Procedure : 2015/2127(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0050/2016

Ingediende teksten :

A8-0050/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 16
CRE 27/04/2016 - 16

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.64
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0200

VERSLAG     
PDF 394kWORD 178k
8.3.2016
PE 565.145v02-00 A8-0050/2016

over de Europese Investeringsbank (EIB) - Jaarverslag 2014

(2015/2127(INI))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Georgi Pirinski

ERRATA/ADDENDA
AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de Europese Investeringsbank (EIB) - Jaarverslag 2014

(2015/2127(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het activiteitenverslag 2014 van de Europese Investeringsbank,

–  gezien het financieel verslag 2014 en het statistisch verslag 2014 van de Europese Investeringsbank,

–  gezien het houdbaarheidsverslag 2014, het verslag 2014 over de 3 pijler-beoordeling voor EIB-verrichtingen binnen de EU en het verslag 2014 over de resultaten buiten de EU van de Europese Investeringsbank,

–  gezien de jaarverslagen van het controlecomité van de EIB voor 2014,

–  gezien het jaarverslag 2014 van de EIB-groep over fraudebestrijdingsactiviteiten,

–  gezien het werkprogramma van de EIB-groep voor 2014-2016 (17 december 2013), het werkprogramma van het EIF voor 2014-2016 (december 2013) en het werkprogramma van de EIB-groep voor 2015-2017 (21 april 2015),

–  gezien het verslag over de uitvoering van het transparantiebeleid van de EIB in 2014,

–  gezien het activiteitenverslag 2014 van het bureau van het hoofd Naleving van de EIB,

–  gezien de artikelen 3 en 9 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien de artikelen 15, 126, 174, 175, 208, 209, 271, 308 en 309 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en Protocol nr. 5 bij dit Verdrag betreffende de statuten van de EIB,

–  gezien het reglement van orde van de Europese Investeringsbank,

–  gezien zijn resolutie van dinsdag 11 maart 2014 over de Europese Investeringsbank (EIB) - jaarverslag 2012(1),

–  gezien zijn resolutie van 30 april 2015 over de Europese Investeringsbank (EIB) - jaarverslag 2013(2),

–  gezien zijn resolutie van 26 februari 2014 over langetermijnfinanciering van de Europese economie(3) en gezien de mededeling van de Commissie van 27 maart 2014 "Langetermijnfinanciering van de Europese economie" (COM(2014)0168),

–  gezien Besluit nr. 1080/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 over het externe mandaat van de EIB voor 2007-2013 en gezien Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlening van een EU-garantie voor verliezen van de Europese Investeringsbank op financieringsverrichtingen van projecten buiten de Unie,

–  gezien Verordening nr. 670/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2012 tot wijziging van Besluit nr. 1639/2006/EG tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) en van Verordening (EG) nr. 680/2007 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van de trans-Europese netwerken voor vervoer en energie (inzake de testfase voor de Europa 2020-projectobligaties),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van oktober 2014 waarin expliciet wordt verwezen naar de betrokkenheid van de EIB bij een nieuw fonds voor investeringen ter verbetering van de energie-efficiëntie en ter modernisering van energiesystemen in lidstaten met een lager gemiddeld inkomen,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2014 getiteld "Een investeringsplan voor Europa" (COM(2014)0903),

–  gezien Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013(4),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 juli 2015 getiteld "Samen werken aan werkgelegenheid en groei: de rol van nationale stimuleringsbanken (NPB's) bij de facilitering van het Investeringsplan voor Europa" (COM(2015)0361/2),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en de adviezen van de Commissie internationale handel, de Begrotingscommissie, de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie regionale ontwikkeling (A8-0050/2016),

A.  overwegende dat de kerntaak van de EIB als bank van de EU bestaat uit het financieel ondersteunen van projecten in het belang van de Unie die bijdragen aan de evenwichtige ontwikkeling van de interne markt en aan de sociale, economische en territoriale cohesie, en daarmee aan het versterken van de Europese integratie en de werkgelegenheid, en die derhalve uitermate belangrijk zijn voor het stimuleren van het concurrentievermogen van de Unie;

B.  overwegende dat alle door de EIB gefinancierde activiteiten in overeenstemming moeten zijn met de Verdragen en overkoepelende doelstellingen en prioriteitsgebieden van de EU, zoals omschreven in de Europa 2020-strategie en de faciliteit voor groei en werkgelegenheid;

C.  overwegende dat de EIB met het oog op de uitvoering van haar taken leningen en garanties verstrekt om de financiering mogelijk te maken van projecten in alle economische sectoren, daarbij opererend zonder winstoogmerk;

D.  overwegende dat de financiële, economische en sociale crisis van 2008 heeft geleid tot het ontstaan van een ernstige investeringskloof en extreme werkloosheidsniveaus, vooral onder jongeren, gepaard met het vooruitzicht op aanhoudende stagnatie van de Europese economie;

E.  overwegende dat de werking van de EU als "convergentiemachine" sinds 2008 tot stilstand is gekomen en zelfs achteruit is gegaan, leidend tot een aanzienlijke vergroting van de bestaande verschillen tussen regio's en lidstaten, alsmede tot het ontstaan van erger wordende sociale en economische ongelijkheden in de Unie die het economisch herstel belemmeren en de sociale samenhang verder schaden;

F.  overwegende dat momenteel zowel individuele lidstaten als de EU als geheel te maken hebben met een overweldigende uitdaging van een omvang die uniek is in de geschiedenis van de EU, te weten het moeten opvangen van een massale instroom van migranten uit diverse regio's van de wereld;

G.  overwegende dat onder de huidige omstandigheden een in kwalitatieve zin nieuwe mate van urgentie is ontstaan als kenmerk van de centrale rol van de EIB met betrekking tot de doeltreffende uitvoering van het investeringsplan voor Europa en de doeltreffende werking van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), als belangrijkste instrument voor het stimuleren van groei, het creëren van fatsoenlijke banen en het verkleinen van de sociale en territoriale verschillen binnen de Unie;

H.  overwegende dat het Europees investeringsfonds (EIF) een cruciale rol moet spelen bij de aanpak door de EIB-groep van de langetermijngevolgen van de crisis, en ook bijdraagt aan het herstel van de Europese economie door middel van steun aan kmo's;

I.  overwegende dat de EIB niet louter een financiële instelling moet zijn, maar ook een bank met kennis van zaken en goede praktijken, die de lidstaten en economische belanghebbenden adviseert en bijdraagt aan het maximaliseren van de toegevoegde waarde van EU-middelen;

J.  overwegende dat de financiering door de EIB van operaties buiten de EU is opgezet ter ondersteuning van de externe beleidsdoelen van de EU, overeenkomstig de waarden van de Unie en op basis van eerbiediging van duurzame sociale en milieunormen;

K.  overwegende dat de omvang en complexiteit van de taken waar de EIB momenteel mee te maken heeft vragen om een hernieuwde inzet om onder alle omstandigheden te voorkomen dat projecten worden gefinancierd die in strijd zijn met basisnormen inzake deugdelijk financieel beheer en zo de geloofwaardigheid van de EIB als openbare financiële instelling met een AAA-rating en een onberispelijke reputatie ondermijnen;

Het investeringsprogramma van de EIB ter ondersteuning van de beleidsdoelstellingen van de EU

Prioriteit voor investeringen voor een sneller herstel en hogere productiviteit

1.  verwelkomt de jaarverslagen voor 2014 van de EIB en de daarin uiteengezette resultaten, en dringt er bij de EIB op aan haar inspanningen om het lage investeringsniveau in de EU op te schroeven, voort te zetten;

2.  verwelkomt met name het feit dat de EIB in 2014 285 000 kleine en middelgrote ondernemingen heeft gefinancierd en zodoende 3,6 miljoen arbeidsplaatsen heeft veiliggesteld, en contracten heeft getekend voor in totaal 413 projecten in de EU met een waarde van 69 miljard EUR, en voor 92 nieuwe projecten buiten de EU met een waarde van in totaal 7,98 miljard EUR; verwelkomt daarnaast het feit dat het EIF in 2014 een bedrag van 3,3 miljard EUR heeft toegewezen door middel van kapitaal- en garantie-instrumenten ten behoeve van kleinere ondernemingen, daarmee op succesvolle wijze uitvoering gevend aan een van de meest ambitieuze bedrijfsplannen van de EIB, voor in totaal 80,3 miljard EUR aan financiering door de EIB-groep; is ermee ingenomen dat het aantal ondertekeningen dat de EIB in 2014 heeft verwezenlijkt zich op het hoogste niveau sinds 2009 bevindt, maar onderstreept dat hier nog meer potentieel in zit; ondersteunt de verhoging van het kapitaal van de EIB met 10 miljard EUR, waarmee alle lidstaten in 2012 hebben ingestemd;

3.  verzoekt de EIB om in de fase voorafgaand aan de goedkeuring meer technische steun te verlenen aan de lidstaten met een laag percentage goedgekeurde projecten en stimuleert de EIB om uitwisselingen van beste praktijken op het gebied van succesvolle projectontwikkeling tussen de lidstaten te bevorderen;

4.  verzoekt de EIB zich te richten op investeringen in de reële economie om banen en groei in de EU te bevorderen;

5.  wijst op de dramatisch hoge werkloosheidscijfers in veel lidstaten, vooral onder jongeren, en dringt er bij de EIB op aan bij de tenuitvoerlegging van haar beleid rekening te houden met dit aspect;

6.  wijst erop dat verrichtingen, rekening houdend met de beschikbaarheid van middelen, gericht moeten zijn op het genereren van investeringen die het economisch herstel en productieve werkgelegenheid ondersteunen, vergezeld van consistente steun aan lidstaten ter vergroting van de absorptiecapaciteit waar dat nodig is, alsmede van een voortdurende inzet om het risico van territoriale versnippering te voorkomen;

7.  wijst erop dat ontoereikende capaciteit voor het opzetten van projecten in de publieke en private sectoren en de lage leencapaciteit in sommige lidstaten, gepaard aan de huidige marktomstandigheden, aanzienlijke uitdagingen vormen voor het leenprogramma van de EIB; dringt er daarom bij de EIB op aan haar technische steun en financiële advies op alle belangrijke activiteitenterreinen substantieel uit te breiden, op makkelijk toegankelijke basis en ten behoeve van alle lidstaten, teneinde de capaciteit voor het genereren van groei aanzienlijk te vergroten;

8.  verwelkomt het gebruik van het 3 pijler-beoordelingskader (3PA) en het kader voor resultatenmeting (ReM) door de EIB voor de beoordeling vooraf van verwachte resultaten van investeringsprojecten, zowel binnen als buiten de EU;

9.  verzoekt de EIB bij het beoordelen van projecten absolute prioriteit te geven aan de langetermijneffecten van investeringen, en daarbij niet alleen te kijken naar de financiële indicatoren, maar bovenal ook naar de bijdrage die wordt geleverd aan duurzame ontwikkeling en een betere levenskwaliteit aan de hand van verdere verbeteringen op het terrein van werkgelegenheid, sociale normen en het milieu;

