Procedure : 2015/2180(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0088/2016

Ingediende teksten :

A8-0088/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.28
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0164

VERSLAG     
PDF 291kWORD 94k
7.4.2016
PE 569.742v02-00 A8-0088/2016

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2180(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Derek Vaughan

 1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT


1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2180(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met de antwoorden van de Academie(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de Academie te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0078/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2005/681/JBZ van de Raad van 20 september 2005 tot oprichting van de Europese Politieacademie (Cepol) en tot intrekking van Besluit 2000/820/JBZ(4), en met name artikel 16,

–  gezien Verordening (EU) nr. 543/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad tot oprichting van de Europese Politieacademie (Cepol),

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0088/2016),

1.  verleent de directeur van de Europese Politieacademie kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Academie voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Politieacademie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2180(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met de antwoorden van de Academie(7),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(8) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de Academie te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0078/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(9), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2005/681/JBZ van de Raad van 20 september 2005 tot oprichting van de Europese Politieacademie (Cepol) en tot intrekking van Besluit 2000/820/JBZ(10), en met name artikel 16,

–  gezien Verordening (EU) nr. 543/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad tot oprichting van de Europese Politieacademie (Cepol),

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(11),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(12), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0088/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van de Europese Politieacademie overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Politieacademie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2180(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0088/2016),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Politieacademie (hierna: "de Academie") voor het begrotingsjaar 2014 volgens zijn jaarrekening 8 575 859 EUR bedroeg, wat neerkomt op een toename van 1,48 % ten opzichte van 2013; overwegende dat de begroting van de Academie volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Academie betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2013

1.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat naar aanleiding van twee in het verslag van de Rekenkamer van 2011 geformuleerde opmerkingen die in het verslag van 2012 als "openstaand" waren aangemerkt en in het verslag van 2013 als "lopen nog", corrigerende maatregelen zijn getroffen en dat beide aanbevelingen nu in het verslag van de Rekenkamer als "afgerond" zijn aangemerkt; maakt verder uit het verslag van de Rekenkamer op dat naar aanleiding van drie in het verslag van de Rekenkamer van 2012 geformuleerde opmerkingen die in het verslag van 2013 als "openstaand" of "lopen nog" waren aangemerkt, corrigerende maatregelen zijn getroffen en dat twee opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer nu als "afgerond" zijn aangemerkt, en één opmerking als "loopt nog"; merkt op dat voor de drie opmerkingen die in het verslag van de Rekenkamer van 2013 zijn geformuleerd, twee opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer nu als "lopen nog" zijn aangemerkt, en één opmerking als "niet van toepassing";

2.  begrijpt van de Academie dat:

-  zij overeenkomstig haar beleid inzake de preventie en het beheer van belangenconflicten en de privacyverklaring die aan de betrokkenen is meegedeeld, op de website van de Academie de belangenverklaringen heeft gepubliceerd van haar directeur, adjunct-directeur en hoofd van de bedrijfsdiensten en van de leden van haar raad van bestuur; begrijpt dat de belangenverklaringen van de personeelsleden van de Academie, gedetacheerde nationale deskundigen en andere personen die rechtstreeks met de Academie samenwerken niet openbaar worden gemaakt om de onnodige bekendmaking van persoonsgegevens te beperken;

-  een aantal maatregelen is genomen na de verhuizing van de Academie van Bramshill naar haar nieuwe gerenoveerde vestiging in Boedapest om de kostenefficiëntie en de milieuvriendelijkheid van de werkomgeving van de Academie te waarborgen;

Financieel en begrotingsbeheer

3.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 97,40 %, wat een stijging is met 2,51 % (van 94,89 %) ten opzichte van 2013; constateert dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 82,40 % bedroeg, wat een daling is met 6,74 % (van 89,14 %) ten opzichte van 2013;

Vastleggingen en overdrachten

4.  leert uit de definitieve jaarrekening van de Academie dat het niveau van de overgedragen vastleggingskredieten hoog was, namelijk 1 287 094 EUR, wat neerkomt op 15 % van de totale begroting voor 2014 en op een stijging van 4 % ten opzichte van 2013; leert uit het verslag van de Rekenkamer dat er voor titel II (huishoudelijke uitgaven) een groot bedrag werd overgedragen, namelijk 383 940 EUR (59 %), wat een stijging is met 29 % ten opzichte van het bedrag van 145 414 EUR (30 %) dat in 2013 werd overgedragen; erkent evenwel dat de overdrachten hoger zijn dan in het voorgaande jaar, hoofdzakelijk als gevolg van de verhuizing van de zetel, die in oktober 2014 plaatsvond, en van facturen met betrekking tot opleidingen in januari-februari 2015 die nog niet werden ontvangen vóór de afsluiting van het begrotingsjaar;

