Procedure : 2015/2191(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0087/2016

Ingediende teksten :

A8-0087/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.24
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0160

VERSLAG     
PDF 290kWORD 89k
7.4.2016
PE 569.736v02-00 A8-0087/2016

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2191(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Derek Vaughan

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2191(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd(2), overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0089/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators(4), en met name artikel 24,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0087/2016),

1.  verleent de directeur van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 18.

(2)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 18.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 211 van 14.8.2009, blz. 1.

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2191(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd(2), overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0089/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators(4), en met name artikel 24,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0087/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2191(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0087/2016),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (het "Agentschap") voor het begrotingsjaar 2014 volgens zijn financiële staten 10 880 000 EUR bedroeg, wat een daling van 8,80 % ten opzichte van 2013 betekent; overwegende dat de begroting van het Agentschap volledig wordt gefinancierd met middelen uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voor het begrotingsjaar 2014 ("het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2014 betrouwbaar was en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig waren;

Follow-up van de kwijting voor 2013

1.  merkt op dat er ten aanzien van twee opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer van 2012 die in het verslag van 2013 nog als "openstaand" staan aangemerkt, corrigerende maatregelen zijn getroffen en dat bij beide aanbevelingen in het verslag van de Rekenkamer nu staat vermeld dat ze zijn "afgerond"; stelt voorts vast dat er naar aanleiding van de drie in het verslag van de Rekenkamer van 2013 geformuleerde opmerkingen, corrigerende maatregelen zijn getroffen en dat twee opmerkingen in kwestie nu als "afgerond" zijn aangemerkt, en dat de andere opmerking als "niet van toepassing" is aangemerkt;

2.  verneemt van het Agentschap dat:

  een hoog kassaldo van 5 500 000 EUR aan het eind van het jaar, onder meer afkomstig van de ontvangst van een gewijzigde begroting voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad(7) (de "REMIT"-verordening), in evenwicht was tijdens 2014 en herleid tot 3 300 000 EUR aan het eind van 2014; stelt met tevredenheid in het verslag van de Rekenkamer vast dat de follow-up is "voltooid";

  het herziene beleid voor preventie en beheer van belangenconflicten op 31 januari 2015 werd aangenomen door de raad van bestuur van het Agentschap; erkent voorts dat het nieuwe beleid van toepassing is op het personeel van het Agentschap, de leden en plaatsvervangende leden van de drie raden van het Agentschap alsook op de voorzitters, vicevoorzitters en samenroepers van de taskforce behorend tot de werkgroep van het Agentschap en die het werk van de werkgroepen van het Agentschap kunnen leiden;

  de cv's en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur van het Agentschap, de voorzitters, vicevoorzitters en samenroepers van de taskforce behorend tot de werkgroep van het Agentschap grotendeels waren gepubliceerd op de website van het Agentschap; roept het Agentschap op om onverwijld de overige cv's en belangenverklaringen te verifiëren en publiceren overeenkomstig zijn beleid;

Financieel en begrotingsbeheer

3.  stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 95 %, waarmee de target van het Agentschap is behaald en wat overeenkomt met een daling met 2,53 % ten opzichte van 2013; merkt bovendien op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 69,84 % bedroeg, wat overeenkomt met een stijging van 14,84 % ten opzichte van 2013; is van mening dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten het door het Agentschap vooropgestelde doel van 75 % niet heeft bereikt, voornamelijk wegens de vernieuwde of onderhandelde jaarcontracten van het Agentschap naar het eind van het jaar toe en het meerjarige karakter van het REMIT-project;

4.  betreurt dat er geen overeenkomst werd bereikt voor bijdragen aan het Agentschap van de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie, aangezien het derde energiepakket nog moet worden opgenomen in de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte;

Vastleggingen en overdrachten

5.  erkent dat de kredietoverdrachten betreffende administratieve uitgaven onder titel II 980 000 EUR bedroegen, wat overeenkomt met 41 % van de kredieten voor administratieve uitgaven onder titel II; stelt voorts vast dat deze overdrachten hoofdzakelijk verband hielden met studies voor de tenuitvoerlegging van de REMIT-verordening en met verlengde jaarcontracten naar het eind van het jaar toe;

6.  merkt op dat in totaal een bedrag van 1 570 000 EUR uit de vastleggingskredieten in titel III werd overgedragen naar 2015, wat overeenkomt met 62 % van de vastleggingskredieten voor beleidsuitgaven; stelt voorts vast dat de overdrachten in titel III met 29 % zijn verminderd ten opzichte van 2013; benadrukt dat die overdrachten voornamelijk betrekking hadden op de complexe meerjarige activiteit voor de tenuitvoerlegging van REMIT, waarvoor Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie(8) op 17 december 2014 werd aangenomen;

