Procedure : 2015/2196(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0097/2016

Ingediende teksten :

A8-0097/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.62
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0198

VERSLAG     
PDF 287kWORD 98k
7.4.2016
PE 571.627v02-00 A8-0097/2016

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2196(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Marian-Jean Marinescu

AMENDEMENTEN
 1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT


1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2196(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05587/2016 – C8-0052/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan(4), en met name artikel 5, lid 3,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0097/2016),

1.  stelt zijn besluit om de directeur van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2014 uit;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2196(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(7),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(8) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05587/2016 – C8-0052/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(9), en met name artikel 208,

–  gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan(10), en met name artikel 5, lid 3,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(11),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(12),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0097/2016),

1.  stelt zijn besluit om de directeur van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2014 uit;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2196(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0097/2016),

A.  overwegende dat de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie ("de gemeenschappelijke onderneming") in maart 2007 werd opgericht voor een periode van 35 jaar;

B.  overwegende dat de leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn: Euratom, vertegenwoordigd door de Commissie, de lidstaten van Euratom en andere landen die met Euratom samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van beheerste kernfusie zijn aangegaan;

C.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming autonoom begon te functioneren in maart 2008;

Begrotings- en financieel beheer

1.  merkt op dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie de ("het verslag van de Rekenkamer") verklaart dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor 2014 op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2014 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële voorschriften;

2.  merkt op dat de instellingen en organen verplicht zijn ieder jaar met een verslag over het budgettair en financieel beheer te komen en dat de informatie die door de gemeenschappelijke onderneming in dit verslag is verstrekt te weinig geharmoniseerd en vaak onvolledig was; merkt op dat de Commissie richtsnoeren dient te verschaffen met betrekking tot de aard en inhoud van het verslag;

3.  wijst erop dat in het verslag van de Rekenkamer wordt benadrukt dat in de op 7 juli 2010(13) aangenomen conclusies van de Raad een bedrag van 600 miljard EUR goedgekeurd werd (waarde van 2008) voor de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming voor de ITER-bouwfase van het project; merkt op dat in dit cijfer, waarmee de oorspronkelijk begrote kosten voor deze fase van het project verdubbeld werden, het in 2010 door de Commissie voorgesteld bedrag van 663 miljoen EUR voor eventuele onvoorziene omstandigheden niet was inbegrepen; verneemt dat de ITER-Organisatie een reservefonds heeft opgezet om een duidelijker mechanisme te bieden dat de nationale agentschappen compenseert voor wijzigingen in het ontwerp en spoort de interne organisatie aan oplossingen te vinden om de kosten zo laag mogelijk te houden, in een poging de bij het beheersonderzoek 2013 voor ITER aan het licht gebrachte tekortkomingen recht te trekken(14); is van mening dat de aanzienlijke stijging van de projectkosten andere uit de begroting van de Unie gefinancierde programma's in gevaar kan brengen en mogelijk in strijd is met het beginsel van een goede prijs-kwaliteitverhouding;

4.  stelt met bezorgdheid vast dat de complexiteit van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming met zich meebrengt dat het bedrag van de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming aan de bouwfase van het project onderhevig is aan significante risico's op verhoging; tekent daarbij aan dat die risico's voornamelijk het gevolg zijn van wijzigingen in de reikwijdte van de projectresultaten en vertragingen ten opzichte van het huidige tijdpad, dat als onrealistisch wordt beschouwd, en dat de voor juni 2015 geplande lancering van een nieuw ITER-actieplan door de Raad van de ITER-organisatie (ITER-Raad), met inbegrip van de reikwijdte, het tijdpad en de kosten, eerst werd uitgesteld tot november 2015 en thans gepland is voor medio 2016; merkt tevens op dat het uitlopen van de bouwfase van het project ten tijde van de controle door de gemeenschappelijke onderneming op minstens 43 maanden werd geschat; verneemt dat de gemeenschappelijke onderneming al een strak beleid aan het vaststellen is voor het bovenstaande en dat zij geen aanbestedingsacties wil ondernemen voordat de specificaties voor contracten voldoende stabiel zijn; merkt eveneens op dat de gemeenschappelijke onderneming de aanbestedingsschema's voor alle systemen heeft herzien om te waarborgen dat de duur van elke activiteit correct is en dat het geplande werk uitvoerbaar is gezien de binnen de organisatie beschikbare middelen(15);