10.  benadrukt dat de goedkeuring van projectfinanciering moet geschieden op basis van een passende financiële en risicoanalyse, de financiële levensvatbaarheid en deugdelijk begrotingsbeheer; is van mening dat projecten die zijn goedgekeurd voor EIB-financiering een duidelijke meerwaarde moeten hebben voor de Europese economie;

11.  betreurt dat het 3PA-verslag geen informatie bevat, ofwel op basis van het 3PA ofwel op andere relevante instrumenten, over feitelijk behaalde resultaten van de verrichtingen in 2014 binnen de EU (tegenover de buiten de EU behaalde resultaten), ondanks het feit dat het 3PA is opgezet met het specifieke doel van het verhogen van de mate waarin de EIB in staat is de uitvoering te controleren door de effecten gedurende de projectcyclus te volgen; verwacht dat als resultaat van de lopende harmonisatie tussen het 3PA en het ReM begin 2016 een nieuw geharmoniseerd kader zal worden ingevoerd dat gebruikt kan worden voor de verslaglegging over 2015, en dat beter geschikt is voor de ex post-beoordeling en de verslaglegging van projectresultaten zowel binnen als buiten de EU, en volledig in overeenstemming is met het scorebord voor EFSI-verrichtingen; verzoekt om stelselmatige publicatie van de individuele projectbeoordelingen;

12.  neemt kennis van het operationele plan van de EIB voor de periode 2015-2017; juicht het toe dat de EIB erkent dat het herstel in de lidstaten niet overal even snel verloopt, en dat de EIB economische en sociale cohesie als overkoepelende beleidsdoelstelling heeft aangemerkt;

13.  houdt rekening met het feit dat de EIB een herstructurering heeft doorgevoerd van de classificatie van haar belangrijkste openbare beleidsdoelstellingen (PPG's) voor de EIB-groep voor 2015-2017 (innovatie en menselijk kapitaal; kmo's en midcap financiering; efficiënte infrastructuur en milieu), op een manier die afwijkt van de formulering van haar PPG's voor 2014-2016 (verhoging van groei- en werkgelegenheidspotentieel; milieuduurzaamheid; economische en sociale samenhang en convergentie; klimaatactie); wijst erop dat de PPG's zijn afgestemd op de ontwikkeling van de economische omstandigheden en verzoekt de EIB in dit verband te waarborgen dat de twee horizontale doelstellingen, economische en sociale samenhang in de EU en klimaatactie, tezamen met het verwachte percentage ondertekenaars, verder worden versterkt;

14.  is echter van mening dat de presentatie van de activiteiten van de EIB in het activiteitenverslag 2014 niet volledig in overeenstemming is met de PPG's voor 2014; betreurt daarnaast het gebrek aan informatie over de bereikte resultaten van de verschillende financiële instrumenten van de EIB en van de initiatieven die in 2014 werden uitgevoerd; herinnert eraan dat de EIB bij het communiceren van informatie over haar activiteiten de nadruk niet moet leggen op de omvang van de investeringen, maar op de effecten ervan;

15.  verwacht dat de EIB zal bijdragen aan de tussentijdse herziening van de Europa 2020-strategie door informatie te presenteren over haar activiteiten en de bijdrage daarvan aan het bereiken van de doelstellingen van de strategie;

16.  verzoekt de EIB te overwegen om in 2015 een uitgebreider en analytisch verslag op te stellen over haar jaarlijkse activiteiten, waarin een adequate samenvatting wordt gegeven van de informatie van haar thematische verslagen en dat in hogere mate zou voldoen aan de vereisten van artikel 9 van de statuten van de EIB;

17.  is ingenomen met de nieuwe informatie die wordt verstrekt in het werkdocument over financiële instrumenten dat bij de ontwerpbegroting is gevoegd; betreurt echter het ontbreken van een algemeen overzicht van de jaarlijkse vastleggingen en betalingen aan de EIB en verwacht nadere details ter zake;

18.  benadrukt dat investeringen, structurele hervormingen en een solide begrotingsbeleid deel moeten uitmaken van een algemene strategie;

Stimuleren van jeugdwerkgelegenheid, innovatie en kmo's

19.  verwelkomt de uitvoering in 2014 van het EIB-initiatief "Skills and Jobs – Investing for Youth" en moedigt de EIB aan te blijven investeren in onderwijs, het opdoen van vaardigheden en banen voor jongeren; roept de EIB op uitgebreid verslag uit te brengen van de resultaten die bereikt zijn met haar initiatief Investing for Youth, onder meer door het gebruik van een indicator zoals duurzame werkgelegenheid die het gevolg is van specifieke maatregelen;

20.  verwelkomt de start in 2014 van een nieuwe reeks producten in het kader van InnovFin - EU finance for Innovators, die beschikbaar zijn voor innovatoren van elke omvang, alsmede de start van de adviesdienst van InnovFin voor grote O&O-projecten; wijst tevens op de start in 2014 van het nieuwe risicoverbeteringsmandaat van de EIB-groep;

21.  wijst erop dat de EIB in 2014 in totaal 225 verrichtingen heeft ondertekend voor de bevordering binnen de EU van innovatie en vaardigheden (62 verrichtingen voor O&O en innovatie, voor 9,6 miljard EUR, en 25 verrichtingen voor onderwijs en vaardigheden, voor 4,4 miljard EUR), en voor kmo's en midcaps (138 verrichtingen, voor 22,2 miljard EUR);

22.  wijst op de kapitaalverhoging van het EIF van 1,5 miljard EUR in 2014 en haar record aan investeringen in risicofinanciering voor kmo's ter hoogte van 3,3 miljard EUR, met een hefboomwerking van 14 miljard EUR aan kapitaal; verzoekt om de opneming van een algemeen en transparant overzicht van de EIF-verrichtingen in het EIB-jaarverslag;

23.  wijst erop dat de EIB-groep kmo- en midcapfinanciering kanaliseert via uiteenlopende financiële tussenpersonen, met als doel het verbeteren van voorwaarden voor en toegang tot financiering; roept de EIB dan ook op veel nauwer samen te werken met haar financiële tussenpersonen in de lidstaten en er bij hen op aan te dringen relevante informatie te verspreiden onder potentiële begunstigden, om een ondernemervriendelijk klimaat tot stand te brengen waarin kmo's gemakkelijker toegang tot financiering hebben;

24.  merkt op dat het voor kmo's in veel delen van Europa extreem moeilijk is om toegang krijgen tot de nodige financiering; is in dit verband ingenomen met de grotere nadruk die de EIB legt op de ondersteuning van kmo's; benadrukt het belang van de ondersteuning van partnerschappen en de versterking van steuninstrumenten door de EIB voor de financiering van de activiteiten van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en voor innovatieve startende ondernemingen; roept de EIB voorts op meer samen te werken met regionale openbare instellingen om de financieringsmogelijkheden voor kmo's te optimaliseren;

25.  is verheugd over de handelsbevorderende programma's van de EIB, in het bijzonder over de handelsfinancieringsfaciliteit voor kmo's, waardoor buitenlandse banken die handelsactiviteiten van kmo's financieren garanties krijgen, wat bijdraagt aan de heropleving van handelsstromen en aan het verlichten van liquiditeitsproblemen, en is ook verheugd over andere nieuwe projecten op het gebied van handelsfinanciering, gericht op landen die zwaar getroffen zijn door de economische crisis, of over financiële oplossingen op maat, zoals de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor financiële inclusie;

26.  verzoekt de EIB een doeltreffend communicatiebeleid te ontwikkelen voor het benaderen van potentiële particuliere begunstigden, als integraal onderdeel van haar adviesgevende functie; moedigt de EIB aan haar netwerk van bureaus in de EU te versterken en uit te breiden;

27.  betreurt het gebrek aan informatie in het activiteitenverslag 2014 over de uitvoering van de overeenkomst van juli 2014 tussen de Commissie en het EIF in het kader van het programma van de EU voor het concurrentievermogen van ondernemingen en voor kmo's (Cosme);

Bevordering van milieuduurzaamheid en klimaatactie

28.  wijst erop dat van de 84 milieuprojecten ondertekend in 2014 binnen de EU, voor in totaal 12,6 miljard EUR, een bedrag van 5,1 miljard EUR bestemd was voor duurzame vervoersprojecten, 3,7 miljard EUR voor projecten betreffende hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, en 3,8 miljard EUR voor projecten ter bescherming van het milieu; wijst er verder op dat de ondertekende verrichtingen voor de horizontale doelstelling "klimaatactie" goed waren voor 16,8 miljard EUR, of 24 % van de totale EIB-financiering binnen de EU;

29.  wijst erop dat de EIB-steun voor de ontwikkeling van capaciteit op het gebied van hernieuwbare energie in 2014 voor het grootste deel was geconcentreerd in de vijf grootste economieën van de EU, en dat slechts 42 miljoen EUR van de 4,5 miljard EUR voor hernieuwbare energieprojecten in de EU-28 werd besteed in de 13 nieuwe lidstaten; voegt daaraan toe dat een soortgelijke concentratie zich voordeed in de sector energie-efficiëntie, waar van het totaal van 2 miljard EUR slechts 148 miljoen EUR terechtkwam in de 13 nieuwe lidstaten; pleit ervoor om het aandeel van de toekomstige investeringen in hernieuwbare-energiecapaciteit en de energie-efficiëntiesector in nieuwe lidstaten geleidelijk te doen toenemen totdat deze investeringen in 2020 30 % uitmaken van de totale investeringen op deze terreinen; roept op tot meer inspanningen om verdere technische bijstand te verlenen aan nationale en regionale overheden ter verbetering van hun capaciteit om levensvatbare projecten voor te bereiden die meer investeringen in de energiesector mogelijk maken;

30.  verwelkomt de start in 2014 van nieuwe innovatieve instrumenten ter ondersteuning van klimaatactie, zoals het instrument Private Finance for Energy Efficiency en de Natural Capital Financing Facility, en verwacht dat de EIB over de uitvoering daarvan verslag zal uitbrengen in haar toekomstige activiteitenverslagen;

31.  steunt de inzet van de EIB voor de ondersteuning van initiatieven om de EU te helpen zowel een koploper te blijven als de eigen streefdoelen voor de koolstofmarkt te bereiken in verband met het Klimaat- en energiebeleidskader 2030, de 2050-strategie voor een koolstofarme economie en het VN-klimaatoverleg voor het vormgeven van een nieuw wereldwijd akkoord; roept op tot een herziening van het aandeel EIB-investeringen in klimaatactie, aangezien het aandeel van 25 % reeds is bereikt;

32.  wijst op het momentum voor de ontwikkeling van de groene obligatiemarkt en de voortrekkersrol van de EIB op dit gebied, met haar eigen groene obligaties en klimaatobligaties, als uiting van de interesse van investeerders in financiële producten voor duurzame, koolstofarme en klimaatbestendige groei; verzoekt de EIB haar emissienorm in 2016 te herzien in het licht van de EU 2050-strategie voor een koolstofarme economie;

