Procedure : 2015/2090(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0044/2016

Ingediende teksten :

A8-0044/2016

Debatten :

PV 11/04/2016 - 23
CRE 11/04/2016 - 23

Stemmingen :

PV 12/04/2016 - 5.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0109

VERSLAG     
PDF 334kWORD 124k
26.2.2016
PE 560.801v01-00 A8-0044/2016

Innovatie en diversificatie van de ambachtelijke kustvisserij in de regio's die afhankelijk zijn van de visserij

(2015/2090(INI))

Commissie visserij

Rapporteur: Ruža Tomašić

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Innovatie en diversificatie van de ambachtelijke kustvisserij in de regio's die afhankelijk zijn van de visserij

(2015/2090(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad,

  gezien Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad,

  gezien artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) over maatregelen tijdens de vaststelling waarvan het noodzakelijk is om rekening te houden met de bijzondere kenmerken en beperkingen van de ultraperifere gebieden,

  gezien zijn resolutie van 22 november 2012 over kleinschalige en ambachtelijke visserij en de hervorming van het GVB(1),

  gezien zijn resolutie van 23 oktober 2013 over mariene kennis 2020: zeebodemkaarten ter bevordering van duurzame visserij(2),

  gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2014 getiteld "Innovatie in de blauwe economie: het werkgelegenheids- en groeipotentieel van onze zeeën en oceanen benutten" (COM(2014) 254),

  gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2010 getiteld "Europa 2020-kerninitiatief Innovatie-Unie" (COM(2010) 546),

  gezien Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG,

  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 15 oktober 2014 over de mededeling getiteld "Innovatie in de blauwe economie: het werkgelegenheids- en groeipotentieel van onze zeeën en oceanen benutten" (2015/C 012/15),

  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 21 januari 2015 over de mededeling getiteld "Innovatie in de blauwe economie: het werkgelegenheids- en groeipotentieel van onze zeeën en oceanen benutten" (2015/C 019/15),

  gezien de mededeling van de Commissie van 13 september 2012 getiteld "Blauwe groei – kansen voor duurzame mariene en maritieme groei" (COM(2012) 494),

  gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010 getiteld "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

  gezien zijn resolutie van 8 september 2015 over het aanboren van het potentieel van onderzoek en innovatie in de blauwe economie voor de schepping van banen en groei(3),

  gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2013 getiteld "Actieplan voor een maritieme strategie in het Atlantische gebied. Totstandbrenging van slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2013) 279),

  gezien de mededeling van de Commissie van 29 augustus 2012 getiteld "Mariene kennis 2020 – van zeebodemkaarten tot oceaanprognoses" (COM(2012) 473),

  gezien zijn resolutie van 2 juli 2013 over Blauwe groei: bevordering van de duurzame ontwikkeling in de mariene, maritieme en toeristische sectoren in de EU(4),

  gezien de mededeling van de Commissie van 20 februari 2014 over een Europese strategie voor meer groei en werkgelegenheid in kust- en maritiem toerisme (COM(2014) 86),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij (A8-0044/2016),

A.  overwegende dat kustvisserij 80 % van de Europese vloot vertegenwoordigt en samen met de schaal- en schelpdiervisserij veel werkgelegenheid genereert in kustgebieden, op eilanden en in de ultraperifere gebieden, en over het algemeen een uit maatschappelijk en milieuoogpunt duurzame vorm van visserij met een groot potentieel is; overwegende dat de invloed ervan op het sociale erfgoed en de culturele kenmerken van kust- en eilandgebieden uitzonderlijk en uiteenlopend is;

B.  overwegende dat de kust- en eilandvisserij veelal een traditionele vorm van commerciële visserij is, d.w.z. een manier van leven, de belangrijkste bron van inkomsten uit visserij en directe en indirecte werkgelegenheid, in het bijzonder in gebieden die van kustvisserij afhankelijk zijn en waarvoor speciale maatregelen en steun nodig zijn om groei en ontwikkeling mogelijk te maken;

C.  overwegende dat kustvisserij in grote mate varieert in de afzonderlijke lidstaten en ook in de verschillende kustgebieden binnen eenzelfde lidstaat wat betreft de basisdefinitie en de kenmerken ervan, een situatie die in de toekomst rechtgetrokken en geharmoniseerd moet worden in het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), en overwegende dat er tussen de lidstaten aanzienlijke verschillen bestaan op het vlak van geografische, klimaat-, ecosysteem-, en sociaaleconomische aspecten;

D.  overwegende dat de kenmerken van de kustvisserij in de zeeën binnen de Europese Unie, zoals de Adriatische Zee en de Middellandse Zee als geheel, verschillen van die van de open zeeën van de Atlantische Oceaan, zoals de visserij voor de kust van Frans-Guyana en in het zeebekken van de Indische Oceaan;

E.  overwegende dat in Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZ) kleinschalige kustvisserij wordt gedefinieerd als visserij door vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 12 meter die geen gebruikmaken van gesleept vistuig, en dat dit de enige definitie van kustvisserij is in de EU-wetgeving;

F.  overwegende dat regionalisatie een van de hoekstenen is van het hervormde GVB, waarmee wordt onderkend dat gecentraliseerd beheer niet past bij de enorme verscheidenheid van de visserij in Europa; overwegende dat regionalisatie en een niet-gecentraliseerde benadering, gezien de specifieke aard van kust- en eilandvisserij, van bijzonder groot belang zijn in deze sector en de gemeenschappen die erdoor worden bediend;

G.  overwegende dat door het EFMZV gefinancierde operaties kunnen profiteren van een verhoging van de steunintensiteit met 30 punten indien zij onder kleinschalige kustvisserij vallen;

H.  overwegende dat in Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het EFMZ en visserij lidstaten waar meer dan 1 000 vaartuigen kunnen worden beschouwd als vaartuigen die worden gebruikt in de kleinschalige kustvisserij, verplicht worden een actieplan voor de ontwikkeling, het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de kleinschalige kustvisserij op te stellen;

I.  overwegende dat de kustvisserij moet worden beheerd als voorgeschreven in Verordening (EU) nr. 1380/2013, waarbij rekening moet worden gehouden met de diversiteit van het vistuig van de vloten, geografische en klimatologische beperkingen, technieken en visbestanden in de afzonderlijke lidstaten en in elke visserijzone, om zo bij te dragen tot de instandhouding van de plaatselijke tradities en visserijgerelateerde activiteiten;

J.  overwegende dat elke visserijzone weliswaar zijn eigen kenmerken heeft, maar dat door middel van de uitwisseling van informatie en goede praktijken tussen de verschillende zones de effecten van visserijactiviteiten op het milieu en de mariene ecosystemen aanzienlijk kunnen worden verbeterd, en er een betere interactie kan ontstaan tussen alle menselijke en economische activiteiten in de kustgebieden en op zee;

