneer een overheidsinstantie niet handelt in overeenstemming met een regel of een beginsel waaraan zij gehouden is"(2); overwegende dat dit inhoudt dat de EU-instellingen niet alleen aan hun wettelijke verplichtingen moeten voldoen, maar zich ook dienstbaar moeten opstellen en zorgen dat de burger behoorlijk wordt bejegend en het volle genot van zijn rechten behoudt; overwegende dat het begrip "behoorlijk bestuur" als een voortdurend verbeteringsproces moet worden gezien;

I.  overwegende dat 23 072 burgers in 2014 de hulp van de Ombudsman hebben ingeroepen; overwegende dat 19 170 burgers konden worden geholpen met advies via de interactieve gids op de website; overwegende dat de Ombudsman in 2014 2 079 klachten heeft geregistreerd, en 1 823 verzoeken om informatie heeft ontvangen;

J.  overwegende dat van het totale aantal klachten dat door de Ombudsman behandeld werd, namelijk 2 163, er 736 binnen het mandaat vielen en 1 427 erbuiten;

K.  overwegende dat van de 2 163 behandelde klachten, de Ombudsman in 1 217 zaken de indiener advies verstrekte of de zaak doorverwees, dat in 621 gevallen de indiener bericht kreeg dat geen verder advies kon worden gegeven en dat in 325 gevallen een onderzoek werd geopend;

L.  overwegende dat de Ombudsman 342 onderzoeken heeft geopend, waarvan 325 naar aanleiding van een klacht en 17 op eigen initiatief waren ingesteld; overwegende dat 400 onderzoeken werden afgesloten, waarvan 13 op eigen initiatief waren ingesteld; overwegende dat van de afgesloten onderzoeken er 335 op verzoek van individuele burgers waren ingesteld, en 52 op verzoek van ondernemingen, verenigingen en andere rechtssubjecten;

M.  overwegende dat de Ombudsman 772 klachten naar leden van het Europees netwerk voor ombudsmannen doorverwees, waaronder 86 klachten die zijn doorverwezen naar de Commissie verzoekschriften, 144 naar de Commissie en 524 naar andere organen en instanties; overwegende dat de meeste onderzoeken de Commissie betroffen (59,6 %), gevolgd door de EU-agentschappen (13,7 %), EPSO (9,4 %), andere instellingen (8,5 %), de EDEO (3,8 %), het Parlement (3,5 %) en het OLAF (3,2 %);

N.  overwegende dat van de onderzoeken die door de Ombudsman afgerond werden, 21,5 % over verzoeken om informatie en toegang tot documenten ging, 19,3 % over de rol van de Commissie als hoedster van de verdragen, 19,3 % over mededinging en selectieprocedures, 16 % over institutionele en beleidsmatige aangelegenheden, 11,3 % over administratie en het ambtenarenstatuut, 8,3 % over gunning van opdrachten of subsidies en 6 % over uitvoering van contracten;

O.  overwegende dat van de afgesloten onderzoeken er 133 door de instelling opgelost werden of in een minnelijke schikking eindigden, en in 163 gevallen de Ombudsman oordeelde dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd was;

P.  overwegende dat in 76 zaken geen wanbeheer werd vastgesteld; overwegende dat in 39 zaken wanbeheer werd geconstateerd en in 13 zaken het onderzoek op een andere manier werd afgesloten; overwegende dat in de zaken waarin wanbeheer werd geconstateerd, de Ombudsman in 27 gevallen een kritische opmerking heeft afgegeven en in 12 gevallen een ontwerpaanbeveling;

Q.  overwegende dat de duur van de meeste in 2014 afgesloten onderzoeken 3 tot 18 maanden bedroeg; overwegende dat de gemiddelde duur voor het afsluiten van een onderzoek 11 maanden was;

R.  overwegende dat de instellingen in 80 % van de gevallen ingingen op de voorstellen van de Ombudsman; overwegende dat 20 % van de voorstellen nog niet zijn gevolgd door de instellingen waaraan ze gericht zijn;