33.  verwelkomt de publicatie in september 2015 van de klimaatstrategie van de EIB - Mobiliseren van financiering voor de overgang naar een koolstofarme en klimaatbestendige economie, en van het syntheseverslag over de evaluatie van de verrichtingen van de EIB ter financiering van klimaatactie (beperking) binnen de EU 2010-2014; roept ertoe op tegen 2017 de SMART-benadering (specifiek, meetbaar, haalbaar, realistisch en tijdgebonden) in de specifieke actieplannen toe te passen naar aanleiding van de EIB-klimaatstrategie;

Bevordering van economische en sociale cohesie en convergentie

34.  wijst erop dat 19,9 miljard EUR, of 29 % van de totale EIB-financiering binnen de EU in 2014, bestemd was voor verrichtingen ter ondersteuning van cohesie; betreurt echter dat er geen informatie is over het aantal projecten gesteund door de EIB-groep binnen de relevante sectoren of de financiële instrumenten of toegepaste initiatieven in verband met deze horizontale beleidsdoelstelling;

35.  benadrukt de doorslaggevende rol van het cohesiebeleid bij het verminderen van onevenwichtigheden tussen Europese regio's en het stimuleren van Europese integratie, en benadrukt in dit verband het cruciale belang van de resultaatgerichte benadering; dringt er bij de EIB op aan in haar toekomstige jaarverslagen gedetailleerde informatie op te nemen over de bijdrage en bereikte resultaten voor het uitvoeren van de doelstelling van het cohesiebeleid door middel van EIB-activiteiten;

36.  is verheugd over de grotere rol die de EIB-groep zal spelen bij de uitvoering van het cohesiebeleid in de programmeringsperiode 2014-2020; is ervan overtuigd dat dit een stap in de goede richting is om meer synergie te creëren tussen de EIB en de ESI-fondsen; dringt aan op de verbetering van haar activiteit overeenkomstig VWEU-Protocol nr. 28 betreffende economische, sociale en territoriale samenhang; meent dat het noodzakelijk is om de samenwerking tussen de Commissie, de EIB en lokale en regionale lichamen te versterken, om op die manier te waarborgen dat de financiële instrumenten ten behoeve van de territoriale ontwikkeling en het cohesiebeleid succesvol ingezet worden; is verheugd over het partnerschap tussen de Commissie en de EIB bij het opzetten van het adviesplatform fi-compass; is er vast van overtuigd dat er behoefte is aan vereenvoudiging van de regels inzake de steun die uit de ESI-fondsen wordt verleend aan financiële instrumenten van de EIB;

37.  is bijzonder blij met de financieringsactiviteit van de EIB ter ondersteuning van infrastructuur- en vervoerprojecten in de Europese regio's; benadrukt dat deze vormen van financiële ondersteuning de ontwikkelingskansen op het gebied van de handel aanzienlijk vergroten, doordat ze de groei en het concurrentievermogen stimuleren, vooral in gebieden met natuurlijke geografische beperkingen;

38.  wijst erop dat de EIB in 2014 binnen de EU 104 projecten heeft ondertekend voor de ontwikkeling van sociale en economische infrastructuur voor een totaalbedrag van 20,2 miljard EUR, waarvan strategische vervoersprojecten (waaronder TEN-T) goed waren voor 8,2 miljard EUR, concurrerende en veilige energieprojecten voor 7,5 miljard EUR, en stadsvernieuwingsprojecten (inclusief gezondheidszorg) voor 4,5 miljard EUR;

39.  benadrukt dat investeringen in duurzame infrastructuurprojecten essentieel zijn voor het verbeteren van het concurrentievermogen en het herstel van de groei en de werkgelegenheid in Europa; wenst daarom dat de EIB-financiering naar de gebieden gaat die het meest te kampen hebben met hoge werkloosheid, en dat meer sociale infrastructuurprojecten worden uitgevoerd; benadrukt dat de EIB-financiering vooral gericht moet zijn op landen die achterlopen wat betreft de kwaliteit en ontwikkeling van de infrastructuur, daarbij echter rekening houdend met het beginsel van goed financieel beheer en de levensvatbaarheid van projecten;

40.  betreurt dat zich tot nu toe talloze gevallen hebben voorgedaan waarin de EIB-financiering werd gebruikt ter ondersteuning van een reeks infrastructuurprojecten die financieel niet duurzaam waren, gelet op het openbaar belang en het klimaatbeleid; stelt met bezorgdheid vast dat de neiging bestaat om infrastructuren zoals snelwegen te financieren die het verbruik van fossiele brandstoffen stimuleren, hetgeen in strijd is met de langetermijndoelstellingen van de EU inzake een koolstofarme economie; verzoekt de EIB om in de selectieprocedure voor binnen en buiten de EU te financieren projecten de verplichting op te nemen dat een onafhankelijke ex-antebeoordeling van de ecologische, economische en sociale meerwaarde wordt verricht, en ervoor te zorgen dat de belanghebbenden, de lokale, regionale en nationale overheden en de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld effectief worden betrokken bij alle ex-ante- en ex-postbeoordelingen; vraagt voorts dat de resultaten van deze beoordelingen en de gebruikte indicatoren openbaar en volledig toegankelijk worden gemaakt;

41.  onderstreept dat de financiering van grote projecten de infiltratie door aan de georganiseerde misdaad gelieerde ondernemingen vaak vergemakkelijkt; betreurt dat de EIB de rondweg "Passante di Mestre" heeft gefinancierd, in verband waarmee een onderzoek naar belastingfraude wordt uitgevoerd; stelt met bezorgdheid vast dat de EIB geen gevolg heeft gegeven aan de desbetreffende verzoeken in het verslag over het jaarverslag 2013 over de bescherming van de financiële belangen van de EU – Fraudebestrijding; verzoekt de EIB nogmaals om elke vorm van financiering voor het project op te schorten;

42.  benadrukt het belang van regionale ontwikkeling en verzoekt de EIB de dialoog en de samenwerking met regionale en lokale autoriteiten, banken en agentschappen aan te halen; is van oordeel dat in dit verband tevens steun moet worden verleend aan grensoverschrijdende samenwerking;

43.  verzoekt de EIB meer steun te verlenen aan projecten die onder de macroregionale strategieën van de EU vallen; wijst op het belang van voortzetting van de steunverlening aan duurzame en innovatieve economische sectoren in de EU, alsmede aan traditionele sectoren; onderstreept dat er Europese verbindingen moeten worden gecreëerd door middel van intermodaal vervoer en lokale investeringen; dringt voorts aan op de totstandbrenging van financiële en investeringsplatforms om gelden uit verschillende bronnen te kunnen bundelen en de voor dergelijke macroregionale projecten benodigde investeringen aan te trekken;

Beheer van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)

44.  verwelkomt het nieuwe Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI); onderstreept dat het EFSI op een efficiënte, volledig transparante en eerlijke wijze moet functioneren overeenkomstig de criteria van zijn mandaat en verordening, en pleit voor nauwe samenwerking en toezicht op de EFSI-verrichtingen door het Europees Parlement en de Europese Rekenkamer; benadrukt dat de middelen van dit fonds een aantoonbare meerwaarde moeten bieden vergeleken met de gebruikelijke operaties die de EIB financiert; herinnert eraan dat het EFSI ook moet bijdragen aan de cohesie, en roept de EIB op de samenhang en aanvullendheid met investeringen van de Europese structurele en investeringsfondsen en andere openbare fondsen te waarborgen; verzoekt de EIB om het EFSI ten uitvoer te leggen en verder te ontwikkelen in nauwe samenwerking met de medewetgevers, onder meer via een tijdige en verplichte afronding van het hangende akkoord tussen het Parlement en de EIB;

45.  verwacht dat de doelen van het EFSI zullen aansluiten bij de PPG's van de EIB en dat de niveaus van EIB-investeringen voor 2016 ook aangepast zullen worden om de EFSI-verrichtingen te weerspiegelen;

46.  benadrukt dat het EFSI ten goede moet komen aan alle lidstaten, zonder sectorale en regionale toewijzing vooraf, en ook in overeenstemming moet zijn met lopende regionale of lokale investeringsinitiatieven; benadrukt dat EFSI-middelen ook ten goede moeten komen aan kleinschalige projecten;

47.  wijst op de uitdagingen van het opzetten en snel operationeel maken van een EFSI-pijplijn van strategische projecten; verwelkomt de invoering door de EIB van de Europese investeringsadvieshub, bedoeld om technische steun en deskundigheid te bieden voor potentiële projectuitvoerders; verwacht dat het instrument voor technische steun doeltreffend werkt op lokaal en regionaal niveau;

48.  beveelt aan dat lidstaten nationale stimuleringsbanken aanwijzen en dat nauwer wordt samengewerkt tussen de EIB en nationale stimuleringsbanken, financiële instellingen en investeringsplatforms, teneinde deskundigheid en kennis bijeen te brengen en te delen en om de acties van de EIB beter af te stemmen op de beleidsprioriteiten van de lidstaten; wijst op de noodzaak van volledige transparantie en het verlenen van prioriteit aan resultaatgerichtheid wanneer nationale stimuleringsbanken en instellingen bij EFSI-projecten worden betrokken;

49.  roept de EIB op te verzekeren dat het EFSI niet wordt gebruikt als een impliciete kapitaalverhoging van de EIB; roept de EIB er derhalve toe op haar betrokkenheid bij het EFSI geregeld te controleren en aan te tonen dat aan de voorwaarden van artikel 5, lid 1 van Verordening (EU) nr. 2015/1017 is voldaan en dat er met name geen sprake is van verdringing van private financieringsbronnen;

50.  is bezorgd dat veel projecten die zijn geselecteerd tijdens de "warehousing"-fase waarschijnlijk ook onder normale voorwaarden gefinancierd zouden zijn en niet voldoen aan het vereiste van aanvullendheid; herinnert eraan dat de EFSI-garantie tot doel had om de EIB in staat te stellen meer risico te nemen maar wel haar triple A-rating te behouden; benadrukt de naleving van dit criterium uiterst nauwlettend in het oog te zullen houden;

51.  verwacht van de EIB-groep dat zij vooral toeziet op de naleving van artikel 140, lid 6, van het Financieel Reglement waarin is vastgelegd dat financieringsinstrumenten "geen ongerechtvaardigde voordelen mogen genereren, met name in de vorm van ongerechtvaardigde dividenden of winst voor derden", gezien de vrees dat het EFSI op enigerlei wijze zou kunnen bijdragen aan de "socialisering van risico's en de privatisering van winsten" na ervaringen met financieringen zoals het Castor-project in Spanje en het Passante di Mestre-project in Italië;

Initiatief voor projectobligaties (PBI)

52.  overwegende dat het initiatief voor projectobligaties (PBI) grondig moet worden beoordeeld voor wat betreft de financiële, sociale en milieugevolgen ervan; dringt er bij de Commissie op aan een inclusief en open overlegproces op EU-niveau op te zetten, met de actieve deelname van vertegenwoordigers van het Europees Parlement, inzake de toekomst van projectobligaties voor de periode 2016-2020, voordat de huidige PBI-proeffase is voltooid;

Actualisering van de externe dimensie van EIB-interventies

53.  verwelkomt het vernieuwde mandaat van de EIB voor externe kredietverstrekking voor 2014-2020, waarmee een EU-garantie wordt geleverd voor de externe verrichtingen van de EIB ter hoogte van 30 miljard EUR, naast de kerndoelstellingen, te weten ontwikkeling van de lokale particuliere sector en van de sociale en economische infrastructuur, alsmede aanpassing aan en beperking van klimaatverandering;