K.  overwegende dat de opbrengsten uit de kleinschalige visserij flink zijn gedaald ten gevolge van de aanzienlijke stijging van de operationele kosten, in het bijzonder vanwege de hogere brandstofkosten, en vanwege de lagere waarde van vis bij eerste verkoop, waardoor de visserijinspanningen in veel gevallen moeten worden opgevoerd;

L.  overwegende dat het beheer van talrijke bestanden van verschillende soorten die als belangrijke doelsoort gelden in veel regio's aanleiding heeft gegeven tot het opleggen van zware beperkingen aan de visserij en de kleine visserijgemeenschappen;

M.  overwegende dat in de kustvisserij voornamelijk gebruik wordt gemaakt van traditioneel vistuig en traditionele technieken, bijvoorbeeld visvallen zoals de almadraba, die op grond van hun specifieke kenmerken bepalend zijn voor de identiteit en levenswijze van kustregio's, en dat het cruciaal is om het gebruik ervan in stand te houden en ze te beschermen als een element van cultureel, historisch en traditioneel erfgoed;

N.  overwegende dat de kleinschalige visserij bijdraagt aan de levensvatbaarheid van kust- en eilandgemeenschappen door de ontvolking af te remmen en de strijd aan te binden met de vergrijzing van de visserijsector en werkloosheid; overwegende dat ontwikkeling en innovatie een fundamentele rol kunnen spelen bij het creëren van werkgelegenheid in deze gemeenschappen; overwegende dat de kleinschalige visserij daarnaast in bepaalde zones gebruikmaakt van traditioneel vistuig en aloude technieken die milieuvriendelijker zijn en een minder groot effect hebben op de status van bedreigde bestanden;

O.  overwegende dat de kleinschalige, kust- en traditionele visserij milieuvriendelijke sectoren zijn en het economische fundament vormen voor de instandhouding en ontwikkeling van kust- en eilandgemeenschappen en de werkgelegenheid in deze gemeenschappen;

P.  overwegende dat krachtens de Middellandse-Zeeverordening de classificatie van gesleept vistuig ook trawlnetten en zegennetten omvat, hoewel andere indelingen, zoals die van de Voedsel- en Landbouworganisatie, zegennetten als een aparte groep vistuig beschouwen; overwegende dat bepalingen betreffende gesleepte trawlnetten niet mogen worden toegepast op traditionele zegennetten voor kustvisserij, die gebruikt worden om niet-bedreigde vissoorten te vangen;

Q.  overwegende dat hoewel er gesproken wordt over innovatie en diversificatie in de visserijsector, er rekening moet worden gehouden met het feit dat een groot deel van de visserijgemeenschap sterk afhankelijk is van traditionele, eeuwenoude vormen van visserij;

R.  overwegende dat in het nieuwe GVB het belang wordt ingezien van visserijafhankelijke kust- en eilandregio's, en overwegende dat in het kader van de rol die de lidstaten op zich moeten nemen door een passende levensstandaard te waarborgen voor degenen die afhankelijk zijn van visserijactiviteiten, door bij te dragen aan de verwezenlijking van die standaard in de context van kustvisserij, en door duurzame kustvisserij, de diversificatie van de visserijactiviteiten en de inkomens van de bewoners van deze kustgebieden te bevorderen, daarbij tevens rekening houdend met de culturele, sociaaleconomische realiteit en milieufactoren, ook de nadruk moet worden gelegd op het belang van opleiding en de veiligheid en gezondheid op zee voor vissers, in overeenstemming met de bijzondere bescherming als bedoeld in artikel 174 VWEU;

S.  overwegende dat de nieuwe verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid preferentiële toegang verleent aan kleinschalige, kust- en traditionele vissers binnen een zone die zich uitstrekt over 12 zeemijlen, d.w.z. in het meest kwetsbare deel van de EU-wateren, en overwegende dat uit de evaluatie van de Commissie van de oude verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid bleek dat de 12-zeemijlszone een van de zeldzame successen van de oude beheersregeling was, als gevolg waarvan talrijke spanningsvelden ontstonden tussen het gebruik van de ruimte en de middelen, en andere, overlappende menselijke activiteiten in de kustgebieden;

T.  overwegende dat in artikel 349 VWEU is vastgelegd dat bij de goedkeuring van maatregelen, met name maatregelen die van toepassing zijn op de visserijsector, rekening moet worden gehouden met de bijzondere kenmerken en beperkingen van de ultraperifere gebieden, waarbij de nadruk ligt op hun geografische afzondering, afgelegen ligging en oceanische omstandigheden in een regionale context die vaak heel specifiek is en waarin behoefte is aan zelfredzaamheid op het vlak van voedselproductie;

U.  overwegende dat moet worden opgemerkt dat de kustvisserij vanwege de bijzondere geografische kenmerken van de ultraperifere gebieden en hun zeer grote afstand van het Europa vasteland onlosmakelijk verbonden is met de economische ontwikkeling van deze regio's;

V.  overwegende dat de kustvisserij in de ultraperifere gebieden ook te kampen heeft met de concurrentie van onder de vlag van een derde land varende vaartuigen die in dezelfde visserijzones actief zijn en op dezelfde soorten vissen voor dezelfde afzetmarkten, naast de concurrentie van import uit derde landen waarvan de exploitatiekosten en de wettelijke, sanitaire en milieuvoorschriften totaal verschillend zijn; overwegende dat in deze context alle inspanningen die bijdragen aan de eigen ontwikkeling en zelfredzaamheid op het vlak van voedselproductie teniet zou worden gedaan zonder steun van het specifieke beleid van de EU in deze regio's;

W.  overwegende dat in de ultraperifere gebieden de mariene aquacultuur samen met de kustvisserij bijdraagt aan de economische ontwikkeling en aan het aanbod van verse producten op de lokale markt;

X.  overwegende dat de meerderheid van de kustregio's, met name in Zuid-Europese landen en eilandregio's, te maken heeft met een aanzienlijke economische achteruitgang, wat resulteert in ontvolking en de massale verhuizing van hun inwoners, die op zoek gaan naar mogelijkheden in gebieden met betere vooruitzichten op werkgelegenheid en onderwijs;

Y.  overwegende dat de Europese crisis heeft aangetoond dat Europa zijn economische activiteiten moet diversifiëren en dat er nieuwe kennis- en innovatiemodellen moeten worden geanalyseerd waarmee nieuwe werkgelegenheid zou kunnen worden gecreëerd op lokaal niveau;