S.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften, die alleen al in 2014 2 714 verzoekschriften ontving, een belangrijk onderdeel van het institutionele functioneren van de Europese Unie vormt en het Europees Parlement dichter bij de burger brengt; overwegende dat een nauwe band tussen de Ombudsman en de Commissie verzoekschriften de democratische controle op de activiteiten van de Europese instellingen zal verbeteren;

1.  keurt het jaarverslag over het jaar 2014 goed dat door de Europese Ombudsman is voorgelegd;

2.  feliciteert Emily O'Reilly met haar herverkiezing als Europees ombudsman en met haar uitstekende werk; drukt zijn steun uit voor haar doelstelling om de EU-instellingen te ondersteunen bij hun inspanningen om de best mogelijke dienstverlening aan de burgers en inwoners van Europa te bieden; is van mening dat de nadruk van de Ombudsman op transparantie als waarborg van behoorlijk bestuur van cruciaal belang is geweest;

3.  verwelkomt en steunt ten volle dat de Ombudsman meer gebruik maakt van de bevoegdheid om op eigen initiatief strategische onderzoeken te openen; is ermee ingenomen dat binnen het bureau van de Ombudsman een coördinator voor initiatiefonderzoeken werd benoemd en dat nieuwe interne regels voor klokkenluiders werden ingevoerd; prijst de Ombudsman voor de inspanningen ter reorganisatie van het bureau, hetgeen reeds aanleiding heeft gegeven tot een aanzienlijke efficiëntiewinst; verwelkomt en steunt de vooruitziende aanpak van de Ombudsman en de invoering van de nieuwe vijfjarige strategie "Naar 2019", die voorziet in een meer strategische aanpak van de systemische kwesties en de bevordering van behoorlijk bestuur;

4.  verwelkomt de onderzoeken die de Ombudsman in 2014 heeft ingeleid, waarin de volgende belangrijke onderwerpen aan bod kwamen: transparantie binnen de EU-instellingen, transparantie bij lobbyen en klinische proeven, grondrechten, ethische kwesties, deelname van burgers aan de EU-besluitvorming, projecten en programma's met financiering van de EU en EU-mededingingsbeleid;

5.  brengt in herinnering dat de afgelopen jaren 20-30 % van de klachten transparantie betrof en dat de vaakst voorkomende problemen met transparantie te maken hebben met een weigering van de instellingen om toegang tot documenten en/of informatie te verlenen; is van mening dat transparantie en publieke toegang tot documenten, overeenkomstig artikel 15 VWEU en artikel 42 van het Handvest, een essentieel deel zijn van het stelsel van institutionele machtsverhoudingen; steunt alle initiatieven van de Commissie en de andere EU-instellingen die tot doel hebben voor iedereen een eerlijke, snelle en eenvoudige toegang tot EU-documentatie te waarborgen; neemt met waardering nota van de verbeterde transparantie als gevolg van het online openbaar register van documenten; vraagt de Ombudsman een onderzoek in te stellen naar de transparantie betreffende de toegang van het Parlement tot relevante documenten van de Commissie over de inbreuk- en EU Pilot-procedure; meent dat de nodige mechanismen moeten worden gezocht en ingesteld om voor een loyale interinstitutionele dialoog te zorgen;

6.   wijst erop dat nog niet alle bepalingen met betrekking tot het Verdrag van Aarhus en de daarmee samenhangende verordeningen (1367/2006/EG en 1049/2001/EG) daadwerkelijk worden nageleefd; meent dat er van de zijde van de Commissie nog veel ruimte voor verbetering is wat transparantie betreft, met name als het gaat om de hoeveelheid en kwaliteit van de beschikbare informatie die aan individuele burgers en maatschappelijke organisaties wordt verstrekt wanneer zij om inzage in documenten vragen; verzoekt de Ombudsman dit op grond van het uitgebreide verzoekschrift 0134/2012 te onderzoeken teneinde eventueel wanbeheer bij de toepassing van deze verordeningen door de betrokken EU-instellingen vast te stellen en te verhelpen;

7.  neemt met instemming kennis van de onderzoeken van de Ombudsman naar "draaideurpraktijken" waarbij hooggeplaatste EU-ambtenaren betrokken zijn; merkt op dat de Ombudsman de klachten van vijf ngo's heeft onderzocht en 54 dossiers van de Commissie heeft gecontroleerd; moedigt de Ombudsman aan om te helpen bij de ontwikkeling en invoering van duidelijke en gedetailleerde criteria en handhavingsmechanismen, zodat belangenconflicten op alle niveaus van de EU-instellingen, -organen en -agentschappen vastgesteld, onderzocht en, indien mogelijk, voorkomen kunnen worden;