54.  verzoekt de EIB aandacht te besteden aan derde landen en regio's buiten de EU die gebukt gaan onder conflicten en extreme armoede, met als belangrijkste doelstelling de ontwikkelingskloof tussen de EU en deze regio's te verkleinen en bij te dragen aan steunprogramma's voor kmo's in handelspartnerlanden, onder meer door afdoende financiering voor de faciliteit voor kleine en middelgrote ondernemingen van de diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA), waarbij speciale nadruk wordt gelegd op de nabuurschapslanden van het zuidelijke Middellandse Zeegebied en Oost-Europa; verzoekt de EIB om zich samen met de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB) toe te leggen op de financiering van langetermijninvesteringen ten behoeve van economische ontwikkeling; is verheugd over het feit dat EU-subsidies steeds meer gecombineerd worden met EIB-kredietverlening om betere projectresultaten te behalen in de partnerlanden van de EU;

55.  dringt er bij de EIB op aan actief te blijven ijveren voor duurzame groei in zowel de industrielanden als de ontwikkelingslanden, teneinde duurzame ontwikkeling overal ter wereld te ondersteunen; benadrukt dat er voor de EIB, als de financiële tak van de Unie, een rol is weggelegd bij de verwezenlijking van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling; dringt erop aan dat in de ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015 specifiek aandacht wordt besteed aan de tussentijdse herziening in 2016 van het EIB-mandaat voor kredietverlening in derde landen;

56.  moedigt de EIB aan de omvattende aanpak te ontwikkelen en toe te passen die nodig is als antwoord op de zware uitdagingen veroorzaakt door de stroom migranten naar Europa, met inbegrip van versterkte operaties in landen van herkomst, alsmede in landen die grenzen aan landen van herkomst;

57.  verzoekt de EIB in dit verband haar activiteiten te concentreren op de ondersteuning van investeringsbehoeften voor de stedelijke, gezondheids-, onderwijs- en sociale infrastructuur, het stimuleren van economische activiteiten waarmee nieuwe banen worden gecreëerd, en de bevordering van grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en derde landen;

58.  wijst erop dat de EIB een belangrijke actor is voor het bevorderen van de prioriteiten en doelstellingen van het buitenlands beleid van de EU; beveelt aan de coördinatie en samenwerking tussen de EIB en de externe beleidsdiensten en -instrumenten van de EU te versterken; roept op tot voortzetting en verbetering van de stelselmatige beoordelingen vooraf en achteraf van de economische, sociale en milieugevolgen van door de EIB ondersteunde projecten afgezet tegen de EDEO-doelstellingen en de algemene beginselen die ten grondslag liggen aan het externe optreden van de Unie zoals opgenomen in artikel 21 VEU en het strategisch EU-kader en het actieplan voor mensenrechten; verzoekt om een uitvoerig verslag over de eventuele verliezen die bij investeringen buiten de EU geleden zijn en over de wijze waarop en de gevallen waarin het garantie-instrument is gebruikt; is ingenomen met het feit dat de EIB een aantal seminars heeft gehouden over ondernemen en mensenrechten;

59.  verzoekt de EIB om het Parlement en het publiek gedetailleerde informatie te verstrekken over haar financiering en over de prestaties van de Zakenombudsman in Oekraïne;

60.  is ingenomen met de oplossing die in samenwerking met de Wereldbank is uitgewerkt waardoor de EIB kan helpen om het Oekraïne makkelijker te maken gas aan te kopen;

61.  spreekt zijn voornemen uit de tenuitvoerlegging van het externe mandaat van de EIB nauwlettend te volgen voorafgaand aan de tussentijdse herziening, rekening houdend met de mogelijke activering van een aanvullend bedrag van 3 miljard EUR; bevestigt zijn toezegging om de eerste "rapporten over de voltooiing van projecten", die zullen worden gepubliceerd in het kader van het nieuwe mandaat voor externe kredietverlening voor de periode 2014-2020, grondig te bestuderen; vraagt dat de Europese Rekenkamer een speciaal verslag opstelt over de prestaties van de externe leenactiviteiten van de EIB en de aansluiting ervan op het EU-beleid;

Versterking van het kader van de EIB voor beheer, transparantie en controle

62.  is verheugd over de hoge kwaliteit van de activa van de EIB, met een aandeel probleemkredieten van bijna 0 % (0,2 %) van de totale kredietportefeuille, en over het verstandige liquiditeitenbeheer door de EIB; acht het van wezenlijk belang dat de EIB haar triple A-kredietrating handhaaft, om haar toegang tot internationale kapitaalmarkten onder de beste financieringsvoorwaarden te behouden;

63.  stelt voor dat de EIB haar capaciteiten voor sectorale analyse versterkt en geaggregeerde statistische gegevens en informatie over deelprojecten publiceert, om een gerichte benadering van bepaalde sectoren of types kmo's mogelijk te maken; benadrukt dat in het jaarverslag van de EIB een vollediger en meer gedetailleerde lijst moet worden opgenomen van de investeringsbehoeften per activiteitensector in de Unie, zodat kan worden nagegaan waar onvoldoende geïnvesteerd wordt ten opzichte van de prioriteiten van de EU; is van mening dat de EIB moet beoordelen in hoeverre haar investeringsinstrumenten deze leemten kunnen opvullen.

64.  benadrukt het belang dat de EIB hecht aan haar beleid van nultolerantie voor fraude, corruptie en samenspanning, en haar inzet voor integriteit en ethische regels; verwelkomt in dit verband de goedkeuring door de EIB-directie van een bijgewerkt fraudebestrijdingsbeleid en het jaarverslag 2014 van de EIB-groep over fraudebestrijdingsactiviteiten; verwacht dat de EIB geen verdere leningen verstrekt aan projecten waarnaar nationale of Europese corruptieonderzoeken lopen;

65.  verwelkomt de goedkeuring van een herzien kader van de EIB-groep ter bestrijding van witwassen van geld en van de financiering van terrorisme (AML-CFT) in juli 2014; moedigt de EIB aan om met het maatschappelijk middenveld de dialoog aan te gaan over de verbetering van haar beleid met betrekking tot niet-coöperatieve rechtsgebieden (NCJ); verzoekt de EIB een nieuw beleid gericht op verantwoordelijke belastingheffing op te stellen, uitgaande van de evaluatie van haar NCJ-beleid in 2016; verzoekt de EIB zowel directe financiering als financiering via tussenpersonen afhankelijk te stellen van de openbaarmaking van fiscaal relevante gegevens per land overeenkomstig de RKV IV-bepaling voor kredietinstellingen alsook van de openbaarmaking van informatie over de uiteindelijke begunstigden;

66.  verzoekt de EIB om, in de context van de beoordeling vooraf van ondernemingen die het voorwerp van een gerechtelijk onderzoek vormen, haar beleid inzake de bestrijding van witwaspraktijken en van de financiering van terrorisme en georganiseerde misdaad te actualiseren;

67.  neemt kennis van het verslag over de uitvoering van het transparantiebeleid van de EIB in 2014; dringt erop aan dat het hoogste niveau van transparantie en institutionele controleerbaarheid bereikt wordt door toe te zien op de proactieve openbaarmaking van uitgebreide en correcte budgettaire informatie en op toegang tot financiële gegevens in verband met projecten die door de EIB zijn gefinancierd;

68.  vraagt dat met betrekking tot het systeem van hoofd- en onderaannemers de hoogst mogelijke transparantie en bekendmaking worden toegepast en dat in ieder geval de toegang van het Parlement tot informatie en financiële documentatie hierover wordt gegarandeerd;

69.  moedigt de EIB aan zich strikt te houden aan de vereisten in verband met het openbare register van milieudocumenten krachtens Verordening (EG) nr. 1367/2006 (Aarhus-verordening), en regelmatig verslag uit te blijven brengen van haar kredietverleningsactiviteiten buiten de EU, overeenkomstig de normen van het internationaal initiatief inzake transparantie van ontwikkelingshulp (IATI);

70.  wijst er nogmaals op dat de EIB haar activiteiten inzake zorgvuldigheid moet versterken, om de kwaliteit van de informatie over uiteindelijke begunstigden te verbeteren, en op doeltreffender wijze te voorkomen dat transacties plaatsvinden met financiële tussenpersonen met een negatieve score op het gebied van transparantie, fraude, corruptie, georganiseerde misdaad, witwassen van geld en activiteiten die schadelijke sociale en milieugevolgen hebben, of die zijn geregistreerd in offshore financiële centra of belastingparadijzen en gebruik maken van agressieve belastingontwijkingspraktijken; roept de EIB op om het projectobligatie-initiatief niet te gebruiken ter financiering van activiteiten die geïnfiltreerd zijn door de georganiseerde misdaad; benadrukt nogmaals dat de EIB samen met de Commissie een openbare lijst van strenge criteria voor de selectie van financiële tussenpersonen moet opstellen;

71.  roept de EIB op striktere regels inzake belangenconflicten en duidelijke, strenge en transparante criteria op te stellen voor publiek-private partnerschappen die financiering ontvangen, om ervoor te zorgen dat niet alleen het investeringsdeel van de projecten billijk wordt verdeeld over de publieke en de private partners, maar ook de risico's van de investeringen, teneinde het openbaar belang te beschermen; vraagt de EIB om te zorgen voor meer knowhow als basis voor participatie van regeringen, regio's en gemeenten in PPP-structuren, onder meer door ze richtsnoeren te verstrekken;

72.  verzoekt de EIB ervoor te zorgen dat van ondernemingen die deelnemen aan projecten met medefinanciering van de EIB gevraagd wordt de beginselen van gelijke beloning en transparante lonen te onderschrijven, alsook het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen, zoals bepaald in Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep; wijst er bovendien op dat de EIB bij haar besluiten over te financieren projecten rekening moet houden met de maatregelen die de kandidaat-ondernemingen hebben getroffen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen;

73.  is van mening dat het nuttig zou zijn om regelmatig op de hoogte te worden gehouden over de door de EIB te betalen beheerskosten en vergoedingen en over het effect van de gefinancierde projecten op het vlak van werkgelegenheid en economische meerwaarde;

74.  beveelt de EIB aan op haar website documenten te publiceren die niet vertrouwelijk zijn, zoals de werkprogramma's voor eerdere jaren, interinstitutionele akkoorden en memoranda, en andere relevante akkoorden, en om de notulen van de vergaderingen van de bestuursorganen van de EIB op regelmatige basis openbaar te maken, met ingang van januari 2016; is van mening dat betere publieke toegang tot documenten een essentieel aspect van de transparantie, controleerbaarheid en integriteit van de instelling is;

