Procedure : 2015/2204(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0119/2016

Ingediende teksten :

A8-0119/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.58
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0194

VERSLAG     
PDF 286kWORD 97k
8.4.2016
PE 571.620v02-00 A8-0119/2016

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2204(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Marian-Jean Marinescu

 1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT


1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2204(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05587/2016 – C8-0059/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EG) nr. 72/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Eniac(4),

–  gezien Verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen(5),

–  gezien Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Ecsel(6), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(7),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(8),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0119/2016),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2204(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(9),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(10) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05587/2016 – C8-0059/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(11), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EG) nr. 72/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Eniac(12),

–  gezien Verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen(13),

–  gezien Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Ecsel(14), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(15),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(16),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0119/2016),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) voor het begrotingsjaar 2014;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2204(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (voormalige Gemeenschappelijke Onderneming Eniac en Gemeenschappelijke Onderneming Artemis) voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0119/2016),

A.  overwegende dat op 7 juni 2014 met het oog op de tenuitvoerlegging van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake "Elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap" de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (hierna: de Gemeenschappelijke Onderneming) is opgericht, als gemeenschappelijke onderneming in de zin van artikel 187 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met een looptijd tot 31 december 2024,

B.  overwegende dat met een publiek-privaat partnerschap voor elektronische componenten en systemen de financiële en technische middelen moeten worden bijeengebracht die noodzakelijk zijn om de complexiteit van de steeds snellere innovatie op dit terrein te beheersen,

C.   overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 561/2014(17)van de Raadde Gemeenschappelijke Onderneming werd opgericht als vervanger en opvolger van de Gemeenschappelijke Onderneming Eniac (Eniac) en de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis (Artemis),

D.   overwegende dat de leden van de Gemeenschappelijke Onderneming bestaan uit de Unie, de lidstaten, de vrijwillig aan Horizon 2020 deelnemende landen, verenigingen van particuliere ondernemingen en andere organisaties die in de Unie actief zijn op het gebied van elektronische componenten en systemen; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming toegankelijk moet zijn voor nieuwe leden,

E.   overwegende dat bij de beoordeling van het totale effect van de Gemeenschappelijke Onderneming ook rekening moet worden gehouden met investeringen door andere rechtspersonen dan de Unie en de aan de Gemeenschappelijke Onderneming deelnemende landen, voor zover deze aan de doelstellingen bijdragen; overwegende dat die totale investeringen naar verwachting ten minste 2 340 000 000 EUR zullen bedragen,

F.  overwegende dat de geplande bijdragen aan de Gemeenschappelijke Onderneming over de totale looptijd van Horizon 2020 respectievelijk 1 184 874 000 EUR van de Unie, 1 170 000 000 EUR van de aan de Gemeenschappelijke Onderneming deelnemende landen, en 1 657 500 000 EUR van de particuliere leden bedragen,

G.   overwegende dat de overgang van Eniac en Artemis naar de Gemeenschappelijke Onderneming gecoördineerd en gesynchroniseerd dient te worden met de overgang van het Zevende Kaderprogramma (KP7)(18) naar Horizon 2020, zodat een optimaal gebruik van de voor onderzoek beschikbare financiering wordt gewaarborgd,

Algemeen

1.  merkt op dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2014 ("het verslag van de Rekenkamer") te veel algemene opmerkingen maakt, wat ten koste gaat van steekhoudende, specifieke opmerkingen; dringt daarom aan op een onderzoek met een scherpere focus op de jaarlijkse financiële prestaties, op de stand van de uitvoering van meerjarige projecten (onder meer een duidelijke presentatie van de uitvoering van de begroting voor het jaar in kwestie en voor de vorige jaren), en de resultaten van de tenuitvoerlegging ervan;

2.  merkt op dat de informatie in het verslag over het begrotings- en het financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2014 onvoldoende geharmoniseerd en vaak onvolledig was; merkt op dat de Commissie richtsnoeren dient te verschaffen met betrekking tot de aard en inhoud van het verslag;

3.  neemt kennis van het feit dat tot het werkprogramma voor 2016 van de Rekenkamer ook een bijzonder verslag over de controle van de prestaties van gemeenschappelijke ondernemingen behoort;

