Procedure : 2015/2168(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0100/2016

Ingediende teksten :

A8-0100/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.34
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0170

VERSLAG     
PDF 290kWORD 99k
7.4.2016
PE 569.748v02-00 A8-0100/2016

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2168(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Derek Vaughan

PE_DEC_Agencies

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2168(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0066/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk(4), en met name artikel 13,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0100/2016),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 143.

(2)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 143.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 126 van 21.5.2009, blz. 13.

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2168(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0066/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk(4), en met name artikel 13,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0100/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van het Europees Milieuagentschap overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2168(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0100/2016),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Milieuagentschap ("het Agentschap") voor het begrotingsjaar 2014 volgens zijn financiële staten 52 573 071 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 6,70 % ten opzichte van 2013 betekent; overwegende dat de begroting van het Agentschap voor 76,81 % wordt gefinancierd uit de begroting van de Unie; overwegende dat de toename vooral verband houdt met de beleidsuitgaven voor strategische acties;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014 ("het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2014 betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Opmerkingen over de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen

1.  stelt op basis van het verslag van de Rekenkamer vast dat het Agentschap in 2014 een aanbesteding heeft georganiseerd voor de verlening van adviesdiensten op het gebied van IT en geografische informatiesystemen (GIS) voor de uitvoering van de component inzake toegang tot referentiegegevens en ter ondersteuning van het Agentschap op het gebied van andere aan Copernicus gerelateerde activiteiten; merkt op dat volgens het verslag van de Rekenkamer een belangrijk aspect van de aanbesteding, namelijk "bekende tekortkomingen", in de technische specificaties niet waren gedefinieerd; verneemt echter van het Agentschap dat de "bekende tekortkomingen" zijn beschreven in punt 6.3.2 van de specificaties van de aanbesteding;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,19 % en dat het uitvoeringspercentage van de kredieten voor betalingen 87,19 % bedroeg;

Vastleggingen en overdrachten

3.  erkent dat de jaarlijkse audit van de Rekenkamer geen opmerkelijke zaken aan het licht heeft gebracht wat betreft het bedrag van de in 2014 overgedragen vastgelegde kredieten; merkt op dat, hoewel het totaalbedrag van de overdrachten van 2014 naar 2015 hoger is dan in het voorgaande jaar, 69,36 % van dat bedrag betrekking heeft op de eindbetaling van de bijdrage van 2014 voor de Europese thematische centra (ETC's), die volgens de overeenkomsten na overlegging van het vierde driemaandelijkse voortgangsverslag in 2015 moest worden betaald;

Overschrijvingen

4.  merkt op dat er in 2014 in totaal 24 overschrijvingen hebben plaatsgevonden; stelt vast dat die overschrijvingen onder de grens lagen van 10 % van de kredieten voor het jaar dat staat vermeld op het begrotingsonderdeel waarvan de kredieten worden overgeschreven en 268 128 EUR bedroegen (0,64 % van de totale kredieten); merkt op dat 40 % van het aantal overschrijvingen betrekking had op gesplitste kredieten en daarom niet is opgenomen in de 10 %-berekening;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

5.  stelt vast dat het Agentschap zijn aantal medewerkers heeft verminderd overeenkomstig de beginselen van het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de begrotingsdiscipline(7), en dat dit voor 2014 heeft geleid tot het schrappen van drie tijdelijke functies; verneemt van het Agentschap dat het steeds moeilijker wordt om zijn organisatiestructuur met het oog op de noodzakelijke ontslagen aan te passen zonder nadelige gevolgen voor zijn capaciteit om de belangrijkste onderdelen van zijn meerjarige werkprogramma uit te voeren, vooral in verband met de verwachte bijkomende inkrimping van het personeel die de in het Interinstitutioneel Akkoord vastgelegde grens overschrijdt; neemt er nota van dat in de laatste externe evaluatie van het Agentschap wordt vermeld dat de administratieve kosten lager zijn dan die van vergelijkbare agentschappen;

6.  verzoekt het Agentschap om de maatregelen inzake discretie en uitsluiting met betrekking tot openbare aanbestedingen strikt toe te passen, en erop toe te zien dat in alle gevallen een grondig achtergrondonderzoek wordt verricht, en om de uitsluitingsgronden toe te passen om ondernemingen in geval van belangenconflicten te weren, aangezien dit van essentieel belang is om de financiële belangen van de Unie te beschermen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

7.  merkt op dat de raad van bestuur van het Agentschap in november 2014 de fraudebestrijdingsstrategie heeft vastgesteld met het oog op een juiste behandeling van belangenconflicten en de ontwikkeling van activiteiten ter bestrijding van fraude, vooral door middel van preventie, opsporing, bewustmaking en nauwere samenwerking met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF); neemt er nota van dat het Agentschap in overeenstemming met de "Methodology and guidance for anti-fraud strategies for EU decentralised Agencies" van OLAF, zijn activiteiten aan een frauderisicobeoordeling heeft onderworpen op grond van de geschatte waarschijnlijkheid en mogelijke gevolgen van fraude;

