Procedure : 2015/2164(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0082/2016

Ingediende teksten :

A8-0082/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.27
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0163

VERSLAG     
PDF 363kWORD 92k
7.4.2016
PE 569.741v02-00 A8-0082/2016

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2164(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Derek Vaughan

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2164(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014, vergezeld van de antwoorden van het Centrum(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd(2), overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0062/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding(4), en met name artikel 12 bis,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0082/2016),

1.  verleent de directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Centrum voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2164(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014, vergezeld van de antwoorden van het Centrum(7),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd(8), overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0062/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(9), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding(10), en met name artikel 12 bis,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(11),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(12), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0082/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2164(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0082/2016),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (het "Centrum") voor het begrotingsjaar 2014 volgens de financiële staten 17 275 766 EUR bedroeg, wat een daling van 3,62 % ten opzichte van 2013 betekent;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Centrum voor het begrotingsjaar 2014 ("het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Centrum betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2013

1.  is ingenomen met de maatregelen die het Centrum heeft getroffen naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamer in het voorgaande jaar en de aanbevelingen van het Parlement;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  merkt met voldoening op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 98,93 %, wat hetzelfde is als in 2013; merkt bovendien op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 95,68 % bedroeg, wat overeenkomt met een stijging van 3,29 % ten opzichte van 2013;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

3.  waardeert de continue efficiëntie van de ondersteunende diensten van het Centrum in 2014; merkt op dat 95 van de 98 posten in de personeelsformatie bezet waren, en dat de gemiddelde termijn voor het verrichten van betalingen stabiel bleef;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

4.  merkt op dat de raad van bestuur van het Centrum in oktober 2014 een beleid heeft goedgekeurd inzake de preventie van en omgang met belangenconflicten dat is aangepast aan de situatie binnen het Centrum en de relevante situaties omvat van mogelijke belangenconflicten die zich binnen het Centrum kunnen voordoen; is verheugd over de regelmatige opleidingssessies die het Centrum organiseert om het bewustzijn van zijn personeel te vergroten inzake de correcte tenuitvoerlegging van dit beleid; constateert dat de eerste opleidingssessies plaatsvonden in juni 2015;

5.  merkt op dat de meerderheid van de leden van de raad van bestuur van het Centrum de verklaringen inzake de afwezigheid van belangenconflicten heeft ondertekend; merkt bovendien op dat deze verklaringen na toestemming van de betreffende leden zijn bekendgemaakt op de website van het Centrum; dringt er bij de leden van de raad van bestuur die de verklaring nog niet hebben ondertekend op aan dit zo snel mogelijk te doen;

6.  stelt vast dat het Centrum in oktober 2014 een antifraudestrategie heeft goedgekeurd die is gebaseerd op de gemeenschappelijke aanpak voor gedecentraliseerde EU-agentschappen die werd ontwikkeld door de Commissie, ter ondersteuning van het doeltreffend voorkomen en opsporen van frauderisico's en ter versterking van de interne procedures voor het rapporteren en behandelen van mogelijke fraudegevallen en de resultaten ervan;

7.  stelt dat de jaarverslagen van het Centrum een belangrijke rol kunnen spelen bij de naleving van de normen inzake transparantie, verantwoordingsplicht en integriteit; dringt er bij het Centrum op aan in zijn jaarverslag een standaardhoofdstuk over deze punten op te nemen;

Interne audit

8.  erkent dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie een audit heeft uitgevoerd inzake de vier onderwerpen die zijn opgenomen in het strategische auditplan 2013-2015 van de IAS; constateert dat de IAS in zijn definitief auditverslag één aanbeveling als "zeer belangrijk" en vier aanbevelingen als "belangrijk" heeft aangeduid; erkent dat, naast het feit dat de "zeer belangrijke" aanbeveling reeds aan het eind van het jaar was uitgevoerd, het niveau van de aanbeveling is aangepast naar "belangrijk"; erkent bovendien dat het aan de hand van deze audit opgestelde actieplan ten uitvoer wordt gelegd zoals gepland;

Interne controles

9.  merkt op dat het Centrum regelmatig risicobeoordelingen uitvoert en een risicobeheerplan aan het opstellen is om de risico's vast te stellen die van invloed zouden kunnen zijn op de verwezenlijking van de doelstellingen van het Centrum; merkt met bezorgdheid op dat dit risicobeheerplan het risico aangeeft dat het Centrum niet in staat is externe verzoeken van belanghebbenden te behandelen doordat het beschikbare personeel reeds overbelast is; erkent dat het Centrum de veranderingen in het werkprogramma nauwlettend in het oog houdt om dit aan te passen in overeenstemming met het beschikbare personeel of om de activiteiten die voortvloeien uit deze veranderingen op gepaste wijze te integreren;

Resultaten

10.  merkt op dat de periodieke externe evaluatie van het Centrum aanbevelingen bevatte over de manier waarop het zijn rol kan ontwikkelen en versterken; merkt bovendien op dat het Centrum in april 2014 een actieplan heeft opgesteld voor de follow-up van deze aanbevelingen, dat aan de raad van bestuur werd voorgelegd; constateert dat 7 van de 23 aanbevelingen en gerelateerde maatregelen waren afgesloten tegen eind 2014; verzoekt het Centrum de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de overige aanbevelingen;

11.  constateert dat de periodieke externe evaluatie eveneens mogelijke synergieën heeft onderzocht tussen het Centrum, de Europese Stichting voor opleiding (ETF), de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) en het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA); erkent dat het Centrum, volgens de conclusies van de evaluatie, geen dubbel werk heeft geleverd ten opzichte van actoren op EU-, nationaal of internationaal niveau;