Begrotingsbeheer en financieel beheer

4.  verneemt dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor de periode van 27 juni tot 31 december 2014 een in alle wezenlijke opzichten redelijke weergave vormen van haar financiële situatie per 31 december 2014 en van het resultaat van haar activiteiten en kasstroom gedurende de voorafgaande periode, zulks in overeenstemming met haar financiële reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels;

5.  stelt vast dat de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2014 vastleggingskredieten ten bedrage van 160 114 500 EUR en betalingskredieten ten bedrage van 104 144 250 EUR bevat;

6.  betreurt het ontbreken van informatie over bijdragen in natura en in contanten; verzoekt de Rekenkamer in haar toekomstige verslagen afzonderlijk voor KP7 en Horizon 2020 bepalingen op te nemen over de evaluatieprocedure en over de hoeveelheid in natura of in contanten betaalde bijdragen;

7.  stelt vast dat de op grond van KP7 gefinancierde programma's van de Gemeenschappelijke Onderneming nog lopen; bemoedigt de Gemeenschappelijke Onderneming haar begroting zorgvuldig te plannen indachtig de gelijklopende procedures;

8.  verneemt dat er, volgens de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2014 ("de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming"), praktische stappen zijn gezet om de verplichtingen op grond van de administratieve overeenkomsten van de Gemeenschappelijke Onderneming na te komen via de invoering van de bijzondere verslagvorm van het "eindeprojectcertificaat"; stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming deze vorm heeft ingevoerd jegens de nationale financieringsautoriteiten (nfa's);

9.  verneemt dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2014 een checklist met essentiële onderdelen voor een garantiesysteem heeft opgesteld en intensief contact met de nfa's heeft gehad met het oog op een evaluatie van de door de nationale systemen gerealiseerde garantie; stelt vast dat die evaluatie afgerond is voor vijf van de deelnemers die samen 54,2 % van de door de Gemeenschappelijke Onderneming toegekende subsidies vertegenwoordigen, en dat één andere deelnemer geëvalueerd is die 18,9 % van de door de Gemeenschappelijke Onderneming toegekende subsidies vertegenwoordigt, hoewel ten tijde van de audit nog een actualisatie lopende was;

10.stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming het restfoutenpercentage op 0,73 % schatte; merkt echter op dat de Gemeenschappelijke Onderneming niet heeft aangegeven hoeveel transacties in de berekening van dit percentage verwerkt zijn; verzoekt haar derhalve die informatie alsnog te verstrekken;

11.  wijst erop dat de Rekenkamer ondanks alle bovenstaande opmerkingen een verklaring met beperking heeft afgegeven over de wettigheid en regelmatigheid van de aan de jaarrekening ten grondslag liggende transacties, op de grond dat de met de nfa's aangegane administratieve overeenkomsten met betrekking tot de audit van de projectkosten geen uitspraak doen over de praktische aspecten van ex-postaudits;

12.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat de Gemeenschappelijke Onderneming geen beoordeling heeft gemaakt van de kwaliteit van de van de nfa's ontvangen controleverslagen over de kosten in verband met afgeronde projecten; merkt voorts op dat een beoordeling van de auditstrategieën van drie van de nfa's geen conclusies toeliet over de effectiviteit van ex-postaudits, dit vanwege de verschillen in de door de nfa's gehanteerde methoden, zodat de Gemeenschappelijke Onderneming geen gewogen foutenpercentage of restfoutenpercentage kon berekenen; wijst er evenwel op dat dit technische probleem niet tot een negatief oordeel van de Rekenkamer leidt, maar haar belet - hetgeen begrijpelijk is - de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen zonder enig voorbehoud te bevestigen; merkt voorts op dat de Gemeenschappelijke Onderneming verklaard heeft dat uit de door haar uitgevoerde uitgebreide beoordeling van de nationale garantiesystemen gebleken is dat deze een redelijke mate van bescherming voor de financiële belangen van haar leden kunnen bieden;

13.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming van oordeel is dat de nationale procedures, ondanks een aantal verslagen van verschillende instellingen van de Unie, waaronder ook de kwijtingsautoriteit, toch een redelijke mate van garantie bieden ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming na de beoordeling van de door de nfa's gevolgde procedure de nfa's te verzoeken om een schriftelijke verklaring dat de toepassing van de nationale procedures een redelijke mate van garantie biedt ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen;