75.  verwelkomt het proces van herziening van het beleid inzake het klachtenmechanisme van de EIB, dat in september 2015 is gestart, alsmede de openbare raadpleging ten behoeve van relevante belanghebbenden; verwacht dat de lopende herziening van het klachtenmechanisme de onafhankelijkheid en doeltreffendheid ervan zal versterken en verbeteren en eveneens zal bijdragen aan grotere doeltreffendheid en efficiency van de dienst belast met het klachtenmechanisme; verzoekt de directie van de EIB de aanbevelingen van deze dienst over te nemen en de adviezen van de Europese Ombudsman ter harte te nemen; pleit voor een gestage informatiestroom tussen het bureau van het EIB-klachtenmechanisme en de raad van bestuur van de EIB; is van mening dat het memorandum van overeenstemming tussen de EIB en de Europese Ombudsman geactualiseerd moet worden zodat de Ombudsman de EIB actiever kan controleren en de toezichtprocedures en de controleerbaarheid van de EIB verder kunnen worden verbeterd;

76.  verwelkomt de jaarverslagen voor het begrotingsjaar 2014 van het controlecomité van de EIB, en dringt er bij de verantwoordelijke EIB-organen op aan volledige naleving te waarborgen van de beste zorgvuldige bankpraktijken op de gebieden waarop de naleving in 2014 niet volledig was; neemt kennis van het voornemen van het EIB-bestuur om de controlefuncties van de EIB te reorganiseren; steunt het verzoek van het controlecomité voor een uitvoeringsplan ter zake en herhaalt zijn voornemen om de ontwikkelingen nauwlettend te volgen; steunt de waarschuwing van het controlecomité aan het bestuur en de diensten van de EIB dat de EIB haar capaciteit moet handhaven en het huidige interne controlekader niet moet verzwakken;

77.  is van mening dat in de jaarverslagen van de EIB meer nadruk moet worden gelegd op de resultaten van voltooide projecten; verzoekt de EIB in dit verband om samen met de projectpartners een reeks resultaten per voltooid project te produceren om de doeltreffendheid van de EIB-financiering te beoordelen;

78.  wijst erop dat de in artikel 287, lid 3 VWEU genoemde tripartiete regeling voor de samenwerking tussen de EIB, de Commissie en de Rekenkamer inzake de controle door de Rekenkamer van de activiteiten die de EIB uitvoert in verband met het beheer van de middelen van de Unie en van de lidstaten, op 27 oktober 2015 zal aflopen; roept de drie instellingen op samen te werken aan het proces van hernieuwing en actualisering van deze regeling, en te waarborgen dat de hernieuwde regeling reeds bestaande en nieuwe EIB-instrumenten of initiatieven omvat waarmee openbare middelen van de EU of het Europees Ontwikkelingsfonds gemoeid zijn; wenst in dit verband dat de Europese Rekenkamer meer bevoegdheden krijgt om de leenpraktijken, instrumenten en initiatieven van de EIB die rechtstreeks te maken met het gebruik van kredieten van de EU-begroting grondiger te kunnen evalueren en daar verslag over te kunnen uitbrengen;

Volledige parlementaire controleerbaarheid

79.  is van mening dat de complexer wordende en toenemende activiteiten van de EIB, tezamen met de aanhoudende onzekerheden op de financiële markten, het des te noodzakelijker maken om oplossingen te vinden voor de invoering van doeltreffend prudentieel toezicht op de EIB; betreurt daarom dat de eerder naar voren gebrachte voorstellen van het Parlement voor de invoering van extern prudentieel regelgevingstoezicht noch door de Commissie, noch door de EIB in overweging zijn genomen;

80.  steunt de inspanningen die de betrokken partijen hebben verricht voor het opstellen van een interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement en de EIB, dat voorziet in versterkte samenwerking tussen de twee instellingen; roept bovendien op tot een geregelde gestructureerde dialoog tussen de voorzitter van de EIB en het Europees Parlement teneinde het parlementaire toezicht op de EIB-activiteiten te vergroten; roept de EIB voorts op om in het kader van dit interinstitutionele akkoord een overeenkomst te sluiten met het Parlement zodat de leden van het Parlement rechtstreeks vragen kunnen stellen aan de EIB-voorzitter, die binnen een overeengekomen termijn moet reageren, zoals reeds het geval is met de president van de ECB;

°

°  °

81.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Investeringsbank en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

20.11.2015

ADVIES van de Commissie internationale handel

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake de Europese Investeringsbank (EIB) - Jaarverslag 2014

(2015/2127(INI))

Rapporteur voor advies: Yannick Jadot

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  verzoekt de Commissie in samenwerking met de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) een kader uit te werken voor de jaarlijkse rapportage van de EIB over haar werkzaamheden buiten de EU met betrekking tot de naleving van de algemene beginselen die de leidraad vormen voor het extern optreden van de Unie, als bedoeld in artikel 21 VEU en in het strategisch kader en actieplan van de EU voor mensenrechten; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de projecten die door de EIB worden ondersteund in overeenstemming zijn met het EU-beleid en de Europese belangen eerbiedigen, en pleit voor verbeterde controles achteraf ter beoordeling van de effecten van door de EIB gesteunde projecten op economisch, sociaal en milieuvlak ten opzichte van de doelstellingen van de EDEO; verzoekt om een uitvoerig verslag over de eventuele verliezen die bij investeringen buiten de EU geleden zijn en over de wijze waarop en de gevallen waarin het garantie-instrument is gebruikt;

2.  verzoekt de EIB meer aandacht te besteden aan de gevolgen van haar werkzaamheden voor de mensenrechten en de arbeidsrechten, en haar beleid inzake sociale normen verder uit te werken tot een mensenrechtenbeleid op het gebied van bankieren; stelt met het oog daarop voor dat de EIB mensenrechtenbenchmarks opneemt in haar projectevaluaties;

3.  stelt elk initiatief van de EIB op prijs waarbij de transparantie wordt vergroot en er meer wordt overlegd met belanghebbende partijen, en waardeert in het bijzonder de openbare raadpleging van het EIB met betrekking tot klimaatactie; prijst het werk dat de EIB tot nu toe op het gebied van een actief klimaatbeleid heeft verricht, onder meer door 19,1 miljard EUR uit te trekken voor de ondersteuning van klimaatactieprojecten; is van mening dat de EIB haar leiderspositie op het gebied van klimaat verder kan uitbouwen; kijkt uit naar de actualisering van de EIB-klimaatstrategie buiten de EU, en verwacht een actieplan waarin een toename van het aantal klimaatgerelateerde projecten in haar portfolio wordt beschreven; verzoekt de EIB jaarlijks verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van haar klimaatbeleid;

4.  dringt er bij de EIB op aan actief te blijven ijveren voor duurzame groei in zowel de industrielanden als de ontwikkelingslanden, teneinde duurzame ontwikkeling overal ter wereld te ondersteunen; benadrukt dat er voor de EIB, als de financiële arm van de Unie, een rol is weggelegd bij de verwezenlijking van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling; dringt erop aan dat in de ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015 bijzondere aandacht wordt besteed aan de tussentijdse herziening in 2016 van het EIB-mandaat voor kredietverlening in derde landen;

5.  verzoekt de EIB haar emissienormen in 2016 te herzien en de emissiedrempels te verlagen tot 350g CO2/kWh, zodat alleen de op fossiele brandstoffen draaiende energiecentrales die het meest efficiënt zijn ondersteund worden;

6.  pleit ervoor dat de kredietverlening wordt gericht op kleinschaligere, niet aan het net gekoppelde, gedecentraliseerde hernieuwbare-energieprojecten waarbij burgers en gemeenschappen betrokken zijn, en dat het beginsel "energie-efficiëntie eerst" wordt opgenomen in alle beleidsmaatregelen en acties van de EIB;

7.  is ingenomen met het feit dat de EIB een aantal seminars heeft gehouden over ondernemen en mensenrechten;

8.  verzoekt de EIB met klem meer gebruik te maken van het feit dat zij onderworpen is aan de sociale, milieu- en mensenrechtenvoorschriften en de rechtsmechanismen van de EU en op grond daarvan haar inhoudelijke en procedurele verantwoordelijkheid ten opzichte van externe belanghebbenden te vergroten;

9.  prijst de hoge mate van transparantie die door de EIB is bereikt; raadt aan de transparantie met betrekking tot de beoordeling van de economische en sociale gevolgen van de EIB-leningen via intermediairs te blijven verbeteren;

10.  herinnert eraan dat kmo's de ruggengraat van de Europese economie vormen; benadrukt dat meer dan 600 000 kmo's, die samen meer dan 6 miljoen mensen in dienst hebben, instaan voor een derde van de totale uitvoer van de EU; onderstreept dat toegang tot financiering een van de meest dringende problemen voor kmo's in de EU is en verzoekt de EIB derhalve ervoor te zorgen dat kmo's tot de hoofdbegunstigden van haar financiering behoren;

11.  pleit ervoor dat de interne EIB-afdeling voor klachtenregeling een onderzoek start naar de transparantie, de doeltreffendheid en de ontwikkelingseffecten van de via intermediairs verstrekte EIB-leningen en dat de EIB op grond van de resultaten van dit onderzoek een lijst van criteria opstelt voor de selectie van financiële intermediairs;

12.  verzoekt de EIB om het Parlement en het publiek gedetailleerde informatie te verstrekken over haar financiering en over de prestaties van de Zakenombudsman in Oekraïne;

13.  verzoekt de EIB zich te onthouden van samenwerking met financiële intermediairs die een negatieve staat van dienst hebben op het gebied van transparantie, belastingontduiking of praktijken van agressieve fiscale planning, of die andere schadelijke fiscale praktijken hanteren, zoals fiscale rulings, oneigenlijke verrekenprijzen, fraude en corruptie, of een nadelige invloed hebben op de maatschappij en het milieu, of wier eigen plaatselijke inbreng te verwaarlozen is;

14.  prijst de EIB voor haar inzet ten gunste van kmo's en tegen de discriminatie van kleinere economische actoren, en verzoekt de EIB ervoor te zorgen dat kmo's daadwerkelijk toegang krijgen tot financiering afkomstig van de externe leencapaciteit van het EIF en de EIB; stelt voor om de als intermediair optredende banken die EIB-middelen uitgeven via globale leningen te onderwerpen aan vereisten voor een proactief beleid met betrekking tot kmo's en micro-ondernemingen, zodat voor samenhang gezorgd wordt met maatregelen uit het EU-ontwikkelingsbeleid die tot doel hebben de informele economie te formaliseren; is verheugd over de handelsbevorderende programma's van de EIB, in het bijzonder over de handelsfinancieringsfaciliteit voor kmo's, waardoor buitenlandse banken die handelsactiviteiten van kmo's financieren garanties krijgen, wat bijdraagt aan de heropleving van handelsstromen en aan het verlichten van liquiditeitsproblemen, en is ook verheugd over andere nieuwe projecten op het gebied van handelsfinanciering, gericht op landen die zwaar getroffen zijn door de economische crisis, of over financiële oplossingen op maat, zoals de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor financiële inclusie;

15.  is bijzonder blij met de financieringsactiviteit van de EIB ter ondersteuning van infrastructuur- en vervoerprojecten in de Europese regio's; benadrukt dat deze vormen van financiële ondersteuning de ontwikkelingskansen op het gebied van de handel aanzienlijk vergroten, doordat ze de groei en het concurrentievermogen stimuleren, vooral in gebieden met natuurlijke geografische beperkingen;