5.  neemt ter kennis dat de gemeenschappelijke onderneming in haar laatste raming van november 2014 het tekort ("negatieve onvoorziene omstandigheden") tot de afronding van de bouwfase van het project op 428 miljoen EUR (waarde van 2008) schatte; beseft dat de gemeenschappelijke onderneming momenteel werkt aan een nauwkeurigere en meer actuele raming door middel van kostenbeheersingsmaatregelen en dat de kostencontrole op het niveau van het algemene projectmanagement onder leiding van de nieuwe directeur-generaal van de ITER-organisatie een prioriteit zal blijven; wijst erop dat de Commissie op de vergadering van de Commissie begrotingscontrole van 22 februari 2016 publiekelijk heeft meegedeeld dat ze het door de nieuwe directeur-generaal van de ITER-Organisatie gepresenteerde voorstel voor een actieplan "verwerpt"; merkt voorts op dat de gemeenschappelijke onderneming een centraal stelsel heeft opgezet om de kostengegevens te beheren teneinde de evolutie van de begroting op de voet te volgen en kostenafwijkingen regelmatig te monitoren(16);

6.  dringt er bij de nieuwe directeur-generaal van de ITER-Organisatie op aan zijn nieuwe actieplan publiekelijk voor te stellen; gaat ervan uit dat een verdere vertraging of bijkomende kosten voor het ITER-project duidelijk worden vermeden in het nieuwe ITER-actieplan;

7.  verzoekt de gemeenschappelijke onderneming actief deel te nemen aan het nieuwe ITER-actieplan, waarin het tijdschema en de reikwijdte van het project moeten worden opgenomen; verwacht dat het nieuwe ITER-actieplan daarenboven maatregelen omvat om in te gaan op alle opmerkingen van de Rekenkamer.

8.  neemt ter kennis dat de gemeenschappelijke onderneming nog steeds bezig is met de ontwikkeling van een centraal en uniform systeem waarin alle operationele gegevens kunnen worden geïntegreerd en regelmatig toezicht op en controle van ramingen, kosten en afwijkingen mogelijk is; onderstreept hoe belangrijk het is over een dergelijk systeem te beschikken; merkt bovendien op dat de gemeenschappelijke onderneming de waardering van haar bijdrage aan het ITER-project na de afronding van de bouwfase niet heeft bijgewerkt; verneemt dat de gemeenschappelijke onderneming een volledig operationeel systeem heeft om de kosten op het niveau van de aanbestedingsregeling en van het systeem te controleren en te monitoren, maar dat zij ten tijde van de audit nog niet alle gegevens op niveau 6 (contracten) op orde had; verneemt dat de gemeenschappelijke onderneming de kosten van projecten per projectteam heeft geraamd in plaats van centraal en op uniforme wijze; merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming gebruikmaakt van een aantal gegevensbeheertools om haar operationele en financiële gegevens bij te houden en te beheren, geïntegreerd in het "geïntegreerde rapportagesysteem", en dat wordt gewerkt aan de verbetering van haar systeem voor het beheer van kostengegevens en -afwijkingen.

9.  neemt er nota van dat de nieuwe directeur-generaal van de ITER-organisatie als reactie op de huidige uitdagingen voor het ITER-project aan de ITER-raad een actieplan heeft gepresenteerd met specifieke maatregelen voor de aanpak van de belangrijkste beperkingen waardoor de ontwikkeling van het project op dit moment wordt beïnvloed; neemt voorts ter kennis dat, wat betreft de gemeenschappelijke onderneming, de nieuwe waarnemend directeur aan de raad van bestuur een actieplan voor de gemeenschappelijke onderneming heeft gepresenteerd dat het actieplan van de ITER-organisatie grotendeels ondersteunt; begrijpt van de gemeenschappelijke onderneming dat de plaatsvervangend directeur een actieplan heeft opgesteld en dat in maart 2015 heeft voorgelegd aan de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming, die volledig achter dat plan stond, en dat dit actieplan van de gemeenschappelijke onderneming het ITER-actieplan op een aantal punten aanvult en verdere verbeteringen voorstelt voor de eigen activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming; merkt op dat de praktische maatregelen voor de tenuitvoerlegging van beide actieplannen op het moment van de controle nog niet waren bepaald; merkt bovendien op dat deze actieplannen sinds maart 2015 worden uitgevoerd en op de voet worden gevolgd door de ITER-organisatie en de gemeenschappelijke onderneming, en dat verwacht wordt dat die plannen verbeteringen zullen opleveren;