14.  merkt op dat in het verslag van de Rekenkamer een verklaring met beperking staat, omdat het ontbreekt aan informatie die nodig is om na de ex-postaudits van de nfa's een gewogen foutenpercentage of een restfoutenpercentage te berekenen; verzoekt de Rekenkamer overeenkomstig artikel 287, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bij de nationale controle-instanties en/of de bevoegde nationale departementen aanvullende en noodzakelijke documenten en informatie te vergaren die de Gemeenschappelijke Onderneming niet kan opeisen; verzoekt de Rekenkamer voorts deze aanvullende informatie en documenten als alternatief te gebruiken voor de rechtvaardiging van haar verklaring en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over haar beoordeling van die aanvullende gegevens;

15.  stelt vast dat de raad van bestuur tegen het eind van het begrotingsjaar een aanzienlijk gewijzigde begroting vaststelde, waarin de vastleggingskredieten tot 158 200 000 EUR worden verhoogd; nodigt de Gemeenschappelijke Onderneming uit gedetailleerde informatie aan de kwijtingsautoriteit te verstrekken over de criteria die toegepast zijn op een financieel besluit van een dergelijk groot belang;

16.  onderkent dat het uitvoeringspercentage voor operationele vastleggingskredieten 99,7 % bedroeg; merkt echter op dat de vastleggingskredieten op overkoepelend niveau ondertekend waren, zodat er nog geen desbetreffende subsidieovereenkomsten waren ondertekend; is van mening dat, bij ontstentenis van een duidelijke scheiding tussen de informatie die verband houdt met de uitvoering van het KP7 enerzijds en van Horizon 2020 anderzijds, deze indicatoren niet garant staan voor een echte evaluatie van de prestaties; verzoekt de Rekenkamer in zijn toekomstige verslagen afzonderlijke gegevens op te nemen over de tenuitvoerlegging van de begroting ingevolge KP7, respectievelijk ingevolge Horizon 2020; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming de kwijtingsautoriteit in te lichten omtrent de huidige situatie en eventuele vorderingen in dat verband;

17.  stelt vast dat er geen duidelijk gescheiden informatie is verstrekt over de uitvoering van KP7 en Horizon 2020, aangezien er eind 2014 geen contracten inzake de uitvoering van Horizon 2020 waren ondertekend en er dus ook geen betalingen waren verricht; verzoekt de Rekenkamer in haar verslag voor 2015 afzonderlijke gegevens te verstrekken over de tenuitvoerlegging van de begroting voor KP7 en Horizon 2020; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming die informatie in haar verslag 2015 over het budgettaire en financiële beheer te verstrekken;

18.  steunt het initiatief van de Gemeenschappelijke Onderneming om met kleinere deelnemers samen te werken en de dekkingsgraad van de subsidiebeoordeling te verhogen tot 90 % van de toegekende subsidies; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming haar beoordeling voort te zetten totdat deze 100 % van de totale subsidies omvat, en de kwijtingsautoriteit te informeren over de in de begrotingsjaren 2015 en 2016 gerealiseerde vorderingen;

19.  wijst erop dat de Gemeenschappelijke Onderneming in juni 2014 de activiteiten van Eniac en Artemis heeft overgenomen; stelt vast dat er onvoldoende duidelijke informatie is over de uitvoeringsstatus van de projecten van de Gemeenschappelijke Onderneming (betalingsgraad, betaalplan voor komende jaren);

20.  verwelkomt de beoordeling door de Gemeenschappelijke Onderneming van de hoogte van de bijdragen in natura; wijst echter op het gebrek aan voldoende informatie om te kunnen vaststellen of de verplichtingen van de leden ingevolge KP7 nagekomen zijn;

Wettelijk kader

21.  verzoekt de Rekenkamer nogmaals een volledige en passende financiële beoordeling te presenteren van de rechten en verplichtingen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor de periode totdat de Gemeenschappelijke Onderneming met haar activiteiten aanving(19);

Interne audit

22.  neemt kennis van het feit dat de dienst Interne audit van de Commissie een risicobeoordeling van de Gemeenschappelijke Onderneming heeft uitgevoerd; wijst erop dat vier aspecten daarbij als "hoge impact/hoog risico" zijn geklasseerd;;