16.  verzoekt de EIB ervoor te zorgen dat van ondernemingen die deelnemen aan projecten met medefinanciering van de EIB gevraagd wordt de beginselen van gelijke beloning en transparante lonen te onderschrijven, alsook het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen, zoals vastgesteld in Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep; wijst er bovendien op dat de EIB bij haar besluiten over te financieren projecten rekening moet houden met de maatregelen die de kandidaat-ondernemingen hebben getroffen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen;

17.  is van mening dat de financiering van de faciliteit voor kleine en middelgrote ondernemingen van de diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA), waarbij 200 miljoen EUR over tien jaar tijd in drie verschillende landen van het Oostelijk Partnerschap verstrekt wordt via de Europese Bank voor wederopbouw en ontwikkeling (EBWO) en de EIB, onvoldoende is gezien het belang van de doelstelling om via deze faciliteit voor hoogwaardige werkgelegenheid en duurzame groei te zorgen;

18.  verzoekt de EIB om de voor de ontwikkelingslanden bestemde middelen gericht in te zetten voor de ontwikkeling van infrastructuur en zich samen met de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB) toe te leggen op de financiering van langetermijninvesteringen in functie van economische ontwikkeling;

19.  is ingenomen met de oplossing die in samenwerking met de Wereldbank is uitgewerkt waardoor de EIB kan helpen om het Oekraïne makkelijker te maken gas aan te kopen;

20.  verzoekt de EIB de financiële middelen op te krikken door partnerschappen aan te gaan met anderen en door EU-subsidies te combineren met EIB-leningen;

21.  is van mening dat de bijdrage van het EIB aan steunprogramma's voor kmo's in handelspartnerlanden van het oostelijke en zuidelijke nabuurschap erop gericht moet zijn het voor die ondernemingen makkelijker te maken deel te nemen aan Europese waardeketens; wijst erop dat de werkwijze om zich op plaatselijke financiële markten te verlaten op partnerbanken problematisch kan zijn voor de toegang van kmo's tot financiering in landen zoals Oekraïne, waar de plaatselijke rentetarieven zeer hoog zijn;

22.  verzoekt de EIB om, in de context van de beoordeling vooraf van ondernemingen die het voorwerp van een gerechtelijk onderzoek vormen, haar beleid inzake de bestrijding van witwaspraktijken en de financiering van terrorisme en georganiseerde misdaad bij te stellen en een nieuw beleid gericht op verantwoordelijke belastingheffing tot stand te brengen, te beginnen met een herziening van haar beleid inzake niet-coöperatieve rechtsgebieden (NCJ-beleid) in 2016;

23.  verzoekt de EIB ervoor te zorgen dat haar mandaat voldoende flexibiliteit blijft bieden om te kunnen inspelen op verstorende ontwikkelingen in het buitenland en haar externe financiering ten behoeve van de oostelijke en zuidelijke mediterrane buurlanden van de EU in tijden van crisis te kunnen verhogen;

24.  pleit ervoor dat de EIB zowel rechtstreekse financiering als financiering via intermediairs laat afhangen van de openbaarmaking van fiscaal relevante gegevens per land, overeenkomstig de bepaling inzake kredietinstellingen uit de CRD IV (richtlijn kapitaalvereisten);

25.  verzoekt de EIB gegevens te verzamelen over de belastingbetalingen die voortvloeien uit haar investeringen en kredietverstrekking, met name over de belasting op ondernemingswinsten en in het bijzonder in ontwikkelingslanden, en deze gegevens jaarlijks te analyseren en te publiceren;

26.  is van mening dat een verdere uitbreiding van de taken en verantwoordelijkheden van de EIB gepaard moet gaan met een evenredige verhoging van het kapitaal van de bank.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

19.11.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Maria Arena, Tiziana Beghin, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Marielle de Sarnez, Santiago Fisas Ayxelà, Christofer Fjellner, Eleonora Forenza, Karoline Graswander-Hainz, Ska Keller, Gabrielius Landsbergis, David Martin, Emmanuel Maurel, Alessia Maria Mosca, Franck Proust, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Adam Szejnfeld, Hannu Takkula

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Klaus Buchner, Nicola Danti, Edouard Ferrand, Agnes Jongerius, Seán Kelly, Fernando Ruas, Marita Ulvskog

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Beatriz Becerra Basterrechea, Edward Czesak, Rosa D’Amato, Dario Tamburrano, Janusz Wojciechowski

10.12.2015

ADVIES van de Begrotingscommissie

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake de Europese Investeringsbank (EIB) - Jaarverslag 2014

(2015/2127(INI))

Rapporteur voor advies: Eider Gardiazabal Rubial

SUGGESTIES

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  verwelkomt de oprichting van het Europees Fonds voor strategische investeringen en dringt er bij de EIB op aan te waarborgen dat de financieringsverrichtingen van dit fonds een aanvulling vormen op de lopende EU-programma's en de traditionele EIB-activiteiten; is bezorgd dat veel projecten die zijn geselecteerd tijdens de "warehousing"-fase waarschijnlijk ook onder normale voorwaarden gefinancierd zouden zijn en niet voldoen aan het vereiste van aanvullendheid; herinnert eraan dat de EFSI-garantie tot doel had om de EIB in staat te stellen meer risico te nemen maar wel haar triple A-rating te behouden; benadrukt de naleving van dit criterium uiterst nauwlettend in het oog te zullen houden; benadrukt dat er meer transparantie nodig is, waarvoor betere verslagleggingspraktijken vereist zijn; verzoekt de EIB daarnaast op transparante en degelijke wijze gebruik te maken van het scorebord;

2.  verwelkomt de samenwerking tussen de EIB en nationale stimuleringsbanken en –instellingen (NPBI's), met name in het kader van het EFSI, gezien hun specifieke capaciteiten en kennis op het gebied van de financiering van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en innovatieve start-ups; wijst op de noodzaak van volledige transparantie en het verlenen van prioriteit aan resultaatgerichtheid wanneer NPBI's bij EFSI-projecten worden betrokken;

3.  benadrukt dat kmo's de ruggengraat van de Europese economie vormen en de belangrijkste bestemming moeten blijven van de leenactiviteiten van de EIB door instrumenten zoals de handelsfinancieringsfaciliteit voor kmo's of financiële oplossingen op maat, waaronder de garantiefaciliteit voor kmo's InnovFin, te handhaven;

4.  is ingenomen met de nieuwe informatie die wordt verstrekt in het werkdocument over financiële instrumenten dat bij de ontwerpbegroting is gevoegd; betreurt echter het ontbreken van een algemeen overzicht van de jaarlijkse vastleggingen en betalingen aan de EIB en verwacht nadere details ter zake;

5.  benadrukt dat een gebrek aan geografisch evenwicht voorkomen moet worden bij de leenactiviteiten van de EIB en om te zorgen voor een bredere geografische en sectorale spreiding van de toewijzingen;

6.  verwacht van de EIB-groep dat zij vooral toeziet op de naleving van artikel 140, lid 6, van het Financieel Reglement waarin is vastgelegd dat financieringsinstrumenten "geen ongerechtvaardigde voordelen mogen genereren, met name in de vorm van ongerechtvaardigde dividenden of winst voor derden", gezien bepaalde angsten dat het EFSI op enigerlei wijze zou kunnen bijdragen aan de "socialisering van risico's en de privatisering van winsten" na ervaringen met financieringen zoals het Castor-project in Spanje en het Passante di Mestre-project in Italië;

7.  is van mening dat behalve van de EIB en de NPBI's ook de betrokkenheid van alle belangrijke spelers nodig is om de uiteenlopende behoeften en marktvoorwaarden in de lidstaten aan te pakken en echte additionaliteit te genereren;

8.  moedigt de EIB sterk aan om alle middelen te gebruiken, waaronder de Europese investeringsadvieshub, om de deelname van NPBI's aan de financiële instrumenten die de EIB moet uitvoeren actief te bevorderen; verwacht met name dat NPBI's, of verenigingen daarvan, een redelijke aantal projecten bijdragen, en het niet bij financiering laten;

9.  spreekt zijn voornemen uit de tenuitvoerlegging van het externe mandaat van de EIB nauwlettend te volgen voorafgaand aan de tussentijdse herziening, rekening houdend met de mogelijke activering van een aanvullend bedrag van 3 miljard EUR; bevestigt zijn toezegging om de eerste "rapporten over de voltooiing van projecten", die zullen worden gepubliceerd in het kader van het nieuwe mandaat voor externe kredietverlening voor de periode 2014-2020, grondig te bestuderen;

10.  pleit in dit verband voor de uitbreiding van het externe mandaat van de EIB om de uitdagingen waarmee de EU te kampen heeft het hoofd te kunnen bieden; benadrukt het belang van de financieringsactiviteiten van de EIB in de landen van het oostelijk en zuidelijk nabuurschap; wijst erop dat de belangrijkste financieringsactiviteiten tevens gericht moeten zijn op de aanpak van zowel dringende behoeften als uitdagingen voor de langere termijn, zoals de heropbouw van infrastructuur, het garanderen van toereikende huisvesting en infrastructuur van noodhulpdiensten, en de bestrijding van jeugdwerkloosheid;

11.  spoort de EIB aan haar activiteiten meer gewicht te geven om bij te dragen aan de aanpak van de externe dimensie en de onderliggende oorzaken van de huidige vluchtelingen- en migratiecrisis; verzoekt de EIB in dit verband haar activiteiten te concentreren op de ondersteuning van investeringsbehoeften voor de stedelijke, gezondheids-, onderwijs- en sociale infrastructuur, het stimuleren van economische activiteiten waarmee nieuwe banen worden gecreëerd, en de bevordering van grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en derde landen;

12.  steunt ten volle een doeltreffende controle in de beginstadia van het selectieproces van de EIB om na te gaan of alle project in overeenstemming zijn met de doelstellingen en het beleid van de EU, zodat alleen projecten in de pijplijn terecht komen die volledig aan de eisen voldoen. verzoekt de EIB de transparantie en toegang tot informatie verder te vergroten, zowel intern als voor het publiek, met name ten aanzien van de selectie, controle en evaluatie van de activiteiten en programma's; vraagt tevens dat zoveel mogelijk informatie wordt gepubliceerd over het systeem van aanbesteding en onderaanbesteding en dat het Europees Parlement in elk geval inzage krijgt in de desbetreffende informatie en financiële documentatie;

13.  wijst op de dramatisch hoge werkloosheidscijfers in veel lidstaten, vooral onder jongeren, en dringt er bij de Europese Investeringsbank op aan bij de tenuitvoerlegging van haar beleid rekening te houden met dit aspect;

14.  benadrukt dat in het jaarverslag van de EIB een vollediger en meer gedetailleerde lijst moet worden opgenomen van de investeringsbehoeften per activiteitensector in de Unie, zodat kan worden nagegaan waar onvoldoende geïnvesteerd wordt ten opzichte van de prioriteiten van de EU; is van mening dat de EIB moet beoordelen in hoeverre haar investeringsinstrumenten deze leemten kunnen opvullen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