10.  neemt ter kennis dat de ITER-Raad ook een werkschema voor de ITER-organisatie voor 2016 en 2017 heeft goedgekeurd, samen met een reeks mijlpalen die in die twee komende jaren moeten worden bereikt; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de kwijtingsautoriteit meer details te verstrekken over deze mijlpalen;

11.  merkt op dat de definitieve begroting 2014 die beschikbaar was voor tenuitvoerlegging 1 168 800 000 EUR aan vastleggingskredieten en 576 600 000 EUR aan betalingskredieten beliep en dat de uitvoeringspercentages voor de vastleggingen en de betalingen respectievelijk 100 % en 88,5 % bedroegen; wijst er echter op dat de uitvoeringsgraad van de betalingskredieten met betrekking tot de oorspronkelijke begroting voor 2014 73 % bedroeg;

12.  constateert dat van de vastleggingskredieten 23 % werd uitgevoerd door middel van rechtstreekse afzonderlijke vastleggingen en de overige 77 % door middel van globale vastleggingen; merkt op dat de lage uitvoeringsgraad van afzonderlijke vastleggingen kan worden verklaard door de totale uitloop van het ITER-project en de verschillende veranderverzoeken vanuit de ITER-organisatie;

Preventie en beheer van belangenconflicten en transparantie

13.  neemt ter kennis dat er aanzienlijke vooruitgang is geboekt en dat de meeste cv's van de leden van de raad van bestuur en zijn hulporganen op de website van de gemeenschappelijke onderneming zijn gepubliceerd; merkt voorts op dat leden die hun cv niet bekend maken, overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de raad van bestuur geen toegang hebben tot het documentenbeheersysteem dat de documentatie van de raad van bestuur bevat(17);

Gastheerschapsovereenkomst

14.  verneemt dat de gemeenschappelijke onderneming het aanbod van het Koninkrijk Spanje om nieuwe gebouwen te delen met een Spaanse instelling, heeft aangenomen; merkt echter op dat er geen akkoord is bereikt omdat de beschikbare ruimte na een analyse van een onafhankelijke externe architect ongeschikt werd geacht(18); dringt er bij de gemeenschappelijke onderneming op aan de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van het resultaat van recente onderhandelingen over een nieuw contract om in het bestaande gebouw gehuisvest te blijven;

Arbeidsomstandigheden

15.  maakt zich ernstige zorgen over het feit dat de gemeenschappelijke onderneming nog niet alle regels ter uitvoering van het personeelsstatuut heeft aangenomen; stelt met bezorgdheid vast dat de gemeenschappelijke onderneming, om een wettelijk vacuüm te voorkomen in afwachting van de formele vaststelling van de uitstaande uitvoeringsvoorschriften voor haar personeelsstatuut, twee overgangsmaatregelen heeft toegepast; stelt echter vast dat er op dit terrein vooruitgang is geboekt; dringt er bij de gemeenschappelijke onderneming op aan deze situatie dringend te verhelpen; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van nieuwe vorderingen en de staat van uitvoering(19);