8.  verlangt dat het Agentschap invulling geeft aan artikel 16 van het statuut van de ambtenaren, door elk jaar bekend te maken welke hogere EU-ambtenaren de dienst hebben verlaten en een lijst van belangenconflicten te publiceren;

9.  spoort het Agentschap aan het beleid inzake belangenconflicten meer onder de aandacht van zijn personeel te brengen, naast de lopende bewustmakingsactiviteiten en de opname van integriteit en transparantie als verplichte onderwerpen in aanwervingsprocedures en beoordelingsgesprekken;

10.  verzoekt de EU-instellingen en -agentschappen die een gedragscode hebben ingevoerd, waaronder het Europees Parlement, de maatregelen ter uitvoering daarvan, zoals verificaties van de opgaven van financiële belangen, aan te scherpen;

11.  roept op tot een algehele verbetering van de preventie en bestrijding van corruptie door middel van een holistische benadering, te beginnen bij betere toegankelijkheid van documenten voor het publiek en striktere regels voor belangenconflicten, invoering of versterking van transparantieregisters en beschikbaarstelling van voldoende middelen voor wetshandhavingsmaatregelen, alsook door middel van verbeterde samenwerking tussen de lidstaten onderling en met betrokken derde landen;

12.  neemt ter kennis dat het Agentschap op zijn website, naast de reeds gepubliceerde cv's, de belangenverklaringen van zijn bestuur heeft gepubliceerd; neemt ter kennis dat de raad van bestuur van het Agentschap de cv's beschikbaar heeft gesteld van de bestuursleden die met de verstrekking hiervan instemmen;

Interne controle

13.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap is begonnen met de uitvoering van een nieuw beleid voor controles vooraf en achteraf inzake subsidies; neemt er nota van dat de verificatieprocedures op het moment van de audit van de Rekenkamer nog niet waren gedocumenteerd; verneemt van het Agentschap dat het bij het begin van de toepassing van het nieuwe controlebeleid in mei 2014 voorrang heeft verleend aan de richtsnoeren voor de begunstigden betreffende de voorbereiding van de kostendeclaraties; erkent voorts dat die richtsnoeren zijn opgesteld en verspreid onder de medewerkers die de subsidies vooraf verifiëren, en van toepassing zijn vanaf het begrotingsjaar 2016;

14.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar verslag melding maakt van tekortkomingen in de verificaties vooraf en achteraf van het Agentschap; wijst erop dat in een geval de vereiste documenten niet waren overgelegd en in een ander geval niet-subsidiabele kosten waren opgenomen, maar dat toch het volledige gedeclareerde bedrag werd goedgekeurd; verneemt van het Agentschap dat het na de opmerkingen van de Rekenkamer de aanzet heeft gegeven om het geld van de betrokken begunstigde in het tweede geval terug te krijgen; verneemt dat het Agentschap in de toekomst alle eventuele veronachtzaamde controles of afwijkingen van gevestigde beleidslijnen en procedures nauwgezet zal documenteren;

15.  maakt bezorgd uit het verslag van de Rekenkamer op dat de interne controleur betrokken was bij de verificaties vooraf én achteraf, hoewel deze taken niet verenigbaar zijn; verneemt van het Agentschap dat het een formele strategie voor verificatie achteraf zal ontwikkelen die compatibel moet zijn met de taken van de dienst Interne Audit van het Agentschap; verneemt dat de interne controleur van het Agentschap uitsluitend controles achteraf zal uitvoeren, waarbij zowel verificaties ter plaatse als controles van de doeltreffendheid van de verificatie vooraf van het Agentschap aan bod komen; verwacht van het Agentschap dat het de kwijtingsautoriteit verslag uitbrengt over de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de maatregelen die worden uitgevoerd op het gebied van het beleid voor controles vooraf en achteraf;

Interne audit

16.  neemt er nota van dat de dienst Interne Audit van de Commissie tussen 2014 en 2015 het gegevens-/informatiebeheer, met inbegrip van IT, heeft onderworpen aan een audit; kijkt uit naar de resultaten van deze audit die in het jaarverslag voor 2015 van het Agentschap zullen worden gepresenteerd;

17.  merkt op dat de raad van bestuur van het Agentschap vanwege een verandering in het financieel reglement van het Agentschap een nieuw handvest voor interne audit heeft vastgesteld en goedgekeurd; neemt er nota van dat de raad van bestuur de nieuwe ontvanger is van de verslagen van de dienst Interne Audit, en dat de raad van bestuur ook het jaarlijkse werkplan zal goedkeuren en de aanbevelingen van deze dienst zal opvolgen;

Overige opmerkingen

18.  merkt op dat het Agentschap met gebruikmaking van een door de Commissie gegunde interinstitutionele overeenkomst een contract voor IT-back-updiensten, waaronder e-maildiensten, heeft gesloten met een clouddienstverlener; neemt er nota van dat de locatie van de gegevens van het Agentschap niet naar behoren in de voorwaarden van het contract is vastgesteld, waardoor het risico bestaat dat de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, die van toepassing zijn op het Agentschap, niet worden gewaarborgd en dat de dienstverlener de privacybescherming in de zin van artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet volledig in acht neemt; verneemt van het Agentschap dat het op basis van verduidelijkingen en garanties van de dienstverlener, de vastgestelde resterende risico's beschouwt als aanvaardbaar en voldoende behandeld in de overeengekomen contractuele bepalingen; merkt op dat het Agentschap de uitvoering van het contract evenwel regelmatig tegen het licht zal houden om de risico's opnieuw te beoordelen en indien nodig gepaste maatregelen te treffen en verbeteringen aan te brengen;

°

°  °

19.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van [xx xxxx 2016](8) [over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen].

22.1.2016

ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2168(DEC))

Rapporteur voor advies: Giovanni La Via

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  merkt op dat in 2014 een bedrag van 52 500 000 EUR beschikbaar is gesteld aan het Europees Milieuagentschap (hierna: "het Agentschap"), waarvan 36 437 517 EUR (69,4 %) uit de algemene EU-begroting; wijst er daarnaast op dat dit bedrag 0,025 % van de totale begroting van de Unie uitmaakt;

2.  neemt er kennis van dat eind 2014 130 van de 135 posten ingevuld waren en dat het Agentschap 74 arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen in dienst had; stelt vast dat de bezettingsgraad ten opzichte van 2013 enigszins is verhoogd en dat het aandeel arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen in vergelijking met 2013 is afgenomen; merkt op dat het Agentschap 72 % van zijn personeel voor operationele taken inzet en spoort het Agentschap aan op dit vlak te werken aan een verdere verbetering;

3.  neemt er nota van dat de Rekenkamer ook dit jaar weer een opmerking heeft gemaakt over controles vooraf en achteraf, met name betreffende de ontoereikende controles op de subsidietransacties; herinnert eraan dat de kwestie van de controles vooraf reeds sinds 2012 onderwerp van discussie is tussen de Rekenkamer en het Agentschap; spoort het Agentschap aan zich op het gebied van de controles meer inspanningen te getroosten;

4.  neemt er nota van dat het Agentschap in 2014 een aanbesteding heeft georganiseerd voor adviesdiensten in verband met de aanschaf van IT- en geografische informatiesystemen voor de implementatie van de Reference Data Access-component, alsmede voor ondersteuning met betrekking tot andere aan Copernicus gerelateerde activiteiten, voor een bedrag van 1,7 miljoen EUR; neemt nota van de opmerking van de Rekenkamer dat een belangrijk aspect van de aanbesteding, te weten "bekende tekortkomingen", in de technische specificaties nergens wordt gedefinieerd en dat duidelijker aanbestedingsspecificaties tot een doeltreffender en concurrerender aanbestedingsprocedure zouden hebben geleid, en verzoekt het Agentschap de aanbestedingsspecificaties duidelijker te formuleren;

5.  is ingenomen met de melding van de Rekenkamer dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2014 op alle materiële punten wettig en regelmatig waren;

6.  vraagt het bevoegde orgaan van het Agentschap de fraudebestrijdingsstrategie zo spoedig mogelijk in te voeren;

7.  beveelt op grond van de beschikbare gegevens aan de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2014.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.1.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

55

10

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Simona Bonafè, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Jørn Dohrmann, Ian Duncan, Stefan Eck, Bas Eickhout, Eleonora Evi, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Jytte Guteland, György Hölvényi, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Peter Liese, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, Marcus Pretzell, Frédérique Ries, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Tibor Szanyi, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Estefanía Torres Martínez, Nils Torvalds, Glenis Willmott, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Paul Brannen, Herbert Dorfmann, Christofer Fjellner, Luke Ming Flanagan, Elena Gentile, Martin Häusling, Karol Karski, Andrey Kovatchev, Merja Kyllönen, Marijana Petir, Christel Schaldemose, Jasenko Selimovic, Bart Staes, Mihai Ţurcanu, Tom Vandenkendelaere, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Daniel Dalton

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marian-Jean Marinescu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Bodil Valero

(1)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 143.

(2)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 143.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 126 van 21.5.2009, blz. 13.

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1).

(8)

Aangenomen teksten van die datum, P[8_TA(-PROV)(2016)0000].

Juridische mededeling