5.  wijst met bezorgdheid op het annuleringspercentage voor uit 2013 overgedragen vastgelegde kredieten, namelijk 129 828 EUR (15 %); wijst erop dat het hoge annuleringspercentage vooral voortvloeide uit de annulering van het Matrix-project alsook uit het feit dat de te vergoeden kosten in het kader van de subsidieovereenkomsten voor 2013 lager waren dan geraamd; verzoekt de Academie een goede gebruikersanalyse voor vergelijkbare projecten op te stellen en bij de raming van de subsidiekosten van de begunstigden nauwkeurigere informatie te eisen; wijst erop dat het hoge annuleringspercentage als gevolg van het feit dat de te vergoeden kosten in het kader van de subsidieovereenkomsten voor de vorige jaren lager waren dan geraamd, een terugkerend verschijnsel is in het beheer van de begroting van de Academie, en dat de Academie dit bijgevolg met bijzondere aandacht moet onderzoeken; merkt verder op dat 14 % van de overgedragen kredieten voor titel III, die voornamelijk bestaat uit cursussen en voorlichtingsactiviteiten, werden geannuleerd;

6.  wijst erop dat de Academie haar begrotingsmonitoringsysteem heeft verbeterd door middel van maandelijkse begrotingsverslagen en regelmatige bijeenkomsten met al wie bij het financiële circuit is betrokken, om mogelijke overdrachten te analyseren en tot een minimum te beperken; stelt vast dat als gevolg hiervan er de afgelopen vijf jaar sprake is van een gestage daling in procentpunten van overdrachten en annuleringen; wijst de Academie er evenwel op dat de omvang van de naar het volgend jaar over te dragen vastleggingskredieten verder moet worden gereduceerd en zo laag mogelijk moet worden gehouden;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

7.  begrijpt van de Academie dat zij voor aanwervingsprocedures door het selectiecomité richtsnoeren heeft aangenomen in verband met het quoteren van kandidaten en het gebruik van een shortlistmatrix, en met een koppeling tussen de quoteringsdrempels en de onderliggende motivering; merkt op dat deze richtsnoeren zijn toegepast voor de aanwervingsrondes vanaf april 2014; verzoekt de Academie de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de definitieve beoordeling van de richtsnoeren zodra ze zijn beoordeeld door de Rekenkamer en de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS); verzoekt de Academie eventuele verbeteringen onmiddellijk in haar richtsnoeren op te nemen;

8.  verzoekt de Academie de maatregelen inzake discretie en uitsluiting met betrekking tot openbare aanbestedingen strikt toe te passen, en erop toe te zien dat in alle gevallen een grondig achtergrondonderzoek wordt verricht, en om de uitsluitingsgronden toe te passen om ondernemingen in geval van belangenconflicten te weren, aangezien dit van essentieel belang is om de financiële belangen van de Unie te beschermen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

9.  merkt op dat de partners en belanghebbenden met wie de Academie voor het verwezenlijken van haar doelstellingen samenwerkt worden vertegenwoordigd door organen van de Unie op het gebied van rechtshandhaving en aanverwante gebieden, alsook door opleidingsinstituten in Europa, waarbij de nationale politiescholen een belangrijke rol spelen; begrijpt van de Academie dat zij, gezien de aard van haar activiteiten en de specifieke context waarin zij actief is, niet werkt met lobbyisten op het gebied van wetgevings- of andere gerelateerde activiteiten;

10.  merkt op dat de jaarverslagen van de Academie een belangrijke rol zouden kunnen vervullen bij de naleving van de normen inzake transparantie, verantwoordingsplicht en integriteit; dringt er bij de Academie op aan in haar jaarverslag een standaardhoofdstuk over deze punten op te nemen;

11.  verzoekt de EU-instellingen en -agentschappen die een gedragscode hebben ingevoerd, waaronder het Europees Parlement, de maatregelen ter uitvoering daarvan, zoals verificaties van de opgaven van financiële belangen, aan te scherpen;

12.  verzoekt om de vaststelling van een duidelijke klokkenluidersstrategie en regels tegen "draaideur"-constructies; herinnert de Academie eraan dat zij bindende interne regels inzake klokkenluiders moet vaststellen, zoals bepaald in artikel 22 ter van het Ambtenarenstatuut, dat op 1 januari 2014 van kracht is geworden;

Interne controle

13.  leert uit het jaarverslag van de Academie dat zij werk heeft gemaakt van alle auditaanbevelingen van de IAS; merkt op dat de IAS, na ontvangst van informatie over door de Academie aangebrachte verbeteringen, twee van haar aanbevelingen als afgesloten heeft bevestigd, terwijl zij over de drie resterende aanbevelingen nog feedback verwacht na de volgende controle van stukken of follow-upcontrole; verzoekt de Academie de kwijtingsautoriteit van de resultaten van deze controle in kennis te stellen zodra deze beschikbaar zijn;

Resultaten

14.  merkt op dat de kosten van de verhuizing van de Academie van het Verenigd Koninkrijk naar Hongarije werden geraamd op 1 006 515 EUR, waarvan de Academie 43 % heeft gefinancierd via besparingen afkomstig van de lagere aanpassingscoëfficiënt voor personeelsvergoedingen in Hongarije; constateert dat het resterende bedrag in gelijke mate is gefinancierd door bijdragen van de Commissie en van het Verenigd Koninkrijk;

15.  stelt met voldoening vast dat de raad van bestuur de boekhoudkundige diensten van de Academie in 2014 heeft uitbesteed aan de Commissie om zo de administratieve lasten te verlagen; merkt op dat de aanstelling van de rekenplichtige van de Commissie als rekenplichtige van de Academie in april 2014 van kracht is geworden;

Overige opmerkingen

16.  verzoekt de Academie haar procedures en praktijken ter bescherming van de financiële belangen van de Unie te verstevigen en actief mee te werken aan een resultaatgerichte kwijtingsprocedure;

°

°  °

17.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 4 april 2016 over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen(13).