Internecontrolesystemen

16.  merkt op dat de interne auditcapaciteit (IAC) van de gemeenschappelijke onderneming in 2014 de controle op de tenuitvoerlegging van contracten heeft geëvalueerd, waarbij zij op belangrijke risicofactoren heeft gewezen, zoals het onrijpe ontwerp van enkele van de ITER-activiteiten, het grote aantal verzoeken om projectwijzigingen, het onrealistische tijdspad van het project en de vertraging bij de tenuitvoerlegging van de activiteiten; merkt op dat het voor de gemeenschappelijke onderneming moeilijk is sommige van deze risico's op doeltreffende wijze te beperken, omdat zij onder de verantwoordelijkheid van de ITER-organisatie vallen; wijst er voorts op dat uit de evaluatie ook is gebleken dat er steviger controles en proceswijzigingen nodig zijn, met name met betrekking tot de controle van beheer van veranderingen, het financieel beheer van contracten en het beheer van niet-conformiteit;

17.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer met bezorgdheid op dat het interne risicobeheersysteem van de gemeenschappelijke onderneming in 2014 tien nieuwe risico's heeft geconstateerd; merkt op dat van de 32 acties die geïdentificeerd waren voor de aanpak van de zes zeer hoge risico's, er 13 waren uitgevoerd, 9 nog liepen, één verouderd was en daarom geannuleerd werd en 9 nog niet waren gestart;

18.  stelt vast dat de dienst Interne audit van de Europese Commissie (DIA) een beperkte evaluatie van het contractbeheer heeft opgesteld , waarin hij erop heeft gewezen dat de gemeenschappelijke onderneming zich van een voornamelijk op aanbestedingen gerichte organisatie ontwikkelt tot een organisatie die voornamelijk contracten beheert; merkt op dat in de evaluatie wordt geconcludeerd dat de gemeenschappelijke onderneming voortgang boekt in de richting van de opzet van orgaanbrede controles voor de aanpak van de risico's in verband met de tenuitvoerlegging van de contracten; merkt echter op dat ook een aantal terreinen geïdentificeerd wordt waarop de aanwezige controles nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn, met name met betrekking tot het beheer van contractwijzigingen en onvoorziene omstandigheden;

Operationele aanbestedingsovereenkomsten en subsidies

19.  begrijpt uit het verslag van de Rekenkamer dat 58 % van de in 2014 gelanceerde 67 operationele aanbestedingsovereenkomsten onderhandelingsprocedures waren en dat de aanbestedingsprocedures nog voor verbetering vatbaar zijn;

20.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de bevinding van de Rekenkamer dat de gemeenschappelijke onderneming er, één uitzondering daargelaten, niet in geslaagd is om op het moment waarop de procedure werd uitgeschreven, de bedragen ter beschikking te stellen uit de op 6,6 miljard EUR gemaximeerde begroting die waren toegewezen aan de verschillende contracten, en dat zij evenmin een bedrag ter hoogte van de geschatte waarde bij de voltooiing (GWV) van deze activiteiten heeft verstrekt; herinnert de gemeenschappelijke onderneming eraan dat die informatie essentieel is voor de berekening van kostenafwijkingen van de gemaximeerde begroting; merkt voorts op dat de overschrijding van de toegekende waarde van het contract ten opzichte van het referentiescenario inzake de kosten in één geval 29 % beliep en dat die overschrijding niet gerapporteerd werd in de verslagen van het evaluatiecomité; dringt er bij de gemeenschappelijke onderneming op aan transparant te zijn en de beginselen van goed financieel beheer nauwgezet na te leven;

21.  merkt met bezorgdheid op dat het verslag van de Rekenkamer gewag maakt van gebreken in de beoordeling van de financiële offertes door het evaluatiecomité; merkt op dat er in de beoordeling in één geval rekening was gehouden met de contractvarianten (ten belope van 32 miljoen EUR) noch de bijkomende kosten; wijst erop dat de offertes in een ander geval niet vergeleken werden met de toegewezen waarde van de gemaximeerde begroting of met het referentiescenario inzake de kosten; merkt op dat in geen van de onderzochte procedures in de verslagen van het evaluatiecomité de GWV van deze contracten genoemd werd;