8.  meent dat het begrip belangenconflict verder gaat dan louter een kwestie van transparantie, en dat de Europese administratie vrij van belangenconflicten houden van primair belang is als het erom gaat een echte Europese democratie te bouwen en het vertrouwen van de Europese burger, onder ambtenaren en over de grenzen van instellingen heen te vrijwaren; raadt de Ombudsman aan bij onderzoeken rekening te houden met de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, de OESO-richtlijnen inzake de omgang met belangenconflicten in de openbare dienst, en de specifieke aanbevelingen van Transparency International;

9.  merkt op dat de onderzoeken van de Ombudsman ertoe hebben geleid dat de Commissie documenten heeft gepubliceerd over de toetreding van Griekenland tot de eurozone, dat de Europese Centrale Bank een brief aan de Ierse regering over de financiële crisis heeft vrijgegeven, en merkt ook op dat de Europese Commissie gevolg heeft gegeven aan de aanbeveling van de Ombudsman om documenten over de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid vrij te geven, zij het nadat een overeenkomst over de hervorming werd bereikt;

10.  is verheugd over de grotere openheid van de lopende TTIP-onderhandelingen sinds de Ombudsman de transparantie in deze gesprekken heeft onderzocht; merkt op dat de Raad sindsdien de richtlijnen heeft gepubliceerd die de EU momenteel gebruikt bij de onderhandelingen over het TTIP en dat de Commissie plannen heeft aangekondigd om de transparantie bij lobbyen te vergroten en de toegang tot TTIP-documenten uit te breiden; neemt nota van de bezorgdheid van de burgers over de transparantie van de TTIP-onderhandelingen;

11.  herinnert eraan dat zijn Commissie verzoekschriften tal van anonieme klachten van groepen en burgers ontvangt over het gebrek aan transparantie bij de TTIP-onderhandelingen, wat erop wijst dat de burgers op Europees niveau zeer bezorgd zijn over deze kwestie;

12.   vraagt zich af of de grote vertraging bij de besluitvorming over bepaalde wetgevingsinitiatieven in de Raad, zoals de horizontale antidiscriminatierichtlijn, die al meer dan zes jaar in de koelkast zit, of de ratificering van het Verdrag van Marrakech tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, niet onder de categorie wanbeheer valt, aangezien deze bij de betrokken burgers veel frustratie ten aanzien van de EU-instellingen creëert; vraagt de Raad, en met name de blokkeringsminderheden in de Raad, het nodige te doen om deze ondraaglijke situaties te verhelpen; stelt voor dat de Ombudsman dit in het kader van de toegekende bevoegdheden onderzoekt;

13.  is ingenomen met de grotere en noodzakelijke aandacht van de Ombudsman voor transparantie bij lobbyactiviteiten en de inspanningen voor een verplicht transparantieregister, zodat burgers te weten kunnen komen wie tracht de EU-beleidmakers te beïnvloeden; verwelkomt het onderzoek naar de samenstelling en transparantie van deskundigengroepen bij de Commissie, met name de groepen die advies uitbrengen over het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), waar de EU meer dan een derde van haar begroting aan besteedt; ondersteunt de manier waarop de Ombudsman deze groepen benadert en moedigt aan om de transparantie bij hun samenstelling te blijven controleren teneinde een evenwichtige afvaardiging, en een genderevenwicht, in de talrijke economische en niet-economische belangengroeperingen op alle beleidsgebieden te verzekeren;

14.  merkt op dat meer dan 7 000 instellingen zich vrijwillig hebben geregistreerd in het transparantieregister, waardoor dit de veelheid aan publieke en particuliere actoren weerspiegelt waarmee de Europese instellingen samenwerken; verwelkomt de steun van de Ombudsman voor het plan van vicevoorzitter Timmermans om het register verplicht te maken; verwelkomt het besluit van de Commissie van 1 december 2014 om alle leden van de Commissie en het leidinggevende personeel te verplichten om alle contacten en vergaderingen met stakeholders en lobbyisten te publiceren; is er voorstander van dat het register zo veel mogelijk informatie bevat over de personele en financiële middelen waarover lobbyorganisaties beschikken, zodat in grotere mate wordt voldaan aan de bestaande regels en bepalingen betreffende openheid en behoorlijk bestuur in de EU-instellingen;