19.2.2016

ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2180(DEC))

Rapporteur voor advies: Monica Macovei

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  merkt op dat de Rekenkamer concludeert dat de jaarrekeningen van de Europese Politieacademie (CEPOL) een correcte weergave zijn van de financiële stand van zaken op 31 december 2014, en dat haar transacties wettig en regelmatig zijn;

2. verneemt uit het verslag van CEPOL over het budgettair en financieel beheer voor 2014 dat twee belangrijke gebeurtenissen een invloed hebben gehad op de financiële prestaties van het agentschap: de uitbesteding van de boekhouddiensten aan de rekenplichtige van de Europese Commissie op 1 april en de verplaatsing van het agentschap van Bramshill (VK) naar Boedapest (Hongarije), die plaats vond tussen 19 september en 1 oktober;

3.  wijst op het hoge annuleringspercentage (15 %) van de in 2014 overgedragen vastleggingskredieten ten gevolge van de annulering van het Matrixproject en het feit dat de in het kader van de subsidieovereenkomst 2013 te vergoeden kosten lager waren dan geraamd; pleit voor verbeteringen op dit punt in het volle besef dat de Rekenkamer van mening is dat overdrachten vaak het gevolg zijn van gebeurtenissen die buiten de controle van het bureau liggen of die gerechtvaardigd worden door het meerjarige karakter van de activiteiten, aanbestedingsprocedures of projecten;

4. neemt kennis van het antwoord van CEPOL op de opmerkingen van de Rekenkamer en van de maatregelen die CEPOL in de afgelopen jaren heeft geïntroduceerd, die hebben geleid tot een aanzienlijke vermindering van het bedrag aan overgedragen en geannuleerde geldmiddelen, alsook van zijn inzet om ervoor te zorgen dat het in het Financieel Reglement vastgelegde jaarperiodiciteitsbeginsel beter en blijvend wordt nageleefd;

5.  vreest dat de aanwervingsprocedures van CEPOL nog steeds niet volledig transparant zijn en dat de vereisten met betrekking tot beroepservaring niet altijd in overeenstemming waren met de uitvoeringsbepalingen bij het Statuut van de Academie; erkent dat CEPOL richtsnoeren heeft vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop punten worden toegekend aan de kandidaten (UG HR 001-2) en dringt er bij CEPOL op aan deze richtsnoeren openbaar te maken; betreurt het feit dat in het jaarlijks activiteitenverslag voor 2014 geen informatie wordt gegeven over deze richtsnoeren en vraagt CEPOL die toe te voegen en de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de gevolgen van de richtsnoeren voor de aanwervingsprocedure;

6.  juicht het toe dat CEPOL in november 2014 zijn beleid inzake de preventie van en omgang met belangenconflicten heeft vastgesteld en gepubliceerd; wijst op de publicatie van de cv's en belangenverklaringen van de directeur, de adjunct-directeur en het merendeel van de bestuursleden op de website van CEPOL; dringt bij CEPOL aan op de publicatie van de cv's en belangenverklaringen van alle bestuursleden en deskundigen, alsook van een omvattend organisatieschema; verzoekt om de vaststelling van een duidelijke klokkenluidersstrategie en regels tegen "draaideur"-constructies; herinnert het Agentschap eraan dat het bindende interne regels inzake klokkenluiders moet vaststellen, overeenkomstig artikel 22 ter van het Ambtenarenstatuut, dat op 1 januari 2014 van kracht is geworden.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

16.2.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

54

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Gerard Batten, Michał Boni, Caterina Chinnici, Ignazio Corrao, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Laura Ferrara, Monika Flašíková Beňová, Lorenzo Fontana, Kinga Gál, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Sophia in ‘t Veld, Eva Joly, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Timothy Kirkhope, Barbara Kudrycka, Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Claude Moraes, József Nagy, Péter Niedermüller, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Udo Voigt, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marina Albiol Guzmán, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Pál Csáky, Daniel Dalton, Dennis de Jong, Gérard Deprez, Anna Hedh, Petr Ježek, Emil Radev, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Barbara Spinelli, Elissavet Vozemberg-Vrionidi

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marian-Jean Marinescu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Bodil Valero

(1)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 46.

(2)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 46.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 256 van 1.10.2005, blz. 63.

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 46.

(8)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 46.

(9)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(10)

PB L 256 van 1.10.2005, blz. 63.

(11)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(12)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(13)

Aangenomen teksten van die datum, P[8_TA(-PROV)(2016)0000].

Juridische mededeling