22.  merkt op dat de resultaten van sommige aanbestedingsprocedures negatief beïnvloed werden door vertragingen en dat de gemeenschappelijke onderneming in één aanbestedingsprocedure een onvoorziene en niet-begrote activiteit moest opnemen in het werkprogramma voor 2014, wat tot een aanvullend contract van 2 280 000 EUR leidde; merkt op dat in één aanbestedingsprocedure de in het verslag van het evaluatiecomité vermelde technische gunningscriteria te algemeen waren en de geregistreerde opmerkingen niet voldoende gedetailleerd om de toegekende scores te onderbouwen; merkt voorts op dat de gemeenschappelijke onderneming, hoewel zij de desbetreffende kennisgeving van opdracht gepubliceerd had en een aantal aan de aanbesteding voorafgaande activiteiten had uitgevoerd, het contract in drie aanbestedingsprocedures niet ter bevordering van de zichtbaarheid en de concurrentie via een vooraankondiging had uitgeschreven, zoals wordt aanbevolen in het vademecum voor overheidsopdrachten van de Commissie;

Algemene controle en toezicht op operationele aanbestedingsovereenkomsten en subsidies

23.  erkent dat de actieplannen die door de gemeenschappelijke onderneming zijn vastgesteld naar aanleiding van de interne audits betreffende financieel verkeer, subsidiebeheer en deskundigencontracten op het moment van de controle (maart 2015) volledig of op de meeste punten waren uitgevoerd; merkt voorts op dat de uitvoeringstermijn van 29 van de 46 nog lopende aanbevelingen met betrekking tot de actieplannen die de gemeenschappelijke onderneming naar aanleiding van de verrichte interne audits had vastgesteld, verstreken was;

24.  wijst erop dat de controles achteraf betreffende subsidies niet waren afgerond ten tijde van de controle van de Rekenkamer;

Rechtskader

25.  leest in het verslag van de Rekenkamer dat de gemeenschappelijke onderneming haar financiële regels niet heeft gewijzigd ter weergave van de veranderingen voortvloeiend uit het nieuwe Financieel Reglement(20) en de financiële kaderregeling voor de organen waarnaar in artikel 208 van het nieuwe Financieel Reglement(21)wordt verwezen; constateert dat de gemeenschappelijke onderneming maatregelen heeft genomen en een dialoog met de Commissie is gestart om deze kwestie op te lossen(22); verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vorderingen op dit gebied;

Intellectuele eigendomsrechten en industrieel beleid

26.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat zij de bestaande maatregelen doeltreffend acht om de risico's te beperken en de mededinging te vergroten; merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming met betrekking tot het industriële beleid eind 2014 24 van de 32 voorziene maatregelen ten uitvoer had gelegd(23);

27.  verneemt dat de gemeenschappelijke onderneming maatregelen heeft genomen met betrekking tot de exclusieve rechten op de exploitatie van het intellectuele eigendom dat wordt voortgebracht op andere gebieden dan fusie; merkt ook op dat de gemeenschappelijke onderneming geacht werd definities en methoden te ontwikkelen om fusietoepassingen te identificeren; wijst op het grote belang daarvan; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de kwijtingsautoriteit van de vorderingen op dit gebied op de hoogte te houden(24).

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marian-Jean Marinescu, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Birgit Collin-Langen, Bodil Valero

(1)

PB C 422 van 17.12.2015, blz. 33.

(2)

PB C 422 van 17.12.2015, blz. 34.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

PB C 422 van 17.12.2015, blz. 33.

(8)

PB C 422 van 17.12.2015, blz. 34.

(9)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(10)

PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.

(11)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(12)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(13)

Conclusies van de Raad van 7 juli 2010 (ref. 11902/10) over de status van ITER (ref. 11902/10).

(14)

Follow-upverslag kwijting 2013.

(15)

Follow-upverslag kwijting 2013.

(16)

Follow-upverslag kwijting 2013.

(17)

Follow-upverslag kwijting 2013.

(18)

Follow-upverslag kwijting 2013.

(19)

Jaarlijks activiteitenverslag ITER, blz. 104 & follow-upverslag kwijting 2013.

(20)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(21)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(22)

Follow-upverslag kwijting 2013.

(23)

Follow-upverslag kwijting 2013.

(24)

Follow-upverslag kwijting 2013.

Juridische mededeling