15.  moedigt de Ombudsman aan om waakzaam en vastbesloten te blijven, en de Commissie te blijven aansporen om te zorgen voor volledige transparantie met betrekking tot de leden van alle deskundigengroepen en hun vergaderingen, de technologieplatforms en de agentschappen; herinnert aan de voorwaarden die het in 2012 heeft gesteld toen het de bevriezing van de begrotingsmiddelen voor deskundigengroepen ophief;

16.  merkt op dat de Ombudsman in 2014 een sleutelrol heeft gespeeld op het gebied van datatransparantie bij klinische proeven door te helpen het proactieve transparantiebeleid van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) vorm te geven; merkt op dat het EMA in oktober 2014 beslist heeft zijn verslagen over klinische studies proactief te publiceren; moedigt de Ombudsman aan om toezicht te blijven houden op hoe het EMA data van klinische proeven beschikbaar maakt en om te verzekeren dat het aan de hoogste normen voor transparantie voldoet;

17.  eist dat de lidstaten meer ijver aan de dag leggen bij hun verplichte samenwerking met de Ombudsman;

18.  roept de Ombudsman op om een grotere transparantie bij klinische proeven te blijven bevorderen, in het bijzonder in de kwaliteitsbeoordeling van de resultaten van het Europees Geneesmiddelenbureau; brengt in herinnering dat deze beoordeling gebaseerd moet zijn op de toegevoegde waarde van innovatieve geneesmiddelen en de werkelijke kostprijs van het onderzoek, teneinde prijsbepalings- en financieringsmodellen voor de lidstaten mogelijk te maken;

19.  verzoekt de Ombudsman om, binnen de toegekende bevoegdheden, verdere steun te verlenen aan het initiatief om voor meer transparantie bij onderzoek en ontwikkeling te zorgen, zodat de toegang tot gezondheidszorg gegarandeerd is;

20.  verwelkomt de nieuwe EU-verordening betreffende klinische proeven die bepaalt dat informatie over klinische proeven beschikbaar moet worden gemaakt; merkt op dat de "International Right to Know Day" van de Ombudsman in 2014 gewijd was aan datatransparantie bij klinische proeven;

21.  is verheugd dat de Ombudsman een onderzoek heeft geopend naar de bescherming van grondrechten bij alle toepassingen van het EU-cohesiebeleid, dat ingevoerd werd om groei en jobs te creëren, klimaatverandering en energie-afhankelijkheid te bestrijden, en armoede en sociale uitsluiting te verminderen;

22.  merkt op dat Horizon 2020 het op twee na grootste pakket van begrotingsinvesteringen is, na het GLB en de Structuurfondsen, met een budget van bijna 80 000 miljoen EUR, en dat het zeer belangrijk is voor de toekomstige economische en sociale ontwikkeling; roept de Ombudsman op te blijven waarborgen dat het volledige proces van analyse en toekenning van projecten in het kader van Horizon 2020 op transparante wijze verloopt;

23.  verzoekt Frontex om het welzijn van repatrianten tijdens terugvluchten te respecteren en zijn gedragscode voor gezamenlijke terugkeeroperaties correct in uitvoering te brengen; is verheugd over de oproep van de Ombudsman aan Frontex om een mechanisme in te stellen voor individuele klachten wegens mogelijke schendingen van grondrechten; nodigt de Ombudsman uit om in de huidige context van het groeiende aantal vluchtelingen aan de grenzen van de EU dit thema verder te onderzoeken;

24.  is ingenomen met het onderzoek dat de Ombudsman verricht heeft om na te gaan of de EU-instellingen voldoen aan de verplichting om interne regels betreffende klokkenluiders in te voeren; brengt de negen EU-instellingen die door de Ombudsman werden bevraagd, waaronder de Commissie, het Parlement en de Raad, in herinnering dat zij de Ombudsman nog in kennis moeten stellen van de regels die zij hebben ingevoerd of zullen invoeren;