12.  stelt vast dat het Centrum nauw samenwerkt met de ETF en Eurofound, en dat dit samenwerkingsverband is vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten tussen deze agentschappen alsook in voorheen overeengekomen jaarlijkse werkprogramma's;

13.  merkt de inspanningen op van het Centrum wat betreft de vergroting van de zichtbaarheid van beroepsonderwijs en -opleiding in de EU en van zijn eigen rol via zijn website, sociale media, de organisatie van verschillende evenementen in de ontvangende lidstaat evenals via de samenwerking met de Commissie inzake verschillende publicaties en persactiviteiten;

Overige opmerkingen

14.  betreurt het dat de reparatiewerkzaamheden aan het gebouw van het Centrum in Griekenland tegen eind 2014 nog steeds niet waren voltooid; erkent echter dat de reparaties onder de verantwoordelijkheid vallen van de regering van de ontvangende lidstaat, en dat de betreffende bouwwerkzaamheden moesten worden uitgesteld door de economische situatie in de ontvangende lidstaat; merkt op dat de overige werkzaamheden moesten worden afgerond tegen eind 2015 en vraagt het Centrum hierover verder verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit;

15.  waardeert het feit dat het Centrum zijn activiteiten heeft geconcentreerd op het bijdragen aan en ondersteunen van beleid voor de aanpak van de jeugdwerkloosheid; complimenteert het Centrum in het bijzonder met de voorspellingen en analyses van vaardigheden en met zijn werk voor de ontwikkeling van stageplaatsen; wijst er met tevredenheid op dat de informatie in de gedetailleerde landenfiches over beleid op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, door het Centrum opgesteld voor alle lidstaten, is verwerkt in de landenspecifieke aanbevelingen voor 2014 van het Europees semester;

16.  is van mening dat het Centrum lidstaten die voor de uitdaging staan van een groeiend aantal vluchtelingen moet ondersteunen bij het inzetten van beroepsopleidingen om de vluchtelingen in de arbeidsmarkten te integreren;

17.  verwelkomt het feit dat bezoeken aan de website Europass die door het Centrum wordt beheerd en in 27 talen beschikbaar is, in 2014 door 21,7 miljoen gebruikers is bezocht, wat een toename van 8 % ten opzichte van 2013 inhoudt;

°

°  °

18.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van [xx xxxx 2016](13) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

26.1.2016

ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2164(DEC))

Rapporteur voor advies: David Casa

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  spreekt zijn tevredenheid uit over het feit dat de Rekenkamer heeft verklaard dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Centrum voor het begrotingsjaar 2014 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn en dat de financiële situatie van het Centrum per 31 december 2014 correct is weergegeven;

2.  verwelkomt de maatregelen die het Centrum heeft getroffen naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamer in het voorgaande jaar en de aanbevelingen van het Parlement;

3.  waardeert het feit dat het Centrum zijn activiteiten heeft geconcentreerd op het bijdragen aan en ondersteunen van beleid voor de aanpak van de jeugdwerkloosheid; complimenteert het Centrum in het bijzonder met de voorspellingen en analyses van vaardigheden en met zijn werk voor de ontwikkeling van stageplaatsen; wijst er met tevredenheid op dat de informatie in de gedetailleerde landenfiches over beleid op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, door het Centrum opgesteld voor alle lidstaten, is verwerkt in de landenspecifieke aanbevelingen voor 2014 van het Europese semester;

4.  is van mening dat het Centrum lidstaten die voor de uitdaging staan van een groeiend aantal vluchtelingen moet ondersteunen bij het inzetten van beroepsopleidingen om de vluchtelingen in de arbeidsmarkten te integreren;

5.  verwelkomt het feit dat bezoeken aan de website Europass die door het Centrum wordt beheerd en in 27 talen beschikbaar is, in 2014 door 21,7 miljoen gebruikers is bezocht, wat een toename van 8% ten opzichte van 2013 inhoudt;

6.  waardeert de continue efficiëntie van de ondersteunende diensten van het Centrum in 2014; het uitvoeringspercentage van de begroting bleef hoog met 99,93%; 95 van de 98 posten in de personeelsformatie waren bezet, en de gemiddelde termijn voor het verrichten van betalingen bleef stabiel;

7.  verwelkomt de invoering in 2014 door het Centrum van een antifraudestrategie, samen met een beleid voor preventie en beheer van belangenconflicten bij het Centrum;

8.  betreurt de aanhoudende ernstige vertragingen met de reparatiewerkzaamheden aan het gebouw van het Centrum, waardoor het Centrum niet ten volle gebruik kan maken van zijn conferentiefaciliteiten; herinnert eraan dat de werkzaamheden in 2014 moesten zijn afgerond, maar dat pas tegen het einde van jaar vooruitgang van betekenis werd geboekt; dringt er bij de Griekse autoriteiten op aan hun uiterste best te doen ervoor te zorgen dat de werkzaamheden worden afgerond, zodat de faciliteiten van het Centrum zo snel mogelijk kunnen worden gebruikt.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.1.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

8

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Ole Christensen, Jane Collins, Lampros Fountoulis, Arne Gericke, Thomas Händel, Marian Harkin, Czesław Hoc, Rina Ronja Kari, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Kostadinka Kuneva, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Joëlle Mélin, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Terry Reintke, Sofia Ribeiro, Claude Rolin, Sven Schulze, Jutta Steinruck, Romana Tomc, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Maria Arena, Amjad Bashir, Lynn Boylan, Miapetra Kumpula-Natri, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Evelyn Regner, Michaela Šojdrová

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eleonora Evi, Anneli Jäätteenmäki

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marian-Jean Marinescu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Bodil Valero

(1)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 39.

(2)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 39.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1.

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 39.

(8)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 39.

(9)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(10)

PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1.

(11)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(12)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(13)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(-PROV)(2016)0000.

Juridische mededeling