Z.  overwegende dat sommige van de kustvisserij afhankelijke regio's zich in de nabijheid van economisch ontwikkelde regio's en toeristische bestemmingen bevinden, maar toch niet in staat zijn om toereikende economische groei te genereren; overwegende dat de druk om te leven van de opbrengsten van de zee in die regio's steeds groter wordt, en dat de visserijsector gemarginaliseerd wordt ten behoeve van toerisme, ook als beide sectoren naast elkaar kunnen bestaan en elkaar zelfs kunnen aanvullen;

AA.  overwegende dat het bijhouden van een logboek voor kleine ondernemingen in de kustvisserij vaak een administratieve last vormt en dat meer flexibiliteit wenselijk is;

AB.  overwegende dat deze druk van de toeristische sector op kustgebieden hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door bepaalde concrete activiteiten, zoals niet-gecontroleerde recreatievisserij, die in sommige gebieden een negatief effect hebben op de opbrengsten van de zee en op de zakelijke mogelijkheden voor de bewoners van traditionele visserijgebieden;

AC.  overwegende dat de oprichting van plaatselijke actiegroepen voor de visserij (Fisheries Local Action Groups, FLAG’s) in van visserij afhankelijke gebieden cruciaal is, aangezien zulke groepen erkend worden als een nuttig instrument dat kansen en mogelijkheden biedt voor de diversificatie van visserijactiviteiten, wat uiteindelijk leidt tot de algehele ontwikkeling en de sociale samenhang van kust- en eilandregio's, en dat er dus meer economische middelen nodig zijn om deze groepen te kunnen vormen en te laten opereren in de desbetreffende gebieden;

AD.  overwegende dat vrouwelijke schaal- en schelpdiervissers onzichtbaar blijven en dat vrouwen in het algemeen ondervertegenwoordigd zijn in visserijactiviteiten;

AE.  overwegende dat vrouwen die in de visserij werken als nettenmaakster, cateraar, losser of inpakster als groep onzichtbaar blijven;

AF.  overwegende dat de economische crisis ook voelbaar is in de visserijsector, met name bij bevolkingsgroepen die het hardst getroffen zijn door werkloosheid, zoals jongeren en vrouwen, en dat daarom diversificatie en innovatie noodzakelijk zijn om meer werkgelegenheid te creëren, nieuwe mogelijkheden zoals blauwe en groene ontwikkeling te benutten, en de marginalisering van visserij in ontwikkelings- en ultraperifere regio's te voorkomen en te bestrijden; overwegende dat er speciale aandacht moet uitgaan naar beroepsopleidingen;

AG.  overwegende dat diversificatie in kust- en eilandregio's tot stand kan worden gebracht door middel van activiteiten in verband met de marketing en promotie van visproducten, gastronomie, toerisme, cultureel, historisch en traditioneel erfgoed, het milieu en groene groei;

AH.  overwegende dat het concept van de blauwe economie zich ontwikkelt en een sterke impuls kan geven aan de economische groei en ontwikkeling en bovendien banen kan scheppen, in het bijzonder in kust- en eilandstaten en -regio's en ultraperifere gebieden;

AI.  overwegende dat de kust- en eilandgemeenschappen een fundamenteel belang hebben bij de uitwerking van het concept "blauwe economie";

AJ.  overwegende dat met het EU-initiatief "Innovatie-Unie" tekortkomingen worden vastgesteld en erkend die de ontwikkeling van onderzoek en innovatie beperken en in de weg staan, zoals ontoereikende investeringen in wetenschap, het gebrek aan adequate gegevens over zeeën en oceanen, onvoldoende financiering en een gebrek aan samenwerking tussen de publieke en de particuliere sector;

AK.  overwegende dat de ontwikkeling van de blauwe economie kan bijdragen aan algehele economische groei, in het bijzonder in kust- en eilandregio's en ultraperifere gebieden, en dat juist die van visserij afhankelijke regio's een belangrijke rol moeten spelen in de ontwikkeling van innovaties en betrokken zouden moeten worden bij elke fase van de ontwikkeling van de blauwe economie;

AL.  overwegende dat in de visserijsector, net als in andere sectoren, het milieu en de economie met elkaar verweven zijn; overwegende dat in de ontwikkeling van de blauwe economie de nadruk dan ook moet komen te liggen op de sociale economie en op duurzame en milieuvriendelijke projecten en activiteiten die erop gericht zijn nieuwe activiteiten aan de kust te ontwikkelen en het maritieme milieu en de biodiversiteit als geheel te behouden, waarbij in het bijzonder steun moet worden verleend aan milieuvriendelijke ambachtelijke visserijactiviteiten waarmee de biodiversiteit wordt bevorderd; overwegende dat deze projecten en activiteiten ook vanuit sociaal en economisch oogpunt duurzaam moeten zijn om ervoor te zorgen dat de kleinschalige visserij levensvatbaar blijft;

AM.  overwegende dat de blauwe economie ook kan bijdragen aan de ontwikkeling van de veiligheid aan boord van vissersvaartuigen en aan betere arbeidsomstandigheden en het dagelijks welbevinden van de vissers;

AN.  overwegende dat de milieu- en selectiviteitsdoelstellingen voor alles en iedereen op dezelfde manier gelden, maar dat het voor kleine vissersvaartuigen moeilijk zal zijn te voldoen aan de aanlandingsverplichting voor bijvangsten;

AO.  overwegende dat antropogene invloeden, d.w.z. menselijke activiteiten, in kustregio's onderschat zijn bij de problematiek in verband met milieubescherming; overwegende dat de cumulatieve effecten van de diverse activiteiten op kustregio's niet naar behoren erkend of beoordeeld zijn; overwegende dat activiteiten die plaatsvinden in sommige gebieden, zoals zeevervoer, toerisme, niet-gecontroleerde en uitputtende recreatievisserij in een aantal gebieden, de verkoop van soorten die uit een dergelijke activiteit zijn verkregen, stroperij, lozing van stedelijk en industrieel afvalwater van het vasteland enz. met name van invloed zijn op de visserijsector;

AP.  overwegende dat kennis van het mariene milieu, met name van de toestand waarin het mariene ecosysteem zich bevindt, cruciaal is voor de beoordeling van de gevolgen van verschillende activiteiten voor het milieu, evenals de vaststelling van passende beschermingsmaatregelen en controleprogramma's met als doel het herstel van de visbestanden, het duurzame gebruik van hulpbronnen en de ontwikkeling van innovaties te bevorderen; overwegende dat gegevens over het mariene milieu ontoereikend en niet goed gesystematiseerd zijn;