25.  prijst de Ombudsman voor het onderzoek naar het recht van burgers om deel te nemen aan het EU-besluitvormingsproces en in het bijzonder naar het functioneren van het Europees burgerinitiatief (EBI); merkt op dat de Ombudsman in 2014 organisatoren van het EBI, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden om feedback vroeg om het EBI nog te verbeteren; stelt met bezorgdheid vast dat de vertegenwoordigers van verzoekende organisaties om meer harmonisatie en om verbetering van de administratieve methoden voor het verzamelen en vastleggen van handtekeningen vragen; verwacht verdere suggesties voor verbetering, met name over de technische beperkingen en de beperkingen in verband met gegevensbescherming bij het verzamelen van handtekeningen; verzoekt de Ombudsman ervaringen te delen en bij te dragen tot de herziening van de EBI-verordening;

26.  is verheugd dat de EU-instellingen de aanbevelingen van de Ombudsman voor 80 % hebben nageleefd; is bezorgd over de blijvende 20 % niet-naleving; is zich ervan bewust dat de suggesties van de Ombudsman juridisch niet bindend zijn; verzoekt de instellingen, organen en agentschappen om snel, doeltreffend en verantwoord te reageren op de kritische opmerkingen en ontwerpaanbevelingen van de Ombudsman; is er voorstander van dat de Ombudsman in de toekomst binnen de toegekende bevoegdheden onderzoekt waar in de uitvoering van de EU-begroting eventueel te weinig transparantie is;

27.  prijst de Ombudsman om het initiatief in de aanloop naar de Europese verkiezingen om een interactief evenement "Your wish list for Europe" te organiseren teneinde de burgers bij te besluitvorming te betrekken;

28.  moedigt de Ombudsman aan om een Europees netwerk voor ombudsmannen te blijven stimuleren om de EU-burgers op een betere manier te kunnen informeren over de verdeling van de bevoegdheden tussen de Europese Ombudsman, nationale en regionale ombudsmannen en de Commissie verzoekschriften van het Parlement; erkent de belangrijke bijdrage van het netwerk bij het bevorderen van de uitwisseling van best practices en informatie over de taken en bevoegdheden van de leden; merkt op dat 59,3 % van de in 2014 verwerkte klachten over een bevoegdheid van een lidstaat van het netwerk ging; vraagt zijn Commissie verzoekschriften een actiever lid van het netwerk te zijn en nauwer te gaan samenwerken met het netwerk rond gemeenschappelijk beleid dat binnen de werkzaamheden van de EU valt; merkt op dat de Ombudsman in 2014 86 klachten aan deze commissie heeft doorgegeven;

29.  moedigt de Ombudsman aan om in samenwerking met de Rekenkamer een onderzoek te voeren naar de programma's en projecten die door de Europese Unie worden gefinancierd, en met name naar de financiering van projecten die verschillen in ontwikkeling moeten verkleinen;

30.  is het met de Ombudsman eens dat de EU-instellingen er moeten voor zorgen dat hun diensten toegankelijk zijn voor personen met een handicap en dat deze personen toegang tot informatie en communicatiemiddelen moeten hebben; roept de instellingen op om te verzekeren dat de werkplekken openstaan voor personen met een handicap en inclusief en toegankelijk zijn, zodat personen met een handicap daadwerkelijk ten volle kunnen deelnemen aan het politieke en publieke leven;

31.  vraagt dat de jaarlijkse begroting van de Ombudsman wordt verhoogd;

32.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en het verslag van de Commissie verzoekschriften te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de Europese Ombudsman, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de ombudsmannen of soortgelijke organen in de lidstaten.

TOELICHTING

Emily O'Reilly werd door het Europees Parlement in de plenaire vergadering in Straatsburg op 16 december 2014 als Europees ombudsman herkozen.

Op 26 mei 2015 legde Emily O'Reilly haar jaarverslag van 2014 voor aan Martin Schulz, Voorzitter van het Europees Parlement. Op 23 juni 2015 heeft zij haar verslag gepresenteerd in de vergadering van de Commissie verzoekschriften van het Parlement, die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met haar instelling.