7.  erkent dat het verslag van de Rekenkamer vermeldt dat het Agentschap eind 2014 twee voorfinancieringen heeft verricht die voortvloeien uit de kredieten van een gewijzigde begroting eind 2013 voor een bedrag van 1 560 000 EUR; merkt op dat deze betalingen verband hielden met contracten voor de verlening van REMIT-gerelateerde diensten in de periode 2015-2017; merkt op dat het Agentschap een deel van de tenuitvoerlegging van het REMIT-project moest opschorten omdat de goedkeuring van de REMIT-verordening later heeft plaatsgevonden dan aanvankelijk verwacht; begrijpt dat deze betalingen het Agentschap zullen toelaten zijn toekomstige REMIT-gerelateerde activiteiten en gegunde contracten te financieren zoals aanvankelijk vooropgesteld; benadrukt echter dat, hoewel de tenuitvoerlegging van REMIT complex en meerjarig van aard is, de hoge overdrachten en voorfinancieringsbetalingen in strijd zijn met het jaarperiodiciteitsbeginsel van de begroting; wijst erop dat het Agentschap de planning en uitvoering van zijn jaarlijkse begroting moet blijven verbeteren;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

8.  stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap het herziene beleid inzake aanwervingsprocedures en het werk van de jury's in april 2014 heeft herzien; stelt voorts vast dat dit beleid specifieke voorwaarden voor interviews en schriftelijke tests inhoudt, alsook strikte regels om de anonimiteit van kandidaten te waarborgen; erkent de verklaring van het Agentschap dat dit beleid een stap voorwaarts betekent voor meer transparantie en gelijke behandeling van het personeel;

Interne controles

9.  erkent dat de evaluatie van de status van tenuitvoerlegging van normen voor interne controle door het Agentschap in 2014 geen aanzienlijke tekortkomingen vertoonde; erkent voorts dat het Agentschap van mening is dat het, na evaluatie van de status, voldoet aan de minimale vereisten van elke norm voor interne controle; roept het Agentschap op de interne controles te blijven versterken en te waarborgen dat de ingevoerde controles efficiënt werken en bijdragen aan het behalen van de doelstellingen;

Interne audit

10.  merkt op dat de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS) een audit bij het Agentschap heeft uitgevoerd volgens het strategische auditplan 2013-2015 voor het Agentschap over het thema "uitwerking van kaderrichtsnoeren en advies inzake de netwerkcodes"; merkt op dat in de loop van de audit, de IAS ruimte voor verbetering heeft vastgesteld en één "zeer belangrijke" en vijf "belangrijke" aanbevelingen heeft gedaan;

11.  neemt er kennis van dat het Agentschap naar aanleiding van de aanbevelingen van de IAS een actieplan heeft opgesteld om de aangetoonde tekortkomingen te verhelpen; neemt er nota van dat de IAS ermee heeft ingestemd dat de vastgestelde risico's in het actieplan op toereikende wijze worden aangepakt;

12.  stelt vast dat 10 op 11 aanbevelingen van de IAS in de audit van 2013 gesloten zijn, terwijl één "belangrijke" aanbeveling in de audit van 2013 is aangemerkt als "gedeeltelijk uitgevoerd" en moet worden voltooid in 2015;

Prestaties

13.  stelt vast dat het Agentschap zijn systeem van kernprestatie-indicatoren (KPI's) heeft herzien, waarbij het een onderscheid tussen prestatie-indicatoren en kernprestatie-indicatoren heeft voorgesteld om het bestuur duidelijker aan te tonen of de algemene doelstellingen van het Agentschap werden bereikt; stelt vast dat het nieuwe systeem in 2015 zal worden toegepast binnen de nieuwe structuur van het werkprogramma van het Agentschap;

14.  is verheugd over het feit dat het Agentschap net als de Commissie voor het bijhouden van de begrotingsverrichtingen gebruik maakt van het financiële systeem ABAC, met een geïntegreerd SAP-systeem als backend voor het boekhoudkundige gedeelte;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

15.  stelt dat de jaarverslagen van het Agentschap een belangrijke rol kunnen vervullen bij de naleving van de beginselen inzake transparantie, verantwoordingsplicht en integriteit; dringt er bij het Agentschap op aan in zijn jaarverslag een standaardhoofdstuk over deze punten op te nemen;

Overige opmerkingen

16.  wijst erop dat volgens de vestigingsovereenkomst tussen het Agentschap en de ontvangende lidstaat, een Europese School moet worden opgericht in de ontvangende lidstaat; betreurt het dat ruim vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst nog geen Europese School is opgericht; erkent de bewering van het Agentschap dat de overheid van de ontvangende lidstaat de nodige juridische wijzigingen en regelingen beoordeelt om de beste oplossing te vinden; spoort het Agentschap en de ontvangende lidstaat aan de kwestie op te lossen en roept het Agentschap op om de begrotingsautoriteit in te lichten over de stand van zaken van de onderhandelingen;

17.  benadrukt dat de integriteit moet worden vergroot en het ethische kader moet worden versterkt door een betere toepassing van gedragscodes en ethische beginselen, zodat een sterkere gedeelde en effectieve cultuur van integriteit tot stand kan worden gebracht;

°

°  °

18.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van [xx xxxx 2016(9)] [over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen].).

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING

IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marian-Jean Marinescu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Bodil Valero

(1)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 18.

(2)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 18.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 211 van 14.8.2009, blz. 1.

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 326 van 8.12.2011, blz. 1).

(8)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie (PB L 363 van 18.12.2014, blz. 121).

(9)

Aangenomen teksten van die datum, P[8_TA(-PROV)(2016)0000].

Juridische mededeling