AQ.  overwegende dat illegale visserij in bepaalde regio's een reële dreiging vormt voor het voortbestaan van de ambachtelijke kustvisserij en voor de instandhouding van de visbestanden en de biodiversiteit;

AR.  overwegende dat het geïntegreerd maritiem beleid een antwoord moet bieden op de nieuwe uitdagingen waarmee de zeeën, de industrie en de vissers in heel Europa worden geconfronteerd, van milieubescherming tot de ontwikkeling van kustregio's, in de vorm van aquacultuur, watersporttoerisme en andere economische activiteiten die verband houden met blauwe groei;

1.  verzoekt de Commissie de definitie van kustvisserij, kleinschalige kustvisserij en traditionele visserij aan te passen aan de sociaaleconomische kenmerken en bijzonderheden van de verschillende regio's en niet alleen aan de afmetingen en het vermogen van vissersvaartuigen, aangezien de huidige EU-regelgeving niet volstaat; stelt voor regionalisering toe te passen om de definitie van kustvisserij per geval aan te passen aan de bijzonderheden van elke visserijsector; stelt voor om rekening te houden met een aantal indicatieve criteria, zoals de grootte van de vaartuigen, het gebruikte vistuig, de selectiviteit van vistechnieken, de duur van visreizen en de eventuele aanwezigheid van de eigenaar op het vissersvaartuig, de traditionele modellen van ondernemerschap en de eigendoms- en bedrijfsstructuren die van oudsher worden toegepast in deze gebieden, de betrokkenheid van de vangstsector bij de verwerking en verkoop, de werkelijke aard en omvang van de vangstactiviteiten en andere factoren die verband houden met traditionele visserijactiviteiten, de steun van bedrijven en de invloed op lokale gemeenschappen;

2.  verzoekt de Commissie de mogelijkheid van kleinschalige kustvisserij te overwegen voor eilandgemeenschappen die van oudsher afhankelijk zijn van de visserij voor hun eigen levensonderhoud en zich het hele jaar door bezighouden met visserijactiviteiten;

3.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de quota voor de ambachtelijke visserij geleidelijk te verhogen, om dit in sociaal en ecologisch opzicht duurzame type visserij een impuls te geven;

4.  verzoekt de Commissie zich te scharen achter innovatieve projecten en wettelijke bepalingen waarmee de ontwikkeling van kust- en eilandregio's en de ultraperifere gebieden mogelijk wordt gemaakt, met inachtneming van de verscheidenheid aan sociaaleconomische activiteiten, als manier om de positieve externe effecten van kleinschalige visserij een impuls te geven, zowel vanuit het oogpunt van sociale en economische cohesie als van milieubescherming, via nieuwe soorten steun in het kader van de bestaande Europese financiering; benadrukt dat de prioriteit moet komen te liggen bij projecten die gericht zijn op het scheppen en behouden van duurzame banen, de toenemende betrokkenheid van de vangstsector bij de verwerking en de verkoop, de bevordering van modellen van ondernemerschap die gekoppeld zijn aan de sociale economie, de bevordering van korte afzetketens, de invoering van nieuwe technologieën op het gebied van de promotie en verkoop van visserijproducten- en diensten, innovatie in de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten en de instandhouding en bescherming van traditionele functies;

5.  is van mening dat bij de herziening van het kader van technische maatregelen rekening moet worden gehouden met de bijzonderheden van de kustvisserij en dat er in het kader van de regionalisering bepaalde goed gemotiveerde uitzonderingen moeten worden toegestaan;

6.  verzoekt de Commissie een Europees onderzoek naar het effect van recreatievisserij langs de kust op traditionele visserijactiviteiten te coördineren en de parameters te bepalen die nodig zijn om de recreatievisserij langs de kust in bepaalde gebieden terug te dringen; wenst dat de controle op deze activiteit wordt opgevoerd om interferentie tussen de vangstsector en deze praktijken, die in ultraperifere gebieden met een sterke toeristische sector al een bron van zorg vormen, te voorkomen;

7.  verzoekt de lidstaten bij de toekenning van financiering uit het EFMZV de kleinschalige kustvisserij voorrang te geven en de procedures voor de exploitanten van deze visserij beter te stroomlijnen;

8.  spoort de bij de bevordering van deze activiteiten betrokken autoriteiten aan om alle lokale belanghebbenden, ondernemersverenigingen, onderzoeksinstellingen op het gebied van visserij en oceanografie, universiteiten, technologische centra en lokale en regionale instituten te betrekken bij de innovatieprocessen om ervoor te zorgen dat er met behulp van deze projecten alomvattende maatregelen kunnen worden genomen, dat de financieringsmogelijkheden ervan worden verruimd en dat ze voldoende worden ondersteund om te voldoen aan de eisen van het Europees Visserijfonds;

9.  verzoekt de Commissie rekenschap af te leggen aan het Parlement over de door de lidstaten in het kader van het EFMZV opgestelde actieplannen voor de ontwikkeling, het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de kleinschalige kustvisserij;

10.  verzoekt de Commissie de benodigde maatregelen uit te voeren om de verschillende groepen vrouwen in de maritieme sector te ondersteunen om hun participatie en vertegenwoordiging in alle domeinen te bevorderen, zowel bij de besluitvorming als bij visserijactiviteiten;

11.  verzoekt de Commissie specifieke maatregelen in te voeren voor de erkenning en verbetering van de arbeidsvoorwaarden van de vrouwen die werken als netmaakster, cateraar, losser en inpakster;

12.  verzoekt de Commissie in nauwe samenwerking met de lidstaten de rol te versterken van het Europees Netwerk van visserijgebieden (FARNET), dat aanzienlijke bijstand verleent aan FLAG’s;

13.  verzoekt de Commissie de oprichting en werkzaamheden van FLAG’s te bevorderen en een impuls te geven door meer economische middelen beschikbaar te stellen, aangezien deze groepen door middel van constante en directe ondersteuning en advisering van de visserijsector een duurzaam en sociaal inclusief ontwikkelingsmodel in visserijgebieden bevorderen, jongeren en vrouwen inspireren om deel te nemen aan nieuwe zakelijke projecten en bijdragen aan innovatie, modernisering van de infrastructuur, economische investeringen en diversificatie, evenals aan lokale beheerplannen van de visserijbedrijven zelf; verzoekt de Commissie de rol en de functie van de bevoegde instanties bij de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve activiteiten te versterken en nauw samen te werken met de verschillende exploitanten in de sector;

14.  verzoekt de Commissie bij te dragen aan de versterking van de rol van visserijgemeenschappen in de plaatselijke ontwikkeling en in het beheer van plaatselijke visserijhulpbronnen en maritieme activiteiten;