23.  verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming gedetailleerde informatie aan de kwijtingsautoriteit te verstrekken over het risicobeheer van indirecte kosten, over de genomen concrete maatregelen in het licht van de samenwerking met de Commissie om alternatieve mechanismen te vinden, en over de verdere mogelijkheden voor convergentie in de boekhoudprocedures zodat het risico van dubbele of driedubbele boekhouding, met de mogelijke financiële gevolgen daarvan, wordt vermeden;

24.  verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming de kwijtingsautoriteit in te lichten omtrent de vaststelling en tenuitvoerlegging van de strategie voor fraudebestrijding;

25.  verneemt dat de Gemeenschappelijke Onderneming een auditstrategie zal volgen die gecoördineerd is met de standaardprocedures van Horizon 2020; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming aan de kwijtingsautoriteit gedetailleerd verslag te doen van de bij de uitvoering van de strategie toegepaste criteria, de redenen van toepassing daarvan, en een beoordeling van de effectiviteit van een dergelijke strategie;

Systemen voor interne audit

26.  stelt vast dat de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming een interne-auditfunctie heeft ingesteld en het desbetreffende interne reglement heeft goedgekeurd; merkt voorts op dat, volgens de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming, twee normen voor interne audits nog niet volledig ten uitvoer gelegd zijn en dat sommige procedures nog geactualiseerd moeten worden;

Preventie en beheer van belangenconflicten en transparantie

27.  merkt tot zijn tevredenheid op dat de Gemeenschappelijke Onderneming een compleet beleid ter voorkoming van belangenconflicten heeft vastgesteld; herinnert er echter aan dat de verklaringen omtrent belangenconflicten van de leden van haar raad van bestuur niet voor het publiek toegankelijk gemaakt zijn;

Bewaking en verslaglegging van onderzoeksresultaten

28.  verwelkomt de door de Gemeenschappelijke Onderneming geboekte vorderingen op het punt van bewaking en verslaglegging; merkt echter op dat er meer inspanningen nodig zijn om nauwer met de Commissie samen te werken aan de verwezenlijking van de eisen van Horizon 2020 en om meer bij te dragen aan de verdeling van de uitkomsten van KP7; merkt voorts op dat de Gemeenschappelijke Onderneming de stelselmatige verspreiding van de onderzoeksresultaten dient te verbeteren; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming de noodzakelijke maatregelen te nemen om in de toekomst de bovenstaande opmerkingen in acht te nemen, en de kwijtingsautoriteit hieromtrent in te lichten;

29.  verwelkomt de publicatie door de Gemeenschappelijke Onderneming van het Verslag inzake de sociaal-economische effecten van de activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel;

30.  herinnert eraan dat de kwijtingsautoriteit de Rekenkamer reeds eerder verzocht heeft met een bijzonder verslag te komen over de capaciteit van de gezamenlijke ondernemingen om samen met hun particuliere partners toegevoegde waarde te creëren en de efficiënte uitvoering van onderzoek, technische ontwikkeling en demonstratieprogramma's van de Unie te waarborgen(20).

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marian-Jean Marinescu, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Birgit Collin-Langen, Bodil Valero

(1)

  PB C 422 van 17.12.2015, blz. 80.

(2)

  PB C 422 van 17.12.2015, blz. 81.

(3)

  PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

  PB L 30 van 4.2.2008, blz. 21.

(5)

  PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52.

(6)

  PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.

(7)

  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(8)

  PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(9)

  PB C 422 van 17.12.2015, blz. 80.

(10)

  PB C 422 van 17.12.2015, blz. 81.

(11)

  PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(12)

  PB L 30 van 4.2.2008, blz. 21.

(13)

  PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52.

(14)

  PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.

(15)

  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(16)

  PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(17)

  Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (PB L 169, 7.6.2014, blz. 152).

(18)

  Besluit nr. 1982/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 6).

(19)

  Kwijtingsprocedure 2013 – documenten A8-0103 /2015 Artemis & A8-0104/2015 Eniac.

(20)

  Kwijtingsprocedure 2013 – documenten A8-0103 /2015 Artemis & A8-0104/2015 Eniac.

Juridische mededeling