Procedure : 2015/2199(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0092/2016

Ingediende teksten :

A8-0092/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.56
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0192

VERSLAG     
PDF 273kWORD 84k
7.4.2016
PE 571.618v02-00 A8-0092/2016

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2199(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Marian-Jean Marinescu

 1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT


1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2199(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor de periode van 1 januari t/m 26 juni 2014, vergezeld van de antwoorden van de Gemeenschappelijke Onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05587/2016 – C8-0055/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen(4),

–  gezien Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel(5), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0092/2016),

1.  stelt zijn besluit om de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor het begrotingsjaar 2014 uit;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2199(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor de periode van 1 januari t/m 26 juni 2014, vergezeld van de antwoorden van de Gemeenschappelijke Onderneming(8),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(9) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05587/2016 – C8-0055/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(10), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen(11),

–  gezien Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel(12), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(13),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(14),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0092/2016),

1.  stelt de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor het begrotingsjaar 2014 uit;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2199(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0092/2016),

A.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis (de "Gemeenschappelijke Onderneming") in december 2007 werd opgericht voor een periode van tien jaar met als doel het vaststellen en ten uitvoer leggen van een onderzoeksagenda voor de ontwikkeling van cruciale technologieën voor ingebedde computersystemen voor verschillende toepassingsgebieden, teneinde het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de economie van de Unie te versterken en het ontstaan van nieuwe markten en maatschappelijke toepassingen te bevorderen;

B.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming autonoom is gaan functioneren in oktober 2009;

C.  overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de Gemeenschappelijke Onderneming voor de periode van tien jaar 420 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van het zevende kaderprogramma voor onderzoek;

D.  overwegende dat de financiële bijdragen uit lidstaten die deelnemen aan Artemis in totaal ten minste 1,8 maal de financiële bijdrage van de Unie zouden moeten bedragen en dat de bijdragen in natura van de onderzoeks- en ontwikkelingsorganisaties die deelnemen aan projecten gedurende de looptijd van de Gemeenschappelijke Onderneming ten minste gelijk aan of groter moeten zijn dan de bijdragen van de overheid;

E.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming en de Gemeenschappelijke Onderneming Eniac fuseerden met het oog op de totstandbrenging van het gemeenschappelijk technologie-initiatief Elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (Ecsel JTI), dat in juni 2014 van start is gegaan voor een periode van tien jaar;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor de periode van 1 januari 2014 t/m 26 juni 2014 op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 26 juni 2014 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen voor de op die datum afgesloten periode, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële regeling en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudkundige regels;

2.  is bezorgd over het feit dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2014 ("verslag van de Rekenkamer") een verklaring met beperking heeft afgegeven over de regelmatigheid en wettigheid van de ten grondslag liggende verrichtingen, op de grond dat de met nationale financieringsautoriteiten (nfa's) aangegane administratieve overeenkomsten met betrekking tot de controle van de projectkosten geen uitspraak doen over de praktische aspecten van controles achteraf;

3.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat de Gemeenschappelijke Onderneming geen beoordeling heeft gemaakt van de kwaliteit van de van de nfa's ontvangen controleverslagen over de kosten in verband met afgeronde projecten; merkt voorts op dat een beoordeling van de controlestrategieën van drie van de nfa's geen conclusies toeliet over de effectiviteit van controles achteraf, dit vanwege de verschillen in de door de nfa's gehanteerde methoden, zodat de Gemeenschappelijke Onderneming geen gewogen foutenpercentage of restfoutenpercentage kon berekenen; merkt voorts op dat het Ecsel JTI heeft verklaard dat uit de door hem uitgevoerde uitgebreide beoordeling van de nationale garantiesystemen is gebleken dat deze een redelijke mate van bescherming voor de financiële belangen van de leden van de Gemeenschappelijke Onderneming kunnen bieden;

4.  verzoekt het Ecsel JTI na de beoordeling van de door de nfa's gevolgde procedure de nfa's te verzoeken om een schriftelijke verklaring dat de toepassing van de nationale procedures een redelijke mate van garantie biedt ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen;

5.  merkt op dat in het verslag van de Rekenkamer een verklaring met beperking staat, omdat het ontbreekt aan informatie die nodig is om na de controles achteraf van de nfa's een gewogen foutenpercentage of een restfoutenpercentage te berekenen; verzoekt de Rekenkamer overeenkomstig artikel 287, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bij de nationale controle-instanties en/of de bevoegde nationale departementen aanvullende en noodzakelijke documenten en informatie te vergaren die de Gemeenschappelijke Onderneming niet zelf kan opeisen; verzoekt de Rekenkamer voorts deze aanvullende informatie als alternatief te gebruiken voor de rechtvaardiging van haar verklaring en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over haar beoordeling van deze aanvullende gegevens;