10.12.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

4

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Richard Ashworth, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Monika Hohlmeier, Bernd Kölmel, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Eleftherios Synadinos, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Monika Vana, Marco Zanni, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Mercedes Bresso, Anneli Jäätteenmäki, Andrey Novakov, Marco Valli

8.12.2015

ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake de Europese Investeringsbank (EIB) - Jaarverslag 2014

(2015/2127(INI))

Rapporteur voor advies: Dimitrios Papadimoulis

SUGGESTIES

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  neemt nota van het jaarverslag 2014 van de EIB en de verhoging met 6,92 % tot 80,3 miljard EUR aan leningen door de EIB-groep in een economische context gekenmerkt door een beperkte en kwetsbare groei en in sommige gevallen recessie; is zeer verontrust over de nog steeds hoge en in een aantal lidstaten toenemende mate van werkeloosheid, ongelijkheid en armoede, alsook over de geringe investeringen in Europa; wijst op de onzekerheid op de financiële markten; onderstreept dat vele lidstaten in deze economische en sociale omstandigheden een grote achterstand hebben opgelopen bij het halen van hun economische en Europa 2020-doelstellingen;

2.  neemt nota van de verhoging van het kapitaal van de EIB met 10 miljard EUR in 2012 en vraagt de lidstaten te overwegen om het kapitaal van deze Europese instelling nogmaals te verhogen;

3.  betreurt het feit dat in 2013 de algemene investeringen in de EU met 13 % zijn gedaald in vergelijking met de periode voor de crisis waarbij de investeringen in sommige lidstaten met 25 % en zelfs met 60 % zijn gedaald waardoor een gevaarlijk gebrek aan investeringsevenwicht in de EU ontstaat; is van oordeel dat investeringen waarmee de groei wordt bevorderd en banen worden gecreëerd, voor de EIB een belangrijke uitdaging blijven, met inbegrip van een doeltreffendere toewijzing van de middelen van de EU en de lidstaten in de komende jaren; is van mening dat de EIB een belangrijke rol moet vervullen bij de ondersteuning van investeringen in duurzame, convergente en inclusieve groei als onderdeel van een algemene inspanning van de EU in deze richting;

4.  dringt aan op een verhoging van de investeringsactiviteit van de EIB waarbij vooral aandacht moet worden besteed aan strategische infrastructuur, onderzoek, innovatie, kmo's, O&O en innovatieve starters en op omvangrijke en voorzichtige wijze te werk moet worden gegaan, ten einde tegemoet te komen aan de behoeften van de reële economie en de grote investeringskloof aan te pakken waarmee de Europese economieën te kampen hebben; dringt aan op de verbetering van haar activiteit overeenkomstig Protocol nr. 28 betreffende economische, sociale en territoriale samenhang; onderstreept het belang van het creëren van nieuwe investeringsinstrumenten waarmee de risicodragende capaciteit van de EIB kan worden vergroot en doeltreffende en doelmatige investeringen kunnen worden bevorderd, bij voorkeur door geen privaat gefinancierde projecten te verdringen; is ingenomen met de toename van het aantal ondertekeningen tot het hoogste niveau sinds 2009, maar onderstreept dat hier nog meer potentieel in zit; wijst op de urgente noodzaak van toegang tot financiering, met name in het geval van kmo's;

5.  doet een beroep op de EIB om haar strategische planningsprogramma te herzien, overeenkomstig haar mandaat; dringt er bij de EIB op aan investeringsprojecten te financieren die de grootste economische en sociale weerslag hebben;

6.  benadrukt dat vertrouwen in de financiële gezondheid van de EIB zelf alsook in de projecten die ze ondersteunt van wezenlijk belang zijn om de EIB in staat te stellen vastgelegde economische doelstellingen te ondersteunen; onderstreept derhalve dat de leningactiviteiten van de bank van een hoge kwaliteit moeten zijn;

7.  benadrukt dat uitbreiding van de financieringsactiviteiten van de EIB geen substituut mag zijn voor geconsolideerde begrotingen en structurele hervormingen in de lidstaten;

8.  benadrukt dat investeringen, structurele hervormingen en een solide begrotingsbeleid deel moeten uitmaken van een algemene strategie;

9.  is van oordeel dat de EIB ook een bank voor kennis en beproefde methoden moet zijn en niet louter een financiële instelling;

10.  stelt voor dat de EIB haar capaciteiten voor sectorale analyse versterkt;

11.  doet een beroep op de EIB en andere investeringsorganen van de EU om de samenwerking te versterken ten einde risico's van elkaar overlappende investeringen te voorkomen;

12.  herinnert eraan dat het Parlement ingenomen was met de oprichting van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI); onderstreept dat het EFSI op een efficiënte, transparante en billijke wijze moet functioneren overeenkomstig de criteria van zijn mandaat en de verordening; verzoekt de EIB om het EFSI ten uitvoer te leggen en verder te ontwikkelen in nauwe samenwerking met de medewetgevers, mede via een tijdige en verplichte sluiting van het hangende akkoord tussen het Parlement en de EIB;

13.  is ingenomen met de verbeteringen van de adviesdiensten van de EIB, waardoor EU-middelen efficiënter zullen worden besteed en de voorbereiding en uitvoering van projecten beter zullen verlopen;

14.  benadrukt dat de EIB de haalbaarheid van projecten als centraal criterium voor het verstrekken van kredieten moet beschouwen; verzoekt de EIB zich te richten op investeringen in de reële economie om banen en groei in de EU te bevorderen;

15.  verzoekt de EIB een doeltreffend en geactualiseerd verantwoordelijk belastingbeleid te voeren, waarop toezicht moet worden gehouden door een belastingeenheid en dat een nauwkeurige beschrijving moet krijgen in een jaarlijks belastingverslag van de EIB; roept op tot een actieve betrokkenheid van de EIB bij dit beleid door gebruik te maken van haar clausule met betrekking tot verplaatsing van de bedrijfsactiviteit ("relocation clause") en door de vestigingsplaats van fondsen die EIB-steun krijgen stelselmatig te publiceren; verzoekt de EIB geen financiële partners en financiële tussenpersonen te financieren noch met financiële partners samen te werken die een aangetoonde negatieve staat van dienst hebben, en preventieve maatregelen en regelmatige belastingevaluaties op te leggen ter bestrijding van niet-coöperatieve fiscale rechtsgebieden die door de Commissie officieel als belastingparadijzen zijn aangemerkt, belastingfraude en belastingontduiking, alsmede illegale en agressieve belastingontwijking; verzoekt de EIB om de risico's van corruptie en infiltratie door de georganiseerde misdaad in EIB-projecten doeltreffender aan te pakken; dringt er bij de EIB op aan leningen terug te vorderen, die niet volgens de regels werden besteed, en vraagt om een lijst van openstaande verrichtingen van de EIB, met name in rechtsgebieden die voorkomen op de lijst van de Commissie met de "top 30" van belastingparadijzen wereldwijd;

16.  doet een beroep op de EIB om op rendabele en doelmatige wijze privaat-publieke partnerschappen te evalueren op het stuk van hun bijdrage aan groei, banen en productiviteit, alsmede hun toegevoegde waarde voor de betreffende economieën en samenlevingen en de invloed op overheidsbegrotingen, in het bijzonder gezien het huidige vooruitzicht op een lage langetermijnrente; doet een beroep op de EIB om meer knowhow aan te reiken als basis voor participatie van regeringen, regio's, steden en gemeenten in PPP-structuren

17.  onderstreept in dit verband dat de lidstaten waar privaat-publieke partnerschappen minder voorkomen, kunnen nadenken over richtsnoeren ter bevordering van een efficiënter gebruik van dit soort overeenkomsten;

18.  merkt op dat de EIB-obligaties het enige voorbeeld zijn van schuldpapier dat door de Unie wordt uitgegeven;

19.  is verheugd over het EIB-beleid om de financiering van kmo's en investeringen voor de jeugd te verhogen, maar is bezorgd dat de gevolgen voor de reële economie en de werkgelegenheid beperkt blijven; is blij met de kapitaalverhoging van het Europees Investeringsfonds (EIF) van 3 miljard EUR tot 4,5 miljard EUR en verzoekt het EIF een analytisch verslag te bezorgen van zijn verwezenlijkingen op basis van deze aanzienlijke stijging; vraagt de EIB op soortgelijke wijze verslag uit te brengen over de resultaten van het risicoverbeteringsmandaat van de EIB-groep ten gunste van innovatieve en risicovolle kmo's;

20.  is verheugd dat de EIB in 2014 met een bedrag van 4,3 miljard EUR de grootste uitgever van groene obligaties was op een aanzienlijk gegroeide markt met een totale uitgifte ter waarde van 28 miljard EUR, en verzoekt de EIB beleidsmaatregelen voor milieuvriendelijke hernieuwbare energie verder te handhaven; is tevens verheugd over het feit dat de EIB een klimaatbeoordeling zal uitvoeren en om de publicatie daarvan zal vragen, en verzoekt de EIB gevolg te geven aan de aanbevelingen van de Commissie en de kaderrichtlijn afvalstoffen, en voorrang te geven aan investeringen in projecten die bovenaan de afvalhiërarchie staan en in gelijk welke andere vorm van terugwinning van energie;

21.  benadrukt het belang van regionale ontwikkeling en verzoekt de EIB de dialoog en de samenwerking met regionale en lokale autoriteiten, banken en agentschappen aan te halen; is van oordeel dat in dit verband tevens steun moet worden verleend aan grensoverschrijdende samenwerking;

22.  verzoekt de EIB aandacht te besteden aan derde landen en regio's buiten de EU die gebukt gaan onder conflicten en extreme armoede, met als belangrijkste doelstelling de ontwikkelingskloof tussen de EU en deze regio's te verkleinen, waarbij een speciale nadruk wordt gelegd op de nabuurschapslanden van het zuidelijke Middellandse Zeegebied en Oost-Europa; dringt aan op de volledige naleving van de wetgeving van de begunstigde landen; verzoekt de EIB om de doeltreffendheid van het kader voor resultatenmeting (Results Measurement Framework, REM) voor activiteiten buiten de EU verder te vergroten; vraagt dat de Europese Rekenkamer een speciaal verslag opstelt over de prestaties van de externe leningactiviteiten van de EIB en de aansluiting ervan op het EU-beleid; is verheugd over het feit dat EU-subsidies steeds meer gecombineerd worden met EIB-kredietverlening om betere projectresultaten te behalen in de partnerlanden van de EU;

23.  verzoekt de EIB de transparantie en toegang tot informatie verder te vergroten, zowel intern, voor het Europees Parlement en andere instellingen, als voor het publiek, met name ten aanzien van het systeem van hoofd- en onderaannemers, de resultaten van interne onderzoeken en de selectie, controle en evaluatie van de activiteiten en programma's, op basis van duidelijke en meetbare indicatoren, alsmede de methoden en resultaten van voorafgaande effectbeoordelingen en verslaglegging achteraf voor elk gefinancierd project, mits gevoelige bedrijfsinformatie hiervan uitgezonderd blijft; dringt er bij de EIB op aan de onafhankelijkheid en efficiëntie van haar dienst klachtenbehandeling te verbeteren en verdere stappen te nemen om de bureaucratie terug te dringen, haar macro-economische analysecapaciteit te verbeteren en de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in leidende posities te verbeteren; betreurt het gebrek aan verscheidenheid in de directie, de raad van gouverneurs en de raad van bestuur van de EIB, in het bijzonder wat gendergelijkheid betreft;