15.  verzoekt de Commissie stil te staan bij de bijzondere rol van vrouwen in de economie van kustgebieden en dienovereenkomstig te handelen, zoals in de landbouwsector al gebeurt; pleit voor een erkenning van het bedrag als onderdeel van het bbp waarmee vrouwen in ondersteunende functies hun steentje bijdragen en van het grote belang van hun rol in huishoudens waar de klassieke rolverdeling tussen man en vrouw tot gevolg had dat de vangstactiviteiten uitsluitend door mannen werden verricht; verlangt dat er op alle niveaus meer beroepsmatige erkenning komt voor de traditionele rol van vrouwen in de sector en pleit voor de ontwikkeling van speciale programma's om vrouwelijke ondernemers in deze gebieden te ondersteunen;

16.  verzoekt de Commissie investeringen in de diversificatie van de visserijsector te bevorderen en te steunen met de ontwikkeling van elkaar aanvullende activiteiten en flexibelere carrières in de visserijsector, met inbegrip van investeringen in vaartuigen, veiligheidsuitrusting, opleidingen, milieudiensten in de visserijsector, en culturele en onderwijsactiviteiten, met bijzondere aandacht voor milieubescherming en de bevordering van duurzame groei; benadrukt dat de hoofddoelstelling moet zijn om activiteiten te financieren die in sociaal, ecologisch en economisch opzicht levensvatbaar zijn en werkgelegenheid kunnen scheppen, met name voor jongeren en vrouwen; benadrukt dat de mariene aquacultuur compatibel is met en complementair is aan de kustvisserij in de ultraperifere gebieden, en verzoekt de Commissie de ontwikkeling van kweektechnieken en technieken voor soortenselectie in de warme wateren van de tropische en subtropische zones te ondersteunen; verzoekt de Commissie de aandacht te vestigen op de rol van vrouwen in de kleinschalige visserij en alle daarmee samenhangende activiteiten;

17.  verzoekt de Commissie de totstandbrenging en de ontwikkeling van visserijtoerisme te bevorderen met het oog op de toepassing van een gedifferentieerde commerciële strategie die aansluit op het potentieel van dit segment, en waarmee op effectievere wijze tegemoet kan worden gekomen aan de behoeften van deze sector, en er wordt toegewerkt naar een nieuwe vorm van toerisme waarin onder meer kwaliteit, flexibiliteit, innovatie en de instandhouding van historisch en cultureel erfgoed van visserijgebieden, milieu en gezondheid centraal staan; verzoekt de Commissie daarnaast om investeringen in de visserij op het vlak van toerisme te bevorderen en te steunen teneinde een gedifferentieerd toeristisch aanbod te ontwikkelen door gastronomie op basis van ambachtelijke visproducten, hengelsporttoerisme, onderwater- en duiktoerisme enz. te stimuleren en op die manier bij te dragen tot een duurzame exploitatie van visserijtradities en de herkenbaarheid van een bepaald visgebied;

18.  wijst op het toenemende belang van watersportactiviteiten om plaatselijke gemeenschappen nieuw leven in te blazen, in het bijzonder in het laagseizoen, via nieuwe onderwatersporten, duiken of andere watersporten, zoals surfen of bodyboarden;

19.  verzoekt de Commissie in het belang van de totstandbrenging en de ontwikkeling van visserijtoerisme investeringen in de diversificatie van visserij op het vlak van cultuur en als onderdeel van het traditioneel erfgoed (ambachten, muziek en dans) actief te bevorderen en te steunen en om investeringen in de promotie van traditie, geschiedenis en visserijtradities in het algemeen te steunen (vistuig, technieken, historische documenten, enz.) door musea te openen en tentoonstellingen te organiseren die nauw verband houden met kustvisserij;

20.  verzoekt de Commissie onderzoek te doen naar de mogelijkheid van het gemengde gebruik van vaartuigen die bedoeld zijn voor de vangst zodat deze, zonder hun vangstfunctie te verliezen, ook kunnen worden gebruikt voor andere activiteiten die verband houden met toerisme en recreatie, zoals informatiedagen over activiteiten op het water, of activiteiten in verband met de verwerking, didactische of gastronomische activiteiten, enz., volgens de formule die in de rurale sector al met succes wordt toegepast en waarvan landbouwscholen en agrotoerisme deel uitmaken;

21.  verzoekt de Commissie en de lidstaten er via hun beheersinstanties voor te zorgen dat de kleinschalige kustvisserij een billijk gedeelte van financiering uit het EFMZV ontvangt, met name gezien de administratieve verplichtingen die aan deze sector worden opgelegd;

22.  dringt er bij de Commissie op aan maatregelen uit te werken om de mobiliteit tussen maritieme beroepen aan te moedigen en te bevorderen;

23.  verlangt dat de resultaten van onderzoeken en projecten die gefinancierd zijn uit de overheidsbegroting onder bepaalde voorwaarden openbaar worden gemaakt om een betere vrijgave van en toegang tot bestaande gegevens over zeeën en oceanen te verkrijgen, en om de bestaande administratieve obstakels die groei en de ontwikkeling van innovaties belemmeren weg te nemen;

24.  beveelt de Commissie aan de regelgeving te verbeteren door mechanismen in te voeren voor toezicht op de eerlijke toekenning van quota aan kleinschalige vissers die op dezelfde soorten vissen;

25.  benadrukt dat het belangrijkste product van de visserij de vis zelf is en dat de uiteenlopende manieren waarop vis kan worden gebruikt beter onder de aandacht moeten worden gebracht, waaronder vis uit blik en het gebruik van bijproducten van vis; verzoekt de Commissie investeringen in de diversificatie van visserij op het vlak van het op de markt brengen en de verwerking van plaatselijke visproducten actief te bevorderen en te steunen, de ontwikkeling van lokale distributiekanalen een impuls te geven, deze producten aan de man te brengen met lokale onderscheidende symbolen en/of handelsmerken voor verse producten, en door het opzetten van lokale zakelijke projecten te steunen die gericht zijn op het uitvoeren van deze activiteiten; wijst erop dat deze bevordering van innovatie met name gericht moet zijn op de ontwikkeling van keurmerken en labels waarmee de kwaliteit van de lokale visserijproducten wordt gegarandeerd;

26.  pleit voor meer flexibiliteit met betrekking tot logboeken voor vaartuigen van minder dan 12 meter, met name ten aanzien van de verplichting om de documenten binnen 48 uur te verzenden, die een zware administratieve last vormt; stelt in dit verband voor een vrijstelling van deze verplichting in te voeren voor vaartuigen die al hun vis per opbod verkopen, waardoor de gewenste gegevens kunnen worden verkregen zonder een overbodige administratieve last op te leggen;