6.  constateert dat volgens het verslag van de Rekenkamer in de definitieve begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2014 vastleggingskredieten ter hoogte van 2 554 510 EUR en (operationele) betalingskredieten ter hoogte van 30 330 178 EUR waren opgenomen;

7.  merkt op dat in de oorspronkelijke begroting voor 2014 enkel vastleggingskredieten voor werkingskosten ter hoogte van 2 200 000 EUR waren opgenomen en geen vastleggingskredieten voor operationele activiteiten; merkt voorts op dat de bestedingsgraad voor administratieve vastleggingskredieten 38 % bedroeg; stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer deze kredieten het resultaat zijn van de fusie van de Gemeenschappelijke Onderneming en Eniac in juni 2014 en van het feit dat de begroting voor het hele jaar was goedgekeurd;

8.  herinnert de Gemeenschappelijke Onderneming aan haar verplichting om de verhouding 1 tot 1,8 te respecteren bij de bijdragen van de lidstaten ten opzichte van die van de Unie; stelt tot zijn ongenoegen vast dat het bedrag voor de kredieten voor de oproepen tot het indienen van voorstellen 198 000 000 EUR bedroeg, wat neerkomt op 48 % van de totale begroting; stelt evenwel vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer begrotingsbeperkingen in de lidstaten de vastlegging van het resterende deel van de begroting belemmerden, wat op 52 % van de totale begroting neerkomt;

9.  merkt de beperkte informatie op over bijdragen in natura en in contanten; verzoekt de Rekenkamer in haar volgende verslagen concrete bepalingen op te nemen in verband met de evaluatieprocedure en het niveau van de bijdragen in natura en in contanten;

Rechtskader

10.  is zich bewust van de fusie van de Gemeenschappelijke Onderneming in juni 2014; vreest echter dat de Gemeenschappelijke Onderneming haar financiële regeling niet heeft gewijzigd om te voldoen aan het nieuw Financieel Reglement dat van toepassing is op publiek-private partnerschapsorganen(15), dat op 8 februari 2014 van kracht is geworden;

Interne audit

11.  neemt kennis van het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming haar financiële regeling nog niet heeft gewijzigd om hierin de bepaling uit het besluit betreffende het zevende kaderprogramma(16) ten aanzien van de bevoegdheden van de intern controleur van de Commissie op te nemen; erkent dat dit te wijten is aan de fusie met Ecsel JTI;

Interne controle

12.  stelt met bezorgdheid vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming geen actie heeft ondernomen in verband met bepaalde internecontrolenormen met betrekking tot informatieverstrekking en financiële verslaglegging, in het bijzonder de evaluatie van activiteiten, internecontrolesystemen en een dienst Interne Audit (IAC); stelt vast dat dit te wijten was aan de nakende fusie; vraagt het Ecsel JTI om de kwijtingsautoriteit te informeren over de genomen maatregelen en de geboekte vooruitgang op dit gebied;

13.  stelt met tevredenheid vast dat hoewel de dienst Interne Audit ten tijde van de fusie nog niet operationeel was, die functie kort daarna, op 4 juli 2014, werd ingesteld;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

14.  verneemt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat de Gemeenschappelijke Onderneming op het moment van de controle niet over een uitgebreide schriftelijke procedure beschikte om met belangenconflicten om te gaan; merkt op dat de raad van bestuur van het Ecsel JTI een omvattend beleid heeft goedgekeurd dat belangenconflicten moet voorkomen;

15.  neemt kennis van het feit dat tot het werkprogramma voor 2016 van de Rekenkamer ook een bijzonder verslag over de controle van de prestaties van gemeenschappelijke ondernemingen behoort.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marian-Jean Marinescu, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Birgit Collin-Langen, Bodil Valero

(1)

  PB C 422 van 17.12.2015, blz. 9.

(2)

  PB C 422 van 17.12.2015, blz. 10.

(3)

  PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

  PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52.

(5)

  PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.

(6)

  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(7)

  PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(8)

  PB C 422 van 17.12.2015, blz. 9.

(9)

  PB C 422 van 17.12.2015, blz. 10.

(10)

  PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(11)

  PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52.

(12)

  PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.

(13)

  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(14)

  PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(15)

  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2).

(16)

  Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1).

Juridische mededeling