De rechtsgrondslag van het mandaat van de Europese Ombudsman is artikel 228 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De Ombudsman is bevoegd kennis te nemen van klachten over gevallen van wanbeheer bij het optreden van de instellingen van de Europese Unie(3).

Het recht klachten in te dienen bij de Europese Ombudsman is verankerd in artikel 24 VWEU en in artikel 43 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is de taakomschrijving van de Europese Ombudsman uitgebreid tot eventueel wanbeheer in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB).

De omschrijving die de Ombudsman geeft van wanbeheer, en die door het Europees Parlement en de Commissie wordt onderschreven, luidt als volgt: "Er sprake van wanbeheer wanneer een overheidsinstantie niet handelt in overeenstemming met een regel of een beginsel waaraan zij gehouden is". Voor de instellingen betekent dit eerbiediging van de rechtsstaat, de beginselen van behoorlijk bestuur en grondrechten. In het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is het recht op behoorlijk bestuur opgenomen als een grondrecht van EU-burgers (artikel 41) en het Handvest is bindend voor het bestuursapparaat van EU-instellingen.

De Ombudsman opende in 2014 325 onderzoeken naar aanleiding van een klacht en 17 op eigen initiatief, en sloot 387 onderzoeken die naar aanleiding van een klacht, en 13 die op eigen initiatief waren ingesteld. De meeste klachten waren afkomstig van individuele burgers (335) en van ondernemingen, verenigingen en andere rechtssubjecten (52).

Wat de nationale oorsprong betreft, was Spanje het land waar de meeste klachten vandaan kwamen (309), gevolgd door Duitsland (219), Polen (208) en België (147). Wanneer er veel klachten uit een bepaalde lidstaat afkomstig zijn betekent dat niet per se dat er ook verhoudingsgewijs even veel onderzoeken worden geopend. Uit de cijfers voor 2014 blijkt bijvoorbeeld dat er op de 147 klachten uit België 50 onderzoeken werden geopend, terwijl op de 309 klachten uit Spanje slechts 19 onderzoeken volgden.

Van de 342 onderzoeken die de Ombudsman heeft geopend, hadden er 204 (59,6 %) betrekking op de Europese Commissie, 47 (13,7 %) op de EU-agentschappen, 29 (8,5 %) op andere organen, 32 (9,4 %) op het Europees Bureau voor personeelselectie (EPSO), 12 (3,8 %) op het Europees Parlement, 13 (3,8 %) op de Europese Dienst voor extern optreden, en 11 (3,2 %) op het Europees Bureau voor fraudebestrijding. Aangezien de Commissie de belangrijkste EU-instelling is waarvan de besluiten rechtstreeks van invloed zijn op de burgers, is het logisch dat de meeste klachten van burgers op deze instelling betrekking hebben.

De afgesloten onderzoeken golden in de eerste plaats verzoeken om informatie en om toegang tot documenten (86), daarna de Commissie als hoedster van de verdragen (77), mededinging en selectieprocedures (77), institutionele en beleidsmatige aangelegenheden (64), administratie en het ambtenarenstatuut (45), gunning van opdrachten of verlening van subsidies (33), en uitvoering van contracten (24).

In 2014 heeft de Ombudsman actie ondernomen naar aanleiding van 2 163 binnengekomen klachten. In 1 217 gevallen verstrekten de diensten adviezen of verwezen de zaak door (bv. naar een ombudsman in het Europees netwerk van ombudsmannen of de Commissie verzoekschriften van het EP), in 621 gevallen kreeg de indiener bericht dat geen verder advies kon worden gegeven en in 325 gevallen werd een onderzoek geopend.

Indien mogelijk probeert de Ombudsman een positief resultaat te bewerkstelligen door te streven naar een minnelijke schikking die aanvaardbaar is voor de indiener van de klacht en voor de betrokken instelling. In 2014 werden 133 zaken door middel van een minnelijke schikking opgelost en besliste de Ombudsman in 163 gevallen dat geen verder onderzoek gerechtvaardigd was. Als er echter geen minnelijke schikking mogelijk is, sluit de Ombudsman de zaak met een kritische opmerking of wordt een ontwerpaanbeveling opgesteld.