24.  verzoekt de EIB haar verslaglegging aan het Parlement en andere belanghebbenden over haar besluiten, de geboekte vooruitgang en de weerslag van haar leningactiviteiten binnen en buiten de EU te intensiveren, door middel van een regelmatige, gestructureerde dialoog om het parlementaire toezicht te vergroten, met inbegrip van de uitvoering van haar beleid ten aanzien van rechtsgebieden waarin niet-naleving is geconstateerd, alsmede de EFSI-verordening volledig na te leven, met name wat de interinstitutionele samenwerking met het Parlement betreft; vraagt de EIB om op haar gewone activiteiten dezelfde regels inzake verslaglegging en verantwoordingsplicht toe te passen, als vastgelegd in de EFSI-verordening; verzoekt de EIB in deze geest ermee in te stemmen met het Parlement een akkoord te tekenen om rechtstreekse vragen aan haar president mogelijk te maken, zoals reeds het geval is met de president van de ECB, en de selectieprocedure voor de posten van directeur en adjunct-directeur te verbeteren.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.12.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

48

5

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerolf Annemans, Burkhard Balz, Hugues Bayet, Pervenche Berès, Udo Bullmann, Esther de Lange, Fabio De Masi, Anneliese Dodds, Markus Ferber, Jonás Fernández, Sven Giegold, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Petr Ježek, Othmar Karas, Georgios Kyrtsos, Werner Langen, Sander Loones, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Costas Mavrides, Bernard Monot, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Dimitrios Papadimoulis, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Alfred Sant, Molly Scott Cato, Peter Simon, Renato Soru, Theodor Dumitru Stolojan, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Cora van Nieuwenhuizen, Jakob von Weizsäcker, Marco Zanni, Sotirios Zarianopoulos

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Matt Carthy, Philippe De Backer, Ildikó Gáll-Pelcz, Marian Harkin, Sophia in ‘t Veld, Barbara Kappel, Verónica Lope Fontagné, Paloma López Bermejo, Thomas Mann, Alessia Maria Mosca, Michel Reimon, Maria João Rodrigues

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Agnes Jongerius, Anneleen Van Bossuyt, Igor Šoltes

13.11.2015

ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake de Europese Investeringsbank (EIB) - Jaarverslag 2014

(2015/2127(INI))

Rapporteur voor advies: Ivan Jakovčić

SUGGESTIES

De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is verheugd over de toename van de totale financiële activiteiten van de BIE-groep in 2014, waaronder meer dan 50 miljard EUR aan extra leningverstrekking en meer dan 150 miljard EUR aan gemobiliseerde investeringen, een essentiële aanvulling op het cohesiebeleid en de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen);

2.  beseft dat de economische en financiële crisis en het effect daarvan op de traditionele kredietstelsels, alsmede de bestaande financiële en niet-financiële belemmeringen hebben geleid tot een gebrek aan investeringen dat de groeimogelijkheden van de Europese economie aantast en de potentiële ontwikkeling van mkmo's (micro-, kleine en middelgrote ondernemingen) in gevaar brengt; is in dit verband verheugd over het Europese Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en de mogelijkheden die het biedt om meer particuliere investeringen te bewerkstelligen;

3.  wijst erop dat het EFSI ook een bijdrage moet leveren aan de cohesie, en benadrukt dat er moet worden gezorgd voor consistentie en complementariteit tussen het EFSI en andere beleidsmaatregelen en instrumenten van de EU, met name de ESI-fondsen, wat kan leiden tot het creëren van een stabiel en investerings- en ondernemingsvriendelijk klimaat; beveelt de lidstaten aan om nationale stimuleringsbanken aan te wijzen;

4.  acht het noodzakelijk een communicatiebeleid te ontwikkelen over de activiteiten van de EIB opdat de overheden op alle niveaus op de hoogte zijn van deze programma's; is er vast van overtuigd dat er behoefte is aan vereenvoudiging van de regels inzake de steun die uit de ESI-fondsen wordt verleend aan financiële instrumenten van de EIB; vraagt de EIB haar eigen adviesactiviteiten op het vlak van planning beter te bevorderen door de beheersautoriteiten van de ESI-fondsen bij te staan bij een betere besteding van de ten gunste van alle Europese burgers beschikbare middelen;

5.  juicht de introductie van nieuwe instrumenten en diensten in het kader van InnovFin toe, waarmee onderzoek en innovatie worden bevorderd;

6.  neemt kennis van het operationele plan van de EIB voor de periode 2015-2017; juicht het toe dat de EIB erkent dat het herstel in de lidstaten niet overal even snel verloopt, en dat de EIB economische en sociale cohesie als overkoepelende beleidsdoelstelling heeft aangemerkt;

7.  is van oordeel dat de eigen regels en procedures van de EIB, waaronder die voor horizontaal en sectoraal beleid, moeten gelden voor alle maatregelen waarbij de EU-begroting betrokken is, met inbegrip van het EFSI; is van mening dat de BIE/het EIF de financieringsoperaties op transparante wijze en aan de hand van kwaliteitscriteria moeten selecteren en moeten verantwoorden; onderstreept dat regelmatig moet worden beoordeeld of dergelijke instrumenten goed werken en of het zorgvuldigheidsbeginsel doeltreffend wordt toegepast;

8.  is verheugd over de grotere rol die de BIE-groep zal spelen bij de uitvoering van het cohesiebeleid in de programmeringsperiode 2014-2020; is ervan overtuigd dat dit een stap in de goede richting is om meer synergie te creëren tussen de EIB en de ESI-fondsen; acht het noodzakelijk dat bij het gebruik van de financieringsinstrumenten de territoriale dimensie en de uiteenlopende situatie in steden en landelijke gebieden in aanmerking wordt genomen, mede met het oog op de verbetering van de cohesie binnen de regio's; wijst op het belang van een constante dialoog met de beheersautoriteiten van operationele programma's teneinde synergieën te creëren met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, onder meer door steun te verlenen aan mkmo's en te verzekeren dat zij gebruik kunnen maken van financiële instrumenten; spreekt evenwel zijn bezorgdheid uit over het lage uitkeringspercentage dat in de programmeringsperiode 2007-2013 is bereikt bij het via de financieringsinstrumenten uitbetalen van middelen voor het cohesiebeleid aan begunstigden;

9.  benadrukt de rol van de EIB bij de financiering van werken die voorzien in de primaire behoeften van de bevolking van derde landen;

10.  vraagt de EIB van haar financiële tussenpersonen meer transparantie te eisen met betrekking tot de toekenning van leningen voor de ingediende projecten;

11.  ziet in administratieve lasten en een gebrek aan bestuurlijke capaciteit ernstige belemmeringen die de succesvolle verwezenlijking van de cohesiebeleidsdoelen in de weg staan; acht het van belang dat de administratieve procedures worden herzien en die lasten worden verminderd; onderstreept het belang van de EIB als adviesorgaan en is erkentelijk voor het werk dat in dit verband is verzet; is verheugd over het partnerschap tussen de Commissie en de EIB bij het opzetten van het adviesplatform fi-compass; vraagt de EIB, gezien haar ervaring met openbare financiering, aan de Commissie en de lidstaten een aantal voorstellen te doen met betrekking tot administratieve stroomlijning en capaciteitsopbouw;

12.  meent dat het eveneens noodzakelijk is om de samenwerking tussen de Commissie, de EIB en lokale en regionale lichamen te versterken, om op die manier te waarborgen dat de financiële instrumenten ten behoeve van de territoriale ontwikkeling en het cohesiebeleid succesvol ingezet worden;

13.  verzoekt de EIB meer steun te verlenen aan projecten die onder de macroregionale strategieën van de EU vallen; wijst op het belang van voortzetting van de steunverlening zowel aan duurzame, innovatieve als aan traditionele economische sectoren in de EU; onderstreept dat er Europese verbindingen moeten worden gecreëerd door te investeren in intermodaal vervoer alsook in lokale projecten; dringt voorts aan op de totstandbrenging van financiële en investeringsplatforms om gelden uit verschillende bronnen te kunnen bundelen en de voor dergelijke macroregionale projecten benodigde investeringen aan te trekken;

14.  benadrukt de resultaatgerichte benadering van het cohesiebeleid voor de programmeringsperiode 2014-2020; verzoekt de EIB om in het kader van zijn jaarverslagen meer informatie te verstrekken over de resultaten en de bijdrage van de BIE-werkzaamheden aan de cohesiebeleidsdoelen; verzoekt in deze context de Commissie en de lidstaten ten volle gebruik te maken van de mogelijkheden die Verordening (EU) nr. 1303/2013 biedt om, waar dit passend is, voor de periode tot 2020 een sterker beroep te doen op de financiële instrumenten en vraagt de EIB haar instrumenten en de beste praktijken van de begunstigden verder te bevorderen teneinde de aantrekkelijkheid ervan te vergroten;

15.  brengt in herinnering dat multilaterale samenwerkingsverbanden tussen de EIB en de nationale ontwikkelingsbanken belangrijk zijn om synergieën te bevorderen, risico's en kosten te delen en te zorgen voor passende kredietverlening voor EU-projecten met een positieve impact op de productiviteit, het scheppen van banen, milieubescherming en de kwaliteit van leven;

16.  wijst erop dat het Parlement een fundamentele rol moet spelen bij de monitoring van het effect van deze strategieën en projecten op het vlak van werkgelegenheid en economische groei; dringt aan op een intensievere dialoog en permanente informatie-uitwisseling in regelmatige vergaderingen tussen de EIB en het Parlement over BIE-activiteiten die een weerslag hebben op de economische, sociale en territoriale cohesie in de EU; is van mening dat het nuttig zou zijn om regelmatig op de hoogte te worden gehouden over de door de EIB te betalen beheerskosten en vergoedingen en over het effect van de gefinancierde projecten op het vlak van werkgelegenheid en economische meerwaarde.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

12.11.2015

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

2

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Victor Boştinaru, Andrea Cozzolino, Rosa D’Amato, Michela Giuffrida, Anna Hedh, Krzysztof Hetman, Ivan Jakovčić, Andrew Lewer, Louis-Joseph Manscour, Martina Michels, Iskra Mihaylova, Younous Omarjee, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Julia Reid, Terry Reintke, Fernando Ruas, Monika Smolková, Maria Spyraki, Ruža Tomašić, Monika Vana, Matthijs van Miltenburg, Lambert van Nistelrooij, Derek Vaughan, Kerstin Westphal, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andor Deli, Josu Juaristi Abaunz, Ivana Maletić, Jan Olbrycht, Demetris Papadakis, Tonino Picula, Claudia Schmidt, Hannu Takkula, Damiano Zoffoli, Milan Zver

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Stanisław Ożóg

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.2.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

0

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Cătălin Sorin Ivan, Benedek Jávor, Markus Pieper, Julia Pitera, Marco Zanni

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0201.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0183.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0161.

(4)

PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid