Procedure : 2015/2184(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0118/2016

Ingediende teksten :

A8-0118/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.33
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0169

VERSLAG     
PDF 303kWORD 106k
8.4.2016
PE 569.747v02-00 A8-0118/2016

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2184(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Derek Vaughan

 1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT


1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2184(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0082/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG(4)van de Commissie, en met name artikel 97,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0118/2016),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen bijgaande onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2184(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met het antwoord van het Agentschap(7),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(8) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0082/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(9), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG(10)van de Commissie, en met name artikel 97,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(11),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(12), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0118/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2184(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0118/2016),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (het "Agentschap") voor het begrotingsjaar 2014 volgens zijn jaarrekening 114 112 193 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 6,37 % ten opzichte van 2013 betekent;

B.  overwegende het Agentschap EU-subsidies van de Commissie kreeg ter waarde van 6 513 623 EUR, alsook andere bijdragen en financiering van de Commissie ter waarde van 1 244 421 EUR;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2014 ("het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2014 betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

1.  herinnert eraan dat het Agentschap sinds 2012 tot taak heeft de technische, wetenschappelijke en administratieve aspecten van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden(13) ('BPR-verordening') te beheren en uit te voeren, evenals vergelijkbare taken die verband houden met de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012(14) ('PIC-verordening');

Follow-up van de kwijting voor 2013

2.  verneemt van het Agentschap dat het de belangenverklaringen van alle formele organen, alsook die van het management en de raad van beroep, heeft gepubliceerd op zijn website voor publieke controle; merkt op dat zowel extern als tijdelijk personeel is opgenomen in de procedures van het Agentschap voor preventie en beheer van belangenconflicten;

Financieel en begrotingsbeheer

3.  merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 97,08 % en dat het uitvoeringspercentage van de kredieten voor betalingen 87,46 % bedroeg; constateert dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten met 3,28 % is gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar;

4.  merkt op dat de uitgaven voor procedures in verband met de nieuwe tenuitvoerlegging van de BPR-verordening gedekt zouden zijn door aanvraagvergoedingen voor de registratie van biociden; erkent dat de geïnde vergoedingen in 2014 slechts 17 % van deze uitgaven hebben gedekt en dat het resterende deel werd gefinancierd door bijdragen uit de begroting van het Agentschap door de Unie en de EVA-landen (Europese Vrijhandelsassociatie); neemt nota van de opmerking van het Agentschap over de onterechte veronderstelling van de Commissie dat het Agentschap de kosten die met de BPR te maken hebben grotendeels zelf kan financieren;

5.  wijst op de problemen die het Agentschap gezien het ontbreken van een financiële reserve ondervindt om bijkomende subsidies te krijgen in de jaren waarin de financiële ontvangsten uit vergoedingen voor biocide activiteiten lager zijn dan geraamd; neemt kennis van de bezorgdheid van het Agentschap dat, indien deze situatie blijft duren en niet wordt gecompenseerd door een hogere subsidie, het bijzonder moeilijk zal zijn om al zijn niet-vergoedingsgerelateerde verplichtingen te blijven nakomen;

6.  benadrukt dat het Agentschap in 2014 een bijdrage van de Unie voor de PIC-verordening van in totaal 1,3 miljoen EUR heeft ontvangen, waardoor het mogelijk was de voorbereidende werkzaamheden af te ronden en de succesvolle inwerkingtreding van de PIC-verordening op 1 maart 2014 te waarborgen;

7.  merkt op dat in 2014 de ontvangsten uit vergoedingen en heffingen in het kader van REACH en werkzaamheden inzake indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (CLP) 27,8 miljoen EUR bedroegen (afkomstig van vergoedingen voor REACH-registraties, kmo-controles en rente-inkomsten van reserves) en dus hoger waren dan geraamd;

8.  herinnert eraan dat, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie(15) ("REACH-Verordening"), het Agentschap wordt gefinancierd uit de vergoedingen die worden betaald door het bedrijfsleven voor de registratie van chemische stoffen en uit een mogelijke compenserende subsidie van de Unie, overeenkomstig artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(16) (het "Financieel Reglement"); merkt bovendien op dat het Agentschap in 2014 voor het vierde opeenvolgende jaar volledig werd gefinancierd uit de vergoedingen voor REACH- en CLP-activiteiten;

9.  feliciteert het Agentschap voor de verdere ontwikkeling van zijn verslaglegging en het stroomlijnen van de financiële processen;

Vastleggingen en overdrachten

10.  merkt op uit het verslag van de Rekenkamer dat het niveau van vastleggingskredieten overgedragen naar 2015 35 % bedroeg voor titels III, IV en V (operationele uitgaven), wat overeenkomt met een daling van 11 % in vergelijking met het voorgaande jaar; erkent dat die overdrachten voornamelijk het gevolg waren van het meerjarig karakter van geplande IT-ontwikkelingsprojecten, uitgaven voor bestelde, maar aan het eind van het jaar nog niet ontvangen vertalingen, en evaluaties van stoffen met een wettelijke termijn in 2015;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

11.  verneemt van het Agentschap dat het in 2014 voor de tenuitvoerlegging van zijn begroting 736 contracten heeft ondertekend, waarvan 548 in het kader van raamcontracten en 188 na een aanbestedingsprocedure; merkt op dat 23 contracten van de laatste categorie werden ondertekend als gevolg van een buitengewone onderhandelingsprocedure en 11 van die 23 hebben betrekking op juridische diensten;

12.  is verheugd dat in 2014 de doelstelling voor aanwervingen van het Agentschap is behaald, waarbij 97 % van de tijdelijke functies en 94 % van de functies voor arbeidscontractanten tegen het eind van het jaar waren ingevuld; merkt bovendien op dat er eind 2014 479 tijdelijke werknemers en 106 contractanten in dienst waren of in de aanwervingsprocedure waren; erkent dat het nieuwe beleid voor interne mobiliteit begin 2014 werd goedgekeurd op het gebied van loopbaanontwikkeling om de mogelijkheden van interne mobiliteit te vergroten en het proces dynamischer te maken;

13.  merkt tevreden op dat als gevolg van de tenuitvoerlegging van het beleid ter preventie van pesterijen vier bijkomende adviseurs werden aangesteld en opgeleid in 2014;

14.  merkt op dat het Agentschap 78 % van zijn personeel inzet voor operationele activiteiten; spoort het Agentschap aan op deze weg verder te gaan;

Preventie en beheer van belangenconflicten en transparantie

15.  erkent dat het Agentschap de aanbevelingen van het speciale verslag van de Rekenkamer nr. 15/2012 over het beheer van belangenconflicten in bepaalde EU-agentschappen heeft uitgevoerd; merkt eveneens op dat het Agentschap zijn beleidsmaatregelen over belangenconflicten regelmatig herziet en bijwerkt;

16.  neemt kennis van het Agentschap dat het vier wetenschappelijke comités heeft opgericht overeenkomstig zijn oprichtingsverordening, die formele standpunten en aanbevelingen uitvaardigen; neemt er kennis van dat die comités uit deskundigen bestaan, die bijna allen ambtenaar zijn, benoemd of aangesteld door de lidstaten, terwijl belanghebbenden enkel als waarnemers mogen deelnemen; erkent dat de preventie voor belangenconflicten voor die comitéleden strikt beheerd wordt door de procedure van het Agentschap voor de preventie en het beheer van mogelijke belangenconflicten, met inbegrip van jaarlijkse belangenverklaringen en mondelinge verklaringen bij het begin van elke vergadering;

17.  aanvaardt van het Agentschap dat het heeft besloten de leden van zijn informele werkgroepen, deskundigengroepen en discussieforums te onderwerpen aan het beheer van belangenconflicten, waaronder jaarlijkse belangenverklaringen en mondelinge verklaringen bij het begin van elke vergadering;

18.  merkt op dat de jaarverslagen van het Agentschap een belangrijke rol zouden kunnen vervullen bij de naleving van de normen inzake transparantie, verantwoordingsplicht en integriteit; dringt er bij het Agentschap op aan in zijn jaarverslag een standaardhoofdstuk over deze punten op te nemen;

Interne controle

19.  merkt op dat na de inwerkingtreding en toepassing van het Financieel Reglement, de raad van beheer van het Agentschap nieuwe uitvoeringsvoorschriften heeft aangenomen die sinds 1 januari 2015 van toepassing zijn; merkt voorts op dat die uitvoeringsvoorschriften de regels vastleggen voor de uitvoering van de evaluatie vooraf en achteraf van programma's, projecten en activiteiten; merkt op dat het huidige systeem voor interne controle van het Agentschap sterk de nadruk legt op controle vooraf, terwijl evaluatie achteraf voornamelijk voor IT-projecten is uitgevoerd, overeenkomstig de van toepassing zijnde PRINCE2-methodologie voor projectbeheer bij het Agentschap; roept het Agentschap op om verslag te leggen bij de kwijtingsautoriteit over de resultaten van de uitvoering van deze nieuwe regels;

20.  aanvaardt van het Agentschap dat zijn raad van bestuur een strategie tegen fraude heeft aangenomen in december 2014; merkt op dat deze strategie betrekking heeft op 2015-2016 en een actieplan omvat met specifieke acties die in die periode moeten worden uitgevoerd; merkt op dat de interne beoordeling van het frauderisico die voor de aanname van de strategie is uitgevoerd, het risicoprofiel van het Agentschap als laag inschatte; merkt op dat de belangrijkste doelstelling van die strategie de ontwikkeling is van een wijdverspreide antifraudecultuur in het Agentschap, met de nadruk op bewustmaking;

Interne controle

21.  verneemt van het Agentschap dat de dienst Interne Audit van de Commissie in 2014 een controle heeft uitgevoerd van "aanvragen van vergunningen" om te beoordelen en zeker te stellen dat het beheer en de systemen voor interne controle die het proces voor "aanvragen van vergunningen" in goede banen leiden, geschikt en doeltreffend genoeg zijn om te garanderen dat de aanvragen binnen de gestelde termijnen kunnen worden verwerkt; merkt op dat de controle tot vijf aanbevelingen heeft geleid die als "belangrijk" aangemerkt zijn en dat er geen "kritieke" of "heel belangrijke" aanbevelingen zijn afgegeven;

22.  merkt tevreden op dat de dienst Interne Audit alle lopende acties van de controle van het "comitébeheer in het Agentschap" uit 2013 heeft gesloten;

23.  merkt op dat de dienst Interne Audit van het Agentschap controles heeft uitgevoerd om zeker te stellen dat de verificatie van de vertrouwelijkheidsclaims en de opleiding en ontwikkeling van het personeel goed wordt uitgevoerd, alsook een adviserende controle van BPR-processen; merkt op dat de actieplannen zijn ontwikkeld volgens de aanbevelingen van IAS en IAC;

Overige opmerkingen

24.  erkent dat de certificeringscontrole voor ISO 9001:2008 concludeerde dat de procedures en werkinstructies voor REACH- en CLP-processen in zijn geïntegreerde beheersysteem goed waren beschreven; neemt kennis van het Agentschap dat het blijft werken aan de versterking van de efficiëntie en doeltreffendheid van zijn operaties en merkt ook op dat het Agentschap een aanvraag zal indienen voor hetzelfde certificaat voor zijn PIC- en BPR-activiteiten; merkt op dat het Agentschap de integratie van een milieubeheersysteem in zijn kwaliteitsbeheersysteem zal voortzetten;

°

°  °

25.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van [xx xxxx 2016](17) [over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen].

ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

aan de Commissie begrotingscontrole

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2184(DEC))

Rapporteur voor advies: Giovanni La Via

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  herinnert eraan dat het Europees Agentschap voor chemische stoffen ('het agentschap') een geconsolideerde entiteit is overeenkomstig artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(18) ('het Financieel Reglement');

2.  herinnert eraan dat het agentschap sinds 2012 tot taak heeft de technische, wetenschappelijke en administratieve aspecten van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad(19) ('BPR-verordening') te beheren en uit te voeren, evenals vergelijkbare taken die verband houden met de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad(20) ('PIC-verordening');

3.  herinnert eraan dat ten aanzien van de BPR-verordening, de biocide activiteiten van het agentschap gedeeltelijk worden gefinancierd uit vergoedingen die worden betaald door het bedrijfsleven en gedeeltelijk uit een subsidie van de Unie, overeenkomstig artikel 208 van het Financieel Reglement; benadrukt derhalve dat het waarborgen van transparantie uitermate belangrijk is;

4.  stelt met bezorgdheid vast dat het agentschap zijn biocide activiteiten in 2014 met grote budgettaire en personele beperkingen heeft moeten verrichten, omdat de geïnde vergoedingen voor biocide prestaties in 2014 veel lager waren (1,3 miljoen EUR) dan geraamd en slechts 17 % van de biocide-gerelateerde uitgaven dekten; merkt op dat de begroting van het agentschap bijgevolg werd verhoogd via een overschrijving door de Commissie en dat het agentschap ook inspanningen heeft geleverd om de uitgaven af te stemmen op de lagere ontvangsten;

5.  wijst op de problemen die het agentschap gezien het ontbreken van een financiële reserve ondervindt om bijkomende subsidies te krijgen in de jaren waarin de financiële ontvangsten uit vergoedingen voor biocide activiteiten lager zijn dan geraamd; neemt kennis van de bezorgdheid van het agentschap dat, indien deze situatie blijft duren en niet wordt gecompenseerd door een hogere subsidie, het bijzonder moeilijk zal zijn om al zijn niet-vergoedingsgerelateerde verplichtingen te blijven nakomen;

6.  benadrukt dat het agentschap in 2014 een bijdrage van de Unie voor de PIC-verordening van in totaal 1,3 miljoen EUR heeft ontvangen, waardoor het mogelijk was de voorbereidende werkzaamheden af te ronden en de succesvolle inwerkingtreding van de PIC-verordening op 1 maart 2014 te waarborgen;

7.  merkt op dat in 2014 de ontvangsten uit vergoedingen en heffingen in het kader van REACH en werkzaamheden inzake indeling, etikettering en verpakking (CLP) 27,8 miljoen EUR bedroegen (afkomstig van vergoedingen voor REACH-registraties, kmo-controles en rente-inkomsten van reserves) en dus hoger waren dan geraamd;

8.  herinnert eraan dat, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (21) ('REACH-verordening'), het agentschap wordt gefinancierd uit de vergoedingen die worden betaald door het bedrijfsleven voor de registratie van chemische stoffen en uit een mogelijke compenserende subsidie van de Unie, overeenkomstig artikel 208 van het Financieel Reglement; merkt bovendien op dat het agentschap in 2014 voor het vierde opeenvolgende jaar volledig werd gefinancierd uit de vergoedingen voor REACH- en CLP-activiteiten;

9.  is ingenomen met de toezegging van het agentschap om de opmerkingen van de voorgaande jaren in aanmerking te nemen, feliciteert het agentschap voor het feit dat het zijn overdrachten voor alle verordeningen gemiddeld tot minder dan 10 % heeft verlaagd en moedigt het agentschap aan zijn inspanningen voort te zetten om overdrachten waar mogelijk te verminderen; merkt op dat in 2014 de overdrachten voornamelijk het gevolg waren van het meerjarig karakter van geplande IT-ontwikkelingsprojecten (4,5 miljoen EUR), uitgaven voor in 2014 bestelde, maar aan het eind van het jaar nog niet ontvangen en betaalde vertalingen (0,5 miljoen EUR) en evaluaties van stoffen met een wettelijke termijn in 2015 (1,9 miljoen EUR);

10.  feliciteert het agentschap voor de verdere ontwikkeling van zijn verslaglegging en het stroomlijnen van de financiële processen;

11.  is ingenomen met de transparantie-aanpak die de raad van bestuur van het agentschap heeft goedgekeurd en die tevens tegemoetkomt aan het verzoek van de Europese Ombudsman; verzoekt het agentschap zijn interne procedures voortdurend bij te werken om de onafhankelijkheid van zijn personeel te waarborgen;

12.  verzoekt het bevoegde orgaan van het agentschap de fraudebestrijdingsstrategie zo spoedig mogelijk in te voeren;

13.  merkt op dat het agentschap in 2014 het aantal ambten voor REACH en CLP heeft verminderd overeenkomstig het besluit over de begroting 2014, en zijn streefcijfer voor aanwervingen heeft overschreden, namelijk een bezetting van 97 % van de posten (voor REACH/CLP, biociden en PIC); wijst er met name op dat eind 2014, 479 van de 495 beschikbare posten voor tijdelijke ambtenaren bekleed waren en dat er 118 arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen in dienst waren;

14.  merkt op dat het agentschap 78 % van zijn personeel inzet voor operationele activiteiten; spoort het agentschap aan op deze weg verder te gaan;

15.  wijst op het voorbehoud dat de Rekenkamer heeft gemaakt bij de betrouwbaarheidsverklaring van 2013, aangezien controles of inspecties op nationaal niveau niet onder het mandaat van het agentschap vallen, en er bijgevolg niet kon worden bevestigd dat op de markt van de Europese Unie uitsluitend geregistreerde of toegestane stoffen en producten circuleren waarvoor een vergoeding aan het agentschap is betaald;

16.  is ingenomen met de mededeling van de Rekenkamer dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het agentschap voor het begrotingsjaar 2014 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

17.  beveelt op grond van de beschikbare gegevens aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van het agentschap voor het begrotingsjaar 2014.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.1.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

62

3

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Simona Bonafè, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Jørn Dohrmann, Ian Duncan, Stefan Eck, Bas Eickhout, Eleonora Evi, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Jytte Guteland, György Hölvényi, Jean-François Jalkh, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Peter Liese, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, Marcus Pretzell, Frédérique Ries, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Tibor Szanyi, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Estefanía Torres Martínez, Nils Torvalds, Glenis Willmott, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Paul Brannen, Herbert Dorfmann, Christofer Fjellner, Luke Ming Flanagan, Elena Gentile, Martin Häusling, Karol Karski, Andrey Kovatchev, Merja Kyllönen, Marijana Petir, Christel Schaldemose, Jasenko Selimovic, Bart Staes, Mihai Ţurcanu, Tom Vandenkendelaere, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Daniel Dalton

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marian-Jean Marinescu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Bodil Valero

(1)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 131.

(2)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 131.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 131.

(8)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 131.

(9)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(10)

PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

(11)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(12)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(13)

PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(14)

PB L 201 van 27.7.2012, blz. 60.

(15)

PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

(16)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(17)

Aangenomen teksten van die datum, P[8_TA(-PROV)(2016)0000].

(18)

Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

(19)

Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).

(20)

Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 60).

(21)

Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) en tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

Juridische mededeling