Een kritische opmerking wordt gemaakt in gevallen dat de betrokken instelling het geval van wanbeheer niet meer ongedaan kan maken, het wanbeheer geen algemene gevolgen heeft of vervolgmaatregelen door de Ombudsman niet vereist zijn. Een kritische opmerking maken kan ook gemaakt worden als de Ombudsman van mening is dat een ontwerpaanbeveling geen zin zou hebben of in gevallen waarin de instelling in kwestie een ontwerpaanbeveling niet aanvaardt terwijl het geval van wanbeheer niet voldoende aanleiding geeft tot opstelling van een speciaal verslag voor het Parlement.

Een kritische opmerking fungeert niettemin als bevestiging van de juistheid van de klacht van indiener, en zij vormt voor de betrokken instelling een duidelijke aanwijzing wat de fout inhield, zodat dergelijk optreden in de toekomst vermeden kan worden. In 2014 heeft de Ombudsman in 27 gevallen kritische opmerkingen aan de instellingen gericht.

Aanvullende opmerkingen zijn een instrument dat door de Ombudsman wordt gebruikt in gevallen dat er kansen zijn tot verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Aanvullende opmerkingen van de Ombudsman zijn niet bedoeld als kritiek op de instelling in kwestie, maar dienen te worden gezien als richtsnoer en advies over de manier waarop de instelling de kwaliteit van haar dienstverlening kan verbeteren.

Om het publiek te informeren en te verzekeren dat de instellingen van hun fouten leren plaatst de Ombudsman elk jaar een studie online over hoe de instellingen de

kritische opmerkingen opvolgen; de instellingen worden hierbij uitgenodigd om te reageren.

De Ombudsman constateerde wanbeheer in 39 van de afgeronde zaken en deed 12 ontwerpaanbevelingen.

Een ontwerpaanbeveling wordt uitgegeven als de betrokken instelling een geval van wanbeheer ongedaan kan maken of als het wanbeheer ernstig is of algemene gevolgen heeft. Als er sprake is van een ontwerpaanbeveling is de betrokken instelling overeenkomstig het Verdrag verplicht binnen drie maanden een omstandig advies aan de Ombudsman te doen toekomen.

Als een EU-instelling niet op bevredigende wijze reageert op een ontwerpaanbeveling, kan de Ombudsman een speciaal verslag opstellen en toezenden aan het Europees Parlement. Een speciaal verslag is het laatste wapen waarover de Ombudsman beschikt en het is de laatste stap die bij het behandelen van een klacht genomen kan worden. Vanaf dat punt is het aan het Parlement te besluiten over eventuele aanvullende maatregelen zoals opstelling van een resolutie. Bijzondere verslagen worden voorgelegd aan de Commissie verzoekschriften die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met de Ombudsman. In 2014 werd geen speciaal verslag aan het Europees Parlement voorgelegd.

Het grootste deel van de klachten houdt volgens het jaarverslag van de Ombudsman duidelijk verband met de algemene beschikbaarheid van documenten van EU-instellingen. In 2014 betroffen 86 onderzoeken (21,5 %) toegang tot documenten.

De instellingen zijn volgens het Verdrag verplicht hun werkzaamheden in zo groot mogelijke openheid te verrichten ter bevordering van behoorlijk bestuur en om te zorgen voor deelname van maatschappelijke organisaties. Ingevolge artikel 15, lid 3, VWEU en artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is toegang tot documenten van de instellingen een recht. Dit recht wordt ten uitvoer gelegd in Verordening 1049/2001.

De Europese Ombudsman werkt nauw samen met ambtsgenoten in de lidstaten. Deze samenwerking gebeurt in het kader van het Europees netwerk van ombudsmannen, dat bestaat uit nationale en regionale ombudsmannen, commissies verzoekschriften en soortgelijke organen van de lidstaten van de Europese Unie, de kandidaat-landen voor het EU-lidmaatschap en andere landen uit de Europese Economische Ruimte en/of het Schengengebied. De Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement is een volwaardig lid van het netwerk.