27.  moedigt de aanleg van beschermde mariene gebieden aan, hetgeen de toename van duurzame visbestanden in de hand zal werken en de controle op en de bestrijding van illegale, niet-gerapporteerde en niet-gereguleerde visserij zal vergemakkelijken; onderstreept dat de EU de lidstaten in dit verband passende ondersteuning, coördinatie en begeleiding moet bieden;

28.  pleit voor grote steun voor het werk van vrouwen, aangezien vrouwen een essentiële rol spelen in de kleinschalige visserij; wijst daarbij in het bijzonder op de belangrijke taken die vrouwen vervullen in de verwerkingsketen en op hun essentiële rol in de schaal- en schelpdiervisserij;

29.  merkt op dat de kustvisserij van de ultraperifere gebieden vanwege de hoge extra kosten die daarmee gemoeid zijn, in aanmerking komt voor een vergoedingsregeling die in het kader van het EFMZV wordt erkend; verzoekt de Commissie deze regeling aan te vullen met een specifiek mechanisme voor de ultraperifere gebieden naar het voorbeeld van de Posei-regeling voor de landbouw;

30.  verzoekt de Commissie om steun voor een intensiever gebruik van verse producten van de kleinschalige visserij, de schaal- en schelpdiervisserij en de duurzame extensieve aquacultuur op kleine schaal in kantines en andere openbare eetgelegenheden (scholen, ziekenhuizen, restaurants, enz.);

31.  wijst nadrukkelijk op de bijzonderheden van de ultraperifere gebieden als gevolg van hun afgelegen ligging en hun insulaire karakter; benadrukt dat deze bijzonderheden extra kosten met zich meebrengen voor de kustvisserij in deze gebieden en dat deze extra kosten volledig moeten worden vergoed in het kader van het EFMZV;

32.  benadrukt dat kustvisserijvloten in de ultraperifere gebieden vaak bestaan uit verouderde vaartuigen, wat tot veiligheidsproblemen aan boord leidt; verzoekt de Commissie voor te stellen Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het EFMZV te herzien om toestemming te geven voor steun voor de vernieuwing van vaartuigen van de kleinschalige kustvisserij in de ultraperifere gebieden, op voorwaarde dat de capaciteit niet wordt uitgebreid;

33.  verzoekt de Commissie en de lidstaten mariene en ecologische gegevens vrij te geven met als doel de transparantie, innovatie en ontwikkeling te bevorderen, en alle geïnteresseerde partijen toegang te verschaffen tot wetenschappelijke informatie die tot stand is gekomen met de medefinanciering door de overheid;

34.  wijst op het nog grotendeels onbenutte potentieel van de oceanen en kustgebieden wat betreft ontwikkeling, werkgelegenheid, energieautonomie, innovatie en duurzame ontwikkeling; is van mening dat indien de EU deze rol en dit potentieel erkent, de kust-, insulaire en ultraperifere gebieden aantrekkelijker zullen worden en zich sterker zullen ontwikkelen;

35.  maakt zich zorgen over de toepassing van het Horizon 2020-programma op het gebied van de blauwe economie, aangezien dat het grootste programma voor onderzoek en de ontwikkeling van innovatie op Europees niveau is; pleit ervoor om in het kader van Horizon 2020 een kennis- en innovatiegemeenschap voor de blauwe economie op te richten waarmee activiteiten in kustregio's worden gestimuleerd via transnationale publiek-private partnerschappen;

36.  bepleit het gebruik van middelen die bestemd zijn voor innovatie en blauwe groei, voor de financiering van fundamenteel onderzoek, O&O, opleiding, de oprichting van bedrijven, milieubescherming en het op de markt brengen van innovatieve producten en procedés;

37.  verzoekt de Commissie steun te verlenen als onderdeel van initiatieven voor het rechtstreeks beheer van projectfinanciering, waarbij de nadruk ligt op kustvisserij en de ontwikkeling van kustregio's;

38.  benadrukt het belang van instrumenten voor milieubescherming, zoals milieueffectbeoordelingen voor afzonderlijke projecten en strategische milieubeoordelingen voor strategieën, plannen en programma's, die bijdragen aan duurzame visserij;

39.  wijst op het belang van het geïntegreerd maritiem beleid voor de toekomst van de regio's die afhankelijk zijn van de visserij, en is van mening dat er sterker moet worden ingezet op de strategie voor blauwe groei; pleit ervoor om duurzame groei op de lange termijn te ondersteunen in alle mariene en maritieme sectoren, waarbij het belang van de zeeën en oceanen als motor voor het scheppen van werkgelegenheid en banen in kustregio's moet worden onderkend;

40.  benadrukt dat kust- en eilandregio's en de ultraperifere gebieden de belangrijkste spelers bij de ontwikkeling van innovatie zijn en dat zij betrokken moeten worden bij elke fase van de ontwikkeling van de blauwe economie;

41.  benadrukt het belang van het EFMZV, dat zich met name richt op diversificatie en innovatie in de visserijsector met als doel visserijbedrijven te ondersteunen die ecologisch en sociaaleconomisch duurzaam, innovatief, concurrerend, doeltreffend en op kennis gebaseerd zijn; pleit ervoor om de financiering voor de vierde as van het Europees Visserijfonds te versterken om inwoners in visserijgemeenschappen te helpen hun levensomstandigheden te verbeteren door nieuwe activiteiten te ontwikkelen; verzoekt de Commissie de regionale componenten van het EFMZV zo spoedig mogelijk te valideren;

42.  benadrukt dat de banden tussen plaatselijke gemeenschappen en universiteiten/technologische centra moeten worden aangehaald, aangezien deze contacten bepalend zijn voor de oprichting van nieuwe starterscentra, die het mogelijk maken om nieuwe zakelijke ideeën op te doen in de maritieme sector;

43.  verzoekt de Commissie actief projecten te bevorderen waarmee steun beschikbaar komt voor de versterking van innovatie en technologische ontwikkeling met als doel nieuwe producten, uitrustingen, technieken en nieuwe of verbeterde systemen voor beheer en organisatie te ontwikkelen of in te voeren; verzoekt de Commissie de uitwisseling van informatie en goede praktijken tussen de verschillende visserijgebieden te bevorderen en aan te moedigen om de ontwikkeling van innovatieve en duurzame visserijmethoden te stimuleren; acht het in dit verband onontbeerlijk om in het lesprogramma van beroepsopleidingen voor de zeevaart en visserij modules ondernemerschap en diversificatie op te nemen;

