Procedure : 2015/0295(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0064/2016

Ingediende teksten :

A8-0064/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/05/2016 - 7.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0214

VERSLAG     ***I
PDF 352kWORD 78k
21.3.2016
PE 576.876v02-00 A8-0064/2016

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat vrijstellingen voor grondstoffenhandelaren betreft

(COM(2015)0648 – C8-0403/2015 – 2015/0295(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Sander Loones

(Vereenvoudigde procedure – artikel 50, lid 1, van het Reglement)

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat vrijstellingen voor grondstoffenhandelaren betreft

(COM(2015)0648 – C8-0403/2015 – 2015/0295(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0648),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0403/2015),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 3 maart 2016(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

–  gezien artikel 59 en artikel 50, lid 1, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0064/2016),

1.  stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en neemt het voorstel van de Commissie over;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

TOELICHTING

De vereisten van Verordening (EU) nr. 575/2013 (de "Verordening Kapitaalvereisten" of "VKV") en van Richtlijn 2013/36/EU (de "Richtlijn Kapitaalvereisten" of "RKV") gelden voor zowel kredietinstellingen als beleggingsondernemingen. De op beleggingsondernemingen toepasselijke prudentiële regeling is geënt op die waaraan kredietinstellingen onderworpen zijn, met dien verstande dat zij is aangepast aan de beleggingsdiensten die dergelijke ondernemingen verrichten.

Op grond van artikel 493, lid 1, en artikel 498, lid 1, van de VKV zijn grondstoffenhandelaren ("beleggingsondernemingen waarvan het hoofdbedrijf uitsluitend bestaat in het aanbieden van beleggingsdiensten of -activiteiten in verband met de financiële instrumenten die worden beschreven in bijlage I, deel C, punten 5, 6, 7, 9 en 10 bij Richtlijn 2004/39/EG en waarop Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten op 31 december 2006 niet van toepassing was") vrijgesteld van respectievelijk de vereisten betreffende grote risicoblootstellingen en de eigenvermogensvereisten.

Beide vrijstellingen vervallen op 31 december 2017. Deze "horizonbepaling" was aanvankelijk in de VKV opgenomen om toezichthouders de tijd te gunnen een op het risicoprofiel van grondstoffenhandelaren toegesneden prudentieel kader uit te werken. Het begrip "grondstoffenhandelaar" bestrijkt een breed scala aan partijen die op de energie- en grondstoffenmarkten actief zijn: sommigen handelen uitsluitend in grondstoffenderivatencontracten en gelijken op beleggingsondernemingen wat functies en risico's betreft, terwijl anderen louter als nevenactiviteit van hun productie van grondstoffen in grondstoffenderivaten handelen.

De Commissie heeft besloten één enkele evaluatie uit te voeren met betrekking tot een passende regeling voor grondstoffenhandelaren alsmede voor prudentieel toezicht op beleggingsondernemingen in het algemeen (hierna de "op beleggingsondernemingen betrekking hebbende evaluatie" genoemd) en één enkel verslag over de bovengenoemde onderwerpen op te stellen. Deze werkwijze werd noodzakelijk geacht om tot een samenhangend prudentieel kader voor alle soorten beleggingsondernemingen te komen. De werkzaamheden in verband met de op beleggingsondernemingen betrekking hebbende evaluatie zijn reeds aan de gang: de Commissie heeft de Europese Bankautoriteit (EBA) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority, ESMA) om technisch advies ter zake verzocht (EBA/Op/2015/20). De op beleggingsondernemingen betrekking hebbende evaluatie is evenwel een complex project dat niet voor het einde van dit jaar zal zijn afgerond. Het is derhalve hoogst onwaarschijnlijk dat eventueel uit deze evaluatie voortvloeiende wetgeving kan worden opgesteld, aangenomen en toegepast voordat de thans geldende vrijstellingen vervallen (d.w.z. vóór eind 2017). Dit heeft gevolgen voor grondstoffenhandelaren: indien tegen die tijd geen uit de op beleggingsondernemingen betrekking hebbende evaluatie resulterend specifiek prudentieel kader tot stand is gebracht, zouden de VKV/RKV-vereisten met ingang van 1 januari 2018 onverkort op hen van toepassing zijn.

Een dergelijk scenario brengt twee problemen met zich mee. Ten eerste zouden de VKV/RKV-vereisten onverkort voor grondstoffenhandelaren gelden zonder dat bewust (en met kennis van zaken) is besloten dat een dergelijke behandeling inderdaad het meest geschikt is voor hen. Ten tweede zou, in de veronderstelling dat de op beleggingsondernemingen betrekking hebbende evaluatie in een op grondstoffenhandelaren toegesneden prudentieel kader resulteert, hun een stabiel toezicht- en regelgevingskader worden ontzegd. Zij zouden immers op zeer korte tijd (binnen een periode van een à twee jaar) overgaan van de huidige behandeling waarbij zij van de vereisten betreffende grote risicoblootstellingen en de eigenvermogensvereisten zijn vrijgesteld, naar een tijdelijke behandeling waarbij de VKV/RKV-vereisten onverkort op hen van toepassing zijn, en uiteindelijk naar het bovengenoemde, specifiek op hen toegesneden kader. Om te voorkomen dat er zich een dergelijke situatie voordoet, verdient het bijgevolg aanbeveling de bestaande vrijstellingen waarin de VKV voorziet, te verlengen. Bij de verlenging moet rekening worden gehouden met de benodigde tijd om de op beleggingsondernemingen betrekking hebbende evaluatie af te ronden en om eventueel uit die evaluatie voortvloeiende wetgeving op te stellen, aan te nemen en toe te passen.

PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Vrijstellingen voor grondstoffenhandelaren

Document- en procedurenummers

COM(2015)0648 – C8-0403/2015 – 2015/0295(COD)

Datum indiening bij EP

16.12.2015

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

18.1.2016

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Sander Loones

21.1.2016

 

 

 

Vereenvoudigde procedure - datum besluit

21.1.2016

Behandeling in de commissie

22.2.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

8.3.2016

 

 

 

Datum indiening

21.3.2016

(1)

  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

Juridische mededeling