Klachten die niet vallen onder de taakomschrijving van de Ombudsman kunnen vaak het best worden afgehandeld door een lid van het netwerk, bijvoorbeeld een nationale of regionale ombudsman. In 2014 verwees de Ombudsman 636 klachten door naar leden van het netwerk, waarvan 86 naar de Commissie verzoekschriften. Andere klachten werden doorverwezen naar de Commissie (144) en andere instellingen en lichamen, waaronder SOLVIT.

Het netwerk houdt om het jaar seminars voor nationale en regionale ombudsmannen. In 2014 organiseerden de Europese Ombudsman en de ombudsman voor publieke diensten in Wales (VK) samen het 9e regionale seminar van het netwerk in Cardiff.

Artikel 33, lid 2, van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap regelt de oprichting van een EU-kader dat de invulling en toepassing van het VN-verdrag moet bevorderen, beschermen en bewaken. De Europese Ombudsman, de Commissies verzoekschriften en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken van het Parlement, het Bureau voor de grondrechten, de Europese Commissie, en het European Disability Forum zijn allemaal lid van het kader.

Het behoort tot de taak van de Europese Ombudsman om de rechten van personen met een handicap te beschermen en erop toe te zien dat de EU-administratie zich bewust is van haar verantwoordelijkheden ten aanzien van die rechten. Personen die menen dat een EU-instelling niet handelt overeenkomstig het VN-verdrag, kunnen zich tot de Ombudsman wenden. Begin 2014 voegde zich een gedetacheerde nationale deskundige bij het team van de Ombudsman om te assisteren bij de uitwerking van een handicap-werkprogramma en het vinden van manieren om burgers en EU-ambtenaren beter te kunnen bereiken en voor te lichten omtrent hun rechten en plichten uit hoofde van dit VN-verdrag.

De Ombudsman spreekt ook regelmatig met leden en ambtenaren van de EU-instellingen om na te gaan hoe de kwaliteit van de administratie kan worden verhoogd, om te onderstrepen dat goede klachtenbehandeling belangrijk is, en om erop toe te zien dat adequaat gevolg wordt gegeven aan haar aanbevelingen en rapporten.

De begroting voor de Ombudsman beslaat een zelfstandige afdeling van de EU-begroting. De Ombudsman beschikte in 2014 over een begroting van 9 857 002 EUR en het organigram bij de Ombudsman telde 67 posten.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

28.1.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

1

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marina Albiol Guzmán, Margrete Auken, Beatriz Becerra Basterrechea, Soledad Cabezón Ruiz, Pál Csáky, Miriam Dalli, Eleonora Evi, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sylvie Goddyn, Daniel Hannan, Peter Jahr, Rikke Karlsson, Jude Kirton-Darling, Svetoslav Hristov Malinov, Notis Marias, Marlene Mizzi, Julia Pitera, Gabriele Preuß, Sofia Sakorafa, Yana Toom, Bodil Valero, Jarosław Wałęsa, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Enrique Calvet Chambon, Jérôme Lavrilleux, Gabriel Mato, Ángela Vallina, Axel Voss, Rainer Wieland

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

25

+

ALDE

Beatriz Becerra Basterrechea, Enrique Calvet Chambon, Yana Toom,

ECR

Daniel Hannan, Rikke Karlsson, Notis Marias,

EFDD

Eleonora Evi,

PPE

Pál Csáky, Peter Jahr, Jérôme Lavrilleux, Svetoslav Hristov Malinov, Gabriel Mato, Julia Pitera, Axel Voss, Jarosław Wałęsa, Rainer Wieland,

S&D

Soledad Cabezón Ruiz, Miriam Dalli, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Jude Kirton-Darling, Marlene Mizzi, Gabriele Preuß,

VERTS/ALE

Margrete Auken, Bodil Valero, Tatjana Ždanoka,

1

-

ENF

Sylvie Goddyn,

3

0

GUE/NGL

Marina Albiol Guzmán, Sofia Sakorafa, Ángela Vallina

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15.

(2)

"De Europese Ombudsman – Jaarverslag 1999" (2000/C 260/01), PB C 260 van 11.9.2000, blz. 1.

(3)

In onderhavig document worden met "instellingen" eveneens organen, agentschappen en bureaus van de Unie bedoeld.

Juridische mededeling