44.  dringt er bij de Commissie op aan om de oprichting van nieuwe, innovatieve ondernemingen in regio's die afhankelijk zijn van de visserij aan te moedigen, met stimulerende maatregelen voor ondernemerschap en de oprichting van start-ups die een grote kans van slagen hebben in de maritieme sector, om bij te dragen aan de diversificatie van de traditionele kustvisserij, het scheppen van banen en het aantrekken of in stand houden van de bevolking;

45.  verzoekt de Commissie om bij het ontwerpen van wetgevingsvoorstellen over het gebruik van visserijtechnieken en vistuig een selectieve aanpak toe te passen teneinde rekening te houden met de feitelijke gevolgen van deze visserijtechnieken en dit vistuig voor de visbestanden van de kleinschalige visserij in elk van de desbetreffende gebieden; verzoekt de Commissie om voor elk wetgevingsinitiatief een grondige effectbeoordeling uit te voeren waarin rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van elk visserijgebied; vindt dat een niet-selectieve aanpak voor het gebruik van vistuig en visserijtechnieken ernstige gevolgen heeft voor de levensvatbaarheid van toch al gemarginaliseerde kust- en eilandgemeenschappen, wat leidt tot verdere ontvolking en ontwikkeling en innovatie in de weg staat; is van mening dat er positieve discriminatie dient te worden toegepast op de ambachtelijke kustvisserij; is van oordeel dat deze aanpak, evenals het voorstel om drijfnetten te verbieden, suggereert dat de Commissie nog altijd probeert het gedecentraliseerde hervormde GVB, zoals dat door de medewetgever is goedgekeurd, aan te passen; herinnert de Commissie aan haar plicht om te opereren binnen het kader van regionalisering, als vastgelegd in de nieuwe GVB-verordening;

46.  merkt op dat mariene ecosystemen langs de kust kwetsbaar zijn en dringt er daarom bij de lidstaten en de Commissie op aan om overeenkomstig het voorzorgsbeginsel een evaluatie uit te voeren van de milieueffecten van alle activiteiten die van invloed kunnen zijn op de duurzaamheid van de visbestanden, zoals zeetransport, afval, vervoer, verontreiniging van de waterhoudende grondlaag, booractiviteiten of de bouw van nieuwe toeristische faciliteiten langs de kust;

47.  beveelt de Commissie aan de hoogste prioriteit toe te kennen aan het sociaaleconomische belang van de kleinschalige en de ambachtelijke kustvisserij in de EU, het hanteren van alternatieve methoden voor de vaststelling van de vlootsegmenten en het belang van diversificatie van de activiteiten in kustregio's die sterk afhankelijk zijn van de visserij; wijst erop dat er een corpus aan wetenschappelijke informatie moet worden verzameld waarmee het beheer van de ambachtelijke visserij kan worden verbeterd, om deze sector duurzaam te maken uit biologisch, sociaal, economisch en milieuoogpunt;

48.  verzoekt de Commissie voort te maken met het proces van de omzetting van de overeenkomst van de sociale partners inzake de tenuitvoerlegging van het Verdrag betreffende werkzaamheden in de visserijsector uit 2007 van de Internationale Arbeidsorganisatie naar een passend EU-wetgevingsinstrument;

49.  verzoekt de Commissie, in overeenstemming met de deskundige indeling van vistuig als vastgesteld in de Middellandse-Zeeverordening, rekening te houden met de verschillen tussen trawlnetten en zegennetten, om te zorgen voor de best mogelijke bepalingen ten behoeve van een duurzamer gebruik van beide soorten, uitgaande van de meest recente wetenschappelijke adviezen;

50.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat de beoordeling van de status van visbestanden die van belang zijn voor kustvisserij wordt herzien, en benadrukt de noodzaak van een analyse van de gevolgen van kleinschalige visserij voor visbestanden, waaronder die van substantiëlere technieken zoals de tonijnvisserij, gezien het feit dat de soorten waarop gevist wordt in de kustvisserij van grote sociaaleconomische betekenis zijn, ofschoon deze slechts een klein deel van de totale vangst uitmaken, maar desondanks van groot belang zijn voor het voortbestaan van de vissers die hieruit hun dagelijkse inkomsten halen;

51.  uit zijn bezorgdheid over het verdwijnen van traditionele visserijtechnieken en vaardigheden ten gevolge van ongunstige regelgeving die van invloed is op kustgemeenschappen;

52.  verzoekt de Commissie de bepaling inzake de technische specificaties voor visnetten te wijzigen, zoals de minimale maaswijdte, de hoogte van de netten, de afstand tot de kust en de diepte waarop de netten mogen worden gebruikt, teneinde een meer evenwichtige oogst van de visbestanden te waarborgen en de biodiversiteit te behouden;

53.  verzoekt de Commissie de bepalingen van de bestaande verordening te wijzigen die de vereiste afstand tot de kust en de diepte waarop het vistuig mag worden gebruikt voorschrijven, teneinde rekening te houden met de specifieke geografische kenmerken van grensgebieden van de lidstaten;

54.  wijst op de noodzaak van een wijziging van de in 2006 aangenomen verordening betreffende beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van de visbestanden in de Middellandse Zee, die ook wel bekendstaat als de "Middellandse-Zeeverordening" en waarin de regels zijn vastgelegd voor de technische kenmerken van vistuig en het gebruik ervan; vindt dat deze verordening in overeenstemming moet worden gebracht met het nieuwe GVB (waarbij in het achterhoofd moet worden gehouden dat het zeebekken met derde landen samen wordt beheerd), met name de doelstelling van de maximale duurzame opbrengst;

55.  benadrukt de noodzaak van effectieve coördinatie tussen de lidstaten om te waarborgen dat vissers tijdig uitgebreide informatie ontvangen over de tenuitvoerlegging van bestaande regelgeving en eventuele wijzigingen daarop;

56.  verzoekt de Commissie projecten in het kader van het cohesiebeleid te bevorderen die een bijdrage zullen leveren aan de bescherming van kust- en eilandgebieden als traditionele, culturele en historische visserijgebieden en maritiem erfgoed;

57.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de Europese fondsen aan te wenden voor de subsidiëring van een duurzaamheidscertificaat voor almadraba's, om de erkenning en bijdrage van deze vismethode te bevorderen;

58.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

TOELICHTING

Kustvisserij is een buitengewoon belangrijke visserijtak in EU-landen. Deze vanuit maatschappelijk en milieuoogpunt duurzame vorm van visserij is met name belangrijk omdat hiermee een hoge werkgelegenheid wordt gegarandeerd.

Kustvisserij wordt in de afzonderlijke lidstaten anders ingedeeld en gedefinieerd (kustvisserij, traditionele visserij of ambachtelijke visserij, enz.). Voor de meeste kust- en eilandgebieden is kustvisserij een traditionele visserijtak die een levenswijze en een aanzienlijke bron van inkomsten vormt. Van kustvisserij afhankelijke gebieden vereisen bijzondere maatregelen en steun om te kunnen groeien en zich te kunnen ontwikkelen.

In de verordening uit 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) ligt de nadruk op economische groei in kustgebieden. Hierin wordt het belang erkend van eilandgebieden in open zeeën die afhankelijk zijn van visserij en gesteund moeten worden om ervoor te zorgen dat ze kunnen overleven en over mogelijkheden beschikken om zich te ontwikkelen. In deze verordening wordt preferentiële toegang verleend aan kleinschalige en traditionele kustvisserij binnen een zone die zich uitstrekt over 12 zeemijlen, d.w.z. in het meest kwetsbare deel van de EU-wateren.

In de verordening uit 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) wordt ook vooral de nadruk gelegd op de kleinschalige kustvisserij. In de bepalingen van het EFMZV ligt de nadruk met name op het belang van diversificatie en innovatie in de visserijsector. Voorts kan het EFMZV bijdragen aan investeringen in diversificatie, en een positief verschil maken voor de inkomsten van vissers door de ontwikkeling van aanvullende activiteiten, met inbegrip van investeringen in vaartuigen, restaurants, milieudiensten in de visserijsector, culturele en onderwijsactiviteiten in de visserijsector, hengelsporttoerisme, enz.

Het kerninitiatief "Innovatie-Unie" is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de blauwe economie. Horizon 2020 is met een waarde van ongeveer 79 miljard euro het grootste programma voor onderzoek en innovatie. Daarnaast zijn bepaalde middelen uit de investerings- en structuurfondsen van de EU gereserveerd voor innovatie.

Teneinde de ontwikkeling van innovatie te vergemakkelijken, is het noodzakelijk om oplossingen te vinden voor de vastgestelde tekortkomingen, zoals: ontoereikende investeringen in wetenschap, het gebrek aan gegevens over zeeën en oceanen, onvoldoende financiering, een gebrek aan samenwerking tussen de publieke en de particuliere sector, enz.

Er is de afgelopen jaren meer geïnvesteerd in systemen voor de bewaking van de zeeën en oceanen, maar dit is nog niet voldoende. Bovendien is de gebrekkige beschikbaarheid van bestaande gegevens een fundamenteel probleem. Alleen al de procedure voor het zoeken en verkrijgen van de vereiste toestemming om gegevens te gebruiken is tijdrovend en vereist extra middelen. Al het voorgaande brengt aanzienlijke beperkingen voor de ontwikkeling van innovatie en het gebruik van bovengenoemde middelen met zich mee.

De belangrijkste redenen waarom het noodzakelijk is om diversificatie in de visserijsector na te streven zijn: de daling van de werkgelegenheid in en de rentabiliteit van de sector; de bestrijding van de marginalisering van de visserijsector in ontwikkelingsregio's; en kansen om te profiteren van nieuwe mogelijkheden, zoals "groene" ontwikkeling, enz.

Sommige kust- en eilandregio's hebben te maken met een aanzienlijke economische achteruitgang, wat resulteert in ontvolking en de massale verhuizing van hun inwoners, die op zoek gaan naar kansen in gebieden die betere vooruitzichten op werkgelegenheid en onderwijs bieden. Bovendien bevinden sommige van kustvisserij afhankelijke regio's zich in de nabijheid van economisch ontwikkelde regio's (bijv. aantrekkelijke steden of toeristische bestemmingen), maar zijn ze toch niet in staat om toereikende economische groei te genereren. Juist in die gebieden wordt de druk om te leven van de opbrengsten van de zee steeds groter en wordt de visserijsector gemarginaliseerd ten gunste van toerisme.

Toerisme is een groeiende economische sector en heeft als zodanig veel potentie met betrekking tot de diversificatie van de visserijsector. De toerismesector zou gebruik kunnen maken van de visserijsector (visproducten, restaurants, accommodatie, hengelsporttoerisme) door visserijproducten te presenteren als onderdeel van het traditionele menu en daarbij gebruik te maken van de visserijtradities en de herkenbaarheid van een bepaald visserijgebied. Naast toerisme zouden culturele en kunstzinnige activiteiten een belangrijke rol kunnen spelen in de diversificatie van de visserijsector. Culturele waarden maken eveneens deel uit van het traditionele erfgoed (ambachten, muziek en dans) en kunnen worden ingezet in de diversificatie van de visserijsector. Het promoten van traditie, geschiedenis en visserijtradities in het algemeen (vistuig, vaartuigen, vistechnieken, historische documenten, enz.) in een bepaald gebied kan worden bewerkstelligd door het openen van musea en het organiseren van tentoonstellingen die nauw verband houden met de sector. Daarnaast zijn onderwater- of duiktoerisme ook manieren om een bepaald gebied op de kaart te zetten.

In de visserij zijn het milieu en de economie meer dan in andere sectoren met elkaar verweven. Wat betreft de mogelijkheid om in de visserijsector verscheidenheid aan te brengen op het gebied van milieu en de "groene" economie, moet de rol van activiteiten met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen, milieubescherming enz. worden benadrukt.

We moeten ons bewust zijn van alle problemen waarmee de kustvisserij kampt, in het bijzonder wat betreft de voorgeschreven selectie van vistuig en -technieken (bijv. een verbod op het gebruik van kieuwnetten buiten de commerciële visserij) wanneer dat tuig en die technieken deel uitmaken van de tradities en levenswijze van de plaatselijke bevolking. Als we de kustvisserij willen beschermen, moet er een procedure voor het wijzigen van de bestaande wetgeving komen.

Nu er een nieuw GVB is, is er een nieuw kader nodig en moet er een procedure komen voor het wijzigen van de in 2006 aangenomen verordening betreffende beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van de visbestanden in de Middellandse Zee, die ook wel bekendstaat als de "Middellandse-Zeeverordening" en waarin de regels zijn vastgelegd voor de technische kenmerken van vistuig en het gebruik ervan, teneinde de verordening in overeenstemming te brengen met het nieuwe GVB en af te stemmen op de behoeften van kustvisserij.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

17.2.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, David Coburn, Richard Corbett, Diane Dodds, Raymond Finch, Ian Hudghton, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Norica Nicolai, Liadh Ní Riada, Ulrike Rodust, Remo Sernagiotto, Isabelle Thomas, Ruža Tomašić, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

José Blanco López, Anja Hazekamp, Francisco José Millán Mon

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Liliana Rodrigues

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012) 460.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013) 438.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015) 291.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013) 300.

Juridische mededeling